2022-02-23 Bijlage 4. Bodemonderzoek
Tekst van het document
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag Project 23210059a 2 september 2021
Opdrachtgever:
dhr. D. de Booij Saffierdreef 3 4533 AN TERNEUZEN
Opgesteld door:
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Auteur:
A.N. de Vries, MSc
Autorisatie:
dhr. H. Seffelaar
i.o.
Interim-manager SMA Zeeland B.V.
2001, 2002
Inhoudsopgave SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 1 CONCLUSIES ......................................................................................................................................... 1 TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ............................................................................................ 1 CONSEQUENTIES .................................................................................................................................. 2 1. INLEIDING................................................................................................................................................ 4 1.1. AANLEIDING EN DOEL ................................................................................................................... 4 1.2. REFERENTIEKADER ....................................................................................................................... 4 1.3. BETROUWBAARHEID ..................................................................................................................... 5 2. VOORONDERZOEK ................................................................................................................................ 7 2.1.
ALGEMENE BODEM- EN LOCATIEGEGEVENS ............................................................................ 7 2.2. HISTORISCHE KAARTEN, LUCHTFOTO’S EN OVERIG BEELDMATERIAAL ............................. 10 2.3. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .............................................................. 10 2.4. INTERPRETATIE VERWACHTE MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT ............................. 11 2.5. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................. 13 3. VELDWERK ........................................................................................................................................... 16 3.1. VELDWERK NOORDELIJK TERREINGEDEELTE ........................................................................ 16 3.2. VELDWERK ZUIDELIJK TERREINGEDEELTE ............................................................................. 16 4. ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................................................. 18 4.1. ANALYSESTRATEGIE ................................................................................................................... 18 4.2. ANALYSERESULTATEN ................................................................................................................ 18 4.3.
INTERPRETATIE RESULTATEN ................................................................................................... 20 5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 21 5.1. CONCLUSIES ................................................................................................................................ 21 5.2. TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ................................................................................... 21 5.3. CONSEQUENTIES ......................................................................................................................... 22 ACHTERGRONDDOCUMENTEN .............................................................................................................. 24 BIJLAGE 1 OVERZICHTSKAART LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING BIJLAGE 3 BOORBESCHRIJVINGEN EN -PROFIELEN BIJLAGE 4 TOETSINGSTABELLEN BIJLAGE 5 ANALYSERESULTATEN BIJLAGE 6 HISTORISCHE KAARTEN EN LUCHTFOTO’S BIJLAGE 7 FOTO’S
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
Samenvatting Door dhr. D. de Booij is aan SMA Zeeland B.V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag. Aanleiding tot dit bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en geplande herinrichting van de betreffende locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem met betrekking tot chemische parameters. Conclusies De locatie betreft delen van een boerenerf. Het erf is grotendeels verhard met een mengsel van asfaltgranulaat met puin. Deze halfverharding is voor een beperkt deel binnen het onderzoeksgebied gelegen. Rondom de bedrijfswoning op het noordelijk terreindeel zijn geen bodemvreemde bijmenging in de bodem aangetroffen. Op het zuidelijk gedeelte is plaatselijk baksteenhoudende bovengrond gevonden. In de bovengrond van het noordelijk terreingedeelte, rondom de bedrijfswoning, zijn achtergrondwaardeoverschrijdingen voor lood, zink, kwik en OCB geconstateerd. In de bovengrond van het zuidelijk terreingedeelte zijn achtergrondwaarde-overschrijdingen voor minerale olie, PAK en OCB geconstateerd. In de ondergrond en het grondwater zijn geen achtergrond- en streefwaarde-overschrijdingen aangetoond voor de geanalyseerde parameters.
Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Consequenties aangegeven. Noordelijk terreingedeelte, rondom bedrijfswoning Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met stoffen uit het standaardpakket voor landbodem en OCB. Deze hypothese dient te worden aangenomen.
Zuidelijk terreingedeelte, voormalige boomgaard Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met stoffen uit het standaardpakket voor landbodem en OCB. Deze hypothese dient te worden aangenomen.
Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese kan worden aangenomen.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
1
Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging met mogelijk van nature verhoogde concentraties arseen, chroom, barium en/of molybdeen. De hypothese onverdacht kan worden aangenomen.
Gehele locatie Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s):
Boven- en ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese dient te worden verworpen.
Halfverharding: verdacht voor verontreiniging met asbest. Er is op verzoek van de opdrachtgever geen onderzoek uitgevoerd naar asbest in deze laag. Deze hypothese dient te worden gehandhaafd.
Consequenties De in het voorliggend document gerapporteerde resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek naar chemische parameters. De halfverharding op de locatie (grotendeels gelegen buiten het huidige onderzoeksgebied) bestaat uit (verouderd) asfaltgranulaat en puin. Het puin bestaat voornamelijk uit baksteen, beton, metselwerk en grind. Deze verhardingslaag dient hierdoor te worden gezien als asbestverdacht. Indien de halfverharding wordt hergebruikt op een ander perceel, wisselt van eigenaar of wordt afgevoerd dient deze alsnog te worden onderzocht op het voorkomen van asbest. Daarnaast dient de grond op het zuidelijk deel eveneens te worden gezien als verdacht op asbeshoudende materialen. Indien inzicht gewenst is in de eventuele aanwezigheid van asbest dient een asbestonderzoek conform de NEN 5707 danwel 5897 te worden uitgevoerd. Daarnaast wordt opgemerkt dat het asfaltgranulaat (grotendeels gelegen buiten het onderzoeksgebied) niet is onderzocht op teerhoudendheid. Uitsluitend asfalt dat volgens de CROW publicatie 210 als teervrij mag worden beschouwd (< 75 mg/kg.ds), kan tegen aanzienlijk gereduceerde kosten worden afgevoerd en milieubewust verwerkt. Geadviseerd wordt om bij voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van deze verharding het asfaltgranulaat te laten onderzoeken op teerhoudendheid conform de CROW 210.
In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. Er dient rekening te worden gehouden dat in de bovengrond tot 0,5 m-mv OCB aanwezig zijn. De afzetmogelijkheden in buurgemeenten op basis van hun Nota’s bodembeheer kunnen hierdoor beperkt worden. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) worden bepaald.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
2
Op de onderzoekslocatie zijn lagen met meer dan 50 % bodemvreemd materiaal aanwezig. Deze lagen zijn niet bemonsterd of geanalyseerd als grond omdat ze niet onder het beleid van de Wet bodembescherming vallen. Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt. Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven-, en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
3
1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel Door dhr. D. de Booij is aan SMA Zeeland B.V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag. Aanleiding tot dit bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en geplande herinrichting van de betreffende locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem met betrekking tot chemische parameters. 1.2. Referentiekader Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is afgeleid van de NEN 5740. Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, interpretatie en toetsing. Toetsingskader verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters (NEN 5740) De voor de standaardbodem (lutum 25% en organische stof 10%) gecorrigeerde analyseresultaten van de grond worden conform de Wet bodembescherming getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) en interventiewaarden. De analyseresultaten van het grondwater worden getoetst aan de streefwaarden en interventiewaarden. De achtergrondwaarden hebben betrekking op achtergrondgehalten van stoffen die van nature voorkomen, of op detectiegrenzen bij stoffen die niet van nature voorkomen. In principe is sprake van een onbeïnvloede bodemkwaliteit.
De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem) verontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde
gemeten
concentratie
van
minimaal
25
m
3
bodemvolume
in
het
geval
van
3
grondverontreiniging, of 100 m bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: -
moestuin/volkstuin, plaatsen waar vluchtige verbindingen aanwezig zijn in het grondwater in combinatie met hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
4
Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden worden in het vervolg, samenvattend, toetsingswaarden genoemd. De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (interventiewaarde barium voor een standaardbodem). 1.3. Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde bodemonderzoek is uitgevoerd op zorgvuldige wijze, in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001: 2015) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit van de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen. Het veldwerk is uitgevoerd door Sialtech B.V. (certificaatnummer VB-059-8) en SMA Zeeland B.V.
Het milieukundige veldwerk ten behoeve van het grond- en grondwateronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 en conform de hierbij van toepassing zijnde protocollen. De uitvoerende partijen beschikken hiertoe over het procescertificaat “Veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek” op basis van de Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002, 2003, 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en monsters. Eventueel onderzoek aan asfaltverharding, halfverhardingen en funderingsmaterialen valt niet onder de scope van de BRL SIKB 2000. In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaart de hierboven genoemde partij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. De laboratoriumanalyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Een bodemonderzoek is erop gericht met beperkte middelen vast te stellen of er bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het bodemonderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben.
Door beperkt aantal boringen, proefgaten, proefsleuven en analyses, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden. Het bodemonderzoek
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
5
garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is of anderszins, dat met het bodemonderzoek alle eventueel aanwezige verontreinigingen worden gedetecteerd. Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit. Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwrijp maken van de locatie of het aanvoeren van grond van elders. Een andere factor kan bijvoorbeeld zijn het transport van verontreinigende stoffen via het grondwater van buiten
de
onderzoekslocatie.
Gezien
deze
overwegingen,
dienen
de
hier
gerapporteerde
onderzoeksresultaten met meer voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan geen uitspraak worden gedaan over de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van asbest en/of het gehalte aan asbest in lagen waarop geen specifiek veld- en analytisch onderzoek is verricht. Dit betreft met name als “onverdacht voor verontreiniging met asbest” aangemerkte lagen. Hiervoor kan (aanvullend) onderzoek plaatsvinden conform de NEN 5707 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) en/of de NEN 5897 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan in principe geen uitspraak gedaan worden over de toepassingsmogelijkheden van eventueel van de locatie af te voeren grond. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform het Besluit bodemkwaliteit. SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
6
2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In NEN 5725:2017 zijn zeven mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. In onderhavig onderzoek is of zijn de volgende generieke aanleiding(en) van toepassing: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Op de locatie zijn een bedrijfswoning, paardenstal, loods, opslag-/werkschuur, loods met paardenbak en weiland aanwezig. De hieronder vermelde gegevens hebben betrekking tot het gehele erf van de Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag. Het te onderzoeken gebied beperkt zich tot de bodem rondom de bedrijfswoning en de loods met paardenbak en het omliggende weiland. Tabel 2.1. Overzicht algemene aspecten van de onderzoekslocatie Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
Onderzoekslocatiegegevens en ligging Adres en plaats
Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
Kadaster
Burgerlijke gemeente
Terneuzen
Kadaster
Kadastrale gemeente
Terneuzen
Kadaster
Sectie(s)
S
Kadaster
Nummer(s) (gedeeltelijk)
Noordelijk onderzoeksgebied: 356, 358 en
Kadaster
1262 Zuidelijk onderzoeksgebied: 1339 2
Oppervlakte (m )
Noordelijk onderzoeksgebied: 895
Opdrachtgever
Zuidelijk onderzoeksgebied: 3 970 Gemiddelde hoogte (m1 t.o.v. NAP)
+1,3 tot +1,8
AHN
Ligging op kaart
zie bijlagen 1 en 2
Kadaster, SMA Zeeland B.V.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
7
Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
Bodemopbouw Verhardingen
In de bedrijfsgebouwen zijn betonvloeren
Opdrachtgever
aanwezig.
SMA Zeeland B.V.
Rondom de bebouwing op het erf is een halfverharding aanwezig (grotendeels buiten de onderzoeksgebieden gelegen). De halfverharding bestaat uit asfaltgranulaat met puin (baksteen, beton, metselwerk, kolengruis en grind).
Rondom de bedrijfswoning op het noordelijk onderzoeksgebied liggen tegels en soortgelijke bestrating. Verder liggen aan de zuidzijde bij de paardenstal en de oostzijde van de schuur met paardenbak enkele stelconplaten en tegels. Antropogene lagen
Ja, ongebonden verhardingslagen
Opdrachtgever
Dempingen
Niet bekend
Provincie Zeeland (Geoloket of Bodem Informatie Systeem, BIS) Kadaster
Grondwaterbeheersplan
Zoetwatervoorkomen
Waterschap Scheldestromen
Geohydrologie
zie § 2.3
DINOloket
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart
A Buitengebied en naoorlogse woonwijken
(BKK)
Nota bodembeheer gemeente Terneuzen
BKK klasse bovengrond
Achtergrondwaarde
Nota bodembeheer
BKK klasse ondergrond
Achtergrondwaarde
Nota bodembeheer
BKK functieklasse
Natuur/landbouw/overig
Nota bodembeheer
Boomgaardenkaart (periode)
Noordelijk onderzoeksgebied
’t Zeeuws bodemvenster
(aangrenzende percelen ten oosten en
(Provincie Zeeland)
noordwesten): 1936 Zuidelijk onderzoeksgebied: 1960 en 1970 BKK klasse m.b.t. PFAS
Achtergrondwaarde
Nota bodembeheer
Aandachtsgebied lood
Nee
’t Zeeuws bodemvenster
Asbestkansenkaart
Grote kans op aanwezigheid van asbest,
Provincie Zeeland (BIS)
ter plaatse van de gebouwen op het noordelijk gedeelte van de onderzoekslocatie (buiten onderhavige onderzoeksgebied).
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
8
Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
Voormalig stortplaats bekend
Nee
Opslagtanks bekend
Ja, een bovengrondse dieseltank in een
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS) Opdrachtgever
lekbak aan de oostgevel van de loods (buiten onderhavige onderzoeksgebied). Geval van ernstige
Nee
bodemverontreiniging bekend
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Wbb-beschikkingen bekend
Nee
Bodemdocumenten bekend
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS) Gemeente (BIS) Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik
Agrarisch
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Huidig gebruik
Wonen en faciliteiten benodigd voor het
Opdrachtgever
houden en trainen van paarden.
SMA Zeeland B.V.
Toekomstig gebruik
Wonen
Opdrachtgever
Geplande werkzaamheden
Nader te bepalen.
Opdrachtgever
Aard bebouwing
Noordelijk gedeelte: bedrijfswoning
Kadaster, BAG
Zuidelijk gedeelte: loods met paardenbak Overig: Paardenstal, werkschuur en een loods. Periode bebouwing
Bedrijfswoning, paardenstal en
Kadaster, BAG
werkschuur: 1920 Loods: 1970 Loods met paardenbak: 2001 Bedrijventerrein
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of
Calamiteiten bekend
Nee
Opdrachtgever
Bodembedreigende activiteiten
Bestrijdingsmiddelenopslag (zie hierna).
Gemeente (BIS)
BIS)
bekend (anders dan bovenstaand)
RUD Zeeland
Relevante vergunningen
In augustus 1999 is een uitbreiding van het
Gemeente (BIS)
beschikbaar
akkerbouwbedrijf van dhr. J.E.G.M.
RUD Zeeland
Michielsen doorgegeven aan het bevoegd gezag. Op de bijgesloten tekening staan een voormalige bestrijdingsmiddelen opslag en bovengrondse dieseltank aangegeven. Deze is buiten het onderhavige onderzoeksgebied gelegen.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
9
Algemene onderzoeksaspecten Toepassing asbestverdachte
Bron(houder) Onbekend
Opdrachtgever
Noordelijk gedeelte:
SMA Zeeland B.V.
materialen Terreinverkenning Bijzonderheden
Geen bijzonderheden te melden met betrekking tot de bodem rondom de bedrijfswoning.
Zuidelijk gedeelte: In de paardenbak is een laag zand van ca. 40 cm aanwezig. Dit zand maakt op verzoek van de opdrachtgever geen onderdeel uit van het onderhavig onderzoek.
De loods met paardenbak staat ca. 0,5 m hoger dan het ten oosten en zuiden gelegen weiland.
Door de dichte begroeiing rondom de loods kon het maaiveld niet goed worden bekeken.
2.2. Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal Uit historische kaarten (bronhouder: Kadaster) en luchtfoto’s (bronhouder: Provincie Zeeland (Geoloket)) kan worden opgemaakt dat het noordelijk gedeelte van de onderzoekslocatie in de tweede helft van de 19
de
eeuw al bebouwd was. Ten oosten en noordwesten van het noordelijke gedeelte van het
onderzoeksgebied en het grootste gedeelte van het zuidelijk gedeelte van de onderzoekslocatie is tot en met de jaren 90 een boomgaard aanwezig geweest. Op het zuidelijk gedeelte van de locatie zijn de laatste rijen bomen in 2007-2008 verwijderd. Begin 2000 is loods met paardenbak op de onderzoekslocatie gebouwd. Sindsdien is er weinig op de locatie veranderd. Zie verder Bijlage 6. 2.3. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het onderstaande
vereenvoudigde
bodemmodel
geformuleerd.
De
werkelijke
bodemopbouw
en
grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
10
Figuur 1. Gemodelleerde bodemopbouw tot 5 m-mv. 2.4. Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen:
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
11
A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
De horizontale begrenzingen van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in Bijlage 2. Het grondonderzoek beperkt zich tot een maximale diepte van 2,0 m-mv. Het grondwateronderzoek beperkt zich tot een diepte van 1,5 m- de grondwaterstand die tijdens het veldwerk zal worden aangetroffen.
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters?
De gebruiksperiode voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) (jaren 40-70 met een hoogtepunt in de jaren 50, enkele tot eind jaren 90) komt overeen de gebruiksperiode als boomgaard. Mogelijk zijn in het verleden OCB gebruikt op de locatie of in de omgeving. Deze OCB zijn persistent en kunnen in de bovengrond worden aangetroffen. Door verstuiving/wind kunnen OCB tot tientallen meters rondom de toepassingslocatie aanwezig zijn. Er vindt zelden verspreiding naar de ondergrond en zeer zelden naar het grondwater plaats.
Veder is sprake van diffuse, antropogene bodembelasting met heterogene verdeling op schaal van monstername als gevolg van het jarenlange gebruik van de locatie. Concrete puntbronnen zijn niet aan te wijzen. De risicostoffen betreffen de parameters uit het standaardpakket voor landbodem.
Is de bodem asbestverdacht?
De grond op de onderzoekslocatie is op voorhand niet asbestverdacht. Indien tijdens de veldwerkzaamheden asbestverdachte materialen of asbestverdachte bijmengingen (puin, beton of afval) in de bodem worden aangetroffen, dient wel te worden uitgegaan van een locatie verdacht voor bodemverontreiniging met asbest.
De halfverharding op de onderzoekslocatie bestaat uit (verouderd) asfaltgranulaat en puin. Het puin is asbestverdacht. De halfverharding valt buiten de scope van het voorliggend onderzoek en zal niet worden onderzocht.
Wat is de bodemopbouw en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?
De bodemopbouw kan op voorhand niet met zekerheid worden bepaald. In Zeeland worden zand en klei doorgaans in afwisselende mate en opbouw in de deklaag gevonden, waarbij vanaf 1,5 mmv soms ook veenlagen worden aangetroffen. Dit is sterk afhankelijk van de precieze onderzoekslocatie en historische, natuurlijke en antropogene processen welke de huidige Zeeuwse Delta hebben gecreëerd. Vermoedelijk is er wel een verschil tussen de boven- en ondergrond als gevolg van (vaak historische) antropogene activiteiten.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
12
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar?
Als gevolg van natuurlijke bodemprocessen worden arseen, barium, chroom en molybdeen in Zeeland regelmatig in van nature verhoogde concentraties aangetroffen in het freatische grondwater. In de grond zijn dan niet altijd verhoogde gehalten aantoonbaar en concentraties kunnen fluctueren. Voor barium en chroom geldt dat de natuurlijke achtergrondconcentraties in brak grondwater doorgaans wat hoger zijn dan in zoet grondwater (RIVM briefrapport 20170125).
Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn (zeer) zorgwekkende stoffen die al vele decennia worden gebruikt in vele processen en producten. Deze stoffen worden niet enkel lokaal bij puntbronnen (b.v. teflonproducende en -verwerkende bedrijven, galvanisatiebedrijven, brand(oefen)plaatsen) aangetroffen, maar zijn inmiddels ook als diffuse verontreiniging in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetroffen. Voor deze stoffen is een tijdelijk handelingskader opgesteld en op 8 juli 2019 gepubliceerd en op 2 juli 2020 geactualiseerd. In 2020 en 2021 zijn Zeeuwse bodemkwaliteitskaarten voor PFAS gepubliceerd die een regionaal beeld geven van de bodemkwaliteit m.b.t. PFAS. De huidige locatie kent geen puntbronnen en ligt niet in één van de aandachtsgebieden. Er is geen aanleiding voor veld- en analytisch onderzoek naar PFAS28+2; de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart biedt voldoende informatie.
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord.
Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)?
Zie § 2.5.
2.5. Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende (gestandaardiseerde) onderzoekshypotheses geformuleerd waarbij in voorkomende gevallen onderscheid is gemaakt tussen separaat te onderzoeken terreingedeeltes.
Er
wordt
bodemverontreinigingssituatie
tevens
met
onderscheid
betrekking
tot
gemaakt
chemische
tussen
parameters
en
de
verwachte
de
verwachte
verontreinigingssituatie met betrekking tot asbest.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
13
Tabel 2.2. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar chemische parameters Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
Analyseparameters
Strategie
traject
(NEN 5740)
Noordelijk terreingedeelte, rondom bedrijfswoning Bovengrond
verdachte locatie, diffuse
standaard parameters voor
bodembelasting en heterogene
landbodem (pakket A), OCB
VED-HE-NL
verdeling op schaal van monsterneming Zuidelijk terreingedeelte, voormalige boomgaard* Bovengrond
verdachte locatie, diffuse
standaard parameters voor
bodembelasting en heterogene
landbodem (pakket A), OCB
VED-HE-NL
verdeling op schaal van monsterneming Ondergrond
onverdachte, kleinschalige locatie
pakket A
ONV-NL
Grondwater
onverdachte, kleinschalige locatie
standaard parameters voor
ONV-NL
met mogelijk van nature verhoogde
grondwater (pakket B), As, Cr
concentraties arseen, chroom, barium en/of molybdeen * Op verzoek van de opdrachtgever maakt onderzoek naar het zand in de paardenbak geen onderdeel uit van het voorliggend onderzoek. pakket A:
standaardpakket onderzoek landbodem: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, PCB 7, PAK10 (VROM), minerale olie (GC), percentages lutum en organische stof;
pakket B:
standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, vluchtige aromaten (BTEXSN), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl), minerale olie;
OCB:
organochloorbestrijdingsmiddelen;
As, Cr:
arseen, chroom.
Tabel 2.3. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar asbest Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
traject
Strategie* (NEN 5707 cq. 5897)
Gehele locatie Bovengrond
onverdachte, kleinschalige locatie
geen
Ondergrond
onverdachte, kleinschalige locatie
geen
Halfverharding
verdachte halfverharding, diffuse belasting met heterogene
VED-HE**
verdeling op schaal van monsterneming *op basis van NEN 5707 is er in geval van een voor bodemverontreiniging met asbest onverdachte locatie geen verplichting tot vervolgonderzoek in de vorm van veld- en analytisch onderzoek, tenzij op basis van voortschrijdend inzicht de hypothese van een asbest-onverdachte locatie dient te worden gewijzigd.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
14
Ook een vervolgonderzoek naar asbest in niet-vormgegeven bouwstoffen volgens NEN 5897 in de vorm van veld- en analytisch onderzoek is niet van toepassing in geval van (op basis van NEN 5725) asbest-onverdachte, nietvormgegeven bouwstoffen. ** de halfverhardingen op de onderzoekslocatie bestaat uit (verouderd) asfaltgranulaat en puin. Asfalt is niet asbestverdacht. Het puin bestaande uit baksteen, beton en metselwerk dient wel te worden gezien als asbestverdacht. De halfverharding maakt op verzoek van de opdrachtgever geen onderdeel uit van het voorliggend onderzoek. Indien de halfverharding wordt hergebruikt op een ander perceel, wisselt van eigenaar of wordt afgevoerd dient deze alsnog te worden geanalyseerd op asbest.
Een beschrijving van de veldwerkzaamheden en de resultaten daarvan, volgt in hoofdstuk 3.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
15
3. Veldwerk In dit hoofdstuk worden de uitvoering en de resultaten van het veldwerk besproken. De boorlocaties zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 2. Peilbuis 01 is ter plaatse van de te realiseren woning geplaatst. De overige boringen zijn verdeeld over de terreingedeeltes geplaatst. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de bodemopbouw en de eventuele aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen wordt verwezen naar de veldwerkgegevens in Bijlage 3. 3.1. Veldwerk noordelijk terreingedeelte Het veldwerk is op 24 juni 2021 uitgevoerd door de erkende veldwerker G. de Feijter (SMA Zeeland B.V.) conform de in paragraaf 2.5 vermelde onderzoeksstrategie. Er zijn in totaal 6 boringen geplaatst, zoals hieronder weergegeven: Boringen 101 t/m 106
5 boringen tot ca. 0,5 m-mv;
1 boring tot ca. 1,0 m-mv.
De laag met bodemvreemdmateriaal ter plaatse van boring 103 bij de bedrijfswoning bestaat uit asfaltgranulaat en puin. Het puin bestaat uit baksteen en grind. De halfverharding dient vanwege het puin te worden beschouwd als asbestverdacht. Doordat deze lagen voor meer dan 50 % uit bodemvreemd materiaal bestaan, is er volgens de Wet bodembescherming (Wbb) geen sprake van grond en vallen deze lagen zodoende niet onder het beleid van de Wet bodembescherming. Deze lagen zijn niet als grond bemonsterd/geanalyseerd. De onderliggende grondlaag en de (kale) bovengrond op de locatie bestaat uit klei. In de grond werden geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. 3.2. Veldwerk zuidelijk terreingedeelte Het veldwerk is op 22 april 2021 uitgevoerd door de erkende veldwerker G. de Feijter (SMA Zeeland B.V.) conform de in paragraaf 2.5 vermelde onderzoeksstrategie. Er zijn in totaal 15 boringen geplaatst, zoals hieronder weergegeven: Boringen 01 t/m 15
12 boringen tot ca. 0,5 m-mv;
2 boringen tot ca. 2,0 m-mv;
1 boring tot in het freatische grondwater afgewerkt met peilbuis.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
16
Uit veldwaarnemingen blijkt dat de bodem op het buitenterrein tot gemiddeld 0,5 m-mv bestaat uit klei en inpandig onder het zand in de paardenbak tot ca. 0,9 m-mv. De ondergrond op de locatie bestaat uit zand. Plaatselijk werd zwak en matig baksteenhoudende grond aangetroffen. Dit materiaal dient gezien de gebruiksgeschiedenis van de locatie te worden beschouwd als asbestverdacht. Verder zijn plaatselijk zwakke bijmengingen van grind en kolengruis gevonden. De grondwaterstand is tijdens het veldwerk bepaald op1,5 m-mv. Ter plaatse van 04 en 05 zijn kiezellagen aangetroffen met zwakke bijmenging van kolengruis en zand. In boring 04 is hieronder een puinlaag bestaande uit baksteen gevonden. De puinlaag dient te worden gezien als asbestverdacht. Doordat deze lagen voor meer dan 50 % uit bodemvreemd materiaal bestaan, is er volgens de Wet bodembescherming (Wbb) geen sprake van grond en vallen deze lagen zodoende niet onder
het
beleid
van
de
Wet
bodembescherming.
Deze
lagen
zijn
niet
als
grond
bemonsterd/geanalyseerd. Het grondwater is bemonsterd op 30 april 2021 door de hiertoe erkende veldwerker V.G. Cheglov (Sialtech B.V.). In peilbuis 01 is een grondwaterstijghoogte gemeten van 1,55 m-mv. Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen afwijkingen geconstateerd. De bepalingen van de grondwaterstijghoogte, zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater (zie Bijlage 4B) geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
17
4. Analytisch onderzoek In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de keuze van de geanalyseerde monsters en de parameters waarop deze zijn geanalyseerd. Vervolgens worden de analyseresultaten gepresenteerd evenals de eventuele overschrijdingen van de toetsingswaarden. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in Bijlage 5. 4.1. Analysestrategie Hieronder is tabelgewijs weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet. Ook is weergegeven op welke parameters is geanalyseerd. Tabel 4.1 Inzet grond(meng)monsters ter analyse (Meng)
Boring + traject
Grondsoort
Reden analyse
monsters
(m-mv)
09-1
09 (0,00 - 0,20)
Klei
kwaliteitsbepaling bovengrond, zwak
MM01
02, 03, 13 (0,00 - 0,50)
Klei
Analyse (parameters) pakket A, OCB
baksteenhoudend kwaliteitsbepaling bovengrond, matig
pakket A, OCB
baksteenhoudend, zwak kolengruisen grindhoudend MM02
01, 11 (0,00 - 0,50)
Klei
07 (0,50 - 0,90)
kwaliteitsbepaling (voormalige)
pakket A, OCB
bovengrond, zintuiglijk schoon
12 (0,00 - 0,45) MM03
01 (1,00 - 1,50)
Zand
07 (0,90 – 2,00)
kwaliteitsbepaling ondergrond,
pakket A
zintuiglijk schoon
12 (0,45 - 1,50) MM05
101,102, 105 (0,00 - 0,50) Klei
kwaliteitsbepaling bovengrond
104 (0,04 - 0,50)
rondom bedrijfswoning
pakket A, OCB
Tabel 4.2 Inzet grondwatermonsters ter analyse (Meng)
Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
Reden analyse
monsters 01-1-1
Analyse (parameters)
01
2,00 - 3,00
kwaliteitsbepaling grondwater
pakket B, As, Cr
4.2. Analyseresultaten De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming zijn weergegeven in de onderstaande tabel(len). Hierin wordt per stof of stofgroep een index tussen haakjes weergegeven. Wanneer in het monster geen gehalten groter dan de toetsingswaarde zijn gevonden, wordt een streepje “-“ getoond. De index tussen haakjes geeft het volgende aan:
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
18
index ≤ 0,00: gehalte onder de generieke achtergrond-/streefwaarde;
index (-): gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar index ≤ 0,01;
index > 0,00 en ≤ 1,00: gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar kleiner dan de interventiewaarde;
index > 1,00: gehalte groter de interventiewaarde.
De toetsingstabellen, waarin de getoetste analyseresultaten zijn opgenomen, zijn vermeld in Bijlage 4. Tabel 4.3 Overschrijdingstabel analyseresultaten grond(meng)monsters aan Wbb (Meng)
Boring + traject
> Achtergrondwaarde
> Interventiewaarde
monsters
(m-mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
09-1
09 (0,00 - 0,20)
Minerale olie C10 - C40 (0,23)
-
MM01
02, 03, 13 (0,00 - 0,50)
Minerale olie C10 - C40 (0,01)
-
PAK 10 VROM (0,21) DDE (som) (0,15) DDD (som) (-) MM02
01, 11 (0,00 - 0,50)
Hexachloorbutadieen ()
07 (0,50 - 0,90)
Hexachloorbenzeen (HCB) (-)
12 (0,00 - 0,45)
alfa-HCH (-)
-
beta-HCH (0,01) gamma-HCH (0,01) Heptachloor (-) Heptachloorepoxide (0,01) DDE (som) (0,4) DDD (som) (-) alfa-Endosulfan (-) Chloordaan (cis + trans) (0,01) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) (0,01) MM03
01 (1,00 - 1,50)
-
-
07 (0,90 – 2,00) 12 (0,45 - 1,50) MM05
101,102, 105 (0,00 - 0,50) Zink (0,03) 104 (0,04 - 0,50)
-
Kwik (-) Lood (0,07) DDE (som) (0,26) DDD (som) (-) DDT (som) (0,05)
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
19
Tabel 4.4 Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwatermonsters aan Wbb Monster
Peilbuis
01-1-1
01
Filterdiepte
> Streefwaarde
> Interventiewaarde
(m -mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
2,00 - 3,00
-
-
4.3. Interpretatie resultaten De in de bovengrond aangetoonde achtergrondwaarde-overschrijdingen voor lood, zink en kwik op het noordelijk terreindeel zijn te relateren aan het jarenlange gebruik van de onderzoekslocatie. Daarnaast zijn achtergrondwaarde-overschrijdingen voor OCB geconstateerd welke te relateren zijn aan het voormalige gebruik van de percelen in de directe omgeving van deze locatie als boomgaard. De in de bovengrond aangetoonde achtergrondwaarde-overschrijdingen voor minerale olie en PAK ter plaatse van het zuidelijk terreindeel zijn gerelateerd aan het jarenlange gebruik van de onderzoekslocatie en
de
bodemvreemde
bijmengingen.
Daarnaast
zijn
in
de
bovengrond
achtergrondwaarde-
overschrijdingen voor OCB geconstateerd welke zijn gerelateerd aan het voormalig gebruik van de locatie als boomgaard. In de ondergrond en het grondwater zijn geen achtergrond- en streefwaardeoverschrijdingen aangetoond voor de geanalyseerde parameters. De ondergrond en het grondwater ter plaatse van de huidige bedrijfswoning zijn niet onderzocht. Aangenomen wordt dat de kwaliteit van de ondergrond en het grondwater, mede op basis van de zintuiglijke waarnemingen, vergelijkbaar is met de kwaliteit ter plaatse van het zuidelijk gedeelte van het onderzoeksgebied.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
20
5. Conclusies en Aanbevelingen In dit hoofdstuk wordt de verontreinigingssituatie beschreven op basis van de onderzoeksresultaten. Vervolgens wordt deze getoetst aan de hypothese. Tenslotte wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven. 5.1. Conclusies De locatie betreft delen van een boerenerf. Het erf is grotendeels verhard met een mengsel van asfaltgranulaat met puin. Deze halfverharding is voor een beperkt deel binnen het onderzoeksgebied gelegen. Rondom de bedrijfswoning op het noordelijk terreindeel zijn geen bodemvreemde bijmenging in de bodem aangetroffen. Op het zuidelijk gedeelte is plaatselijk baksteenhoudende bovengrond gevonden. In de bovengrond van het noordelijk terreingedeelte, rondom de bedrijfswoning, zijn achtergrondwaardeoverschrijdingen voor lood, zink, kwik en OCB geconstateerd. In de bovengrond van het zuidelijk terreingedeelte zijn achtergrondwaarde-overschrijdingen voor minerale olie, PAK en OCB geconstateerd. In de ondergrond en het grondwater zijn geen achtergrond- en streefwaarde-overschrijdingen aangetoond voor de geanalyseerde parameters. 5.2. Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten.
Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Consequenties aangegeven. Noordelijk terreingedeelte, rondom bedrijfswoning Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met stoffen uit het standaardpakket voor landbodem en OCB. Deze hypothese dient te worden aangenomen.
Zuidelijk terreingedeelte, voormalige boomgaard Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met stoffen uit het standaardpakket voor landbodem en OCB. Deze hypothese dient te worden aangenomen.
Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese kan worden aangenomen. Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging met mogelijk van nature verhoogde concentraties arseen, chroom, barium en/of molybdeen. De hypothese onverdacht kan worden aangenomen.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
21
Gehele locatie Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s):
Boven- en ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese dient te worden verworpen.
Halfverharding: verdacht voor verontreiniging met asbest. Er is op verzoek van de opdrachtgever geen onderzoek uitgevoerd naar asbest in deze laag. Deze hypothese dient te worden gehandhaafd.
5.3. Consequenties De in het voorliggend document gerapporteerde resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek naar chemische parameters. De halfverharding op de locatie (grotendeels gelegen buiten het huidige onderzoeksgebied) bestaat uit (verouderd) asfaltgranulaat en puin. Het puin bestaat voornamelijk uit baksteen, beton, metselwerk en grind. Deze verhardingslaag dient hierdoor te worden gezien als asbestverdacht. Indien de halfverharding wordt hergebruikt op een ander perceel, wisselt van eigenaar of wordt afgevoerd dient deze alsnog te worden onderzocht op het voorkomen van asbest. Daarnaast dient de grond op het zuidelijk deel eveneens te worden gezien als verdacht op asbeshoudende materialen. Indien inzicht gewenst is in de eventuele aanwezigheid van asbest dient een asbestonderzoek conform de NEN 5707 danwel 5897 te worden uitgevoerd. Daarnaast wordt opgemerkt dat het asfaltgranulaat (grotendeels gelegen buiten het onderzoeksgebied) niet is onderzocht op teerhoudendheid. Uitsluitend asfalt dat volgens de CROW publicatie 210 als teervrij mag worden beschouwd (< 75 mg/kg.ds), kan tegen aanzienlijk gereduceerde kosten worden afgevoerd en milieubewust verwerkt. Geadviseerd wordt om bij voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van deze verharding het asfaltgranulaat te laten onderzoeken op teerhoudendheid conform de CROW 210.
In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. Er dient rekening te worden gehouden dat in de bovengrond tot 0,5 m-mv OCB aanwezig zijn. De afzetmogelijkheden in buurgemeenten op basis van hun Nota’s bodembeheer kunnen hierdoor beperkt worden. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) worden bepaald. Op de onderzoekslocatie zijn lagen met meer dan 50 % bodemvreemd materiaal aanwezig. Deze lagen zijn niet bemonsterd of geanalyseerd als grond omdat ze niet onder het beleid van de Wet bodembescherming vallen. Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
22
Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven-, en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden.
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
23
Achtergronddocumenten Onderstaande documenten vormen de basis voor divers milieuhygiënisch onderzoek op, aan en in bodem en bouwstoffen in Nederland. Wet- en regelgeving (vigerende versies op wetten.overheid.nl) 1.
Wet bodembescherming
2.
Circulaire Bodemsanering 2013
3.
Besluit Bodemkwaliteit
4.
Regeling Bodemkwaliteit
5.
Besluit asbestwegen milieubeheer
6.
Regeling nadere voorschriften asbestwegen milieubeheer
7.
Besluit Uniforme Saneringen
8.
Regeling Uniforme Saneringen
Normdocumenten 9.
Nederlands
Normalisatie
Instituut,
NEN
5707:2015/C2:2017,
Bodem
–
Inspectie
en
monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, ICS 13.080.01, Delft, augustus 2015 10. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5717:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.05, Delft, december 2017 11. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5720:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie, ICS 13.080.05, Delft, 1 december 2017 12. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5725:2017, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.01; 13.080.05, Delft, oktober 2017 13. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740:2009/A1:2016, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, ICS 13.080.05, Delft, januari 2009
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
24
14. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5897:2015/C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, ICS 13.030.30, Delft, augustus 2015 15. Nederlands Normalisatie Instituut, NTA 5755:2010, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, ICS 13.080.05, Delft, juli 2010 Richtlijnen en protocollen 16. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Richtlijnen en protocollen bodembeheer, www.sikb.nl/bodembeheer/richtlijnen 17. CROW, Publicatie 210, Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt - Selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, ISBN 978 90 6628 655 9, Ede, juni 2015 18. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Geactualiseerde versie 2 juli 2020), Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Den Haag, 2 juli 2020
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
25
Bijlage 1 Overzichtskaart ligging onderzoekslocatie
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
Bijlage 1
Ligging onderzoekslocatie
Schaal: 1:25.000
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
Bijlage 1
Bijlage 2 Situatietekening
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
Bijlage 2
asfaltgranulaat/ puin
l s ta en ard pa asfaltgranulaat/ puin
stelconplaten
ijf dr be ing on sw
puin/asfaltgranulaat
ds loo puin/asfaltgranulaat
asfaltgranulaat/ puin
puin
puin/asfaltgranulaat
stelconplaten puin
ak nb rde aa tp me ds loo
weiland
weiland
weiland weiland
weiland
Contouren onderzoekslocatie (voormalig) boomgaard toekomstige bebouwing paardenbak Meetpunten Boringen (m-mv) 0,5
Projectnummer: 23210059a
Tekenaar:
A.N. de Vries RAP01
Locatie:
Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
Tekeningnr:
2
Onderdeel:
verkennend bodemonderzoek
Papierformaat: A3
Peilbuis
Opdrachtgever: dhr. D. de Booij
1
Datum:
02-09-2021
Bijlage 3 Boorbeschrijvingen en -profielen Bijlage 3A Legenda en gat-/sleuf-/boorprofielen Bijlage 3B Onafhankelijkheidsverklaring
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
Bijlage 3
Bijlage 3A Legenda en gat-/sleuf-/boorprofielen
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
Bijlage 3
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Meetpunt:
01
Meetpunt:
02
Veldwerker:
G. de Feijter
Veldwerker:
G. de Feijter
Datum:
22-4-2021
Datum:
22-4-2021
X:
51390,58
X:
51372,39
Y:
373215,01
Y:
373218,28
Z (mv + NAP):
1,611
Z (mv + NAP):
1,63
0
0
Klei, matig zandig, zwak humeus
150
Klei, matig zandig, zwak humeus, resten baksteen, zwak kolengruishoudend
150
1
1 50
100
2 75
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend
3 50 4 150
Zand, matig fijn, zwak siltig
0 5
-50 6
-100 7 300
Meetpunt:
03
Meetpunt:
04
Veldwerker:
G. de Feijter
Veldwerker:
G. de Feijter
Datum:
22-4-2021
Datum:
22-4-2021
X:
51384,10
X:
51394,05
Y:
373226,67
Y:
373235,20
Z (mv + NAP):
1,643
Z (mv + NAP):
1,538
0
0
Klei, matig zandig, zwak humeus, matig baksteenhoudend
150 1
150 1 35
2
50
Meetpunt:
05
Meetpunt:
06
Veldwerker:
G. de Feijter
Veldwerker:
G. de Feijter
Datum:
22-4-2021
Datum:
22-4-2021
X:
51422,83
X:
51407,85
Y:
373254,71
Y:
373228,85
Z (mv + NAP):
1,764 0
150
1 50
Volledig puin, zwak zandhoudend, Gestaakt, puin bestaat voornamelijk uit baksteen
0
0 Volledig kiezel, zwak kolengruishoudend, zwak zandhoudend, Gestaakt
50
Volledig kiezel, zwak kolengruishoudend, zwak zandhoudend
Zand, matig fijn, zwak siltig
1 30
2 -50
50
Klei, sterk zandig
Projectcode: 23210059 Projectnaam: Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag Bijlage: 3
Meetpunt:
07
Meetpunt:
08
Veldwerker:
G. de Feijter
Veldwerker:
G. de Feijter
Datum:
22-4-2021
Datum:
22-4-2021
X:
51421,94
X:
51422,02
Y:
373238,54
Y:
373222,87
0
0 1
50
-50
0
0 Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei
Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei
1 50
-50 Klei, sterk zandig
2 90
Zand, matig fijn, sterk siltig
-100 3 -150 4 200
-200
Meetpunt:
09
Meetpunt:
10
Veldwerker:
G. de Feijter
Veldwerker:
G. de Feijter
Datum:
22-4-2021
Datum:
22-4-2021
X:
51433,92
X:
51444,54
Y:
373236,37
Y:
373227,55
Z (mv + NAP):
1,631
Z (mv + NAP):
1,299
0
1
150
20
2
0
Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend Zand, matig fijn, zwak siltig
Klei, matig zandig, zwak humeus 100
1
50
50
Meetpunt:
11
Meetpunt:
12
Veldwerker:
G. de Feijter
Veldwerker:
G. de Feijter
Datum:
22-4-2021
Datum:
22-4-2021
X:
51428,20
X:
51412,21
Y:
373212,39
Y:
373201,32
Z (mv + NAP):
1,278
Z (mv + NAP):
1,251
0
0
Klei, sterk zandig, zwak humeus 100
1
Klei, matig zandig, zwak humeus 100
1 45
50
Zand, matig fijn, zwak siltig 50
2 100
Zand, matig fijn, zwak siltig 0
3
-50
4 200
Projectcode: 23210059 Projectnaam: Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag Bijlage: 3
Meetpunt:
13
Meetpunt:
14
Veldwerker:
G. de Feijter
Veldwerker:
G. de Feijter
Datum:
22-4-2021
Datum:
22-4-2021
X:
51402,24
X:
51395,84
Y:
373214,20
Y:
373189,18
Z (mv + NAP):
1,734
Z (mv + NAP):
1,361
0
150
0
Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak grindhoudend, laagjes zand
1
Klei, matig zandig, zwak humeus 1 100
50
50
Meetpunt:
15
Meetpunt:
101
Veldwerker:
G. de Feijter
Veldwerker:
G. de Feijter
Datum:
22-4-2021
Datum:
24-6-2021
X:
51385,42
X:
51358,52
Y:
373201,15
Y:
373272,11
Z (mv + NAP):
1,409 0
1 100
0
0 Klei, matig zandig, zwak humeus, resten hout
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus 1 50
-50
Meetpunt:
102
Meetpunt:
103
Veldwerker:
G. de Feijter
Veldwerker:
G. de Feijter
Datum:
24-6-2021
Datum:
24-6-2021
X:
51352,81
X:
51359,39
Y:
373282,48
Y:
373293,25
Z (mv + NAP):
1,607 0
0
0 Klei, zwak zandig, zwak humeus
150 1
80% asfaltgranulaat/20% puin bestaande uit: baksteen, grind,
1 50
50
-50
Klei, matig zandig 2 100
-100
Meetpunt:
104
Meetpunt:
105
Veldwerker:
G. de Feijter
Veldwerker:
G. de Feijter
Datum:
24-6-2021
Datum:
24-6-2021
X:
51340,56
X:
51337,51
Y:
373298,51
Y:
373306,00
Z (mv + NAP):
1,3508
0 3 4
0
0
Volledig kiezel Worteldoek
1 -50
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus
Klei, zwak zandig, zwak humeus 1 100 50
Projectcode: 23210059 Projectnaam: Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag Bijlage: 3
Meetpunt:
106
Veldwerker:
G. de Feijter
Datum:
24-6-2021
X:
51352,79
Y:
373317,35
Z (mv + NAP):
1,4746 0
Klei, zwak zandig, zwak humeus 1 100
50
Projectcode: 23210059 Projectnaam: Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag Bijlage: 3
Bijlage 3B Onafhankelijkheidsverklaring
Ik verklaar dat het milieukundig veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 versie 6.0. G. de Feijter 2001 2002 2003 2018 V.G. Cheglov 2001 2002 2003 2018
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
Bijlage 3
Bijlage 4 Toetsingstabellen Bijlage 4A Grond chemisch, Wet bodembescherming Bijlage 4B Grondwater chemisch, Wet bodembescherming
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
Bijlage 4
Bijlage 4A Grond chemisch, Wet bodembescherming
23210059a
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag
Bijlage 4
Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming in mg/kg.ds Grondmonster Grondsoort Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus (%ds) Lutum (%ds) Datum van toetsing METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PAK Naftaleen PAK 10 VROM
09-1 Klei 2021067678 09 0,00 - 0,20 2,50 15,50 3-5-2021 Meetw
Index
32 0,25 4,7 9,1 0,065 17 <1,5 11 47
62 (6) 0,37 8,8 14,4 0,082 23 <1,1 19 78
-0,02 -0,04 -0,17 -0 -0,06 -0 -0,24 -0,11
<0,05
GSSD
25 0,27 6,2 10 0,071 18 <1,5 14 51
36 (6) 0,38 8,8 14 0,083 23 <1,1 19 71
-0,02 -0,04 -0,17 -0 -0,06 -0 -0,24 -0,12
<0,05
<0,04 0,38
-0,03
<0,04 9,49
<0,020
-0
<0,003 <0,003
-0
<0,0084
-0
<0,003 <0,003 <0,0056
0 0 0
<0,001 <0,001
<0,003 0 <0,003 <0,003 0 <0,0056 0 0,016 -0,12
<0,001 <0,001 <0,001
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbenzeen (HCB) Aldrin Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH Heptachloorepoxide Heptachloorepoxide (som 0.7 factor) Heptachloor Hexachloorbutadieen alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT (som) DDT (som, 0.7 factor) DDE (som) DDE (som, 0.7 factor) DDD (som) DDD (som, 0.7 factor) DDT,DDE,DDD (som, 0.7 factor) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm gamma-HCH
GSSD
MM01 Klei 2021067678 02, 03, 13 0,00 - 0,50 3,00 10,00 3-5-2021 Meetw
<0,001 <0,001
<0,001 <0,001 0,0014 <0,001 <0,001 <0,001
<0,001 <0,001
<24 (6) 0,39 6,3 13,8 0,083 21 <1,1 14,0 66
-0,02 -0,05 -0,17 -0 -0,06 -0 -0,32 -0,13
<0,05 0,21
<0,04 0,58
-0,02
<0,016
-0
<0,018
-0
<0,002 <0,002
-0
0,013 (41) 0,013 (41)
0
<0,0070
-0
0,038
0,01
<0,002 <0,002 <0,0047
0 0 0
<0,005 <0,005
<0,002 0 <0,002 <0,002 0 <0,0047 0 0,062 -0,09
<0,005 <0,005 <0,005
0,44
0,15
0,13 0,011
0,045 0,013
0,026
0,16
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 320 1280
0,23
0,4
0
0,11
0
0,34 0,58
-0
0,98
0,032
0,14 <0,003
0,013 (41) 0 0,013 (41,5) 0,013 (41) 0 0,025 0,01 0,14 -0,04
0,27
-0
0,0028
0,013 (41) 0 0,013 (41) 0,01 0,025 0,01
0,041
-0,01
0,019
<0,005 <0,005
0,007
0,019 0,075
Index
<20 0,27 3,8 9,2 0,068 16 <1,5 8,9 43
0,0014
0,0039
<0,001
Index
MM02 Klei 2021067678 01, 07, 11, 12 0,00 - 0,90 2,80 12,20 3-5-2021 Meetw GSSD