CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-02-23 Bijlage 4. Bodemonderzoek

commissie Omgeving 23 februari 2022, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Buitengebied, Grote Huissenspolderweg 6 (Zaamslag)'18.391 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag Project 23210059a 2 september 2021

Opdrachtgever:

dhr. D. de Booij Saffierdreef 3 4533 AN TERNEUZEN

Opgesteld door:

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Auteur:

A.N. de Vries, MSc

Autorisatie:

dhr. H. Seffelaar

i.o.

Interim-manager SMA Zeeland B.V.

2001, 2002

Inhoudsopgave SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 1 CONCLUSIES ......................................................................................................................................... 1 TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ............................................................................................ 1 CONSEQUENTIES .................................................................................................................................. 2 1. INLEIDING................................................................................................................................................ 4 1.1. AANLEIDING EN DOEL ................................................................................................................... 4 1.2. REFERENTIEKADER ....................................................................................................................... 4 1.3. BETROUWBAARHEID ..................................................................................................................... 5 2. VOORONDERZOEK ................................................................................................................................ 7 2.1.

ALGEMENE BODEM- EN LOCATIEGEGEVENS ............................................................................ 7 2.2. HISTORISCHE KAARTEN, LUCHTFOTO’S EN OVERIG BEELDMATERIAAL ............................. 10 2.3. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .............................................................. 10 2.4. INTERPRETATIE VERWACHTE MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT ............................. 11 2.5. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................. 13 3. VELDWERK ........................................................................................................................................... 16 3.1. VELDWERK NOORDELIJK TERREINGEDEELTE ........................................................................ 16 3.2. VELDWERK ZUIDELIJK TERREINGEDEELTE ............................................................................. 16 4. ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................................................. 18 4.1. ANALYSESTRATEGIE ................................................................................................................... 18 4.2. ANALYSERESULTATEN ................................................................................................................ 18 4.3.

INTERPRETATIE RESULTATEN ................................................................................................... 20 5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 21 5.1. CONCLUSIES ................................................................................................................................ 21 5.2. TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ................................................................................... 21 5.3. CONSEQUENTIES ......................................................................................................................... 22 ACHTERGRONDDOCUMENTEN .............................................................................................................. 24 BIJLAGE 1 OVERZICHTSKAART LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING BIJLAGE 3 BOORBESCHRIJVINGEN EN -PROFIELEN BIJLAGE 4 TOETSINGSTABELLEN BIJLAGE 5 ANALYSERESULTATEN BIJLAGE 6 HISTORISCHE KAARTEN EN LUCHTFOTO’S BIJLAGE 7 FOTO’S

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

Samenvatting Door dhr. D. de Booij is aan SMA Zeeland B.V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag. Aanleiding tot dit bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en geplande herinrichting van de betreffende locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem met betrekking tot chemische parameters. Conclusies De locatie betreft delen van een boerenerf. Het erf is grotendeels verhard met een mengsel van asfaltgranulaat met puin. Deze halfverharding is voor een beperkt deel binnen het onderzoeksgebied gelegen. Rondom de bedrijfswoning op het noordelijk terreindeel zijn geen bodemvreemde bijmenging in de bodem aangetroffen. Op het zuidelijk gedeelte is plaatselijk baksteenhoudende bovengrond gevonden. In de bovengrond van het noordelijk terreingedeelte, rondom de bedrijfswoning, zijn achtergrondwaardeoverschrijdingen voor lood, zink, kwik en OCB geconstateerd. In de bovengrond van het zuidelijk terreingedeelte zijn achtergrondwaarde-overschrijdingen voor minerale olie, PAK en OCB geconstateerd. In de ondergrond en het grondwater zijn geen achtergrond- en streefwaarde-overschrijdingen aangetoond voor de geanalyseerde parameters.

Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Consequenties aangegeven. Noordelijk terreingedeelte, rondom bedrijfswoning Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met stoffen uit het standaardpakket voor landbodem en OCB. Deze hypothese dient te worden aangenomen.

Zuidelijk terreingedeelte, voormalige boomgaard Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met stoffen uit het standaardpakket voor landbodem en OCB. Deze hypothese dient te worden aangenomen.

Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese kan worden aangenomen.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

1

Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging met mogelijk van nature verhoogde concentraties arseen, chroom, barium en/of molybdeen. De hypothese onverdacht kan worden aangenomen.

Gehele locatie Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s): 

Boven- en ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese dient te worden verworpen.

Halfverharding: verdacht voor verontreiniging met asbest. Er is op verzoek van de opdrachtgever geen onderzoek uitgevoerd naar asbest in deze laag. Deze hypothese dient te worden gehandhaafd.

Consequenties De in het voorliggend document gerapporteerde resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek naar chemische parameters. De halfverharding op de locatie (grotendeels gelegen buiten het huidige onderzoeksgebied) bestaat uit (verouderd) asfaltgranulaat en puin. Het puin bestaat voornamelijk uit baksteen, beton, metselwerk en grind. Deze verhardingslaag dient hierdoor te worden gezien als asbestverdacht. Indien de halfverharding wordt hergebruikt op een ander perceel, wisselt van eigenaar of wordt afgevoerd dient deze alsnog te worden onderzocht op het voorkomen van asbest. Daarnaast dient de grond op het zuidelijk deel eveneens te worden gezien als verdacht op asbeshoudende materialen. Indien inzicht gewenst is in de eventuele aanwezigheid van asbest dient een asbestonderzoek conform de NEN 5707 danwel 5897 te worden uitgevoerd. Daarnaast wordt opgemerkt dat het asfaltgranulaat (grotendeels gelegen buiten het onderzoeksgebied) niet is onderzocht op teerhoudendheid. Uitsluitend asfalt dat volgens de CROW publicatie 210 als teervrij mag worden beschouwd (< 75 mg/kg.ds), kan tegen aanzienlijk gereduceerde kosten worden afgevoerd en milieubewust verwerkt. Geadviseerd wordt om bij voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van deze verharding het asfaltgranulaat te laten onderzoeken op teerhoudendheid conform de CROW 210.

In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. Er dient rekening te worden gehouden dat in de bovengrond tot 0,5 m-mv OCB aanwezig zijn. De afzetmogelijkheden in buurgemeenten op basis van hun Nota’s bodembeheer kunnen hierdoor beperkt worden. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) worden bepaald.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

2

Op de onderzoekslocatie zijn lagen met meer dan 50 % bodemvreemd materiaal aanwezig. Deze lagen zijn niet bemonsterd of geanalyseerd als grond omdat ze niet onder het beleid van de Wet bodembescherming vallen. Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt. Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven-, en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

3

1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel Door dhr. D. de Booij is aan SMA Zeeland B.V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag. Aanleiding tot dit bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en geplande herinrichting van de betreffende locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem met betrekking tot chemische parameters. 1.2. Referentiekader Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is afgeleid van de NEN 5740. Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, interpretatie en toetsing. Toetsingskader verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters (NEN 5740) De voor de standaardbodem (lutum 25% en organische stof 10%) gecorrigeerde analyseresultaten van de grond worden conform de Wet bodembescherming getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) en interventiewaarden. De analyseresultaten van het grondwater worden getoetst aan de streefwaarden en interventiewaarden. De achtergrondwaarden hebben betrekking op achtergrondgehalten van stoffen die van nature voorkomen, of op detectiegrenzen bij stoffen die niet van nature voorkomen. In principe is sprake van een onbeïnvloede bodemkwaliteit.

De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem) verontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde

gemeten

concentratie

van

minimaal

25

m

3

bodemvolume

in

het

geval

van

3

grondverontreiniging, of 100 m bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: -

moestuin/volkstuin, plaatsen waar vluchtige verbindingen aanwezig zijn in het grondwater in combinatie met hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

4

Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden worden in het vervolg, samenvattend, toetsingswaarden genoemd. De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (interventiewaarde barium voor een standaardbodem). 1.3. Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde bodemonderzoek is uitgevoerd op zorgvuldige wijze, in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001: 2015) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit van de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen. Het veldwerk is uitgevoerd door Sialtech B.V. (certificaatnummer VB-059-8) en SMA Zeeland B.V.

Het milieukundige veldwerk ten behoeve van het grond- en grondwateronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 en conform de hierbij van toepassing zijnde protocollen. De uitvoerende partijen beschikken hiertoe over het procescertificaat “Veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek” op basis van de Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002, 2003, 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en monsters. Eventueel onderzoek aan asfaltverharding, halfverhardingen en funderingsmaterialen valt niet onder de scope van de BRL SIKB 2000. In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaart de hierboven genoemde partij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. De laboratoriumanalyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Een bodemonderzoek is erop gericht met beperkte middelen vast te stellen of er bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het bodemonderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben.

Door beperkt aantal boringen, proefgaten, proefsleuven en analyses, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden. Het bodemonderzoek

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

5

garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is of anderszins, dat met het bodemonderzoek alle eventueel aanwezige verontreinigingen worden gedetecteerd. Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit. Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwrijp maken van de locatie of het aanvoeren van grond van elders. Een andere factor kan bijvoorbeeld zijn het transport van verontreinigende stoffen via het grondwater van buiten

de

onderzoekslocatie.

Gezien

deze

overwegingen,

dienen

de

hier

gerapporteerde

onderzoeksresultaten met meer voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan geen uitspraak worden gedaan over de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van asbest en/of het gehalte aan asbest in lagen waarop geen specifiek veld- en analytisch onderzoek is verricht. Dit betreft met name als “onverdacht voor verontreiniging met asbest” aangemerkte lagen. Hiervoor kan (aanvullend) onderzoek plaatsvinden conform de NEN 5707 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) en/of de NEN 5897 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan in principe geen uitspraak gedaan worden over de toepassingsmogelijkheden van eventueel van de locatie af te voeren grond. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform het Besluit bodemkwaliteit. SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

6

2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In NEN 5725:2017 zijn zeven mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. In onderhavig onderzoek is of zijn de volgende generieke aanleiding(en) van toepassing: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Op de locatie zijn een bedrijfswoning, paardenstal, loods, opslag-/werkschuur, loods met paardenbak en weiland aanwezig. De hieronder vermelde gegevens hebben betrekking tot het gehele erf van de Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag. Het te onderzoeken gebied beperkt zich tot de bodem rondom de bedrijfswoning en de loods met paardenbak en het omliggende weiland. Tabel 2.1. Overzicht algemene aspecten van de onderzoekslocatie Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Onderzoekslocatiegegevens en ligging Adres en plaats

Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

Kadaster

Burgerlijke gemeente

Terneuzen

Kadaster

Kadastrale gemeente

Terneuzen

Kadaster

Sectie(s)

S

Kadaster

Nummer(s) (gedeeltelijk)

Noordelijk onderzoeksgebied: 356, 358 en

Kadaster

1262 Zuidelijk onderzoeksgebied: 1339 2

Oppervlakte (m )

Noordelijk onderzoeksgebied: 895

Opdrachtgever

Zuidelijk onderzoeksgebied: 3 970 Gemiddelde hoogte (m1 t.o.v. NAP)

+1,3 tot +1,8

AHN

Ligging op kaart

zie bijlagen 1 en 2

Kadaster, SMA Zeeland B.V.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

7

Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Bodemopbouw Verhardingen

In de bedrijfsgebouwen zijn betonvloeren

Opdrachtgever

aanwezig.

SMA Zeeland B.V.

Rondom de bebouwing op het erf is een halfverharding aanwezig (grotendeels buiten de onderzoeksgebieden gelegen). De halfverharding bestaat uit asfaltgranulaat met puin (baksteen, beton, metselwerk, kolengruis en grind).

Rondom de bedrijfswoning op het noordelijk onderzoeksgebied liggen tegels en soortgelijke bestrating. Verder liggen aan de zuidzijde bij de paardenstal en de oostzijde van de schuur met paardenbak enkele stelconplaten en tegels. Antropogene lagen

Ja, ongebonden verhardingslagen

Opdrachtgever

Dempingen

Niet bekend

Provincie Zeeland (Geoloket of Bodem Informatie Systeem, BIS) Kadaster

Grondwaterbeheersplan

Zoetwatervoorkomen

Waterschap Scheldestromen

Geohydrologie

zie § 2.3

DINOloket

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart

A Buitengebied en naoorlogse woonwijken

(BKK)

Nota bodembeheer gemeente Terneuzen

BKK klasse bovengrond

Achtergrondwaarde

Nota bodembeheer

BKK klasse ondergrond

Achtergrondwaarde

Nota bodembeheer

BKK functieklasse

Natuur/landbouw/overig

Nota bodembeheer

Boomgaardenkaart (periode)

Noordelijk onderzoeksgebied

’t Zeeuws bodemvenster

(aangrenzende percelen ten oosten en

(Provincie Zeeland)

noordwesten): 1936 Zuidelijk onderzoeksgebied: 1960 en 1970 BKK klasse m.b.t. PFAS

Achtergrondwaarde

Nota bodembeheer

Aandachtsgebied lood

Nee

’t Zeeuws bodemvenster

Asbestkansenkaart

Grote kans op aanwezigheid van asbest,

Provincie Zeeland (BIS)

ter plaatse van de gebouwen op het noordelijk gedeelte van de onderzoekslocatie (buiten onderhavige onderzoeksgebied).

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

8

Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Voormalig stortplaats bekend

Nee

Opslagtanks bekend

Ja, een bovengrondse dieseltank in een

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS) Opdrachtgever

lekbak aan de oostgevel van de loods (buiten onderhavige onderzoeksgebied). Geval van ernstige

Nee

bodemverontreiniging bekend

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Wbb-beschikkingen bekend

Nee

Bodemdocumenten bekend

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS) Gemeente (BIS) Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik

Agrarisch

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Huidig gebruik

Wonen en faciliteiten benodigd voor het

Opdrachtgever

houden en trainen van paarden.

SMA Zeeland B.V.

Toekomstig gebruik

Wonen

Opdrachtgever

Geplande werkzaamheden

Nader te bepalen.

Opdrachtgever

Aard bebouwing

Noordelijk gedeelte: bedrijfswoning

Kadaster, BAG

Zuidelijk gedeelte: loods met paardenbak Overig: Paardenstal, werkschuur en een loods. Periode bebouwing

Bedrijfswoning, paardenstal en

Kadaster, BAG

werkschuur: 1920 Loods: 1970 Loods met paardenbak: 2001 Bedrijventerrein

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of

Calamiteiten bekend

Nee

Opdrachtgever

Bodembedreigende activiteiten

Bestrijdingsmiddelenopslag (zie hierna).

Gemeente (BIS)

BIS)

bekend (anders dan bovenstaand)

RUD Zeeland

Relevante vergunningen

In augustus 1999 is een uitbreiding van het

Gemeente (BIS)

beschikbaar

akkerbouwbedrijf van dhr. J.E.G.M.

RUD Zeeland

Michielsen doorgegeven aan het bevoegd gezag. Op de bijgesloten tekening staan een voormalige bestrijdingsmiddelen opslag en bovengrondse dieseltank aangegeven. Deze is buiten het onderhavige onderzoeksgebied gelegen.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

9

Algemene onderzoeksaspecten Toepassing asbestverdachte

Bron(houder) Onbekend

Opdrachtgever

Noordelijk gedeelte:

SMA Zeeland B.V.

materialen Terreinverkenning Bijzonderheden

Geen bijzonderheden te melden met betrekking tot de bodem rondom de bedrijfswoning.

Zuidelijk gedeelte: In de paardenbak is een laag zand van ca. 40 cm aanwezig. Dit zand maakt op verzoek van de opdrachtgever geen onderdeel uit van het onderhavig onderzoek.

De loods met paardenbak staat ca. 0,5 m hoger dan het ten oosten en zuiden gelegen weiland.

Door de dichte begroeiing rondom de loods kon het maaiveld niet goed worden bekeken.

2.2. Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal Uit historische kaarten (bronhouder: Kadaster) en luchtfoto’s (bronhouder: Provincie Zeeland (Geoloket)) kan worden opgemaakt dat het noordelijk gedeelte van de onderzoekslocatie in de tweede helft van de 19

de

eeuw al bebouwd was. Ten oosten en noordwesten van het noordelijke gedeelte van het

onderzoeksgebied en het grootste gedeelte van het zuidelijk gedeelte van de onderzoekslocatie is tot en met de jaren 90 een boomgaard aanwezig geweest. Op het zuidelijk gedeelte van de locatie zijn de laatste rijen bomen in 2007-2008 verwijderd. Begin 2000 is loods met paardenbak op de onderzoekslocatie gebouwd. Sindsdien is er weinig op de locatie veranderd. Zie verder Bijlage 6. 2.3. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het onderstaande

vereenvoudigde

bodemmodel

geformuleerd.

De

werkelijke

bodemopbouw

en

grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

10

Figuur 1. Gemodelleerde bodemopbouw tot 5 m-mv. 2.4. Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen:

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

11

A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? 

De horizontale begrenzingen van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in Bijlage 2. Het grondonderzoek beperkt zich tot een maximale diepte van 2,0 m-mv. Het grondwateronderzoek beperkt zich tot een diepte van 1,5 m- de grondwaterstand die tijdens het veldwerk zal worden aangetroffen.

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? 

De gebruiksperiode voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) (jaren 40-70 met een hoogtepunt in de jaren 50, enkele tot eind jaren 90) komt overeen de gebruiksperiode als boomgaard. Mogelijk zijn in het verleden OCB gebruikt op de locatie of in de omgeving. Deze OCB zijn persistent en kunnen in de bovengrond worden aangetroffen. Door verstuiving/wind kunnen OCB tot tientallen meters rondom de toepassingslocatie aanwezig zijn. Er vindt zelden verspreiding naar de ondergrond en zeer zelden naar het grondwater plaats.

Veder is sprake van diffuse, antropogene bodembelasting met heterogene verdeling op schaal van monstername als gevolg van het jarenlange gebruik van de locatie. Concrete puntbronnen zijn niet aan te wijzen. De risicostoffen betreffen de parameters uit het standaardpakket voor landbodem.

Is de bodem asbestverdacht? 

De grond op de onderzoekslocatie is op voorhand niet asbestverdacht. Indien tijdens de veldwerkzaamheden asbestverdachte materialen of asbestverdachte bijmengingen (puin, beton of afval) in de bodem worden aangetroffen, dient wel te worden uitgegaan van een locatie verdacht voor bodemverontreiniging met asbest.

De halfverharding op de onderzoekslocatie bestaat uit (verouderd) asfaltgranulaat en puin. Het puin is asbestverdacht. De halfverharding valt buiten de scope van het voorliggend onderzoek en zal niet worden onderzocht.

Wat is de bodemopbouw en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? 

De bodemopbouw kan op voorhand niet met zekerheid worden bepaald. In Zeeland worden zand en klei doorgaans in afwisselende mate en opbouw in de deklaag gevonden, waarbij vanaf 1,5 mmv soms ook veenlagen worden aangetroffen. Dit is sterk afhankelijk van de precieze onderzoekslocatie en historische, natuurlijke en antropogene processen welke de huidige Zeeuwse Delta hebben gecreëerd. Vermoedelijk is er wel een verschil tussen de boven- en ondergrond als gevolg van (vaak historische) antropogene activiteiten.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

12

Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? 

Als gevolg van natuurlijke bodemprocessen worden arseen, barium, chroom en molybdeen in Zeeland regelmatig in van nature verhoogde concentraties aangetroffen in het freatische grondwater. In de grond zijn dan niet altijd verhoogde gehalten aantoonbaar en concentraties kunnen fluctueren. Voor barium en chroom geldt dat de natuurlijke achtergrondconcentraties in brak grondwater doorgaans wat hoger zijn dan in zoet grondwater (RIVM briefrapport 20170125).

Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn (zeer) zorgwekkende stoffen die al vele decennia worden gebruikt in vele processen en producten. Deze stoffen worden niet enkel lokaal bij puntbronnen (b.v. teflonproducende en -verwerkende bedrijven, galvanisatiebedrijven, brand(oefen)plaatsen) aangetroffen, maar zijn inmiddels ook als diffuse verontreiniging in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetroffen. Voor deze stoffen is een tijdelijk handelingskader opgesteld en op 8 juli 2019 gepubliceerd en op 2 juli 2020 geactualiseerd. In 2020 en 2021 zijn Zeeuwse bodemkwaliteitskaarten voor PFAS gepubliceerd die een regionaal beeld geven van de bodemkwaliteit m.b.t. PFAS. De huidige locatie kent geen puntbronnen en ligt niet in één van de aandachtsgebieden. Er is geen aanleiding voor veld- en analytisch onderzoek naar PFAS28+2; de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart biedt voldoende informatie.

Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. 

Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.

Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? 

Zie § 2.5.

2.5. Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende (gestandaardiseerde) onderzoekshypotheses geformuleerd waarbij in voorkomende gevallen onderscheid is gemaakt tussen separaat te onderzoeken terreingedeeltes.

Er

wordt

bodemverontreinigingssituatie

tevens

met

onderscheid

betrekking

tot

gemaakt

chemische

tussen

parameters

en

de

verwachte

de

verwachte

verontreinigingssituatie met betrekking tot asbest.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

13

Tabel 2.2. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar chemische parameters Bodemcompartiment /

Hypothese (NEN 5725)

Analyseparameters

Strategie

traject

(NEN 5740)

Noordelijk terreingedeelte, rondom bedrijfswoning Bovengrond

verdachte locatie, diffuse

standaard parameters voor

bodembelasting en heterogene

landbodem (pakket A), OCB

VED-HE-NL

verdeling op schaal van monsterneming Zuidelijk terreingedeelte, voormalige boomgaard* Bovengrond

verdachte locatie, diffuse

standaard parameters voor

bodembelasting en heterogene

landbodem (pakket A), OCB

VED-HE-NL

verdeling op schaal van monsterneming Ondergrond

onverdachte, kleinschalige locatie

pakket A

ONV-NL

Grondwater

onverdachte, kleinschalige locatie

standaard parameters voor

ONV-NL

met mogelijk van nature verhoogde

grondwater (pakket B), As, Cr

concentraties arseen, chroom, barium en/of molybdeen * Op verzoek van de opdrachtgever maakt onderzoek naar het zand in de paardenbak geen onderdeel uit van het voorliggend onderzoek. pakket A:

standaardpakket onderzoek landbodem: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, PCB 7, PAK10 (VROM), minerale olie (GC), percentages lutum en organische stof;

pakket B:

standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, vluchtige aromaten (BTEXSN), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl), minerale olie;

OCB:

organochloorbestrijdingsmiddelen;

As, Cr:

arseen, chroom.

Tabel 2.3. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar asbest Bodemcompartiment /

Hypothese (NEN 5725)

traject

Strategie* (NEN 5707 cq. 5897)

Gehele locatie Bovengrond

onverdachte, kleinschalige locatie

geen

Ondergrond

onverdachte, kleinschalige locatie

geen

Halfverharding

verdachte halfverharding, diffuse belasting met heterogene

VED-HE**

verdeling op schaal van monsterneming *op basis van NEN 5707 is er in geval van een voor bodemverontreiniging met asbest onverdachte locatie geen verplichting tot vervolgonderzoek in de vorm van veld- en analytisch onderzoek, tenzij op basis van voortschrijdend inzicht de hypothese van een asbest-onverdachte locatie dient te worden gewijzigd.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

14

Ook een vervolgonderzoek naar asbest in niet-vormgegeven bouwstoffen volgens NEN 5897 in de vorm van veld- en analytisch onderzoek is niet van toepassing in geval van (op basis van NEN 5725) asbest-onverdachte, nietvormgegeven bouwstoffen. ** de halfverhardingen op de onderzoekslocatie bestaat uit (verouderd) asfaltgranulaat en puin. Asfalt is niet asbestverdacht. Het puin bestaande uit baksteen, beton en metselwerk dient wel te worden gezien als asbestverdacht. De halfverharding maakt op verzoek van de opdrachtgever geen onderdeel uit van het voorliggend onderzoek. Indien de halfverharding wordt hergebruikt op een ander perceel, wisselt van eigenaar of wordt afgevoerd dient deze alsnog te worden geanalyseerd op asbest.

Een beschrijving van de veldwerkzaamheden en de resultaten daarvan, volgt in hoofdstuk 3.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

15

3. Veldwerk In dit hoofdstuk worden de uitvoering en de resultaten van het veldwerk besproken. De boorlocaties zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 2. Peilbuis 01 is ter plaatse van de te realiseren woning geplaatst. De overige boringen zijn verdeeld over de terreingedeeltes geplaatst. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de bodemopbouw en de eventuele aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen wordt verwezen naar de veldwerkgegevens in Bijlage 3. 3.1. Veldwerk noordelijk terreingedeelte Het veldwerk is op 24 juni 2021 uitgevoerd door de erkende veldwerker G. de Feijter (SMA Zeeland B.V.) conform de in paragraaf 2.5 vermelde onderzoeksstrategie. Er zijn in totaal 6 boringen geplaatst, zoals hieronder weergegeven: Boringen 101 t/m 106 

5 boringen tot ca. 0,5 m-mv;

1 boring tot ca. 1,0 m-mv.

De laag met bodemvreemdmateriaal ter plaatse van boring 103 bij de bedrijfswoning bestaat uit asfaltgranulaat en puin. Het puin bestaat uit baksteen en grind. De halfverharding dient vanwege het puin te worden beschouwd als asbestverdacht. Doordat deze lagen voor meer dan 50 % uit bodemvreemd materiaal bestaan, is er volgens de Wet bodembescherming (Wbb) geen sprake van grond en vallen deze lagen zodoende niet onder het beleid van de Wet bodembescherming. Deze lagen zijn niet als grond bemonsterd/geanalyseerd. De onderliggende grondlaag en de (kale) bovengrond op de locatie bestaat uit klei. In de grond werden geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. 3.2. Veldwerk zuidelijk terreingedeelte Het veldwerk is op 22 april 2021 uitgevoerd door de erkende veldwerker G. de Feijter (SMA Zeeland B.V.) conform de in paragraaf 2.5 vermelde onderzoeksstrategie. Er zijn in totaal 15 boringen geplaatst, zoals hieronder weergegeven: Boringen 01 t/m 15 

12 boringen tot ca. 0,5 m-mv;

2 boringen tot ca. 2,0 m-mv;

1 boring tot in het freatische grondwater afgewerkt met peilbuis.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

16

Uit veldwaarnemingen blijkt dat de bodem op het buitenterrein tot gemiddeld 0,5 m-mv bestaat uit klei en inpandig onder het zand in de paardenbak tot ca. 0,9 m-mv. De ondergrond op de locatie bestaat uit zand. Plaatselijk werd zwak en matig baksteenhoudende grond aangetroffen. Dit materiaal dient gezien de gebruiksgeschiedenis van de locatie te worden beschouwd als asbestverdacht. Verder zijn plaatselijk zwakke bijmengingen van grind en kolengruis gevonden. De grondwaterstand is tijdens het veldwerk bepaald op1,5 m-mv. Ter plaatse van 04 en 05 zijn kiezellagen aangetroffen met zwakke bijmenging van kolengruis en zand. In boring 04 is hieronder een puinlaag bestaande uit baksteen gevonden. De puinlaag dient te worden gezien als asbestverdacht. Doordat deze lagen voor meer dan 50 % uit bodemvreemd materiaal bestaan, is er volgens de Wet bodembescherming (Wbb) geen sprake van grond en vallen deze lagen zodoende niet onder

het

beleid

van

de

Wet

bodembescherming.

Deze

lagen

zijn

niet

als

grond

bemonsterd/geanalyseerd. Het grondwater is bemonsterd op 30 april 2021 door de hiertoe erkende veldwerker V.G. Cheglov (Sialtech B.V.). In peilbuis 01 is een grondwaterstijghoogte gemeten van 1,55 m-mv. Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen afwijkingen geconstateerd. De bepalingen van de grondwaterstijghoogte, zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater (zie Bijlage 4B) geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

17

4. Analytisch onderzoek In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de keuze van de geanalyseerde monsters en de parameters waarop deze zijn geanalyseerd. Vervolgens worden de analyseresultaten gepresenteerd evenals de eventuele overschrijdingen van de toetsingswaarden. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in Bijlage 5. 4.1. Analysestrategie Hieronder is tabelgewijs weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet. Ook is weergegeven op welke parameters is geanalyseerd. Tabel 4.1 Inzet grond(meng)monsters ter analyse (Meng)

Boring + traject

Grondsoort

Reden analyse

monsters

(m-mv)

09-1

09 (0,00 - 0,20)

Klei

kwaliteitsbepaling bovengrond, zwak

MM01

02, 03, 13 (0,00 - 0,50)

Klei

Analyse (parameters) pakket A, OCB

baksteenhoudend kwaliteitsbepaling bovengrond, matig

pakket A, OCB

baksteenhoudend, zwak kolengruisen grindhoudend MM02

01, 11 (0,00 - 0,50)

Klei

07 (0,50 - 0,90)

kwaliteitsbepaling (voormalige)

pakket A, OCB

bovengrond, zintuiglijk schoon

12 (0,00 - 0,45) MM03

01 (1,00 - 1,50)

Zand

07 (0,90 – 2,00)

kwaliteitsbepaling ondergrond,

pakket A

zintuiglijk schoon

12 (0,45 - 1,50) MM05

101,102, 105 (0,00 - 0,50) Klei

kwaliteitsbepaling bovengrond

104 (0,04 - 0,50)

rondom bedrijfswoning

pakket A, OCB

Tabel 4.2 Inzet grondwatermonsters ter analyse (Meng)

Peilbuis

Filterdiepte (m -mv)

Reden analyse

monsters 01-1-1

Analyse (parameters)

01

2,00 - 3,00

kwaliteitsbepaling grondwater

pakket B, As, Cr

4.2. Analyseresultaten De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming zijn weergegeven in de onderstaande tabel(len). Hierin wordt per stof of stofgroep een index tussen haakjes weergegeven. Wanneer in het monster geen gehalten groter dan de toetsingswaarde zijn gevonden, wordt een streepje “-“ getoond. De index tussen haakjes geeft het volgende aan:

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

18

index ≤ 0,00: gehalte onder de generieke achtergrond-/streefwaarde;

index (-): gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar index ≤ 0,01;

index > 0,00 en ≤ 1,00: gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar kleiner dan de interventiewaarde;

index > 1,00: gehalte groter de interventiewaarde.

De toetsingstabellen, waarin de getoetste analyseresultaten zijn opgenomen, zijn vermeld in Bijlage 4. Tabel 4.3 Overschrijdingstabel analyseresultaten grond(meng)monsters aan Wbb (Meng)

Boring + traject

> Achtergrondwaarde

> Interventiewaarde

monsters

(m-mv)

(0 < index <= 1,0)

(index > 1)

09-1

09 (0,00 - 0,20)

Minerale olie C10 - C40 (0,23)

-

MM01

02, 03, 13 (0,00 - 0,50)

Minerale olie C10 - C40 (0,01)

-

PAK 10 VROM (0,21) DDE (som) (0,15) DDD (som) (-) MM02

01, 11 (0,00 - 0,50)

Hexachloorbutadieen ()

07 (0,50 - 0,90)

Hexachloorbenzeen (HCB) (-)

12 (0,00 - 0,45)

alfa-HCH (-)

-

beta-HCH (0,01) gamma-HCH (0,01) Heptachloor (-) Heptachloorepoxide (0,01) DDE (som) (0,4) DDD (som) (-) alfa-Endosulfan (-) Chloordaan (cis + trans) (0,01) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) (0,01) MM03

01 (1,00 - 1,50)

-

-

07 (0,90 – 2,00) 12 (0,45 - 1,50) MM05

101,102, 105 (0,00 - 0,50) Zink (0,03) 104 (0,04 - 0,50)

-

Kwik (-) Lood (0,07) DDE (som) (0,26) DDD (som) (-) DDT (som) (0,05)

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

19

Tabel 4.4 Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwatermonsters aan Wbb Monster

Peilbuis

01-1-1

01

Filterdiepte

> Streefwaarde

> Interventiewaarde

(m -mv)

(0 < index <= 1,0)

(index > 1)

2,00 - 3,00

-

-

4.3. Interpretatie resultaten De in de bovengrond aangetoonde achtergrondwaarde-overschrijdingen voor lood, zink en kwik op het noordelijk terreindeel zijn te relateren aan het jarenlange gebruik van de onderzoekslocatie. Daarnaast zijn achtergrondwaarde-overschrijdingen voor OCB geconstateerd welke te relateren zijn aan het voormalige gebruik van de percelen in de directe omgeving van deze locatie als boomgaard. De in de bovengrond aangetoonde achtergrondwaarde-overschrijdingen voor minerale olie en PAK ter plaatse van het zuidelijk terreindeel zijn gerelateerd aan het jarenlange gebruik van de onderzoekslocatie en

de

bodemvreemde

bijmengingen.

Daarnaast

zijn

in

de

bovengrond

achtergrondwaarde-

overschrijdingen voor OCB geconstateerd welke zijn gerelateerd aan het voormalig gebruik van de locatie als boomgaard. In de ondergrond en het grondwater zijn geen achtergrond- en streefwaardeoverschrijdingen aangetoond voor de geanalyseerde parameters. De ondergrond en het grondwater ter plaatse van de huidige bedrijfswoning zijn niet onderzocht. Aangenomen wordt dat de kwaliteit van de ondergrond en het grondwater, mede op basis van de zintuiglijke waarnemingen, vergelijkbaar is met de kwaliteit ter plaatse van het zuidelijk gedeelte van het onderzoeksgebied.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

20

5. Conclusies en Aanbevelingen In dit hoofdstuk wordt de verontreinigingssituatie beschreven op basis van de onderzoeksresultaten. Vervolgens wordt deze getoetst aan de hypothese. Tenslotte wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven. 5.1. Conclusies De locatie betreft delen van een boerenerf. Het erf is grotendeels verhard met een mengsel van asfaltgranulaat met puin. Deze halfverharding is voor een beperkt deel binnen het onderzoeksgebied gelegen. Rondom de bedrijfswoning op het noordelijk terreindeel zijn geen bodemvreemde bijmenging in de bodem aangetroffen. Op het zuidelijk gedeelte is plaatselijk baksteenhoudende bovengrond gevonden. In de bovengrond van het noordelijk terreingedeelte, rondom de bedrijfswoning, zijn achtergrondwaardeoverschrijdingen voor lood, zink, kwik en OCB geconstateerd. In de bovengrond van het zuidelijk terreingedeelte zijn achtergrondwaarde-overschrijdingen voor minerale olie, PAK en OCB geconstateerd. In de ondergrond en het grondwater zijn geen achtergrond- en streefwaarde-overschrijdingen aangetoond voor de geanalyseerde parameters. 5.2. Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten.

Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Consequenties aangegeven. Noordelijk terreingedeelte, rondom bedrijfswoning Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met stoffen uit het standaardpakket voor landbodem en OCB. Deze hypothese dient te worden aangenomen.

Zuidelijk terreingedeelte, voormalige boomgaard Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met stoffen uit het standaardpakket voor landbodem en OCB. Deze hypothese dient te worden aangenomen.

 

Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese kan worden aangenomen. Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging met mogelijk van nature verhoogde concentraties arseen, chroom, barium en/of molybdeen. De hypothese onverdacht kan worden aangenomen.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

21

Gehele locatie Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s): 

Boven- en ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese dient te worden verworpen.

Halfverharding: verdacht voor verontreiniging met asbest. Er is op verzoek van de opdrachtgever geen onderzoek uitgevoerd naar asbest in deze laag. Deze hypothese dient te worden gehandhaafd.

5.3. Consequenties De in het voorliggend document gerapporteerde resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek naar chemische parameters. De halfverharding op de locatie (grotendeels gelegen buiten het huidige onderzoeksgebied) bestaat uit (verouderd) asfaltgranulaat en puin. Het puin bestaat voornamelijk uit baksteen, beton, metselwerk en grind. Deze verhardingslaag dient hierdoor te worden gezien als asbestverdacht. Indien de halfverharding wordt hergebruikt op een ander perceel, wisselt van eigenaar of wordt afgevoerd dient deze alsnog te worden onderzocht op het voorkomen van asbest. Daarnaast dient de grond op het zuidelijk deel eveneens te worden gezien als verdacht op asbeshoudende materialen. Indien inzicht gewenst is in de eventuele aanwezigheid van asbest dient een asbestonderzoek conform de NEN 5707 danwel 5897 te worden uitgevoerd. Daarnaast wordt opgemerkt dat het asfaltgranulaat (grotendeels gelegen buiten het onderzoeksgebied) niet is onderzocht op teerhoudendheid. Uitsluitend asfalt dat volgens de CROW publicatie 210 als teervrij mag worden beschouwd (< 75 mg/kg.ds), kan tegen aanzienlijk gereduceerde kosten worden afgevoerd en milieubewust verwerkt. Geadviseerd wordt om bij voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van deze verharding het asfaltgranulaat te laten onderzoeken op teerhoudendheid conform de CROW 210.

In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. Er dient rekening te worden gehouden dat in de bovengrond tot 0,5 m-mv OCB aanwezig zijn. De afzetmogelijkheden in buurgemeenten op basis van hun Nota’s bodembeheer kunnen hierdoor beperkt worden. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) worden bepaald. Op de onderzoekslocatie zijn lagen met meer dan 50 % bodemvreemd materiaal aanwezig. Deze lagen zijn niet bemonsterd of geanalyseerd als grond omdat ze niet onder het beleid van de Wet bodembescherming vallen. Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

22

Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven-, en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden.

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

23

Achtergronddocumenten Onderstaande documenten vormen de basis voor divers milieuhygiënisch onderzoek op, aan en in bodem en bouwstoffen in Nederland. Wet- en regelgeving (vigerende versies op wetten.overheid.nl) 1.

Wet bodembescherming

2.

Circulaire Bodemsanering 2013

3.

Besluit Bodemkwaliteit

4.

Regeling Bodemkwaliteit

5.

Besluit asbestwegen milieubeheer

6.

Regeling nadere voorschriften asbestwegen milieubeheer

7.

Besluit Uniforme Saneringen

8.

Regeling Uniforme Saneringen

Normdocumenten 9.

Nederlands

Normalisatie

Instituut,

NEN

5707:2015/C2:2017,

Bodem

–

Inspectie

en

monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, ICS 13.080.01, Delft, augustus 2015 10. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5717:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.05, Delft, december 2017 11. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5720:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie, ICS 13.080.05, Delft, 1 december 2017 12. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5725:2017, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.01; 13.080.05, Delft, oktober 2017 13. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740:2009/A1:2016, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, ICS 13.080.05, Delft, januari 2009

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

24

14. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5897:2015/C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, ICS 13.030.30, Delft, augustus 2015 15. Nederlands Normalisatie Instituut, NTA 5755:2010, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, ICS 13.080.05, Delft, juli 2010 Richtlijnen en protocollen 16. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Richtlijnen en protocollen bodembeheer, www.sikb.nl/bodembeheer/richtlijnen 17. CROW, Publicatie 210, Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt - Selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, ISBN 978 90 6628 655 9, Ede, juni 2015 18. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Geactualiseerde versie 2 juli 2020), Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Den Haag, 2 juli 2020

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

25

Bijlage 1 Overzichtskaart ligging onderzoekslocatie

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

Bijlage 1

Ligging onderzoekslocatie

Schaal: 1:25.000

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

Bijlage 1

Bijlage 2 Situatietekening

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

Bijlage 2

asfaltgranulaat/ puin

l s ta en ard pa asfaltgranulaat/ puin

stelconplaten

ijf dr be ing on sw

puin/asfaltgranulaat

ds loo puin/asfaltgranulaat

asfaltgranulaat/ puin

puin

puin/asfaltgranulaat

stelconplaten puin

ak nb rde aa tp me ds loo

weiland

weiland

weiland weiland

weiland

Contouren onderzoekslocatie (voormalig) boomgaard toekomstige bebouwing paardenbak Meetpunten Boringen (m-mv) 0,5

Projectnummer: 23210059a

Tekenaar:

A.N. de Vries RAP01

Locatie:

Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

Tekeningnr:

2

Onderdeel:

verkennend bodemonderzoek

Papierformaat: A3

Peilbuis

Opdrachtgever: dhr. D. de Booij

1

Datum:

02-09-2021

Bijlage 3 Boorbeschrijvingen en -profielen Bijlage 3A Legenda en gat-/sleuf-/boorprofielen Bijlage 3B Onafhankelijkheidsverklaring

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

Bijlage 3

Bijlage 3A Legenda en gat-/sleuf-/boorprofielen

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

Bijlage 3

Legenda (conform NEN 5104)

grind

klei Grind, siltig

geur Klei, zwak siltig

geen geur zwakke geur

Grind, zwak zandig

matige geur

Klei, matig siltig

sterke geur Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

matige olie-water reactie sterke olie-water reactie

Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10

Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000 Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

Zand, uiterst siltig

>10000

monsters

geroerd monster

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus volumering

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis

blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

Meetpunt:

01

Meetpunt:

02

Veldwerker:

G. de Feijter

Veldwerker:

G. de Feijter

Datum:

22-4-2021

Datum:

22-4-2021

X:

51390,58

X:

51372,39

Y:

373215,01

Y:

373218,28

Z (mv + NAP):

1,611

Z (mv + NAP):

1,63

0

0

Klei, matig zandig, zwak humeus

150

Klei, matig zandig, zwak humeus, resten baksteen, zwak kolengruishoudend

150

1

1 50

100

2 75

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend

3 50 4 150

Zand, matig fijn, zwak siltig

0 5

-50 6

-100 7 300

Meetpunt:

03

Meetpunt:

04

Veldwerker:

G. de Feijter

Veldwerker:

G. de Feijter

Datum:

22-4-2021

Datum:

22-4-2021

X:

51384,10

X:

51394,05

Y:

373226,67

Y:

373235,20

Z (mv + NAP):

1,643

Z (mv + NAP):

1,538

0

0

Klei, matig zandig, zwak humeus, matig baksteenhoudend

150 1

150 1 35

2

50

Meetpunt:

05

Meetpunt:

06

Veldwerker:

G. de Feijter

Veldwerker:

G. de Feijter

Datum:

22-4-2021

Datum:

22-4-2021

X:

51422,83

X:

51407,85

Y:

373254,71

Y:

373228,85

Z (mv + NAP):

1,764 0

150

1 50

Volledig puin, zwak zandhoudend, Gestaakt, puin bestaat voornamelijk uit baksteen

0

0 Volledig kiezel, zwak kolengruishoudend, zwak zandhoudend, Gestaakt

50

Volledig kiezel, zwak kolengruishoudend, zwak zandhoudend

Zand, matig fijn, zwak siltig

1 30

2 -50

50

Klei, sterk zandig

Projectcode: 23210059 Projectnaam: Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag Bijlage: 3

Meetpunt:

07

Meetpunt:

08

Veldwerker:

G. de Feijter

Veldwerker:

G. de Feijter

Datum:

22-4-2021

Datum:

22-4-2021

X:

51421,94

X:

51422,02

Y:

373238,54

Y:

373222,87

0

0 1

50

-50

0

0 Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei

Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei

1 50

-50 Klei, sterk zandig

2 90

Zand, matig fijn, sterk siltig

-100 3 -150 4 200

-200

Meetpunt:

09

Meetpunt:

10

Veldwerker:

G. de Feijter

Veldwerker:

G. de Feijter

Datum:

22-4-2021

Datum:

22-4-2021

X:

51433,92

X:

51444,54

Y:

373236,37

Y:

373227,55

Z (mv + NAP):

1,631

Z (mv + NAP):

1,299

0

1

150

20

2

0

Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend Zand, matig fijn, zwak siltig

Klei, matig zandig, zwak humeus 100

1

50

50

Meetpunt:

11

Meetpunt:

12

Veldwerker:

G. de Feijter

Veldwerker:

G. de Feijter

Datum:

22-4-2021

Datum:

22-4-2021

X:

51428,20

X:

51412,21

Y:

373212,39

Y:

373201,32

Z (mv + NAP):

1,278

Z (mv + NAP):

1,251

0

0

Klei, sterk zandig, zwak humeus 100

1

Klei, matig zandig, zwak humeus 100

1 45

50

Zand, matig fijn, zwak siltig 50

2 100

Zand, matig fijn, zwak siltig 0

3

-50

4 200

Projectcode: 23210059 Projectnaam: Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag Bijlage: 3

Meetpunt:

13

Meetpunt:

14

Veldwerker:

G. de Feijter

Veldwerker:

G. de Feijter

Datum:

22-4-2021

Datum:

22-4-2021

X:

51402,24

X:

51395,84

Y:

373214,20

Y:

373189,18

Z (mv + NAP):

1,734

Z (mv + NAP):

1,361

0

150

0

Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak grindhoudend, laagjes zand

1

Klei, matig zandig, zwak humeus 1 100

50

50

Meetpunt:

15

Meetpunt:

101

Veldwerker:

G. de Feijter

Veldwerker:

G. de Feijter

Datum:

22-4-2021

Datum:

24-6-2021

X:

51385,42

X:

51358,52

Y:

373201,15

Y:

373272,11

Z (mv + NAP):

1,409 0

1 100

0

0 Klei, matig zandig, zwak humeus, resten hout

50

Klei, zwak zandig, zwak humeus 1 50

-50

Meetpunt:

102

Meetpunt:

103

Veldwerker:

G. de Feijter

Veldwerker:

G. de Feijter

Datum:

24-6-2021

Datum:

24-6-2021

X:

51352,81

X:

51359,39

Y:

373282,48

Y:

373293,25

Z (mv + NAP):

1,607 0

0

0 Klei, zwak zandig, zwak humeus

150 1

80% asfaltgranulaat/20% puin bestaande uit: baksteen, grind,

1 50

50

-50

Klei, matig zandig 2 100

-100

Meetpunt:

104

Meetpunt:

105

Veldwerker:

G. de Feijter

Veldwerker:

G. de Feijter

Datum:

24-6-2021

Datum:

24-6-2021

X:

51340,56

X:

51337,51

Y:

373298,51

Y:

373306,00

Z (mv + NAP):

1,3508

0 3 4

0

0

Volledig kiezel Worteldoek

1 -50

50

Klei, zwak zandig, zwak humeus

Klei, zwak zandig, zwak humeus 1 100 50

Projectcode: 23210059 Projectnaam: Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag Bijlage: 3

Meetpunt:

106

Veldwerker:

G. de Feijter

Datum:

24-6-2021

X:

51352,79

Y:

373317,35

Z (mv + NAP):

1,4746 0

Klei, zwak zandig, zwak humeus 1 100

50

Projectcode: 23210059 Projectnaam: Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag Bijlage: 3

Bijlage 3B Onafhankelijkheidsverklaring

Ik verklaar dat het milieukundig veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 versie 6.0. G. de Feijter 2001 2002 2003 2018 V.G. Cheglov 2001 2002 2003 2018

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

Bijlage 3

Bijlage 4 Toetsingstabellen Bijlage 4A Grond chemisch, Wet bodembescherming Bijlage 4B Grondwater chemisch, Wet bodembescherming

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

Bijlage 4

Bijlage 4A Grond chemisch, Wet bodembescherming

23210059a

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Rapport verkennend bodemonderzoek Grote Huissenspolderweg 6 te Zaamslag

Bijlage 4

Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming in mg/kg.ds Grondmonster Grondsoort Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus (%ds) Lutum (%ds) Datum van toetsing METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PAK Naftaleen PAK 10 VROM

09-1 Klei 2021067678 09 0,00 - 0,20 2,50 15,50 3-5-2021 Meetw

Index

32 0,25 4,7 9,1 0,065 17 <1,5 11 47

62 (6) 0,37 8,8 14,4 0,082 23 <1,1 19 78

-0,02 -0,04 -0,17 -0 -0,06 -0 -0,24 -0,11

<0,05

GSSD

25 0,27 6,2 10 0,071 18 <1,5 14 51

36 (6) 0,38 8,8 14 0,083 23 <1,1 19 71

-0,02 -0,04 -0,17 -0 -0,06 -0 -0,24 -0,12

<0,05

<0,04 0,38

-0,03

<0,04 9,49

<0,020

-0

<0,003 <0,003

-0

<0,0084

-0

<0,003 <0,003 <0,0056

0 0 0

<0,001 <0,001

<0,003 0 <0,003 <0,003 0 <0,0056 0 0,016 -0,12

<0,001 <0,001 <0,001

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbenzeen (HCB) Aldrin Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH Heptachloorepoxide Heptachloorepoxide (som 0.7 factor) Heptachloor Hexachloorbutadieen alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT (som) DDT (som, 0.7 factor) DDE (som) DDE (som, 0.7 factor) DDD (som) DDD (som, 0.7 factor) DDT,DDE,DDD (som, 0.7 factor) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm gamma-HCH

GSSD

MM01 Klei 2021067678 02, 03, 13 0,00 - 0,50 3,00 10,00 3-5-2021 Meetw

<0,001 <0,001

<0,001 <0,001 0,0014 <0,001 <0,001 <0,001

<0,001 <0,001

<24 (6) 0,39 6,3 13,8 0,083 21 <1,1 14,0 66

-0,02 -0,05 -0,17 -0 -0,06 -0 -0,32 -0,13

<0,05 0,21

<0,04 0,58

-0,02

<0,016

-0

<0,018

-0

<0,002 <0,002

-0

0,013 (41) 0,013 (41)

0

<0,0070

-0

0,038

0,01

<0,002 <0,002 <0,0047

0 0 0

<0,005 <0,005

<0,002 0 <0,002 <0,002 0 <0,0047 0 0,062 -0,09

<0,005 <0,005 <0,005

0,44

0,15

0,13 0,011

0,045 0,013

0,026

0,16

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 320 1280

0,23

0,4

0

0,11

0

0,34 0,58

-0

0,98

0,032

0,14 <0,003

0,013 (41) 0 0,013 (41,5) 0,013 (41) 0 0,025 0,01 0,14 -0,04

0,27

-0

0,0028

0,013 (41) 0 0,013 (41) 0,01 0,025 0,01

0,041

-0,01

0,019

<0,005 <0,005

0,007

0,019 0,075

Index

<20 0,27 3,8 9,2 0,068 16 <1,5 8,9 43

0,0014

0,0039

<0,001

Index

MM02 Klei 2021067678 01, 07, 11, 12 0,00 - 0,90 2,80 12,20 3-5-2021 Meetw GSSD

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11180132/1