CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-02-23 Bijlage 2 bodem bp Philippine, Kasteelstraat 20 en 22

commissie Omgeving 23 februari 2022, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Philippine, Kasteelstraat 20 en 2226.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK VOLGENS NEN 5740 (INCL. PFAS) KASTEELSTRAAT 20-22 TE PHILIPPINE

Opdrachtgever

:

Dhr. Van Sabben Rozemarijnstraat 17 4553 AG Philippine

Vestiging

:

ABO-Milieuconsult B.V. Curieweg 19 2408 BZ Alphen aan den Rijn tel. +31 (0)172 449 827

Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage

: : :

ANL21-5886 Juni t/m juli 2021 6 juli 2021

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 4 1

INLEIDING ........................................................................................................................................ 7

2

VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 8

3

4

5

2.1

Algemene bodem- en locatiegegevens .................................................................................... 8

2.2

Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal ...................................................... 10

2.3

Eerder uitgevoerd bodemonderzoek....................................................................................... 10

2.4

Samenvatting van de verontreinigingssituatie ........................................................................ 14

2.5

Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie ................................................................ 16

2.6

Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit ..................................................... 17

2.7

Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek .................................................................. 18

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................. 19 3.1

Opzet veldwerkzaamheden .................................................................................................... 19

3.2

Resultaten veldonderzoek .................................................................................................... 199

LABORATORIUMONDERZOEK .................................................................................................. 211 4.1

Opzet laboratoriumonderzoek ............................................................................................... 211

4.2

Resultaten laboratoriumonderzoek/toetsingskader .............................................................. 211

4.3

Toetsingstabellen grond en grondwater................................................................................ 222

4.4

Overschrijdingstabellen grond en grondwater ...................................................................... 222

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ......................................................................................... 244 5.1

Conclusies ............................................................................................................................. 244

5.2

Aanbevelingen ...................................................................................................................... 255

TABELLEN TABEL 2.1: TABEL 2.2: TABEL 3.1: TABEL 3.2: TABEL 3.3: TABEL 4.1: TABEL 4.2.1: TABEL 4.2.2: TABEL 4.3:

Algemene bodem- en locatiegegevens Conclusie en hypothese vooronderzoek Verrichte veldwerkzaamheden Peilbuisgegevens Zintuiglijke waarnemingen Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters Overschrijdingstabel grond Toetsing analyseresultaten PFAS INEV en Tijdelijk handelingskader Overschrijdingstabel grondwater

BIJLAGEN BIJLAGE 1a: BIJLAGE 1b: BIJLAGE 2: BIJLAGE 3: BIJLAGE 4: BIJLAGE 5: BIJLAGE 6: BIJLAGE 7:

Locatie aanduiding op topografische ondergrond + foto’s onderzoekslocatie Historische kaarten en luchtfoto Situatietekening onderzoekslocatie Boorprofielen Analyserapporten Toetsingstabellen grond en grondwater Toetsingskader en Toetsingsnormen tijdelijk handelingskader PFAS Vooronderzoek

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

3/24

SAMENVATTING Op de locatie gelegen aan de Kasteelstraat 20-22 te Phillippine is in juni t/m juli 2021 door ABO-Milieuconsult B.V. een vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740 uitgevoerd in opdracht van Dhr. Van Sabben. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als Gemeente Philippine, sectie C, nummers 3021 (ged.) en 3023. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1.200 m2. Aanleiding voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek betreft de aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) in het kader van de voorgenomen herontwikkeling (wijziging bestemming en nieuwbouwplannen). Ter plaatse van Kasteelstraat 22 veranderd het huidige bedrijf in een kinderdagverblijf, waarmee de functie ‘bedrijfsdoeleinden’ wijzigt naar ‘maatschappelijke doeleinden’. Ter plaatse van Kasteelstraat 20 blijft de huidige functie ‘wonen’ ongewijzigd. De onderzoekslocatie wordt heringedeeld in 3 kavels. Kavel 1 en 2 zijn gedeeltelijk gelegen op perceel 3021, waarop momenteel de functie bedrijfdoeleinden van toepassing is. Men is voornemens op kavels 1 en 2 een twee-onder-een kap woning te realiseren. Op kavel 1 (perceel 3023; functie wonen) wordt de huidige vrijstaande woning verbouwd.

Bekend is dat ter plaatse van de onderzoekslocatie, op basis van beschikbare informatie (Nazca-i, Provincie Zeeland en aangesloten gemeenten en bodemloket), bodembedreigende activiteiten aanwezig zijn geweest, waaronder de situering van een benzineservicestation aan de Kasteelstraat 22. Daaraan toegevoegd is op locatie een voormalig gracht gedempt. Uit diverse bodemonderzoeken ter plaatse van de gedempte gracht (2003 tot 2007) is een heterogeen verdeelde, lichte tot sterke verontreiniging met zware metalen, PAK’s en minerale olie op 0,5 tot 2,5 meter diepte aangetoond (Zie §2.3). Derhalve kan de locatie als verdacht worden beschouwd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in totaal 10 boringen verricht. Eén boring (5) is tot 0,50 m-mv, boringen (1 t/m 3 en 6 t/m 8) zijn tot 2,50 m-mv en boringen (4, 5a en P9) zijn tot 3,00 m-mv verricht. Van deze boringen is één boring (P9) afgewerkt met een peilbuis (filterstelling 2,00 - 3,00 m-mv). De grondwaterstand bevond zich op 1,32 m-mv (10 juni 2021). Conclusies Op basis van de onderzoeksresultaten wordt het volgende geconcludeerd: -

In de grond zijn diverse bodemvreemde materialen (baksteen, puin, afval e.d.) aangetroffen. De bovengrond is licht verontreinigd met PCB. De bovengrond is niet tot licht verontreinigd met PFAS, de INEV voor PFOS, PFOA wordt niet overschreden. De ondergrond is licht tot sterk verontreinigd met zink en koper. De ondergrond is licht verontreinigd met nikkel, molybdeen, cadmium, kwik, lood en PAK. De ondergrond ter plaatse van boring P9 is matig verontreinigd met minerale olie. De ondergrond is niet tot licht verontreinigd met PFAS, de INEV voor PFOS, PFOA wordt niet overschreden. Het grondwater uit peilbuis P9 is licht verontreinigd met minerale olie en naftaleen.

De hypothese "De onderzoekslocatie is verdacht" dient op basis van het licht verhoogde gehalte aan PCB in de bovengrond, de licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK in de ondergrond, de licht tot sterk verhoogde gehalten aan zink en koper in de ondergrond, de matig verhoogde gehalte aan minerale olie in de ondergrond en de licht verhoogde concentratie aan minerale olie en naftaleen in het grondwater, aangehouden te worden.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

4/24

Aanbevelingen In de ondergrond is ter plaatse van boring 2 een matig verhoogde gehalten aan zink en ter plaatse van boring 4 een sterk verhoogde gehalten aan zink en koper aangetoond. De verhoogden gehalten aan zink en koper is te relateren aan de voormalige demping van de gracht met bodemvreemde bijmengingen (afval, ijzer en keramiek met vanaf 2,00 m-mv holle ruimte). De aangetoonde sterke verontreinigingen met zink en koper in de diepere ondergrond ter plaatse van boring 4 geeft formeel aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Deze verontreinigingen met zware metalen in de ondergrond zijn echter een bevestiging van de eerder aangetoonde bodemverontreinigingen ten gevolge van de voormalig gedempte gracht met bodemvreemde bijmengingen. Deze historische demping is in het verleden voldoende onderzocht en is onderdeel van een bestaand geval van ernstige bodemverontreinigingen, welke in 2005 is vastgelegd in een beschikking. Ter plaatse van boring P9 is zintuigelijk en analytisch een matige verontreiniging in de ondergrond en een lichte verontreiniging in het grondwater met minerale olie aangetoond. De olieverontreiniging kan een indicatie zijn van de aanwezigheid van een grotere verontreiniging met olie- of brandstofproducten afkomstig van het voormalige tankstation aan de Kasteelstraat 22.

Vooralsnog is er geen noodzaak om aanvullend bodemonderzoek te verrichten naar de olieverontreiniging aangezien ter plaatse van dit terrein geen bouwwerkzaamheden en/of wijzigingen in het gebruik hiervan zal plaatsvinden. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een licht verhoogde gehalte aan PCB in de bovengrond en licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK in de ondergrond aangetoond. Op basis van de onderzoek gegevens is de bovengrond (leeflaag van 1 m-mv) voldoende onderzocht op de standaard parameters NEN en derhalve is het uitvoeren van een nader bodemonderzoek niet benodigd. Opgemerkt dient te worden dat rekening gehouden moet worden met het handhaven van de licht verontreinigde leeflaag ter plaatse van de onderzoekslocatie. De desbetreffende leeflaag vormt de afdeklaag met betrekking tot het bestaand geval van ernstige bodemverontreiniging met zink en koper in de ondergrond. Vooralsnog geldt voor de locatie de vastgelegde gebruiksbeperkingen zoals door Provincie Zeeland is vastgelegd in de beschikking uit 2005. In overleg met het bevoegd gezag (RUD-Zeeland namens de Provincie Zeeland) kan de beschikking uit 2005 mogelijk voor dit terreindeel worden aangevuld en/of herbeoordeeld op basis van de nieuwe onderzoeksresultaten. Hiermee kan de gebruiksbeperkingen eventueel worden versoepeld.

Indien in de bovenste 1 meter van de locatie graafwerkzaamheden en/of grondroerende activiteit gaan plaatsvinden, dan dient in overleg met het bevoegd gezag een BUS-melding (categorie Immobiel) te worden ingediend. De voorgenomen werkzaamheden dienen daarbij vooraf te worden vastgelegd en goedgekeurd. Zintuiglijk zijn diverse bodemvreemde bijmengingen (baksteen, puin, afval e.d.) aangetroffen in meerdere boringen van de boven- en ondergrond. Geadviseerd wordt om in het kader van dit onderzoek een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 te verricht naar het voorkomen van asbest in de grond. De onderzocht PFAS gehalten zijn niet verhoogd ten opzicht van het Aangepast Tijdelijk handelingskader. Op basis van de PFAS gehalten wordt voor hergebruik of toepassing van de boven- en ondergrond op een ander perceel wordt voldaan aan de hergebruiksnorm voor gebieden met een Landbouw/natuur functie.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

5/24

Veldmedewerkers:

De heer V. Cheglov (Sialtech B.V., erkend BRL 2001) De heer R. Kole (Sialtech B.V., erkend BRL 2001 en 2002)

Projectadviseur:

De heer S. Vermunt Mevrouw A.M. Otting

Handtekening:

Dhr. R.J. van der Helm General Business Unit Manager Zonder toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

6/24

1 INLEIDING Door de heer Van Sabben is aan ABO-Milieuconsult B.V. opdracht verleend een vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740 uit te voeren op de locatie gelegen aan de Kasteelstraat 20-22 te Philippine. Straat, Plaats Gemeente

: Kasteelstraat 20-22 te Philippine : Terneuzen

Kadastrale gegevens Sectie Nummer

: C : 3021 (ged.) en 3023

Gemeente

: Philippine

Oppervlakte

: 1.200 m2

Omschrijving

: Bestaand woonhuis met tuin en parkeerplaats

Zie bijlage 1 voor de regionale ligging en bijlage 2 voor een overzicht van de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek Het onderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de algemene kwaliteit van de bodem c.q. de aard en de concentraties aan milieubelastende stoffen die in de grond en het grondwater voorkomen. Aanleiding van het onderzoek Aanleiding voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek betreft de aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) in het kader van de voorgenomen herontwikkeling (wijziging bestemming en nieuwbouwplannen). Rapportage In het onderhavige rapport worden de uitgangspunten en de resultaten van dit verkennend bodemonderzoek beschreven. In hoofdstuk 2 van het rapport zijn de resultaten van het vooronderzoek en de gehanteerde hypotheses weergegeven. De veldwerkzaamheden en het laboratoriumonderzoek zijn beschreven in de hoofdstukken 3 en 4. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies en aanbevelingen vermeld. ABO-Milieuconsult B.V. heeft als onafhankelijk adviseur geen enkele juridische binding met de eigenaar van de onderzoekslocatie.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

7/24

2

VOORONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.

2.1 Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Tabel 2.1: Algemene bodem- en locatiegegevens 1. Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Locatiegegevens en ligging Adres en plaats

Kasteelstraat 20-22 te Philippine

Opdrachtgever

Burgerlijke gemeente

Terneuzen

Kadaster

Kadastrale gemeente

Philippine

Kadaster

Sectie

C

Kadaster

Nummers

3021 (ged.) en 3023

Kadaster

Oppervlakte (m2)

1.200

Kadaster perceel

Coördinaten

X: 41285 Y: 367050

Simontex.nl

Gemiddelde hoogte (m1 t.o.v. NAP)

Circa 2,25

AHN

Ligging op kaart

Zie bijlage 1 en 2

Perceelloep en Google maps

Verhardingen

Gedeeltelijk met tegels en betonklinkers

Google maps

Antropogene lagen

Nee

Dinoloket

Dempingen

Ja, een voormalige gracht

Topotijdreis en bodemonderzoeken

Grondwaterbeheersplan

Nee

Waterschap Scheldestromen interactieve kaarten

Geohydrologie

Zie §2.2

Dinoloket

2.

3.

Bodemopbouw

diverse

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Zonering bodemkwaliteitskaart (BKK)

C3: Woonwijken (oude centra)

Zeeuws bodemvenster

BKK klasse bovengrond

Industrie

Zeeuws bodemvenster

BKK klasse ondergrond

Industrie

Zeeuws bodemvenster

BKK functieklasse

Wonen

Zeeuws bodemvenster

Boomgaardenkaart (periode)

N.v.t

Zeeuws bodemvenster

Aandachtsgebied lood

Ja

Zeeuws bodemvenster

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

8/24

Aandachtsgebied arseen in grondwater

N.a.

Zeeuws bodemvenster

Asbestkansenkaart

N.a.

Zeeuws bodemvenster

Voormalig stortplaats bekend

Nee

Provincie Zeeland

Opslagtanks bekend

Nee

Nazca-i

Geval van ernstige bodemverontreiniging bekend

Ja

Nazca-i

Bodemdocumenten bekend

Ja

Nazca-i

4.

Gebruik en beïnvloeding van de locatie

Voormalig gebruik

Kasteeltraat 22: Diverse bedrijven Kasteelstraat 20: Wonen

Bronhouder Nazca-i

Huidig gebruik

Kasteeltraat 22: Aanhangwagen reparatiebedrijf Kasteelstraat 20: Wonen

Opdrachtgever

Toekomstig gebruik

Kasteeltraat 22: Kinderdagverblijf Kasteelstraat 20: Wonen

Opdrachtgever

Aard bebouwing

Woonhuis

BAG viewer

Periode bebouwing

1966

BAG viewer

Belendingen

West: Bedrijf met bijbehorend terrein Noord: Moestuin Oost: Tuin en wonen Zuid: Openbare weg (Kasteelstraat)

Google Maps

Bedrijventerrein

Nee

Google Maps

Calamiteiten bekend

Nee

Nazca-i

Bodembedreigende activiteiten bekend

Ja, namelijk: - Smederij (1938-1957) - Benzine service station (1938-onbekend) - Benzine- en petroleumhandel (1962-onbekend) -Autoreparatiebedrijf (1962-onbekend) -Aanhangwagenreparatiebedrijf (onbekend-2020)

Nazca-i

Relevante vergunningen beschikbaar

N.v.t.

Nazca-i

Toepassing asbestverdachte materialen

Onbekend

Zeeuws bodemvenster

- Diverse bodemvreemde bijmengingen in meerdere boringen. - Holle ruimtes in de ondergrond in boringen 4 en 5a. - Boring 5 gestaakt op een niet met de hand doordringbare puinlaag. - In boring P9 is in de ondergrond een zwakke olie-water reactie en brandstofgeur aanwezig.

Locatie inspectie d.d. 3 juni 2021

5.

Terreinverkenning

Bijzonderheden

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

9/24

2.2 Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal De onderzoekslocatie is gelegen aan de Kasteelstraat 20-22 te Philippine. Ter plaatse van de Kasteelstraat 22 is momenteel een aanhangwagen reparatie bedrijf met parkeerterrein aanwezig. Het bedrijf heeft een nieuwe bestemming als een kinderdagverblijf gekregen. Ter plaatse van de Kasteelstraat 20 is een woonhuis met tuin aanwezig. Het perceel (3023) zal worden ingedeeld in 3 kavels. Een gedeelte van het parkeerterrein (perceel 3021) wordt onderdeel van de nieuwe kavels 1 en 2. Op kavel 1 en 2 zal een twee-onder-een kap gerealiseerd worden. Op kavel 3 zal het bestaande woonhuis verbouwd worden. Uit de digitale informatie van BAG blijkt dat de Kasteelstraat 20 sinds 1966 en de Kasteelstraat 22 sinds 1938 bestaat uit bebouwd terrein. Uit de historische kaarten van topotijdreis blijkt dat in de periode 1850 t/m 1961 een oost-west georiënteerde gracht ter plaatse van de onderzoekslocactie aanwezig was. Het stratennetwerk van het oude centra van Philippine (waaronder de Kasteelstraat) stamt uit dezelfde periode. 2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek Op de locatie zijn voor zover bekend (Nazca-i, Bodemloket, Provincie Zeeland en aangesloten gemeenten) diverse bodemonderzoeken uitgevoerd in de periode 2003 tot en met 2007 ter plaatse van de gedempte gracht (zie bijlage 7 voor de ligging van de onderzoekslocaties).

Dit betreft: Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20, 2003 Ter plaatse van de Kasteelstraat 20 is door Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium “Zeeuws-Vlaanderen” B.V. (rapportkenmerk: 03A0333, d.d. 1 september 2003) een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen transactie. Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met zink, PAK (som 10), minerale olie en EOX. In de ondergrond (0,50 - 1,00 m-mv) is een matige verontreiniging met PAK (som 10) en een lichte verontreiniging met arseen, koper, kwik, lood, zink, minerale olie en EOX aangetroffen. De ondergrond (1,00 - 2,00 m-mv) is licht verontreinigd met koper, lood, zink, PAK (som 10), minerale olie en EOX. Het grondwater uit peilbuis P1 is licht verontreinigd met chroom, naftaleen, antraceen, fenantreen, fluoranteen, benzo(a)antraceen en chryseen. Vanwege de matige verontreiniging met PAK (som 10) in de ondergrond (0,50 - 1,00 m-mv) is nader onderzoek benodigd. Vermoedelijke is deze verontreiniging te relateren aan de gedempte gracht op de onderzoekslocatie. Aanvullend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20, 2004 Ter plaatse van de Kasteelstraat 20 is door Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium “Zeeuws-Vlaanderen” B.V. (rapportkenmerk: 04A0353, d.d. 5 juli 2004) een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd.

Aanleiding voor het uitvoeren van het aanvullend bodemonderzoek is de tijdens het verkennend onderzoek (rapportkenmerk: 03A0333, d.d. 1 september 2003) geconstateerde matige verontreiniging met PAK (som 10) in de ondergrond. Zintuiglijk wordt in de bovengrond en in één boring in de ondergrond (tot 1,0 m-mv) puinresten aangetroffen. Op basis van de onderzoeksresultaten is gebleken dat de grond in horizontale richting over de gehele onderzoekslocatie licht verontreinigd is met PAK (1.333 m2) en in de ondergrond (0,50 - 1,00 m-mv) lokaal matig tot sterk verontreinigd. Uit voorgaand onderzoek (rapportkenmerk: 03A0333, d.d. 1 september 2003) is geconstateerd dat de verontreiniging zich in verticale richting beperkt tot de ondergrond (0,50 - 1,00 m-mv). De matige tot sterke verontreiniging met PAK concentreert zich ter plaatse van de gedempte gracht.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

10/24

Nader bodemonderzoek, Kasteelstraat 20, 2005 Ter plaatse van de Kasteelstraat 20 is door MH Nederland B.V. (rapportkenmerk: Bü4.151.N1, d.d. 24 januari 2005) een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek betreft de uit eerdere bodemonderzoeken (verkennend en aanvullend onderzoek, Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium “Zeeuws-Vlaanderen” B.V., rapportkenmerk: 03A0333 en 04A0353, d.d. 1 september 2003 en 5 juli 2004) geconstateerde licht tot sterke verontreiniging met PAK en lichte verontreinigingen met minerale olie en zware metalen in de grond, alsmede de afperking van de voormalig gedempte gracht. Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden op de gehele onderzoekslocatie puin en plaatselijk gips, ijzerdraad, kolen en/of plastic in de boringen aangetroffen. Op basis van de onderzoeksresultaten is de bovengrond (afdeklaag) in één monster sterk verontreinigd met zink, matig verontreinigd met lood en licht verontreinigd met cadmium, kwik en PAK. Eén grondmonster is matig verontreinigd met zink en licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, lood, PAK en minerale olie. De overige monsters van de bovengrond zijn licht verontreinigd met zware metalen, PAK, EOX en/of minerale olie.

Ter plaatse van de voormalige gracht is het merendeel van de monsters (circa 65%) in de bovengrond, opvullaag en waterbodem matig tot sterk verontreinigd met koper, lood en zink en zeer lokaal met PAK. De overige monsters ter plaatse van de gracht (circa 35%) zijn licht verontreinigd met onder andere zware metalen. De eerder verwachte (ernstige) verontreiniging met PAK in de grond is niet aangetroffen. Het grondwater uit de nieuw geplaatste peilbuizen, in het westen (perceel 3022 buiten de onderzoekslocatie) en centraal (perceel 3023 op de onderzoekslocatie) zijn sterk verontreinigd met PAK en in het westen licht verontreinigd met minerale olie. Grondwater uit peilbuizen van eerdere uitgevoerde bodemonderzoeken zijn lokaal licht verontreinigd met chroom en maximaal licht verontreinigd minerale olie en BTEXN. Op basis van deze gegevens is de verontreinigssituatie bepaald. De verontreiniging kan als heterogeen gedefinieerd worden en beperkt zich tot de grenzen van de voormalige gracht (Circa 1.320 m 2). De oppervlakte van de gracht betreft bijna de gehele onderzoekslocatie en strekt zich 100 tot 150 meter in westelijke richting uit. De noordelijke grens beperkt zicht tot de noordelijke grens van perceel 3023 en 3022. De zuidelijke grens loopt schuin van buiten de onderzoekslocatie tot het noordelijkste pand van Kasteelstraat 22.

De oostelijke grens is gelegen ter plaatse van de woning op Kasteelstraat 20. De matig tot sterke verontreiniging in de grond ter plaatse van de gracht bevindt zich op 0,40 tot en met 2,20 m-mv en heeft een omvang van circa 2.376 m3). De sterke verontreiniging met PAK in het grondwater betreft een diepte van 1,20 tot en met 3,20 m-mv in het westelijke tot centrale deel (circa 35 meter) van de onderzoekslocatie. Daarmee is het verontreinigingsvolume meer dan 100 m 3. Beschikking, Kasteelstraat 20, 2005 Op basis van voorgaande bodemonderzoeken (verkennend en nader bodemonderzoeken, Grond-, Gewasen Milieulaboratorium “Zeeuws-Vlaanderen” B.V. en MH Nederland B.V., rapportkenmerken: 03A0333, 04A0353 en BUS4.151.N1, d.d. 1 september 2003, 5 juli 2004 en 24 januari 2005 respectievelijk) is op 17 maart 2005 een melding in het kader van de Wet bodembescherming bij de Gedeputeerde Staten van Zeeland afgegeven. De melding heeft betrekking tot de aangetoonde lichte tot sterke verontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie in de ondergrond (0,50 t/m 2,50 m-mv). Het grondwater is, op uitzondering van één locatie, licht verontreinigd met zware metalen, PAK, EOX en minerale olie. In een boring in het westelijke gedeelte van de onderzoekslocatie is een sterke verontreiniging met zink en een matige verontreiniging met lood aangetoond.

De afperking van de verontreinigingssituatie is te relateren aan de contouren van de voormalig gedempte gracht. Op grond van de concentraties en omvang van de verontreiniging is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op grond van de Wet bodembescherming is een sanering noodzakelijk. Op basis van de toetsing door het computerprogramma SUS met de meegenomen parameter ‘wonen met tuin’ is geconcludeerd dat er geen sprake is van actuele humane risico’s en/of ecologische verspreiding. Derhalve is sanering van de sterke verontreiniging niet urgent geacht. Op 1 en 7 juni is een zienswijze ontvangen van de gemeente Terneuzen en de eigenaar van het perceel met betrekking tot de correctheid van de bodemonderzoeken alsmede de verandering van de parameter ‘wonen met tuin’ naar ‘wonen met moestuin’. Naar aanleiding van verscheidene correspondentie is ter aanvulling een nieuwe SUS-toetsing uitgevoerd, waarbij sprake is van ernstig en urgent. Gedurende de uiteindelijke beschikking, waarbij het huidige gebruik met betrekking tot de moestuin onzeker is, is besloten dat de saneringssituatie niet urgent is en geen sprake is van actuele risico’s. ter aanvulling van de informatie wordt vermeld dat tijdens de sanering de aangetoonde verontreiniging ter plaatse van het aangrenzende perceel (Kasteelstraat 20), welke niet gerelateerd is aan het voormalig tankstation, niet is meegenomen.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

11/24

Historisch onderzoek, Kasteelstraat 20, 2007 Ter plaatse van de Kasteelstraat 20 is door Witteveen+Bos (rapportkenmerk: MDB205-160/stra/044, d.d. 1 juni 2007) een historisch onderzoek uitgevoerd. Aanleiding voor het uitvoeren van een historisch onderzoek betreft een inventarisatie door de provincie Zeeland voor het al dan niet definiëren van een stortplaats ter plaatse van de voormalige gracht op de onderzoekslocatie. Op basis van voorgaande onderzoeken (verkennend en nader bodemonderzoeken, Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium “Zeeuws-Vlaanderen” B.V. en MH Nederland B.V., rapportkenmerken: 03A0333, 04A0353 en Bü4.151.N1, d.d. 1 september 2003, 5 juli 2004 en 24 januari 2005 respectievelijk) wordt in dit historisch onderzoek geconcludeerd dat op en buiten de onderzoekslocatie een voormalig gedempte gracht aanwezig is, alsmede sterke aanwijzingen op het storten van afval ter plaatse van de gracht. Door de gemeente Terneuzen zal een onderzoek naar het dempingsmateriaal in de grachten gestart worden. Verder zijn in de nabije omgeving van de onderzoekslocatie (straal van 25 meter) diverse onderzoeken uitgevoerd (zie bijlage 7 voor de ligging van de onderzoekslocaties). Dit betreft: Milieukundig bodemonderzoek, Kasteelstraat 22-24, 1997 Ter plaatse van de Kasteelstraat 22 en 24 is door Ingenieursbureau Oranjewoud B.V.

(rapportkenmerk: SUBAT: 2000, documentnummer: rb040797.046, d.d. 4 juli 1997) een milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. Aanleiding voor het uitvoeren van een milieukundig bodemonderzoek betreft het opheffen van een tankstation. Op basis van de onderzoeksresultaten zijn twee verontreinigde bronlocaties met olieverontreinigingen aangetoond. Eén bronlocatie betreft de vulpunten/mixpomp en mix- en supertank en één bronlocatie betreft het pompeiland, diesel- en super/eurotank en dieselzuil. De grond is sterk verontreinigd met benzeen en minerale olie en licht verontreinigd met PAK. Lokaal is een sterke verontreiniging met zink en een licht tot matige verontreiniging met overige zware metalen en PAK aangetroffen. Het grondwater ter plaatse van de tanks (2,00 - 5,00 m-mv) is sterk verontreinigd met brandstofcomponenten en lokaal sterk verontreinigd (4,00 - 5,00 m-mv) met minerale olie en/of vluchtige aromaten. Het grondwater ter plaatse van de vulpunten en super/eurotank (2,00 - 3,00 m-mv) is sterk verontreinigd met olie en/of vluchtige aromaten. Ter plaatse van de voormalige gracht is een sterke verontreiniging met PAK en een lichte verontreiniging met zink, arseen en lood aanwezig. Saneringsplan, Kasteelstraat 22-24, 1997 Door Ingenieursbureau Oranjewoud B.V. is een 3e saneringsplan opgesteld (projectnummer: SUBAT: 2200, documentnummer: rb191197.062, d.d.

25 november 1997) ten behoeve van de bodemsanering van de het voormalige tankstation ter plaatse van de Kasteelstraat 22-24. Het betreft de sterke verontreiniging met benzeen en minerale olie en de lichte verontreiniging met PAK ter plaatse van de twee bronlocaties zoals aangetoond tijdens eerder uitgevoerd bodemonderzoek (Ingenieursbureau Oranjewoud B.V. (rapportkenmerk: SUBAT: 2000, documentnummer: rb040797.046, d.d. 4 juli 1997). Het doel van de uit te voeren sanering is de functionele eigenschappen van de bodem te behouden of herstellen, tenzij in geval van locatie specifieke omstandigheden maatregelen omtrent het isoleren, beheersen en naderhand controleren van de verontreiniging volstaat. Het bedoelde eindresultaat is het realiseren van de streefwaarden voor de parameters minerale olie en vluchtige aromaten in de bodem. Het bedoelde eindresultaat zal worden behaald door midden van afgraven van de grond en wegpompen van het grondwater ter plaatse van de verontreinigingscontour. Historisch onderzoek, Kasteelstraat 22-24, 1998 Ter plaatse van de Kasteelstraat 22 en 24 is door SAS van Gent (rapportkenmerk: 0704/001, d.d. 10 februari 1998) een historisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek omvat diverse documenten (Hinderwetvergunningen, bedrijfsactiviteiten e.d.), een locatie bezoek en voorgaande bodemonderzoeken ( Oriënterend en nader bodemonderzoek, Esso, 1991).

Op basis van deze gegevens is geconcludeerd dat sprake is van een mogelijke heterogeen verdeelde bodemverontreiniging, waarvan de bron bekend is. De locatie van de ondergrondse tanks zal in 1998 gesaneerd worden.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

12/24

Beschikking BUS-melding evaluatie, Kasteelstraat 22, 1999 Desbetreffende beschikking (kenmerk: 997082, d.d. 2 juli 1999) is tot stand gekomen naar aanleiding van het evaluatieverslag met betrekking tot de bodemsanering op de Kasteelstraat 22 (Oranjewoud B.V., projectnummer: SUBAT: 2000, documentnummer: rb06499.001, d.d. april 1999). Uit het evaluatieverslag blijkt dat op basis van controlemetingen de grond ter plaatse van de putbodem en putwanden niet tot licht verontreinigd is met minerale olie en/of aromaten. Het grondwater is licht verontreinigd met aromaten. De ondergrondse tanks zijn verwijderd. Nader onderzoek, Kasteelstraat 22-26, 2011 Ter plaatse van de gedempte gracht op de Kasteelstraat 22 tot en met 26 is door Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. (projectnummer: 23100130, d.d. 18 juli 2011) een nader onderzoek uitgevoerd. Aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek betreft het een aangetoonde bodemverontreiniging tijdens het in 2009 door Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. uitgevoerde indicatieve onderzoek. De bodemverontreiniging is te relateren aan de voormalig gedempte gracht. Op basis van de onderzoeksresultaten is gebleken dat de grond ernstig verontreinigd is met lood en zink (circa 275 m 2). De verontreiniging is aangetroffen op een diepte van 0,50 tot 2,00 m-mv. Plaatselijk is een sterke verontreiniging met koper, PAK en minerale olie aanwezig.

Het grondwater binnen de verontreinigingscontour is plaatselijk licht verhoogd met barium en xylenen. Ter plaatse van de sanering in 1999 op de Kasteelstraat 22 is het grondwater matig verontreinigd met minerale olie en licht verontreinigd met barium, xylenen en naftaleen. De verontreinigingssituatie wordt niet urgent geacht. De historische ernstige verontreiniging (voor 1987 ontstaan) met zink en lood sluit aan op de eerder bekende ernstige verontreiniging ter plaatse van de Kasteelstraat 20 (nader onderzoek, MH Nederland B.V., rapportkenmerk: Bü4.151.N1, d.d. 24 januari 2005). Beschikking BUS-melding evaluatie, Kasteelstraat 22, 2018 Desbetreffende beschikking (kenmerk: B-BSBE180014/00188910, d.d. 11 april 2018) is tot stand gekomen naar aanleiding van het evaluatieverslag met betrekking tot de bodemsanering op de Kasteelstraat 22 (Percelen 3021 (ged.) en 3022). Uit het evaluatieverslag blijkt dat op de locatie (perceel 3022 en 3023) een verontreiniging aanwezig is ter plaatse van de voormalige gracht. De verontreiniging met onder andere zink, lood, koper en PAK is gelokaliseerd in de ondergrond (0,50 - 2,80 m-mv) en is heterogeen verdeeld. Hiervoor is op 26 juli 2005 door gedeputeerde Staten van Zeeland een beschikking (kenmerk: 0507766) afgegeven.

Ter plaatse van perceel 3021 (Kasteelstraat 22) heeft in 1999 een tank- en bodemsanering plaatsgevonden betreffende brandstofgerelateerde producten. Ter plaatse van het noordelijke deel van perceel 3021 is een verontreiniging aanwezig met zware metalen en PAK, te relateren aan de voormalige gracht. Hiervoor is op 12 september 2012 door gedeputeerde Staten van Zeeland een beschikking (kenmerk 12021650) afgegeven. Huidige BUS-melding immobiel (ingediend op 27 augustus 2013) betreft de aan de voormalige gracht te relateren verontreiniging (circa 365 m 2) voor de percelen 3021 (ged.) en 3022 (ged.). De sanering is in de periode van 2 januari 2014 tot en met 30 september 2015 uitgevoerd door middel van het aanbrengen van een afdeklaag conform de BUS en RUS.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

13/24

2.4 Samenvatting van de verontreinigingssituatie Uit het uitgevoerde onderzoek op de locatie is gebleken dat sprake is van een lichte tot sterke verontreiniging met zware metalen, PAK's en minerale olie in de grond. De verontreiniging bevindt zich voornamelijk in de bodemlaag van 0,5 tot 2,5 meter beneden maaiveld en is heterogeen verdeeld over de locatie. De grenzen van de voormalige gracht kunnen worden beschouwd als de contouren van de aangetoonde matige/sterke verontreiniging. Vermoedelijk is de voormalige gracht in het verleden gebruikt als locatie waar divers materiaal is gestort. Ook in het grondwater is sprake van verontreiniging met PAK. Er kunnen drie verschillende bodemlagen worden onderscheiden, te weten (1) de afdeklaag tot 0,5 m beneden maaiveld, (2) de opvullaag (stortmateriaal) inclusief de hiermee vermengde oude waterbodem (slib) van 0,5 tot circa 2,5 m-mv en (3) de hieronder liggende onverdachte bodemlaag. In de afdeklaag is op één plaats een matige tot sterke verontreiniging met zink en een matige verontreiniging met lood aangetoond. Deze verontreinigde plek bevindt zich op het westelijk deel van de locatie nabij het schuurtje. Op de rest van de locatie is in de bovengrond slechts sprake van een lichte verontreiniging met enkele zware metalen, PAK's, EOX en minerale olie.

In de gestorte opvullaag is een matige tot sterke verontreiniging met koper, lood en zink aangetoond, met name op het midden en westelijk deel van de locatie. Daarnaast is in enkele grondmonsters een lichte tot sterke verontreiniging met PAK's en een lichte verontreiniging met minerale olie, DDT, drins en cyanide aangetoond. De oude waterbodem (slib) is geheel vermengd met de opvullaag en is dus niet meer als zodanig te onderscheiden. In de bodemlaag hieronder is geen verontreiniging aangetoond. Hiermee is de verontreiniging in verticale richting afgebakend. Ook horizontaal gezien bevindt de aangetoonde verontreiniging zich binnen de contouren van de voormalige gracht. Uit de historische informatie blijkt dat de gracht zich in westelijke richting nog 100 á 150 meter uitstrekt tot voorbij de perceelsgrens van de onderzoekslocatie. De zuidelijke grens strekt zich deels uit tot buiten de perceelsgrens. De verontreinigingscontour is dus in westelijke en zuidelijke richting niet middels analytisch onderzoek vastgesteld. Voorts blijkt uit de analyseresultaten dat de verontreiniging ook de oostelijke perceelsgrens overschrijdt. Het grondwater ter hoogte van de gestorte opvullaag is sterk verontreinigd met PAK. Het diepere grondwater (bodemlaag onder het dempingmateriaal) is niet verontreinigd.

De mate van bodemverontreiniging wordt bepaald aan de hand van vastgestelde normen (streef- en interventiewaarden). Deze normen zijn vastgelegd in de Circulaire streef- en interventiewaarden bodemsanering (Staatscourant 2000, nr. 39). Voor grondverontreiniging geldt dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging als het gemiddelde gehalte van tenminste één stof hoger is dan de interventiewaarde, in een bodemvolume van minimaal 25 m3. Voor grondwaterverontreiniging geldt hetzelfde, maar dan voor een bodemvolume van minimaal 100 m3. Voor grond worden de interventiewaarden voor koper, lood en zink overschreden in een bodemvolume van meer dan 25 m 3. Voor grondwater worden interventiewaarden voor PAK overschreden in een bodemvolume van meer dan 100 m 3. De verontreinigingen in grond en grondwater overlappen elkaar grotendeels. Volgens de gevalsdefinitie, zoals opgenomen In artikel 1 van de Wet bodembescherming, is op deze locatie sprake van één geval van verontreiniging, vanwege de organisatorische, ruimtelijke en technische samenhang. Op grond van de concentraties en omvang is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op grond van de Wet bodembescherming is sprake van een saneringsnoodzaak. De sanering is niet urgent.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

14/24

Figuur 1. Aanduiding geval van ernstige bodemverontreiniging, Beschikking 2005 (op basis van onderzoeken 2003, 2004 en 2005)

Gebruiksbeperkingen Op het perceel C2887 (oude kadasternummering) is een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig (zware metalen en PAK). Deze verontreiniging en de gebruiksbeperkingen zijn vastgelegd door Provincie Zeeland (beschikking 2005, ernstig niet-urgent). Gebruiksbeperkingen vanwege de verontreiniging wordt, om eventuele risico's zoveel mogelijk uit te sluiten, geadviseerd geen grondwater te gebruiken en diep graafwerk te vermijden. Tevens wordt aanbevolen de verhardingen zover aanwezig te handhaven en - voor zover van toepassing - geen groenten en fruit uit de tuin te consumeren.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

15/24

2.5 Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie De gemiddelde hoogteligging van de onderzoekslocatie bedraagt circa 2,25 meter +NAP. De regionale ligging van de locatie is opgenomen in bijlage 1. Voor inzicht in de bodemopbouw (geologie en geohydrologisch) op de onderzoekslocatie is het digitale kaartmateriaal, zoals beschikbaar gesteld door TNO op de website van DINO loket, ingezien. In onderstaand figuur is het schematisch model (50 meter diepte) van de geologie ter plaatse van de onderzoekslocatie. De zwarte verticale lijn snijdt de onderzoekslocatie. Figuur 2: verticale doorsnede Kasteelstraat 20-22 te Philippine

NAWA: BX: TO: DO:

Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Formatie van Boxtel Formatie van Tongeren Formatie van Dongen

Lokaal wordt verwacht dat de boven- en ondergrond (tot maximaal 20 meter –NAP) bestaat uit zand. Het zand kan lokaal kleiig zijn en/of dunne veen-, silt- en kleilagen bevatten. Een eenduidige grondwaterstromingsrichting is niet bekend en wordt veelal beïnvloed door ondergrondse obstakels.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

16/24

2.6 Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In de NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. -

Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? De onderzoekslocatie beperkt zich tot de locatie zoals weergegeven in bijlage 1 en bijlage 2 van onderhavige locatie.

-

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? Ja, er zijn potentiële bronnen van bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie aanwezig. Op Kasteelstraat 22 zijn in het verleden diverse verdachte bedrijfsactiviteiten geweest, waaronder een benzineservicestation. In 1998 zijn hier twee ondergrondse tanks verwijderd en gesaneerd. Daarbij is bekend dat ter plaatse van de voormalige gedempte gracht op de Kasteelstraat 20 en 22 een (ernstige) bodemverontreiniging aanwezig is.

-

Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Vooralsnog is de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie niet asbestverdacht. De kwaliteitsklasse betreft “Industrie” voor de boven- en ondergrond. De bodemfunctie betreft “Wonen”.

-

Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? De verwachte bodemopbouw betreft zand voor de boven- en ondergrond. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een voormalig gedempte gracht aanwezig. Het dempingsmateriaal bestaat vermoedelijk uit bodemvreemd materiaal.

-

Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Nee, er is geen informatie bekend met betrekking tot beïnvloeding vanuit de omgeving.

-

Wordt op de locatie of een deel daarvan (geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Ja, een (ernstige) bodemverontreiniging kan verwacht worden ter plaatse van de gedempte gracht.

-

Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Er zijn in het (recente) verleden diverse bodemonderzoeken en saneringen uitgevoerd op de onderzoekslocatie en in de nabije omgeving (straal van 25 meter). Hieruit is gebleken dat een bodemverontreiniging ter plaatse van de gracht verwacht kan worden. Een verkennend bodemonderzoek is benodigd.

-

Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? Op basis van de beschikbare informatie wordt de locatie als verdacht aangemerkt ten aanzien van de algemene parameters uit de NEN-5740. De strategie §5.6 VED-HE-NL wordt gehanteerd.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

17/24

2.7 Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek Tabel 2.2: Conclusie en hypothese vooronderzoek Locatie Percelen 3021 (ged.) en 3023 inclusief de voormalig gedempte gracht. Oppervlakte (m2)

Circa 1.200

Bijzonderheden

Diverse verdacht bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de Kasteelstraat 22 (perceel 3021 ged.) en een voormalig gedempte gracht ter plaatse van de Kasteelstraat 20-22.

Conclusie

Grond

Verdacht + PFAS

Grondwater

Verdacht + PFAS

NEN5740

§5.6 VED-HE-NL

Hypothese Onderzoeksstrategie

Indien één of meer geanalyseerde parameters in de grond of het grondwater worden aangetoond in een gehalte/concentratie boven de achtergrondwaarde voor grond van de toetsingstabel uit de Regeling bodemkwaliteit Bijlage B, tabel 1 (13 december 2007) of streefwaarde voor grondwater uit de Circulaire Bodemsanering 2013, dient de hypothese voor de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie aangehouden te worden. Voor de toetsing van de parameters PFAS wordt aangesloten bij het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, d.d. 8 juli 2019) inclusief de aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS d.d. 2 juli 2020. GenX wordt niet onderzocht, omdat de locatie een niet verdachte bronlocatie voor GenX is.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

18/24

3

VELDWERKZAAMHEDEN

3.1 Opzet veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het plaatsen van de peilbuis, het bemonsteren van de grond, het bemonsteren van het grondwater en het zintuiglijk onderzoek van de grond(water)monsters zijn uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000, protocollen 2001 en 2002 (laatst vigerende versie). Voor de monstername is tevens aangesloten bij de Handreiking PFAS bemonsteren (V1.0, 25 juni 2020) opgesteld door het Expertisecentrum PFAS, VVMA en VKB. PFAS staat voor: Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen. De grond is, afhankelijk van de zintuiglijke waarnemingen en bodemopbouw, per 0,50 m bemonsterd. De situering van de boorpunten en de peilbuis is weergegeven in bijlage 2. De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. 3.2 Resultaten veldonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan Sialtech B.V. De boorwerkzaamheden en het plaatsen van de peilbuis zijn uitgevoerd op 3 juni 2021 door de erkende veldwerker de heren R. Kole en V. Cheglov. Het grondwater is bemonsterd op 10 juni 2021 door de heer R. Kole. Tabel 3.1: Verrichte veldwerkzaamheden Deellocatie Aantal boringen Percelen 3021 (ged.) en 3023 1 boring (boring 5) tot ± 0,50 m-mv incl. de voormalig gedempte 6 boringen (1 t/m 3 en 6 t/m 8) tot ± 2,50 m-mv gracht.

2 boringen (boringen 4 en 5a) tot ± 3,00 m-mv Tabel 3.2: Peilbuisgegevens Watermonster Filterdiepte (m-mv) P9-1-1 2,00 - 3,00 EC: Elektrisch geleidingsvermogen pH: Zuurgraad NTU: Nephelometric Turbidity Unit

Grondwater-stand (m-mv) 1,32

Aantal peilbuizen 1 peilbuis (boring P9) filterstelling 2,00 - 3,00 m-mv

pH (-) 6,6

EC (µS/cm) 1380

Troebelheid (NTU) 15

Troebelheid is een kwalitatieve meting die een waarde geeft over de helderheid van water tussen 1 en 10 NTU is een natuurlijke waarde, hoe hoger hoe troebeler het monster. In het grondwater is een licht verhoogde troebelheid gemeten. Geen van de overige in het veld gemeten waarden in het grondwater wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden, verwacht kan worden. De bovengrond (0,50 m-mv) bestaat uit zand. De bovengrond (0,50 m-mv) in de noordwesthoek van de onderzoekslocatie (boringen 1, 2 en 4) bestaat uit klei. De ondergrond (3,00 m-mv: maximale boordiepte) bestaat uit zand en klei. In boringen 2 en 5a is vanaf 2,00 m-mv veen aanwezig. In boring 2 is op een diepte van 1,30 t/m 1,50 m-mv een laag slib aanwezig. Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de bodemopbouw wordt verwezen naar bijlage 3.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

19/24

Tijdens het zintuiglijk onderzoek van de grond zijn verschillende bodemvreemde en/of op verontreiniging duidende kenmerken waargenomen. In tabel 3.3 zijn de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Tabel 3.3: Zintuiglijke waarnemingen Boring Diepte boring (m-mv) 1 2,50 2 2,50

3

2,50

4

3,00

Traject (m-mv) 0,40 - 0,80 0,80 - 1,30

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Klei Klei

1,50 - 2,00 0,04 - 0,30 0,30 - 0,50 1,50 - 2,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00

Zand Zand Klei Klei Klei Klei

zwak baksteenhoudend sporen afvalhoudend, sporen baksteenhoudend, zwak houthoudend spikkels baksteen matig baksteenhoudend, brokken beton spikkels baksteen sporen baksteenhoudend resten ijzerhoudend resten afvalhoudend, resten keramiekhoudend volledig onbekend, holle ruimtes, hout, gedempte sloot, geen grond zwak puinhoudend volledig puinhoudend, gestaakt zwak steenhoudend volledig onbekend, holle ruimtes, bakstenen (vermoedelijk), geen grond spikkels baksteen, resten houthoudend sporen puinhoudend spikkels baksteen sporen baksteenhoudend, resten planten, zwakke brandstofgeur, zwakke olie-water reactie

2,00 - 3,00 5

0,51

5a

3,00

6 8

2,50 2,50

P9

3,00

0,30 - 0,50 0,50 - 0,51 0,00 - 0,50 2,00 - 2,50

Zand

0,60 - 1,00 0,00 - 0,70 1,50 - 2,00 1,50 - 2,00

Klei Zand Klei Klei

Zand

Opgemerkt wordt dat in het kader van dit onderzoek geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707, bodeminspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem) is verricht naar het voorkomen van asbest in de grond. In verscheidene boringen is bodemvreemd materiaal aangetroffen, zoals resten baksteen, afval, hout, beton, puin en resten keramiek en ijzerhoudend materiaal (zie tabel 3.3). In twee boringen (4 en 5a) zijn vanaf een diepte van 2,00 m-mv holle ruimtes aangetroffen. Boring 5 is gestaakt op een niet met de hand doordringbare puinlaag. In één boring (boring P9) is op een diepte van 1,50 t/m 1,70 m-mv een zwakke olie-water reactie aangetoond. Een zwakke brandstofgeur was tevens waargenomen.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

20/24

4

LABORATORIUMONDERZOEK

4.1 Opzet laboratoriumonderzoek Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door het AS3000 en RvA- geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Analytico te Barneveld. De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling zijn als volgt. Tabel 4.1: Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters AnalyseTraject Deelmonsters Analysepakket monster (m-mv) MM1bg 0,00 - 0,50 5 (0,00 - 0,30) Standaardpakket grond incl. LU/OS* 7 (0,10 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) P9 (0,07 - 0,50) MM2og 0,40 - 1,00 1 (0,40 - 0,80) Standaardpakket grond incl. LU/OS* 3 (0,50 - 1,00) 4 (0,50 - 1,00) 6 (0,60 - 1,00) MM3og diep 0,80 - 2,00 2 (0,80 - 1,30) Standaardpakket grond incl. LU/OS* 4 (1,50 - 2,00) 5a (0,80 - 1,30) P9-9 1,50 - 1,70 P9 (1,50 - 1,70) BTEXN + Minerale olie GC, Organische stof (gloeiverlies) 2-3 0,80 - 1,30 2 (0,80 - 1,30) Koper (Cu), Lutum + Organische stof, Zink (Zn) 4-4 1,50 - 2,00 4 (1,50 - 2,00) Koper (Cu), Lutum + Organische stof, Zink (Zn) 5a-3 0,80 - 1,30 5a (0,80 - 1,30) Koper (Cu), Lutum + Organische stof, Zink (Zn) MMPFAS1 0,00 - 0,60 5 (0,00 – 0,30) PFAS 6 (0,10 – 0,60) 7 (0,10 – 0,50) 8 (0,00 – 0,50) P9 (0,07 – 0,50) MMPFAS2 0,30 - 1,00 1 (0,40 – 0,80) PFAS 3 (0,30 – 0,50) 4 (0,50 – 1,00) 6 (0,60 – 1,00) 7 (0,50 – 1,00) P9-1-1 2,00 - 3,00 Grondwater Standaardpakket grondwater Standaard pakket grond:

Standaard pakket grondwater:

* conform AS3000: LU: OS: BTEXN PFAS:

Bestaat uit de parameters: 9 metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, somPCB’s (som van PCB 28, PCB 52, PCB 101, PCB 118, PCB 138, PCB 153 en PCB 180), som-PAK’s (som van naftaleen, fenantreen, antraceen, fluorantheen, chryseen, benzo(a)antraceen, benzo(a)pyreen, benzo(k)fluorantheen, indeno(1,2,3 cd)pyreen en benzo(ghi)peryleen) en minerale olie (GC). Bestaat uit de parameters: 9 metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, minerale olie (GC), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (de som van benzeen, tolueen, ethylbenzeen somxylenen (som o, m, p,) styreen en naftaleen) en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen: de som van19 stoffen. Voorbehandeling van monsters conform accreditatie schema 3000 Lutum Organische stof vluchtige aromatische koolwaterstoffen: benzeen, tolueen, ethylbenzeen som-xylenen (som o, m, p,) styreen en naftaleen Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (28 stoffen uit het tijdelijk handelingskader)

In bijlage 4 zijn de analyserapporten van de grondmengmonsters en het grondwatermonster opgenomen. 4.2 Resultaten laboratoriumonderzoek/toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) Bij de beoordeling van de kwaliteit van de grond is gebruik gemaakt van de toetsingstabel zoals vermeld in het Besluit- en de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering 2013. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. (BoToVa staat voor Bodem Toets en Validatie). Deze toetsingstabel bevat achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor de beoordeling van concentratieniveaus van diverse milieubelastende stoffen in de bodem. Een nadere uitleg betreffende het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

21/24

PFAS normkader INEV Voor PFAS is nog geen definitief toetsingskader (normkader) voorhanden. Wel zijn voor PFOS, PFOA en GenX zogenaamde Indicatieve Niveau’s voor Ernstige Verontreinigingen (INEV’s) vastgesteld door het RIVM. Deze INEV’s kunnen worden beschouwd als tijdelijke interventiewaarden. Bij overschrijding van interventiewaarde is sprake van een sterke verontreiniging. Voor PFOS bedraagt de INEV 110 µg/kg ds, voor PFOA 11.000 µg/kg ds en GenX 97 µg/kg ds (bron RIVM: Toelichting op Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV) PFAS voor grond en grondwater, 5 maart 2020). Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS (2 juli 2020) De onderzoeksresultaten van de PFAS analyses zijn getoetst aan de landelijke normen voor toepasbaar op land zoals genoemd in de Kamerbrief van 2 juli 2020 met betrekking tot Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS. In bijlage 6.2 van onderhavig onderzoek zijn de toepassingsnormen in tabel opgenomen. 4.3 Toetsingstabellen grond en grondwater De achtergrondwaarden en interventiewaarden van de grond hebben betrekking op een bodem met bepaalde organische stof- en lutumpercentages zoals deze in de tabellen zijn gepresenteerd. In bijlage 5 zijn de toetsingsresultaten aan de Wet bodembescherming, en INEV PFAS en (indicatief) aan het Besluit bodemkwaliteit en het tijdelijk handelingskader PFAS weergegeven.

4.4 Overschrijdingstabellen grond en grondwater In onderstaande tabellen worden de overschrijdingen van de parameters in de grond en het grondwater aangegeven. Tabel 4.2.1: Overschrijdingstabel grond (Wet Bodembescherming (Wbb) en indicatief aan Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) AnalyseTraject Deelmonsters > AW (+index) > I (+index) BBK monster-conclusie monster (m-mv) Licht verontreinigd Sterk verontreinigd Indicatief MM1bg 0,00 - 0,50 5 (0,00 - 0,30) PCB (som 7) (0,01) Altijd toepasbaar 7 (0,10 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) P9 (0,07 - 0,50) MM2og 0,40 - 1,00 1 (0,40 - 0,80) Zink (0,16) Klasse industrie 3 (0,50 - 1,00) Kwik (-) 4 (0,50 - 1,00) Lood (0,1) 6 (0,60 - 1,00) PAK 10 VROM (0,2) MM3og diep 0,80 - 2,00 2 (0,80 - 1,30) Kobalt (0,04) Klasse industrie 4 (1,50 - 2,00) Nikkel (0,27) 5a (0,80 - 1,30) Koper (0,58) Zink (0,84) Molybdeen (0,01) Cadmium (0,01) Kwik (-) Lood (0,46) PAK 10 VROM (0,32) P9-9 1,50 - 1,70 P9 (1,50 - 1,70) Minerale olie C10 - C40 Niet Toepasbaar > industrie (0,73) 2-3 0,80 - 1,30 2 (0,80 - 1,30) Koper (0,26) Klasse industrie Zink (0,74) 4-4 1,50 - 2,00 4 (1,50 - 2,00) Koper (1,97) Niet Toepasbaar > Zink (2,04) Interventiewaarde 5a-3 0,80 - 1,30 5a (0,80 - 1,30) Zink (0,19) Klasse industrie : Geen overschrijding (voldoet aan de achtergrondwaarde) > AW : > Achtergrondwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - AW) / (I - AW)

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

22/24

Conclusie grond: In de het grondmengmonsters MM1bg (bovengrond) overschrijdt het gehalte PCB de achtergrondwaarde. De overige geanalyseerde parameters zijn alle lager dan de achtergrondwaarden. In grondmengmonster MM2og (ondergrond) overschrijden de gehalten zink, kwik, lood en PAK de achtergrondwaarde. In het grondmengmonster MM3og diep (ondergrond) overschrijden de gehalten kobalt, nikkel, koper, zink, molybdeen, cadmium, kwik, lood en PAK de achtergrondwaarden. In het grondmengmonster MM3og diep is sprake een matige verontreiniging met zink en koper. Derhalve is het desbetreffende grondmengmonster uitgesplitst en de deelmonsters apart geanalyseerd op koper en zink. In het grondmonster 2-3 (traject 0,80 - 1,30 m-mv) overschrijden de gehalten zink en koper de achtergrondwaarden. Hierbij is zink matig verontreinigd. In het grondmonster 4-4 (traject 1,50 - 2,00 m-mv) overschrijden de gehalten zink en koper de interventiewaarde. De ondergrond ter plaatse van boring 4 (1,50 - 2,00 m-mv) is sterk verontreinigd met zink en koper. In het grondmengmonster 5a-3 (traject 0,80 - 1,30 mmv) overschrijdt het gehalte zink de achtergrondwaarde. De overige geanalyseerde parameters zijn alle lager dan de achtergrondwaarden. Het grondmonster P9-9 (traject 1,50 - 1,70 m-mv) is geanalyseerd op de parameters BTEXN, minerale olie en organische stof.

De achtergrondwaarde wordt overschreden door de parameter minerale olie C10-C40. Hierbij is sprake van een matige verontreiniging. Tabel 4.2.2: Toetsing analyseresultaten PFAS aan INEV en (aangepast) tijdelijk handelingskader PFAS. Analyse- Deelmonsters Motivatie Analyseresultaten in µg/kg ds. Monster-conclusie1) monster Indicatief PFOS PFOA Overige PFAS MMPFAS1 5 (0,00 - 0,30) Zandlaag 1,2 0,7 Perfluorbutaanzuur (0,1) Voldoet aan de 6 (0,10 - 0,60) achtergrondwaarde en 7 (0,10 - 0,50) overschrijdt INEV niet 8 (0,00 - 0,50) P9 (0,07 - 0,50) MMPFAS2 1 (0,40 - 0,80) Kleilaag 0,1 0,7 Perfluorbutaanzuur (0,2) Voldoet aan de 3 (0,30 - 0,50) achtergrondwaarde en 4 (0,50 - 1,00) overschrijdt INEV niet 6 (0,60 - 1,00) 7 (0,50 - 1,00) 1) De toepassingsnorm voor PFAS in bodemfunctieklasse landbouw/natuur bedraagt voor de parameters overige PFAS inclusief GenX 1,4 µg/kg ds en PFOS 1,9 µg/kg ds. Opgemerkt dient te worden dat gebiedsspecifiek mogelijk een hogere achtergrondwaarde wordt gehanteerd. De toepassingsnormen voor PFAS in bodemfunctieklasse Wonen en Industrie zijn respectievelijk 3 µg/kg ds. voor de overige PFAS, PFOS en GenX en voor PFOA 7 µg/kg ds.

Conclusie PFAS: Op basis van de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat de boven- en ondergrond bij toetsing aan de tijdelijke interventiewaarde (INEV) niet verontreinigd is met PFOS/PFOA. De gehalten overschrijden de toepassingsnorm voor het hergebruik voor de bodemfunctieklasse Landbouw/natuur 1) niet. Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grondwater Watermonster Filterdiepte > S (+index) (m-mv) Licht verontreinigd P9-1-1 2,00 - 3,00 Minerale olie C10 - C40 (0,29) Naftaleen (0,01) : Geen overschrijding (voldoet aan de streefwaarde) >S : > Streefwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - S) / (I - S)

> I (+index) Sterk verontreinigd -

Conclusie grondwater: In het grondwater uit peilbuis P9 overschrijden de concentraties minerale olie en naftaleen de streefwaarden. De concentraties van de overige geanalyseerde parameters zijn alle lager dan de streefwaarden.

Verkennend bodemonderzoek, Kasteelstraat 20-22 te Philippine, ANL21-5886

23/25

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

5.1 Conclusies Zintuiglijk worden in de boringen (boringen 1 t/m 6, 8 en 9) diverse bodemvreemd materiaal in de boven- en ondergrond (variërend van 0,04 - 3,00 m-mv) aangetroffen. In de bovengrond (0,00 - 0,50 m-mv) ter plaatse van boringen (boringen 3, 5, 5a en 8) betreft dit sporen tot matig baksteenhoudend, zwak tot volledig puinhoudend, zwak steenhoudend en sporen puinhoudend respectievelijk. In de ondergrond (0,50 - 3,00 mmv) ter plaatse van boringen betreft dit hoofdzakelijk sporen tot matig baksteenhoudend materiaal. In boringen 2 en 6 (0,60 - 1,30 m-mv) zijn in de ondergrond zwak tot resten houthoudend materiaal en in boring 8 (0,00 - 0,70 m-mv) zijn sporen puinhoudend materiaal aangetroffen. In boringen 2 en 4 zijn sporen tot resten afvalhoudend materiaal en in boring 4 zijn resten ijzer- en keramiekhoudend materiaal aangetroffen. In twee boringen (4 en 5a) zijn vanaf een diepte van 2,0 m-mv holle ruimtes en volledig onbekend materiaal aangetroffen. Dit is een sterke aanwijzing voor het voorkomen van de voormalig gedempte gracht. Verder is boring 5 gestaakt op een niet met de hand doordringbare puinlaag. Ter plaatse van boring P9 (1,50 - 1,70 m-mv), nabij de Kasteelstraat 22 (voormalig benzineservicestation) is een zwakke olie-water reactie en een zwakke brandstofgeur aangetoond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11180121/1