2022-02-03 a. Omgevingswet - verzwaard adviesrecht, participatie, delegatie - Ontwerpbesluit
Tekst van het document
Gemeenteraad Ontwerpbesluit
Zitting van 3 februari 2022 Omgeving & Economie - Planvorming zaaknummer: 296426
2022_Raad_00005 - Aanwijzing categorieën van gevallen voor verzwaard adviesrecht door de gemeenteraad, verplichte participatie en delegatiebesluit Omgevingsplan Terneuzen. Portefeuillehouder Frank Hulle,van Programma en/of paragraaf Programma Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Besluit Besluitpunt 1 De raad besluit tot vaststelling van de in bijlage 1 opgenomen categorieën van gevallen waarvoor zijn advies wordt gevraagd over een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Besluitpunt 2 De raad besluit het college te vragen de uitgebreide procedure toe te passen bij vergunningsaanvragen die onder het adviesrecht vallen en die zonder vooroverleg worden ingediend. Besluitpunt 3 De raad besluit tot vaststelling van de in bijlage 1 opgenomen categorieën van gevallen waarbij participatie verplicht is bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Besluitpunt 4 De raad besluit het raadsbesluit d.d. 11 oktober 2010 tot aanwijzing van categorieën van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen is vereist in te trekken op de datum van de Omgevingswet in werking treedt. Besluitpunt 5 De raad besluit in te stemmen met de handreiking participatie bij ruimtelijke initiatieven (bijlage 2) en de checklist participatie (bijlage 3).
1/24
Besluitpunt 6 De raad besluit tot vaststelling van het delegatiebesluit Omgevingsplan gemeente Terneuzen (zie bijlage 4). Wat is de aanleiding? Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow) verandert er veel, maar de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders blijft in de kern hetzelfde. De gemeenteraad stelt ook onder de Ow de kaders en het strategisch beleid van de gemeente vast. De raad toetst en controleert of het college het beleid volgens afspraak en naar tevredenheid uitvoert. Het bestaande raadsinstrumentarium (het indienen van amendementen, moties, schriftelijke/mondelinge vragen, interpellatie, recht van onderzoek en initiatief en de actieve informatieplicht van het college) blijft hetzelfde. Hierdoor houdt de raad tijdens het beleids- en besluitvormingsproces de vinger aan de pols. De raad stuurt in de gewenste ontwikkeling. Onder de Ow is het college het bevoegde orgaan voor de uitvoering van beleid (bijvoorbeeld in het in individuele gevallen afwijken van het omgevingsplan). De raad richt zich op de hoofdlijnen en het toezicht op het beleidsproces. In de periode tot aan de inwerkingtreding van de Ow moet de raad aantal besluiten nemen. Dit om de overgang naar de Ow zo soepel mogelijk te laten gaan.
Dit voorstel gaat over drie van deze besluiten: - het adviesrecht voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa); - verplichte participatie bij bopa’s; - het delegatiebesluit gemeentelijk omgevingsplan. Wat willen we bereiken? We willen de gemeenteraad de mogelijkheid bieden om advies uit te brengen bij vergunningsaanvragen die afwijken van het Omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteiten) en die naar verwachting behoorlijke gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. We sluiten aan bij de uitgangspunten van de Ow door gevallen aan te wijzen waarbij participatie verplicht wordt. En waarvoor de raad gebruik wenst te maken van zijn adviesrecht. Het proces wordt hierdoor helder en voorspelbaar voor indieners van aanvragen. Deze voorspelbaarheid en duidelijkheid krijgen we ook door het delegatiebesluit gemeentelijk Omgevingsplan te laten voortborduren op o.a. de al aanwezige wijzigingsbevoegdheden van het college in de ruimtelijke plannen. Deze gaan straks van rechtswege op in het tijdelijke Omgevingsplan. Argumenten 1. Verzwaard adviesrecht
2/24
1a. Door te kiezen voor adviesrecht houdt de raad voeling met initiatieven die naar verwachting behoorlijke gevolgen zullen hebben De gemeente toetst of een initiatief past in het omgevingsplan. Daarbij zijn er drie mogelijkheden: 1. het initiatief past binnen de regels van het omgevingsplan. 2. Het initiatief past met toepassing van een binnenplanse afwijking. Zo’n afwijking kennen we nu ook in de bestemmingsplannen. Dit heet onder de Omgevingswet straks een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. 3. Het initiatief past niet in het omgevingsplan. Dit heet onder de Omgevingswet een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In al deze gevallen is het college het bevoegd gezag om de vergunning te verlenen. Ook als een initiatief niet past in het omgevingsplan (situatie c). Dit betekent dat het college na inwerkingtreding van de Ow zonder tussenkomst van de gemeenteraad besluiten kan nemen om met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) af te wijken van het omgevingsplan. Het college kan dat niet als de gemeenteraad vooraf situaties aanwijst waarbij hij in het geval van een bopa een bindend advies wil geven aan het college (artikel 16.15a, lid b onder 1 Ow). Op deze manier behoudt de raad een doorslaggevende rol in door hemzelf te bepalen gevallen.
Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, mag het college de omgevingsvergunning voor de bopa niet verlenen. Direct na inwerkingtreding van de Ow kan het voorkomen dat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd die niet past in het omgevingsplan en waaraan het college mee wil werken. Om deze reden moet de raad, als hij dit wenst, al voor de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet categorieën van gevallen aanwijzen voor zijn verzwaard adviesrecht. Dat zijn de gevallen waarin de gemeenteraad advies wil geven. 1b Het adviesrecht komt in de plaats van de huidige verklaring van geen bedenkingen door de gemeenteraad (vvgb) Een vvgb gaat over een instemming van de raad voor een door het college af te geven omgevingsvergunning die niet past in het huidige bestemmingsplan. Dit voorstel met categorieën van gevallen waarin de raad gebruik wil maken van het adviesrecht, is op papier een omgekeerde versie van de vvgb. Veel gemeenten hebben hiervoor een lijst gemaakt. In Terneuzen wenst uw raad nu alleen een vvgb af te geven in politiek gevoelige zaken. Het uitgangspunt voor uw verzwaard adviesrecht is om zoveel als mogelijk aan te sluiten bij de huidige praktijk. Dus als het college vindt dat een strijdig ruimtelijke initiatief in situaties politiek gevoelig zou kunnen liggen, kunt u zeggen of u gebruik wil maken van uw adviesrecht.
Als het nieuwe beleid over het adviesrecht voor de gemeenteraad is vastgesteld, treedt deze regeling in de plaats van het beleid rond de verklaringen van geen bedenkingen. De raad moet deze regeling daarom op het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet intrekken. 1c. Reguliere beslisprocedure van acht weken is in principe het uitgangspunt Onder de Omgevingswet wordt de reguliere procedure bij de voorbereiding van een beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning het uitgangspunt. Dit houdt in een
3/24
beslistermijn van acht weken. Die is nu bij omgevingsvergunningen die niet passen in het bestemmingsplan nog vaak 26 weken. Deze beslistermijn kan één keer met zes weken verlengd worden, maar verder niet. Dit heeft tot gevolg dat in verreweg de meeste gevallen de reguliere procedure van acht weken geldt. In elke situatie advies vragen bij de raad zou betekenen dat we de beslistermijn standaard overschrijden. Hiermee dient dan ook rekening te worden gehouden bij de besluitvorming. De lijst met categorieën van gevallen is zo opgesteld dat we kunnen stellen dat er in die gevallen sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die a) veel gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving en b) waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Het college is op grond van artikel 16.65, lid 4 van de Omgevingswet dan bevoegd om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren. Dient een initiatiefnemer een aanvraag omgevingsvergunning voor een bopa zonder dat hieraan vooraf vooroverleg heeft plaatsgevonden? Dan is het niet mogelijk om de vergunning te verlenen binnen de termijn van acht weken. Ook zal er een weinig stimulerend effect uitgaan van het vooroverleg als ook direct aanvragen (zonder vooroverleg) van een omgevingsvergunning binnen acht weken resultaat geeft.
Om deze redenen stellen wij u voor de uitgebreide procedure te vragen aan het college voor die gevallen waarbij sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die u heeft aangewezen voor verzwaard advies en die zonder vooroverleg wordt ingediend. Hierdoor wordt het vooroverleg naar ons idee meer gestimuleerd. 2. Participatie 2a. Het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden bij initiatieven is belangrijk Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Het is zonder meer verplicht voor het bevoegd gezag. De gemeente moet ervoor zorgen dat alle belanghebbenden hun meningen kunnen geven over een Omgevingsvisie of een omgevingsplan. Belanghebbenden zijn bijvoorbeeld inwoners, bedrijven, verenigingen, scholen, instanties enzovoort. Bij een omgevingsvergunning ligt dit anders. Daar moet de initiatiefnemer laten weten of hij belanghebbenden bij de aanvraag betrokken heeft. En hij moet duidelijk maken wat er uit die participatie kwam. De aanvrager mag zelf weten op welke manier hij de belanghebbenden bij de aanvraag betrekt. Wanneer een initiatiefnemer niet aan participatie heeft gedaan vormt dit geen weigeringsgrond. Maar er kunnen initiatieven zijn die gevoelig liggen en/of een behoorlijke gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. In zulke situaties maakt de Omgevingswet het mogelijk de initiatiefnemer te verplichten tot participatie.
Dit kan alleen bij aanvragen voor activiteiten die niet passen in het omgevingsplan (bopa) en die de gemeenteraad aanwijst. Hiermee stimuleren wij initiatiefnemers om de omgeving al bij de voorbereiding van initiatieven te betrekken. Dit is belangrijk, omdat bij de voorbereiding van een initiatief dan voldoende ruimte is voor een gesprek en eventuele aanpassingen en verbeteringen. 2b. De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarbij er bij een initiatief voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit verplicht moet worden geparticipeerd. De gemeenteraad beslist of participatie verplicht is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa’s). Hier zijn drie opties om uit te kiezen: 1. Participatie bij bopa’s is niet verplicht; 2. Participatie bij bopa’s is zo vaak mogelijk verplicht; 4/24
3. Alleen in bepaalde categorieën van gevallen is participatie verplicht. Ad 1. Voorstanders van deze optie willen terughoudend zijn in het opleggen van regels en dus ook met de verplichting van participatie. Ad 2. Voorstanders van deze optie vinden het logisch dat participatie bij bopa’s verplicht is. Er wordt namelijk bewust afgeweken van al vastgesteld beleid. Dus kan dit gevolgen hebben voor omwonenden en belanghebbenden Maar een algemeen besluit dat bij alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten participatie verplicht is, mag niet. Er moet duidelijk gemaakt worden in welke gevallen de verplichte participatie dus wel geldt. Bij deze optie wordt een zo compleet mogelijke lijst van categorieën van gevallen vastgesteld. Ad 3. Voorstanders van deze optie kiezen ervoor om heel bewust te kijken naar initiatieven die het meest impact hebben. Vaak wordt hier een koppeling gemaakt met de lijst van categorieën van gevallen waarvoor de gemeenteraad gebruik wil maken van zijn adviesrecht. Maar het staat de raad geheel vrij om eigen categorieën van gevallen voor verplichte participatie aan te wijzen. In bijlage 1 vindt u de voorgestelde lijst met gevallen voor verplichte participatie. U ziet dat hierbij aansluiting is met de lijst van gevallen waarbij de raad gebruik wenst te maken van zijn adviesrecht. De ‘drempel’ voor verplichte participatie ligt soms lager dan bij het adviesrecht.
Op deze manier wordt zo veel als mogelijk participatie verplicht gesteld, terwijl toch de koppeling met het adviesrecht overeind blijft (combinatie tussen optie 2 en 3). Hiermee sluiten we aan bij het gedachtengoed van de Omgevingswet waarin participatie een belangrijke pijler is. Ook sluit dit aan bij de wens vanuit de gemeenteraad om participatie meer in te bedden in het besluitvormingsproces bij ruimtelijke ontwikkelingen. 2c. De vorm van participatie is afhankelijk van de impact van het initiatief. Zoals u in de lijst met verplichte gevallen voor participatie ziet staan er voetnoten in de kolommen verplichte participatie en verzwaard adviesrecht. Hiermee willen we aanduiden dat in alle gevallen die in deze lijst beschreven staan participatie verplicht is. Maar de vorm van participatie kan verschillen. 3. Delegatiebevoegdheid vaststellen onderdelen van het Omgevingsplan 3a. Meer ruimte voor de raad om zich bezig te houden met inhoudelijke kaders Het vaststellen van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Net als het vaststellen van een bestemmingsplan nu. Ingevolge artikel 2.8 van de Ow kan de raad deze bevoegdheid voor delen van het omgevingsplan delegeren aan het college. Het delegatiebesluit moet de reikwijdte van de bevoegdheid aangeven. Het bepaalt binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden het college de bevoegdheid kan of moet uitoefenen.
Ook kan de raad in het delegatiebesluit bepalen hoe het college uitvoering moet geven aan de gedelegeerde bevoegdheid. De mogelijkheid om vaststelling van delen van het omgevingsplan te delegeren, biedt ruimte voor toedeling van bevoegdheden op maat. Delegatie zorgt er voor dat de uitvoering van het beleid bij het uitvoerende orgaan komt te liggen. De raad kan zich dan bezig houden met
5/24
inhoudelijke kaders. Het delegatiebesluit is een losstaand besluit en maakt geen onderdeel uit van het omgevingsplan. 3b. Het gaat om onderwerpen die al in de huidige bestemmingsplannen staan (wijzigingsbevoegdheid) of om onderwerpen die geen gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving De raad kan verschillende zaken met betrekking tot vaststelling van delen van het omgevingsplan delegeren aan het college. De meest in het oog springende is de wijzigingsbevoegdheid van het college. De Omgevingswet heeft voor de wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheid beperkt overgangsrecht geregeld. Er is alleen overgangsrecht voor de wijzigingsbevoegdheid als er sprake is van een bouwplan. Als er alleen sprake is van wijziging van het gebruik zonder bouwplan, mag er geen gebruik meer worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid. Dat betekent dat een deel van de door de raad aan het college gecreëerde bevoegdheid komt te vervallen. Deze bevoegdheid, voor het wijzigen van gebruik zonder bouwplan, kan overgeheveld worden naar een delegatiebesluit. Dit kan beleidsneutraal plaatsvinden Alle toetsingscriteria voor medewerking aan dit soort aanvragen liggen uitputtend vast. Gemiddeld worden er minder dan vier van dit soort aanvragen per jaar verwacht. Daarom stellen wij voor om voor dit onderdeel de bevoegdheid aan het college te delegeren.
Daarnaast is er de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit die de raad aan het college kan delegeren. De achterliggende gedachte van de wetgever is hierbij geweest dat het college een omgevingsplan voorbereidt en daarmee dan ook goed in staat is om op een effectieve wijze een voorbereidingsbesluit te nemen. Gelet op de vergaderfrequentie van de raad in relatie tot die van het college en de daarbij horende aanlevertermijnen, kan het college hierin sneller acteren. Wij stellen hier dan ook voor de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit te delegeren aan het college. In het concept delegatiebesluit (bijlage 4) zijn naast het bovenstaande nog een aantal onderwerpen opgenomen. Het gaat om onderdelen die geen gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving en geen zwaarwegende benadeling van inwoners/initiatiefnemers tot gevolg hebben. Deze lijst is geïnspireerd op voorbeelden van andere gemeenten uit bijvoorbeeld webinars en Omgevingswetfora en van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG). 3c. Monitoring door raad Het gaat hier om een betrekkelijk nieuw fenomeen. Daarom stellen we voor dat het college tweemaal per jaar aan de raad een overzicht overlegt van middels delegatie genomen besluiten. Op deze manier kan de raad goed monitoren hoe het gaat.
Kanttekeningen a.Is de datum van de Omgevingswet al bekend? Over de datum van inwerkingtreding van de Ow is nog steeds geen officieel besluit genomen. De Minister en de VNG noemen 1juli 2022 nog steeds als beoogde datum. Zij is van oordeel dat gemeenten hiermee duidelijke richting hebben, waar we naartoe moeten werken. Dat is onontbeerlijk voor een goede voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet en het continueren van de inspanningen en energie die alle betrokken partijen nu leveren. Dat neemt niet weg dat de Eerste Kamer uiteindelijk moet besluiten over de definitieve datum van inwerkingtreding. De Kamer is momenteel kritisch. Zeker nadat zij
6/24
op 30 november 2021 zijn bijgepraat door deskundigen over met name het Digitaal Stelsel Omgevingswet. b.Betekent delegeren dat de raad daar niet meer op terug kan komen? Het delegatiebesluit schept een nieuwe situatie vergeleken met de huidige. Daarom stellen we voor dat het college twee keer per jaar aan de raad een overzicht overlegt van middels delegatie genomen besluiten. De raad ontvangt een lijst met die onderdelen van het Omgevingsplan waarover het college een besluit heeft genomen. Op deze manier kan de raad goed monitoren hoe het gaat. Op basis hiervan kan uw raad altijd besluiten het delegatiebesluit aan te passen, te actualiseren of zelfs in te trekken. Deze mogelijkheid is er ook voor het adviesrecht en de verplichte participatie. Aanpassing, actualisatie of intrekking door de raad heeft geen effect meer op besluiten die al genomen zijn op basis van deze regelgeving. c. Gebruikmaken van uw adviesrecht heeft gevolgen voor het vergaderschema van de raad. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst van 2 november 2021 hebben een aantal raadsleden aangegeven graag met een lijst van gevallen van bopa’s te willen werken voor het adviesrecht. Deze lijst is opgenomen in bijlage 1 bij dit voorstel en is gepresenteerd tijdens de raadsinformatiebijeenkomst op 7 december 2021. De lijst is ruimer dan het huidige beleid inzake de vvgb.
Voor de duidelijkheid melden wij daarover dat er in de periode 2019 tot nu in totaal zeven keer een situatie was, waarbij het noodzakelijk was om een vvgb aan de gemeenteraad te vragen. Gemiddeld gaat het dan jaarlijks om minder dan 3 af te geven verklaringen van geen bedenkingen. Als u instemt met de lijst zoals die nu voorligt, zal er per jaar soms meer dan 20 keer een situatie voor kunnen komen, waarvoor u advies wilt uitbrengen. De presentatie van 7 december met daarin de gemiddelde aantallen is ter kennisname bijgevoegd (bijlage 5). Aan u is tijdens de presentatie meegegeven dat het kiezen voor verzwaard adviesrecht zondermeer gevolgen heeft voor de vergaderfrequentie van de raad. Acht weken na ontvangst van een aanvraag om een omgevingsvergunning dient het college hierop te besluiten. Rekeninghoudend met een toets vooraf en advisering over besluitvorming aan het college, moet u binnen een termijn van 6 weken adviseren over een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit uit de door u vastgestelde lijst of bij een aanvraag die u als politiek gevoelig aanmerkt. Zoals gesteld gaat de beslistermijn lopen vanaf het moment dat een aanvraag binnenkomt. Het behoeft geen nadere uitleg dat e.e.a. niet past in uw huidige vergaderschema.
Wanneer u kiest voor verzwaard adviesrecht, zal er samen met de griffie een proces moeten worden uitgewerkt voor het tijdig door de raad opstellen van een voor het college bindend advies. Wat mag het kosten? Aan dit voorstel zijn geen kosten verbonden. Wat gaan we ervoor doen? We werken in overleg met de griffie aan een procesvoorstel om de termijn die de Omgevingswet voorschrijft voor besluitvorming te halen. Wij informeren indieners van aanvragen waarop een van de genoemde besluiten van toepassing is over de (deels nieuwe) werkwijze. 7/24
Na vaststelling door uw raad, worden de regelingen bekend gemaakt. De regelingen treden in werking op de datum waarop ook de Ow in werking treedt. Tegen de voorgestelde regelingen staan geen rechtsmiddelen open. Wel staan er rechtsmiddelen open tegen de besluiten die (al dan niet mede) op grond van deze regelingen genomen worden. .
Bijlagen 1. Bijlage 1 adviesrecht raad en verplichte participatie - aangepast.pdf 2. Bijlage 2 Handreiking participatie.pdf 3. Bijlage 3 Checklist participatie.pdf 4. Bijlage 4 Delegatiebesluit omgevingsplan Terneuzen 2022.pdf 5. Bijlage 5 Presentatie RIB 7 dec 2021.pdf
8/24
Bijlage 1 Overzicht categorieën van gevallen voor verplichte participatie en adviesrecht van de gemeenteraad in het geval van initiatieven die niet passen in het Omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteiten) Buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Verplichte participatie (16.55, lid 7 Ow)1
Adviesrecht (art. 16.15a onder b Ow)2
Toevoegen extra woningen voor permanente bewoning buiten bebouwde kom Uitbreiden bedrijventerrein
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Antennemasten > 40 meter
Ja
Ja
Projecten met betrekking tot energieopwekking zoals een biomassacentrale, zonnepark en een windmolenpark. Waaronder tevens begrepen het plaatsen van een solitaire windmolen. Flexwonen (tijdelijke bebouwing ten behoeve van wonen gedurende een periode van maximaal 15 jaar). Huisvesting t.b.v. flexbewoning (conform beleidsregel flexbewoning gemeente Terneuzen). Huisvesting en voorzieningen t.b.v. shortstay op specifieke locaties/complexen Hoogbouw (gebouwen met meer dan 3 bouwlagen) die meer dan 3 meter hoger wordt dan in het omgevingsplan is toegestaan.
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Hogere milieucategorie bedrijfsactiviteit Nieuwbouw maatschappelijke-, recreatieve- of sportvoorziening of winkelcentrum Infrastructurele werken met veel impact ᶾ Kunstwerk openbare ruimte
1 Participatie is verplicht: Wanneer de participatie niet gekoppeld is aan het adviesrecht van de raad is
de initiatiefnemer verplicht om omwonenden te informeren (participatieniveau 1) en/of te raadplegen (participatieniveau 2). Het niveau is afhankelijk van de impact van het initiatief. 2 Participatie is zondermeer verplicht als de participatie gekoppeld is aan het verzwaarde adviesrecht
van de gemeenteraad. De initiatiefnemer van deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verplicht om belanghebbenden te consulteren (participatieniveau 3). Ook de gemeente wordt bij de participatie betrokken. ᶾ Per initiatief wordt aan de intaketafel beschreven wat de verwachte impact is. Zie ook de handreiking participatie.
9/24
Buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Verplichte participatie (16.55, lid 7 Ow)1
Adviesrecht (art. 16.15a onder b Ow)2
Toevoegen extra bouwlaag op bestaande bouw (waarbij het aantal woningen toeneemt) Overige activiteiten waarbij – naar de mening van het college- sprake is van maatschappelijke onrust of anderszins politiek gevoelige initiatieven.
Ja
Ja
Ja
Ja
10/24
Bijlage 2 Handreiking participatie
Ik heb een plan! Waar begin ik en hoe betrek ik anderen daarbij? Wanneer je een plan (ook wel ruimtelijk initiatief genoemd) hebt om iets te gaan bouwen of verbouwen kom je al vlug bij de gemeente terecht. Omdat een ruimtelijk initiatief gevolgen kan hebben voor de omgeving, vinden we het belangrijk dat je overlegt met je buren en misschien nog wel met meer personen of instanties. Hieronder leggen we uit hoe je dat het beste doet. Handreiking participatie Stel, je hebt een plan. Je wilt bijvoorbeeld een nieuwe garage bij je huis plaatsen of een speelterrein in de wijk. Of misschien heb je beroepsmatig een groter plan, zoals het bouwen van een appartementencomplex met zorgfunctie of een zonnepark. Om plannen van de grond te krijgen, is het belangrijk om te weten wie je erbij kunt, of zelfs moet, betrekken. Wie je bij jouw plan betrekt, is afhankelijk van hoe groot jouw plan is. Het kan dus goed zijn dat je bij ieder plan andere mensen/partijen betrekt. Dat noemen we ook wel participatie. Heb je een plan dat gericht is op het verbeteren van je buurt of wijk, dan is het goed om te weten dat er voor alle wijken een wijkcoördinator binnen de gemeente is waarmee je kunt overleggen. Wanneer je een plan hebt, kun je gebruik maken van de checklist die bij deze handreiking hoort.
Wie gaat iets van mijn plan merken? Bij ieder plan is het belangrijk om voor jezelf na te gaan: wie gaat hier iets van merken en wie heb ik nodig om het te realiseren? Bouw je een nieuwe garage? Dan kan dat effect hebben op jouw aangrenzende buren. Denk aan geluid tijdens de bouw of aan schaduw in hun tuin. En, je hebt eventueel de gemeente nodig voor een vergunning. Denk bij grotere plannen aan een grotere cirkel van belanghebbende personen, organisaties en bedrijven. Bespreek jouw plan Nadat je in kaart hebt gebracht wie er iets van jouw plan gaat merken, is het verstandig het gesprek hierover met hen aan te gaan. Zo kom je erachter wat zij ervan vinden. Bovendien kun je dan eventueel aanpassingen doen aan de hand van hun opmerkingen. Hierdoor wordt het plan beter en heb je veel minder kans op klachten of bezwaren achteraf. Dat is voor iedereen prettig: je buren voelen zich gehoord en jij kunt verder met je plan. Je creëert hiermee draagvlak voor je plan. Mensen betrekken bij jouw plan of idee, oftewel: participatie Wanneer je mensen betrekt bij jouw plan, dan noemen wij dat participatie. Anderen ‘participeren’ dan namelijk in het proces om het plan uit te werken.
Participatie kan verschillende vormen hebben: - Mensen laten weten dat je een plan hebt; - Mensen laten meedenken over jouw plan; - Mensen laten meewerken aan jouw plan; Welke vorm van participatie je kiest, is afhankelijk van het formaat en de impact van het plan. Ga je een oprit vervangen, dan kan het voldoende zijn om dit alleen te laten weten aan je buren. Bij het voorbeeld van een appartementencomplex met zorgfunctie zijn er nog veel meer betrokkenen die misschien hun mening willen geven. Ook de gemeente wil de mening van anderen over een plan graag weten. 11/24
De meningen van inwoners maken een plan vaak beter. Inwoners weten namelijk het best welke knelpunten of kansen er kunnen zijn en hoe het plan beter ingevuld kan worden. En wanneer inwoners participeren bij een plan, zijn de keuzes in dat plan voor hen ook beter te begrijpen. Is participatie altijd verplicht bij plannen van inwoners? Deze handreiking gaat over grote en kleine plannen op het gebied van de fysieke leefomgeving. Het gaat van het plaatsen van een dakkapel tot aan het bouwen van een appartementencomplex. Het betrekken van buren en/of partijen die belang hebben bij jouw plan (participatie) stimuleren we en bevelen we aan, ook als dat niet verplicht is. De praktijk bewijst namelijk dat dit tot betere eindresultaten leidt. In onze afweging om medewerking te verlenen aan een plan, kan participatie dan ook zeker een rol spelen. Het gesprek aangaan over jouw plan doe je op de manier die jou het beste lijkt. Je kunt hierbij de checklist gebruiken die bij deze handreiking hoort. Voor plannen die niet passen in het Omgevingsplan en die een grote impact hebben, vinden we participatie zo belangrijk dat we het verplicht stellen. Plannen die niet passen in het Omgevingsplan zijn namelijk voor omwonenden of nabijgelegen instanties niet voorspelbaar en kunnen om die reden wellicht tot onrust leiden.
In de bijlage bij deze handreiking vind je een omschrijving van zogenaamde ruimtelijke initiatieven waarvoor participatie verplicht is. Vooroverleg is belangrijk! Dien je een aanvraag voor een omgevingsvergunning bij ons in voor een plan dat niet past in het Omgevingsplan en je hebt niet of onvoldoende aan participatie gedaan? Dan nemen we de aanvraag niet in behandeling. Daarom is het belangrijk dat je een plan eerst met ons bespreekt. Samen bespreken we de stappen die je moet nemen om jouw plan mogelijk te maken. Check vooraf of een omgevingsvergunning nodig is Om te bepalen of je voor jouw plan een vergunning nodig hebt, kun je bij ons terecht. Bij fysieke vergunningen, zoals een boom kappen of iets bouwen, kun je hiervoor ook een vergunningcheck doen via www.omgevingsloket.overheid.nl. Op de website vind je ook informatie over of je met jouw plan ook aan participatie moet doen. Heb je een vergunning nodig? Dan geef je bij het aanvragen van de vergunning aan of je participatie hebt toegepast. Oftewel, heb je met jouw buren en andere betrokkenen gesproken over jouw plan? Wat waren de reacties en wat heb je daarmee gedaan? Tijdens de vergunningverlening is dit voor de gemeente belangrijk om te weten. Ook als het niet verplicht is om je plan te bespreken met je buren en andere betrokkenen, is het namelijk verstandig om dat wel te doen.
Krijg je altijd een vergunning als je met omwonenden en andere betrokkenen gesproken hebt over je plan? Nee, het is niet zo dat je dan altijd de vergunning krijgt. Dat hangt ook af van andere eisen die verbonden zijn aan de vergunningverlening. Bij het bouwen is dat bijvoorbeeld het Omgevingsplan. Dus, goede participatie helpt, maar is geen garantie voor het krijgen van een vergunning. Bovendien blijven de officiële inspraakprocedures en de mogelijkheid van bezwaar en beroep gewoon bestaan.
12/24
Hoe organiseer je dit alles? De gemeente heeft een checklist gemaakt. Hier staan allerlei aandachtspunten in waarover je moet nadenken. Je kunt de checklist gebruiken om de participatie rondom je plan te regelen. De checklist is niet bedoeld als een verplicht stappenplan. Je kunt de onderdelen naar eigen inzicht gebruiken. De gemeente werkt zelf ook met deze checklist. Let op: participatie is vormvrij maar niet vrijblijvend! Wanneer jouw plan valt onder de categorie plannen waarbij participatie verplicht is, dan moet dit ook gebeuren. Hoe je dat doet, is vormvrij. In de bijlage geven we een aantal voorbeelden van participatievormen waaraan je, afhankelijk van de impact van jouw initiatief, kan denken. Heb je vragen? Als je meer informatie of tips wilt, dan denken we graag met je mee. Neem dan contact met ons op via telefoonnummer 14 0115 (vanuit het buitenland + 31 115 455 000) of e-mail: omgevingsvergunningen@terneuzen.nl.
13/24
Bijlage 1 Valt mijn initiatief onder de categorie waarbij participatie verplicht is? Wanneer je een initiatief hebt, waarbij je één of meer vergunningen nodig hebt, kan dit invloed hebben op de mensen en bedrijven in jouw omgeving. Het is daarom belangrijk om je omgeving zo vroeg mogelijk bij jouw plannen te betrekken. Hierdoor wordt het plan beter en heb je veel minder kans op klachten of bezwaren achteraf. In een aantal situaties vinden wij het belangrijk dat je je directe omgeving betrekt en hebben we dat zelfs verplicht gesteld. Dit is het geval als jouw plan niet past in het omgevingsplan en het gaat om: Toevoegen extra woningen voor permanente bewoning buiten bebouwde kom Uitbreiden bedrijventerrein Hogere milieucategorie bedrijfsactiviteit Nieuwbouw maatschappelijke, recreatieve of sportvoorziening of winkelcentrum Infrastructurele werken met veel impact ᶾ Kunstwerk openbare ruimte Antennemasten > 40 meter Projecten met betrekking tot energieopwekking, zoals een biomassacentrale, zonnepark en windmolenpark Huisvesting t.b.v. flexbewoning Voorzieningen t.b.v.
shortstay op specifieke locaties/complexen Toevoegen extra bouwlaag op bestaande bouw (waarbij het aantal woningen toeneemt) Overige activiteiten waarbij – naar de mening van het college – sprake is van maatschappelijke onrust of politiek gevoelige initiatieven* * Aan de hand van het door jou ingediende participatieplan beoordelen we of hiervan sprake is. Zelf impact bepalen Je kunt ook zelf al een beeld schetsen van de impact van jouw initiatief. Deze impact is van belang voor het bepalen welk soort participatie bij jouw initiatief past. Via bijgevoegde quickscan kun je hier een beeld van krijgen. Neem contact met ons op Wij adviseren je sowieso met klem om zo snel mogelijk contact met ons op te nemen, zodat we samen met jou na kunnen denken over de verdere aanpak van het initiatief.
14/24
Bijlage 2 Quickscan bepaling impact Het niveau van participatie voor een omgevingsinitiatief is sterk afhankelijk van de impact van dat initiatief. Het bepalen van impact kan door te kijken naar verschillende aspecten van een initiatief, zoals: - de omvang; - het (maatschappelijk/individueel) belang; - de mate van hinder; - de (maatschappelijke/politieke) aandacht. Aan de hand van de antwoorden op deze vragen, schat je in wat de impact van jouw initiatief zal zijn. De onderstaande vragen kun je meenemen in het door jouw op te stellen participatieplan. 1 Wat is de omvang van mijn initiatief? a. Stedelijke ontwikkeling: een grootschalige wijziging meestal met meerdere functies (bijv. wonen en werken) en infrastructurele wijzingen. Gevolgen voor een grote groep mensen. Bijvoorbeeld een groot bedrijventerrein, zonnepark. b. Herstructurering: herontwikkeling van een gebied met meerdere kavels, gebouwen en functies. Bijvoorbeeld sloop en nieuwbouw of transformatie van bestaande bebouwing inclusief aanpassing openbare ruimte. c. Functiewijziging: de bestemming van bestaande bebouwing (meestal één gebouw of op één perceel) verandert door het initiatief. Bijvoorbeeld een woning wordt een winkel of een bedrijfspand wordt omgevormd tot woningen. 2. Wat is het maatschappelijk/individueel belang? Hoe groot is de bijdrage aan de ambities van de gemeente Terneuzen? a.
Groot; draagt bij aan het algemeen belang en de samenleving of aan de samenleving op stedelijk niveau, bijvoorbeeld klimaatopgave en grootschalige sportof culturele voorzieningen. b. Behoorlijk; draagt bij aan een belangrijke opgave, zoals bijvoorbeeld woningbouw of een school. c. Weinig; vrijwel niemand anders dan de initiatiefnemer heeft profijt, zoals bijvoorbeeld een woning of een zaak aan huis. 3. Wat is de mate van hinder? Geeft het initiatief overlast of hinder voor de omgeving, waardoor weerstand kan ontstaan tijdens of na realisatie? Bij soort hinder denk dan aan: - Overlast (geluid, geur, trilling); - Uitzicht (uitstraling, schaduw); - Praktisch (parkeren, toegankelijkheid); - Ideëel of principieel (natuur, milieu, cultureel, gezondheid, levensbeschouwing); - Financieel/economisch (omzetverlies door concurrentie, waardeverlies woning). Breng hierbij in kaart: - Hoe lang duurt de hinder? - Wie ervaren de hinder? - Is toegestane hinder in regels vastgelegd?
15/24
Bepaal vervolgens de mate van hinder: a. Veel b. Behoorlijk c. Nauwelijks 4. Is er sprake van maatschappelijke aandacht? Krijgt het initiatief (naar verwachting) veel aandacht in de politiek en/of (negatieve) aandacht in de (sociale) media? Bepaal dit bij voorkeur door gesprekken met de gemeente te voeren. a. Groot: het initiatief (of vergelijkbare initiatieven) heeft al geleid tot grote politieke spanning en/of negatieve aandacht in de (sociale) media. b. Behoorlijk: het initiatief vraagt naar verwachting om politieke aandacht en leidt mogelijk tot (negatieve) aandacht in de (sociale) media. c. Weinig: het initiatief vraagt naar verwachting om enige politieke aandacht, maar leidt naar verwachting niet tot (negatieve) aandacht in de (sociale) media. d. Niet of nauwelijks: het initiatief vraagt naar verwachting niet om politieke aandacht en leidt niet tot (negatieve) aandacht in de (sociale) media. Resultaat Aan de hand van de uitkomsten van de antwoorden op deze vragen kan er een niveau voor participatie passend bij de impact van jouw initiatief worden gekozen. Doe dit bij voorkeur in samenspraak met de gemeente. Welke participatieniveaus er zijn, vind je in de volgende bijlage.
16/24
Bijlage 3 Welke vorm van participatie past bij mijn initiatief? Heb je geconcludeerd dat jouw initiatief is aangemerkt als plan waarvoor participatie verplicht is? Dan moet je bepalen welk niveau van participatie hierbij hoort. Voor ruimtelijke initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan zijn er de volgende participatieniveau ’s: - Niveau 1 - Weinig participatie (informeer de omgeving) Je initiatief heeft weinig impact op de omgeving. Bekijk wie direct betrokken zijn, bijvoorbeeld de directe omwonenden. Ga in gesprek over je initiatief. Niveau 2 - Participatie (raadpleeg de omgeving) Je initiatief heeft een gemiddelde impact op de omgeving. Betrek de directe omgeving en andere belanghebbenden. Ga in gesprek over je initiatief en luister naar de mening van anderen. - Niveau 3 - Veel participatie (consulteer de omgeving) Je initiatief heeft veel impact op de omgeving. Breng de belanghebbenden uit de omgeving in kaart, informeer hen en laat de omgeving meedenken over het initiatief. Voor initiatieven die ook aan de gemeenteraad moeten worden voorgelegd, hebben we participatie verplicht gesteld en is dit participatieniveau wenselijk.
Dit geldt bijvoorbeeld voor de volgende initiatieven: Toevoegen extra woningen voor permanente bewoning buiten bebouwde kom Uitbreiden bedrijventerrein Hogere milieucategorie bedrijfsactiviteit Nieuwbouw maatschappelijke-, recreatieve- of sportvoorziening of winkelcentrum Infrastructurele werken met veel impact Kunstwerk openbare ruimte Antennemasten > 40 meter Projecten met betrekking tot energieopwekking zoals een biomassacentrale, zonnepark en windmolenpark. Huisvesting/voorzieningen t.b.v. shortstay op specifieke locaties/complexen Toevoegen extra bouwlaag op bestaande bouw (waarbij het aantal woningen toeneemt) Overige activiteiten waarbij – naar de mening van het college- sprake is van maatschappelijke onrust of politiek gevoelige initiatieven.
Vormen van participatie die passen bij het niveau van participatie
Bijv. een inspraakavond, brainstorm, online overleg
Consulteren
Bijv. een informatieavond, online enquête, webinar
Raadplegen Informeren
Bijv. gesprek, informatiebrief of e-mail, buurtapp
17/24
Bijlage 3 Checklist participatie Ik heb een plan, wat moet ik doen? In Terneuzen vinden we het belangrijk dat je de omgeving betrekt bij plannen in de leefomgeving. Denk daarbij aan bouw- of verbouwplannen. De regels waar een plan aan moet voldoen, staan in het Omgevingsplan. Als een nieuw plan daar niet in past dan worden omwonenden verrast door die ontwikkeling. Daarom is het belangrijk om ze tijdig te informeren en te betrekken. Je bent zelf verantwoordelijk voor het op de hoogte brengen van belanghebbenden en ze over je plan mee te laten denken. Wij begrijpen dat dit iets nieuws is. Om je een beetje op weg te helpen, hebben wij naast een handleiding ook deze checklist voor je gemaakt. Probeer de vragen zo concreet en volledig mogelijk te beantwoorden. Het beantwoorden van alle vragen is geen verplichting. Het spreekt voor zich dat voor een klein plan de beantwoording van deze vragen minder ver hoeft te gaan dan bij een groter plan. Houd in de verslaglegging rekening met de privacy van de mensen waarover je het hebt. Bij een groter plan is het zeker verstandig om eerst na te gaan of er voor jouw plan verplicht aan participatie moet worden gedaan. In dat geval verzoeken wij je om contact op te nemen met de gemeente. Checklist 1.
Waar gaat het over? • Wat is de bedoeling van jouw plan? (Wat wil je bereiken?) • Wat wil je precies gaan doen en hoe wil je dat aanpakken? • Hoe zorg je ervoor dat iedereen de informatie heeft die hij/zij nodig heeft?
2.
Gevolgen van jouw plan? • Wat zijn de gevolgen van jouw plan voor je omgeving? • Voor wie gaat jouw plan iets veranderen/betekenen? • Over welke zaken in jouw plan kunnen zij meedenken of ideeën inbrengen?
3.
Participatieplan Aan de hand van je antwoorden op de vragen onder 1 en 2 maak je een participatieplan. In dit plan beschrijf je: • Welke personen en/of organisaties moeten worden betrokken op basis van punt 2. • Hoe je deze betrokkenen gaat benaderen. • Op welke wijze je de inbreng van betrokkenen verwerkt. • Hoe je de reacties aan de verschillende mensen terugkoppelt.
Nadat je hebt bepaald wie je gaat betrekken en hoe je dit gaat doen, is het verstandig om dit plan met de verschillende betrokken personen/organisaties te delen. Zo weet iedereen waar hij/zij aan toe is. 4. Logboek In een logboek leg je vast welke stappen je hebt ondernomen. Geef hierin ook aan wat je met de reacties van betrokkenen hebt gedaan. 5.
Werkwijze en verslag • Bespreek jouw initiatief met betrokkenen volgens je participatieplan. • Wat vinden de betrokkenen samen belangrijk? • Hoe past jouw plan binnen dit gezamenlijke belang?
18/24
•
• •
Pas jouw plan, indien nodig en mogelijk, aan de gezamenlijke wens aan.Vertel hoe het eindresultaat tot stand is gekomen en waarom je eventueel niet tegemoet bent gekomen aan een gezamenlijke wens. Laat betrokkenen aangeven of ze het eens zijn met de aanvraag. Verwerk de uitkomsten in een verslag en voeg dit samen met het logboek bij je aanvraag om een omgevingsvergunning.
6. Aanvraag indienen Stuur bij de vergunningaanvraag het participatieplan, het logboek en het verslag mee.
19/24
Bijlage 4 Delegatiebesluit omgevingsplan Terneuzen 2022 De raad van de gemeente Terneuzen gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 13 december 2021; ] gelet op de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet naar verwachting per 1 juli 2022; gelet op het bepaalde in artikel 2.8 van de Omgevingswet; Besluit: vast te stellen het navolgende delegatiebesluit: Delegatiebesluit omgevingsplan Terneuzen 2022 Artikel 1 Aan het college van burgemeester en wethouders te delegeren de bevoegdheden tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan in de volgende situaties: 1 2
3 4 5 6 7 8 9 10
het toevoegen en of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben. het verwerken van kaderstellend beleid waarover na inwerkingtreding van onderhavige regeling door de gemeenteraad is besloten, indien de gemeenteraad bij vaststelling van dat beleid akkoord is gegaan met uitwerking van het betreffende beleid door het college. het opnemen van een verleende omgevingsvergunning in het omgevingsplan. het aanpassen van een omgevingsplan zoals dat onder de Wet ruimtelijke ordening als uitwerkings- en wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan is opgenomen. het aanpassen van informatieproducten van het omgevingsplan. het actualiseren/aanpassen van het omgevingsplan aan veranderende wet- en regelgeving en beleidsnormen voor zover hier geen beleidsvrijheid meer is toegekend; het corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en inventarisatiefoutjes in het omgevingsplan. het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten. het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal overgeheveld gaan worden naar het omgevingsplan. het nemen van een voorbereidingsbesluit met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels.
Artikel 2. Intrekking oude regeling Het besluit ten aanzien van de bevoegdheid tot het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan bij wijzigingsbevoegdheden en omgevingsvergunningen met een kostenverhaalplichtig bouwplan waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig is, zoals vastgesteld op 11 oktober 2010 wordt per datum van inwerkingtreding van onderhavige regeling ingetrokken. Artikel 3. Voorleggen genomen besluiten Het college overlegt aan de raad twee maal per jaar een overzicht van de krachtens delegatie genomen besluiten. Artikel 4. Vindplaats delegatiebesluit
20/24
Een besluit dat is genomen op grond van deze regeling, vermeldt als grondslag onderhavig besluit, alsmede de vindplaats daarvan. Artikel 5. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel 6. Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als Delegatiebesluit omgevingsplan gemeente Terneuzen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 3 februari 2021. De griffier
De voorzitter
Mr. J.H.P. (Joost) de Jong
H.J.A. (Erik) van Merrienboer
Artikelsgewijze toelichting Artikel 1. Delegeren bevoegdheden vaststellen omgevingsplan 1. Zowel het gemeentelijk omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening als de waterschapsverordening worden via het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) voor iedereen 21/24
digitaal raadpleegbaar. In al deze plannen en verordeningen worden begripsbepalingen opgenomen. Hierbij dient een uniform begrippenapparaat gewaarborgd te worden. Dit kan er toe leiden dat een begripsbepaling aangepast of toegevoegd wordt aan het omgevingsplan. Om een uniform begrippenapparaat te waarborgen is voor landelijk gebruik tevens een Stelselcatologus opgesteld. Indien hierin begripsbepalingen zijn opgenomen die de harmonisatie ten goede komen, kunnen deze ook overgenomen worden in het omgevingsplan. Daarnaast is het mogelijk dat er begripsbepalingen in het omgevingsplan worden toegevoegd of aangepast om de ‘leesbaarheid’ te verbeteren. In voornoemde gevallen gaat het niet om het aanpassen of toevoegen van begripsbepalingen die nadelige effecten (kunnen) hebben op de fysieke leefomgeving dan wel nadelige/ beperkende effecten tot gevolg hebben voor inwoners en initiatiefnemers of inhoudelijk besproken moet worden. 2. Bij kaderstellend beleid kan gedacht worden aan door de raad vastgestelde ruimtelijke visies, ruimtelijke (/stedenbouwkundige) plannen, startnotities, beleidsnota’s/-visies en kaders met inbegrip van daarmee naar aard en strekking te vergelijken documenten. Deze voorbeelden zijn overigens niet uitputtend bedoeld. Het omgevingsplan bevat niet alleen regels die de ruimtelijke ordening betreffen, maar ziet op de gehele fysieke leefomgeving.
Het is dan ook mogelijk om onderwerpen die in het kaderstellend beleid opgenomen zijn en de fysieke leefomgeving betreffen, indien gewenst te vertalen naar regels in het omgevingsplan. Wanneer de raad of het college beleidsregels hebben vastgesteld die doorvertaald dienen te worden in het omgevingsplan, kan dit door het college gebeuren. Het gaat immers om het vertalen van kaderstellend beleid waar al sprake is geweest van een inhoudelijke afweging door de raad. Een dergelijke aanpassing van delen van het omgevingsplan is aan te merken als uitvoering en daarmee ligt delegatie aan het college voor de hand. Wel dient rekening gehouden te worden met het feit dat de reikwijdte per beleidsstuk kan verschillen; er is strategisch (breed) kaderstellend beleid en er is concreet uitgewerkt beleid. Het kan derhalve voorkomen dat voor uitwerking in het omgevingsplan redelijk wat ruimte is. Het is daarom zaak dat per beleidsstuk afspraken worden gemaakt tussen college en raad over de verdere uitwerking er van. Om die reden geldt deze bepaling enkel voor beleid dat is vastgesteld na de datum van inwerkingtreding van onderhavige regeling en niet voor eerder beleid. 3. Ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt door middel van een omgevingsvergunning. Een dergelijke vergunning kan ook verleend worden in afwijking van het omgevingsplan.
Het college heeft de bevoegdheid (in bepaalde gevallen rekening houdend met een bindend advies van de raad dat volgt uit het besluit ‘verzwaard adviesrecht gemeenteraad Terneuzen’) te besluiten over het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan. De Omgevingswet bepaalt dat de gemeenteraad vergunningen voor afwijkactiviteiten binnen vijf jaar moet verwerken in het omgevingsplan. Als na besluitvorming op de vergunning nogmaals een besluit genomen moet worden over aanpassing van het omgevingsplan, is sprake van dubbele besluitvorming over hetzelfde onderwerp. De raad stuurt op hoofdlijnen en het vertalen van verleende omgevingsvergunningen is een administratieve handeling. Daarom leent dit zich goed voor delegatie. 4. Ontwikkelingen die niet passen binnen een omgevingsplan kunnen mogelijk gemaakt worden met een omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan ((bopa) middels het wijzigen van het omgevingsplan. Indien een aanvraag omgevingsvergunning niet past binnen het omgevingsplan, maar wel een gewenste ontwikkeling betreft, kan derhalve gekeken worden welke van deze twee methodes toegepast wordt. Het verlenen van een bopa is een bevoegdheid van het college. De gemeenteraad heeft gevallen aangewezen waarbij een bindend advies wordt uitgebracht aan het college. Indien een situatie niet op deze lijst staat, beslist het college.
In die situaties ligt het voor de hand 22/24
dat, bij de keuze om voor een aanvraag omgevingsvergunning het omgevingsplan te wijzigen, de vaststelling hiervan gedelegeerd wordt aan het college. 5. Met de term informatieproducten wordt bedoeld verrijkte gegevens over bijvoorbeeld geluid, bodem en water, maar ook aantallen, oppervlaktes en afmetingen. Informatieproducten geven feitelijke informatie over de omgeving, zodat gebruikers kunnen zien wat de mogelijkheden zijn op een specifieke locatie. Als voorbeeld kan gedacht worden aan de ruimtelijk optimale inpassing van een weguitbreiding, of mogelijkheden tot woningbouw in relatie tot ondergrond en actuele geluidsbelasting. Een informatieproduct kan gebruikt worden om een vergunningaanvraag makkelijker te maken en maakt onderdeel uit van het omgevingsplan. Het informatieproduct kan onder andere aantallen en oppervlaktes bevatten. Te denken valt aan een lijst bij het omgevingsplan die voor een specifieke locatie het max m2 aan horeca aangeeft, het max aantal woningen, max aantal parkeerplaatsen, een lijst met de waardevolle bomen, etc. Wanneer bij melding of vergunning m2 horeca wordt toegevoegd of aantal woningen, of een waardevolle boom is vanwege omstandigheden gekapt/ verwijderd en komt niet meer op de lijst van bijzondere bomen voor, dan wordt deze lijst (het informatieproduct) aangepast.
Aangezien feitelijke gegevens zoals aantallen en oppervlaktes kunnen wijzigen, ligt het voor de hand om dergelijke aanpassingen aan de betreffende informatieproducten van het omgevingsplan te delegeren aan het college. 6. Wet– en regelgeving wijzigt regelmatig, net als normen uit beleidsstukken/-visies. Dit door andere inzichten, wijzigingen in normstellingen, meetmethoden, naamgeving, vervallen van wetgeving, etc. Dit kan er toe leiden dat normen, meetmethoden, referenties en verwijzingen (naar wetgeving) die in het omgevingsplan zijn opgenomen aangepast moet worden. Het betreft hier onder andere gewijzigde wet- en regelgeving van hogerhand, waar we feitelijk niets over te zeggen hebben en waar geen beleidsvrijheid meer is toegekend. Als voorbeeld ten aanzien van gewijzigde beleidsstukken kan gedacht worden aan de wijziging van gebieden met archeologische waarden. Uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarde op een specifieke locatie niet overeenkomt met de situatie zoals deze is vastgesteld (er zijn geen archeologische resten gevonden dus de waarde is lager). Het archeologisch beleid wordt hierop dan aangepast. Dit zijn zaken die dan ook aangepast moeten worden in het omgevingsplan.
Om de procedure voor het aanpassen van het omgevingsplan in deze situaties sneller te laten verlopen ligt het delegeren van de vaststelling van het omgevingsplan op dit punt voor de hand. 7. Het gaat hier om technische aanpassingen waarbij inhoudelijke besluitvorming niet is vereist. Delegatie van dit onderdeel aan het college ligt hiermee voor de hand. 8. Gemeentelijke monumenten moeten volgens de Omgevingswet in het omgevingsplan opgenomen worden. Tot het moment dat het tijdelijk omgevingsplan wordt omgezet in een omgevingsplan (uiterlijk 2029) en alle gemeentelijke verordeningen hierin opgenomen zijn, kunnen nieuwe gemeentelijke monumenten nog worden aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening. Na de overgangsperiode zal het aanwijzen van gemeentelijke monumenten geregeld worden door deze op te nemen in het omgevingsplan. Aangezien de bevoegdheid tot het aanwijzen van monumenten reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan door het opnemen van een aangewezen monument. 9. De Omgevingswet bevat voor de gemeenteraad de verplichting om voor het gehele gemeentelijk grondgebied één omgevingsplan vast te stellen waarin regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen.
Deze verplichting geldt ook voor bepaalde regels over de fysieke leefomgeving die in gemeentelijke verordeningen zijn gesteld. Bij de inwerkingtreding
23/24
van de Omgevingswet blijven deze verordeningen gelden naast het omgevingsplan. Gemeenten moeten in de overgangsperiode tot 2029 deze verordeningen opnemen in het omgevingsplan. Aangezien deze verordeningen destijds al door de raad zijn vastgesteld, heeft inhoudelijke afweging al plaatsgevonden. De beleidsneutrale doorvertaling van de regels uit de verordeningen naar het omgevingsplan betreft puur de uitvoering en kan door het college gebeuren. Indien sprake is van een inhoudelijke beleidswijziging, blijft de raad bevoegd. 10. Een voorbereidingsbesluit is een verklaring dat een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid, waarmee een aanhoudingsplicht geldt voor bouw- en aanlegactiviteiten. Hierdoor wordt voor het gebied waarvoor het besluit wordt genomen de bestaande situatie als het ware tijdelijk bevroren totdat het omgevingsplan is gewijzigd. Met het nemen van een voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat een initiatiefnemer kort voor aanpassing van het omgevingsplan bewust een vergunningaanvraag indient die in strijd is met de voorgenomen aanpassing. De noodzaak tot het nemen van een voorbereidingsbesluit komt nauwelijks voor, maar wanneer dit nodig is, is het belangrijk dat er snel gehandeld kan worden. Gelet op de vergaderfrequentie van de raad in relatie tot die van het college en de daarbij horende aanlevertermijnen, kan het college hierin sneller acteren.
Om die reden is in de Omgevingswet een delegatiemogelijkheid opgenomen voor de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit (artikel 4.14 Ow). De achterliggende gedachte van de wetgever is hierbij geweest dat het college een omgevingsplan voorbereidt en daarmee dan ook goed in staat is om op een effectieve wijze een voorbereidingsbesluit te nemen. Artikel 2. Intrekking oude regeling Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 3. Voorleggen genomen besluiten Het college stelt de raad 2 maal per jaar op de hoogte in hoeverre van de delegatiemogelijkheden gebruik is gemaakt. Aan de raad wordt een lijst voorgelegd met die onderdelen van het omgevingsplan waar het college een besluit heeft genomen tot vaststelling van het omgevingsplan.Op deze manier kan goed gemonitord worden hoe het gaat. Artikel 4. Vindplaats delegatiebesluit Artikel 10:19 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een besluit dat op grond van een gedelegeerde bevoegdheid wordt genomen het delegatiebesluit en de vindplaats daarvan vermeldt. Na vaststelling van het delegatiebesluit wordt deze gepubliceerd in het Gemeenteblad en/of Staatscourant (officielebekendmakingen.nl). Het delegatiebesluit komt beschikbaar in de databank lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) en op de gemeentelijke website. Artikel 5. Inwerkingtreding Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 6.
Citeertitel Dit artikel spreekt voor zich.
24/24