2022-01-20 Bijlage-1 was-wordt-tabel-mv-voorz-huisv-onderw 20201027 (2)
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Wijziging Model Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs
Leeswijzer modelbepalingen - […] of (bijvoorbeeld) [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets EN/OF iets] = door gemeente te kiezen. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. - Combinaties zijn ook mogelijk. In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en – als het een facultatieve bepaling betreft – eveneens onderstreept (aangezien dan de hele bepaling cursief is i.v.m. het facultatieve karakter). In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Rode tekst is verwijderd, groene tekst is toegevoegd in de Verordening. Artikel 1 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1.
Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - aanvraag: verzoek om het bekostigen van een voorziening of om het bekostigen van een voorbereidingskrediet; - aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag indient; - advies Onderwijsraad: advies van de Onderwijsraad als bedoeld in artikel 95, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 93, negende lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 76f, negende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; - bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente; - lokaal bewegingsonderwijs: ruimte die geschikt is voor het bewegingsonderwijs of een bad voor watergewenning of bewegingstherapie; - minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; - nevenvestiging: deel van een school dat door de minister op grond van artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 76a of 76b van de Wet op de expertisecentra of artikel 16, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht; - overzicht: overzicht als bedoeld in artikel 96 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 94 van de Wet op de expertisecentra of
artikel 76g van de Wet op het voortgezet onderwijs; - permanent gebouw: ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie Bijlage 1 VNG oktober 2020
Nieuwe tekst Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - aanvraag: verzoek om het bekostigen van een voorziening of om het bekostigen van een voorbereidingskrediet - aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag indient; - advies Onderwijsraad: advies van de Onderwijsraad als bedoeld in artikel 95, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 93, negende lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 76f, negende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; - bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs] bekostigde openbare of bijzondere school die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente; - lokaal bewegingsonderwijs: ruimte die geschikt is voor het bewegingsonderwijs of een bad voor watergewenning of bewegingstherapie; - medegebruik: gebruik van een onderwijsgebouw ten behoeve van onderwijs van een andere school of van culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden; - minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; - nevenvestiging: deel van een school dat door de minister op grond van artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 76a of 76b van de Wet op de expertisecentra of artikel 16, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs
voor bekostiging in aanmerking is gebracht; - overzicht: overzicht als bedoeld in artikel 96 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 94
en materialen ten minste 60 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren; - programma: programma als bedoeld in artikel in artikel 95 Wet op het primair onderwijs, artikel 93 Wet op de expertisecentra en artikel 76f van de Wet op het voortgezet onderwijs; - school: 1°. school voor basisonderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; 2°. school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs, school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, of school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra; 3°.
school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 5 van de Wet op het voortgezet onderwijs; - tijdelijk gebouw: al dan niet verplaatsbare ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen minstens 15 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren; - tijdelijke nevenvestiging: een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; - verhuur: gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde onderwijsgebruik of gebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden; - voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II minimaal 15 jaar noodzakelijk is; - voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II maximaal 15 jaar noodzakelijk is; - voorziening: voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 2.
Bijlage 1 VNG oktober 2020
van de Wet op de expertisecentra of artikel 76g van de Wet op het voortgezet onderwijs; - permanent gebouw: ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren; - programma: programma als bedoeld in artikel in artikel 95 Wet op het primair onderwijs, artikel 93 Wet op de expertisecentra en artikel 76f van de Wet op het voortgezet onderwijs; - school: 1°. school voor basisonderwijs: basisschool[of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; 2°. school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs, school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, of school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra; 3°.
school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 5 van de Wet op het voortgezet onderwijs; - tijdelijk gebouw: al dan niet verplaatsbare ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen minstens 15 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren; - tijdelijke nevenvestiging: een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; - verhuur: gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde onderwijsgebruik of gebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden; - voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II minimaal 15 jaar noodzakelijk is; - voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II tenminste 4 jaar en maximaal 15 jaar noodzakelijk is; - voorziening: voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 2.
Artikel 7, tweede lid, (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst 2. Het college stelt de aanvrager voor 15 februari schriftelijk op de hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste of tweede lid ontbreken. De aanvrager heeft tot 15 maart (de hersteldatum) de gelegenheid de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling.
Nieuwe tekst 2. Het college stelt de aanvrager 15 februari schriftelijk op de hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste lid ontbreken. De aanvrager heeft tot 15 maart (de hersteldatum) de gelegenheid de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling.
Artikel B.1.1 van Bijlage III (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst B.1.1. School voor basisonderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een school voor basisonderwijs wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen en omvat een speellokaal. De ruimtebehoefte wordt berekend voor elke school met een eigen BRIN-nummer en voor elke nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer. Een nevenvestiging wordt voor het berekenen van de ruimtebehoefte beschouwd als een afzonderlijke school. De ruimtebehoefte is opgebouwd uit een basisruimtebehoefte en een toeslag in verband met de gewichtensom. 2. De basisruimtebehoefte wordt berekend met de formule: B = 200 + 5,03 * L, waarbij: B = Basisruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven. 3. De toeslag wordt berekend met de formule: T = 1,40 * G, waarbij: T = Toeslag in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. G = Gecorrigeerde gewichtensom, welke als volgt wordt bepaald: 1°. bepaal de (ongecorrigeerde) gewichtensom (= het totaal van alle gewichten van alle ingeschreven leerlingen); 2°.
verminder de ongecorrigeerde gewichtensom met een getal ter grootte van 6 procent van het aantal ingeschreven leerlingen, waarbij de gewichtensom niet kleiner Bijlage 1 VNG oktober 2020
Nieuwe tekst B.1.1. School voor basisonderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een school voor basisonderwijs wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen en omvat een speellokaal. De ruimtebehoefte wordt berekend voor elke school met een eigen BRIN-nummer en voor elke nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer. Een nevenvestiging wordt voor het berekenen van de ruimtebehoefte beschouwd als een afzonderlijke school. Aan de ruimtebehoefte wordt een toeslag verbonden, indien voor de school aanvullende bekostiging beschikbaar wordt gesteld. 2. De ruimtebehoefte wordt berekend met de formule: R = 200 + 5,03 * L, waarbij: R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven. 3. Indien een school een vergoeding ontvangt op grond van de achterstandscore als bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging Wet op het primair onderwijs wordt een toeslag voor de ruimtebehoefte toegekend. De toeslag wordt berekend met de formule: T = 1,40 * G, waarbij: T = Toeslag in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. G = De achterstandsscore, zoals gepubliceerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs van het het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vermenigvuldigd met
dan 0 mag worden. De uitkomst wordt afgerond op een geheel getal; 3°. als de dan verkregen gewichtensom meer bedraagt dan 80 procent van het aantal ingeschreven leerlingen wordt de gewichtensom vastgesteld op 80 procent van het aantal ingeschreven leerlingen.
7,17%, rekenkundig afgerond op een geheel getal.
Artikel B.1.3 van Bijlage III (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst B.1.3. School voor (voortgezet) speciaal onderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs wordt bepaald aan de hand van de onderwijssoort, de categorie (speciaal of voortgezet speciaal), het type vestiging en het aantal leerlingen. De ruimtebehoefte wordt berekend met de formule: R = V + f * L, waarbij R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. V = Vaste voet in vierkante meter bruto vloeroppervlakte welke is voor: - de hoofdvestigingen voor alle onderwijssoorten, uitgezonderd VSO-ZMLK, 370 vierkante meter, en - de hoofdvestiging VSO-ZMLK, 250 vierkante meter. Voor nevenvestigingen geldt geen vaste voet. F = Factor (vierkante meter bruto vloeroppervlakte per leerling) overeenkomstig tabel 1, waarin is opgenomen een overzicht van f (vierkante meter bruto vloeroppervlakte per leerling), per onderwijssoort. L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven.
Nieuwe tekst B.1.3. School voor (voortgezet) speciaal onderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs wordt bepaald aan de hand van de onderwijssoort, de categorie (speciaal of voortgezet speciaal), het type vestiging en het aantal leerlingen. De ruimtebehoefte wordt berekend met de formule: R = 370 + [8,8 * Leerling SO] + [12,2 * Leerling VSO] , waarbij R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter. 370 = De vaste voet in vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor de hoofdvestiging van een school. Leerling SO = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school voor speciaal onderwijs zijn ingeschreven. Leerling VSO = Aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school voor voortgezet speciaal onderwijs zijn ingeschreven.
2. Voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs met lichamelijk gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte kinderen vindt een toeslag in de ruimtebehoefte plaats. Voor Leerling SO bedraagt de toeslag 5 vierkante meter per leerling en voor Leerling SO 3,3 vierkante meter per leerling. De aantallen van de lichamelijk gehandicapte kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen worden Bijlage 1 VNG oktober 2020
door de Dienst Uitvoering Onderwijs niet geregistreerd in de leerling gegevens. Overleg tussen schoolbestuur en gemeente zal hierover uitsluitsel moeten geven. 2. Een eventueel speellokaal leidt tot een additionele ruimtebehoefte van 90 vierkante meter. Tabel 1 – Ruimtebehoefte (v)so Onderwijssoort
SO
Slechthorende kinderen (SH) Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet 8,8 tevens behoren tot dove of slechthorende kinderen (ES) Visueel gehandicapten (VISG) Langdurig zieke kinderen (LZ) Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK) Kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten (PI) Dove kinderen (DO) Lichamelijk gehandicapte kinderen LG) Meervoudig gehandicapte
3. Een eventueel speellokaal leidt tot een additionele ruimtebehoefte van 90 vierkante meter.
VSO
12,2
13,8 15,5
Zeer moeilijk lerende kinderen 8,8 (ZMLK)
9,2]
Artikel B.1.4 van Bijlage III (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst B.1.4. School voor voortgezet onderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald aan de hand van het ruimtebehoeftemodel. De totale ruimtebehoefte van een instelling voor voortgezet onderwijs is het totaal van twee componenten, te weten: a. een leerlinggebonden component, en b. een vaste voet. 2. De leerlinggebonden component wordt berekend door de in tabel 2.a opgenomen bruto vloeroppervlakten per leerling te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen dat
Nieuwe tekst B.1.4. School voor voortgezet onderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald aan de hand van het ruimtebehoeftemodel. De totale ruimtebehoefte van een instelling voor voortgezet onderwijs is het totaal van twee componenten, te weten: a. een leerlinggebonden component, en b. een vaste voet. 2. De leerlinggebonden component wordt berekend door de in tabel 1 opgenomen bruto vloeroppervlakten per leerling te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen dat
1 Tenzij bij beschikking van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen de N-factor anders
dan 7 is vastgesteld. Voor SO-MG met N=2 geldt 56,75, voor VSO-MG met N=2 geldt 57,5, voor SOMG met N=3 geldt 56,75 en voor VSO-MG met N=3 geldt 57,5. Bijlage 1 VNG oktober 2020
op de school voor voortgezet onderwijs staat ingeschreven. De leerlinggebonden component is afhankelijk van de soort onderwijs, de leerweg of de sector die de leerling volgt.
3. De vaste voet is opgenomen in tabel 2.b. De vaste voet voor de hoofdvestiging van de instelling is 980 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Voor een nevenvestiging die op grond van een ministeriële beschikking in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging in verband met spreidingsnoodzaak geldt een afzonderlijke vaste voet van 550 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Een tijdelijke nevenvestiging komt niet in aanmerking voor een vaste voet. Naast de vaste voet per instelling wordt per instelling een vaste voet toegekend op de vestiging voor die sectoren waar de beroepsgerichte leerweg(en) wordt aangeboden. 4. De ruimtebehoefte van een school voor voortgezet onderwijs is de som van: a. de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal leerlingen per onderwijssoort met de bijbehorende normoppervlakten; b. de vaste voet per instelling; c. als dit van toepassing is, een vaste voet per sector, uitgedrukt in bruto vierkante meter, en d. als dit van toepassing is, een vaste voet voor een afdeling praktijkonderwijs. 5. De ruimtebehoefte van een school voor praktijkonderwijs is de som van: a. de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal leerlingen met de bijbehorende normoppervlakten, en b. de vaste voet voor praktijkonderwijs. 6.
Als dit noodzakelijk is voor het bepalen van de omvang van de toekenning, kan op basis van deze normering de leegstand in onderwijsruimten binnen een gebouw voor voortgezet onderwijs worden bepaald. Het ruimtebehoeftemodel kent geen afzonderlijke normering voor een orthopedagogisch didactisch centrum. Tabel 2.a – Berekening leerlingafhankelijke ruimtebehoefte voortgezet onderwijs
Bijlage 1 VNG oktober 2020
op de school voor voortgezet onderwijs staat ingeschreven. De leerlinggebonden component is afhankelijk van de soort onderwijs en het profiel die de leerling volgt. Aan de hand van de gegevens van de Dienst Uitvoering Onderwijs kunnen de aantallen worden vastgesteld. Voor leerjaar 1 en 2 wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen de onderwijssoorten. Als aan de school meerdere afdelingen (VWO/HAVO en VMBO) zijn verbonden, wordt de verhouding tussen de leerlingen in het vierde leerjaar als uitgangspunt genomen. 3. De vaste voet, opgenomen in tabel 1, voor de hoofdvestiging van de instelling is 980 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Voor een nevenvestiging die op grond van een ministeriële beschikking in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging in verband met spreidingsnoodzaak geldt een afzonderlijke vaste voet van 550 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Een tijdelijke nevenvestiging komt niet in aanmerking voor een vaste voet. Naast de vaste voet per instelling wordt per instelling een vaste voet toegekend op de vestiging, waarvan de omvang afhankelijk is van het VMBO-profiel, dat wordt aangeboden. 4. De ruimtebehoefte van een school voor voortgezet onderwijs is de som van: a. de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal leerlingen per onderwijssoort met de bijbehorende normoppervlakten; b. de vaste voet per instelling; c.
als dit van toepassing is, een vaste voet per VMBO-profiel, uitgedrukt in bruto vierkante meter, en d. als dit van toepassing is, een vaste voet voor een afdeling praktijkonderwijs. 5. De ruimtebehoefte van een school voor praktijkonderwijs is de som van: a. de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal leerlingen met de bijbehorende normoppervlakten, en b. de vaste voet voor praktijkonderwijs. 6. Als dit noodzakelijk is voor het bepalen van de omvang van de toekenning, kan op basis van deze normering de leegstand in onderwijsruimten binnen een gebouw voor voortgezet onderwijs worden bepaald. Het ruimtebehoeftemodel kent geen afzonderlijke normering voor een orthopedagogisch didactisch centrum. Tabel 1 Ruimtebehoeftemodel Voortgezet Onderwijs
Tabel 2.b – Vaste voet per instelling voor het berekenen van de ruimtebehoefte voortgezet onderwijs
Tabellen 2.1 en 2.b worden vervangen door Tabel 1. Zie voor teksten van Tabellen 2.a en 2.b de Model Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, bestaande tekst.
Tabellen 2.1 en 2.b worden vervangen door Tabel 1. Zie voor teksten van Tabel 1 de Model Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, nieuwe tekst.
Artikel B.2 van Bijlage III (artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst B.2. Lokalen bewegingsonderwijs 1. De ruimtebehoefte van een lokaal bewegingsonderwijs wordt vastgesteld: a. voor een school voor basisonderwijs, op 1,5 klokuur per week per groep leerlingen 6 jaar en ouder; [b. voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, op 2,25 klokuur per week per groep leerlingen 6 jaar en ouder], en c. als het schoolgebouw niet beschikt over een speellokaal, op 3,75 klokuur per week voor de leerlingen 4 en 5 jaar. 2. Bij een school voor voortgezet onderwijs wordt de ruimtebehoefte bepaald op basis van het aantal lestijden bewegingsonderwijs. Hiervoor geldt als maximum het aantal lesuren dat overeenkomstig tabel 3 van het ruimtebehoeftemodel is berekend. Deze berekening is als volgt: (aantal leerlingen * 32 * vierkante meter bruto vloeroppervlakte bewegingsonderwijs per leerling) ÷ 460. Voor het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs wordt een aangepaste formule gehanteerd: (aantal leerlingen * 32 * vierkante meter bruto vloeroppervlakte bewegingsonderwijs per leerling) ÷ 322. Tabel 3 – Uitgangspunten vaststellen ruimtebehoefte lokaal bewegingsonderwijs voortgezet onderwijs Onderwijssoort
Leerweg BVO per leerling
Onderbouw (leerjaar 1 en 2)
-
Bijlage 1 VNG oktober 2020
1,66
Nieuwe tekst B.2. Lokalen bewegingsonderwijs 1. De ruimtebehoefte van een lokaal bewegingsonderwijs wordt vastgesteld: a. voor een school voor basisonderwijs, op 1,5 klokuren per week per groep leerlingen 6 jaar en ouder; [b. voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, op 2,25 klokuren per week per groep leerlingen 6 jaar en ouder], en c. als het schoolgebouw niet beschikt over een speellokaal, op 3,75 klokuren per week voor de leerlingen 4 en 5 jaar. 2. Bij een school voor voortgezet onderwijs wordt de ruimtebehoefte bepaald op basis van het aantal lestijden bewegingsonderwijs. Hiervoor geldt als maximum het aantal lesuren dat overeenkomstig tabel 1 van het ruimtebehoeftemodel is berekend. Deze berekening is als volgt: (aantal leerlingen * 32 * vierkante meter bruto vloeroppervlakte bewegingsonderwijs per leerling) ÷ 455. Voor het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs wordt een aangepaste formule gehanteerd: (aantal leerlingen * 32 * vierkante meter bruto vloeroppervlakte bewegingsonderwijs per leerling) ÷ 322.
Bovenbouw AVO/VWO
-
0,78
Bovenbouw theoretische leerweg
TLW
1,11
-
LWOO
1,26
Bovenbouw techniek
GLW
1,11
-
BLW
1,38
-
LWOO
1,57
Bovenbouw economie
GLW
1,11
-
BLW
1,38
-
LWOO
1,57
Bovenbouw zorg/welzijn
GLW
1,11
-
BLW
1,38
-
LWOO
1,57
Bovenbouw landbouw
GLW
1,11
-
BLW
1,38
-
LWOO
1,57
Praktijkonderwijs -
1,99]
Artikel C.1.2, tweede lid, van Bijlage III (artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst 2. Voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs bedraagt de bruto vloeroppervlakte van een speellokaal, in aanvulling op het aantal meters bruto vloeroppervlakte bedoelt in het eerste lid, 90 vierkante meter Bijlage 1 VNG oktober 2020
Nieuwe tekst 2. Voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs bedraagt de bruto vloeroppervlakte van een speellokaal, in aanvulling op het aantal meters bruto vloeroppervlakte bedoeld in het eerste lid, 90 vierkante meter.
Artikel C.3, onder a, van Bijlage III (artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst a. voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorziening terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het schoolgebouw te realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen ten aanzien van de terreinoppervlakte en de minimumnormen, bedoeld in deel D.
Nieuwe tekst a. voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorziening terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het schoolgebouw te realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen ten aanzien van de terreinoppervlakte en de minimumnormen, bedoeld in deel D;
Artikel D.1 van Bijlage III (artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst D.1. Terreinoppervlakte Voor een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs geldt voor het verharde gedeelte (speelplaats) een minimum terreinoppervlakte van 3 vierkante meter per leerling, met een minimum van 300 vierkant meter netto. Vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan met 600 vierkante meter netto.
Nieuwe tekst D.1. Terreinoppervlakte 1. Bij (vervangende) nieuwbouw voor een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs geldt voor de speelplaats het vloeroppervlak in vierkante meters uit de volgende tabel: Aantal leerlingen van de school Omvang buitenruimte 1-100 leerlingen
300
101-200 leerlingen
300 + 3 * (L - 100)
201-400 leerlingen
600
401-600 leerlingen
600 + 3 * (L - 400)
601-800 leerlingen
1200
801-1000 leerlingen
1200 + 3 * (L - 800)
1001 leerlingen of meer
1800
L = Aantal leerlingen dat op de teldatum voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven. 2. Bij [vervangende] nieuwbouw voor een school voor voortgezet onderwijs geldt voor de speelplaats het vloeroppervlak in vierkante meters uit de volgende tabel: Aantal leerlingen van de school Omvang buitenruimte 1-300 leerlingen
300
301 leerlingen of meer
300 + 0,75 * (L - 300)
L = Aantal leerlingen dat op de teldatum voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven. 3. De in het eerste en tweede lid gestelde normen betreffen de exclusieve speel- en beweegruimte voor de leerlingen van de
Bijlage 1 VNG oktober 2020
school. De terrein voor voorzieningen dient te worden opgeteld bij de norm. 4. Voor parkeervoorzieningen wordt de voor de locatie van het terrein geldende gemeentelijke parkeernorm gehanteerd. Artikel D.2 van Bijlage III (artikel J, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst D.2. Speellokaal Een speellokaal heeft een minimum van 90 vierkante meter netto.
Nieuwe tekst D.2. Speellokaal Een speellokaal heeft een minimum van 90 bruto vierkante meter.
Artikel D.3, eerste lid, Bijlage III (artikel I, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst 1. De netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs is minstens 252 vierkante meter netto en de hoogte minstens 5 meter.
Nieuwe tekst 1. De netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs is minstens 252 vierkante meter en de hoogte minstens 5 meter.
Artikel A.3.2 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel L, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst A.3.2. Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag voor de € realisatie van de eerste 350 1.093.866,09 m2 bvo2 Voor elke volgende m2 bvo € 1.871,92
Nieuwe tekst A.3.2. Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: € 1.275.366 Startbedrag voor de realisatie 2 3 van de eerste 350 m bvo € 2.183 Voor elke volgende m2 bvo
Artikel A.3.3 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel M, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst [A.3.3. Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag voor de € 1.772.392,22 realisatie van de eerste 670 m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal
Nieuwe tekst [A.3.3. Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: € 2.066.476 Startbedrag voor de realisatie van de eerste 670 m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal € 2.285 Voor elke volgende m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal
2 Onder m2 bvo wordt hier en verder verstaan: vierkante meter bruto vloeroppervlakte. 3 Onder m2 bvo wordt hier en verder verstaan: vierkante meter bruto vloeroppervlakte.
Bijlage 1 VNG oktober 2020
Voor elke volgende m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal Toeslag voor elk speellokaal
€ 1.960,15
Toeslag voor elk speellokaal
€ 196.071
] € 168.168,10
]
Artikel A.3.4 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel N, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst [A.3.4. Bouwkosten school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag, voor de € realisatie van de eerste 677 1.705.640,91 m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal Voor elke volgende m2 bvo, € 1.948,52 waarin niet begrepen een eventueel speellokaal Toeslag voor elk € 168.168,10 speellokaal Toeslag liftinstallatie als bij € 165.291,75 nieuwbouw een liftinstallatie inclusief een schacht wordt aangebracht
Nieuwe tekst [A.3.4. Bouwkosten school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: € 1.988.649 Startbedrag, voor de realisatie van de eerste 670 m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal € 2.272 Voor elke volgende m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal € 196.071 Toeslag voor elk speellokaal € 192.718 Toeslag liftinstallatie als bij nieuwbouw een liftinstallatie inclusief een schacht wordt aangebracht
Artikel A.3.5, tweede lid, van Bijlage IV (artikel I, onderdeel O, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst 2. De sectieafhankel ijke kosten bestaan voor projecten vanaf 460 vierkante meter bruto vloeroppervlak
Nieuwe tekst
2. De vergoeding voor een school voor voortgezet onderwijs bestaat uit: a. een startbedrag, afhankelijk van de omvang van de voorziening; b. een werkplaatstoeslag, afhankelijk van het profiel in het VMBO; c. een bedrag afhankelijk van het aantal vierkante meters, vastgesteld op basis van de toegekende ruimtebehoefte per onderwijssoort, overeenkomstig bijlage III, deel C. Startbedrag =
Bijlage 1 VNG oktober 2020
uit een vast bedrag per voorziening en een vast bedrag per sectie.
< 455 m2 >= 455 m2 < 2500 m2 >2500 m2
€0 € 638.363 € 805.934
Werkplaatstoeslag VMBO = Voor de onderwijssoort VMBO met de profielen: bwi, pie, mot, mat, hbr en g een bedrag van € 78.198. Ruimteafhankelijke vergoeding = Een bedrag per vierkante meter, dat afhankelijk is van de omvang van de voorziening en van de onderwijssoort en bijbehorende profiel
Onderwijssoort
Profielen
PRO, HAVO, VWO VMBO-TL, VMBO TL-IW
bvo totaal exclusief gymnastiek <=455 >455 m2 >=2.500 m2 <2.500 m2 m2 € 3.415 € 2.026 € 1.978
VMBO Gemengde leerweg bwi, pie, mot, mat mvi, eo, hbr
€ 3.922
€ 2.328
€ 2.272
€ 3.998
€ 2.373
€ 2.316
zw
€ 3.415
€ 2.026
€ 1.978
g
€ 4.452
€ 2.642
€ 2.579
d&p
€ 3.677
€ 2.182
€ 2.130
VMBO Basisberoepsgerichte/ Kaderberoepsgerichte leerweg bwi, pie, mot, € 4.100 € 2.433 mat mvi, eo, hbr € 4.181 € 2.481
€ 2.422
zw
€ 3.415
€ 2.026
€ 1.978
g
€ 4.414
€ 2.619
€ 2.557
d&p
€ 3.055
€ 1.813
€ 1.770
€ 4.185
€ 2.484
€ 2.424
€ 4.344
€ 2.578
€ 2.516
zw
€ 3.415
€ 2.026
€ 1.978
g
€ 3.949
€ 2.343
€ 2.287
d&p
€ 3.833
€ 2.275
€ 2.220
VMBO Leerwegondersteunend onderwijs bwi, pie, mot, mat mvi, eo, hbr
bwi = bouwen, wonen en interieur pie produceren, installeren en energie mot = mobiliteit en transport Bijlage 1 VNG oktober 2020
€ 2.375
mat = maritiem en techniek mvi = media, vormgeving en ict eo = economie en ondernemen hbr = horeca, bakkerij en recreatie zw = zorg en welzijn g = groen d&p = dienstverlening en producten
Artikel A.3.6 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel P, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst A.3.6. Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs 1. Voor de school voor voortgezet onderwijs is het bedrag van de normkosten gebaseerd op een standaardlocatie. Voor de volgende aanvullende investeringskosten wordt, indien noodzakelijk, een aanvullend bedrag beschikbaar gesteld: a. paalfundering, en b. bemaling. 2. De aanvullende vergoeding is afhankelijk van de benodigde paallengte in relatie met de omvang van de bouw in bruto vloeroppervlakte en wordt bepaald op basis van de volgende formules:
Nieuwe tekst A.3.6. Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs 1. Voor de school voor voortgezet onderwijs is het bedrag van de normkosten gebaseerd op een standaardlocatie. Voor de volgende aanvullende investeringskosten wordt, indien noodzakelijk, een aanvullend bedrag beschikbaar gesteld: a. paalfundering, en b. bemaling. 2. De aanvullende vergoeding is afhankelijk van de benodigde paallengte in relatie met de omvang van de bouw in bruto vloeroppervlakte en wordt bepaald op basis van de volgende formules:
Nieuwbouw en uitbreiding < 1000 m2 Paallengte 1 tot 15 meter € 5.386,87 + (€ 28,27 * A) Paallengte 15 tot 20 meter € 5.734,99 + (€ 47,81 * A) Paallengte 20 meter of langer € 6.402,94 + (€ 85,55 * A)
Nieuwbouw en uitbreiding < 1000 m2 Paallengte 1 tot 15 meter € 6.281 + (€ 33 * A) Paallengte 15 tot 20 meter € 6.687 + (€ 56 * A) Paallengte 20 meter of langer € 7.465 + (€ 100 * A)
Uitbreiding
>= 1000 m2
Paallengte 1 tot 15 meter € 6.578,33 + (€ 9,90 * A) Paallengte 15 tot 20 meter € 8.580,34 + (€ 25,69 * A) Paallengte 20 meter of langer € 13.029,97 + (€ 51,94 * A) 3. Als de grondwaterstand minder dan 1 meter onder het maaiveld ligt, is bemaling noodzakelijk en wordt een aanvullend bedrag per vierkante meter goedgekeurde terreinoppervlakte toegekend. De vergoeding bedraagt € 18,36 per vierkante meter terrein.
Uitbreiding
>= 1000 m2
Paallengte 1 tot 15 meter € 7.670 + (€ 12 * A) Paallengte 15 tot 20 meter € 10.004 + (€ 30 * A) Paallengte 20 meter of langer € 15.192 + (€ 61 * A) 3. Als de grondwaterstand minder dan 1 meter onder het maaiveld ligt, is bemaling noodzakelijk en wordt een aanvullend bedrag per vierkante meter goedgekeurde terreinoppervlakte toegekend. De vergoeding bedraagt € 21 per vierkante meter terrein.
Artikel B.3.2 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel Q, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bijlage 1 VNG oktober 2020
Bestaande tekst B.3.2. Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: € 160.185,69 Startbedrag bij uitbreidingen 2 van 115 m bvo of groter Startbedrag bij uitbreidingen € 106.790,52 2 van 55 tot 115 m bvo Naast het startbedrag voor € 2.133,84 2 elke m bvo
Nieuwe tekst B.3.2. Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: € 186.765 Startbedrag bij uitbreidingen 2 van 115 m bvo of groter € 124.510 Startbedrag bij uitbreidingen 2 van 55 tot 115 m bvo € 2.488 Naast het startbedrag voor 2 elke m bvo
Artikel B.3.3 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel R, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst [B.3.3. Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreidingen van 105 m2 bvo of groter € 164.729,33 Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 105 m2 bvo € 109.819,54 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal € 2.176,37 Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo) in combinatie met uitbreiding van de school € 192.046,20 Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal, zonder gelijktijdige uitbreiding van de school € 353.088,51 ]
Nieuwe tekst [B.3.3. Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreidingen € 192.062 van 105 m2 bvo of groter Startbedrag bij uitbreidingen € 128.041 van 50 tot 105 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel € 2.537 speellokaal Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo) in combinatie met uitbreiding van € 223.911 de school Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal, zonder gelijktijdige uitbreiding € 411.675 van de school ]
Artikel B.3.4 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel S, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst B.3.4. Bouwkosten school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of speciaal of voortgezet speciaal
Bijlage 1 VNG oktober 2020
Nieuwe tekst B.3.4. Bouwkosten school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of speciaal of voortgezet speciaal
onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreidingen € 149.195,90 van 96 m2 bvo of groter Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 96 m2 bvo € 99.463,94 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal € 2.180,68 Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo) in combinatie met uitbreiding van de school € 168.168,10 Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo), zonder gelijktijdige uitbreiding van de school € 353.088,51 Toeslag liftinstallatie als bij uitbreiding een liftinstallatie inclusief een schacht wordt € 198.677,66 aangebracht ]
onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreidingen € 173.951 van 96 m2 bvo of groter Startbedrag bij uitbreidingen € 115.967 van 50 tot 96 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel € 2.543 speellokaal Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo) in combinatie met uitbreiding van € 196.071 de school Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 bvo), zonder gelijktijdige € 411.675 uitbreiding van de school Toeslag liftinstallatie als bij uitbreiding een liftinstallatie inclusief een schacht wordt € 231.643 aangebracht ]
Artikel C.3.2 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel T, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst C.3.2. Vergoeding basisschool en speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool [en een speciale school voor basisonderwijs] wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter € 62.293,89 Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo € 41.529,27 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo € 1.530,85
Nieuwe tekst C.3.2. Vergoeding basisschool en speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool [en een speciale school voor basisonderwijs] wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij nieuwbouw van € 72.630 80 m2 bvo of groter Startbedrag bij nieuwbouw van € 48.420 40 tot 80 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke € 1.785 m2 bvo
Artikel C.3.3, eerste lid, van Bijlage IV (artikel I, onderdeel U, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst 1. De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter € 65.290,63 Bijlage 1 VNG oktober 2020
Nieuwe tekst 1. De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij nieuwbouw van € 76.124 80 m2 bvo of groter
Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke m2 bvo
€ 44.120,78 € 1.499,89
Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke m2 bvo
€ 51.442 € 1.749
Artikel C.3.4 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel V, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst C.3.4. Vergoeding school voor voortgezet onderwijs De vergoeding voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de vergoedingsformule € 931,92 * A + € 64.070,92, waarbij A het overeenkomstig bijlage III, deel C, bepaalde aantal vierkante meter bruto vloeroppervlakte aan tijdelijke huisvesting is]
Nieuwe tekst C.3.4. Vergoeding school voor voortgezet onderwijs De vergoeding voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de vergoedingsformule € 1.087 * A + € 74.702, waarbij A het overeenkomstig bijlage III, deel C, bepaalde aantal vierkante meter bruto vloeroppervlakte aan tijdelijke huisvesting is.
Artikel C.4.2 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel W, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst C.4.2. Vergoeding basisschool en speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van 80 m2 bvo of groter € 35.015,89 Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m2 bvo € 23.343,92 Naast het startbedrag voor € 1.604,08 elke m2 bvo
Nieuwe tekst C.4.2. Vergoeding basisschool en speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van € 40.826 80 m2 bvo of groter Startbedrag bij uitbreiding van € 27.217 40 tot 80 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke € 1.870 m2 bvo
Artikel C.4.3 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel X, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst C.4.3. Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van 80 m2 bvo of groter € 35.504,70 Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m2 bvo € 23.669,79 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo € 1.585,80
Bijlage 1 VNG oktober 2020
Nieuwe tekst C.4.3. Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van € 41.396 80 m2 bvo of groter Startbedrag bij uitbreiding van € 27.597 40 tot 80 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke € 1.849 m2 bvo
Artikel D.1.2 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel Y, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst D.1.2. Vergoeding basisschool De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: € 41.155,84 Startbedrag, incl. 200 m2 bvo 2 Voor elke volgende m bvo € 143,98
Nieuwe tekst D.1.2. Vergoeding basisschool De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: € 41.802 Startbedrag, incl. 200 m2 bvo 2 € 146 Voor elke volgende m bvo
Artikel D.1.3 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel Z, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst D.1.3. Vergoeding speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag, incl. 250 m2 bvo € 87.317,93 Voor elke volgende m2 bvo € 148,95
Nieuwe tekst D.1.3. Vergoeding speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: € 88.689 Startbedrag, incl. 250 m2 bvo 2 € 151 Voor elke volgende m bvo
Artikel D.1.4 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel AA, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst D.1.4. Vergoeding school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag, Voor elke 2 incl. 370 m , volgende m2 m.u.v. vaste bvo voet VSOZMLK van 250 m2 SO/VSOdoven € 147.122,36 € 256,81 SO/VSOsh € 133.648,95 € 332,83 SO/VSOesm € 124.537,94 € 165,50 SO/VSOvisg € 176.744,13 € 315,88 SO/VSO-lz € 112.707,66 € 155,64 SO/VSO-lg € 132.688,64 € 303,42 Bijlage 1 VNG oktober 2020
Nieuwe tekst D.1.4. Vergoeding school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag Naast het startbedrag voor elke m2 bvo ]
€ 313.772 € 215
SO/VSOzmlk SO/VSOzmok SO/VSO-pi SO/VSOmg
€ 110.957,15
€ 132,03
€ 108.304,84 € 109.262,25
€ 151,78 € 164,83
€ 134.347,31
€ 134,64
Artikel D.1.5 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel AB, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst D.1.5. Vergoeding speellokaal speciale school voor basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs De vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting van een speellokaal voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs bedraagt € 7.968,15.
Nieuwe tekst D.1.5. Vergoeding speellokaal speciale school voor basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs De vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting van een speellokaal voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs bedraagt € 8.093.
Artikel D.2, eerste lid, van Bijlage IV (artikel I, onderdeel AC, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst 1. De vergoeding voor eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair is gekoppeld aan de toe te kennen voorziening nieuwbouw, niet zijnde vervangende nieuwbouw, uitbreiding en ingebruikneming, niet zijnde ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw. Aanspraak op deze vergoeding bestaat als de eerste inrichting nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd. De hoogte van de vergoeding wordt berekend door vast te stellen het verschil tussen de al toegekende vergoeding en de vergoeding die is vastgesteld op basis van de te realiseren bruto vloeroppervlakte per ruimtetype. De hoogte van de vergoeding per ruimtetype wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Ruimtetype Algemeen Specifiek
Functie
m2 € 169,84
(Uiterlijke) verzorging/mode en commercie
€ 396,96
€ 242,83 Handel/verkoop/administratie € 326,04 Praktijkonderwijs Werkplaatsen Techniek algemeen € 416,47 Consumptief € 806,51 Grafische techniek Bijlage 1 VNG oktober 2020
Nieuwe tekst 1. De vergoeding voor eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair is gekoppeld aan de toe te kennen voorziening nieuwbouw, uitbreiding en ingebruikneming, niet zijnde ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw. Aanspraak op deze vergoeding bestaat als de eerste inrichting nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd. De hoogte van de vergoeding wordt berekend door vast te stellen het verschil tussen de al toegekende vergoeding en de vergoeding die is vastgesteld op basis van de te realiseren bruto vloeroppervlakte per onderwijssoort. De vergoeding per onderwijssoort wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:
Onderwijssoort
Praktijkonderwijs
per m2 bvo € 331
Landbouw
€ 1.541,92 € 0,00
VMBO Theoretische leerweg (TLW) VMBO Theoretische leerwegondersteunend onderwijs (TLW-LWOO) VMBO- Profiel Bouwen, Wonen en Interieur (BWI) VMBO- Profiel Produceren, Installeren en Energie (PIE) VMBO- Profiel Mobiliteit en Transport (M&T) VMBO- Profiel Maritiem en Techniek (MaT) VMBO- Profiel Media, Vormgeving en ICT (MVI) VMBO- Profiel Economie en Ondernemen (E&O) VMBO- Profiel Horeca, Bakkerij en Recreatie (HBR) VMBO- Profiel Zorg-Welzijn (Z&W) VMBO- Profiel Groen VMBO- Profiel Dienstverlening en Producten (D&P) HAVO VWO
€ 173 € 173
€ 423 € 423 € 423 € 423 € 247 € 247 € 819 € 403 € 423 € 173
€ 173 € 173
Artikel E.1 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel AD, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst E.1. Bouwkosten nieuwbouw 1. De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een lokaal bewegingsonderwijs met een netto speeloppervlakte van 252 vierkante meters bedraagt € 1.149.929,69 als deze op het schoolterrein gerealiseerd kan worden, of € 1.173.187,70 als deze op een afzonderlijk terrein gerealiseerd wordt. In deze vergoeding zijn opgenomen de kosten van fundering op staal en inrichting van het terrein. 2. Scholen met lichamelijk gehandicapte leerlingen, meervoudig gehandicapte leerlingen wordt een toeslag toegekend van 50 vierkante meter. Het normbedrag van deze toeslag is € 115.354,59. 3. Als paalfundering noodzakelijk is wordt een toeslag gegeven op basis van de volgende bedragen:
Bijlage 1 VNG oktober 2020
Nieuwe tekst E.1. Bouwkosten nieuwbouw 1. De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een lokaal bewegingsonderwijs met een netto speeloppervlakte van 252 vierkante meter bedraagt € 1.340.732 als deze op het schoolterrein gerealiseerd kan worden, of € 1.367.849 als deze op een afzonderlijk terrein gerealiseerd wordt. In deze vergoeding zijn opgenomen de kosten van fundering op staal en inrichting van het terrein. 2. Scholen met lichamelijk gehandicapte leerlingen, meervoudig gehandicapte leerlingen wordt een toeslag toegekend van 50 vierkante meter. Het normbedrag van deze toeslag is € 134.495. 3. Als paalfundering noodzakelijk is wordt een toeslag gegeven op basis van de volgende bedragen:
Paallengte
Vergoeding
1<15m 15<20m >20m
€ 23.129,57 € 31.885,29 € 44.781,52
Vergoeding bij ruimten LG en MG € 29.163,08 € 40.388,59 € 58.125,97
Paallengte
Vergoeding
1<15m 15<20m >20m
€ 26.967 € 37.176 € 52.212
Vergoeding bij ruimten LG en MG € 34.002 € 47.090 € 67.771
Artikel E.2 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel AE, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst E.2. Uitbreiding Het bepaalde in E.1, eerste lid, is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs. Bij lokalen bewegingsonderwijs met een oefenvloer van 140 vierkante meter netto speeloppervlakte of minder, kan de oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 vierkante meter. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Uitbreid Normbe Paallengte ing drag 1 < 15 15 < > 20 meter 20 meter meter 112 t/m € € € € 2 120 m 267.171, 10.354 17.934 29.321 63 ,70 ,95 ,65 121 t/m € € € € 150 m2 324.783, 12.947 22.412 36.652 83 ,58 ,90 ,05
Nieuwe tekst E.2. Uitbreiding Het bepaalde in E.1, eerste lid, is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs. Bij lokalen bewegingsonderwijs met een oefenvloer van 140 vierkante meter netto speeloppervlakte of minder, kan de oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 vierkante meter. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Uitbreid Normbe Paallengte ing drag 1< 15 < > 20 15 20 mete mete mete r r r 112 t/m € € € 12.0 20.9 34.1 120 m2 € 311.502 73 11 87 € € € 121 t/m 15.0 26.1 42.7 150 m2 € 378.674 96 32 34
Artikel E.3.2 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel AF, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst E.3.2. OLP/meubilair school voor basisonderwijs en speciaal basisonderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs bedraagt € 53.786,01.
Bijlage 1 VNG oktober 2020
Nieuwe tekst E.3.1. OLP/meubilair school voor basisonderwijs en speciaal basisonderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs bedraagt € 56.002.
Artikel E.3.3 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel AG, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst E.3.3. OLP/meubilair school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor speciaal onderwijs of voor voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Schoolsoort SO-doven SO-sh/esm SO-visg SO-lg/mg SO-lz/pi SO-zmlk SO-zmok VSO-doven VSO-sh/esm VSO-visg VSO-lg/mg VSO-lz/pi VSO-zmlk VSO-zmok SOVSO-doven SOVSO-sh/esm SOVSO-visg SOVSO-lg/mg SOVSO-lz/pi SOVSO-zmlk SOVSO-zmok
Nieuwe tekst E.3.2. OLP/meubilair school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor speciaal onderwijs of voor voortgezet speciaal onderwijs bedraagt € 56.002.
Bedrag in euro € 43.967,68 € 43.709,74 € 52.917,21 € 57.965,72 € 41.576,45 € 41.576,45 € 41.490,90 € 51.547,03 € 52.892,04 € 62.924,29 € 64.554,28 € 50.802,18 € 50.802,18 € 45.350,42 € 53.380,85 € 57.223,38 € 65.299,12 € 66.311,34 € 55.132,28 € 55.132,28 € 45.865,02
Artikel E.3.4 van Bijlage IV (artikel I, onderdeel AH, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst E.3.4. Meubilair/leer- en hulpmiddelen school voor voortgezet onderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting meubilair of leer- en hulpmiddelen voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:
Bijlage 1 VNG oktober 2020
Nieuwe tekst E.3.3. Meubilair/leer- en hulpmiddelen school voor voortgezet onderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting meubilair of leer- en hulpmiddelen voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:
Eerste lokaal
Meubilai Leer- en r hulpmiddele n € € 69.439,21 1.164,45
Tweede lokaal
€ € 54.167,85 1.164,45
Derde lokaal
€ € 23.549,65 1.164,45
Oefenplaat s1 Oefenplaat s2
€ 0,00
€ 14.335,53
€ 0,00
€ 1.770,28
Totaal
€ 70.603,6 9 € 55.332,3 2 € 24.714,1 2
]
Eerste lokaal
Meubilai Leer- en r hulpmiddele n € 1.183 € 70.529
Tweede lokaal
€ 1.183
€ 55.018
Derde lokaal
€ 1.183
€ 23.919
Oefenplaat s1 Oefenplaat s2
€ 0,00
€ 15.576
€ 0,00
€ 1.798
Totaal
€ 71.71 2 € 56.20 1 € 25.10 2
]
Artikel G van Bijlage IV (artikel I, onderdeel AI, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst G. Huur sportvelden 1. Een school voor voortgezet onderwijs maakt aanspraak op een vergoeding van de huur van een sportveld voor maximaal 8 weken per jaar. De vergoeding voor deze kosten bedraagt voor de periode van 8 weken € 22,50 per klokuur. 2. Aanspraak op vergoeding als bedoeld in het eerste lid bestaat uitsluitend als de school voor voortgezet onderwijs niet beschikt over een eigen sportveld en geen gebruik maakt van een sportveld dat door de gemeente is gefinancierd.
Bijlage 1 VNG oktober 2020
Nieuwe tekst G. Huur sportvelden 1. Een school voor voortgezet onderwijs maakt aanspraak op een vergoeding van de huur van een sportveld voor maximaal 8 weken per jaar. De vergoeding voor deze kosten bedraagt voor de periode van 8 weken € 23 per klokuur. 2. Aanspraak op vergoeding als bedoeld in het eerste lid bestaat uitsluitend als de school voor voortgezet onderwijs niet beschikt over een eigen sportveld en geen gebruik maakt van een sportveld dat door de gemeente is gefinancierd.
Toelichting In deze actualisatie van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Terneuzen 2022 is een aantal eerdere wetswijzigingen verwerkt: de profielen van het VMBO, de aanpassing van de categorieën in het speciaal onderwijs en het afschaffen van de gewichtenregeling. Verder is een aantal formuleringen duidelijker opgeschreven. Ook zijn de nieuwe normbedragen voor onderwijshuisvesting opgenomen. Artikelsgewijs Artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit In dit onderdeel is het opschrift van artikel 1 ‘Begripsbepalingen’ vervangen door: Definities (zie 100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever). Daarnaast is de definitie ‘medegebruik’ ingevoegd en wordt in de definitie ‘voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening’ een toevoeging voorgesteld. Artikel I, onderdelen B, G, H, J, K en AD, van het wijzigingsbesluit In deze onderdelen worden geen inhoudelijke, maar tekstuele en technische aanpassingen voorgesteld die bovendien grotendeels voor zich spreken, zodat zij geen afzonderlijke toelichting behoeven. Artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit In dit onderdeel wordt een formule opgenomen in artikel B.1.1 van Bijlage III. Er kan voor worden gekozen om in de berekeningsmethodiek een toeslag toe te kennen in verband met de aanwezigheid van achterstandsleerlingen.
Artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit De ruimtebehoefte voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs wordt bepaald aan de hand van de onderwijssoort, de categorie (speciaal of voortgezet speciaal), het type vestiging en het aantal leerlingen. In artikel B.1.4, eerste lid, van Bijlage III wordt de formule waarmee de ruimtebehoefte wordt berekend aangepast. Verder wordt een tweede lid (nieuw) ingevoegd. Hierin is bepaald dat voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs met lichamelijk gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte kinderen een toeslag in de ruimtebehoefte plaatsvindt. Artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit In dit onderdeel wordt Tabel 1 Ruimtebehoeftemodel Voortgezet Onderwijs ingevoegd in artikel B.1.4 van Bijlage III. In het tweede lid wordt geregeld dat door de in tabel 1 opgenomen bruto vloeroppervlakten per leerling te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen dat op de school voor voortgezet onderwijs staat ingeschreven de leerlinggebonden component kan worden berekend. De leerlinggebonden component is afhankelijk van de soort onderwijs en het profiel die de leerling volgt. Aan de hand van de gegevens van de Dienst Uitvoering Onderwijs kunnen de aantallen worden vastgesteld. Voor leerjaar 1 en 2 wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen de onderwijssoorten.
Als aan de school meerdere afdelingen (VWO/HAVO en VMBO) zijn verbonden, wordt de verhouding Bijlage 1 VNG oktober 2020
tussen de leerlingen in het vierde leerjaar als uitgangspunt genomen. Daarnaast worden in het derde en vierde lid, onder c, tekstuele aanpassingen voorgesteld. Artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit In dit onderdeel worden tekstuele aanpassingen voorgesteld in artikel B.2, eerste en tweede lid, van Bijlage III. [Tabel 3 in het tweede lid vervalt.] Artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit In dit onderdeel wordt een nieuwe tekst voor artikel D.1 van Bijlage III voorgesteld waarin de terreinoppervlakte wordt geregeld. De speelplaats (het vloeroppervlak in vierkante meters) bij [vervangende] nieuwbouw voor een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs. In geval van een school voor voortgezet onderwijs wordt in het tweede lid een tabel gegeven. De in het eerste en tweede lid gestelde normen betreffen de exclusieve speel- en beweegruimte voor de leerlingen van de school. De terrein voor voorzieningen dient te worden opgeteld bij de norm. Voor parkeervoorzieningen wordt de voor de locatie van het terrein geldende gemeentelijke parkeernorm gehanteerd. Artikel I, onderdelen L, M, N, O, P, Q, R, S, T, V, W, X Y, Z, AA, AB, AC, AD, AE, AF AG, AH, AI, van het wijzigingsbesluit In deze onderdelen worden de nieuwe normbedragen voor onderwijshuisvesting verwerkt.