2022-01-19 Bijlage 2. Addendum Warmtenet v1.0
Tekst van het document
Addendum Studie Warmtenet Kanaalzone Terneuzen-Gent Gregor Brandt - Nort Thijssen | 12-10-2021
Inhoud Inhoud ................................................................................................................................. 1 1
Introductie .................................................................................................................... 2
2
Wijzigingen ten opzichten van Warmtenetstudie ........................................................ 3
3
4
2.1
Toevoeging van aanbieder AirLiquide ................................................................. 3
2.2
Wijziging van watertemperatuur ArcelorMittal Gent en Zelzate......................... 3
2.3
Uitsluiting van BEE centrale als mogelijke achtervang ....................................... 4
Resultaten .................................................................................................................... 5 3.1
Inleiding en oude situatie ..................................................................................... 5
3.2
Effect van ArcelorMittal Gent/Zelzate op 700C ................................................... 6
3.3
Effect van toevoegen AirLiquide als aanbieder ................................................... 8
3.4
Effect van uitsluitenBEE centrale als back-up ..................................................... 9
3.5
Financiële resultaten van de scenario’s .............................................................. 11
Conclusies .................................................................................................................. 13
PAGE 1
1
Introductie
Naar aanleiding van de Warmtenetstudie Kanaalzone Terneuzen-Gent zijn er zowel nieuwe mogelijkheden als aanpassingen van de aannames naar boven gekomen. In dit addendum op de warmtenetstudie worden deze nieuwe en aangepaste opties meegenomen. In dit addendum benoemen we de veranderingen, wordt de aangepaste data beschreven en de resultaten van de veranderingen besproken. Alles wat niet expliciet wordt gemeld als veranderd blijft daarmee gelijk aan de status zoals die al was in het document “Warmtenet Kanaalzone Terneuzen-Gent”.
PAGE 2
2 Wijzigingen ten opzichten van Warmtenetstudie 2.1
TOEVOEGING VAN AANBIEDER AIRLIQUIDE
AirLiquide heeft aangegeven dat zij mogelijk ook restwarmte beschikbaar kunnen maken voor de kanaalzone. AirLiquide bevindt zich op het terrein van DOW in Terneuzen en zou daarmee relatief eenvoudig, dat wil zeggen, zonder aanleg van een nieuwe pijpleiding, aan kunnen sluiten op de huidig gemodelleerde infrastructuur. AirLiquide ziet 2 mogelijkheden om restwarmte beschikbaar te maken: 1) Via een chemische warmtepomp (Qpinch): geschatte CAPEX 10 mln Euro, geen OPEX (te verwaarlozen) 2) Via een conventionele warmtepomp: geschatte CAPEX 2 mln Euro, OPEX van ~4MWh/h aan elektriciteit tegen heersende elektriciteitsprijzen In beide gevallen gaat het om een mogelijk geleverde capaciteit van 10 MW aan warmte. Gegeven de locatie van AirLiquide op het terrein van DOW, is de aanname dat voor genoemde CAPEX bedragen beide opties warmte aanleveren op dezelfde locatie als DOW dat in het bestaande model al kon doen.
2.2
WIJZIGING VAN WATERTEMPERATUUR ARCELORMITTAL GENT EN ZELZATE
In de eerdere studie met betrekking tot de kanaalzone Terneuzen-Gent werd er van uit gegaan dat ArcelorMittal Gent, warmte zou leveren op een temperatuur van 900C. Ook zagen we in de resultaten dat er geen aansluiting kwam tussen het Nederlandse gedeelte en het Noordelijke stuk in België. Dit kwam onder meer doordat het duur was om vanuit Nederland op de hogere temperatuur naar België te gaan leveren. Als feedback op het rapport kwam terug dat de werkelijke temperatuur waarop ArcelorMittal Gent warmte zou leveren dichter bij de 700C zou liggen dan bij de 900C en dat daarmee wellicht de connectie met het Zuidelijke stuk van het Nederlandse gedeelte weer wat aannemelijker zou worden. De volgende aanpassingen zijn vervolgens gedaan in het model: •
•
ArcelorMittal Gent heeft nog steeds 2 opties om warmte te leveren: o Optie HBO4: capaciteit 12,35MW aan warmte, maar nu is deze warmte beschikbaar als 700C in plaats van 900C. CAPEX die hierbij hoort is 2,65 mln Euro. o Optie Cokesfabriek: capaciteit van 25MW aan warmte, ook deze warmte is beschikbaar als 700C in plaats van 900C. CAPEX die hierbij hoort is 5,3 mln Euro. Zelzate kon voorheen warmte afnemen op 900C, dat is tevens ook veranderd naar 700C, zodat Zelzate aansluitbaar blijft op ArcelorMittal Gent.
PAGE 3
•
•
2.3
De pijpleidingen van ArcelorMittal Gent richting Nederland worden nu 700C pijpleidingen, hetgeen niet tot andere kosten leidt. Tevens is er geen installatie meer nodig die eerder op de grens was gemodelleerd om water op te warmen (vanuit NL naar ArcelorMittal Gent) of af te koelen (vanuit ArcelorMittal Gent naar NL). De aansluiting vanuit ArcelorMittal Gent naar de rest van het netwerk in België vergt nog wel een aanpassing. Aangezien ArcelorMittal nu op 700C opereert, moet het water verder opgewarmd worden naar 900C of 1100C indien het aangesloten moet worden op de andere netwerken op deze temperaturen.
UITSLUITING VAN BEE CENTRALE ALS MOGELIJKE ACHTERVANG
In de meeste scenario’s binnen de warmtenetstudie was de BEE centrale een optie om als achtervang te dienen in het geval een andere leverancier van warmte niet aan de verplichtingen kon voldoen en daarmee het netwerk robuust te maken. Het is gebleken dat de capaciteit van de BEE centrale echter vergeven is aan de industrie en dus niet meer als achtervang kan dienen. De wijziging die is gedaan is alleen het uitzetten van de mogelijkheid om de BEE centrale aan te schakelen.
PAGE 4
3 Resultaten 3.1
INLEIDING EN OUDE SITUATIE
We kijken voor deze addendum studie alleen naar robuuste oplossingen. Dat wil zeggen, oplossingen waarbij er altijd genoeg reserve capaciteit aanwezig is in het systeem voor het geval één van de vaste aanbieders om een bepaalde reden (denk hierbij bijvoorbeeld aan het geval van een onderhoudsstop/shutdown) niet kan leveren. Om de gevolgen van de veranderingen uit te leggen bouwen we de scenario’s op. Allereerst veranderen we de temperatuur van ArcelorMittal Gent en Zelzate en de veranderingen die daarbij horen. Vervolgens voegen we de opties van AirLiquide toe en kijken wat de impact daarvan is. Allereerst herhalen we nog even de netwerkplaatjes zoals die in het optimale robuuste geval naar voren kwamen in de Warmtenetstudie vóór de genoemde wijzigingen.
Figuur 1 Nederlands gedeelte van het netwerk
PAGE 5
Figuur 2 Belgisch gedeelte van het netwerk Zoals beschreven in het rapport zijn de 2 netwerken separaat van elkaar, is er in basis geen grensoverschrijding en bestaat het Belgische netwerk bij voorkeur uit 2 temperaturen. De financiële overzichten van elk scenario staan vermeld in paragraaf 3.5.
3.2
EFFECT VAN ARCELORMITTAL GENT/ZELZATE OP 700C
Als ArcelorMittal Gent verandert van temperatuur ten opzichte van de eerdere warmtenet studie, verandert het plaatje ook een stuk. ArcelorMittal Gent en Zelzate worden aangesloten op het 700C netwerk wat ook door Nederland loopt. Het Noordelijke geheel blijft wel een verbonden netwerk. In het Zuidelijke gedeelte van het netwerk valt ArcelorMittal nu opeens weg als mogelijke back-up voor Rodenhuizen in het 900C netwerk. Er zijn 2 opties die daarbij overblijven om dat netwerk robuust te houden: 1) Water vanuit ArcelorMittal Gent opwarmen tot 900C 2) Een producent van 1100C water zijn water laten afkoelen tot 900C. In dit scenario gebeurt het laatste. De operationele kosten voor ArcelorMittal om water op te warmen, de installatie die daarvoor nodig is en de lange pijpleiding naar het Zuiden wegen niet op tegen het alternatief. BEE komt stand-by te staan om water te leveren in het
PAGE 6
geval Rodenhuizen uitvalt. De investeringen die hiermee gemoeid zijn zorgen er voornamelijk voor dat dit scenario 16 miljoen Euro duurder wordt dan in het oorspronkelijke geval.
Figuur 3 Noordelijke gedeelte van het netwerk bij ArcelorMittal Gent 70 graden
PAGE 7
Figuur 4 Zuidelijke gedeelte van het netwerk bij ArcelorMittal Gent 70 graden
3.3
EFFECT VAN TOEVOEGEN AIRLIQUIDE ALS AANBIEDER
Zodra AirLiquide wordt toegevoegd als optie voor de levering van 700C water verandert er alleen iets in het Noordelijke gedeelte, het 700C netwerk. Ten eerste valt op dat er gekozen wordt voor de conventionele warmtepomp optie voor AirLiquide. De CAPEX van de andere optie is te overheersend. AirLiquide wordt wel aangeschakeld maar staat in de gekozen oplossing alleen stand-by voor het geval DOW niet kan leveren. Ten tweede zien we nu AirLiquide een optie is, dat de robuustheid niet langer gehaald hoeft te worden door Terneuzen te verbinden met Cargill. Gezamenlijk vormen DOW, AirLiquide en Yara een robuust sub-netwerk. Iets zuidelijker vormen Cargill en ArcelorMittal Gent samen ook een robuust sub-netwerk dat Sas-van-Gent en Zelzate bedient. Deze netwerken zijn dan niet met elkaar verbonden en dit scheelt de CAPEX van een lange pijpleiding.
PAGE 8
In totaal is deze optie 9 miljoen Euro goedkoper dan de optie waarbij de netwerken wél aan elkaar verbonden zijn. Weliswaar is er CAPEX nodig om AirLiquide aan te schakelen maar wordt dit bespaard door de netwerken niet met elkaar te verbinden.
Figuur 5 Noordelijke gedeelte van het netwerk bij optie AirLiquide
3.4
EFFECT VAN UITSLUITEN BEE CENTRALE ALS BACK-UP
Het laatste scenario dat is bekeken is een scenario waarbij de BEE centrale niet meer als mogelijkheid wordt meegenomen om als back-up te dienen voor het 900C en 1100C netwerk in België. Het effect hiervan is complex en duur. Er zijn extra investeringen nodig om BEE te vervangen: 1) Bij ArcelorMittal Gent moet een investering gedaan worden om water op te kunnen warmen tot 110oC. Bovendien moet de capaciteit ook uitgebreid worden naar een duurdere optie dan voorheen. 2) Bij Stora Enso moet een investering gedaan worden om water van 1100C af te kunnen koelen naar 900C.
PAGE 9
3) Rodenhuizen krijgt een iets duurdere upgrade. 4) Er zijn extra pijpleidingen nodig. Er zijn geen investeringen meer nodig bij BEE zelf, dat bespaart 17 miljoen Euro. Echter de 4 genoemde punten samen zorgen voor 50 miljoen Euro extra investeringen waardoor de CAPEX uiteindelijk bijna 33 miljoen Euro duurder is. Door het effect van de vaste kosten (Fixed Opex, 4% van de CAPEX aan jaarlijkse kosten voor onderhoud en dergelijke) kost dit scenario uiteindelijk (in netto contante waarde) 52 miljoen Euro meer dan het vorige scenario. Hieronder de netwerk plaatjes van het Zuidelijke gedeelte. Het Noordelijke gedeelte wordt niet beïnvloed door het niet beschikbaar zijn van de BEE centrale.
Figuur 6 Zuidelijke netwerken indien BEE geen optie is
PAGE 10
3.5
FINANCIËLE RESULTATEN VAN DE SCENARIO’S
Voor de volledigheid herhalen we de resultaten van de belangrijkste scenario’s van de originele warmtenetstudie:
Case naam Referentiecase (Niets doen) Geen Gas Geen Gas + grensoverschrijding
CAPEX [mln€] 0 663 677
FOPEX [mln€] 0 114 123
Gemiddelde kosten Gas/Elektr CO2 belasting [mln€] [mln€] 684 159 110 13 110 13
Totale kosten [mln€] 842 901 924
Laag Totale kosten [mln€] 842 819 842
Hoog Totale kosten [mln€] 842 982 1,005
Figuur 7 Financiële resultaten originele warmtenetstudie
In de volgende tabel staan de financiële gegevens onder elkaar van de scenario’s die in deze addendum onderzocht zijn, waarbij de bovenste een herhaling is van het “Geen Gas”scenario uit de originele warmtenetstudie: CAPEX [mln€ ] Case naam Warmtenet rapport - Geen Gas (Robuust) 663 Inclusief verandering AMG/Zelzate naar 70 graden 673 Inclusief Opties AirLiquide 667 Exclusief BEE centrale als achtervang 700
FOPEX [mln€ ] 114 121 117 137
Gemiddelde kosten Gas/Elektr CO2 belasting Totale kosten [mln€ ] [mln€ ] [mln€ ] 110 13 901 110 13 917 110 13 908 110 13 960
Lage kosten Hoge kosten Totale kosten Totale kosten [mln€ ] [mln€ ] 819 982 835 998 826 989 878 1,041
Figuur 8 Financiële resultaten geëvalueerde scenario's Het is belangrijk om op te merken dat in vergelijking tot het eerdere robuuste netwerk van het “Geen Gas”-scenario, de kosten van de nieuwe scenario’s allen hoger liggen. Dit is te wijten aan 1) de verandering van ArcelorMittal Gent naar 700C, 2) het niet meer beschikbaar zijn van BEE als achtervang. 1) Zorgt er voor dat ArcelorMittal Gent niet meer als achtervang kan dienen voor het robuust maken van het 900C netwerk in Oost-Vlaanderen waardoor er duurdere opties moeten worden gebruikt en de kosten stijgen. 2) Zorgt er voor dat de BEE centrale niet meer als achtervang kan dienen voor het 900C en 1100C netwerk in Oost-Vlaanderen waardoor er duurdere opties moeten worden gebruikt en de kosten stijgen. Het beschikbaar komen van AirLiquide als leverancier heeft een klein positief financieel effect en zorgt er voor dat er gescheiden netwerken ontstaan in Zeeuws-Vlaanderen. Merk op dat over het totaal gezien het laatste scenario, waarbij alle wijzigingen zijn mee genomen, 59 miljoen Euro duurder is dan het eerder berekende “Geen Gas”-scenario. Dit komt niet doordat er slechtere keuzes gemaakt worden maar doordat de 3 genoemde wijzigingen gezamenlijk een negatief effect hebben op de totale verdisconteerde kosten.
We hebben de wijzigingen incrementeel hebben doorgevoerd (dus wijziging 2 komt boven op wijziging 1), dus volgende conclusies gelden met deze opmerking in acht genomen:
PAGE 11
1) ArcelorMittal Gent/Zelzate op 700C: wijziging van input data → negatief effect van 16 miljoen Euro 2) Toevoegen AirLiquide als aanbieder: toevoegen van extra optie heeft altijd een positief effect → positief effect van 9 miljoen Euro 3) Uitsluiten BEE centrale als back-up: uitsluiten van opties kan nooit een positief effect hebben → negatief effect van 52 miljoen Euro Het totale effect met alle opties mee genomen is dan ook -16 +9 -52 = -59 miljoen Euro.
PAGE 12
4 Conclusies Voor de aanpassingen die gedaan zijn, zijn de volgende conclusies te trekken: 1) De conventionele warmtepomp optie voor AirLiquide komt er in alle gevallen financieel gezien beter uit dan de chemische warmtepomp 2) De verandering van ArcelorMittal Gent en Zelzate naar 700C heeft een klein negatief effect op de kosten. Het is echter niet zo dat dit een keuze is, maar een gegeven feit dat in de vorige studie niet correct was meegenomen. 3) Die optie om AirLiquide als aanbieder mee te laten draaien heeft financieel gezien een licht positief effect. Er ontstaan wel meerdere losse netwerken voor het 700C gedeelte. 4) Het uitsluiten van de BEE centrale voor back-up zorgt voor een flinke verhoging van de kosten. Ook dit is waarschijnlijk geen keuze maar een voldongen feit aangezien er geen aanspraak gemaakt kan worden op de capaciteit van de BEE centrale.
PAGE 13