2022-01-19 a. Resultaten onderzoeken Industrieel Restwarmtenet Kanaalzone - Ontwerpbesluit
Tekst van het document
Gemeenteraad Ontwerpbesluit
Zitting van 3 februari 2022 Omgeving & Economie - Beleidsontwikkeling zaaknummer: 338427
2022_Raad_00006 - Resultaten onderzoeken Industrieel Restwarmtenet Kanaalzone Portefeuillehouder Ben Assche,van Programma en/of paragraaf Programma Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Besluit Besluitpunt 1 De raad besluit in te stemmen met de uitkomsten van de onderzoeken 1."Modelstudie Warmtenet Kanaalzone Terneuzen-Gent" en 2."Stakeholder analyse Restwarmtenet Terneuzen" (zie bijlage 1, 2, 3 en 4). Besluitpunt 2 De raad besluit akkoord te gaan met een onderzoek naar samenwerking tussen verschillende partijen in aanloop naar de aanleg en de exploitatie van een Industrieel restwarmtenet. Besluitpunt 3 De raad besluit het industrieel restwarmtenet en de pilot in Hoek aan te wijzen om uit te werken in een warmteplan op wijkniveau (passend bij de mogelijkheden die de Transitievisie Warmte biedt). Wat is de aanleiding? In 2050 worden gebouwen in Nederland niet meer met aardgas verwarmd. Dat is nodig om onze CO2-uitstoot terug te dringen en klimaatverandering tegen te gaan. Ook willen we de afhankelijkheid van aardgas verminderen, zowel uit Groningen als uit het buitenland. Voor de toekomst liggen er in Terneuzen twee grote opgaven voor: 1. Het verduurzamen en alternatief verwarmen van de gebouwde omgeving, 2. Het verduurzamen van de industrie. Deze twee opgaven hebben meerdere raakvlakken en kunnen elkaar versterken.
In Terneuzen zijn er veel industriële bedrijven gevestigd. Deze bedrijven houden veel warmte over bij de verschillende bedrijfsprocessen. Vanuit het Interreg-project “Doen” is het initiatief gestart om samen met de Zeeuwse Overheden en bedrijven te onderzoeken of restwarmte 1/5
van industrie kan worden ingezet voor de gebouwde omgeving. Dit heeft geleid tot het uitvoeren van twee onderzoeken: 1. Het uitvoeren van een modelstudie naar de technische en financiële haalbaarheid van een industrieel restwarmtenet in de Kanaalzone. 2. Een stakeholder analyse van partijen die bij het project betrokken moeten worden en hun belangen hierin. Wat willen we bereiken? Het halen van de doelstellingen uit het gemeentelijk coalitieakkoord waarin de ambitie is geuit om in 2045 energieneutraal te zijn. We werken samen aan een haalbare, betaalbare en sociale transitie. Hierin zetten we met Zeeuwse kracht en lokaal maatwerk en eigenaarschap in om de doelstelling van 49 procent CO2- besparing in 2030 te realiseren. Met dit standpunt zetten we sterk in op CO2 -reductie. We zien besparing als essentiële stap en vertalen dit naar een strategie om gemeentebreed in te zetten op isolatie en andere maatregelen, op zo’n manier dat we tevens de gebouwen klaarmaken voor de overstap naar aardgasvrij. Ook voor de kernen die kansrijk zijn om aangesloten te worden op een restwarmtenet is isoleren van belang om warmte te besparen, maar een aansluiting hoeft daar niet op te wachten. Dat komt omdat de temperaturen van de restwarmtebron hoog genoeg zijn en woningen ook met minder/zonder isolatie comfortabel verwarmd kunnen worden. Dit biedt meer flexibiliteit in de te zetten stappen.
Argumenten 1.1 Een industrieel restwarmtenet zorgt voor haalbare en betaalbare verwarming in Terneuzen. In het onderzoek uitgevoerd door Quo Mare is onderzocht of een restwarmtenet in de gemeente Terneuzen technisch haalbaar en betaalbaar is. Uit het onderzoek blijkt dat er meer dan genoeg restwarmte beschikbaar is, zelfs na verduurzaming van de industrie. Het scenario van een restwarmtenet in de modelstudie laat zien dat het goedkoper is om een restwarmenet te bouwen en te exploiteren dan bestaande woningen op gas te laten. 1.2 De businesscase van het restwarmtenet is belangrijk. Er is erg veel restwarmte beschikbaar bij de gevestigde industrie. DOW, Yara en Cargill hebben uit hun energie-intensieve processen warmte over die voor de industrie te laagwaardig is om te kunnen gebruiken. Het gaat vooral om water dat gebruikt wordt voor koeling en makkelijk uit te koppelen is. In de huidige situatie wordt dit water gekoeld door een koeltoren en op een lagere temperatuur in de Westerschelde of kanaal geloosd. Door dit uit te koppelen en dit warme water in te zetten om woningen en bedrijven in Terneuzen te verwarmen gaat er minder energie/warmte verloren en kan dit nuttig worden ingezet. 1.3 Een 70C graden restwarmtenet laat de meeste potentie zien. Een 70C graden restwarmtenet laat de meeste potentie zien.
Dit komt doordat er voldoende bronnen zijn bij de industrie om 70C graden restwarmte te kunnen leveren. Dit maakt ook de aansluiting voor woningen passend en betaalbaar. Veel woningen maken nog gebruik van radiatoren met water opgewarmd door een boiler. In dit geval kan het warme water van het restwarmtenet zonder tussenkomst van een boiler door radiatoren bij de inwoners worden gevoerd. 1.4 In de toekomst komen er eerder meer restwarmtebronnen bij dan minder. In de PIDI (Programma Infrastructuur en Duurzame Industrie) en MIEK (Meerjarenprogramma, Infrastructuur, Energie en Klimaat) en het samenhangende bod wat 2/5
vanuit de gemeente door SDR (Sustaineble Delta Resources) richting het rijk is gedaan blijkt dat er interesse is om in Terneuzen 10 waterstoffabrieken te bouwen. Deze (duurzame) waterstoffabrieken zullen bijdragen binnen de energietransitie om bedrijfsprocessen van industriële bedrijven te verduurzamen. Om waterstof te kunnen maken; maken deze fabrieken gebruik van een proces genaamd "Elektrolyse". Dit proces is energie-intensief waarbij ook veel warmte vrijkomt. Deze warmte kan ingevoed worden op het restwarmtenet zodat deze nuttig gebruikt kan worden (zie bijlage 2). 2.1 Positief voor het vestigingsklimaat van bestaande bedrijven (zowel groot als klein). Het ontwikkelen van een restwarmtenet biedt voordelen aan de kant van de aanbieders en vraagzijde. Grote bedrijven zoals DOW en Yara krijgen op termijn te maken met een CO2 belasting. Doordat zij hun warme water beschikbaar stellen voor het restwarmtenet, is er de mogelijkheid dat ze CO2 credits ontvangen. Op deze schaal kan de waarde van de CO2 credits oplopen van meerdere miljoenen euro's tot enkele miljarden euro's, uitgesmeerd tot 2050. Dit stimuleert de industrie om processen te verbeteren, minder CO2 uit te stoten en verder is het een extra argument om in Terneuzen gevestigd te blijven. Aan de vraagzijde zijn er de inwoners van Terneuzen en bedrijven die restwarmte kunnen gebruiken.
Inwoners kunnen profiteren doordat het restwarmtenet ze van een betaalbare vorm van warmte kan voorzien. Bedrijven kunnen ook profiteren doordat ze op een goedkope manier hun gebouw kunnen verwarmen of kunnen gebruiken binnen de bedrijfsvoering. Denk hierbij aan het verwarmen van zwembadwater, warmte voor een fabrieksbakkerij of gebruik binnen een vergistingsproces. 2.2 De nieuwe Warmtewet stelt bedrijven in de toekomst verplicht om restwarmte nuttig in te zetten. Bedrijven moeten in de toekomst verplicht onderzoeken of restwarmte opnieuw gebruikt kan worden. In de Kanaalzone kan een restwarmtenet uitkomst bieden aan bedrijven om aan deze verplichting te voldoen. Het rijk verleend hiervoor in de toekomst subsidie aan de industrie om de warmte te kunnen uitkoppelen voor bijvoorbeeld een warmtenet. 2.3 Het kiezen van een richting voor alternatieve verwarming is noodzakelijk (zie de TVW). Bij het landelijke klimaatakkoord "Sectortafel Gebouwde Omgeving" is de afspraak gemaakt dat het gebruik van aardgas en CO2 uitstoot in de bebouwde omgeving moet worden teruggedrongen. De rijksoverheid stelt verplicht dat iedere gemeente een gemeentelijke transitievisie warmte (TVW) opstelt. Hierin worden kansen en mogelijkheden vastgelegd over hoe kernen in de toekomst op een alternatieve manier kunnen worden verwarmd.
Om dit doel te halen is het noodzakelijk om een keuze te maken welke alternatieve verwarmingsmethoden kunnen worden gebruikt. Het restwarmtenet biedt voor Terneuzen één van de grootste kansen om de doelstelling voor de gebouwde omgeving maar ook de industrie te kunnen halen. 3.1 Er is draagvlak in de kern Hoek en bij de woningbouwcoöperaties. Doordat de kern Hoek door DOW vroeg bij het proces is betrokken, zijn de inwoners enthousiast over het initiatief. Dit is gebleken uit de dorpsraadbijeenkomst van 12 oktober 2021 en de betrokkenheid bij de stakeholder analyse van Siemens. Dit enthousiasme is belangrijk in de periode in aanloop naar de bouw en exploitatie van een restwarmtenet. Het draagt er ook aan bij dat inwoners aangesloten willen worden. Dit is noodzakelijk om de exploitatie succesvol te laten verlopen. Naast Hoek die enthousiast is over het initiatief, hebben de twee woningbouwcoöperaties Clavis en Woongoed ook aangegeven enthousiast te zijn over het concept van het
3/5
warmtenet. In de workshop van Siemens zijn ze uitgebreid meegenomen in de technische toepassingen die mogelijk zijn en de rol die de woningscoöperaties als afnemer kunnen spelen. 3.2 Subsidie van NWN! (Nieuwe Warmte Nu!) om de onrendabele top te bekostigen is toegezegd. We zijn in de tweede en derde tranche geplaatst voor een mogelijkheid op subsidieverlening van NWN. NWN verleend namens het rijk subsidie voor innovatieve warmte projecten. Specifiek met een focus om de onrendabele top te bekostigen zodat een project makkelijker kan worden uitgevoerd. Het gaat hier om een bedrag van 25-50 miljoen euro. Het bedrag kan nog omhoog of omlaag, dit is gekoppeld aan de totale projectkosten en de onrendabele top die is voorzien. 3.3 Mogelijkheden financiering en overige subsidie zijn groot Het Rijk stelt de komende jaren meer vormen van subsidie en financieringsvormen beschikbaar om de energietransitie en verduurzaming te stimuleren. Hiernaast zijn er nog mogelijkheden om mee te liften op subsidie die de Europese Unie beschikbaar stelt. Onder andere mogelijkheden binnen het NOVI (Nationale Omgevingsvisie), JFT (Joint Transition Fund) en subsidie voor innovatieve industrie. Tijdens de stakeholder analyse hebben al verschillende partijen aangegeven graag te willen investeren in het restwarmtenet. Één van de partijen die dit al aan heeft aangegeven is pensioenfonds PGGM.
Verder worden er veel mogelijkheden geboden in gelden die de BNG en de NWB (laagrenderend) in overheidsprojecten wil steken. Kanttekeningen 1.1 Het isoleren van woningen is tegenstrijdig bij de uitrol van dit concept warmtenet. In het model van Quo Mare wordt er aangeven dat het isoleren van woningen in dit geval tegenstrijdig werkt. Hiervoor zijn er een aantal redenen. 1. Er is voldoende restwarmte beschikbaar; woningen worden ingezet als de koelribben voor de industrie. Het is de bedoeling dat het warme water koeler bij DOW terugkomt zodat ze het weer opnieuw kunnen gebruiken. 2. Het isoleren van een woning in Terneuzen wordt geschat op 10.000 euro tot 70.000 duizend euro afhankelijk van het type woning en de ouderdom. Als het bedrag van isolatie mee wordt genomen in de totaalkosten voor een restwarmtenet is de isolatie van woningen een grotere kostenpost dan de aanleg van het netwerk zelf. Omdat er in Terneuzen veel restwarmte is kan er meer warm water worden rondgepompt door het netwerk om ervoor te zorgen dat de woningen comfortabel en warm blijven. 1.2 Aan grote projecten zoals deze kleven risico's Het proces om een besluit te nemen over de bouw van een industrieel restwarmtenet moet zorgvuldig gebeuren. Risico's kunnen verkleind worden door het uitvoeren van voldoende onderzoek.
Belangrijke aspecten zijn onderzoek naar de coalitievorming, beheersing van het vollooprisico en mogelijkheden voor aansluitingen en tracékeuze. 2.1 De afweging voor een coalitiekeuze (samenwerkingsverband) voor de bouw en exploitatie is belangrijk. Er zijn veel mogelijkheden om een coalitie samen te stellen. Dit hangt samen met het businessmodel, hoeveel invloed en risico de betrokken partijen willen en kunnen dragen. Ook is het eigenaarschap van het netwerk een belangrijk onderdeel. Zo kan er bij een publiek model de overheid bijsturen wanneer nodig en direct toezien op kwaliteit. Bij een
4/5
privaat model is het aan marktpartijen om te voldoen aan de eisen zoals overeengekomen in de afspraken met de gemeente. Het direct bijsturen en toezien op kwaliteit kan dan alleen indirect plaatsvinden. 3.1 Draagvlak onder de inwoners is belangrijk Het is belangrijk dat de samenleving achter een initiatief zoals deze staat. Dit draagt eraan bij dat zoveel mogelijk inwoners vrijwillig een aansluiting willen. Om de businesscase rond te krijgen is het belangrijk dat het percentage van inwoners en bedrijven die willen aansluiten zo hoog mogelijk is. De nieuwe Warmtewet die binnenkort ingaat kan als gereedschap gebruikt worden om binnen een tijdspad van 8 jaar inwoners te dwingen over te gaan en ze van het gas af te halen. Als dit op basis van vrijwilligheid kan gebeuren, zorgt dit voor een succesvol project met zo min mogelijk juridische risico's. Wat mag het kosten? De kosten voor de onderzoeken zijn reeds gemaakt. De Provincie Zeeland heeft met behulp van eigen middelen en subsidie vanuit de EU de onderzoeken betaald. Ook hebben de bedrijven o.a. DOW en Air Liquide meebetaald. Wij hebben een bijdrage betaald van 5000 euro. Het in gesprek gaan met de verschillende partijen die een coalitie kunnen vormen kost geen geld. Alleen uren voor ambtelijke inzet. De vervolgstappen zoals het bouwen en exploiteren van het restwarmtenet kost wel geld.
Het technische onderzoek geeft aan dat de totale aanlegkosten van het complete restwarmtenet 469 miljoen tot 595 miljoen euro bedraagt. Dit hangt af van de trajectkeuze, technieken die ingezet worden, de keuze van de exploitant en het afrekenmodel voor warmte afname. In de wijkgerichte aanpak wordt een warmtekavel uitgewerkt. In het warmtekavel zitten de verschillende woningen die op een alternatieve manier kunnen worden verwarmd. Aan deze wijkgerichte aanpak zit een financiële uitwerking vast. Hier worden de zaken die hierboven genoemd worden (kosten en opbrengsten) in meegenomen. Wat gaan we ervoor doen? - De samenwerking met de Provincie Zeeland en SDR voortzetten. - Het industrieel restwarmtenet aanwijzen en opnemen als techniek voor alternatieve verwarming in een gebiedsgericht wijkuitvoeringsplan. - In gesprek gaan om een coalitie van partijen samen te stellen om samen te werken in de aanleg van nieuwe infrastructuur en beheer. - De keuzerichtingen na vaststelling van de TVW aan het college en raad voorleggen. - Door middel van een actieve participatie en communicatie inwoners meenemen.
5/5