CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-01-19 a. Regionale mobiliteitsstrategie - Ontwerpbesluit

gemeenteraad 3 februari 2022, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen regionale mobiliteitsstrategie2.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Ontwerpbesluit

Zitting van 3 februari 2022 Omgeving & Economie - Planvorming zaaknummer: 338797

2022_Raad_00010 - Regionale mobiliteitsstrategie Portefeuillehouder Ben Assche,van Programma en/of paragraaf Programma Verkeer, vervoer en waterstaat Overeenstemming met Samenwerkingsverband Collectief vervoer Team Financiën Besluit Besluitpunt 1 De raad besluit tot het vaststellen van de regionale mobiliteitsstrategie Wat is de aanleiding? De bereikbaarheid van Zeeland is belangrijk voor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid naar de toekomst toe. Tegelijkertijd staat de kwaliteit van het openbaar vervoer in Zeeland onder druk en is ook de druk op het doelgroepenvervoer hoog. De technologische mogelijkheden bieden kansen om verschillende vervoersvormen voor de reiziger makkelijker aan elkaar te gaan verknopen. Daarom was er vanuit de provincie Zeeland een directe reden om samen met een breed netwerk van partners na te denken over het verbeteren van het mobiliteitssysteem voor de reiziger in Zeeland. Wat willen we bereiken? Met de Regionale Mobiliteitsstrategie is met het netwerk een plan gemaakt voor de toekomstige mobiliteit in Zeeland. Voor zes onderdelen worden de belangrijkste keuzes uitgewerkt: 1. Duurzame Mobiliteit: Door het veranderen van zowel mobiliteitsgedrag als ook het verduurzamen van de voertuigen zijn er manieren om te komen tot de vermindering van de uitstoot van stoffen die voor mens, klimaat, milieu en natuur schadelijk zijn.

In combinatie met de doelen zoals die in de Regionale Energiestrategie zijn vastgelegd wordt dit meegenomen in de Regionale Mobiliteitsstrategie. Daarmee wordt tevens 1/6

de afspraak uit het klimaatakkoord voor de vertaling van de klimaatafspraken in regionale mobiliteitsplannen ingevuld. 2. Mix van Mobiliteit: Naast eigen vervoer wordt gezorgd voor een goed mobiliteitsaanbod via fijnmazige mobiliteit, zodat iedere reiziger een passende mogelijkheid heeft om van deur tot bestemming te komen. De deur-tot-deur reis voor de meest kwetsbare reizigersgroepen is gegarandeerd. Dit wordt gecombineerd met een beperkter, maar hoogwaardiger netwerk van snelle verbindingen (bus en trein) tussen de grote knooppunten en steden, binnen en buiten Zeeland. De Zeeuwse basis krijgt ruimte voor maatwerk, welke op regionaal en gemeentelijk niveau wordt uitgewerkt. De Regionale Mobiliteitsstrategie gaat uit van het huidige beleid ten aanzien van de Westerschelde Ferry. Hier wordt dan ook geen afwijkende invulling aan gegeven. 3. Opstappunten, haltes en hubs: In Zeeland is binnen de bebouwde kom vanaf 2025 binnen 500 meter een opstappunt en buiten de bebouwde kom is dit binnen maximaal 2,5 km. De Zeeuwse aanpak van knooppunt ontwikkeling is uitgewerkt, gericht op hubs met gelaagdheid van drie niveaus. Daarnaast wordt gewerkt aan mobiliteitshubs rond laadvoorzieningen en opstappunten voor fijnmazige mobiliteit.

We investeren in de ontwikkeling van minimaal twee stationshubs, vier regiohubs en zes reguliere hubs voor 2025 en maken afspraken over het stap voor stap realiseren van tussen de 10-20 aanvullende hubs voor 2030. Samen met gemeenten zijn ambities voor knooppuntontwikkeling in beeld gebracht en is een lobby opgestart richting het Rijk voor cofinanciering van grote hubs en kleinere deelmobiliteitspunten. 4. Mobiliteitscentrale: Een op te richten Mobiliteitscentrale Zeeland fungeert als coördinator en adviseur voor het aanbod van mobiliteit, draagt bij aan de ontwikkeling van vervoersinitiatieven, analyseert het aansluiten van aanbod op vraag en draagt zorg voor zichtbaarheid van Zeeuwse mobiliteit in MaaS apps. De Mobiliteitscentrale heeft een ontwikkelfunctie waarmee systemen vanuit verschillende contracten/initiatieven met elkaar kunnen ademen. Voor de niet digitaal vaardige reiziger biedt de mobiliteitscentrale telefonische plan- en boekingsmogelijkheden. Een spoorboekje om te komen tot de mobiliteitscentrale is opgenomen in de Regionale Mobiliteitsstrategie. Verder zijn in de Regionale Mobiliteitsstrategie spelregels afgesproken over beleidsadvies vanuit de mobiliteitscentrale aan overheden en waar de bevoegdheden voor besluitvorming liggen. 5.

Data: Mobiliteitsvraag, mobiliteitsaanbod en infrastructuur worden slim ingericht, waarbij datastromen via het Regionaal Datateam worden gefaciliteerd, met als doel voor de reiziger het mobiliteitssysteem zo vlug, veilig, betrouwbaar en comfortabel mogelijk te organiseren. 6. Living Lab: We investeren de beschikbare middelen uit het compensatiepakket ‘Wind in de zeilen’ voor het Living Lab Slimme Mobiliteit Zeeland, om nieuwe technieken en ontwikkelingen met pilots te testen en uit te proberen in de Zeeuwse situatie. Zeeland is daarmee het gebied om in een meer dunbevolkt gebied innovaties die door kennisinstellingen zijn ontwikkeld en uitgewerkt in de praktijk uit te gaan testen. Bij in de praktijk bewezen succesvolle toepassingen rollen we initiatieven uit over Zeeland. Argumenten 1.1 de Regionale Mobiliteitsstrategie legt ambitie vast

2/6

Met de vaststelling van de Regionale Mobiliteitsstrategie onderschrijven partijen de volgende doelstellingen vanaf 2025: Reiziger Verbetering oordeel reizigers in Zeeland op 8 genoemde belangen Duurzame mobiliteit Per 2030 een CO2-reductie van 1.029 Kton in mobiliteit (personen- en goederenvervoer) ten opzichte van 1990. In 2030 wordt al het Openbaar Vervoer uitgevoerd met Zero-Emissie voertuigen. Per 2025 zo’n 3.000 laadpalen in Zeeland en per 2030 zo’n 10.000. Mix van Mobiliteit Snelle busverbindingen zijn maximaal 2x langzamer dan zelfde verbinding (tussen start- en eindpunt) met de auto. Vanaf ieder punt in Zeeland binnen 2,5 kilometer opstappunt voor fijnmazige taxisysteem. Alle voertuigen zijn vanaf 2025 toegankelijk Knooppunten Twee stationshubs, vier regiohubs en zes reguliere hubs voor 2025 Tussen 2025 – 2030 aanvullen met achttien nieuwe hubs (uit verschillende categorieën). Data De publieke (mobiliteits)data op 15 items voor 90% op orde, actueel betrouwbaar, geheel cyberproof en conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming in 2023. Kanttekeningen 1.1 er zijn nog aantal zaken onduidelijk. Het is nog niet helemaal duidelijk wat we kunnen verwachten qua kosten voor een hub. Voor Terneuzen wordt nog onderzoek uitgevoerd welke locatie hiervoor geschikt is. De vorm en inhoud van de mobiliteitscentrale dient in deze strategie nog verder te worden uitgewerkt.

Er is nog geen beslissing gemaakt bijvoorbeeld waar deze centrale komt, ondanks dat al is aangegeven om de centrale in Terneuzen te behouden. Wat mag het kosten? Met de vaststelling van de Regionale Mobiliteitsstrategie gaat deze opgave over van strategie naar uitvoering. De kosten voor de gemeente zitten met name bij de inrichting van hubs. De kosten die gemaakt worden voor de inrichting van deze bushaltes, worden meegenomen in de verdere uitwerking van het gvvp. Wat gaan we ervoor doen? De uitgangspunten van de strategie zijn in overeenstemming met het nieuwe GVVP. Het openbaar vervoer blijft een taak van de provincie Zeeland, maar de onderstaande punten worden verder vormgegeven door en met de provincie, gemeenten en andere wegbeheerders. Ook de verdere uitwerking hiervan is gekoppeld aan het GVVP. Het gaat om de onderstaande punten: 1) Duurzame Mobiliteit

3/6

Samenvattend wordt in deze strategie het bredere mobiliteitssysteem beschouwd waarin schoon en slim samensmelten tot één geheel. Zowel het veranderen van ons mobiliteitsgedrag als ook het verduurzamen van de voertuigen vormen manieren om te komen tot de vermindering van de uitstoot van stoffen die voor mens, klimaat, milieu en natuur schadelijk zijn. Door slimmer en meer gezamenlijk te reizen neemt de efficiëntie van de mobiliteit toe en de uitstoot af. Specifiek wordt in samenhang met doelstellingen op het gebied van vermindering van CO2-uitstoot en stikstof ingezet op emmissievrije voertuigen. In Zeeland wordt het doel gezet om met ingang van de nieuwe busconcessie in 2025 alleen zero emissie bussen te laten rijden. 2) Mix van Mobiliteit In de afgelopen tijd is met groepen reizigers en vele partijen gesproken over het wenselijke aanbod van mobiliteit in Zeeland. Belangrijke elementen zijn dat mobiliteit dichtbij moet zijn en dat veel van de bewegingen over korte afstanden zijn. Tegelijkertijd komt het in Zeeland relatief vaker voor dat mensen over grotere afstanden moeten reizen voor bijvoorbeeld school of zorg. Dan is er behoefte dat de reis snel afgelegd kan worden. Specifieke doelgroepen, zoals toeristen hebben afwijkende behoeften, zoals juist de beleving tijdens de reis. Hieruit volgt het voorstel zoals opgenomen in de Regionale Mobiliteitsstrategie: •

Vanuit de basis van de haltetaxi wordt gebouwd aan een fijnmazig systeem van flextaxi’s en flexbusjes in combinatie met het doelgroepenvervoer, buurtbussen, vrijwilligersinitiatieven en deelmobiliteit. Dit systeem moet de garantie bieden dat iedere inwoner binnen bebouwde kom binnen 500m en buiten bebouwde kom binnen 2,5 kilometer een opstaplocatie heeft met een passende mobiliteitsmogelijkheid.

•

Het netwerk van grote bussen wordt gericht op snelle en drukke verbindingen waar de bus de meeste meerwaarde heeft. Dit betekent een beperkter, maar hoogwaardiger netwerk. Grensoverschrijdende verbindingen krijgen gezien eerdere inbreng vanuit PS en vanuit verschillende gemeenten extra prioriteit. Gezien grote groep scholieren die afhankelijk is van de bus, is de keuze om ook scholierenlijnen te organiseren en daarbij via een onderwijsaanpak in gesprek te gaan met onderwijsinstellingen.

•

Fietsen en wandelen blijven naast de georganiseerde mobiliteit de belangrijkste elementen.

•

In iedere gemeente zal worden gekeken naar maatwerk gericht op de specifieke mogelijkheden en ambities en rekening houdend met wensen van specifieke doelgroepen zoals toeristen. Daarnaast is een marktconsultatie uitgevoerd gericht op de vraag wanneer een busconcessie voor marktpartijen interessant is om op in te schrijven. Er was relatief veel belangstelling van marktpartijen om input in deze marktconsultatie te leveren. Inzicht daaruit is verkregen in de overwegingen om in te schrijven op een nieuwe concessie door marktpartijen.

3) Opstappunten, haltes en knooppunten Opstappunten zijn altijd nabij en bieden fijnmazige mobiliteitsvormen. Haltes zijn locaties waar op de grote bus wordt gestapt. Knooppunten zijn er in iedere regio om het netwerk van flexibele fijnmazige mobiliteit te verbinden met snelle, doorgaande trein- en busverbindingen. Er is een uitwerking gemaakt van de knooppuntenaanpak, begeleid door een groep medewerkers van gemeenten en provincie. Daarbij worden drie typen hubs onderscheiden: stationshubs, regiohubs en reguliere hubs. Per categorie gebruiken we een synoniem voor

4/6

het woord knooppunt, namelijk hub. Hiermee sluiten we aan bij de landelijke trend waarin steeds vaker over mobiliteitshubs gesproken wordt. Bovendien benadrukt nieuwe terminologie ook dat er een kwaliteitsverbetering bij bestaande knooppunten wordt doorgevoerd. Buiten de drie type hubs is in de categorisering ook plaats voor een hubgrade (tijdelijk toevoegen van extra voorzieningen), haltes en deelmobiliteitspunten. Per type hub is uitgewerkt welk voorzieningenniveau daar dan bij hoort, inclusief het kostenplaatje. Bij een hub hanteren we het volgende minimale voorzieningenniveau: •

Toegankelijk, herkenbaar en vindbaar

•

Contactinfo en een kaart van de lijnen, de omgeving en het hubnetwerk

•

Overdekt fietsparkeren en fietsreparatiepaal

•

Autoparkeren en kiss & ride

•

Overdekt wachten, verlichting een afvalbak en toeristeninfo

Met gemeenten en provincie is verkend op welke locaties hubontwikkeling gewenst is. Op basis van deze informatie is een kaart opgesteld met geambieerde hubontwikkeling voor en na 2025. Doelstelling is om voor 2025 minimaal twee stationshubs, vier regiohubs en zes reguliere hubs te ontwikkelen. Gemeenten, Provincie en andere partners werken samen aan een uitvoeringsplan om te komen tot de realisatie van hubs. In de meeste gevallen zal de gemeente de trekker zijn en is de rol van de Provincie om expertise in te brengen ten aanzien van uniforme uitstraling, deelmobiliteit en MaaS en het organiseren van Provinciale cofinanciering. 4) Mobiliteitscentrale De ambitie is om te komen tot een mobiliteitscentrale, waarin gemeenten en provincie gezamenlijk kunnen inspelen op de mobiliteitsbehoeften van reizigers, door samen invulling te geven aan taken op het gebied van de mobiliteit in Zeeland. De mobiliteitscentrale vormt onder andere het centrale aanspreekpunt voor de reizigers, bundelt de bij overheden bestaande expertise binnen Zeeland en maakt meer en slimmere combinaties van mobiliteit mogelijk. Naast publieke vormen van openbaar en doelgroepenvervoer kan de mobiliteitscentrale ook private initiatieven ondersteunen, waardoor een brede mix van mobiliteit ontstaat en voor reizigers wordt ontsloten. De mobiliteitscentrale is cruciaal om te zorgen dat: •

Reizigers op een makkelijke manier ook telefonisch hun reis kunnen plannen, boeken en betalen.

•

Reizigers goed bediend kunnen worden met het fijnmazige mobiliteitssysteem en doelgroepenvervoer.

•

Analyses gemaakt kunnen worden over de vervoersvraag en aanbod op locaties en tijdstippen om op basis daarvan (indien nodig) bij te kunnen sturen op het vervoersaanbod.

•

Adviezen aan de verantwoordelijke overheden kunnen worden gegeven op basis van dergelijk analyses.

•

Kennis en kunde in Zeeland samengebracht en gedeeld wordt van waaruit de betekenis van verschillende ontwikkelingen op mobiliteitsgebied kan worden geduid.

•

Aangesloten kan worden op landelijke initiatieven om mobiliteit te verbeteren.

5/6

•

Vervoerders kunnen worden aangestuurd en een goede administratie ten aanzien van gereden ritten wordt verzorgd.

•

Gefaciliteerd wordt dat meer uitwisseling van ervaringskennis tussen Zeeuwse overheden wordt gedeeld.

Met het vaststellen van deze Regionale Mobiliteitsstrategie wordt de gezamenlijke intentie uitgesproken om toe te werken naar de mobiliteitscentrale, met de spelregels zoals in de Regionale Mobiliteitsstrategie opgenomen. In de Regionale Mobiliteitsstrategie is het spoorboekje opgenomen met verdere stappen om te komen tot de mobiliteitscentrale. Ten aanzien van een beslisdocument over de business case en een concepttekst voor de gemeenschappelijke regeling van de Mobiliteitscentrale is besluitvorming door gemeenteraden en Provinciale Staten voorzien.

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10995308/2