2022-01-18 b. Werkagenda en groeipad governance 2021-2030 Versie 1
Tekst van het document
“Investeren in de regio om Brede Welvaart te versterken”
Werkagenda en groeimodel aansturing Auteurs: Laurens de Kok, Saskia Vogelaar en Jan Peter van den Toren Betrokken organisaties: Brede afvaardiging van stakeholders in Zeeuws-Vlaanderen Plaats en datum: december 2021 Versie 1.0
Werkagenda en groeimodel aansturing
1.
INLEIDING EN KOPPELING STRATEGISCHE VISIE
1
2.
10 PROJECTEN
2
Project 1: Samenwerking in de regio
4
Project 2: Gezamenlijke lobby
7
Project 3: Opnemen van uitvoeringsprogramma’s woonvisie in regiovisie
8
Project 4: Toekomstbestendig primair, voortgezet en beroepsonderwijs
10
Project 5: Toekomst Zorg in Zeeuws-Vlaanderen
12
Project 6: Behoud leefbaarheid nabij de Vlaamse grens
15
Project 7: Zeeuws-Vlaanderen cultureel op de kaart
17
Project 8: Lokaal ondernemerschap voor versterken leefbaarheid van de Zeeuws-Vlaamse kernen
19
Project 9: Experimenteerruimte (regelluwe zone) en financiering voor stimuleren duurzaamheid en de energietransitie 21 Project 10: Gent-Terneuzen-spoorlijn in combinatie met innovatieve typen fijnmazig vervoer
23
Activiteit in regiodeal Zeeuws-Vlaanderen:
24
3.
AANSLUITING ELEMENTEN BREDE WELVAART
25
4.
UITSLAGEN PRIORITERING- EN HAALBAARHEIDSSURVEY
26
Birch Consultants Breullaan 1H 3971 NG Driebergen T 0123 - 546 789 E info@birch.nl W www.birch.nl
1. Inleiding en koppeling strategische visie De drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten, samen met North Sea Port, ZorgSaam en DOW, hebben de handen ineengeslagen om een visie voor de regio op te stellen. Dit om meer vanuit het gezamenlijk belang naar de kansen en uitdagingen te kijken waar Zeeuws-Vlaanderen de komende periode voor staat. Doel hierbij is om een meer eenduidig geluid naar buiten toe te brengen, een effectievere lobby (financieel, wetgeving of experimenteerruimte) richting hogere overheden te kunnen voeren en minder ad hoc maar meer vanuit de gezamenlijke langetermijnvisie te opereren. Bureau Birch heeft opdracht gekregen om deze visie op te stellen. Dit is gebeurd aan de hand van zowel data-onderzoek als aan de hand van gesprekken en bijeenkomsten met de kopgroep (North Sea Port, Zorgsaam en DOW), ondernemers, onderwijs- en maatschappelijke organisaties, brancheverenigingen (ook grensoverschrijdend) alsmede met de beleidsadviseurs en de drie gemeenteraden. De visie en werkagenda hebben een Oost-West focus. Dit houdt in dat bij initiatieven die opgezet worden vanuit de werkagenda altijd deelname vanuit de drie gemeenten inhoudt. Verder wordt er geborgd dat alle gemeenten aansluiting vinden op de meer ‘NoordZuid’ initiatieven, zoals het North Sea Port District/Novi traject en de diverse EGTS en BGTS projecten. Complementariteit van initiatieven is het uitgangspunt.
Hierbij kan het zijn dat één van de gemeenten meer het voortouw heeft. De uitkomsten daarvan zijn vertaald in een regiovisie die door de gemeenteraden zijn goedgekeurd. De vier speerpunten zijn als volgt: 1. Zeeuws-Vlaanderen creëert een aantrekkelijk woonklimaat voor huidige en nieuwe bewoners; 2. Zeeuws-Vlaanderen verdient met de transitie naar duurzaamheid; 3. Zeeuws-Vlaanderen benut de kansen van de grens optimaal om leefbaarheid te versterken; 4. Zeeuws-Vlaanderen versterkt in onderlinge samenwerking kennis en kunde Doel is om de brede welvaart in Zeeuws-Vlaanderen te versterken en hiervoor is het noodzakelijk om de krimp in inwoneraantal te stoppen en een groei te realiseren. De regio heeft ruim voldoende werk en ruimte om hier invulling aan te geven. Op deze manier kan geborgd worden dat er voldoende voorzieningen beschikbaar zijn op het gebied van zorg, cultuur, sport en winkelvoorzieningen; voldoende nieuwe aanwas van leerlingen om het onderwijssysteem te borgen; voldoende talent om de transities op het gebied van duurzaamheid en energie door te voeren en voldoende gebruikers om een robuust mobiliteitssysteem te behouden. En omvang in inwoneraantal doet er ook toe om invloed te hebben in lobby en het binnenhalen van fondsen. Een concretisering van dit doel is een groeipad in inwoneraantal naar 125.000 inwoners. Vanuit de vier speerpunten bouwen we de werkagenda op.
Alle projecten hebben impact op het versterken van de brede welvaart in Zeeuws-Vlaanderen. Ook is er een sterke onderlinge afhankelijkheid. Een goed woonklimaat is noodzakelijk om nieuwe werknemers te werven, (internationaal) talent is nodig om de verduurzaming van de economie en maatschappij vorm te geven, de benodigde energietransitie te realiseren en zorg te bieden aan de vergrijzende bevolking. Innovatieve mobiliteitsvoorzieningen zijn nodig om onderwijs, winkels en culturele voorzieningen bereikbaar te houden, en samen met Vlaanderen een cultureel en sportief aanbod voor inwoners en toeristen ontwikkelen versterkt de relatie, zo zijn er nog veel meer dwarsverbanden. Het is niet direct de bedoeling
Werkagenda en groeimodel aansturing
1
om allerlei nieuwe zaken op te tuigen, wel om bestaande activiteiten of projecten onder de paraplu van de regiovisie te scharen. Dit heeft tot doel om meer afstemming en integraliteit tussen de verschillende zaken te bewerkstelligen en meer eenduidigheid aan te brengen in de gezamenlijke boodschap naar buiten toe. Hiervoor zijn voorstellen gedaan die tot tien projectvoorstellen hebben geleid. Hierbij is het ene project al concreet uitgewerkt en andere projectvoorstellen meer een uitnodiging om deel te nemen en concrete (bestaande) activiteiten te benoemen. Het is belangrijk om ook korte termijn resultaten binnen projecten te realiseren om samen successen te kunnen vieren. Naast de werkagenda is het ook belangrijk om de wijze waarop een duurzame samenwerking wordt gerealiseerd. Advies is om van onderop te beginnen door samen te werken in projecten en niet vanaf het begin een grote organisatiestructuur op te tuigen. Hierbij is nadrukkelijk uitgesproken dat dit een breed Zeeuws-Vlaams traject wordt en dus geen traject van uitsluitend de overheden. Uiteindelijk is de planning erop gericht om 2022 te starten met een complete regiovisie inclusief werkagenda en sterkere samenwerkingsstructuur. De regiovisie en bijbehorende werkagenda zijn mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van de Provincie Zeeland.
2. 10 projecten In de werkagenda zijn 10 projecten beschreven. De eerste twee projecten samenwerking en lobby zijn voorwaardenscheppend voor het succes van de andere projecten. We proberen bij het formuleren van projecten zoveel mogelijk aan te sluiten op bestaande trajecten, maar ook om het karakter te behouden van Zeeuws-Vlaanderen. Dit betekent aandacht voor de Oost-West betrokkenheid in projecten. Zowel de bewoners en ondernemers van Hulst, als Sluis, als Terneuzen moeten de resultaten van de projecten in deze werkagenda voelen. Bij het prioriteren van projecten zijn twee variabelen van belang: 1. welke projecten kunnen snel uit de startblokken zodat er op korte termijn al resultaten geboekt kunnen worden en 2. welke projecten vinden we het belangrijkst. Bij het opstellen van de werkagenda hebben we dit getoetst bij diverse stakeholders uit het bedrijfsleven, onderwijs, maatschappelijke organisaties, beleidsadviseurs gemeenten en raadsleden. In de onderstaande figuren hebben we de uitkomst van deze uitvraag weergegeven. Dit betreft een eerste peiling. Aangezien de werkagenda een dynamisch document is, kunnen hier in de loop van de tijd verschuivingen in komen. Opvallend is dat er een behoorlijk groot onderscheid is tussen de projecten met de hoogste prioriteit en de hoogste haalbaarheid. De primaire taken van de overheid krijgen de hoogste prioriteit van de gemeenteraad.
Echter is ook zo dat deze projecten in bestaande verbanden worden geadresseerd. Door de komst van de werkagenda kan door nieuwe samenwerkingen de slagkracht op deze projecten worden uitgebreid. Samenwerking en gezamenlijke lobby worden namelijk als makkelijker haalbaar aangegeven en kunnen een vliegwiel zijn voor de projecten met de hogere prioritering. Zoals bleek in de vorming van de werkagenda is er meer dan voldoende energie om gezamenlijk, met het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, kennis- en onderwijsinstellingen en gemeenten onderling, de projecten in de werkagenda verder te concretiseren en uit te voeren.
Werkagenda en groeimodel aansturing
2
Welk project project heeft de hoogste hoogste prioriteit?
Figuur 1 Prioritering projecten. Raadsbijeenkomst 18 november. N=18. Zie Hoofdstuk 4 voor volledige score.
Welk project project is het gemakkelijkst te realiseren?
Figuur 2 Haalbaarheid projecten. Raadsbijeenkomst 18 november. N=19. Zie Hoofdstuk 4 voor volledige score.
Werkagenda en groeimodel aansturing
3
Project 1: Samenwerking in de regio De wijze waarop er in de regio wordt samengewerkt om de projecten in de werkagenda te realiseren is van strategisch belang. Het betreft de wijze waarop de governance in de regio wordt georganiseerd en het groeipad dat daarbij hoort. Insteek is om de samenwerking triple helix te organiseren. Niet alleen de samenwerkende gemeenten/overheidsinstellingen zijn verantwoordelijk voor de realisatie, ook de andere partijen in de ‘triple helix’, zijnde ondernemers; onderwijs- en kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties, kunnen en willen ook de verantwoordelijkheid op zich nemen. Er is ervaring met een triple helix samenwerking op projectniveau in Zeeuws-Vlaanderen. Samenwerken op het gebied van een overkoepelende strategische visie en een veelvoud aan strategische, tactische en operationele projecten in een gezamenlijke werkagenda is nieuw voor de regio. Om hierbij samen te leren, is een groeipad in de diepte van de samenwerking en het bijbehorende mandaat aan te raden. Als startpunt in de samenwerking wordt uitgegaan van de wijze waarop de strategische regiovisie tot stand is gekomen. En dit vervolgens in stappen uit te breiden naar een triple helix aansturing met groeiend mandaat in de uitvoering.
Huidige organisatie totstandkoming Regiovisie uitbreiden naar triple helix aansturing Werkagenda Huidige organisatie Regiovisie
Nieuwe organisatie Werkagenda
Werkagenda en groeimodel aansturing
4
O.l.v. een Programmamanager
Resultaat Een structuur voor de begeleiding van de uitvoering van de werkagenda met een stuurgroep zoals bovenstaand figuur laat zien. Hetzelfde geldt voor de regiegroep. Vervolgens wordt per project in deze werkagenda een projectleiding en projectteam, triple helix, samengesteld om ten eerste de projectplannen op te leveren. Tenslotte is een structuur opgezet om de voortgang van projecten te monitoren, ideeën en draagvlak op te halen bij een brede stakeholder groep en gemeenteraadsleden, en officiële besluitvorming door de (gezamenlijke) gemeenteraden plaats te laten vinden. Bij de opstart komt de stuurgroep maandelijks bij elkaar. Daarna is er ieder half jaar een overleg met de stuurgroep over de voortgang van de projecten in de werkgroep. De regiegroep komt bij de opstart tweewekelijks bij elkaar, daarna maandelijks. Bij de opstart is er een maandelijks projectleidersoverleg om voortgang, lessen en dwarsverbanden te bespreken. Daarna 2-maandelijks. Binnen projecten is een eigen overlegcyclus bepaald. Ook de provincie is een belangrijke partner in dit proces. Goede samenwerking tussen overheden vormt de basis voor de uitvoering van de regiovisie. We nodigen jaarlijks het College van Gedeputeerde Staten uit om de stand van zaken en vraagstukken met elkaar te bespreken.
Eén keer per jaar wordt een gezamenlijke informatiebijeenkomst georganiseerd met de raadsleden van Hulst, Sluis en Terneuzen. Per project wordt bepaald wanneer er officiële besluitvormingsmomenten zijn in de gezamenlijke raadsvergadering van de drie gemeenten. Deelnemers hebben aangegeven zich betrokken te hebben gevoeld bij het uitvoeren van de werkagenda. De frequentie wordt afgestemd op de behoefte. Ieder kwartaal wordt er een informatiebijeenkomst en/of gezamenlijke werkbijeenkomst georganiseerd met de brede stakeholdergroep betrokken bij de werkagenda. Deelnemers hebben aangegeven zich betrokken te hebben gevoeld bij het uitvoeren van de werkagenda.
Werkagenda en groeimodel aansturing
5
Voor grensoverschrijdende initiatieven is de Scheldemondraad het platform om mogelijkheden voor afstemming en samenwerking te bespreken. Inbreng voor de vergaderingen van de Scheldemondraad worden verzameld bij de projectleiders van de projecten binnen de werkagenda. Jaarlijks wordt geëvalueerd of de begeleidingsstructuur productief is. Na 5 jaar wordt bekeken of de aansturing/governance een volgende ontwikkeling kan doormaken. Planning Op de goedkeuring van de werkagenda door de colleges volgen de gemeenteraadsverkiezingen. De strategische visie, bijbehorende werkagenda en de opstart van de stuurgroep, regiegroep en projectgroepen zijn onderdeel van de nieuwe agenda van de nieuwe colleges en raden. Zie verder de overlegstructuur beschreven bij resultaten. Betrokken partijen - Burgemeesters en wethouders op basis van portefeuilles - Huidige regiegroepleden - (Afvaardiging) van DOW Chemical; North Sea Port en ZorgSaam - Nieuwe stuurgroepleden en regiegroepleden. - College van GS - Individuele gemeenteraadsleden van Hulst, Sluis en Terneuzen - Brede stakeholdergroep aanwezig bij brainstormsessies totstandkoming visie en werkagenda - Nieuwe stakeholders op basis van een wervingscampagne. - Impuls Zeeland - Werknemers van de organisaties van bovengenoemde partijen die een rol spelen als projectleider of projectteamleden.
- Grensoverschrijdende samenwerking via een afvaardiging van de Scheldemondraad. Impact op andere projecten Dit project is voorwaardenscheppend voor alle projecten in de werkagenda.
Werkagenda en groeimodel aansturing
6
Project 2: Gezamenlijke lobby Met z’n drieën sta je sterker dan in je eentje. En als gemeenten doe je dit ook niet zonder de grote bedrijven en maatschappelijke organisaties. Dit project is dan ook eerder een resultante van de overige projecten, dan één van de andere projecten. De projecten in de werkagenda vormen eigenlijk de lobbyagenda al. Een stevige samenwerking met heldere plannen op bijvoorbeeld mobiliteit of woningbouw zou betekenen dat de regio als geheel kan lobbyen bij de provincie Zeeland voor meer ‘ladderruimte’ op woningmarkt. Of lobbyen voor beleidsruimte en financiële bijdragen voor fijnmazige mobiliteit rondom een nieuwe Gent-Terneuzenlijn. Of andersoortige mobiliteit door heel Zeeuws-Vlaanderen heen. De regio wil met haar agenda, voorbereid in OZO-verband, zoveel mogelijk aansluiten op de Zeeuwse lobbyagenda en deze aanwenden om op nationaal en internationaal niveau meer slagkracht te hebben. Voor een krachtige lobby zijn ook data nodig. HZ Kenniscentrum is een samenwerkingsverband met de Universiteit Gent opgestart om samen grensoverschrijdende data te produceren die alle projecten in de werkagenda kunnen ondersteunen. Dit project vindt ook zijn plek in de Nort-Sea Port werkagenda. De gemeentes sluiten waar mogelijk aan en helpen bij de activiteiten op het gebied van de grensoverschrijdende data in die agenda.
Planning - Bij het maken van een nieuwe samenwerkingsstructuur wordt direct een lobbyplan opgesteld. Daarin wordt afgewogen welke lobbyactiviteiten op regionaal, provinciaal of zelfs nationaal (in het geval van Vlaamse relaties) worden aangevlogen. Dit wordt in OZO-verband voorbereid en er wordt aangesloten op de Zeeuwse lobby-agenda en activiteiten. - Aansluiten en faciliteren van acties die onder NSP-agenda vallen Betrokken partijen - Nieuw te vormen Zeeuws-Vlaamse samenwerkingsstructuur - Lobbyisten in Den Haag en Brussel van de provincie Zeeland - HZ Kenniscentrum – Universiteit Gent voor data - Betrokken Euregio Scheldemond, EGTS Linieland van Waas en Hulst, Zwinstreek, North Sea Port District-werkagenda Impact op andere projecten Dit project is voorwaardenscheppend voor alle projecten in de werkagenda.
Werkagenda en groeimodel aansturing
7
Project 3: Opnemen van uitvoeringsprogramma’s woonvisie in regiovisie Een strategisch project voor Zeeuws-Vlaanderen is het opstellen van een regionale woonvisie en een gemeentelijke uitvoeringsagenda’s. Het haakt aan op een groot aantal voor Zeeuws-Vlaanderen belangrijke beleidsdomeinen en is daarnaast in afgelopen jaren zowel intern als naar buiten een punt van discussie geweest. Het woondomein kent verwevenheden met onder andere de werkgelegenheid, energietransitie en de zorg. Op dit moment zijn de gemeenten in een afrondende fase van hun gemeenschappelijke woonvisie en het daarbij horende uitvoeringsprogramma per gemeente. Het ligt voor de hand om de woonvisie onderdeel te maken van de regiovisie, vanwege de vele raakvlakken met andere thema’s in deze werkagenda en de regiovisie. Zeeuws-Vlaanderen kent een woningmarkt die zich moeilijk laat beschrijven in alléén cijfers. Daardoor laat het zich moeilijk laat vergelijken met andere regio’s in Nederland.
De factoren die de woningmarkt in Zeeuws-Vlaanderen anders maken zijn onder anderen is een combinatie van: - De instroom van Vlamingen op de Zeeuws-Vlaamse woningmarkt - De huisvesting van internationale werknemers voor werkgevers - De huisvesting van statushouders - Het verouderde woningbestand dat kwalitatief niet aansluit bij de huidige woonwensen - Geografische ligging - (Sterk) vergrijsde bevolking, vaak nog woonachtig in grondgebonden woningen - Groot deel van de woningvoorraad is particulier bezit Naast het uitvoering geven aan de regionale woonvisie, inclusief de bijbehorende lokale uitvoeringsparagrafen, wordt voorgesteld om ook nadrukkelijk een aanvullende uitvoeringsparagraaf in deze werkagenda op te nemen die zich richt op de ambitie om toe te groeien naar een inwoneraantal van 125.000 inwoners in Zeeuws-Vlaanderen. Wij conformeren ons daarbij aan dezelfde programma’s en ambities zoals opgenomen in de Regionale Woonvisie Zeeuws-Vlaanderen. Te weten: basis- en ambitieprogramma en herstructurering (transitie en sloop met (vervangende) nieuwbouw). Het aanbieden van voldoende woonruimte, het bouwen van woningen, is daar één element van. Van belang is ook dat genoemde doelgroepen in de Regiovisie ook daadwerkelijk hun weg naar Zeeuws-Vlaanderen vinden.
Per doelgroep, de Vlaming, de arbeidsmigrant, de kenniswerker en de jeugd die onze regio heeft verlaten voor opleiding, moet Zeeuws-Vlaanderen zien als dé plek waar zij willen wonen en werken. Dit vraagt om een actieprogramma per doelgroep. De ervaring heeft geleerd dat immigreren allerlei andere issues met zich meebrengt, waardoor een vestiging in Zeeuws-Vlaanderen soms problemen met zich meebrengt. Denk hierbij aan administratieve zaken, zoals Sociale Zekerheid, grensarbeid, validatie diploma’s, taalproblemen, goede (OV)-verbinding richting bedrijven in Vlaanderen en Linkeroever. Om de nieuwe inwoners zich duurzaam te laten vestigen in Zeeuws-Vlaanderen is er behoefte aan expat beleid, die verder bouwt op het reeds bestaande expat center. Om in de toekomst de bewoonbaarheid van de regio te garanderen sluit de regio aan op de klimaatadaptatiestrategie van de provincie. Door Zeeuws-Vlaanderen wordt daar in regionaal verband al nadere invulling aan gegeven vanuit een gezamenlijke aanpak. In 2019 heeft een gezamenlijke
Werkagenda en groeimodel aansturing
8
klimaatstresstest plaatsgevonden waarbij vooral ingezet is op bewustwording onder betrokken partijen. Vanuit diezelfde lijn wordt nu een gezamenlijke strategie opgesteld die zowel een beleidsmatige als uitvoeringsgerichte component bevat.
Resultaat 1. Een woonvisie met bijbehorend uitvoeringsprogramma dat een duurzaam woningaanbod realiseert voor de groei naar 125.000 inwoners. 2. Inzetten op het promoten van Zeeuws-Vlaanderen als ideale woon- en werkregio, waarbij een promotiestrategie wordt uitgewerkt per verschillende doelgroep ‘nieuwe inwoner’. 3. Uitwerken van expat beleid, wat verder borduurt op het reeds bestaande expat center. 4. Uitwerken van innovatief mobiliteitsvoorziening en bereikbaarheid die inspeelt op het werken en wonen in Zeeuws-Vlaanderen en de mobiliteit over de grens. Planning De 4 hierboven genoemde actiepunten worden binnen het jaar afgerond. Betrokken partijen De partijen zijn bijvoorbeeld: - Gemeente Hulst - Gemeente Terneuzen - Gemeente Sluis - Provincie Zeeland - Woningcorporaties - Projectontwikkelaars - Zorgpartijen - Bedrijven - Expat Center Zeeland/onbegrensd Zeeuws-Vlaanderen Impact op andere projecten Dit project is voorwaardenscheppend voor het succes van veel andere projecten in de werkagenda en vice versa. De meest sterke verbinding is er met toekomstbestendig onderwijs (4), toekomstbestendige zorg (5), behoud leefbaarheid nabij de grens (6), lokaal ondernemerschap voor versterken leefbaarheid (8), experimenteerruimte op het gebied van de energietransitie (9) en mobiliteit (10).
Werkagenda en groeimodel aansturing
9
Project 4: Toekomstbestendig primair, voortgezet en beroepsonderwijs In Zeeuws-Vlaanderen is het percentage van de bevolking dat ten minste middelbare school heeft afgemaakt lager dan in de rest van Nederland. Dit is ten eerste een urgent probleem omdat middelbaar- en hoger opgeleid talent nodig zijn voor nieuwe innovatieve economische activiteiten en daarmee (op de lange termijn) voorzien in banen en inkomen in de regio. Op dit moment is reeds sprake van een mismatch tussen vraag en aanbod van arbeid in de regio en wordt talent van buiten de regio (en zelfs Nederland) aangetrokken. Ten tweede is een lager opleidingsniveau een indicatie voor een lager niveau van brede welvaart. Hoe hoger mensen zijn opgeleid hoe tevredener ze zijn over hun leven. Dit vraagt om een investering in opleiding en het onderwijs dat dit moet verzorgen. In Zeeuws-Vlaanderen is echter sprake van een teruglopend aantal leerlingen als we kijken naar het primair en voortgezet onderwijs. In 2030 zal het aantal leerlingen met 700 zijn afgenomen ten opzichte van de huidige situatie, daarna is wel weer sprake van enige groei. De fusie van vier besturen in het primair onderwijs is een grote stap die reeds genomen is1. Het beroepsonderwijs in de regio staat ook onder druk. De afspraken die met Scalda zijn gemaakt lopen binnenkort af.
Dit is een goed moment om te heroverwegen op welke manier beroepsonderwijs in de regio wordt georganiseerd zodat het aansluit op de behoeften van de werkgevers in de regio. Zowel voor toekomstige als bestaande werknemers. Hierbij is het goed de aansluiting met het hbo te organiseren. Zeeuws-Vlaanderen is qua structuur en ligging een unieke regio in Nederland. Het is te kwalificeren als ‘meest rurale regio’ met grote oost-west afstanden en slechte bereikbaarheid, zeker als het openbaar vervoer betreft. Dit heeft tot gevolg dat concentreren van locaties een verslechtering van de bereikbaarheid van de scholen/onderwijslocaties oplevert als er geen aanvullende acties worden ondernomen. Daarnaast is de grens met Vlaanderen altijd dichtbij die mogelijk een kans biedt voor samenwerking, maar ook een bedreiging kan opleveren als Vlaamse scholen beter in staat zijn om Nederlandse leerlingen aan te trekken. Verder heeft afgelopen coronaperiode laten zien dat een bepaalde mate van digitalisering van het onderwijs mogelijk is. Tenslotte nemen werkgevers weer een grotere rol in het verzorgen van opleidingen.
Ze laten ze op maat maken voor hun wensen, maar ook verzorgen ze onderdelen in opleidingen, ook wel hybride onderwijs genoemd door bij te dragen aan voorlichting, het bieden van hybride docenten, lessen op locatie om met de nieuwste productieprocessen om te leren gaan, stages/onderzoeksopdrachten, bijdragen aan het opzetten van zogenaamde fieldlabs en zijn er kansen om samen fysieke locaties te ontwikkelen. M.b.t. dit laatste onderdeel kan er ook naar het verenigingsleven en recreatie- en cultuursector gekeken worden. Door de aanwezigheid van een aantal grote werkgevers is er voldoende massa aanwezig om een stabiele basis te creëren voor onderwijs in de regio. Partijen in Zeeuws-Vlaanderen hebben zich afgelopen jaren georganiseerd ‘rond het kind’. Van de bijbehorende plannen is reeds driekwart gerealiseerd. Toekomstbestendig onderwijs onderdeel maken van de werkagenda gaat daarom samen met het gezamenlijk bepalen van nieuwe doelen en resultaten voor de komende 5 jaar. Hierbij wordt voortgebouwd op de relaties die reeds sterk zijn en er wordt uitgebreid naar nieuwe type partners, zoals verenigingen, lokale ondernemers, cultuursector, etc.
1 Uitgezonderd reformatorisch onderwijs en speciaal onderwijs
Werkagenda en groeimodel aansturing
10
Verder is aandacht gevraagd voor internationaal onderwijs. Zeeuws-Vlaanderen heeft een arbeidsmarkt met steeds meer internationale werknemers, grote bedrijven die internationaal opereren en natuurlijk de grens met Vlaanderen. Dit vraagt om een aanbod van internationaal onderwijs om hierbij aan te sluiten. Hierbij kan gekozen worden om een aanbod te maken voor buitenlandse (sprekende) leerlingen binnen het bestaande onderwijsaanbod. Aanvullend stages en opleidingen op mbo en hbo niveau die zorgen voor diploma’s die internationaal erkend zijn. Op het gebied van diploma’s biedt dat gelijk een uitdaging. Eén van de obstakels in regelgeving is bijvoorbeeld al dat diploma’s niet aan beide zijde van de grens geldig zijn. Een mogelijkheid om dit op te lossen is Bi-nationale opleidingen op te zetten die zowel het Vlaamse als het Nederlandse diploma uitgeven. Eerste ideeën voor een opleiding waren een zorgberoep en toerisme. Ook is er aandacht gevraagd voor taalonderwijs. Dit kan in stappen opgebouwd worden. Eerst met twee tot drie opleidingen. Zowel op niveau van hoger onderwijs als middelbaar beroepsonderwijs. Hierbij is het noodzakelijk om goed af te stemmen met de initiatieven van Campus Zeeland waar de focus ligt op water, energie en voedsel. Tevens loopt er een initiatief via het NOVI-traject.
Resultaat Aanwezigheid van kwalitatief hoogwaardig primair, voortgezet en beroepsonderwijs in ZeeuwsVlaanderen met aandacht voor doorlopende leerlijnen, goede aansluiting op het hoger onderwijs en internationaal onderwijs/stages. Er wordt voortgebouwd op bestaande projecten en netwerken. Gezamenlijk worden nieuwe doelen voor de komende 5 jaar geformuleerd. Onderdeel hiervan zijn o.a., maar niet uitsluitend, uitbreiding van initiatieven op het gebied van: - Out-of-the-box oplossingen voor afname leerlingenaantallen en tegelijkertijd garanderen van primair en voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen en een goede verbinding met hoger onderwijs. Concentratie, combineren van functies, mobiliteitsoplossingen, innovatief en digitaal onderwijs en samenwerking Vlaanderen zijn hierbij in ieder geval invalshoeken. - Vernieuwde opzet van het beroepsonderwijs in de regio door nauwere samenwerking met het bedrijfsleven. Een aanvraag voor het regionaal innovatiefonds (RIF) kan hier een onderdeel van zijn. - Samenwerkingsmogelijkheden met de Campus Zeeland - Inventarisatie van meest kansrijke opleidingen op basis van behoeften aan beide zijde van de grens en kansrijkheid om diploma’s uit te reiken die geldig zijn aan beide zijde van de grens. Inclusief business case.
- Inventarisatie van regelgeving die gewijzigd moet worden, beschrijving van experimenten - Begroting om voorgestelde oplossingen te bekostigen - Inventarisatie van partijen met invloed op de realisatie - Uitkomsten worden ingebracht in de lobby-aanpak, beschreven in project 2.
Planning Partijen zijn op dit moment in overleg over de volgende stappen die nodig zijn om toekomstbestendig onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen te borgen. Dit mondt uit in een concreet projectvoorstel voor de werkagenda. De eerste resultaten van het plan van aanpak zijn binnen 2 jaar zichtbaar. Dit kan in de vorm van pilots zijn. De totale doorlooptijd mag 8 jaar duren (één schoolgeneratie).
Werkagenda en groeimodel aansturing
11
Betrokken partijen partijen - Kinderopvang - Scholen voor primair onderwijs - Scholen voor voortgezet onderwijs - Mbo - Campus Zeeland/HZ - Commerciële opleiders – Vlaams en Nederlands - Industriële en opleidingspartijen - Vlaamse onderwijsinstellingen - Grote werkgevers - Afvaardiging kleine werkgevers - Afvaardiging van ouders - Afvaardiging van leerlingen - Gemeenten/ Regionaal bureau leerlingzaken - Provincie - Regionaal bureau leerlingzaken - Samenwerkingsverband passend onderwijs - Expat Center Zeeuws-Vlaanderen - Werkgeversservicepunt Zeeuws-Vlaanderen Bij de projectstructuur wordt gebruikgemaakt van de huidige samenwerkingsstructuur. Impact op andere projecten Dit project is voorwaardenscheppend voor het succes van veel andere projecten in de werkagenda en vice versa. Goed onderwijs wordt als één van de belangrijkste voorzieningen beschouwd voor zowel het leefklimaat als de arbeidsmarkt. De meest sterke verbinding is er met het uitvoeringprogramma van de woonvisie (3), toekomst zorg (5), behoud leefbaarheid nabij de grens (6) en mobiliteit (10).
Project 5: Toekomst Zorg in Zeeuws-Vlaanderen Zeeuws-Vlaanderen kampt met vergrijzing en ontgroening. Toegankelijke zorg is daardoor in de toekomst niet vanzelfsprekend. Voorbeelden van vraagstukken waar we in Zeeuws-Vlaanderen mee te maken hebben zijn: personeelstekorten, een toename van het aantal kwetsbare ouderen, lange aanrijtijden voor acute zorg en grensoverschrijdende samenwerking met zowel Nederlandse als Vlaamse ziekenhuizen en zorgpartners. Hoe kunnen we de zorg in Zeeuws-Vlaanderen toekomstbestendig maken en daarmee de leefbaarheid voor de regio behouden? Hierbij zijn er veel raakvlakken met de andere projecten in de werkagenda. Een aantrekkelijk woonklimaat zorgt voor het aantrekken en behouden van zorgmedewerkers en nieuwe woonzorgvormen voor ouderen en doelgroepen in de (geestelijke) gezondheidszorg. Innovatieve zorgopleidingen zorgen voor aantrekkingskracht van jongeren en het
Werkagenda en groeimodel aansturing
12
benutten van de kansen van grensoverschrijdende samenwerking geeft een nieuwe impuls aan het samen garanderen van o.a. acute zorg. En tenslotte vraagt de uitzonderlijke situatie in onze regio om experimenteerruimte voor vernieuwende oplossingen en samenwerking met lokale ondernemers. Concrete voorbeelden zijn ‘anders contracteren’ met zorgaanbieders, de nauwe samenwerking met Universitair Ziekenhuis Gent en het Zorghuis van de Toekomst. Bij dit project wordt voortgebouwd op de samenwerking Toekomst Zorg Zeeuws-Vlaanderen. In nauwe samenwerking met de Zeeuwse Zorgcoalitie. Er zijn 3 speerpunten benoemd: 1) Een (woon)zorginfrastructuur waarin we onze inspanningen voor de inwoners in het gebied zo optimaal mogelijk hebben gelokaliseerd en verdeeld. Daarbij gaat het over 1e en 2e lijns(basis)zorg, over acute en spoedzorg en over woonzorgvoorzieningen in het gebied. 2) In een(veel) meer centrale/gecoördineerde toegang tot zorg voor verschillende cliëntgroepen te komen op de terreinen GGZ, Ouderenzorg en Jeugd. De juiste zorg op de juist plaats (“matched care”) mede met het oog op het ontwikkelen van positieve gezondheid en benutten van de mogelijkheden van zorgafbuiging. 3) In het verminderen van onze groeiende achterstand op het gebied van beschikbare en geschikte arbeidskrachten, mede door het nemen van gerichte onderwijsinitiatieven.
Inzet en ontwikkeling van E-health instrumenten zijn een belangrijk hulpmiddel om de speerpunten te realiseren. Hiervoor wordt aangesloten bij de afspraken en samenwerking in de Zeeuwse zorgcoalitie. Om de vraag naar zorg te beperken is aandacht voor vitaliteit belangrijk. Hierbij kan intensiever aangesloten worden op de beweging ‘De Vitale Revolutie’ die vanuit de provincie Zeeland is ingezet. Hierbij wordt vitaliteit in de breedste zin van het woord benaderd: naast 'meer bewegen' en 'gezonde voeding' hoort ook goed in balans zijn op geestelijk, fysiek en sociaal vlak erbij. Daar is nog veel winst te behalen. De opbrengst is dat vitale mensen meestal gelukkiger zijn en meer bijdragen bij aan maatschappij en economie. De Vitale Revolutie is een beweging, waarbij samenwerken aan een gezonde Zeeuwse leefomgeving het uitgangspunt is. En daar is iedereen bij nodig: Zorginstellingen, Overheden, Onderwijs, en Ondernemers. Voorbeelden van projecten zijn schoolfruit, ondernemers op dit thema verbinden, overgewicht jongeren, laaggeletterdheid, alcoholgebruik, etc. Er is hiervoor een stichting opgezet met als partners o.a. de GGZ; ZorgSaam; Emergis, gemeenten Sluis en Hulst, HZ, Rabobank, Bodyline, etc. Via deze werkagenda kan Zeeuws-Vlaanderen in brede zin aanhaken op vitaliteitsprojecten. Resultaat Aanwezigheid van toekomstbestendige zorgvoorzieningen in Zeeuws-Vlaanderen.
Bij de projectaanpak wordt voortgebouwd op de beoogde resultaten en daarvoor benodigde activiteiten van de 4 taakgroepen: - Taakgroep 1: Infrastructuur wonen, zorg en ondersteuning. Opdracht: zorg voor concrete voorstellen voor optimale verdeling van 1e/2e lijnsvoorzieningen, acute-/spoedzorg en woonzorgvoorzieningen over kernen, dorpen en gemeenschappen van geheel Zeeuws-Vlaanderen. - Taakgroep 2: Centrale/gecoördineerde toegang tot zorg, mede met het oog op positieve gezondheid en zorgafbuiging. Opdracht: zorg voor concrete voorstellen voor centrale/gecoördineerde toegang tot zorg voor verschillende cliëntgroepen op de terreinen GGZ, Ouderenzorg en Jeugd in ZeeuwsVlaanderen onder het motto “de juiste zorg op de juiste plaats”.
Werkagenda en groeimodel aansturing
13
-
-
-
Taakgroep 3: Arbeidsmarkt/Onderwijs. Opdracht: zorg voor concrete voorstellen vermindering van de huidige en te verwachten tekorten op de arbeidsmarkt in Zeeuws-Vlaanderen voor de zorgsector en voor borging van de continuïteit van zorg in het gebied. Taakgroep 4: Informatievoorziening/-deling. Opdracht: bewaak, bevorder en ondersteun de informatievoorziening- en deling en relaties tussen deelnemende organisaties bij uitvoering van de opdrachten; neem initiatieven en doe voorstellen om de onderlinge informatievoorziening en relatie zonodig te verbeteren; coördineer en faciliteer het participatie- en samenwerkingsproces met inwoners, stakeholders en achterbannen van de organisaties over de uitvoering van de 3 speerpunten. Daarnaast wordt intensiever aangesloten op de projecten van ‘De Vitale Revolutie’ en deze worden over geheel Zeeuws-Vlaanderen en in samenhang uitgevoerd.
Planning In februari 2020 is gestart met de uitvoering van de activiteiten van de taakgroepen en de ‘Vitale Revolutie’. In het eerste kwartaal 2022 wordt op basis van de voortgang in de taakgroepen een verdere planning gemaakt voor de realisatie van de concrete voorstellen. Betrokken partijen: - ZorgSaam - Tragel - Emergis - Huisartenpraktijken Zeeuws-Vlaanderen - Lokale ondernemers in gezondheidszorg Zeeuws-Vlaanderen - Zeeuwse Zorgcoalitie - De Vitale Revolutie - Zorgaanbieders Vlaanderen, o.a. Universitair Ziekenhuis Gent - VO Zeeuws-Vlaanderen - Scalda - HZ - Onderwijspartners Vlaanderen - Bestuurders en beleidsadviseurs gemeenten Impact op andere projecten Dit project is verbonden met veel andere projecten in de werkagenda en vice versa. Goede zorg wordt als één van de belangrijkste voorzieningen beschouwd voor het leefklimaat. De meest sterke verbinding is er met het uitvoeringprogramma van de woonvisie (3), toekomstbestendig onderwijs (4), behoud leefbaarheid nabij de grens (6) en mobiliteit (10).
Werkagenda en groeimodel aansturing
14
Project 6: Behoud leefbaarheid nabij de Vlaamse grens De wederzijdse afhankelijkheid met Vlaanderen groeit. Vlaamse toeristen, het wederzijds gebruiken van elkaars zorgvoorzieningen, verdere ontwikkelingen van de linkeroever van de Haven van Antwerpen, de grensoverschrijdende samenwerking in de North Sea Port en het NOVI-traject, het groeiende aantal Vlamingen dat in ZeeuwsVlaanderen werkt en/of woont en de Vlaamse bedrijven die zich vestigen op de Zeeuws-Vlaamse bedrijventerreinen. De vele officiële samenwerkingsverbanden en regelingen met Vlaanderen zijn hiervan een uiting. Dit is ook waarom in veel projecten een relatie met Vlaanderen wordt verkend en besproken. Dit project gaat specifiek in op leefbaarheid aan de grens met Vlaanderen en wordt daarom gezien als apart project. Inspelen op behoeften aan beide zijden van de grens als het gaat om arbeidsmarkt, zorg, opleiding, innovatie, woningbouw, bedrijventerrein en mobiliteit/infrastructuur lijkt in eerste instantie een win-win situatie. De ervaring leert alleen dat verschillende regelgeving ook hier vaak een obstakel is. Het zorgt voor ongelijke kansen. Hierbij is de ene keer de situatie in Vlaanderen gunstiger en de andere keer de situatie aan de Nederlandse grens voordeliger.
Een veelbesproken voorbeeld hierbij is de gratis kinderopvang in België die ervoor zorgt dat Vlamingen die in Nederland zijn komen wonen niet kiezen voor kinderopvang en vervolgens de basisschool in Zeeuws-Vlaanderen. Ook de financiering van zorg is verschillend, waardoor het ziekenhuisbezoek in bijvoorbeeld Gent wel vergoed wordt voor Nederlanders, maar a.o. niet. Naast regelgeving spelen ook de culturele verschillen. We spreken bijna dezelfde taal, maar echt onderdeel worden van een andere samenleving blijft moeilijk. Hier verschillen Vlamingen niet van de andere internationale werknemers/nieuwe Nederlanders, behalve dat je snel bij de sportvereniging bent aan de Vlaamse kant van de grens. Het is een langjarig probleem. Ook bij deze opgave speelt regelgeving een belangrijke rol en is naast overeenstemming over wederzijdse behoeften, de ruimte om in eerste instantie te kunnen experimenten belangrijk. Wat blijft staan is dat investeren in nauwere samenwerking met Vlaanderen op het gebied van hele concrete projecten een grote bijdrage levert aan het oplossen van de uitdagingen waar de regio voor staat. Resultaat Minimaal 2 gezamenlijke projecten die binnen 5 jaar hun resultaat behalen op de thema’s arbeidsmarkt, zorg, opleiding, innovatie, woningbouw, bedrijventerrein en mobiliteit.
Op basis van de ervaringen met de samenwerking in deze projecten, worden nieuwe projecten opgezet voor de opvolgende 5 jaar. Eerste stap is het opstellen van een plan van aanpak met daarin de onderdelen: - Inventarisatie van behoeften voor samenwerking aan beide zijden van de grens op het gebied van zorg, arbeidsmarkt, opleiding, innovatie, woningbouw, bedrijventerrein en mobiliteit. - Benoemen van minimaal 2 gezamenlijke pilotprojecten. Voorstel hiervoor is ZorgSaam en grensoverschrijdende samenwerking met Vlaamse Klinieken en ….. - Inventarisatie van regelgeving die gewijzigd moet worden, beschrijving van experimenten - Begroting om voorgestelde oplossingen te bekostigen
Werkagenda en groeimodel aansturing
15
-
Inventarisatie van partijen met invloed op de realisatie Uitkomsten worden ingebracht in de lobby-aanpak, beschreven in project 2
Planning Het opstellen van het plan van aanpak mag niet meer dan 1 jaar duren. Eerste stap is kijken of het huidige samenwerkingsverband alle stakeholders bevat. Vervolgens moet een projectleider worden aangewezen en het projectplan worden uitgewerkt met ieders verantwoordelijkheden. De eerste resultaten van het plan van aanpak moeten binnen 2 jaar zichtbaar zijn. Zoals dat het eerste experiment is opgestart. De totale doorlooptijd van de eerste ronde projecten is 5 jaar. Daarna volgt een evaluatie over de samenwerking en worden nieuwe projecten opgestart voor de opvolgende 5 jaar. Betrokken partijen - Ambtelijk en bestuurlijk verantwoordelijken voor de gemeenschappelijke regelingen. - Ambtelijk en bestuurlijk verantwoordelijken voor de genoemde thema’s woningbouw, bedrijventerreinen, mobiliteit/infrastructuur, onderwijs en kennis/innovatie. Aan de Vlaamse kant: Antwerpen, Gent, Brugge (Zeebrugge). Op basis van gevoeligheden kan gekozen worden voor een splitsing Oost-West aan de Vlaamse kant. Aan de kant van Zeeuws-Vlaanderen is het goed om samen dit traject aan te gaan en dat Sluis ook deelneemt aan de gesprekken met Antwerpen, en dat Hulst ook onderdeel is van het overleg met Brugge/Zeebrugge. - Onbegrensd Zeeuws-Vlaanderen Ambtelijk en bestuurlijk verantwoordelijk op het gebied van Nationale en Europese regelgeving. Hier kan het NOVI-traject invulling aan geven.
- Onderwijskoepels en kennisinstellingen aan beide zijde van de grens - Grote en kleine werkgevers aan beide zijde van de grens - Vertegenwoordiging van bewoners en maatschappelijke organisaties aan beide zijde van de grens Impact op andere projecten Dit project is verbonden met veel andere projecten in de werkagenda en vice versa. De meest sterke verbinding is er met het uitvoeringprogramma van de woonvisie (3), toekomstbestendig onderwijs (4), toekomst zorg (5), Zeeuws-Vlaanderen cultureel op de kaart(7), experimenteerruimte (9) en mobiliteit (10).
Werkagenda en groeimodel aansturing
16
Project 7: Zeeuws-Vlaanderen cultureel op de kaart Op cultureel, toeristisch en sportief gebied ligt er een kans om samen te werken om Zeeuws-Vlaanderen beter op de kaart te zetten. Het is de enige rurale regio van Nederland2 en het kan die rust en ruimte gecombineerd met de historische steden en de stranden aan het westen goed vermarkten. Hierdoor zetten we ook het fijne leefklimaat in Zeeuws-Vlaanderen op de kaart. Dit proces is al in volle gang en dit kan nog meer kracht krijgen. In 2023 hebben we een jaar met allerlei feestelijkheden, zoals opening van de nieuwe Zeesluis, 700 jaar Zeeland. Ook kunnen festivals in Zeeuws-Vlaanderen activiteiten programmeren over de grens heen en vice versa. Bijvoorbeeld een filmfestival. Of het opzetten van gezamenlijke sportevenementen, zoals een marathon of wielerwedstrijd. Het faciliteren door het regelen van vervoer kan bijdragen aan het succes. Vanuit Euregio Scheldemond willen de partijen de industriële zaken aan elkaar verbinden, zoals het Industrieel Museum in Sas van Gent. Of een expositie van het MAS Antwerpen in Hulst, van het SMAC Gent in Terneuzen, etc. Het worden van culturele hoofdstad van Europa in 2030 kan een kers op de taart zijn. De stad Gent is hiervoor in de running. Zeeuws-Vlaanderen kan bijdragen aan het invullen van een regiobreed programma en de aanvraag ondersteunen in de lobby.
De intentie om dit te doen is al uitgesproken. Tevens is het genoemd in het NOVI-traject. Uiteraard is deze samenwerking een middel om langjarige gezamenlijke programma’s op cultureel en toeristisch gebied te organiseren. Resultaat Een regiobreed programma in Zeeuws-Vlaanderen op het gebied van culturele, sportieve en toeristische activiteiten waar een verbinding wordt gelegd met activiteiten aan de Vlaamse kant van de grens. Het programma wordt onderdeel van de activiteiten van de Culturele Hoofdstad Gent 2030. Voorafgaand heeft Zeeuws-Vlaanderen bijgedragen aan de lobby om Gent als culturele hoofdstad te benoemen. De eerste stap is doorpakken met het regiobrede culturele, sportieve en toeristische programma dat door corona even stil is komen te liggen, maar waar al veel initiatieven in ontwikkeling waren. Dit programma kan opgenomen worden in de lobbyactiviteiten die Zeeuws-Vlaanderen kan uitvoeren. Planning Planning Het regiobrede programma moet gereed zijn voor het feestjaar 2023 en de indiening van de aanvraag vanuit Gent. Tot 2030 kan er geëxperimenteerd worden met onderdelen in het programma. Na afloop van de periode van Culturele Hoofdstad moet een permanent gezamenlijk programma op cultureel en toeristisch gebied zijn opgezet. Met bijbehorende aansturing.
Mocht de benoeming van culturele hoofdstad niet doorgaan, dan blijft het eindresultaat voor een gezamenlijk programma staan.
Betrokken partijen
2 Volgens de NUTS-3 indeling van de EU: https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Territorial_typologies_manual_-_urban-
rural_typology#:~:text=The%20urban%2Drural%20typology%20is%20a%20classification%20based%20on%20the,population%20live%20in%20urban%20clus ters%3B&text=predominantly%20rural%20regions%2C%20NUTS%20level,live%20in%20rural%20grid%20cells.
Werkagenda en groeimodel aansturing
17
-
-
Ambtelijk en bestuurlijk verantwoordelijken voor toerisme, sport en cultuur van de gemeenten Hulst, Sluis, Terneuzen en Gent. Tevens betrokkenden bij de gemeenschappelijke regelingen die van toepassing zijn. Afvaardiging van ondernemers en organisaties op het gebied van toerisme, sport en cultuur
Impact Impact op andere projecten Dit project is verbonden met met het uitvoeringprogramma van de woonvisie (3), behoud leefbaarheid nabij de grens (6); lokaal ondernemerschap voor leefbaarheid (8) en mobiliteit (10).
Werkagenda en groeimodel aansturing
18
Project 8: Lokaal ondernemerschap voor versterken leefbaarheid van de Zeeuws-Vlaamse kernen Voor het vinden van oplossingen voor maatschappelijke opgaven en/of het uitvoeren van beleid staat niet alleen de overheid aan de lat. Ondernemers kunnen hier actief aan bijdragen en hebben tijdens de totstandkoming van de visie aangegeven een rol te willen spelen. In dit project gaat de aandacht specifiek uit naar kleine ondernemers (maximaal 20 werknemers). Zij kunnen deelnemen in de vorm van sociaal ondernemerschap, als starter of scale-up inspelen op challenges die de overheid of maatschappelijke organisaties uitschrijven of ondernemer ‘in residence’ zijn. Voorbeelden die genoemd zijn, zijn gezondheidsbeleid, landschapsbeleid, kleinschalige duurzaamheidsinitiatieven, zorg en leefbaarheid aan de grens. Deze aanpak biedt eveneens de kans om jong talent aan je te binden of zich (opnieuw) te vestigen in Zeeuws-Vlaanderen. In dit laatste geval is een combinatie met expat-beleid nuttig. Tevens kleine ondernemers reeds in een vroeg stadium betrekken bij de totstandkoming van beleid zorgt voor een betere inzet van de activiteiten van de betrokken ondernemers, zodat zij bijdragen aan het behalen van het resultaat van het beleid. Van te voren af stemmen van onderlinge verwachtingen is hiervoor belangrijk.
Resultaat Per thema is minimaal één project opgezet met een ondernemer (max 20 werknemers). Thema’s zijn gezondheid, landschap, duurzaamheid, zorg, leefbaarheid aan de grens en/of een ander thema met draagvlak. Als werkvormen kan hierbij gekozen worden voor het uitschrijven van challenges (door overheid of maatschappelijke organisatie); vraagstukken voor ondernemer-in-residence)3 of ondersteunen van sociaal ondernemerschap. Daarnaast is een vast overleg ingeregeld met een afvaardiging van kleine ondernemers om hen tijdig te betrekken bij het opstellen van beleid. Zie hiervoor ook de governancestructuur van de uitvoering van deze werkagenda. Bovengenoemde werkvormen en gekozen thema’s worden uitgewerkt in een plan van aanpak. Planning Het plan van aanpak is binnen 6 maanden gereed. De eerste 2 challenges/oproepen worden binnen een jaar uitgeschreven. Binnen 2 jaar zijn minimaal vijf challenges/oproepen uitgeschreven. De opgezette projecten hebben uiterlijk over 5 jaar hun resultaten bereikt. Over 4 jaar wordt een tussenevaluatie gehouden om de wijze van voortzetting voor de opvolgende 5 jaar te bepalen. Betrokken partijen - Ondernemers (met maximaal 20 werknemers) - Ambtelijk en bestuurlijk verantwoordelijken voor de genoemde thema’s van de gemeente Hulst, Terneuzen, Sluis en provincie Zeeland. - Maatschappelijke organisaties in Zeeuws-Vlaanderen die een vraagstuk hebben.
3 Er zijn in Nederland veel voorbeelden om via ondernemers innovatie te bevorderen en maatschappelijke uitdagingen op te pakken. Een manier is om een challenge –
soort prijsvraag – uit te zetten onder startende en mkb-ondernemers. Als het een nieuwe vorm van dienstverlening vanuit de overheid betreft is het ook mogelijk om startende ondernemers te vragen hier invulling aan te geven en hen tegelijk te begeleiden in het opzetten van hun bedrijf. Dit heet ‘ondernemer in residence’. De gemeente Den Haag heeft hier veel ervaring in.
Werkagenda en groeimodel aansturing
19
-
Onbegrensd Zeeuw-Vlaanderen Impuls Zeeland
Impact op andere projecten Dit project is het meest verbonden met het uitvoeringprogramma van de woonvisie (3), toekomst zorg (5), Zeeuws-Vlaanderen cultureel op de kaart.
Werkagenda en groeimodel aansturing
20
Project 9: Experimenteerruimte (regelluwe zone) en financiering voor stimuleren duurzaamheid en de energietransitie Zeeuws-Vlaanderen is een regio waar zeker rondom Terneuzen een sterke band bestaat met de (zware) industrie. Bedrijven als Dow Chemical en Yara zorgen voor werkgelegenheid, opleidingsmogelijkheden en economische vooruitgang. Wereldwijd staat de industrie voor de opgave om de vervuiling die de industrie met zich meebrengt te beperken. Om de voor Zeeuws-Vlaanderen belangrijke banenmotor te behouden is het dus van belang dat de industrie verduurzaamt. Verduurzaming en de energietransitie is ook een van de belangrijkste opgaven voor de woningbouw. Zoals eerder beschreven zelfs een grotere uitdaging in Zeeuws-Vlaanderen dan in andere regio’s. Dit alles vraagt om innovatieve oplossingen, op maat voor de situatie in de regio. Om de verduurzaming en energietransitie op gang te brengen kan een regelluwe zone een uitkomst zijn. Bij een regelluwe zone wordt door de rijksoverheid actief meegedacht om bij wijze van experiment regels die een oplossing in de weg staan tijdelijk niet van kracht te laten zijn. Op deze manier kan er geëxperimenteerd worden met nieuwe technieken in de industrie.
Een afvalstof die bijvoorbeeld volgens de reguliere wet- en regelgeving is bestempeld als afvalstof en daardoor niet meer in verdere productieprocessen kan worden gebruikt, zou in een regelluwe zone een ander stempel kunnen krijgen waardoor deze stof nu wel kan worden gebruikt. Een ander voorbeeld is het opzetten van een warmtenet om overtollige warmte van de industrie in te zetten voor het verwarmen van woningen en kantoren. Tenslotte kan Zeeuws-Vlaanderen een voorbeeld worden in duurzame woningen met grote aantrekkingskracht op bestaande en nieuwe inwoners. Dit is een opmaat voor een meer circulaire economie en maatschappij. Resultaat Een goede manier om de handen ineen te slaan is om samen op te trekken om een regelluwe zone te realiseren in Zeeuws-Vlaanderen. De VNG4 geeft een aantal opties hoe een gemeente kan optreden om een dergelijke regelluwe zone kan worden gestart: 1. Initiërend 2. Verbindend 3. Stimulerend 4. Faciliterend Een combinatie van de mogelijkheden is ook mogelijk. Bij de gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen is op dit moment probleemformulering het meest urgent.
Wat zijn exact de wetten waar de bedrijven last van hebben? Wat zijn exact de bedrijven die gebruik willen maken van een regelluwe zone? En wat kan de gemeente doen? Om dat te realiseren is het aan te raden een werkgroep samen te stellen met daarin vertegenwoordiging van relevante vertegenwoordigers van de industrie en de gemeenten van ZeeuwsVlaanderen. Mogelijk hoort uitwisselen van ervaringen met eerder succesvolle regelluwe zones ook tot de eerste activiteiten. Schouwen-Duiveland is hierbij een logische partner.
4 https://vng.nl/artikelen/regelluwe-zones
Werkagenda en groeimodel aansturing
21
Planning Voor de zomer van 2022 is de probleeminventarisatie gereed en uitgewerkt in een plan van aanpak voor minimaal 3 experimenten met een regelluwe zone. Na 2 jaar wordt de totale aanpak van regelluwe zones geëvalueerd en gekeken of er noodzaak is voor opschaling. Betrokken partijen Verduurzamen gaat het best als industrie, overheid en onderwijs samenwerken. Op meerdere lagen: overheid onderling en met industrie en industrie onderling en met overheden. Per experiment wordt een op maat team samengesteld. -
Ambtenaren drie gemeenten, provincie en Rijk Afvaardiging van de bedrijven Afvaardiging van de onderwijs- en kennisinstellingen
Impact op andere projecten Dit project is het meest verbonden met het uitvoeringprogramma van de woonvisie (3) en leefbaarheid nabij de grens (6). Daarnaast heeft het concept van ‘experimenteerruimte’ een bredere impact, omdat dit voor alle andere projecten een vorm kan zijn om met belemmerende regelgeving om te gaan.
Werkagenda en groeimodel aansturing
22
Project 10: Gent-Terneuzen-spoorlijn in combinatie met innovatieve typen fijnmazig vervoer Het spoor tussen Gent en Terneuzen is in beweging. Uit het compensatiepakket voor de marinierskazerne in Vlissingen is een bedrag van 15 miljoen euro beschikbaar gesteld, wat door de Vlaamse overheid is verdubbeld. Van die in totaal beschikbare 30 miljoen euro is vier miljoen euro beschikbaar gesteld voor een studie. Deze is recent van start gegaan. De studie richt zich op verbetering van het goederenvervoer, maar ook een lijn voor personenvervoer wordt serieus besproken. De spoorlijn biedt niet alleen kansen voor Terneuzen – Gent, juist in de verbreding naar Oost- en West-Zeeuws-Vlaanderen kan geprofiteerd worden van deze ontwikkeling. De uitdaging voor de Zeeuws-Vlaamse gemeenten is daarbij het fijnmazige vervoer te realiseren, dat moet opereren naast en rondom de treinverbinding. Hiertoe moeten de gemeenten in gezamenlijkheid in de komende maanden een mobiliteitsvisie opstellen, met daarbij nadruk op een toekomstige spoorlijn. Hierbij wordt aangesloten op de mobiliteitsvisie van de provincie. Hier moet worden meegenomen dat de samenwerking tussen de openbaarvervoersdiensten van Vlaanderen en Zeeuws-Vlaanderen beter kan. Zonder investering in die grensoverschrijdende samenwerking zal de waarde van een Gent-Terneuzenlijn aanmerkelijk minder zijn.
Beide projecten zullen aan waarde winnen als de ander goed wordt ontwikkeld. Planning Jan Briers, gouverneur van Oost-Vlaanderen, gaf in 2017 aan dat het mogelijk moest zijn om binnen zes jaar een functionerende treinverbinding moet kunnen zijn tussen Terneuzen en Gent. Gezien de huidige ontwikkelingen op het gebied van het beschikbaar gestelde onderzoeksgeld en op langere termijn beschikbaar gestelde geld voor realisatie lijkt een start van realisatie zes jaar vanaf 2017 jaar daadwerkelijk haalbaar te zijn. Het fijnmazige vervoer moet een dergelijke tijdlijn ook volgen. Betrokken partijen: - Provincie Oost-Vlaanderen - Nationale overheid - Provincie Zeeland - Gemeenten Sluis, Hulst en Terneuzen - Mobiliteitsleveranciers Impact op andere projecten Dit project is het meest verbonden met het uitvoeringprogramma van de woonvisie (3), toekomstbestendig onderwijs (4), toekomst zorg (5), Zeeuws-Vlaanderen cultureel op de kaart.
Werkagenda en groeimodel aansturing
23
Activiteit in regiodeal Zeeuws-Vlaanderen: Onder de activiteiten van de werkagenda kunnen de activiteiten die nu onder de regio deal vallen een logische plaats krijgen. De gelijkenis van de doelen van de projecten van de regio deal en de doelen die worden nagestreefd in de regiovisie is evident. De aansturing van de regio deal vindt plaats vanuit de economic board Zeeland. Gezien de Zeeuws-Vlaamse focus van de Regio Deal lijkt het logisch om eventuele opschaling van de Regio Deal of nieuwe aanvraag onder Zeeuws-Vlaamse aansturing te laten vallen. Hiervoor dient de aansturing echter verder uitgewerkt te worden. 1. Iedereen telt: telt: Het project ‘Iedereen telt’ bestaat uit twee deelprojecten, de ontwikkeling van het platform Maatschappelijke AEX Zeeland (MAEX) en Eindgebruikersroute. 2. Scheldekust, Grenspark Groot Saeftinghe: Saeftinghe: Het doel van dit project is het realiseren van een kwalitatieve en aantrekkelijke route die de dorpen langs de zuidelijke oever van de Schelde verbindt en de harde grens tussen binnen- en buitendijks vervaagd. 3. Vernieuwing Vernieuwing landbouw: landbouw: Het project ‘Vernieuwing landbouw’ omvat diverse innovatieve praktijken/projecten. 4. Proeftuin Recht in Zeeland: Zeeland: Het doel van de proeftuin is het recht naar de mensen toe te brengen, op een zodanige manier dat het voor hen werkt. 5.
Kraamkamer Kraamkamer vernieuwing basisonderwijs: basisonderwijs: Het zoeken van creatieve, innovatieve en maatwerkoplossingen voor het leefbaar houden en de vitaliteit van de regio. 6. Expat Center Zeeland: Zeeland: Het Expat Center Zeeland heeft als doel om een Zeeuws warm welkom te verzorgen voor internationale en nieuwe vestigers 7. Max Mobiel: Mobiel: Met het project ‘Max Mobiel’ wordt onderzoek gedaan naar de vraag of er behoefte is aan grensoverschrijdend vervoer binnen het North Sea Port-district.
8. Lokale Deal Aagtekerke: De gemeente Veere wil met de ‘Lokale deal Aagtekerke’ een duurzame instandhouding van maatschappelijke voorzieningen in Aagtekerke bereiken en het duurzaam faciliteren van burgerinitiatieven. 9. Lokale Deal Wemeldinge: De gemeente Kapelle heeft met de Lokale deal Wemeldinge een plan met als doel de economie en leefbaarheid te versterken voor toeristen, inwoners én bedrijven. 10. Participatieplatform Zeeland: Zeeland: Het doel van het project ‘Participatieplatform Zeeland’ is te zorgen dat inwoners actief de participatiemogelijkheden in de eigen omgeving gebruiken. 11. Lokale Deal Terneuzen : De gemeente Terneuzen wil samen met bewoners werken aan een toekomstbestendige leefomgeving. 12. Geen label, toch hulp: hulp: De gemeente Hulst start het programma Join Us op. 13. Leefbaar, Duurzaam en Vitaal West ZeeuwsZeeuws-Vlaanderen: Vlaanderen: Het project richt zich op het versterken van de plattelandseconomie en speelt in op deze demografische ontwikkeling. 14. Zorghuis van de toekomst: toekomst: Het Zorghuis van de toekomst heeft als doel het aanpakken van de problemen op de arbeidsmarkt in de zorgsector in Zeeuws-Vlaanderen. 15. Masteropleiding Vitality, destination development in rural coastal areas: Het doel is om samen met partners te werken aan het verbeteren van de leefbaarheid en het vestigingsklimaat in ZeeuwsVlaanderen en Zeeland.
Werkagenda en groeimodel aansturing
24
3. Aansluiting elementen brede welvaart Subjectief Welzijn
Gezondheid Persoonlijke Milieu ontwikkeling
Project 1: Samenwerking in de regio X
Project 3: Uitvoeringsprogramma Woonvisie
X
X
Project 5: Toekomst Zorg in ZeeuwsZeeuwsVlaanderen
X
X
Project 7: ZeeuwsZeeuws-Vlaanderen cultureel op de kaart
X
X
X
X
X
X
X
X
X X
X
Project 9: Experimenteerruimte Experimenteerruimte (regelluwe zone) en financiering voor stimuleren duurzaamheid en de energietransitie
X
Werkagenda en groeimodel aansturing
X
X
X
X
X
WerkHuisvesting Werkprivé privébalans
X
X
X
X
X
Project 8: Lokaal ondernemerschap voor versterken leefbaarheid van de ZeeuwsZeeuws-Vlaamse kernen
X
Maatschappelijke betrokkenheid
X
X
X
Project 6: Behoud Behoud leefbaarheid nabij de Vlaamse grens
Project 10 10: GentGent-TerneuzenTerneuzen-spoorlijn in combinatie met innovatieve typen fijnmazig vervoer
Baanzekerheid Sociale contacten
X
Project 2: Gezamenlijke Gezamenlijke lobby
Project 4: Toekomstbestendig primair, voortgezet en beroepsonderwijs
Veiligheid Inkomen
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
25
X
X
X
4. Uitslagen prioritering- en haalbaarheidssurvey Welk project heeft de hoogste prioriteit? prioriteit? N=18 Uitvoeringsprogramma woonvisies
1st place 2nd place 3rd place
4th place
5th place
6th place
7th place
8th place
13
1
1
0
0
0
0
0
1
3
2
0
2
0
0
1
1
3
2
2
1
0
0
0
1
2
0
2
0
2
2
0
0
2
1
0
0
4
1
1
0
2
0
1
0
0
1
1
0
0
2
0
1
0
0
0
0
0
1
0
1
1
2
1
Zeeuws-Vlaanderen cultureel op de kaart
2
0
1
2
1
1
1
2
Lokaal ondernemerschap voor leefbaarheid
0
0
0
3
3
0
0
0
0
0
2
0
0
0
1
1
Toekomstbestendig beroepsonderwijs Toekomst Zorg Zeeuws-Vlaanderen Behoud leefbaarheid bij de grens Samenwerking in de regio Gezamenlijke lobby Experimenteerruimte financiering Internationaal onderwijs
Gent-Terneuzen spoorlijn
Werkagenda en groeimodel aansturing
26
Welk project is het gemakkelijkst te realiseren? N=19
1st place 2nd place 3rd place
4th place
5th place
6th place
7th place
8th place
Uitvoeringsprogramma woonvisies
1
1
1
0
1
2
0
0
Toekomstbestendig beroepsonderwijs
0
0
1
2
0
0
2
1
Toekomst Zorg Zeeuws-Vlaanderen
4
1
1
0
0
0
1
1
Behoud leefbaarheid bij de grens
0
0
1
0
1
1
0
0
Samenwerking in de regio
9
2
2
1
1
0
0
0
Gezamenlijke lobby
2
4
2
1
0
0
1
0
Experimenteerruimte financiering
0
0
0
1
1
1
0
2
Internationaal onderwijs
1
0
0
0
0
0
1
0
Zeeuws-Vlaanderen cultureel op de kaart
2
2
2
1
1
1
0
1
Lokaal ondernemerschap voor leefbaarheid
0
0
0
1
1
0
1
1
Gent-Terneuzen spoorlijn
0
1
0
1
0
1
0
0
Werkagenda en groeimodel aansturing
27
Het opstellen van de Strategische Regiovisie en Werkagenda Zeeuws-Vlaanderen is mede mogelijk gemaakt met een financiële bijdrage van de Provincie Zeeland.
Werkagenda en groeimodel aansturing
28