2021-11-09 IC7 - Evaluatie Preventief jeugdbeleid 2020-2022
Tekst van het document
Evaluatie Preventief Jeugdbeleid 2020-2022, november 2021.
1. Inleiding In de raadsvergadering van 30 juni 2020 stemde u in met de notitie Preventief Jeugdbeleid 2020-2022. De notitie richt zich op het gezond en veilig opgroeien en een optimale ontwikkeling van jeugdigen. Om de uitvoering van dit plan goed te kunnen volgen evalueren we de voortgang van de projecten volgens afspraak na een jaar. Het doel van ons beleid is de basis- en preventieve voorzieningen voor jeugd te versterken, zodat kinderen en jongeren zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Er zullen altijd jeugdigen blijven die hulp nodig hebben. Maar door er vroeg bij te zijn proberen we te voorkomen dat ze in de problemen raken of niet mee kunnen doen. Met ons preventieve jeugdbeleid voorkomen we ook dat jongeren instromen in de zwaardere – en duurdere – vormen van jeugdzorg. (100% jeugd, Nota integraal jeugdbeleid Zeeuws-Vlaanderen, 20152018) Preventie is genoemd als een investering in onze taakstelling. Het idee erachter is dat als je er vroeg bij bent, of iets kan voorkomen, je minder dure hulp nodig hebt. In de notitie beschreven we vijf projecten die mede bijdragen aan het bereiken van ons doel. De notitie is onderdeel van het beleidsplan Sociaal Domein. Op dit moment werken we aan het beleidsplan voor de periode 2022-2025. De titel luidt ‘Iedereen aan boord in Terneuzen’. Dit is ook de kern van het coalitieakkoord 2018-2022 van de gemeente Terneuzen.
Samengevat zegt dit: Iedereen moet mee kunnen doen in onze gemeente. In het sociaal domein werken we aan verdere vernieuwing en aan verbetering van de samenwerking tussen organisaties. We zetten in op integraal werken volgens het principe van één gezin, één plan, één regisseur. Ondersteuning en hulp zijn zo snel, adequaat, vroeg en dichtbij mogelijk. We gaan uit van kwaliteit. We willen een samenleving waarin iedereen zijn inbreng heeft. Dit geldt voor alle inwoners, van alle leeftijden. Zo’n samenleving is in elk opzicht een inclusieve samenleving. Een samenleving waarin het veilig is om op te groeien en om je te ontwikkelen. Een vitale samenleving waarin alle mensen zich uitgenodigd en uitgedaagd voelen om het beste in zichzelf naar boven te halen. Een samenleving waarin mensen voor zichzelf en elkaar zorgen. Kortom, een samenleving met ruimte voor inwoners en hun initiatieven. Een samenleving die iedere inwoner in zijn waarde laat en blijft benaderen als mens.
COVID-19 COVID-19 heeft invloed op de resultaten en voortgang van de projecten. Na het uitbreken van de pandemie zijn in het voorjaar 2020 overleggen, kennismakingen, presentaties en trainingen uitgesteld, in de veronderstelling dat we na een korte lockdown de draad weer konden oppakken. Niemand kon vermoeden dat we ruim anderhalf jaar te maken zouden hebben met regels die onze gezondheid beschermen. Binnen deze regels was er minder ruimte voor fysieke ontmoeting. De pandemie leidde ook tot nieuwe problemen. Zo zijn er zorgen over onderwijsachterstanden, kwetsbare jeugd en gezinnen die door de maatregelen minder in beeld zijn of geïsoleerd dreigen te raken. Wat de impact van de pandemie op langere termijn zal zijn is nu nog moeilijk te zeggen.
1
De vijf projecten in de notitie zijn actueel. Er zijn meer relevante thema’s om in de toekomst in te investeren. Uw raad noemde bijvoorbeeld (v)echtscheidingen en (jeugd)criminaliteit, jongeren en seksualiteit of beleid gericht op duurzame relaties en stabiliteit in gezinnen. De notitie is een groeidocument. De bedoeling is dat de beschreven projecten worden geëvalueerd en op termijn onderdeel worden van het reguliere aanbod. Als blijkt dat een project geen zichtbare meerwaarde heeft ronden we het af. Er ontstaat dan ruimte voor nieuwe projecten. Teveel projecten tegelijk heeft als risico dat we moeilijker kunnen beoordelen wat de opbrengsten per project zijn. De opbrengst van het preventiebeleid wordt per definitie maar beperkt zichtbaar, het bestaat voor een belangrijk deel uit het onzichtbaar blijven van problemen die anders zichtbaar waren geworden. De vijf projecten zijn een aanvulling op het bestaande aanbod van (jeugd)hulp en tal van lopende, preventieve activiteiten, zowel georganiseerd door de gemeente als bijvoorbeeld door scholen zelf.
Leeswijzer We herhalen de vijf projecten, wat houden ze in en wat willen we met de projecten bereiken? Vervolgens volgt per project de voortgang. Wat is tot nu toe bereikt en wat gaan we nog meer doen?
2. De vijf projecten: Kansrijke Start Het landelijk actieprogramma Kansrijke Start is gericht op de eerste 1000 dagen van een kind (van conceptie tot de 2e verjaardag). De eerste 1000 dagen zijn cruciaal voor de verdere ontwikkeling van het kind. In Nederland heeft ongeveer 16% van de kinderen een valse start bij de geboorte. Daardoor krijgen zij later vaker fysieke en psychische problemen, suikerziekte, hart- en vaatziekten en overgewicht. Ook komen ze vaker in aanraking met jeugdhulp. Gezien ons gezamenlijke belang voor (kwetsbare) zwangeren en de Kansrijke Start voor ieder kind gedurende de eerste 1000 dagen streven we in 2020-2022 naar een optimale samenwerking en aansluiting tussen medische en maatschappelijke zorg. Om dit te bereiken vormen de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten en hun lokale toegangen (aan-z, Hulst voor Elkaar en Porthos Sluis) een regionale coalitie met de stakeholders GGD-Zeeland jeugdgezondheidszorg, De Provinciale Kraamzorg en ZorgSaam. Een goede start begint al voor de geboorte, zelfs nog voor de conceptie en de zwangerschap. Het interventieprogramma Nu Niet Zwanger (NNZ) is onderdeel van het landelijke actieprogramma Kansrijke Start.
De doelgroep van NNZ bestaat uit kwetsbare vrouwen en mannen in de vruchtbare leeftijd bij wie sprake is van (vaak) een combinatie van problemen en beperkingen, een gebrek aan zelfredzaamheid en zelf herstellend vermogen, bij wie hulp vanuit zorg of de omgeving onvoldoende aansluit en die vanwege hun complexe problematiek (vrijwel) altijd in beeld zijn bij diverse organisaties.
2
De doelstelling van het project is het voorkomen van ongeplande en ongewenste zwangerschappen bij kwetsbare (potentiële) ouders die in de huidige fase van hun leven, hun toekomstige kind, geen veilige en gezonde leefomgeving kunnen bieden. NNZ ondersteunt deze kwetsbare (potentiële) ouders in het nemen van regie over hun kinderwens door het gesprek aan te gaan over de kinderwens, seksualiteit en anticonceptie. Tijdens dit gesprek sluit de professional aan bij de leefwereld van de cliënt en worden de vragen, behoeftes, barrières maar ook mogelijkheden samen bekeken. Er vindt actieve begeleiding en opvolging plaats. De inzet is preventief en vrijwillig. Door een intensieve samenwerking tussen hulpverlenende organisaties en het somatisch netwerk werkt NNZ met de deelnemende organisaties aan een sluitend vangnet voor betrokkenen. Ze werken aan een borging van het bespreekbaar maken van kinderwens, seksualiteit en anticonceptie in de aangesloten organisaties. Deze werkwijze kan kosten besparen maar richt zich vooral op een verbetering van de kwaliteit van leven.
Praktijkondersteuner Jeugd In 2018 en 2019 groeide landelijk het aantal doorverwijzingen van huisartsen naar (dure) Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) aanbieders. De processen voor de hulp aan jeugd/jeugd GGZ lopen vaak langs elkaar heen en er vindt (te) weinig afstemming en samenwerking plaats, waardoor veel jongeren in ZeeuwsVlaanderen nu zorg binnen de 2e lijn (specialistische zorg) ontvangen. Waar mogelijk is een verschuiving van zorg uit de 2de lijn naar de 1ste of nulde lijn wenselijk. Om deze beweging te maken willen verschillende partijen in Zeeuws-Vlaanderen starten met een pilot waarbij Nucleuszorg, een ondersteunende eerstelijnsorganisatie van en voor huisartsen in ZeeuwsVlaanderen, een praktijkondersteuner jeugd (POH-J) aanstelt. De POH-J werkt in de huisartsenpraktijk en levert psychosociale hulp. De POH-J is gespecialiseerd in de zorg aan jeugdigen. In de pilot ontwikkelen en onderzoeken we de functie en de werkwijze van de POH-J. Dit doen we samen met de betrokken huisartsen, de lokale toegangen en jeugdgezondheidszorg (JGZ) in Zeeuws-Vlaanderen.
Door regionaal afspraken te maken, streven de deelnemende partijen ernaar dat: • De hulp zo goed mogelijk aansluit op de vraag van jeugdigen en hun gezinnen (matched care); • De hulp zo dicht mogelijk bij de jeugdigen en gezinnen wordt geboden, waar deze het meest doelmatig en met de beste kwaliteit geleverd kan worden; • De hulp zich richt op het vergroten van de eigen kracht en zelfredzaamheid van jeugdigen en hun gezinnen; • De samenwerking tussen huisartsen, POH-J, lokale toegang, gemeenten en JGZ geoptimaliseerd wordt, waarbij door de integrale aanpak bespaard kan worden op de kosten, omdat direct de juiste route (van vroegsignalering tot opvolging na behandeling) voor het kind/jongere en/of het systeem gevolgd wordt; • Bij meervoudige problematiek er één aanpak geboden wordt aan jeugdigen en gezinnen die alle leefdomeinen overstijgt. Deze hulp is integraal, in samenhang, zonder versnippering en wordt gecoördineerd door één casusregisseur; • Wordt voorkomen dat ouders en/of jeugdigen alleen voor een verwijzing naar specialistische hulp naar de huisarts gaan; • Het gehele proces gevolgd wordt, van vroegsignalering tot opvolging na behandeling, de meest kwalitatieve en efficiënte route voor de patiënt; • Overbehandeling en onderbehandeling wordt tegengegaan;
3
• •
•
De communicatie tussen huisartsen en jeugdzorginstellingen verbetert; Het aantal verwijzingen/indiceringen naar basis- en gespecialiseerde jeugd-ggz door huisartsen ten opzichte van voorgaande jaren daalt, waardoor niet alleen de financiële druk maar ook de druk op beschikbaarheid van deze dure voorzieningen afneemt; De-medicalisering van opvoed- en opgroeiproblematiek toeneemt.
Uiteindelijk doel is dat de jeugdige de juiste zorg op de juiste plek krijgt.
Maatwerkteam voor complexe casussen Er is een relatief klein aantal inwoners dat zorgt voor een groot deel van de kosten binnen het sociaal domein. Volgens het Instituut voor Publieke Waarde (IPW) gebruikt grofweg 1% van de huishoudens in Nederland 30% van de middelen in het sociaal domein. De duurste 100.000 huishoudens in Nederland kosten jaarlijks meer dan € 100.000 per gezin. Zij doen een beroep op meerdere vormen van ondersteuning en zorg. Vaak zijn deze mensen langdurig in zorg. Waarstaatjegemeente.nl laat zien dat dit ook opgaat voor de gemeente Terneuzen. In 2020 maakte een vijfde (20,3%) van de huishoudens in onze gemeente gebruik van een maatwerkvoorziening in het sociaal domein (Wmo, Participatiewet of Jeugdhulp). Bij 10% van de huishoudens gaat het om 1 voorziening, bij afgerond 6% om 2 voorzieningen, bij 2% om 3 voorzieningen, bij 1% om 4 voorzieningen, 0,5% om 5 voorzieningen en bij 0,8% om 6 voorzieningen of meer. Doorverwijzen naar specialisten zorgt niet altijd voor een betere oplossing. We willen niet meer geld uitgeven dan we hebben in het sociaal domein. Tegelijkertijd willen we dat iedere inwoner kan meedoen aan onze samenleving. Inwoners zijn meer gemotiveerd om zich in te zetten als zij kunnen toewerken naar een eigen oplossing en daarin zo veel als mogelijk de regie krijgen. Dit leidt tot effectievere en efficiëntere ondersteuning en zorg.
Dit is de insteek van de zogenaamde doorbraakmethode van het IPW. IPW ‘lost’ op aanvraag voor meerdere gemeenten in Nederland complexe situaties ‘op’ en toont daarbij aan dat werken vanuit het perspectief van de inwoner zelf veel geld bespaart voor gemeenten en andere partijen. Werken vanuit het perspectief van de klant zorgt niet alleen voor een beter resultaat, maar ook voor normalisatie, een verbeterde samenwerking tussen organisaties en een vermindering van kosten. We streven naar een besparing op de kosten van de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet. We willen inwoners met (meervoudige) problemen op het gebied van wonen, werken, inkomen en veiligheid zo snel mogelijk weer regie laten krijgen op hun leven, met de juiste ondersteuning en zorg. We willen inzicht krijgen in hoe complexe leefsituaties ontstaan en in stand blijven. We willen leren wat wel en wat niet werkt en wat nodig is om (sneller) problemen op te lossen. We werken toe naar een integrale aanpak en willen handen en voeten geven aan het uitgangspunt van één gezin, één plan en één regisseur. Samenwerking met de ketenpartners binnen de breedte van het sociaal domein krijgt zo nog meer vorm.
Gezond in de stad (GIDS) Sluiskil Terneuzen is een GIDS-gemeente. Gezond in de stad is een landelijk programma gericht op het verkleinen van gezondheidsachterstanden. We krijgen hiervoor jaarlijks een budget. Met
4
GIDS-middelen willen we mensen in achterstandssituaties letterlijk en figuurlijk in beweging krijgen. Onze focus ligt op het vergroten van participatie en het verbeteren van de sociale en fysieke leefomgeving. We werken GIDS uit in een wijk-/kernaanpak. Sluiskil is een van de zogenaamde GIDS-kernen. Het aantal bijstandsgerechtigden is er in vergelijking tot andere kernen en wijken groot. We willen de gezondheidssituatie van kinderen en hun ouders in Sluiskil verbeteren. Bij kinderen gaat het erom dat zij gezond leven, een veilige omgeving hebben en zich optimaal kunnen ontwikkelen. Voor (jonge) ouders uit onder meer de eenoudergezinnen willen we de regie over het eigen leven vergroten en hen helpen een gezond en veilig thuis te bieden voor hun kinderen. Kortom, we willen dat Sluiskil voor alle kinderen een leuke en veilige plek is om op te groeien en dat het voor ouders een goede leefomgeving biedt om kinderen in groot te brengen. We maken daarbij gebruik van wat Sluiskil te bieden heeft. We hebben waarschijnlijk een heel dorp nodig om dit doel te bereiken.
Aansluiting aan-z en onderwijs De aansluiting en aanwezigheid in het basisonderwijs helpt aan-z om aandachtspunten gericht op zowel het individu als groepen vroegtijdig te signaleren. Wat leeft er onder de kinderen, hun ouders/verzorgers en onderwijzers? Welke behoefte is er en hoe kunnen de betrokken partijen (onderwijs, zorg en kinderopvang) samenwerken? Aan-z heeft de opdracht om vanuit deze intensieve samenwerking met het basisonderwijs te bekijken wat scholen nodig hebben en hun preventieve aanbod en activiteiten hierop af te stemmen. Dit kan per school of wijk verschillen. Zo krijgen alle scholen de kans zich te ontwikkelen en bereiken we alle kinderen in onze gemeente. We willen de samenwerking en afstemming tussen de betrokken organisaties inrichten vanuit een integrale visie. We willen vroegtijdig beschikbaar zijn voor vragen rondom opvoeden en opgroeien. We willen de drempel om zelf contact op te nemen met aan-z verlagen en de zorgprofessionals die in de gemeente aanwezig zijn zichtbaar maken voor alle jongeren, hun ouders/verzorgers en de leerkrachten. Hiermee stimuleren we het normaliseren van opvoedvragen. De verbinding tussen jeugdhulp en onderwijs is actueel.
De evaluatie Passend Onderwijs, de verbeteragenda Passend Onderwijs MBO en de derde onderwijs-zorgbrief initiëren dat onderwijsinstellingen, gemeenten en aanbieders onderzoeken hoe jeugdhulp duurzaam kan worden verbonden met onderwijs, ten behoeve van het verbeteren van de participatie van leerlingen.
3. Voortgang per project Project 1 Kansrijke Start en Nu Niet Zwanger Wat hebben we gedaan? Kansrijke Start Betrokken partijen komen elk kwartaal bijeen om vorm en invulling te geven aan de regionale coalitie. Dit doen we met faciliterende ondersteuning vanuit het landelijke actieprogramma. De gemeente Hulst is kartrekker van de overleggen.
5
Nu Niet Zwanger Nu Niet Zwanger (NNZ) betrekt ketenpartners bij hun werkwijze en traint professionals uit die organisaties in het voeren van de gesprekken met cliënten. Deze professionals worden de aandachtsfunctionarissen in het reguliere aanbod, zodat de werkwijze geborgd is aan het einde van de projectduur. NNZ biedt een paar keer per jaar trainingen aan. Diverse ketenpartners kregen een presentatie over het programma van NNZ. Bereikte resultaten Kansrijke Start De Zeeuws-Vlaamse gemeenten maakten met ZorgSaam heldere (werk)afspraken over de inzet van het ziekenhuismaatschappelijk werk van ZorgSaam en het maatschappelijk werk van aan-z. In de praktijk bleek er sprake te zijn van een overlap in de uitvoering van de taken. Het bieden van maatschappelijk werk is een taak van aan-z. Goede afspraken over een tijdige betrokkenheid en overdracht zorgen voor continuïteit in de begeleiding van de betrokkenen en voorkomen dat taken dubbel worden uitgevoerd en gefinancierd. In acute situaties is deze ondersteuning 24/7 beschikbaar. Twee keer per jaar evalueren we de gemaakte afspraken. In de eerste evaluatie spraken ZorgSaam en aan-z over een betere samenwerking. De overdracht van betrokkenen gaat niet ten koste van de continuïteit van zorg en aan-z wordt in het hulpverleningstraject eerder betrokken.
Nu Niet Zwanger (NNZ) Vanaf de start van het project NNZ per 1 oktober 2019 tot mei 2021 zijn in totaal 35 aandachtsfunctionarissen door NNZ geschoold in het voeren van gesprekken gericht op het voorkomen van ongewenste zwangerschappen. Zij geven vervolgens weer trainingen binnen hun eigen organisaties. Alle professionals jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar in Zeeland volgden de training. De aandachtsfunctionarissen zijn werkzaam bij 19 organisaties waaronder onder andere aan-z, Emergis, ZorgSaam, Juvent en de GGD. NNZ heeft vanaf de start 101 kwetsbare vrouwen en mannen (unieke cliënten, als er sprake was van een gezin is óf de vader, óf de moeder geteld) gesproken, waarvan 28 cliënten uit de gemeente Terneuzen. Van het totale aantal cliënten is bijna 80% vrijwillig en gemotiveerd gestart met anticonceptie. Er is uitgegaan van 75 cliënten per jaar maar dit aantal wordt (nog) niet gehaald. Mogelijk is dit een te hoge schatting geweest, speelt Corona een rol of wordt er te weinig geregistreerd? Een andere verklaring kan zijn dat de aandachtsfunctionarissen de NNZ methodiek niet voldoende ingebed krijgen bij hun collega professionals. Op dit moment geeft NNZ prioriteit aan de mogelijke oorzaken: het motiveren van de aandachtsfunctionarissen om alle gesprekken goed te registreren en het inbedden van de methodiek in de betrokken organisaties.
Wat zijn de kosten? Kansrijke Start Naast faciliterende ondersteuning in natura ontvangen de gemeenten gedurende de looptijd van 3 jaar in het Actieprogramma Kansrijke Start een beperkte financiële bijdrage om de coalitievorming te ondersteunen. Voor Terneuzen is de bijdrage € 15.616 per jaar (2019, 2020, 2021). Dit budget is, mede door COVID-19, nog beschikbaar en kan ingezet worden om gezamenlijke, incidentele activiteiten te ondersteunen. We gebruiken het budget niet voor structurele activiteiten.
6
Nu Niet Zwanger In juni 2019 kende het Zeeuwse Transformatiefonds Jeugd een eenmalige subsidie toe van € 125.000 voor de uitvoering van het twee jaar durende project Nu Niet Zwanger. Omdat het project vertraging heeft opgelopen door COVID-19 (kennismaking en het organiseren van trainingen en presentaties) is de projectperiode verlengd. Inmiddels heeft de projectleider een verzoek ingediend voor een verlenging van de financiering van het programma gedurende 2 jaar, waarin de focus ligt op de borging van de werkwijze. Dit verzoek wordt voorgelegd aan het bestuur van GGD Zeeland. Maatschappelijke baten NNZ Door Society Impact (2020) zijn de maatschappelijke kosten en baten van het programma in beeld gebracht. Uit dit onderzoek blijkt dat de bijdrage voor NNZ per deelnemer € 403,kost. De maatschappelijke kosten voor het begeleiden van een vrouw gedurende de bevalling en het eerste jaar na de geboorte van het kind liggen tussen de € 7.000 (inzet opvoedondersteuning) en € 55.000 (opname moeder en kind in instelling voor begeleid wonen). De verwachting is dat voor de borging van de werkwijze binnen Zeeland een structurele bijdrage nodig zal zijn van ongeveer € 50.000 per jaar. Hoe gaan we verder? Kansrijke Start De aanbeveling is om de regionale coalitie Kansrijke Start voort te zetten.
We onderzoeken of, en zo ja welke, belemmeringen er zijn voor een kansrijke start van de kinderen in onze gemeenten. Op basis van de uitkomsten bespreken we welke rol de coalitie daarin kan spelen. Nu Niet Zwanger In de periode van de verlenging van het project NNZ ligt de focus op de borging van de werkwijze binnen de GGD en deelnemende organisaties.
Project 2 Praktijkondersteuner Huisartsen – Geestelijke Gezondheidszorg Jeugd (POH-J) Wat hebben we gedaan? Een aantal praktijken is gevraagd om deel te nemen als pilotpraktijk. De inzet van het aantal uren POH-J is berekend per normpraktijk. Een normpraktijk is een praktijk met 2350 patiënten. De inzet is ingeschat op 2 uur POH-J per normpraktijk. Vanaf 1 februari 2021 zijn 2 POHers-J in dienst van Nucleuszorg. Voor het eerste deel van de pilotfase is rekening gehouden met een formatie POH-J van 12 uur per week, vanaf april zijn de uren uitgebreid naar 24 uur POH-J. De verdeling is als volgt: Praktijk ’t Ravelijn Hulst Hooge Platen Breskens Sas van Gent Zaamslag Axel
Startdatum 01-02-2021 01-02-2021 01-04-2021 01-04-2021 01-06-2021
Ureninzet 2 uur p.w. 6 uur p.w. 4 uur p.w. 2 uur p.w. 8 uur p.w.
7
Hoek
01-06-2021
2 uur p.w.
De pilot is gestart met een periode van kennismaking en afstemming. Uit de gesprekken blijkt dat er nog een aantal vragen en onzekerheden leven bij de verschillende partijen. Deze zaken zullen in de eerste fase van de pilot gemonitord worden. De tussenevaluatie stond gepland in september, maar omdat de POH-J in een aantal praktijken later is gestart evalueren we opnieuw in december 2021. Bereikte resultaten Voor de monitoring zijn criteria opgesteld. De looptijd van de pilot is nog te kort om aantallen te produceren, te analyseren en een vergelijking te maken met de cijfers van voorgaande jaren. Dit komt terug in de eindevaluatie van de pilot, na een jaar. Wat we nu al zien is een betere afstemming en samenwerking tussen de lokale toegang, huisarts en POH-J en andere organisaties in de zorgketen. De samenwerking wordt positief ervaren. In alle pilotpraktijken zijn er eerste verwijzingen van de huisarts naar de POH-J. Ook de lokale toegang kan verwijzen naar de POH-J en andersom. De POH-J zet in op de-medicalisering en normalisering van vragen van zowel jeugdigen als ouders. Zij merken dat de drempel om in gesprek te gaan lager ligt, omdat het gesprek plaats vindt in de vertrouwde omgeving van de huisarts. Ze geven jeugdigen en ouders handvatten om zelf mee aan de slag te gaan, waardoor zij in hun kracht worden gezet.
De meeste casussen kan de POH-J zelf in gemiddeld 5 gesprekken afronden. Als een jeugdige toch verwezen wordt is er een heldere hulpvraag voor de lokale toegang. Wat zijn de kosten? Nucleuszorg Gedurende de pilotfase worden de salariskosten, kosten voor het registratieprogramma en de managementkosten, zoals overlegtijd met de huisarts, bekostigd door Nucleuszorg. Als na de pilotfase blijkt dat er een structureel aanbod POH-J wordt georganiseerd, gaan bestuurders opnieuw met elkaar rond de tafel om af te spreken of er een meer evenredige verdeling in de financiering kan of moet plaatsvinden. Gemeenten Tijdens de pilotfase dragen gemeenten financieel bij aan infrastructurele zaken. Hieronder wordt in elk geval verstaan: de huur van de spreekkamer voor de POH-J, met toegang tot wifi, het Huisartsen Informatiesysteem en andere facilitaire zaken op de praktijk. Ofwel bij de verschillende huisartspraktijken of (als er geen ruimte is) op een centrale plaats in de gemeente. De huur bedraagt € 12,50 per uur. Dat betekent voor onze gemeente € 200 per week met een maximum van € 10.400 per jaar. Hoe gaan we verder? De pilot is geslaagd als blijkt dat: - De POH-J voldoet aan een behoefte, er komen voldoende patiënten op het spreekuur. - De POH-J helpt bij het bewerkstelligen van de juiste zorg op de juiste plaats.
- Als de samenwerking en communicatie in de driehoek (JGZ, sociaal werk/lokale toegang en POH-J) versterkt is. (dit kan blijken uit de contactmomenten en structurele overlegvormen en ervaringen uit spiegelgesprekken).
8
Project 3 Maatwerkteam voor complexe casussen Wat hebben we gedaan? Van 1 september 2020 tot 1 maart 2021 voerden we de pilot Maatwerk(team) bij stapelingsproblematiek in Terneuzen uit. Deze maatregel was een van de bezuinigingsmaatregelen uit het plan ‘Op weg naar een toekomstbestendig sociaal domein’. De pilot was tegelijkertijd onderdeel van het actieprogramma Buiten de lijnen, de regionale aanpak voor mensen met verward gedrag. Voor de werkzaamheden in de pilotperiode zijn het maatwerkteam (bestaande uit 2 maatwerkregisseurs en 2 beleidsmedewerkers) en de beleidsmedewerker jeugd getraind in de doorbraakmethode bij het Instituut voor Publieke Waarde (IPW). Kern van deze bezuinigingsmaatregel was het realiseren van een besparing door: uitvoering geven aan 1-gezin-1-plan-1-regisseur (alle levensgebieden, alle gezinsleden); maatwerk voor inwoners met een opeenstapeling van problematiek in het sociaal domein; een plek in de organisatie voor procesregie sociaal domein en coördinatie Essentiële voorwaarden (voor de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)). Belangrijke aanname van de maatregel was dat maatwerk de ondersteuning en dienstverlening aan inwoners met een opeenstapeling van problemen en hulp aanzienlijk verbetert en substantieel bijdraagt aan de beheersing van de kosten in het sociaal domein.
Het was de opzet om 30 casussen op te pakken uit de jeugdhulp, uit de pilot Samenwerking-over-stelsels van zorgverzekeraar CZ, uit het OGGz-netwerk (Openbare Geestelijke Gezondheidszorg), van schuldhulpverlening. Het aantal casussen jeugd bleef achter; dit had meerdere oorzaken. Zo was de rol en positie van de maatwerkregisseurs bij de toegangsmedewerkers onduidelijk, net als de noodzaak om ze in contact te brengen met inwoners die al toegang hadden tot de jeugdhulp. Het was zoeken naar welke casussen dan precies interessant zouden zijn voor inzet van de doorbraakmethode. Het uitgangspunt dat mensen toestemming moesten geven aan aan-z om benaderd te kunnen worden, zorgde ook voor vertraging. Op basis van de evaluatie van de pilot is er een business case gemaakt waarin de verwachte opbrengsten en nodige investeringen naast elkaar zijn gezet. Op basis van deze afweging is besloten voor een structurele inbedding van 2 fte maatwerk- en procesregisseurs in de gemeentelijke organisatie. Bereikte resultaten Tot begin januari 2021 zijn er 45 casussen aangemeld bij het Maatwerkteam. Bij aanvang waren dat 25 casussen voor maatwerkregie en 20 casussen voor procesregie ‘verwarde personen’. Er waren er 19 afgehandeld en 26 nog in behandeling. aanmelder aantal aan-z toegang jeugdhulp aan-z maatschappelijk werk Clavis CZ W&!, RBL, SHV, wijk, AOV
maatwerkplan / procesregie 2 2/0 6 4/2
2 5 11
1/1 5/0 8/3
9
Zorg-en Veiligheidshuis E33-triageoverleg OGGz-netwerk eigen netwerk totaal
3 6 9 1 45
0/3 3/3 1/8 1/0 25 / 20
Onder de aanmeldingen zijn ook gezinnen met kinderen, waarvan 2 uit de toegang jeugdhulp bij aan-z. Op basis van de evaluatie van de pilot is er een business case gemaakt waarin de verwachte opbrengsten en nodige investeringen naast elkaar zijn gezet. Op basis van deze afweging is besloten voor een structurele inbedding van 2 fte maatwerk- en procesregisseurs in de gemeentelijke organisatie bij afdeling Samenleving, Team Werk en Inkomen. De pilot is succesvol afgerond. Daarmee heeft de menselijke maat een officiële plek in de gemeentelijke dienstverlening. Wat zijn de kosten? Uitgaande van 2 fte basisformatie maatwerk- en procesregie (structureel) en 1 fte flexibele inhuur (tijdelijk) zijn de totale kosten € 293.000. Hiervan is € 84.000 flexibele inhuur jaarlijks, voor vier jaar. We verwachten met deze aanpak, binnen dit scenario ruim €700.000 op jaarbasis te gaan besparen. Een deel van de incidentele kosten zijn ook meegenomen in de Regiodeal 'Zeeuwen zelf aan Zet'. Op basis van 9 doorgerekende maatwerkplannen, uitgevoerd door de maatwerkregisseurs, blijkt dat de maatwerkaanpak een directe besparing heeft opgeleverd van € 144.000 en een reële besparing van € 399.000. De gemiddelde besparing per casus is € 16.000, dit is vergelijkbaar met het bedrag dat het IPW aangeeft als gemiddelde, namelijk €14.000.
Hoe gaan we verder? Tijdens de pilot zijn we al gaande weg de volgende kansen gaan zien voor verdere verbeteringen. Zo kan de gemeente met de uitgangspunten van de doorbraakmethode en door het werk van het Maatwerkteam: de situatie onderzoeken en verbeteren van specifieke doelgroepen, zoals specifieke cliënten jeugdhulp. het ‘keukentafelgesprek’ bij de toegang tot het sociaal domein evalueren en verbeteren; gaandeweg handen en voeten geven aan 1-gezin-1-plan-1-regisseur; onderzoek doen naar en (proactief) beleid maken op ervaren knelpunten in de praktijk van de maatwerkregisseurs en ketenpartners, zoals: o beleid voor aanpak van situaties van vervuilde en overvolle huizen; o juiste indicatiestelling Wlz (Wet langdurige zorg); o behoefte aan wisselwoningen en andere woonvormen bij overlastsituaties. vraagsturing bevorderen en dure en onnodige zorgarrangementen en afspraken voorkomen bij nieuwe beleidsontwikkelingen en projecten, zoals: o de decentralisatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang; o Weer Thuis o de verdere uitwerking van de Wvggz; o de invoering van de ketenveldnorm Beveiligde bedden en levensloopfunctie;
10
o de aanpak van dakloosheid. bovenal de maatwerkgedachte delen met onze netwerkpartners, waardoor: o hulpverleners/professionals zelf uitgenodigd worden de kortste weg naar de meest passende oplossing te vinden voor hun cliënten; o een gezamenlijke verantwoordelijkheid ontstaat voor een goede ondersteuning van kwetsbare inwoners en wellicht een gedeelde financiering van doorbraken. We leggen de verbinding met projecten op gebied van zorg en veiligheid, zoals de verkorting van de veiligheidsketen en het project MDA++.
Project 4 Gezond in de stad (Gids) Sluiskil Wat hebben we gedaan? Na een lange voorbereidingstijd – waarbij we ook spraken met de Dorpsraad – zijn we uiteindelijk begin 2021 gestart met de uitvoering van het project. Vanaf maart 2021 tot aan 9 juli 2021 mochten leerlingen van groep 5 tot en met 8 van basisschool het Mozaïek in Sluiskil nadenken en dromen over hoe ze Sluiskuil zouden kunnen verbeteren. Ze startten met het invullen van de Leefplekmeter, waarin ze verschillende aspecten van het dorp konden scoren zoals veiligheid op straat, speelmogelijkheden, groen etc. Daarna gingen ze dromen over hoe het anders en beter kan. In gesprek met gemeenteambtenaren scherpten ze deze ideeën aan en met ondersteuning van docenten van Toonbeeld hebben ze hun ontwerpen gevisualiseerd. Op vrijdag 9 juli 2021 presenteerden ze de plannen aan de gemeente, de dorpsraad, aan-z, politie, woningcorporatie, verenigingen en ondernemers/bedrijven. Dit gebeurde in ’t Meulengat, op anderhalve meter afstand. Bij de aanwezigen is gepeild wat zij van deze ideeën vonden, aan welke zij eventueel willen bijdragen en hoe. Andere GIDS-projecten gericht op de jeugd Met Spelen in de Binnenstad is door de wijkraad samen met enthousiaste bewoners een spelletjesroute uitgezet in de Binnenstad om de wijk aantrekkelijker te maken voor kinderen en andere bewoners.
Zij worden zo tevens uitgenodigd om meer buiten te bewegen. In Sas van Gent is al eerder met kinderen gesproken over de leefomgeving in het kader van de visieontwikkeling voor de Omgevingswet. Bedoeling is om in 2022 een vergelijkbaar traject op te starten als in Sluiskil. Er zijn al gesprekken met bewoners in de wijk Sint Albert. Hun betrokkenheid en initiatieven vormen het uitgangspunt voor de invulling van het project. Bereikte resultaten Tijdens de ‘expo’ in ’t Meulengat zijn de volgende ideeën gepresenteerd: Sushitent (groep 7/8) Trampolinepark (groep 5) Winkelcentrum Wimpie (groep 5) Speelpark met kampeermogelijkheid (groep 6) Skatepark (groep 7/8) Arcade (game-paradijs) (groep 5) Sportcomplex (binnen en buiten) (groep 5) Trampoline- en klimpark (groep 7/8)
11
Aan het einde van de bijeenkomst is de leerlingenraad van het Mozaïek geïnstalleerd. De leerlingenraad zal aanspreekpunt zijn bij de verdere realisatie van de plannen. Om hun bijdrage te kunnen leveren nemen ze vanaf nu ook altijd deel aan de dorpsraadvergaderingen. We hebben al een aantal partijen uit het dorp betrokken. Het is de bedoeling dat we deze betrokkenheid intensiveren in het vervolgtraject. Andere GIDS-projecten Spelen in de Binnenstad had kreeg in 2020 een Kern-met-pit-predicaat en extra geld voor het project. In Sas van Gent is een eerste wijkschouw geweest met een aantal moeders in Sint Albert. Deze moeders krijgen zwemles. Dit is zo geregeld op hun verzoek en naar aanleiding van de verdrinking van een jongetje in de wijk een jaar geleden. Wat zijn de kosten? Kosten tot nu toe zijn vooral gemaakt voor de ondersteuning van Toonbeeld en de huur van ’t Meulengat. Ook de inzet van Pharos, ondersteuning bij de inzet van de Leefplekmeter, valt hieronder. In totaal gaat het om ongeveer € 2500. Voor de realisatie van de plannen kunnen we onder meer budget benutten uit de reserve GIDS. Tevens is dit project onderdeel van de Regiodeal ‘Zeeuwen zelf aan zet’. De realisatie van de plannen zal in meerdere opzichten mede gedragen moeten worden door Sluiskil. GIDS algemeen De komende jaren zullen de gelden uit de GIDS-reserve benut worden voor de kern- en wijkaanpak.
Naast Sluiskil, Sas van Gent en de Binnenstad van Terneuzen, zullen ook plannen uitgewerkt en uitgevoerd worden in Triniteit en Lievenspolder. We hebben hiervoor de middelen voor GIDS van het Rijk ondergebracht in een reserve. Hoe gaan we verder? Door Covid-19 heeft de voorbereidingsfase van GIDS Sluiskil lang geduurd. Aanvankelijk was het idee om begin van het schooljaar 20/21 te starten. Door Covid-19 werd dit uitgesteld tot na de herfstvakantie. Omdat toen geen externen meer de school in mochten is ervoor gekozen om het opnieuw uit te stellen. Begin 2021 is uiteindelijk besloten om een online variant te maken, wat veel aanpassingen in het originele plan vergde. Hierdoor kwam de organisatie voornamelijk in handen van school te liggen. Leerkrachten en enkele GGD medewerkers hebben een korte online training van Pharos gehad over de Leefplekmeter en hoe deze in te zetten in de groepen op school. Problemen met online verbindingen resulteerden in een invuloefening van de Leefplekmeter waarin weinig externe begeleiding mogelijk was. Toch hebben alle kinderen de Leefplekmeter kunnen invullen en zijn ze in volgende sessies onder leiding van school, en later ook van Toonbeeld, aan de slag gegaan met dromen en de visualisatie daarvan. Ze hebben tussentijds online nog aan de wethouder ideeën met vlogs en/of korte presentaties gepresenteerd.
Ook is er een generale repetitie voor een aantal ambtenaren van de gemeente Terneuzen georganiseerd. De komende tijd gaan we met alle betrokken partijen aan de slag om plannen of onderdelen daarvan te realiseren. Daarbij spelen de leerlingen van het Mozaïek een belangrijke rol. We zullen dit planmatig aanpakken en vooral in samenhang met andere ontwikkelingen in Sluiskil. Voorbeelden van andere ontwikkelingen zijn het onderzoek naar de leefomgeving door de GGD, de uitwerking van het Sportakkoord, de aansluiting aan-z en onderwijs en de zorg voor de veiligheid in het dorp.
12
Project 5 Aansluiting aan-z en onderwijs Wat hebben we gedaan? In 2020 startte de gemeente Terneuzen een pilot op 2 pilotlocaties voor 1,5 jaar om de basis- en preventieve voorzieningen voor jeugd te versterken, zodat kinderen en jongeren zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Betrokken partners zijn de besturen van kinderopvang en basisonderwijs, aan-z, jeugdgezondheidszorg (JGZ) en Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL). Om niet alleen de aansluiting te maken op deze pilotlocaties heeft aan-z sociaal werkers gekoppeld aan alle 23 basisscholen en gekoppelde kinderopvang (gemiddeld 2u per week per school). Het doel is scholen een vast aanspreekpunt te geven zodat samen preventiever en meer wijkgericht gewerkt wordt. De sociaal werkers werken met de leerkrachten samen rondom opvoedvragen en ook ouders kunnen laagdrempelig vragen stellen. Zo signaleren ze samen de behoeften van kinderen en wordt hun persoonlijke welzijn bevorderd. Het aantal uren van aan-z op de pilotlocaties is hoger (gemiddeld 4u per week per pilotlocatie) dan op de overige basisscholen. Dit geeft meer ruimte om zaken uit te werken, deel te nemen aan overleggen en mee te werken aan het opzetten van de brede samenwerking.
De pilots zijn er om in de praktijk te ervaren wat de succesfactoren van deze samenwerking zijn, wat school overstijgend geregeld moet worden en waar de deelnemende partijen tegenaan lopen in de onderlinge samenwerking. Binnen de pilots halen we op wat werkt, ook voor de andere 21 scholen. Aan-z investeerde in het uitwisselen van deskundigheid onder collega’s, zowel intern als op de scholen. Ook investeerde aan-z in trainingen gericht op onder andere echtscheidingsproblematiek, kinderen met een ouder in de gevangenis en hoe om te gaan met bijvoorbeeld ADHD. Aan-z kan daarmee goed inspelen op vragen van kinderen en ouders over deze onderwerpen. Bereikte resultaten Een tussenevaluatie van de 2 pilots geeft de volgende (voorlopige) conclusies: De betrokkenen ervaren dat de samenwerking is verbeterd en vinden dat ze meer preventief werken; Ze ervaren dat de samenwerking leidt tot een snelle(re) aanpak van problemen van kinderen en gezinnen; De ondersteuning wordt binnen beide pilots kind nabij georganiseerd; In het eerste pilotjaar zijn vanuit de pilots knelpunten gesignaleerd die vervolgens zijn opgepakt door de werkgroep onderwijs-zorg; Een aantal zaken die we in de pilots wilden uitproberen hebben we (onder invloed van COVID-19) nog niet kunnen uitvoeren.
Zo weten we nog onvoldoende hoe het gaat lukken om ouders te betrekken en kunnen we nog onvoldoende inschatten wat de benodigde tijdsinvestering van de betrokken partijen uiteindelijk zal zijn; Wat verder binnen de opdracht past, maar in het eerste jaar nog onvoldoende is uitgeprobeerd, is hoe we op een efficiënte manier en volgens de regels van de AVG gegevens met elkaar kunnen uitwisselen. Deze pilot wordt na de zomer uitgebreid met een derde pilotlocatie. Dit om de werkwijze ook uit te proberen op een kleinere locatie met minder zorgkinderen.
13
Vanuit de aansluiting op de basisscholen heeft aan-z in 2020 hulp geboden aan 38 kinderen. De vragen binnen de scholen zijn divers en het aantal wisselt per school. Veel voorkomende vragen gaan over het vergroten van het zelfvertrouwen van kinderen, werken aan sociale vaardigheden en werken rondom echtscheidingsproblematiek. Dit aantal geeft geen goed beeld van het werkelijke aantal kinderen en gezinnen dat aan-z vroegtijdig kan ondersteunen bij opvoedvragen of met het bieden van lichte opvoedondersteuning. Vanwege COVID-19 waren scholen deels gesloten. Op de momenten dat de scholen open konden zijn, waren er beperkende regels voor de aanwezigheid van ouders en sociaal werkers. De pilots konden daardoor niet volledig worden uitgevoerd (bijvoorbeeld een gezamenlijk gesprek met ouder en kind). We verwachten een toename van het aantal hulpvragen in 2021-2022. Het aantal hulpvragen kan ook stijgen vanuit het principe: aanbod creëert vraag. Een goede vraagverheldering en het normaliseren van opvoedvragen kan dit voorkomen. In het verleden merkte aan-z dat leerkrachten het lastig vinden om ouders het advies te geven hulp te vragen bij aan-z als er sprake is van opvoedproblemen. Doordat de sociaal werker nu in een vroeg stadium contact heeft met een gezin zijn zij vaak met kortdurende en lichte opvoedondersteuning al geholpen.
Hierdoor kan intensieve hulpverlening of een doorverwijzing naar een psycholoog soms worden voorkomen. Aan-z is in 12 gezinnen op een eerder moment gestart met lichte opvoedondersteuning. Aan-z sluit ook aan bij het preventieoverleg op school. In een wijk waren er zorgen over (kwetsbare) meisjes die rondhingen in de wijk. In samenwerking met aan-z is een meidengroep opgericht. In de meidengroep wordt door middel van activiteiten gesproken over maatschappelijke, actuele of intieme onderwerpen. De vraag is zo groot dat een tweede meidengroep wordt opgericht en ook een groep jongens willen graag een eigen groep. Naast een goede aansluiting tussen onderwijs en zorg vinden we zo ook aansluiting in de wijk. Wat zijn de kosten? Aan aan-z is in 2020 structureel aanvullend op de begroting € 93.000 toegekend voor de inzet en ontwikkeling van preventieve activiteiten. Dit bedrag hadden we al opgenomen in de notitie ‘Op weg naar een toekomstbestendig sociaal domein’ om jeugdpreventie te versterken. De aansluiting van de sociaal werkers van aan-z is nu gemiddeld 2 uur per week per basisschool en 4 uur per week per pilotlocatie. Beide trajecten maken inzichtelijk hoe we de preventieve inzet van aan-z op scholen zo efficiënt en effectief mogelijk maken en zo een optimale verbinding maken tussen onderwijs en jeugdhulp. We nemen de uitkomsten mee in de opdracht voor aan-z.
Hoe gaan we verder? Na de zomer 2021 wil aan-z, naast de geboden begeleiding en zodra de Coronamaatregelen dit toestaan, werken met themabijeenkomsten binnen de scholen. De leerkrachten, de jeugdverpleegkundige en de sociaal werker bepalen samen de thema’s. De sociaal werker vervult hierin een belangrijke brugfunctie en kan, als dat gewenst is, het jeugdpreventieteam of gebiedsteam van aan-z betrekken. Vanwege COVID-19 kon hier in 2020 en begin 2021 niet op worden ingezet. Naast het individuele aanbod binnen de scholen wil aan-z werken met vormen van groepsaanbod, zoals in het voorbeeld van de meidengroep. Wanneer blijkt dat er binnen een school meerdere leerlingen zijn met eenzelfde soort vraag, creëert de sociaal werker
14
een passend groepsaanbod. Dit kan ook in samenwerking met het jeugdpreventieteam of andere professionals binnen onze gemeente, zoals Emergis-preventie en de JGZ. We onderzoeken ook of en hoe we de afstemming van aan-z met het voortgezet en speciaal onderwijs nog verder kunnen verbeteren.
15