CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-10-20 a. Bepalen uitgangspunten rondom Omgevingswet - Ontwerpbesluit

commissie Omgeving 20 oktober 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Bepalen uitgangspunten ter voorbereiding op besluitvorming rondom de Omgevingswet6.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Ontwerpbesluit

Zitting van 9 november 2021 Omgeving & Economie - Planvorming zaaknummer: 296426

2021_Raad_00234 - Bepalen uitgangspunten ter voorbereiding op besluitvorming rondom de Omgevingswet Portefeuillehouder Frank Hulle,van Programma en/of paragraaf Programma Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Besluit Besluitpunt 1 De gemeenteraad besluit in te stemmen met de voorgestelde uitgangspunten ten aanzien van de delegatiebevoegdheid (bijlage 2), het verzwaard adviesrecht (bijlage 3) en verplichte participatie (bijlage 4) bij buitenplanse omgevingsvergunningen.

Wat is de aanleiding? In navolging op de raadsinformatiebijeenkomst van 15 juni bent u tijdens de workshops van 6 en 30 september voor de drie Zeeuws Vlaamse gemeenteraden nader geïnformeerd over de besluiten die voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten worden genomen. Conform het voorstel van de VNG dient de huidige raad zoveel mogelijk van deze besluiten te nemen of hierover tenminste richtinggevende uitgangspunten voor de nieuwe gemeenteraad op te stellen. Een aantal van de te nemen besluiten heeft betrekking op het mogelijk maken van ruimtelijke initiatieven die niet passen in het (tijdelijke) omgevingsplan nadat de wet in werking treed. In dit voorstel leggen wij u ten aanzien van deze ruimtelijke besluiten een aantal uitgangspunten voor. Dit valt in feite onder het "huiswerk" dat u na afloop van de workshops van 6 en 30 september heeft meegekregen. Nadat u heeft besloten om, al dan niet met inachtneming van eventuele opmerkingen uwerzijds, in te stemmen met de uitgangspunten, zullen wij de definitieve voorstellen voorbereiden ter besluitvorming in de gemeenteraad van 10 maart 2022.

1/26

Wat willen we bereiken? Wij willen voorafgaand aan de invoering van de Omgevingswet duidelijkheid hebben over de bevoegdheidsverdeling tussen college en raad. Hierdoor komt er ook duidelijkheid voor initiatiefnemers over de participatieplicht bij ruimtelijke initiatieven.

Argumenten 1.1 Wij willen de gemeenteraad goed voorbereiden op de definitief te nemen besluiten Zoals aan u is geschetst zult u in uw huidige samenstelling vooruitlopend op de Omgevingswet een aanzienlijk aantal besluiten moeten nemen. Het overzicht van de te nemen besluiten is opgenomen in bijlage 1 bij dit voorstel. Omdat er ten aanzien van een aantal van die besluiten keuzes gemaakt kunnen worden door uw gemeenteraad willen we de denkrichting ten aanzien van die te nemen besluiten ter consultatie aan u voorleggen. Wij nemen de resultaten van deze consultatie mee als de uitgangspunten voor nadere uitwerking van de definitieve besluiten. In maart 2022 worden de voorstellen voor definitieve besluitvorming aan uw raad aangeboden. Om deze reden verzoeken wij u om aan te geven of u zonder meer kunt instemmen met de genoemde uitgangspunten zoals benoemd in de bijlagen 2 tot en met 4 of dat er nog aandachtspunten zijn die in het definitief voor te leggen voorstel moeten worden meegenomen.

1.2 Wij willen de gemeenteraad eerst die besluiten laten nemen die nodig zijn om mee te kunnen werken aan ruimtelijke initiatieven Om ruimtelijke initiatieven na de invoering van de Omgevingswet goed te kunnen behandelen, moet de gemeenteraad voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet besluiten nemen over het delegatiebesluit (zie bijlage 2), het adviesrecht (zie bijlage 3) en participatie bij aanvragen omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (zie bijlage 4). Met de invoering van de Omgevingswet is er sprake van een (tijdelijk) omgevingsplan van rechtswege. De bestaande bestemmingsplannen en beheersverordeningen gaan hierin op. Aan initiatieven die niet passen binnen het tijdelijk omgevingsplan kan worden meegewerkt: 1. middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of; 2. door aanpassing van een (deel) van het (tijdelijke) omgevingsplan. Vanuit de huidige wetgeving liggen er afspraken over de verdeling van de bevoegdheden tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. Deze afspraken moeten goed worden doorvertaald naar de manier van werken onder de Omgevingswet. De keuzes hiervoor dienen door de gemeenteraad te worden gemaakt. Onder de Omgevingswet is de raad het bevoegd gezag voor het (wijzigen) van het omgevingsplan.

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd gezag voor het verlenen van alle (dus zowel binnenplanse en buitenplanse) omgevingsvergunningen. Voor initiatieven waarvoor het omgevingsplan gewijzigd moet worden kan de gemeenteraad besluiten in welke gevallen hij zijn bevoegdheid tot het wijzigen van delen van het

2/26

omgevingsplan aan het college wil delegeren. Dit wordt vastgelegd in een delegatiebesluit. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan, is het mogelijk om advies te vragen aan de raad (verzwaard adviesrecht) of participatie verplicht te stellen. 1.3. Wij willen m.b.t. de te nemen besluiten zoveel mogelijk aansluiten bij het advies vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) Wanneer we de lijn van de VNG volgen betekent dit dat u uiterlijk in de raadsvergadering van 10 maart 2022 (ervan uitgaande dat u op 7 oktober instemt met het voorstel voor het vergaderschema van de raad voor 2022) een aantal besluiten ter voorbereiding op de implementatie moet nemen. Rekening houdend met de termijnagenda betekent dit dat het collegevoorstel m.b.t. de te nemen raadsbesluiten uiterlijk 1 februari 2022 ter goedkeuring aan het college moet zijn aangeboden. Om u voldoende tijd te geven voor het meegeven van opmerkingen ten aanzien van de nu voorliggende uitgangspunten bieden wij deze aan voor de vergadering van de commissie Omgeving van 20 oktober 2021 en de raadsvergadering van 9 november 2021. Tijdens deze vergaderingen kunt u uw eventuele aandachtspunten meegeven, zodat wij deze kunnen meenemen in de voorbereiding van de definitieve voorstellen voor besluitvorming.

Voor die onderwerpen waarvan de besluiten goed kunnen worden voorbereid voor de raad van maart 2022 zullen wij voorstellen aan u voorleggen. Voor de onderwerpen die in januari nog niet voldragen ter besluitvorming kunnen worden voorgelegd, zullen wij uw raad in de huidige samenstelling wel vragen om uitgangspunten voor de nieuwe gemeenteraad mee te geven. De nieuwe gemeenteraad kan dan de besluiten voor 1 juli 2022 nemen. De reden waarom voor sommige onderwerpen nog geen voorstellen ter definitieve besluitvorming gereed kunnen zijn ligt voornamelijk in het feit dat er binnen Zeeland afspraken met ketenpartners moeten worden vastgelegd. Om te komen tot vastgestelde afspraken is onlangs een Zeeuwse werkgroep gestart. Daarnaast is er ook vanuit het Rijk nog onduidelijkheid over m.n. de financiële aspecten van de Omgevingswet en is op dit moment het onderzoek naar de kostendekkendheid van de legestarieven onder de Omgevingswet nog niet afgerond.

Kanttekeningen Er zijn geen kanttekeningen.

Wat mag het kosten? Aan dit voorstel zijn geen kosten verbonden.

Wat gaan we ervoor doen? Op grond van de uitgangspunten en eventuele aanvullingen hierop vanuit de gemeenteraad wordt een nadere uitwerking voorbereid. Hiervan wordt u tussentijds op de hoogte gehouden door de digitale nieuwsbrief en een eventueel vervolg op de masterclasses die nu met de VNG georganiseerd worden. De definitieve besluiten worden aan u voorgelegd in de raadsvergadering van 10 maart 2022. 3/26

Bijlagen 1. Bijlage 2 Delegatie onder de omgevingswet.pdf 2. Bijlage 3 verzwaard adviesrecht.pdf 3. Bijlage 4 Toetsingskader participatiebeleid Omgevingswet.pdf

4/26

DE OMGEVINGSWET wordt van ons allemaal

Bijlage 2 Delegatie onder de Omgevingswet 1 oktober 2021 Annemarie Arens

1 5/26

Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Delegatiebevoegdheid en de wettelijke grondslag 2.1 Delegatiebesluit over onderdelen van het omgevingsplan 2.1.1. Delegatiebesluit is een afzonderlijk besluit 2.1.2. Besluit dat op grond van het delegatiebesluit wordt genomen is onderdeel omgevingsplan 2.2. Delegatiebesluit voorbereidingsbesluit 3. Voorstellen delegatiebevoegdheid 3.1 Voorstel delegatiebesluit 3.1.1. Toelichting op voorstel 3.2 Voorstel voorbereidingsbesluit 3.1.2. Toelichting op voorstel

blz 3 blz 3 blz 3 blz 3 blz 3 blz 3 blz 4 blz 4 blz 4 blz 5 blz 5

2 6/26

1. Inleiding Wanneer de Omgevingswet in werking treedt komt er veel op gemeenten af. Acties moeten worden ondernemen om te komen tot een snellere en bestuurlijke besluitvorming. Zo is bijvoorbeeld ook in de procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan een mogelijkheid opgenomen de besluitvorming te versnellen. Dit kan via het zogenaamde delegatiebesluit. De gemeenteraad zal in dit verband moeten aangeven of hij van deze mogelijkheid gebruik wil maken en zo ja in welke vorm. 2. Delegatiebevoegdheid en de wettelijke grondslag Onder de Omgevingswet is de gemeenteraad het bevoegd gezag voor het vaststellen van het omgevingsplan. De gemeenteraad kan de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Dit is geregeld in artikel 2.8 van de Omgevingswet. 2.1 Delegatiebesluit over onderdelen van het omgevingsplan 2.1.1. Delegatiebesluit is een afzonderlijk besluit Het delegatiebesluit zoals bedoeld in artikel 2.8 van de Omgevingswet vormt een afzonderlijk besluit, dat geen deel uitmaakt van het omgevingsplan. Het bepaalt binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden de bevoegdheid kan of moet worden uitgeoefend en, voor zover nodig, binnen welke termijn. De gemeenteraad bepaalt of en zo ja, op welke wijze, toepassing aan deze bevoegdheid wordt gegeven.

Daarover moet de raad dan beleidsregels in de zin van artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vaststellen. Deze nieuwe delegatiemogelijkheid komt voor een deel in de plaats van het huidige artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening. In dit artikel is geregeld dat de raad de mogelijkheid heeft om de bevoegdheid om een bestemmingsplan uit te werken of te wijzigen kan overdragen aan het college van burgemeester en wethouders. Het is niet mogelijk om de bevoegdheid tot het vaststellen van het volledige omgevingsplan over te dragen. 2.1.2. Besluit dat op grond van het delegatiebesluit wordt genomen is onderdeel omgevingsplan Wanneer er op grond van het door de raad genomen delegatiebesluit een besluit tot aanpassing van het omgevingsplan wordt genomen, wordt het omgevingsplan voor het desbetreffende deel gewijzigd. Er is dan geen sprake van een zelfstandige planfiguur. Tegen deze wijziging kan dan op dezelfde manier worden opgekomen als tegen de vaststelling van het omgevingsplan, namelijk door het instellen van beroep bij de Raad van State. 2.2.

Delegatiebesluit voorbereidingsbesluit

Op grond van artikel 4.14, lid 5 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Het voorbereidingsbesluit is een besluit dat tijdelijk ontwikkelingen inperkt, die op grond van de geldende regels mogelijk zijn. Het kan bijvoorbeeld dat iets is toegestaan volgens het 3 7/26

tijdelijke omgevingsplan, maar strijd oplevert met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. De gemeenteraad kan dan een voorbereidingsbesluit nemen, waardoor regels tijdelijk niet gelden. De bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit kan onder de Omgevingswet worden gedelegeerd aan het college. Deze mogelijkheid bestaat onder de Wet ruimtelijke ordening niet. In de nieuwe wet is dit opgenomen omdat het college een omgevingsplan voorbereidt en daarmee dan ook goed in staat is om op een effectieve wijze en in de regel sneller dan de gemeenteraad een voorbereidingsbesluit te nemen. Het voorbereidingsbesluit wijzigt het omgevingsplan. De voorbeschermingsregels staan straks niet meer in het voorbereidingsbesluit, maar in het omgevingsplan. De burger raadpleegt slechts één document: het omgevingsplan. De voorbeschermingsregels kunnen nieuwe regels aan het omgevingsplan toevoegen. Denk daarbij aan een verbod op het realiseren van een activiteit of een verbod zonder vergunning een activiteit te realiseren. De voorbeschermingsregels kunnen ook regels uit het omgevingsplan buiten werking stellen. Zij kunnen alleen de bestaande situatie bevriezen. 3. 3.1

Voorstellen delegatiebevoegdheid Voorstel delegatiebesluit voor delen van het omgevingsplan

Wij stellen de gemeenteraad voor om in aansluiting bij de huidige praktijk de bevoegdheid tot het wijzigen of uitwerken zoals opgenomen in het tijdelijk omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Ten aanzien van wijzigingen die niet vermeld staan in het tijdelijke omgevingsplan wordt voorgesteld geen delegatiebesluit te nemen. Dit komt weer aan de orde bij de voorbereiding van het nieuwe gemeentebrede omgevingsplan. 3.1.1. Toelichting op het voorstel De reden voor dit voorstel is met name gelegen in het feit dat wij op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt beschikken over het zogenaamde tijdelijke omgevingsplan. Het tijdelijke omgevingsplan betreft alle geldende bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Hierover zijn al door de raad vastgestelde besluiten genomen. In de huidige bestemmingsplannen zijn wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen waarin wordt bepaald dat voor specifieke gevallen of locaties het college bevoegd gezag is voor het wijzigen of uitwerken van het bestemmingsplan. Onder de Omgevingswet bestaan deze instrumenten tot het wijzigen of uitwerken van het omgevingsplan niet meer. De aangewezen locaties zijn echter wel onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan (met o.a. de ‘oude’ bestemmingsplannen en beheersverordeningen).

De kaders (wijzigingsvoorwaarden en uitwerkingsregels) zijn reeds vastgesteld door de raad. De raad heeft het college in het verleden al aangewezen als het bevoegd gezag voor het wijzigen en uitwerken van het bestemmingsplan. Wij stellen de raad dan ook voor deze bevoegdheid onder de Omgevingswet aan het college te delegeren. Met dit voorstel sluiten we zoveel als mogelijk aan bij de huidige praktijk zonder dat dit tekort doet aan het werken volgens de Omgevingswet. Op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet is er sprake van een beleidsneutrale overgang. Het voordeel hiervan is dat we in de eerste fase van de Omgevingswet de focus kunnen leggen op de veranderende processen en op het kunnen doorgaan van de initiatieven. Indien er hiernaast veel wijzigingen plaatsvinden in bijvoorbeeld het verplaatsen van bevoegdheden, kan dit nadelige gevolgen hebben.

4 8/26

Bij het bepalen van de uitgangspunten en aanzien van het nieuwe omgevingsplan kan dan in een gezamenlijk traject met de gemeenteraad op termijn alsnog gekeken worden naar (onderdelen) binnen dat nieuwe omgevingsplan die in aanmerking komen voor een delegatiebesluit. 3.2.

Voorstel delegatiebesluit voorbereidingsbesluit

Ten aanzien van het delegatiebesluit voorbereidingsbesluit stellen wij voor dat de gemeenteraad de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit delegeert aan het college. 3.2.1. Toelichting op het voorstel Het voorbereidingsbesluit is een besluit dat ontwikkelingen tijdelijk inperkt, die op grond van de geldende regels mogelijk zijn. Het kan bijvoorbeeld dat iets is toegestaan volgens het tijdelijke omgevingsplan, maar niet volgens het omgevingsplan in voorbereiding. De gemeenteraad kan dan een voorbereidingsbesluit nemen, waardoor regels tijdelijk niet gelden. Een voorbereidingsbesluit dient in de praktijk vooral om ongewenste ontwikkelingen gedurende een bepaalde periode te voorkomen. Een planologische regime wordt tijdelijk ‘bevroren’, nieuwe ontwikkelingen zijn dan niet mogelijk. Vaak is ook snelheid van handelen vereist. Deze snelheid is er, gelet op de huidige frequentie van de raadsvergaderingen, vaak niet. De bevoegdheid delegeren aan het college zorgt er voor dat er meer efficiënt en effectief kan worden voorkomen dat er ongewenste ruimtelijk ontwikkelingen plaatsvinden. Wanneer een dergelijke situatie zich voordoet, dient het college de gemeenteraad in kennis te stellen van het genomen voorbereidingsbesluit.

5 9/26

DE OMGEVINGSWET wordt van ons allemaal

Bijlage 3 Verzwaard adviesrecht Het aanwijzen van gevallen waarbij de gemeenteraad verplicht advies uitbrengt 1 oktober 2021 Annemarie Arens

1 10/26

Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Verzwaard adviesrecht 2.1 Huidige situatie: verklaring van geen bedenkingen 2.1.1 Wettelijke grondslag 2.1.2 Terneuzense praktijk 2.2. Toekomstige situatie: verzwaard adviesrecht 2.2.1 Wettelijke grondslag 2.2.2 Verzwaard adviesrecht gemeenteraad in de toekomstige praktijk 3. Afwegingen 3.1 Rol gemeenteraad 3.2 Werkdruk gemeenteraad 3.3 Beslistermijn bij omgevingsvergunningen 3.4 Overgangsperiode van tijdelijk naar definitief omgevingsplan 3.5 Voortzetting huidige werkwijze 4. Voorstel 4.1 Toelichting op het voorstel 4.2 Aanvullend advies

blz 3 blz 3 blz 3 blz 3 blz 4 blz 4 blz 4 blz 5 blz 6 blz 6 blz 6 blz 7 blz 7 blz 8 blz 8 blz 9

2 11/26

1. Inleiding Wanneer de Omgevingswet in werking treedt komt er veel op gemeenten af. Zo zal er voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding door de gemeenteraad moeten worden aangegeven of er gebruik gemaakt gaat worden van het zogenaamde verzwaarde adviesrecht. Dit is het best te vergelijken met de huidige verklaring van geen bedenkingen. In Terneuzen heeft uw raad besloten dat er een verklaring van geen bedenkingen is vereist als er sprake is van een politiek gevoelig initiatief. In deze bijlage vergelijken we de huidige en toekomstige mogelijkheden. Op die manier proberen we een helder beeld te scheppen van het verzwaard adviesrecht onder de Omgevingswet. Wij willen uitleg geven over wat het verzwaard adviesrecht inhoud en doen u een voorstel over de manier waarop dit in Terneuzen geïmplementeerd kan worden 2. Verzwaard adviesrecht 2.1 Huidige situatie: verklaring van geen bedenkingen 2.1.1. Wettelijke grondslag Op grond van artikel 6.5 van het Besluit Omgevingsrecht dient het college van burgemeester en wethouders bij aanvragen om een omgevingsvergunning voor afwijkingen van het bestemmingsplan/beheersverordening een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) te vragen aan de gemeenteraad. Zonder deze verklaring mag de omgevingsvergunning niet worden verleend.

Om de gemeenteraad de mogelijkheid te bieden om niet voor elke omgevingsvergunning waarbij een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk is een vvgb te moeten afgeven biedt artikel 6.5, lid 3 van het Besluit Omgevingsrecht de mogelijkheid om (categorieën van) gevallen aan te wijzen waarin een vvgb niet vereist is. Op deze manier kunnen bepaalde activiteiten worden aangewezen, waarvan de gemeenteraad vindt dat deze zondermeer door het college kunnen worden afgedaan. De raad hoeft op deze manier niet bij elke aanvraag als adviseur betrokken te worden. 2.1.2. Terneuzense praktijk In 2010 heeft de gemeenteraad besloten om geen vvgb te eisen voor: - Alle projecten waarvoor het college bevoegd gezag is, waarbij voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, toepassing wordt gegeven aan artikel 2.12, eerste lid onder a, sub 3° van die wet (omgevingsprojectbesluit). - Die projecten, die na behandeling van het overzicht van aanvragen die in strijd zijn met het bestemmingsplan in de Commissie Omgeving, op voorstel van de Commissie als politiek gevoelig worden aangemerkt, worden vervolgens geagendeerd voor behandeling in de gemeenteraad.

3 12/26

Dit houdt in de huidige praktijk in dat u geen vvgb eist voor alle projecten die in strijd zijn met het bestemmingsplan, mits niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening en voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Wanneer een project op voorstel van de Commissie Omgeving als politiek gevoelig wordt aangemerkt, vindt behandeling in de raad plaats. 2.2 Toekomstige situatie: verzwaard adviesrecht 2.2.1 Wettelijke grondslag Net als bij de regeling over de vvgb heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de besluitvorming, maar onder de Omgevingswet is de insteek anders. Onder de Omgevingswet ligt de bevoegdheid voor het afwijken van het omgevingsplan ten aanzien van aanvragen om een omgevingsvergunning bij het college van burgemeester en wethouders. Bij de vvgb gaf de raad aan waarbij hij niet betrokken wenst te worden. Onder het verzwaard adviesrecht moet de gemeenteraad juist gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarbij de raad adviseur wil zijn. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan het omgevingsplan. Bij deze omgevingsplanactiviteiten kan geen gebruik worden gemaakt van de zogenaamde binnenplanse toetsings- en -beoordelingscriteria.

In plaats daarvan moet worden beoordeeld of de buitenplanse activiteit voldoet aan het criterium uit artikel 5.21, lid 2 onder b Omgevingswet: ‘een evenwichtige toedeling van functies aan een locatie’. Dit criterium kan worden gezien als een uitbreiding van het huidige criterium ‘een goede ruimtelijke ordening’. De zogenaamde kruimelgevallenregeling komt onder de nieuwe Omgevingswet te vervallen. Een belangrijke reden voor de kruimelgevallenregeling was dat de reguliere procedure gevolgd kon worden. Bij invoering van de Omgevingswet is de procedure voor omgevingsplanactiviteit de reguliere werkwijze. Zo vervalt de noodzaak voor de kruimelregeling. Beleid van de gemeente over toepassing van de kruimellijst dat in beleidsnota's is vastgelegd, kan nog steeds worden gebruikt. Dat geldt nog steeds na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het verzwaard adviesrecht is geregeld in artikel 16.15a, onder b juncto artikel 16.15, eerste lid van de Omgevingswet. In die gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvan de raad heeft bepaald advies te willen uitbrengen, is het college gehouden dit advies in de besluitvorming over een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mee te nemen. Het advies van de raad is bindend.

2.2.2 Verzwaard adviesrecht gemeenteraad in de toekomstige praktijk Met het verzwaard adviesrecht heeft de gemeenteraad invloed op de besluitvorming bij aanvragen om omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Hieronder geven we een korte schets van de eventuele toekomstige praktijk: Ontvangst aanvraag Wanneer er een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit binnenkomt, danwel er na toetsing blijkt dat er sprake is van een

4 13/26

buitenplans initiatief moet beoordeeld worden of het gaat om een initiatief waarvoor verzwaard adviesrecht geldt. Als dat het geval is dan moet het college de raad hiervan in kennis stellen. Dat zal gebeuren door het aanbieden van de lijst met buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten aan de commissie Omgeving. Behandeling in de raad Tijdens een vergadering van de commissie Omgeving wordt het initiatief behandeld. Het college brengt daarbij het initiatief ter sprake en licht zo nodig het plan toe. Tijdens de behandeling komen eventuele wensen en bedenkingen van de commissie ten aanzien van het voorliggende initiatief ter sprake. De besproken zaken worden verwoord in een advies aan het college. Doorwerking en advies Het door de raad gegeven advies dient door het college toegepast te worden in het besluit op de aanvraag om een omgevingsvergunning. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om aanvullende of afwijkende voorwaarden met betrekking tot de uit te voeren activiteit. Ook kan de raad vragen om een verdere onderbouwing op bepaalde onderdelen. Bezwaar en beroep Bezwaar en beroep op het besluit op een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit dient te worden ingediend bij en behandeld te worden door het college van burgemeester en wethouders.

Het college dient in een dergelijke situatie het advies dat de raad heeft gegeven te onderbouwen en te verdedigen. 3. Afwegingen In hoofdstuk 2 is uiteengezet wat de juridische mogelijkheid is voor de gemeenteraad om via het verzwaard adviesrecht invloed te hebben om de vergunningverlening voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Het is aan de gemeenteraad om af te wegen welk soort buitenplanse activiteiten hij dusdanig belangrijk vindt, dat er hiervoor een nader verzwaard raadsadvies noodzakelijk is waarmee het college rekening moet houden in de besluitvorming. Er kunnen voor de gemeenteraad verschillende afwegingen zijn om al dan niet gevallen aan te wijzen voor verzwaard adviesrecht. Te denken valt aan: - de rol van de gemeenteraad; - de werkdruk van de gemeenteraad; - de beslistermijn van vergunningsaanvragen onder de Omgevingswet - de overgang van omgevingsplan van rechtswege naar een omgevingsplan voor het gehele grondgebied; - het voortzetten van de huidige werkwijze. In de volgende paragrafen lichten wij deze afwegingen nader toe.

5 14/26

3.1 Rol van de gemeenteraad Onder de Omgevingswet wordt de gemeenteraad nadrukkelijker het kaderstellende en controlerende bestuursorgaan van de gemeente. De gemeenteraad wordt geacht de hoofdlijnen uit te zetten en toezicht te houden op het beleidsproces. Het college van burgemeester en wethouders krijgt juist meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid. Vanuit de gedachte van de Omgevingswet dient de gemeenteraad zich te focussen op het proces van visievorming en kaderstelling enerzijds, en controle en verantwoording anderzijds. Deze focus kan in situaties leiden tot spanning met de rol van de gemeenteraad als volksvertegenwoordiger. De raad blijft namelijk ook die rol houden, waarbij een stem wordt gegeven aan opvattingen die op een bepaald moment in de samenleving naar voren komen. Inwoners zullen raadsleden aanspreken op punten waarop zij actie verwachten. In de rol als volksvertegenwoordiger dient de raad steeds af te wegen en een balans te vinden tussen politieke en bestuurlijke belangen. Met het oog op deze afweging en balans is het daarom van belang dat de raad aangeeft wat er in zijn optiek echt belangrijk is. Dit kan vervolgens worden vastgelegd in de Omgevingsvisie en (in het verlengde daarvan) het omgevingsplan. Toepassing van verzwaard adviesrecht bij omgevingsvergunningen speelt hierin feitelijk een secundaire rol.

De afweging zou dan ook kunnen zijn dat verzwaard adviesrecht in dat verband alleen moeten worden toegepast als advisering door de gemeenteraad een toegevoegde waarde heeft. Bijvoorbeeld bij initiatieven met een significante omvang of een bepaalde aard. 3.2 Werkdruk gemeenteraad Ook een belangrijke afweging die de raad moet maken bij de keuze tot het aanwijzen van gevallen voor verzwaard advies is de werkdruk van de gemeenteraad. Wanneer de raad (te) veel gevallen aanwijst voor verzwaard adviesrecht, dient de gemeenteraad over al die gevallen advies uit te brengen. Onvoldoende afweging en inkadering van soorten gevallen kan dan leiden tot een onwerkbare druk voor de raad. Ook qua werkdruk is het van belang dat de raad goed afweegt voor welk soort gevallen verzwaard adviesrecht gewenst is. 3.3. Beslistermijn bij omgevingsvergunningen Onder de Omgevingswet is de reguliere procedure als bedoeld in artikel 4.1.3. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit wil zeggen dat op vrijwel alle omgevingsvergunningsaanvragen binnen een termijn van 8 weken besloten dient te worden. Deze termijn kan eenmalig met maximaal 6 weken worden verlengd. Slechts in specifieke situaties geldt de uitgebreide procedure met een beslistermijn van 6 maanden.

In artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit staan er hele specifieke gevallen benoemd ten aanzien van bepaalde milieubelastende activiteiten en lozingen. Ook wanneer een aanvrager zelf verzoekt om of instemt met een uitgebreide procedure kan de uitgebreide procedure worden gevolgd (artikel 16.65, lid 1 onder b Omgevingswet). Tenslotte kan het college de uitgebreide procedure van toepassing verklaren als het gaat om een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

6 15/26

a. als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en b. waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Doordat de reguliere termijn het uitgangspunt is, is het van groot belang de werkprocessen binnen de termijn van 8 weken zo efficiënt en effectief mogelijk in te richten. Binnen de termijn dient voldoende ruimte te worden gegeven voor toepassing van het verzwaard adviesrecht. Gelet op de huidige vergaderfrequentie van de gemeenteraad lijkt deze termijn vooralsnog lastig haalbaar, wanneer de raad een groot aantal gevallen aanwijst voor verzwaard adviesrecht. 3.4. Overgangsperiode van tijdelijk naar definitief omgevingsplan Op 1 juli 2022 is er sprake van een (tijdelijk) omgevingsplan van rechtswege. Dat wil zeggen dat alle huidige bestemmingsplannen en beheersverordeningen op die datum onderdeel zijn van het tijdelijke omgevingsplan of ook wel het omgevingsplan van rechtswege genoemd. Dat geldt ook voor de Omgevingsvisie. Vanuit de tijdelijke varianten dient de gemeente zelf te komen tot een volwaardige Omgevingsvisie en omgevingsplan. In de tussenliggende periode zullen initiatieven binnenkomen die in strijd zijn met het omgevingsplan van rechtswege.

Deze initiatieven worden vergund middels een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarvoor ten aanzien van het verzwaard adviesrecht alle hiervoor benoemde afwegingen gelden. 3.5. Voortzetten huidige werkwijze In hoofdstuk 2 beschreven wij de huidige praktijk ten aanzien van de verklaring van geen bedenkingen (vvgb). In de huidige praktijk legt de gemeenteraad de besluitvorming ten aanzien van verreweg de meeste buitenplanse initiatieven al bij het college. Enkel in ‘politiek gevoelige’ situaties wil de gemeenteraad besluitvorming in eigen hand hebben. In het onderstaande overzicht ziet u welke aanvragen om omgevingsvergunningen die niet pasten in het bestemmingsplan u in 2019, 2020 en 2021 als politiek gevoelig heeft aangemerkt. Het gebruik van een bestaand verhard pad Het bouwen van een zonnepark van 12 ha in Sas van Gent Het bouwen van een zonnepark van 27,4 ha in de Koegorspolder Het bouwen van een zonnepark van 38,7 ha in de Koegorspolder Het uitbreiden van een bedrijventerrein t.b.v. de opslag van goederen en materialen Het realiseren van twee windturbines op de Axelse Vlakte Het realiseren van een energievoorziening binnen de eigen inrichting (pellet fabriek Axel) In principe lijkt het door deze werkwijze al of we in Terneuzen al jaren volgens het ‘nieuwe’ verzwaarde adviesrecht opereren.

De huidige werkwijze kan onder de nieuwe wet zoveel mogelijk worden voortgezet. Onder de Omgevingswet gelden er wel enkele aanvullende voorwaarden. Naast een goede ruimtelijke onderbouwing mag er geen sprake zijn van een onevenredige verstoring van een evenwichtige indeling van

7 16/26

functies op een locatie. Op deze manier behoudt de gemeenteraad min of meer dezelfde bevoegdheden als nu het geval is. 4. Voorstel Wij stellen de raad voor om in te stemmen met het uitgangspunt om in de raadsvergadering van januari 2022 de volgende categorie van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen, waarbij de raad optreedt als adviseur en waarbij het advies van de gemeenteraad in acht moet worden genomen bij het beslissen op de aanvraag om de omgevingsvergunning of het verlenen of onthouden van instemming: -

Initiatieven met veel impact, zoals bedoeld in het Toetsingskader Participatiebeleid Omgevingswet (zie bijlage 4).

Het besluit wordt genomen om te kunnen starten met werken overeenkomstig de Omgevingswet. Tussentijdse evaluatie vindt plaats na een periode van een jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet of zoveel eerder op verzoek van de gemeenteraad. 4.1. Toelichting op het voorstel Met dit voorstel sluiten we zoveel als mogelijk aan bij de huidige praktijk. Het is daarbij wel van belang dat het verzwaard adviesrecht voldoet aan het uitgangspunten van de Omgevingswet. Daarnaast is het van belang dat het advies van de raad ook een significante toegevoegde meerwaarde heeft. Het aansluiten bij de huidige praktijk maakt het niet mogelijk om initiatieven generiek aan te wijzen. Vrijwel dezelfde initiatieven kunnen een heel andere impact hebben en behoeven om die reden een verschillende mate van advisering. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in verband met de locatie van het initiatief of eventuele maatschappelijke aandacht voor het initiatief. Derhalve is een situatieafhankelijke benadering gewenst. Maar aandachtspunt hierbij is dat gemotiveerd dient te worden waarom een bepaald initiatief bijvoorbeeld veel impact heeft en dus voldoet aan mogelijke criteria voor het toepassen van het verzwaarde adviesrecht. Vanuit het uitgangspunt dat ieder initiatief per geval een eigen advisering behoeft, biedt het Toetsingskader Participatiebeleid Omgevingswet naar onze mening aanknopingspunten.

Hierin wordt de vorm en mate van participatie voor initiatieven onder andere bepaald door de impact van het initiatief. Dezelfde methode kan toegepast worden voor het bepalen van het al dan niet toepassen van het verzwaard adviesrecht. Bij een initiatief met meer impact zal een raadsadvies meer waardevolle toevoeging hebben dan bij een initiatief met minder impact. Om die reden zou gesteld kunnen worden dat alleen gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten met een bepaalde mate van impact in aanmerking zouden kunnen komen voor verzwaard adviesrecht. Vaststelling van de mate van impact vindt plaats op basis van de volgende criteria: - de omvang van het initiatief, - het (maatschappelijk/individueel) belang van een initiatief, - de mate van hinder van een initiatief, - de (maatschappelijke/politieke) aandacht bij een initiatief. Initiatieven kunnen op basis van de genoemde criteria in drie categorieën ingedeeld worden: initiatieven met weinig, matig en veel impact.

8 17/26

Voorgesteld wordt om vooralsnog alleen gevallen van buitenplanse omgevingsplanactivitei-ten met ‘veel impact’ aan te wijzen voor verzwaard adviesrecht. Wij baseren dit voorstel op het feit dat wij denken dat een verzwaard raadsadvies in situaties met veel impact van toegevoegde waarde is. Bovendien sluit dit voorstel aan bij de huidige praktijk waarin de raad situatie-afhankelijk aangeeft of hij invloed wil hebben op de besluitvorming. Daarnaast spelen de afwegingen zoals benoemd in hoofdstuk 3 mee. 4.2. Aanvullend advies Wanneer de gemeenteraad besluit om in te stemmen met het voorstel ten aanzien van de uitgangspunten voor het verzwaard adviesrecht, zijn er nog een aantal stappen te nemen. Te denken valt aan: a. Het opstellen van werkprocessen die toezien op de uitvoering en de toepassing van de methodiek met betrekking tot het bepalen van de impact. b. Het bepalen van de vorm en wijze waarop gevallen voor verzwaard adviesrecht in de raad worden behandeld. c. Het na een periode van ongeveer een jaar na vaststelling van het besluit over het verzwaard adviesrecht evalueren van de werkwijze.

Voor de verdere werkbaarheid en rekening houdend met afwegingen zoals genoemd in hoofdstuk 3 van deze memo, kan er voor worden gekozen om op grond van artikel 16.65, lid 4 van de Omgevingswet gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten door het college te laten aanwijzen waarbij de uitgebreide procedure van toepassing is. Dit biedt het bevoegd gezag meer tijd om het besluit voor te bereiden en hierdoor krijgt de raad meer tijd om advies uit te brengen.

9 18/26

DE OMGEVINGSWET wordt van ons allemaal

Bijlage 4 Toetsingskader Toetsingskader verplichte participatie Omgevingswet Terneuzen 1 oktober 2021 Annemarie Arens

1 19/26

Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Verplichte participatie 3. Afwegingen om te komen tot een toetsingskader 3.1 Complexiteit van een omgevingsplanactiviteit 3.2 Impact van een omgevingsplanactiviteit 3.3 Binnen- of buitenplanse omgevingsplanactiviteit 4. Voorstel 4.1 Niveaus van participatie passend bij impact initiatief 4.2 Nader advies

blz 3 blz 4 blz 5 blz 5 blz 6 blz 6 blz 7 blz 7 blz 8

2 20/26

1.

Inleiding

De Omgevingswet zegt over participatie: 'het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij het proces van besluitvorming over een project of activiteit'. Belanghebbenden zijn burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Met de invoering van de wet geldt voor alle vergunningsaanvragen om een Omgevingsvergunning dat: - Een initiatiefnemer moet aangeven of participatie heeft plaatsgevonden (indieningsvereiste); - als participatie heeft plaatsgevonden, de initiatiefnemer aangeeft hoe dit heeft plaatsgevonden en wat de resultaten zijn; - als er geen participatie heeft plaatsgevonden, is dat in eerste aanleg geen grond om de aanvraag niet in behandeling te nemen, tenzij de gemeenteraad over het soort initiatief waarvoor de aanvraag wordt ingediend heeft bepaald dat de initiatiefnemer hierbij verplicht aan participatie moet doen.

3 21/26

2. Verplichte participatie Er zijn in principe twee manieren waarop buitenplans medewerking kan worden verleend aan een van het omgevingsplan afwijkende activiteit: 1. wijziging van het omgevingsplan; 2. omgevingsvergunning voor activiteiten die afwijken van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). In het eerste geval is het op basis van het Omgevingsbesluit (artikel 10.2) altijd verplicht om aan participatie te doen. Bij de aanvraag voor een buitenplanse omgevingsvergunning ligt dat anders. De gemeenteraad heeft ingevolge het bepaalde in artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet de bevoegdheid om gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen, waarbij participatie vooraf verplicht is. Voor die gevallen moet de initiatiefnemer aantonen dat participatie heeft plaatsgevonden. Als er niet aan participatie is gedaan, kan de aanvraag buiten behandeling worden gedaan. Ook in dit geval mogen geen aanvullende aanvraagvereisten worden gesteld; de wijze waarop de participatie wordt uitgevoerd is namelijk vormvrij.

De initiatiefnemer mag zelf bepalen hoe hij de participatie invult. Participatie dient plaats te vinden voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt ingediend. Bij het indienen van de aanvraag dient de initiatiefnemer een participatieverslag in. Hierin geeft hij aan wie er bij de participatie zijn 4 22/26

betrokken, hoe belanghebbenden zijn benaderd, hoe de inbreng is gegeven, hoe die is verwerkt in het plan en welke afwegingen daarin zijn gemaakt. Er is geen verplichting om gevallen aan te wijzen. Wanneer de raad geen gevallen aanwijst is participatie bij aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit niet verplicht. Bij de implementatie van de Omgevingswet zal de raad voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit moeten bepalen of en zo ja, in welke gevallen van activiteiten participatie verplicht is. 3. Afwegingen om te komen tot een toetsingskader De gemeenteraad dient voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet aan te geven of en zo ja in welke gevallen zij bij omgevingsvergunningsaanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten participatie verplicht wenst te stellen. De gemeente krijgt onder de Omgevingswet te maken met een groot aantal omgevingsplanactiviteiten, die kunnen variëren in: - Complexiteit - Impact - Binnen- of buitenplans Om goed onderbouwd te kunnen beoordelen welke vorm van participatie het meest geschikt is bij welke omgevingsplanactiviteit, willen we komen tot een afgewogen structuur waarbinnen de verschillende initiatieven een plaats krijgen en waarmee ze verbonden worden aan een bepaald niveau van participatie. 3.1.

Complexiteit van de omgevingsplanactiviteit

Voor het vaststellen van de complexiteit van een omgevingsplanactiviteit kan er gebruik worden gemaakt van een categorie-indeling. •

•

•

Categorie 1 Eenvoudige en enkelvoudige aanvraag Initiatieven in deze categorie zijn eenvoudig en enkelvoudig (denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van een dakkapel of een erfafscheiding). Ze kunnen vanaf aanvraag tot toestemming en/of vergunningverlening dan ook snel worden verleend. Een aanvraag wordt normaal gesproken binnen 8 weken verleend. Categorie 2 Meervoudige aanvraag Voor toestemming/vergunningverlening voor initiatieven binnen deze categorie zijn meerdere adviezen binnen de gemeente en eventueel van de Omgevingsdienst nodig (bijvoorbeeld verbouwing van een woning met het aanleggen van een inrit en het kappen van een boom). Een aanvraag wordt normaal gesproken binnen 8 weken verleend. Categorie 3 Complexe aanvraag Voor initiatieven binnen deze categorie is een uitgebreide procedure nodig. Meestal is sprake is van meerdere bevoegde gezagen (bijv. bij vestiging van een bedrijf met effecten voor het milieu, of het aanleggen van een zonnepark). De aanvragen van deze omgevingsvergunningen kennen vaak al een lang voortraject. In Terneuzen loopt dit voortraject tot nu toe in de vorm van een principeverzoek. Daarbij dient opgemerkt te worden dat niet alle principeverzoeken die behandeld worden betrekking hebben op complexe aanvragen.

5 23/26

3.2.

Impact van de Omgevingsplanactiviteit

Het niveau van participatie voor een omgevingsinitiatief is sterk afhankelijk van de impact van dat initiatief. Vaak geldt dat een meervoudige of complexe aanvraag ook gaat over een omgevingsplanactiviteit met veel impact. Maar dat hoeft niet per definitie zo te zijn. Daarom is het aan te bevelen om de impact van een omgevingsplanactiviteit goed te bepalen. Impact is een veelzijdig begrip. Het bepalen van impact kan dan ook alleen maar gebeuren door te kijken naar verschillende aspecten van een initiatief, zoals: - De omvang, - Het (maatschappelijk/individueel) belang, - De mate van hinder, - De (maatschappelijke/politieke) aandacht. De beoordeling van deze aspecten die de impact bepalen, dient objectief en inzichtelijk te gebeuren. Aan de hand van een vragenlijst zou een initiatiefnemer moeten kunnen beoordelen of er sprake is van een: - Omgevingsplanactiviteit met weinig impact, - Omgevingsplanactiviteit met matige impact, - Omgevingsplanactiviteit met veel impact. 3.3.

Binnenplanse of buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Wanneer een omgevingsplanactiviteit binnen de regels van het omgevingsplan past kan het daadwerkelijk doorlopen van een participatietraject niet verplicht worden voorgeschreven. Wanneer de omgevingsplanactiviteit buiten de regels van het omgevingsplan valt kan dit wel verplichtend worden voorgeschreven. De gemeente zou er in dit verband aan kunnen denken om twee categorieën van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarbij participatie en overleg met belanghebbenden verplicht wordt gesteld: - Omgevingsplanactiviteiten met veel impact, - Omgevingsplanactiviteiten die plaatsvinden op in de nabijheid van kwetsbare locaties.

6 24/26

4. Voorstel Wij stellen de gemeenteraad voor om in te stemmen met de volgende uitgangspunten ten aanzien van verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten: - Een initiatiefnemer is verplicht om participatie toe te passen en overleg te voeren met belanghebbenden wanneer de door hem gewenste omgevingsplanactiviteit een grote impact heeft op de omgeving (gevallen die door de gemeenteraad zijn aangewezen voor verzwaard adviesrecht), desgewenst aangevuld met; - Andere activiteiten die een grote maatschappelijke impact hebben (zoals bijvoorbeeld het bouwen van een school of het bouwen van een winkelcentrum). - Aan de mate van impact van een initiatief een (minimaal) niveau van participatie te verbinden. 4.1.

Niveaus van participatie passend bij de impact van een initiatief

Om te kunnen beoordelen welke vorm van participatie nodig is bij welk soort project is het wellicht verhelderend om te weten welke vormen van participatie er ten aanzien van omgevingsvergunningen bestaan. Dit blijkt uit de onderstaande afbeelding.

Consulteren Formele dialoog in bijv. een klankbordgroeo

Inspreken Verkrijgen van respons door informatieavond of inspraak

Informeren Verstrekken van informatie met bijvoorbeeld persbericht of nieuwsbrief

Afbeelding 1: Participatiepyramide

Uitgaande van deze vormen kunnen wij hieraan de volgende niveaus koppelen: -

Niveau 1 - Geen participatie (geen invloed op de planactiviteit vanuit de samenleving). Hierbij is er sprake van informeren. Niveau 2 - Beperkte participatie (enige invloed op de planactiviteit vanuit de samenleving). Hierbij is sprake van informeren en dienen belanghebbenden te kunnen inspreken.

7 25/26

-

Niveau 3 - Participatie (behoorlijke invloed op de planactiviteit vanuit de samenleving). Naast informeren en inspreken dient de initiatiefnemer een dialoog te voeren met belanghebbenden en ketenpartners via bijvoorbeeld de omgevingstafel).

Soort initiatief Eenvoudig en enkelvoudig Meervoudig (meerdere adviezen binnen de gemeente/RUD Complex (meerdere bevoegd gezagen)

Weinig impact Niveau 1

Matige impact Niveau 2

Veel impact Niveau 2

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Het gaat hier om de vooraf ingeschatte impact van een initiatief. Als blijkt dat een eenvoudig initiatief in de praktijk veel stof doet opwaaien kan het niveau van participatie te allen tijde opgeschaald worden. 4.2.

Nader advies

Na goedkeuring van het toetsingskader worden de niveaus van participatie verder uitgewerkt. Deze uitwerking valt uiteen in drie delen: 1. Verder uitwerken van dit toetsingskader ten aanzien van de bepaling van de impact van een initiatief (vragenlijst). 2. Een handreiking voor initiatiefnemers van een omgevingsinitiatief over hoe participatie aan te pakken en welke vormen passend kunnen zijn bij het gewenste niveau van participatie. 3. Leidraad voor de gemeente over de inzet en faciliterende rol van de gemeente binnen de participatieniveaus. Omdat deze participatie-aanpak onder de Omgevingswet nieuw is voor zowel de initiatiefnemer van een omgevingsinitiatief als voor de gemeente, zal er op basis van in de praktijk opgedane kennis regelmatig worden geëvalueerd. Op basis van de conclusies uit die evaluatie kan het toetsingskader worden aangescherpt/aangepast.

8 26/26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10639828/1