CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-10-19 Belastingverordeningen 2022 - Ontwerpbesluit

gemeenteraad 11 november 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen Belastingverordeningen 202226.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

3.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van hondenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Overgangsrecht De ‘Verordening hondenbelasting 2020'2021' van 712 november 20192020 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding 1.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 20212022.

66/155

Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening hondenbelasting 20212022.

Besloten in de openbare vergadering van de gemeente Terneuzen op 1211 november 20202021.

griffier,

voorzitter,

mr. J.H.P. de Jong

H.J.A.H. Loninkvan Merrienboer

67/155

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2022 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 september 2021; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening 2008; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2022 (Verordening parkeerbelastingen 2022).

Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a.

parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar vervoer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

b.

motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;

c.

houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;

d.

parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, voor het betalen van parkeerbelasting ingerichte mobiele apparaten en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

e.

mobiel parkeren: het in werking stellen van de parkeerapparatuur met behulp van een mobiele telefoon of op een andere door de serviceprovider geaccepteerde methode, of op een andere in het maatschappelijk en economisch verkeer geaccepteerde methode om achteraf aan de betaalplicht te kunnen voldoen;

f.

serviceprovider: aanbieder van mobiel parkeren welke is aangesloten bij de centrale database: het Nationale Parkeer Register.

68/155

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven: a.

een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

b.

een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht 1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

2.

Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a.

degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

b.

zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat: 1.

als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;

2.

als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

3.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

4.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 5 Wijze van heffing 1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

2.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

3.

Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.

69/155

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld 1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door mobiel parkeren.

2.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 7 Termijnen van betaling 1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

2.

In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via mobiel parkeren.

3.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

4.

Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 9 Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling 1.

Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het voertuig ook een wielklem worden aangebracht.

2.

Het college wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast.

3.

Als na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken kan het motorvoertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden gesteld.

Artikel 10 Kosten 1.

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 66,50.

2.

De kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van de wielklem bedragen € 125,00.

3.

De kosten voor het overbrengen en bewaren van het motorvoertuig naar de bewaarplaats zijn opgenomen in de Wegsleepverordening gemeente Terneuzen.

4.

Het bedrag van de ingevolge het eerste tot en met het derde lid in rekening te brengen kosten wordt bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld.

70/155

Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Overgangsrecht De 'Verordening parkeerbelastingen 2021' van 12 november 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding 1.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

2.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening parkeerbelastingen 2022.

Besloten in de openbare vergadering van de gemeente Terneuzen op 11 november 2021.

griffier,

voorzitter,

mr. J.H.P. de Jong

H.J.A. van Merrienboer

71/155

Bijlage 1 Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2022 A. Parkeertarief Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt binnen de grenzen van het exploitatiegebied: 1.

op de Oostkant (bronpunt Oostkant), tegenover de bibliotheek, met een maximum parkeerduur van 1 uur:

1.1

voor het parkeren per uur, met een minimum inworp van € 0,10:

€ 1,60

van maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 18.00 uur; 2.

op de Herengracht, aan de Rosegracht (bronpunt Rosegracht), aan de noord-oostzijde van het stadskantoor (bronpunt Stadhuisplein), aan de oostzijde van de Scheldekade, aan de noordzijde van de Scheldekade (bronpunt Scheldekade), het gedeelte van de Vlooswijkstraat tussen de Noordstraat en de Dwarsstraat, aan de Steenkamplaan (bronpunt Steenkamplaan), aan het Oostelijk Bolwerk (bronpunt Oostelijk Bolwerk), op het parkeerterrein aan de Axelsedam (bronpunt Axelsedam), op het parkeerterrein aan de Oude Veerhaven (bronpunt Oude Veerhaven):

2.1

voor het parkeren per uur, met een minimum inworp van € 0,10:

€ 1,60

voor een dagkaart, met een tarief per dag van:

€ 6,00

van maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 18.00 uur; 3.

op het parkeerterrein Westkolk, gelegen aan de Westkolkstraat:

3.1

voor het parkeren per uur, met een minimum inworp van € 0,10:

€ 1,60

voor een dagkaart, met een tarief per dag van:

€ 6,00

van maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 24.00 uur; 4.

op de parkeerplaats Westerscheldedijk, gelegen tussen de Binnenvaartweg en de Westerscheldedijk:

4.1

voor het parkeren per uur, met een minimum inworp van € 0,10:

€ 1,60

voor een dagkaart, met een tarief per dag van:

€ 6,00

72/155

van maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 24.00 uur; 4.2

voor het parkeren per uur, met een minimum inworp van € 0,10:

€ 1,60

met een maximum van € 2,50; van maandag tot en met zaterdag van 18.00 uur tot 24.00 uur; 5.

op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen aan de dr. Buizestraat (parkeerterrein Epicurus):

5.1

voor het parkeren per uur, met een minimum inworp van € 0,10,

€ 1,60

met dien verstande dat het eerste uur parkeren gratis is; voor een dagkaart, met een tarief per dag van:

€ 6,00

van maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 18.00 uur. 6.

op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen in de vergunninghouderszones 1 tot en met 4:

6.1

voor een dagkaart, met een tarief per dag van:

€ 20,00

van maandag tot en met zondag van 0.00 uur tot en met 24.00 uur. B.

Parkeervergunning

Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt: 1.

voor een vergunning op grond van artikel C, tweede lid, onder a, van de

€ 32,00

Parkeerverordening Terneuzen 2008 per jaar (bewonersvergunning) 2.

voor een vergunning op grond van artikel C, lid 2, onder b of c van de Parkeerverordening Terneuzen 2008 (zakelijke vergunning):

2.1

voor één dag, per jaar

€ 149,00

2.2

voor twee dagen, per jaar

€ 188,00

2.3

voor drie dagen, per jaar

€ 226,00

2.4

voor vier dagen, per jaar

€ 265,00

2.5

voor vijf dagen, per jaar

€ 301,00

2.6

voor zes dagen, per jaar

€ 378,00

3.

voor het wijzigen van kentekens

gratis

73/155

4.

voor een vergunning op grond van artikel C, tweede lid, onder e van de

€ 8,50

Parkeerverordening Terneuzen 2008, per jaar (bezoekersvergunning) 5.

voor een vergunning op grond van artikel C, derde lid van de Parkeerverordening Terneuzen 2008:

5.1

per week

€ 21,60

5.2

per dag

€ 5,30

Behoort bij raadsbesluit van 11 november 2021.

griffier,

mr. J.H.P. de Jong

74/155

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 20212022 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 oktober 202028 september 2021; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening 2008; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 20212022 (Verordening parkeerbelastingen 20212022).

Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a.

parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar vervoer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

b.

motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;

c.

houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;

d.

parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, voor het betalen van parkeerbelasting ingerichte mobiele apparaten en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

e.

mobiel parkeren: het in werking stellen van de parkeerapparatuur met behulp van een mobiele telefoon of op een andere door de serviceprovider geaccepteerde methode, of op een andere in het maatschappelijk en economisch verkeer geaccepteerde methode om achteraf aan de betaalplicht te kunnen voldoen;

f.

serviceprovider: aanbieder van mobiel parkeren welke is aangesloten bij de centrale database: het Nationale Parkeer Register.

75/155

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven: a.

een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

b.

een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht 1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

2.

Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a.

degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

b.

zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat: 1.

als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;

2.

als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

3.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

4.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 5 Wijze van heffing 1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

2.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

3.

Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.

76/155

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld 1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door mobiel parkeren.

2.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 7 Termijnen van betaling 1.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

2.

In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via mobiel parkeren.

3.

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

4.

Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 9 Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling 1.

Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het voertuig ook een wielklem worden aangebracht.

2.

Het college wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast.

3.

Als na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken kan het motorvoertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden gesteld.

Artikel 10 Kosten 1.

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 65,3066,50.

2.

De kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van de wielklem bedragen € 124125,00.

3.

De kosten voor het overbrengen en bewaren van het motorvoertuig naar de bewaarplaats zijn opgenomen in de Wegsleepverordening gemeente Terneuzen.

4.

Het bedrag van de ingevolge het eerste tot en met het derde lid in rekening te brengen kosten wordt bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld.

77/155

Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Overgangsrecht De 'Verordening parkeerbelastingen 2020'2021' van 712 november 2019, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 28 mei 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding 1.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

2.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 20212022.

Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening parkeerbelastingen 20212022.

Besloten in de openbare vergadering van de gemeente Terneuzen op 1211 november 20202021.

griffier,

voorzitter,

mr. J.H.P. de Jong

H.J.A.H. Lonink van Merrienboer

78/155

Bijlage 1 Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 20212022 A. Parkeertarief Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt binnen de grenzen van het exploitatiegebied: 1.

op de Oostkant (bronpunt Oostkant), tegenover de bibliotheek, met een maximum parkeerduur van 1 uur:

1.1

voor het parkeren per uur, met een minimum inworp van € 0,10:

€ 1,60

van maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 18.00 uur; 2.

op de Herengracht, aan de Rosegracht (bronpunt Rosegracht), aan de noord-oostzijde van het stadskantoor (bronpunt Stadhuisplein), aan de oostzijde van de Scheldekade, aan de noordzijde van de Scheldekade (bronpunt Scheldekade), het gedeelte van de Vlooswijkstraat tussen de Noordstraat en de Dwarsstraat, aan de Steenkamplaan (bronpunt Steenkamplaan), aan het Oostelijk Bolwerk (bronpunt Oostelijk Bolwerk), op het parkeerterrein aan de Axelsedam (bronpunt Axelsedam), op het parkeerterrein aan de Oude Veerhaven (bronpunt Oude Veerhaven):

2.1

voor het parkeren per uur, met een minimum inworp van € 0,10:

€ 1,60

voor een dagkaart, met een tarief per dag van:

€ 6,00

van maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 18.00 uur; 3.

op het parkeerterrein Westkolk, gelegen aan de Westkolkstraat:

3.1

voor het parkeren per uur, met een minimum inworp van € 0,10:

€ 1,60

voor een dagkaart, met een tarief per dag van:

€ 6,00

van maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 24.00 uur; 4.

op de parkeerplaats Westerscheldedijk, gelegen tussen de Binnenvaartweg en de Westerscheldedijk:

4.1

voor het parkeren per uur, met een minimum inworp van € 0,10:

€ 1,60

voor een dagkaart, met een tarief per dag van:

€ 6,00

79/155

van maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 24.00 uur; 4.2

voor het parkeren per uur, met een minimum inworp van € 0,10:

€ 1,60

met een maximum van € 2,50; van maandag tot en met zaterdag van 18.00 uur tot 24.00 uur; 5.

op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen aan de dr. Buizestraat (parkeerterrein Epicurus):

5.1

voor het parkeren per uur, met een minimum inworp van € 0,10,

€ 1,60

met dien verstande dat het eerste uur parkeren gratis is; voor een dagkaart, met een tarief per dag van:

€ 6,00

van maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 18.00 uur. 6.

op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen in de vergunninghouderszones 1 tot en met 4:

6.1

voor een dagkaart, met een tarief per dag van:

€ 20,00

van maandag tot en met zondag van 0.00 uur tot en met 24.00 uur. B.

Parkeervergunning

Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt: 1.

2.

voor een vergunning op grond van artikel C, tweede lid, onder a, van de

€

Parkeerverordening Terneuzen 2008 per jaar (bewonersvergunning)

31,7032,00

voor een vergunning op grond van artikel C, lid 2, onder b of c van de Parkeerverordening Terneuzen 2008 (zakelijke vergunning):

2.1

voor één dag, per jaar

€ 148149,00

2.2

voor twee dagen, per jaar

€ 186188,00

2.3

voor drie dagen, per jaar

€ 224226,00

2.4

voor vier dagen, per jaar

€ 262265,00

80/155

2.5

voor vijf dagen, per jaar

€ 298301,00

2.6

voor zes dagen, per jaar

€ 374378,00

3.

voor het wijzigen van kentekens

gratis

4.

voor een vergunning op grond van artikel C, tweede lid, onder e van de

€ 8,4050

Parkeerverordening Terneuzen 2008, per jaar (bezoekersvergunning) 5.

voor een vergunning op grond van artikel C, derde lid van de Parkeerverordening Terneuzen 2008:

5.1

per week

€ 21,4060

5.2

per dag

€ 5,30

Behoort bij raadsbesluit van 1211 november 20202021.

griffier,

mr. J.H.P. de Jong

81/155

Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen 2022 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 september 2021; gelet op artikel 225 en 234 van de Gemeentewet, het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen, artikel 10, lid 1 van de Verordening parkeerbelastingen 2022; besluit: vast te stellen het navolgende: Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen 2022

Artikel 1 De kosten ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag worden voor 2022 als volgt begroot: a.

Vaste informatieverwerkingskosten

€ 7.700

b.

Variabele informatieverwerkingskosten

€ 2.440

c.

Kosten van afschrijving en interest

d.

Personeelskosten

€ 26.350

e.

Overheadkosten

€ 13.175

€ 600

Totaal

€ 50.265

Berekening kosten per naheffingsaanslag: 1.

Aantal naheffingsaanslagen: 400

2.

Kosten € 50.265 : 400 = € 126 per naheffingsaanslag (afgerond)

Van overheidswege is echter het maximumtarief voor 2022 voor naheffingsaanslagen vastgesteld op € 66,50 vandaar dat dit bedrag is opgenomen in artikel 10 van de Verordening parkeerbelastingen 2022.

82/155

Artikel 2 1.

Dit besluit kan worden aangehaald als: Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen 2022.

2.

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2022.

Besloten in de openbare vergadering van de gemeente Terneuzen op 11 november 2021.

griffier,

voorzitter,

mr. J.H.P. de Jong

H.J.A. van Merrienboer

83/155

Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen 20212022 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 oktober 202028 september 2021; gelet op artikel 225 en 234 van de Gemeentewet, het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen, artikel 10, lid 1 van de Verordening parkeerbelastingen 20212022; besluit: vast te stellen het navolgende: Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen 20212022

Artikel 1 De kosten ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag worden voor 20212022 als volgt begroot: a.

Vaste informatieverwerkingskosten

€ 7.700

b.

Variabele informatieverwerkingskosten

€ 2.440

c.

Kosten van afschrijving en interest

d.

Personeelskosten

€ 26.350

e.

Overheadkosten

€ 13.175

€ 600

Totaal

€ 50.265

Berekening kosten per naheffingsaanslag: 1.

Aantal naheffingsaanslagen: 400

2.

Kosten € 50.265 : 400 = € 126 per naheffingsaanslag (afgerond)

Van overheidswege is echter het maximumtarief voor 20212022 voor naheffingsaanslagen vastgesteld op € 65,3066,50 vandaar dat dit bedrag is opgenomen in artikel 10 van de Verordening parkeerbelastingen 20212022.

84/155

Artikel 2 1.

Dit besluit kan worden aangehaald als: Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen 20212022.

2.

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 20212022.

Besloten in de openbare vergadering van de gemeente Terneuzen op 1211 november 20202021.

griffier,

voorzitter,

mr. J.H.P. de Jong

H.J.A.H. Lonink van Merrienboer

85/155

Verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden 2022 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 september 2021; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden 2022 (Vordering markt- en standplaatsgelden 2022).

Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a.

dag: de periode van 0.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

b.

kwartaal: een kalenderkwartaal.

Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden onder de naam markt- en standplaatsgelden rechten geheven voor: a.

het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 7 van de Marktverordening Terneuzen 2011;

b.

het gebruik of genot van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond tot standplaats op de weekmarkt gedurende de daarvoor aangewezen dagen;

c.

het gebruik of genot van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond tot standplaats als bedoeld in artikel 5:17 en 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening;

d.

het gebruik van een elektriciteitsaansluiting op een van gemeentewege aangebrachte elektriciteitsmast;

e.

het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten ten behoeve van de weekmarkt met betrekking tot promotieactiviteiten.

86/155

Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene die het in artikel 2 omschreven gebruik of genot heeft.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief marktstandplaatsen De rechten worden als volgt geheven: A.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een nieuwe aanvraag

€ 22,00

tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 7 van de Marktverordening Terneuzen 2011 B.

Het tarief bedraagt per weekmarktdag:

1.

voor kramen, tenten, overdekte of niet overdekte tafels en uitstallingen op de grond, het uitstallen of demonstreren van werktuigen en dergelijke, alsmede voor inrichtingen en uitstallingen van kooplieden, die door aanprijzing, uitlegging of toelichting van het gebruik hunner waren toeschouwers om zich heen verzamelen (zogenoemde standwerkers, demonstrateurs e.d.):

1.1

in Axel:

1.1.1

per strekkende meter of een gedeelte daarvan

€ 2,00

1.1.2

met een minimum van

€ 8,35

1.2

in Sas van Gent en Terneuzen:

1.2.1

per strekkende meter of een gedeelte daarvan

€ 1,65

1.2.2

met een minimum van

€ 6,45

2.

voor auto’s en caravans, landbouwwerktuigen en soortgelijke voertuigen waaronder begrepen vrachtauto’s, tractoren en dergelijke, welke op de marktterreinen worden tentoongesteld of gedemonstreerd, een vast bedrag per auto, caravan, landbouwwerktuig, tractor e.d. van:

2.1

in Axel

€ 9,60

2.2

in Sas van Gent en Terneuzen

€ 6,85

3.

voor het onder B.1 genoemde recht kan per kwartaal een abonnementstarief worden geheven;

3.1

in Axel:

3.1.1

per strekkende meter of een gedeelte daarvan

87/155

€ 17,70

3.1.2

met een minimum van

€ 71,10

3.2

in Sas van Gent en Terneuzen:

3.2.1

per strekkende meter of een gedeelte daarvan

€ 12,40

3.2.2

met een minimum van

€ 52,50

4.

In het recht genoemd onder B.1 tot en met B.3 is een percentage opgenomen van 15. Deze gelden zullen uitsluitend worden aangewend voor promotieactiviteiten ten gunste van de weekmarkt. De aanwending en het beheer geschiedt volgens door burgemeester en wethouders nader te stellen regels.

C.

Het tarief bedraagt per aansluiting op een van gemeentewege aangebrachte elektriciteitskast tijdens de weekmarkt:

1.

voor een aansluiting voor verlichting bij incidentele afname, per dag

€ 4,00 (incl. BTW)

2.

3.

4.

5.

6.

voor een aansluiting voor verlichting bij afname gedurende vaste perioden van

€ 37,90

een kwartaal, per kwartaal

(incl. BTW)

voor een aansluiting voor verlichting en bakken of koelen bij incidentele

€ 8,15

afname, per dag

(incl. BTW)

voor een aansluiting voor verlichting en bakken of koelen bij afname

€ 76,00

gedurende vaste perioden van een kwartaal, per kwartaal

(incl. BTW)

voor een aansluiting voor verlichting, bakken en koelen bij incidentele

€ 12,20

afname, per dag

(incl. BTW)

voor een aansluiting voor verlichting, bakken en koelen bij afname gedurende

€ 114,10

vaste perioden van een kwartaal, per kwartaal

(incl. BTW)

88/155

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief standplaatsen als bedoeld in de APV De rechten worden als volgt geheven: A.

Het tarief bedraagt:

1.

voor een standplaats voor de duur van een dag, per standplaats

€ 8,15

2.

voor een standplaats voor de duur van een week, per standplaats

€ 27,80

3.

voor een standplaats voor de duur van een maand, per standplaats

€ 55,70

4.

voor een standplaats voor de duur van een jaar, per standplaats

€ 307,90

Artikel 6 Wijze van heffing De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of ander schriftuur.

Artikel 7 Termijnen van betaling 1.

De rechten dienen te worden voldaan op het moment van aanbieding van de kennisgeving, nota of ander schriftuur.

2.

Indien de kennisgeving, nota of ander schriftuur wordt toegezonden, dient het verschuldigde bedrag te worden voldaan binnen 14 dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid geldt, indien de kennisgeving, nota of andere schriftuur betrekking heeft op een jaarbedrag en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de verschuldigde bedragen moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt in de maand van de dagtekening van de kennisgeving en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

Artikel 8 Terugbetaling Indien het tarief onder B.3 van artikel 4 toepassing heeft gevonden, doch in de loop van een kalenderkwartaal als gevolg van bijzondere omstandigheden het gebruik van de marktstandplaats blijvend is beëindigd, vindt op verzoek door de heffingsambtenaar terugbetaling plaats voor een evenredig gedeelte van het betaalde abonnementstarief, mits het verzoek binnen zes weken, nadat bedoeld feit zich heeft voorgedaan, bij hem is ingediend.

Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van de in deze verordening genoemde rechten wordt geen kwijtschelding verleend.

89/155

Artikel 10 Overgangsrecht 1.

De ‘Verordening markt- en standplaatsgelden 2021’ van 12 november 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2.

Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 11, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 11 Inwerkingtreding 1.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening markt- en standplaatsgelden 2022.

Besloten in de openbare vergadering van de gemeente Terneuzen op 11 november 2021.

griffier,

voorzitter,

mr. J.H.P. de Jong

H.J.A. van Merrienboer

90/155

Verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden 20212022 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 oktober 202028 september 2021; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden 20212022 (Vordering markten standplaatsgelden 20212022).

Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a.

dag: de periode van 0.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

b.

kwartaal: een kalenderkwartaal.

Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden onder de naam markt- en standplaatsgelden rechten geheven voor: a.

het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 7 van de Marktverordening Terneuzen 2011;

b.

het gebruik of genot van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond tot standplaats op de weekmarkt gedurende de daarvoor aangewezen dagen;

c.

het gebruik of genot van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond tot standplaats als bedoeld in artikel 5:17 en 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening;

d.

het gebruik van een elektriciteitsaansluiting op een van gemeentewege aangebrachte elektriciteitsmast;

e.

het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten ten behoeve van de weekmarkt met betrekking tot promotieactiviteiten.

91/155

Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene die het in artikel 2 omschreven gebruik of genot heeft.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief marktstandplaatsen De rechten worden als volgt geheven: A.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een nieuwe

€ 21,8022,00

aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 7 van de Marktverordening Terneuzen 2011 B.

Het tarief bedraagt per weekmarktdag:

1.

voor kramen, tenten, overdekte of niet overdekte tafels en uitstallingen op de grond, het uitstallen of demonstreren van werktuigen en dergelijke, alsmede voor inrichtingen en uitstallingen van kooplieden, die door aanprijzing, uitlegging of toelichting van het gebruik hunner waren toeschouwers om zich heen verzamelen (zogenoemde standwerkers, demonstrateurs e.d.):

1.1

in Axel:

1.1.1

per strekkende meter of een gedeelte daarvan

€ 2,00

1.1.2

met een minimum van

€ 8,3035

1.2

in Sas van Gent en Terneuzen:

1.2.1

per strekkende meter of een gedeelte daarvan

€ 1,65

1.2.2

met een minimum van

€ 6,4045

2.

voor auto’s en caravans, landbouwwerktuigen en soortgelijke voertuigen waaronder begrepen vrachtauto’s, tractoren en dergelijke, welke op de marktterreinen worden tentoongesteld of gedemonstreerd, een vast bedrag per auto, caravan, landbouwwerktuig, tractor e.d. van:

2.1

in Axel

€ 9,5060

2.2

in Sas van Gent en Terneuzen

€ 6,8085

3.

voor het onder B.1 genoemde recht kan per kwartaal een abonnementstarief worden geheven;

3.1

in Axel:

92/155

3.1.1

per strekkende meter of een gedeelte daarvan

€ 17,5070

3.1.2

met een minimum van

€ 70,3071,10

3.2

in Sas van Gent en Terneuzen:

3.2.1

per strekkende meter of een gedeelte daarvan

€ 12,3040

3.2.2

met een minimum van

€ 51,9052,50

4.

In het recht genoemd onder B.1 tot en met B.3 is een percentage opgenomen van 15. Deze gelden zullen uitsluitend worden aangewend voor promotieactiviteiten ten gunste van de weekmarkt. De aanwending en het beheer geschiedt volgens door burgemeester en wethouders nader te stellen regels.

C.

Het tarief bedraagt per aansluiting op een van gemeentewege aangebrachte elektriciteitskast tijdens de weekmarkt:

1.

voor een aansluiting voor verlichting bij incidentele afname, per dag

€ 4,00 (incl. BTW)

2.

3.

4.

5.

6.

voor een aansluiting voor verlichting bij afname gedurende vaste perioden

€ 37,5090

van een kwartaal, per kwartaal

(incl. BTW)

voor een aansluiting voor verlichting en bakken of koelen bij incidentele

€ 8,1015

afname, per dag

(incl. BTW)

voor een aansluiting voor verlichting en bakken of koelen bij afname

€ 75,1076,00

gedurende vaste perioden van een kwartaal, per kwartaal

(incl. BTW)

voor een aansluiting voor verlichting, bakken en koelen bij incidentele

€ 12,1020

afname, per dag

(incl. BTW)

voor een aansluiting voor verlichting, bakken en koelen bij afname

€

gedurende vaste perioden van een kwartaal, per kwartaal

112,80114,10 (incl. BTW)

93/155

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief standplaatsen als bedoeld in de APV De rechten worden als volgt geheven: A.

Het tarief bedraagt:

1.

voor een standplaats voor de duur van een dag, per standplaats

€ 8,1015

2.

voor een standplaats voor de duur van een week, per standplaats

€ 27,5080

3.

voor een standplaats voor de duur van een maand, per standplaats

€ 55,1070

4.

voor een standplaats voor de duur van een jaar, per standplaats

€ 304,30307,90

Artikel 6 Wijze van heffing De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of ander schriftuur.

Artikel 7 Termijnen van betaling 1.

De rechten dienen te worden voldaan op het moment van aanbieding van de kennisgeving, nota of ander schriftuur.

2.

Indien de kennisgeving, nota of ander schriftuur wordt toegezonden, dient het verschuldigde bedrag te worden voldaan binnen 14 dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid geldt, indien de kennisgeving, nota of andere schriftuur betrekking heeft op een jaarbedrag en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de verschuldigde bedragen moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt in de maand van de dagtekening van de kennisgeving en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

Artikel 8 Terugbetaling Indien het tarief onder B.3 van artikel 4 toepassing heeft gevonden, doch in de loop van een kalenderkwartaal als gevolg van bijzondere omstandigheden het gebruik van de marktstandplaats blijvend is beëindigd, vindt op verzoek door de heffingsambtenaar terugbetaling plaats voor een evenredig gedeelte van het betaalde abonnementstarief, mits het verzoek binnen zes weken, nadat bedoeld feit zich heeft voorgedaan, bij hem is ingediend.

Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van de in deze verordening genoemde rechten wordt geen kwijtschelding verleend.

94/155

Artikel 10 Overgangsrecht 1.

De ‘Verordening markt- en standplaatsgelden 2020’2021’ van 712 november 20192020, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2.

Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 11, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 11 Inwerkingtreding 1.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 20212022.

Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening markt- en standplaatsgelden 20212022.

Besloten in de openbare vergadering van de gemeente Terneuzen op 1211 november 20202021.

griffier,

voorzitter,

mr. J.H.P. de Jong

H.J.A.H. Lonink van Merrienboer

95/155

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2022 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 september 2021; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van leges 2022 (Legesverordening 2022).

Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a.

’dag’: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

b.

’week’: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

c.

’maand’: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

d.

’jaar’: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

e.

'kalenderjaar': de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2 Belastbaar feit 1.

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a.

het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

b.

het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. 2.

Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon.

96/155

Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a.

diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

b.

diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend

c.

het in behandeling nemen van een verzoek van rechthebbende tot het verstrekken van een afschrift van jaaropgave en uitkeringsspecificatie in het kader van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1.

De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

2.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet.

3.

Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

97/155

Artikel 7 Termijnen van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: a.

mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

b.

schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving;

c.

langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg;

d.

langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving.

2.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a.

van zuiver redactionele aard zijn;

b.

een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: 1.

hoofdstuk 2 (reisdocumenten);

2.

hoofdstuk 3 (rijbewijzen);

3.

onderdeel 1.4.5 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen);

4.

onderdeel 1.6.1.1 (verklaring omtrent het gedrag);

5.

hoofdstuk 8 (kansspelen);

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

98/155

Artikel 11 Overgangsrecht 1.

De ‘Legesverordening 2021’ van 12 november 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2.

Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 12 Inwerkingtreding 1.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

3.

De bekendmaking van het in onderdeel 2.1.1.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel genoemde taxatieboeken geschiedt door terinzagelegging.

Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening 2022.

Besloten in de openbare vergadering van de gemeente Terneuzen op 11 november 2021.

griffier,

voorzitter,

mr. J.H.P. de Jong

H.J.A. van Merrienboer

99/155

Bijlage 1 Tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2022 Indeling tarieventabel Titel 1

Algemene dienstverlening

Hoofdstuk 1

Burgerlijke stand

Hoofdstuk 2

Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

Hoofdstuk 3

Rijbewijzen

Hoofdstuk 4

Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

Hoofdstuk 5

Vastgoedinformatie

Hoofdstuk 6

Overige publiekszaken

Hoofdstuk 7

Gemeentearchief

Hoofdstuk 8

Kansspelen

Hoofdstuk 9

Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI)

Hoofdstuk 10

Verkeer en vervoer

Hoofdstuk 11

Diversen

Titel 2

Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning

Hoofdstuk 1

Begripsomschrijvingen

Hoofdstuk 2

Omgevingsvergunning

Hoofdstuk 3

Teruggaaf

Hoofdstuk 4

Intrekking omgevingsvergunning

Hoofdstuk 5

Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

Hoofdstuk 6

Diversen

Hoofdstuk 7

Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

Titel 3

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

Hoofdstuk 1

Horeca

Hoofdstuk 2

Organiseren evenementen of markten

Hoofdstuk 3

Prostitutiebedrijven

Hoofdstuk 4

Winkeltijdenwet

Hoofdstuk 5

Kinderopvang

Hoofdstuk 6

In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

100/155

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10649359/1