CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-10-07 IC6 - Kwartaalrapportage Q1 2021

commissie Omgeving 20 oktober 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Bespreken ingekomen stukken raadsvergadering 7 oktober 20211.877 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Monitoring luchtkwaliteit Sluiskil Eerste kwartaalrapportage 2021

Colofon Raad van Accreditatie De DCMR Milieudienst Rijnmond is door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerd (L520) voor de NEN-EN-ISO/IEC 17025 norm voor een aantal verrichtingen met betrekking tot luchtkwaliteitsmetingen. In deze rapportage zijn geaccrediteerde verrichtingen aangegeven met een Q. In bijlage “Overzicht presentaties, normen en verrichtingen” wordt het overzicht gegeven van prestaties, meetonzekerheden, meetmethoden, geaccrediteerde en uitbestede verrichtingen. Interpretaties in deze rapportage vallen buiten de NEN-EN-ISO/IEC 17025 accreditatie. Opdrachtgever(s) Metingen zijn uitgevoerd in opdracht van: - Provincie Zeeland (4331 BK Middelburg) Klachtenprocedure Mochten er naar aanleiding van dit rapport nog vragen zijn, dan kunt u contact opnemen met de opsteller van dit rapport. De afdeling Reguleren, Advies en Omgeving heeft een klachtenprocedure (P-04). Indien u van mening bent dat wij bij de uitvoering van het onderzoek in gebreke zijn gebleven, dan kunt u contact opnemen met de Teammanager LENEO (telefoon 010 – 2468368). Copyright Dit is een uitgave van DCMR Milieudienst Rijnmond, Postbus 843, 3100AV, Schiedam. Deze uitgave, of delen hiervan, mogen worden gepubliceerd zonder toestemming, doch uitsluitend met bronvermelding.

Monitoring luchtkwaliteit Sluiskil Eerste kwartaalrapportage 2021

Kwaliteitstoets

Paraaf

Autorisatie

Paraaf

Naam

P. van Meegen

Naam Functie

S. van den Elshout Teammanager

Auteur(s) Afdeling Documentnummer Datum

:P.B. van Breugel :Reguleren, Advies en Omgeving :22316030 :15 mei 2021

DCMR Milieudienst Rijnmond Parallelweg 1 Postbus 843 3100 AV Schiedam T

010 - 246 80 00

F

010 - 246 82 83

E

info@dcmr.nl

W www.dcmr.nl

Inhoud Samenvatting

5

1

Inleiding

6

1.1 1.2 1.3

6 6 7

2

Doel en locatie Wetgeving Informatie verontreinigende componenten

Meetresultaten

8

2.1 2.2

8 9

Kwartaal-, maand-, en daggemiddelden Pollutierozen

Bijlage: overzicht prestaties en normen verrichtingen

Monitoring luchtkwaliteit Sluiskil 2

12

Blad 4 van 12

Samenvatting Eind 2020 zijn de luchtkwaliteitsmetingen in Sluiskil, gemeente Terneuzen gestart. Dit is de eerste kwartaalrapportage. PM10 De kwartaalgemiddelde concentratie PM10 is in Sluiskil wat hoger dan bij het regionale achtergrondstation Philippine en stadsachtergrondstation Schiedam dat als vergelijkingspunt wordt gebruikt. In dit eerste kwartaal werd op vier dagen de daggemiddelde norm voor PM 10 overschreden, waar een overschrijding van maximaal 35 dagen per kalenderjaar is toegestaan. PM2.5 De kwartaalgemiddelde concentratie PM2.5 is in Sluiskil wat hoger dan bij het stadsachtergrondstation Schiedam. NO2 De kwartaalgemiddelde concentratie NO2 in Sluiskil is wat hoger dan bij het regionale achtergrondstation Philippine en fors lager dan bij stadsachtergrondstation Schiedam. TSP De TSP-concentraties zijn licht hoger dan PM10-concentraties in februari en maart. In januari zijn ze lager dan PM10-concentraties. Dat laatste is eigenlijk niet mogelijk. De verschillen zijn echter klein en gelet op de meetonzekerheden kan dit voorkomen. DCMR gaat hier verder onderzoek naar doen. Omdat de metingen net drie maande gaande zijn, is een toetsing aan jaargemiddelde normen nog niet mogelijk.

Monitoring luchtkwaliteit Sluiskil 2 blad 5 van 12

1

Inleiding

1.1

Doel en locatie

Eind 2020 zijn luchtkwaliteitsmetingen in Sluiskil gestart; de metingen worden in opdracht van de provincie Zeeland door DCMR Milieudienst Rijnmond uitgevoerd. Het meetstation staat aan de Stroodorpestraat, zie figuur 1. Op het meetstation worden de concentraties fijnstof (PM10 en PM2.5), totaal stof (TSP) en stikstofoxiden (NO2, NO en NOx) bepaald. Een meetstation wordt standaard getypeerd als een wegstation, stadsachtergrondstation, regionaal achtergrondstation of industriestation. Het meetstation in Sluiskil is getypeerd als een industriestation, vanwege de (mogelijke) invloed van de industrie aan de overzijde van de Schelde.

Figuur 1. De locatie van het luchtmeetstation De metingen voldoen aan de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit uit 2007 (Rbl2007). De luchtkwaliteitsmetingen van de DCMR zijn geaccrediteerd zoals vastgelegd in NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005. Het doel van de metingen is een beeld te verkrijgen van de lokale luchtkwaliteit in Sluiskil.

1.2

Wetgeving

De meetresultaten van stikstofdioxide en fijnstof (PM10) kunnen worden getoetst aan luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer (gebaseerd op de Europese luchtkwaliteit richtlijn 2008/50/EG). Zie tabel 1. Dit zijn allen jaargemiddelde normen, dus een toetsing is nog niet mogelijk.

Monitoring luchtkwaliteit Sluiskil 2

Blad 6 van 12

Tabel 1. Grens- en advieswaarden Wet milieubeheer en WHO. Component

Middelingstijd

EU Grenswaarde

PM10

Jaargemiddelde

40 µg/m

PM10

Daggemiddelde*

50 µg/m

PM2.5

Jaargemiddelde

25 µg/m

3

10 µg/m

NO2 NO2

Jaargemiddelde Uurgemiddelde (99.8 percentiel)

40 µg/m 3 200 µg/m

3

40 µg/m

3

WHO advieswaarde

Opmerkingen

3

20 µg/m

3

Maximaal 35 dagen per kalenderjaar overschrijding toegestaan. 3

3

Maximaal 18 uur per jaar overschrijding toegestaan

TSP Voor TSP bestaat er geen wettelijke Europese of WHO-norm 3 *) Deze norm komt in de praktijk overeen met een jaargemiddelde concentratie van 31,2 μg/m .

1.3

Informatie verontreinigende componenten

1.3.1

Fijnstof (PM10 en PM2.5)

Op basis van de (aerodynamische) diameter van zwevende deeltjes wordt er onderscheid gemaakt tussen PM2.5 en PM10. De term PM10 wordt gebruikt voor PM (Particulate Matter) met een (aerodynamische) diameter van 10 μm of kleiner; de term PM2.5 voor PM met een (aerodynamische) diameter van 2,5 μm of kleiner. De chemische samenstelling en grootteverdeling van de deeltjes die samen aangeduid worden als PM kunnen variëren. De belangrijkste door mensen veroorzaakte uitstoot komt van transport, industrie en landbouw. Belangrijke natuurlijke bronnen zijn zeezoutaerosol en opwaaiend bodemstof. Een deel van de door mensen veroorzaakte PM-achtergrondconcentratie komt uit het buitenland. 1.3.2

Totaal stof (TSP)

Totaal zwevend stof (Total Suspended Particulates, ofwel TSP) komt in de atmosfeer terecht door een natuurlijke oorzaak of menselijke activiteit. TSP bestaat in de praktijk uit deeltjes met een diameter tot ongeveer 40 micrometer. De voornaamste menselijke bronnen zijn raffinaderijen, verkeer, op- en overslag. Natuurlijke bronnen zijn onder andere bodemstof en opstuivend duinzand. 1.3.3

Stikstofdioxide (NO2)

Stikstofdioxide (NO2) ontstaat bij verbrandingsprocessen. De belangrijkste bronnen zijn verkeer, industrie en energiecentrales. Hoge concentraties komen vooral voor langs drukke verkeerswegen. NO2 speelt ook een rol bij fotochemische luchtverontreiniging (smog). Onder invloed van zonlicht reageert NO2 met zuurstof (O2) tot ozon (O3).

Monitoring luchtkwaliteit Sluiskil 2 blad 7 van 12

2

Meetresultaten

2.1

Kwartaal-, maand-, en daggemiddelden

Tabel 2 toont de kwartaal- en maandcijfers van het eerste kwartaal van 2021 voor het meetstation in Sluiskil. Als referentie staan in de tabellen ook de PM10- en NO2-gemiddelden van het regionale achtergrondstation Philippine van het RIVM en van het stadsachtergrondstation in Schiedam. Het station Philippine ligt dichtbij Sluiskil en meet de luchtkwaliteit die niet rechtstreeks door lokale bronnen belast is: de regionale achtergrond. Meetstation Schiedam is verder weg gelegen en is een stadsachtergrondstation dat informatie oplevert over concentraties in een stad, enigszins onder invloed van de Rijnmondse industrie en scheepvaart, waarbij er in de directe omgeving van het meetstation geen directe blootstelling van bijvoorbeeld verkeer is. Tabel 2. Kwartaal-, maand-, dag- en lopend jaargemiddelde PM 10- en NO2-concentraties voor de meetstations Sluiskil, Philippine en Schiedam, concentraties weergegeven in 3 µg/m . Maand

Sluiskil Industriestation

Januari Februari Maart Kwartaal

Philippine Regionale achtergrond Maand- en kwartaalgemiddelden PM10 18.3 13.9 26.2 21.3 27.5 22.4 24.0 19.2

Schiedam Stadsachtergrond

Januari Februari Maart Kwartaal

Aantal dagen PM10 > 50 µg/m , 35 dagen overschrijding toegestaan 0 0 1 0 3 1 4 1

1 0 1 2

Januari Februari Maart Kwartaal

Maand- en kwartaalgemiddelden PM2.5 12.0 NVT 15.3 16.9 14.7

11.4 14.7 15.9 14.0

Januari Februari Maart Kwartaal

Maand- en kwartaalgemiddelden NO2 16.3 13.5 21.9 16.8 20.1 15.0 19.4 15.1

27.6 31.4 28.6 29.2

Januari Februari Maart Kwartaal

Maand- en kwartaalgemiddelden TSP 17.2 NVT 27.4 29.1 24.5

16.8 24.4 26.3 22.5

3

NVT

PM10 De kwartaalgemiddelde concentratie PM10 is in Sluiskil wat hoger dan bij het regionale achtergrondstation Philippine en stadsachtergrondstation Schiedam.

Monitoring luchtkwaliteit Sluiskil 2

Blad 8 van 12

PM2.5 De kwartaalgemiddelde concentratie PM2.5 is in Sluiskil wat hoger dan bij het stadsachtergrondstation Schiedam. NO2 De kwartaalgemiddelde concentratie NO2 in Sluiskil is wat hoger dan bij het regionale achtergrondstation Philippine en fors lager dan bij stadsachtergrondstation Schiedam. TSP TSP-concentraties in Sluiskil worden in deze rapportages niet vergeleken met andere locaties, maar kunnen wel worden vergeleken met PM10-metingen op dezelfde locatie. TSPconcentraties zijn licht hoger dan PM10-concentraties in februari en maart, maar lager dan de PM10-concentraties in januari. Dat laatste is niet mogelijk, immers TSP bestaat uit deeltjes met een diameter tot ongeveer 40 micrometer, waar PM10 een onderdeel van is. Verschillen vallen binnen de onzekerheidsmarges van beide metingen, maar DCMR gaat hier nog verder onderzoek naar doen. De verschillen tussen PM10 en TSP zijn klein, er is verhoudingsgewijs weinig grof stof (in deze periode). De verschillen tussen PM10 en PM2.5 zijn wel wat groter dan het verwachte gemiddelde, maar dat geldt ook voor Schiedam en zou dus meer met de achtergrond luchtvervuiling dan met lokale omstandigheden te maken kunnen hebben.

2.2

Pollutierozen

Om de invloed van de omliggende wegen en andere lokale bronnen inzichtelijk te maken is voor de componenten PM10, PM2.5 en NO2 een pollutieroos gemaakt voor het eerste kwartaal van 2021, zie figuur 2 t/m 4. Een pollutieroos laat per windrichting de gemiddelde gemeten concentratie zien en geeft daarmee een indicatie van de herkomst van luchtvervuiling. In de windrichting waar de concentraties het hoogst zijn, liggen over het algemeen de sterkste bronnen, behalve voor fijnstof waarin het zuidoosten meestal altijd wel hogere waarden laat zien, ook als er geen specifieke bronnen zijn.

Monitoring luchtkwaliteit Sluiskil 2 blad 9 van 12

3

Figuur 2. PM10 Pollutieroos (µg/m ).

3

Figuur 3. Pollutieroos PM2.5 (µg/m ).

Monitoring luchtkwaliteit Sluiskil 2

Blad 10 van 12

Figuur 4. Pollutieroos NO2 (µg/m3).

De pollutierozen lijken duidelijke brongebieden aan te wijzen maar bevatten slechts drie maanden metingen en per windrichting dus weinig data. De gemiddelde resultaten moeten daarom met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.

Monitoring luchtkwaliteit Sluiskil 2 blad 11 van 12

Bijlage: overzicht prestaties en normen verrichtingen

Detectiegrens Component in

Eisen

buitenlucht Monsterneming zwevend stof

(1) Q

4 g/m

Prestaties

Eisen

Prestaties

(2)

(1)

(2)

1 g/m

3

Juistheid

2,5 g/m

3

10%

Eigen methode

15%

5%

10,1%

NEN EN 14211

3

PF x 1,0

PF + 3*

13,4%

NEN EN 16450

3

PF x 1,0

PF x 1,00*

10,1%

NEN EN 16450

over het gehele gebied (362%) Q

10 g/m

3

Fijn stof PM10 (opti-

1 g/m

3

0,0 μg/m

sche aërosolspectrometer)

Fijn stof PM2,5 (optische aërosolspec-

Methode

10%

(TSP) NOx

3

Totale meetonzekerheid (jaar) (3)

0,0 μg/m

trometer)

* Voorlopige prestaties, deze worden in december definitief bepaald en vastgesteld

Kwaliteit metingen In het eerste kwartaal van 2021 is er geen tot weinig uitval geweest door technische storingen. In dit kwartaal zijn voor PM10, PM2.5 , TSP en NO2 in, respectievelijk 99,8%, 99,8%, 100% en 95% van de tijd correcte waarden verzameld. In deze percentages zijn de onderhoudsmomenten inbegrepen. Voor het formeel bepalen van een gemeten jaargemiddelde wordt in de Rbl2007 minimaal uitgegaan van een correcte dataverzameling van 90% van het kalenderjaar. Hier wordt aan voldaan.

Monitoring luchtkwaliteit Sluiskil 2

Blad 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10640771/1