2021-10-07 IC16 - Handhavingsuitvoeringsplan (HUP) 2021
Tekst van het document
Uitvoeringsprogramma vergunnen, toezicht en handhaving HUP 2021 Gemeente Terneuzen
Datum: mei 2021
1
Inhoud
Deel 1: Inleiding......................................................................................................................3 1.1 Algemeen .........................................................................................................................4 1.2 Landelijke ontwikkelingen .................................................................................................5 1.3 Samenwerking..................................................................................................................6 1.3.1 Samenwerking in de regio......................................................................................6 1.3.2 Samenwerking met andere organisaties ................................................................7 1.3.3.
Kwailiteitsverordening Vergunningverlening, toezicht en handhaving …………… 7 1.4 Opzet................................................................................................................................7 1.5 Niet Wabo-gerelateerde taken ..........................................................................................8 Deel 2: Vergunnen .................................................................................................................9 2.1 Algemeen .......................................................................................................................10 2.2 Doelen 2021 voor Ruimtelijke Ordening en Vergunnen ..................................................10 2.3 Ruimtelijke Ordening ......................................................................................................11 2.4 Vergunnen ......................................................................................................................12 Deel 3: Toezicht & handhaving .............................................................................................14 3.1 Algemeen .......................................................................................................................15 3.2 Handhavingsdoelen 2021 ...............................................................................................15 3.2.1 Handhavingsdoelstelling
tijdens de bouwfase ..........................................................16 3.2.2 Handhavingsdoelstelling tijdens de sloopfase ..........................................................17 3.2.3 Handhavingsdoelstelling bij (brandveilig) gebruik ....................................................17 3.2.4 Handhavingsdoelstelling in de openbare ruimte.......................................................18 3.3 Toezicht en handhaving .................................................................................................19 3.3.1 Toezicht en handhaving tijdens bouwen/sloop en planologisch gebruik ...................19 3.3.2 Toezicht bij brandveilig gebruik ................................................................................21 3.3.3 Toezicht binnen het taakveld APV & bijzondere wetten ...........................................21
Lijst met afkortingen AMvB APV BOA Bor Fnw HUP Mor Nbw OM VNG VRZ VTH Wabo WKB
Algemene Maatregel van Bestuur Algemene Plaatselijke Verordening Buitengewoon opsporingsambtenaar Besluit omgevingsrecht Flora- en faunawet Handhavingsuitvoeringsprogramma Ministeriele regeling omgevingsrecht Natuurbeschermingswet Openbaar Ministerie Vereniging Nederlandse Gemeenten Veiligheidsregio Zeeland Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen
2
Deel 1 Inleiding
3
Deel 1: Inleiding 1.1 Algemeen In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn de kwaliteitseisen voor handhaving opgenomen in hoofdstuk 7 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en in hoofdstuk 10 van de Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor). Hierin wordt voorgeschreven dat het handhavingsbeleid elk jaar in een Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) moet worden uitgewerkt. Het HUP beschrijft welke van de voorgenomen activiteiten het bevoegd gezag voor handhaving (College van Burgemeester en wethouders of burgemeester) het komend jaar uitvoert en wat daarvoor de benodigde en beschikbare middelen zijn. Het HUP moet ter kennisgeving worden aangeboden aan de gemeenteraad. Om te komen tot een goede uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn er gezamenlijke landelijke kwaliteitseisen ontwikkeld. Deze kwaliteitseisen zijn vastgelegd als de “Kwaliteitscriteria 2.1 voor vergunningverlening, toezicht en handhaving krachtens de Wabo”. De kwaliteitscriteria bevatten ook procescriteria. De procescriteria moeten ertoe leiden dat de kwaliteit geborgd is. Ze geven de elementen aan die minimaal aanwezig moeten zijn. Daarnaast moeten de criteria worden gebruikt voor het inrichten van de organisatie. De procescriteria hebben als doel te zorgen voor een sluitende cyclus en kwaliteitsborging.
Op alle kritieke punten van overdracht in het hoofdproces van vergunningverlening, toezicht en handhaving moet over de borging van de kwaliteit nagedacht zijn. De procescriteria beschrijven de eisen die gesteld worden aan de beleidscyclus. Door de criteria toe te passen wordt de beleidscyclus gesloten. Het model BIG-8 (zie figuur) is daarbij gehanteerd. Uit het model blijkt duidelijk dat het stellen van prioriteiten en doelen het uitgangspunt is voor het maken van de strategie. Deze wordt vervolgens vastgelegd in een programma en tevens wordt de werkwijze vastgelegd. Vervolgens wordt gestart met de uitvoering van het programma. Tussentijds wordt er gemonitord, wat, na evaluatie, kan leiden tot bijstelling van de prioriteiten en de doelen. In overeenstemming met de landelijke kwaliteitscriteria moet voor vergunningverlening en handhaving van de Wabo-taken een Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) worden opgesteld. De landelijke kwaliteitscriteria stellen dat het bevoegd gezag handelt op grond van een uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening en op grond van een uitvoeringsprogramma voor toezicht en handhaving. Dit uitvoeringsprogramma heeft betrekking op de taakvelden ruimtelijke ordening, bouwen en brandveiligheid, waarbij minimaal wordt omvat: a. een duidelijke verbinding met de gestelde prioriteiten en doelstellingen; b.
een weergave van de concrete activiteiten voor vergunningverlening, toezicht & handhaving, inclusief de bijbehorende capaciteit; c. een uitwerking van het uitvoeringsprogramma in een concrete werkplanning voor alle organisatieonderdelen. De vaststelling van dit Uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden in overeenstemming met bovenvermelde criteria en de BIG-8.
4
1.2 Landelijke ontwikkelingen De wet Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) Het doel van deze wet is een veilige en gezonde leefomgeving, door het bevorderen van de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. De wet is een invulling van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en regelt de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit van handhaving te komen. Zo wordt het basistakenpakket van de omgevingsdiensten wettelijk vastgelegd en worden gemeenten verplicht een verordening kwaliteit VTH te hebben. De eisen die de verordening aan de organisatie stelt, berusten op het vertrekpunt van de Kwaliteitscriteria 2.1. Deze moeten door betrokken organisaties worden toegepast volgens de regel ‘comply or explain’. Dit betekent dat in principe voldaan moet worden aan de Kwaliteitscriteria 2.1, maar dat daar gemotiveerd van afgeweken mag worden. In Zeeland is gekozen voor een Zeeuws brede aanpak. Bij het schrijven van dit HUP zijn verschillende werkgroepen druk bezig. Een ander onderdeel van de stelselherziening is de verbetering van de afstemming en informatie-uitwisseling tussen provincies, gemeenten, waterschappen, het openbaar ministerie (OM), politie en de rijkstoezichtshouders.
Zij worden verplicht wederzijds informatie uit te wisselen (waaronder toezichtsinformatie) en periodiek regionaal af te stemmen over handhavingsprioriteiten en programma’s. De AMvB VTH, die een wijziging van het Besluit Omgevingsrecht (Bor) inhoud, is op 1 juli 2017 in werking getreden. Hierin wordt een vertaalslag gemaakt van de Package Deal (basistakenpakket) naar het Besluit Omgevingsrecht. Ook zijn procescriteria (uit Kwaliteitscriteria 2.1) opgenomen voor vergunningverlening en handhaving en wordt de basis gelegd voor een gemeenschappelijk inspectiesysteem (Inspectieview Milieu). Deze AMvB wordt in een later stadium verwerkt in de AMvB's die onder de Omgevingswet komen te vallen, maar is nu apart vormgegeven vanwege de eerdere inwerkingtreding van de Wet VTH. Wet Kwaliteitsborging De wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (verder: WKB) is een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen van nieuwe gebouwen en vergunningplichtige werken. Na in werking treden vervalt de preventieve toets door de gemeente als het gaat om de bouwtechnische voorschriften. Daarbij houdt de gemeente tijdens het bouwen geen toezicht meer. Deze taken en verantwoordelijkheden worden overgedragen aan de private markt. Dit geld overigens niet voor alle soorten bouwwerken.
Hiertoe zijn bouwwerken ingedeeld in drie gevolgklassen, waarbij de preventieve toets voor gemeenten uitsluitend vooralsnog voor gevolgklasse 1 vervalt. Voorbeeld van bouwwerken die in gevolgklasse 1 vallen: grondgebonden woningen, eenvoudige bedrijfsgebouwen en infrastructuur. Binnen de nieuwe wet heeft het bevoegd gezag een toetsende rol op onder meer de volgende zaken: toetsing van het bouwplan op eisen van welstand en op toegelaten instrumenten toets of het bouwplan past binnen het bestemmingsplan toets op gevaren van bouwactiviteiten voor omwonenden en passanten toets van het gebouwdossier van de kwaliteitsborger bij gereed melding van het bouwwerk.
5
Omgevingswet Op 1 juli 2015 heeft een ruime meerderheid van de Tweede Kamer ingestemd met de Omgevingswet. De invoering hiervan is diverse malen uitgesteld. Zoals de zaken er nu voorstaan treedt de wet medio 2022 in werking. De komst van de Omgevingswet betekent dat er veel verandert. De wet bundelt bijvoorbeeld 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Met de nieuwe Omgevingswet wil het kabinet: de verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur beter op elkaar afstemmen; duurzame projecten (zoals windmolenparken) stimuleren;- gemeenten, provincies en waterschappen meer ruimte geven. Zo kunnen zij hun omgevingsbeleid afstemmen op hun eigen behoeften en doelstellingen. Verder biedt de wet meer ruimte voor particuliere ideeën. Dit komt doordat er meer algemene regels gelden, in plaats van gedetailleerde vergunningen. Het doel staat voorop en niet het middel om er te komen. De houding bij het beoordelen van plannen is ‘ja mits’ in plaats van ‘nee tenzij’. Zo ontstaat ruimte voor bijvoorbeeld bedrijven en organisaties om met ideeën te komen.
1.3 Samenwerking Binnen de regio Zeeuws-Vlaanderen zoeken de gemeenten Sluis, Terneuzen en Hulst elkaar veelvuldig op. Dit wordt ook van ze gevraagd door hogere overheden. Daarnaast vindt er ook steeds intensiever samenwerking plaats met Vlaamse partijen. Bepaalde problemen spelen aan beide zijden van de landsgrens en vragen nadrukkelijk om een gezamenlijke aanpak, die ook weer nieuwe kansen biedt. Tenslotte vindt er op allerlei manieren overleg plaats met andere overheids- en semi-overheidsinstanties, zoals de provincie, het waterschap, woningcorporaties etc. Daaronder valt ook de samenwerking met de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (RUD) en de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ), die voor de afdeling van essentieel belang is. De afgelopen jaren zijn de banden met de politie aangehaald. Er is regulier regulier overleg met de politie over de inzet van de BOA’s (Buitengewone opsporingsambtenaren) en de wijkagenten, waardoor zaken veel beter op elkaar worden afgestemd. BOA’s hebben toegang gekregen tot het politiebureau en werken in projecten en toezichtacties goed met de politie samen.
Ook is er maandelijks een overleg met politie, woningbouwcorporaties en vertegenwoordigers van de Zeeuws Vlaamse gemeenten over algemene en specifieke onderwerpen met betrekking tot het Damoclesbeleid 1.3.1 Samenwerking in de regio Vanaf 2012 werken de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten met een regionaal handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP). Het format van het HUP is opgesteld in samenwerking met de gemeenten Terneuzen, Hulst en Sluis. Sinds 2016 wordt een individueel in plaats van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma gemaakt. Dit blijkt toch beter aan te sluiten bij de praktijk van de individuele gemeenten en het maakt de monitoring makkelijker uitvoerbaar. Het gezamenlijk gemaakte format vormt echter nog steeds de basis voor het individuele uitvoeringsprogramma dat voor komend jaar is opgesteld. Evenals voor het gezamenlijk maken van het format voor het uitvoeringsprogramma, is er ook een gezamenlijk format gemaakt voor de rapportages ten behoeve van de tussentijdse evaluaties en het jaarverslag.
6
1.3.2 Samenwerking met andere organisaties Als gevolg van landelijke decentralisaties worden diverse taakvelden niet meer door de gemeentelijke organisatie uitgevoerd, terwijl de bestuurlijke verantwoordelijkheid onveranderd is gebleven. Zo worden de VTH-taken binnen het taakveld milieu door de RUD Zeeland uitgevoerd. Met de RUD is afgesproken dat zij als organisatie zelf zorgt voor het voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria, zoals beschreven in de inleiding. Onderdeel daarvan is dat de RUD Zeeland zelf een probleemanalyse inclusief risicoanalyse uitvoert en een uitvoeringsprogramma maakt. Om die reden zijn de VTH taken op het gebied van milieu niet in dit uitvoeringsprogramma opgenomen. De Veiligheidsregio Zeeland heeft daarbij een adviseursrol op het gebied van brandveiligheid. Hierdoor is er nauw overleg met de VRZ en werken beide organisaties veelvuldig samen. Zo worden er gezamenlijk thema’s benoemt, waarop de handhavingscapaciteit wordt ingezet. 1.3.3. Kwaliteitsverordening vergunningverlening, toezicht en handhaving In de eerste helft van het jaar wordt door de gemeenteraad de Kwaliteitsverordening vergunningverlening, toezicht en handhaving Omgevingswet vastgesteld.
Met de vaststelling van de wet Vergunningverlening, toezicht en handhaving, een wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in 2016, zijn gemeenten verplicht een Kwaliteitsverordening VTH te hebben. Deze verplichting is vastgelegd in artikel 5.4 Wabo voor taken die Omgevingsdiensten uitvoeren en in artikel 5.5 Wabo voor de in wet genoemde wetten waarvoor het college bevoegd is om een omgevingsvergunning te verlenen. De gemeenteraad stelt de verordening vast, Gedeputeerde Staten hierover gehoord. Met deze verordening wordt formeel vastgelegd wat de regels zijn met betrekking tot de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de wetten die onder de wabo vallen. Hierbij wordt aangesloten bij de Kwaliteitscriteria 2.2. De Zeeuwse gemeenten hebben, steeds in goed overleg met de provincie Zeeland (interbestuurlijk toezicht) vanaf 2016 gezocht naar een eenduidig Zeeuws kwaliteitsniveau. Gemeenten kunnen de landelijke kwaliteitscriteria vaststellen, maar hebben ook de mogelijkheden om hier gemotiveerd van af te wijken. De gezamenlijke zoektocht van de Zeeuwse gemeenten heeft uiteindelijk geleid tot het inzicht dat de landelijk voorgestelde kwaliteitscriteria zullen worden vastgesteld door alle Zeeuwse gemeenten.
Ook omdat de gemeenten de BRIKS-taken van Brzo-inrichtingen voor de DCMR, en de BRIKS-taken bij overige provinciale inrichtingen voor de RUD, kunnen uitvoeren 1.4 Opzet Het Uitvoeringsprogramma Vergunnen, Toezicht en Handhaving 2021 is onderverdeeld in twee delen. Het eerste deel bestaat uit het deel over vergunnen en geeft inzicht in de activiteiten die worden uitgevoerd binnen de taakvelden ruimtelijke ordening en vergunningverlening op het gebied van ruimtelijke ordening, bouwen en brandveiligheid. Het tweede deel heeft betrekking op de toezicht- en handhavingsactiviteiten van de vergunde taakvelden.
1.5 Niet Wabo-gerelateerde taken Zoals in de inleiding al is aangegeven is het Uitvoeringsprogramma voor een groot deel samengesteld naar aanleiding van de landelijke kwaliteitscriteria waaraan de uitvoering van de Wabo-taken moet voldoen. Echter binnen de afdelingen Omgeving en Economie en Realisatie en Beheer worden ook andere taken uitgevoerd naast Wabo-gerelateerde taken. De opname van alleen de verplichte onderwerpen uit de landelijke kwaliteitscriteria leidt er toe dat het Uitvoeringsprogramma Vergunnen, Toezicht en Handhaving een onvolledig beeld
7
schetst wat er werkelijk aan taken wordt uitgevoerd. Daarmee wordt het uitvoeringsprogramma feitelijk alleen een document om aan te kunnen tonen dat de gemeente Terneuzen aan de kwaliteitscriteria voldoet. Het is dan geen programma waar de afdelingen mee werken. Om er toch een echt werkdocument van te maken, wordt ervoor gekozen om ook de overige taken op VTH gebied, die binnen de afdelingen worden uitgevoerd, in het HUP 2019 op te nemen. Het betreft onder andere taken op het gebied van de Drank- en Horecawet, exploitatievergunningen en taken op het gebied van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Damoclesbeleid Op 1 december 2017 is het Damoclesbeleid 2017 vastgesteld. Hierin zijn de normen voor sluiting van een woning of lokaal bij aanwezigheid van drugs opgenomen. De gemeente afhankelijk is van het aantal constateringen en rapporten van de politie. Indien de inzet van politie op dit onderdeel wijzigt heeft dit direct gevolgen voor de ureninzet van de juridisch medewerkers en toezichthouder. De werkzaamheden zijn, gelet op bezwaar- en beroepsmogelijkheden en de mogelijkheden om tot sluitingen van woningen over te gaan, flink uitgebreid. Hoogstwaarschijnlijk zal in de loop van 2021 een aan recente ontwikkelingen aangepast Damoclesbeleid worden vastgesteld. Aanpak woonoverlast Op 31 mei 2018 heeft de gemeenteraad artikel 2:79 toegevoegd aan de APV.
Dit artikel heeft betrekking op de aanpak van woonoverlast en ziet toe op gedragingen in of vanuit een woning of erf of de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf. Uitgangspunt is dat geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. De burgemeester kan een last onder dwangsom of bestuursdwang opleggen als er sprake is van schending van deze zorgplicht. Ook kan de burgemeester aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of nalaten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester heeft hieromtrent beleidsregels vastsgesteld over het gebruik van deze bevoegdheid. De eerste jaren geven de indruk dat het aantal zaken beperkt zal blijven, maar een enkele zaak vergt de nodige tijd en nodige inspanningen van het team vergunningen en handhaving. Een inschatting hiervan is moeilijk te maken. Verwacht wordt wel dat er met grote regelmaat, al dan niet terecht, een beroep wordt gedaan op artikel 2:79 van de APV.
8
Deel 2 Vergunnen
9
Deel 2: Vergunnen 2.1 Algemeen In dit hoofdstuk gaan we in op activiteiten die zullen worden uitgevoerd in 2021 op het vlak van ruimtelijke ordening en vergunningverlening voor de activiteiten bouw en brandveiligheid. De gemeente Terneuzen meent dat ruimtelijke ordening een belangrijk instrument is om de leefbaarheid binnen het grondgebied in stand te houden. Het is een middel om een zo goed mogelijk evenwicht te scheppen tussen wonen, werken, recreëeren. Het instrument ruimtelijke ordening vormt de basis voor allerlei ontwikkelingen en besluiten op aanvragen. 2.2 Doelen 2021 voor Ruimtelijke Ordening en Vergunnen Rekening houdend met het coalitieakoord ‘Sterk, betrokken & vitaal” zoeken we balans tussen wonen, werken en recreëren. Daarbij is maatgevend: 1. Kwalitatief goede dienstverlening (klantgerichtheid, transparantheid, redelijke behandeltermijnen); 2. Rechtszekerheid voor burgers en ondernemers (besluiten doorstaan rechterlijke toets); 3. Nut en noodzaak van gemeentelijke regelgeving staat centraal; 4. Snel (kunnen) inspelen op maatschappelijke en economische ontwikkelingen; 5. Veiligheid en gezondheid. 2.3 Ruimtelijke Ordening Terneuzen beschikt momenteel over een actueel planologisch kader. Niet iedere nieuwe ontwikkeling past binnen het geldende planologisch kader.
Als gemeente zullen we blijven inspelen op deze nieuwe ontwikkelingen die op ons pad komen en zoveel als mogelijk aan de wensen van burgers en bedrijven tegemoet komen. Zowel landelijk als ook binnen de gemeente wordt momenteel hard gewerkt aan de totstandkoming van de nieuwe Omgevingswet. Verwacht wordt dat de wet medio 2022 in werking zal treden. Uitgangspunt van de Omgevingswet is dat we omschakelen van toetsingsplanologie naar uitnodigingsplanologie. Voor de urenverantwoording wordt verwezen naar onderstaande tabel. De gevolgen voor de toekomst kunnen we nu nog niet scherp presenteren. In de aanloop naar de invoering van de nieuwe wet zullen we aan de hand van pilots hier onderbouwing voor proberen te krijgen.
10
Tabel 1 Programma Ruimtelijke Beleidsplannen Ruimtelijke plannen Aantal uur Per jaar Omgevingsvergunningen afwijkend gebruik
700
Wijzigingsprocedures ex. Artikel 3.6 Wro
500
ARO
1000
Planschade
65
Principeverzoeken
500
(postzegel) bestemmingsplannen/ kernen (postzegel)bestemmingsplannen buitengebied (postzegel)bestemmingsplannen industrieen bedrijventerreinen
1200
Ondersteuning
950
Totaal
6915
Omgevingswet
600
Digitalisering
200
Regionale samenwerking
60
Algemeen beleidswerk
450
Overleg Provincie/ZLTO etc.
40
1000 1000
8.265 Totaal Beschikbare capaciteit Beleidsmedewerkers
aantal uur per jaar 5,7 fte
8.265 uur
Totaal
8.265 uur
2.4 Vergunnen De gemeente beoordeelt aanvragen omgevingsvergunningen op velerlei gebied (zie tabel 2). Het aantal aanvragen is ondermeer afhankelijk van economische omstandigheden en de laatste jaren de beschikbaarheid van bouwmaterialen en aannemers. Om deze reden wordt het aantal aanvragen gelijk gesteld aan het aantal aanvragen van 2020. Voor het taakveld vergunningen vormt de risicoanalyse het vertrekpunt van dit uitvoeringsgedeelte. Uit de risico-matrix, behorende bij de probleemanalyse, zijn de volgende onderwerpen naar voren gekomen die hoog op de prioriteitenlijst horen voor het taakveld bouwen/slopen en brandveiligheid. bouwen/slopen :
Wonen; complex/meerdere huishoudens Slopen met asbest
brandveiligheid:
Publieke gebouwen; t.b.v. niet-zelfredzame personen Evenementen; vluchtwegen, nooduitgangen, blusmiddelen, brandkranen
11
Welke organisatie de brandpreventieve taken uitvoert is afhankelijk van de grootte van het bouwwerk. De gemeente voert de brandpreventieve toets uit tot en met een woning, grotere bouwwerken worden door de Veiligheidsregio geadviseerd. Daarnaast worden de aanvragen om een omgevingsvergunning getoetst aan het toetsprotocol. Dit toetsprotocol bepaalt onder andere de diepgang en werkwijze van de inhoudelijke toets van de aanvragen. De gemeente Terneuzen heeft zelf de ondergrens bepaald en daarbij de onderwerpen constructieve veiligheid en brandveiligheid evenals gezondheid als belangrijkste toetspunten aangewezen. Het vastgestelde toetsniveau voldoet aan het destijds door de VROM inspectie geadviseerde adequate niveau.. De prioritering binnen het taakveld vergunnen wordt bepaald door zowel de risicoanalyse als het toetsprotocol. Naast omgevingsvergunningen worden bij het team Vergunningen ook niet-Wabo taken uitgevoerd. Voor evenementen zijn in het beleid criteria opgenomen wanneer een vergunning nodig is. Het aantal aanvragen is jaarlijks ongeveer 120. Gelet op het niet doorgaan van veel evenementen in verband met COVID-19 in het eerste deel van het jaar wordt een latere inhaalslag verwacht. In totaliteit zal het aantal te verlenen vergunningen ver onder de normale aantallen blijven.
Opgemerkt wordt wel dat desondanks voorbereidingen en vragen en zoeken naar mogelijkheden veel tijd in beslag zal nemen. Voor Drank- en horeca activiteiten en exploitatievergunningen wordt de reguliere inzet voor 2021 gecontinueerd.
12
Tabel 2 Programma vergunnen
Geplande behandeling aanvragen omgevingsvergunning
aantal uur aantal per aanvraag aanvragen (gemiddeld)
aantal uur per jaar noodzakelijk obv aanvragen
Aanleggen
50
3
150
150
Bouwen
320
16
5.120
5160
Gebruiksvergunning
7
40
VRZ
VRZ
Gebruiksmelding
18
8
VRZ
VRZ
Inrit/uitrit
35
3
105
105
Kappen
16
3
48
48
Reclame
10
3
30
30
Monument
6
10
60
60
Sloopmelding
260
3
780
780
Sloopvergunning
3
8
24
24
Vooroverleg bouwen
560
2,5
1400
1400
Binnenplans/buitenplans
120
4
480
V&H 480
Projectbesluit
15
50
750
O&E 750
Bezwaarschriften
30
30
900
900
Beroepsschriften
6
40
240
240
Bibob (advies)
2
40
80
80
Bezwaarschriften leges
14
10
140
140
Hoger beroep
2
40
80
80
Intern juridisch advies
25
4
100
100
Evenementenvergunningen
120
9
1080
870
Drank- en horeca vergunningen
20
30
600
Exploitatievergunningen
16
30
480
aantal uur per jaar beschikbaar
Planologisch strijdig gebruik
Totaal
12.647
1080 12.477 aantal uur
Beschikbare capaciteit Wabo-vergunningverlening
5,8 Fte
8.410 uur
Evenmenten-vergunningverlening
0,6 Fte
870 uur
Drank- en horeca- en exploitatievergunningen
0,8 Fte
1.160 uur
Juridisch
0,9 Fte
1.215 uur
Ondersteuning
0,5 Fte
725 uur
Totaal
8,75 Fte
13
12.477
per jaar
Deel 3 Toezicht & Handhaving
14
Deel 3: Toezicht & handhaving 3.1 Algemeen In dit deel van het uitvoeringsprogramma 2021 wordt nader ingegaan op de activiteiten die in 2021 zullen worden uitgevoerd op het vlak van toezicht en handhaving binnen bouwen (inclusief slopen en ruimtelijke ordening), brandveiligheid, APV & bijzondere wetten. De risicoanalyse vormt het vertrekpunt van deze benadering. In de risicoanalyse zijn verschillende aspecten betrokken, zoals het naleefgedrag, effect in geval van niet naleving, niveau van toezicht (toezichtsprotocol), bestuurlijke/maatschappelijke aandacht, etc.. Naast de risicomatrix op basis van de landelijke kwaliteitscriteria is er ook t.b.v. Handhavings- en preventieplan Drank- en horecawet een risico-analyse gemaakt. Zoals eerder al gesteld zijn uit de risico-matrix, behorende bij de probleemanalyse, de volgende onderwerpen naar voren gekomen die hoog op de prioriteitenlijst scoren: Bouwen/slopen : Brandveiligheid:
Drank- en Horecawet:
Wonen; complex/meerdere huishoudens Publieke gebouwen; t.b.v. niet-zelfredzame personen Slopen met asbest Publieke gebouwen; t.b.v. niet-zelfredzame personen groepszorgwoningen Evenementen; vluchtwegen, nooduitgangen, blusmiddelen, brandkranen Jeugd- en alcohol
Op basis van de risicoanalyse zijn vervolgens prioriteiten gesteld. Deze bepalen vooral waar het zwaartepunt van de handhaving komt te liggen. Zo wordt de beschikbare handhavingscapaciteit doelgericht ingezet. De tijd benodigd voor het uitvoeren van het Damoclesbeleid (beleid ter uitvoering van artikel 13b Opiumwet), is hier als als schatting weergegeven, omdat hierbij de afhankelijkheid van politieinzet op dit gebied groot is. Overigens wordt hierover ook specifiek en separaat geadviseerd.
3.2 Handhavingsdoelen 2021 Onze doelstelling is het creëren en behouden van een veilige en gezonde (leef)omgeving door te controleren op naleving van regelgeving en reactief te controleren op signalen vanuit de omgeving. Het gemeentebestuur vindt de eigenaar / gebruiker in eerste instantie verantwoordelijk voor naleven van de regels / vergunning. De term handhaven moet in dit kader ruim worden gezien. Zo valt het toezicht op naleving van vergunningen en regelgeving en het traject dat volgt bij niet-naleven van regelgeving en verleende vergunningen onder de noemer ‘handhaven’. Ook de inzet van ‘zachte’ interventies moet hieronder gerekend worden, zoals het verstrekken van voorlichting en het beschikbaar stellen van checklisten waarmee ondernemers zelf kunnen kijken of ze voldoen aan wet- en regelgeving. Deze werkwijze beïnvloedt de bewustwording en het naleefgedrag op een positieve manier. Hieronder worden de doelen per categorie nader beschreven. Bouwen en slopen De handhavingsdoelstelling tijdens de bouw- en sloopfase heeft ook betrekking op de activiteiten aanleggen en kappen. De gemeente Terneuzen streeft ernaar om de regio uit te dragen als een streek met kwalitatief goede bouwwerken, waardoor het interessant is om te komen wonen en werken. Onze ervaring is, dat het naleefgedrag van aannemers hierin tijdens de bouw en sloop heel
15
verschillend is, maar dat bij regelmatig toezicht een behoorlijk naleefgedrag te bereiken is. De laatste jaren worden, met behulp van checklisten, projecten veel frequenter en gerichter gecontroleerd op de risicovolle punten en momenten. Dit heeft er toe geleid dat niet alleen de gevolgen van een overtreding voor een aannemer veel kleiner zijn geworden, maar ook het naleefgedrag en de communicatie met de aannemers is sterk verbeterd. Overtredingen kunnen hierbij vaak al in het werk worden opgelost en aanschrijvingstrajecten na de daadwerkelijke realisatie zijn daarvoor afgenomen Het gaat hier om het naleven van de voorschriften van een verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Er wordt hierbij onder andere gecontroleerd op voorschriften uit het Bouwbesluit, de Bouwverordening en het bestemmingsplan. In het handhavingsuitvoeringprogramma vormen constructieve veiligheid, brandveiligheid en gezondheid de speerpunten voor controles tijdens de bouw en sloop. De meest risicovolle punten en momenten van een bouw worden daarom overeenkomstig de toezichtmatrix en checklisten van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht gecontroleerd. Grotere duurdere bouwprojecten (zoals appartementengebouwen of hotels) worden daarbij frequenter en intensiever gecontroleerd dan kleinere bouw- sloopprojecten met lagere kosten (zoals aanbouwen en dakkapellen).
Dit omdat de genoemde risico’s bij de laatstgenoemde vaak kleiner of helemaal niet aanwezig zijn. 3.2.1 Handhavingsdoelstelling tijdens de bouwfase Doelstellingen/prioriteiten. Het voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Het voorkomen van gevaarlijke situaties (constructief en brandveiligheid) tijdens de bouw. Het voorkomen van bouwen zonder of in afwijking van de omgevingsvergunning. Indicatoren. Meldingen met betrekking tot illegale bouw en het bouwen in afwijking van de vergunning worden voor 100% onderzocht. Voor wat betreft illegale bouw, meestal waargenomen tijdens vrije veldtoezicht, wordt uitgegaan van 20 gevallen op jaarbasis. Activiteiten. Iedere vergunning wordt gecontroleerd waarbij tijdens de reguliere bezoeken met name wordt gelet op het bouwen in afwijking van de vergunning. Het aantal controles wordt afgestemd op mogelijke negatieve ervaringen tijdens de bouw (goed naleefgedrag belonen). Bij grote bouwplannen worden bij aanvang van de bouw de vergunningsvoorwaarden doorgenomen met de bouwer. De toezichthouder bouwen heeft in het bouwproces een proactieve rol. Uitvoering van integrale handhaving door middel van signaaltoezicht (kijken voor elkaar). Resultaat. Iedere vergunninghouder wordt geconfronteerd met toezicht. Bouwen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning wordt zo goed mogelijk bestreden.
3.2.2 Handhavingsdoelstelling tijdens de sloopfase Het gaat hier om het naleven van de voorschriften voor sloopactiviteiten uit het Bouwbesluit 2012. Na melding van sloopwerkzaamheden kunnen vanuit de gemeente voorwaarden worden verbonden aan de sloop, bijvoorbeeld met betrekking tot afvalscheiding (w.o. asbest),
16
veiligheid en beperking van hinder. Tijdens de sloopfase wordt op de locatie gecontroleerd of volgens de voorschriften wordt gesloopt. Daarnaast wordt, in de vorm van vrij veldtoezicht, gecontroleerd op het slopen zonder melding. Doelstellingen/prioriteiten. - Het voorkomen van sloop in afwijking van voorwaarden die zijn verbonden aan sloop m.b.t. asbest, veiligheid, gezondheid en milieu. - Het voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. - Het voorkomen van illegale sloop. - Het voorkomen van asbestverwijdering in strijd met de regelgeving. - Het voorkomen van gevaar en overlast voor de omgeving. Indicatoren. - Meldingen voor sloopactiviteiten met betrekking tot asbest worden gecontroleerd. - Meldingen met betrekking tot illegale sloop i.c.m. asbestverdachte toepassingen worden voor 100% onderzocht. - Alle overige sloopactiviteiten worden steekproefsgewijs gecontroleerd. Activiteiten. - Controles worden afgestemd op voornoemde prioriteiten. - Als sprake is van asbest worden de sloopactiviteiten, zo nodig, meer dan één keer gecontroleerd (aantal afhankelijk van de duur van de asbestsanering). - Als geen sprake is van asbest, vindt steekproefsgewijze controle plaats. - Bij grote sloopprojecten of sloopactiviteiten waarbij asbest is betrokken, worden de sloopactiviteiten voor aanvang doorgenomen met de sloper.
- Uitvoering van integrale handhaving door middel van signaaltoezicht (kijken voor elkaar). Resultaat. - Iedere vergunninghouder met betrekking tot sloop met asbest wordt geconfronteerd met toezicht. - Gezondheidsrisico’s door het verwijderen van asbest in strijd met de regelgeving wordt voorkomen. - Gevaar en overlast voor de omgeving wordt voorkomen 3.2.3 Handhavingsdoelstelling bij (brandveilig) gebruik Toezicht en handhaving op de brandveiligheid van een bestaand gebouw valt onder de activiteit “gebruik”. De gemeente Terneuzen heeft alle brandpreventieve taken uitbesteed aan de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ). Doelstellingen/prioriteiten. - Het voorkomen van brandgevaarlijke situaties gedurende de levensfase van een gebouw. - Het voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. - Aan de hand van een risicoprofiel inspecties uitvoeren. Hoog risico meer controles en dus meer prioriteit. Voorbeeld hiervan zijn de Bevi bedrijven. Indicatoren. - Alle verleende vergunningen/meldingen worden volgens het risoco profiel gecontroleerd. - Ad. hoc meldingen met betrekking tot brandveiligheid en constructieve veiligheid worden voor 100% opgepakt. Activiteiten. - Objecten waarvoor een gebruiksvergunning c.q. een gebruiksmelding is verleend, worden programmatisch op basis van het brandrisicoprofiel gecontroleerd op brandveiligheid.
17
- Controles op brandveiligheid van panden zonder gebruiksvergunning c.q. gebruiksmelding vinden plaats op basis van het “piepsysteem”. - Uitvoering van integrale handhaving door middel van signaaltoezicht (kijken voor elkaar). Resultaat. - De kwaliteit van bestaande bouw wordt bewaakt. - De veiligheid voor het gebruik van de bouwwerken wordt bevorderd. - De veiligheid voor omwonenden van de bouwwerken wordt bevorderd.
3.2.4 Handhavingsdoelstelling in de openbare ruimte Het toezicht houden op de openbare ruimte betekent zorg dragen voor handhaving van de APV, Drank- en horecawet en bijzondere wetten. Op dit onderdeel zijn de landelijke kwaliteitscriteria niet van toepassing. Het streven is zorg te dragen voor een zo veilig mogelijk openbare omgeving door toezicht en handhaving op actuele probleemgebieden. Één van de genoemde probleemgebieden is het alcoholgebruik onder jongeren. Klachten/verzoeken om handhaving. Het gaat hier om klachten (signalen) en waarnemingen van de eigen toezichthouders, toezichtpartners of burgers. Naar aanleiding van een klacht of waarneming kan een mogelijke overtreding worden vastgesteld. Aan de hand van een leantraject is getracht om klachten en meldingen vanuit burgers en bedrijven toegankelijker en eenvoudiger te maken en filtering hierin te verbeteren. Het afhandelen van klachten via het digitale systeen Melding Openbare Ruimte (MOR) via de gemeentelijke website sterk vereenvoudigd. Met enkele klikken kan een melding worden doorgegeven, waarbij ‘handhaving’ een aparte categorie is. De melding komt op die manier direct in de dagelijkse werkvoorraad van de handhavers (BOA’s) terecht. Wijktoezicht De wisselwerking met de wijkcoördinatoren zorgt voor een directe aanpak van kleine en grotere vormen van overlast.
Toezicht verkoop alcohol onder jongeren Binnen Zeeland wordt belang gehecht aan bestrijden en voorkomen van alcoholmisbruik door de jeugd. De drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten hebben daarom besloten om handhavingscapaciteit in te zetten voor dit doel. Om die reden zal ook in 2021 worden gecontroleerd op de verkoop van alcohol aan minderjarigen bij jaarlijkse evenementen, jeugdsozen, kantines en supermarkten waar geregeld minderjarigen komen. Toezicht op naleving maatregelen ten aanzien van COVID-19 Het afgelopen jaar is onverwacht veel ingezet op de handhaving van voornamelijk landelijke maatregelen die ten doel hadden de verspreiding van het Coronavirus tegen te gaan. De verwachting is dat dit ook in 2021 het geval zal zijn. Doelstellingen/prioriteiten. - Het voldoen aan de geldende wet- en regelgeving waardoor de leefbaarheid en veiligheid wordt bevorderd. - Het voorkomen van illegale activiteiten. Indicatoren. - Verleende ontheffingen en vergunningen worden steekproefsgewijs gecontroleerd. Activiteiten.
18
-
Horeca inrichtingen worden in het kader van de Drank- en horecawet projectmatig gecontroleerd. Controles op terras en uitstallingen vinden projectmatig plaats. Er wordt adequaat gereageerd op klachten/waarnemingen. In de vorm van vrije veld toezicht worden illegale situaties opgespoord. Uitvoering van integrale handhaving door middel van signaaltoezicht (kijken voor elkaar).
Resultaat. - De leefbaarheid van de openbare ruimte wordt bevorderd. - De veiligheid voor burgers, bedrijven en bezoekers/toeristen wordt bevorderd.
3.3 3.3 Toezicht en handhaving 3.3.1 Toezicht en handhaving tijdens bouwen/sloop en planologisch gebruik Controles op de bouwplaats In het handhavingsuitvoeringsprogramma vormen constructieve veiligheid, brandveiligheid en gezondheid de speerpunten voor controles tijdens de bouw en sloop. De meest risicovolle punten en momenten van een bouw en sloop worden daarom gecontroleerd middels de toezichtmatrix en checklists van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht. Grotere, duurdere bouwprojecten (zoals appartementengebouwen of hotels) worden daarbij frequenter en intensiever gecontroleerd dan kleinere bouw- of sloopprojecten met lagere kosten (zoals aanbouwen en dakkapellen). Dit omdat de genoemde risico’s bij de laatstgenoemde vaak kleiner of helemaal niet aanwezig zijn. Zoals in onderstaande tabel te lezen valt wordt het aantal bouwcontroles nageleefd, maar gezien het toegenomen aantal vergunningen en de schaarste van gekwalificeerd personeel op de arbeidsmarkt zijn er op andere posten aantallen die onzeker zijn. De benadering vanuit risico’s is daarmee nog belangrijker. Toezicht op toezicht Bij grote bouwwerken als bedrijfscomplexen wordt veelal toezicht uitgeoefend door de opdrachtgever zelf. In die gevallen zal het bevoegd gezag de mate van toezicht aanpassen, nadat hierover duidelijke afspraken zijn gemaakt met de vergunninghouder.
Deze afspraken worden schriftelijk vastgelegd. Afhankelijk van het bouwproject wordt bekeken of het project zich hiervoor leent. Integrale controles In Nederland treden instanties stevig op tegen fraude en misbruik. Daarbij zet het kabinet in op een integrale aanpak om misstanden bij EU-arbeidsmigranten effectief aan te pakken en hun werk- en woonomstandigheden te verbeteren. De gemeente heeft hierbij een belangrijke rol toegewezen gekregen. De capaciteit voor toezicht en handhaving bij bouw/sloop zal in 2021 als volgt worden ingezet.
19
Tabel 3 Toezicht en handhaving bouwen, slopen en ruimtelijke ordening Controles gepland Bouwen Slopen Kappen Aanleggen van werken Gebruikscontroles VRZ** Totaal
Aantal vergunningen 350 350 10 15 10 735
Aantal controles* 600 350 0 12 30 992
Klachten/meldingen Klachten en meldingen Ambtelijke hercontroles Bestuurlijke hercontroles (incl. dwangsom) Totaal
Aantal ontvangen 100
Aantal controles 100 150 20 270
Juridisch Voornemen last onder dwangsom Voornemen bestuursdwang Besluit last onder dwangsom Besluit bestuursdwang Bezwaar en beroep Totaal
Aantal 20 5 10 5 10 50
Projecten Inspectiesignalen KLUS projecten Damocles waarschuwing Damocles voornemen last onder dwangsom Damocles beschikking last onder dwangsom Totaal
Aantal 2 -10 20 18 68
Controles 20 -75 155
Intrekken omgevingsvergunning Voornemen tot intrekking Besluit tot intrekking Totaal
Beschikbare capaciteit handhaving Toezicht bouwen/sloop/RO Juridisch
Aantal 10 7 17
Fte 2 0,5
uur 2.900 725
Algemene toelichting bij tabel 3 Er is afgeweken van het enige jaren geleden ingevoerd systeem om het aantal controles te relateren aan de hoogte van de bouwsom. Het aantal controles geeft niet aan hoeveel uur er benodigd is om een controle uit te voeren. De diepgang van controles is uiteraard wel afhankelijk van de grootte van het project. Bij grote complexen kan een controle makkelijk 8 tot 16 uur, met voorbereiding en afwikkeling, in beslag nemen. Nu er veel nieuwe
20
vergunningen worden verstrekt, ook voor grote, complexe bouwwerken, ligt het in de rede dat er nog meer tijd in toezicht en handhaving in de bouw noodzakelijk is. Opgemerkt wordt ook dat inspectiesignalen de werkdruk flink kunnen doen toenemen. Overigens geven we naast het reguliere werk ook ondersteuning bij complexe gebruikscontroles van de Veiligheidsregio Zeeland. 3.3.2 Toezicht bij brandveilig gebruik Prioriteit bij dit onderdeel zijn de meest risicovolle bedrijven en nieuwbouwprojecten. Als de brandpreventieve voorzieningen in een nieuwbouwproject goed zijn uitgevoerd dan is de brandpreventieve veiligheid langdurig verzekerd. Overige inspectietaken brandveiligheid Naast de bovengenoemde thematische controles wordt de Veiligheidsregio Zeeland betrokken bij integrale controles binnen de gemeente. Bijvoorbeeld bouwinspecties waarbij de bouwinspecteur van de gemeente de Veiligheidsregio Zeeland voor advies mee vraagt in de realisatiefase of bij oplevering. Andere inspecties zijn inspecties van vuurwerk-opslagen en verkooppunten in samenwerking met de RUD-Zeeland, controles van evenementen waarbij door de gemeente opdracht wordt gegeven tot het instellen van controles, bedrijfsbezoeken n.a.v. (te) veel ongewenste brandmeldingen via de brandmeldinstallatie.
Tot slot worden ook inspecties ingesteld bij objecten waar nieuwe gebruiksmeldingen of omgevingsvergunningaanvragen brandveilig gebruik worden ingediend. 3.3.3 Toezicht binnen het taakveld APV & bijzondere wetten Het toezicht en handhaving op de APV & bijzondere wetten wordt uitgevoerd door de eenheid Handhaving Openbare Ruimte. Als gemeente leveren we een belangrijke bijdrage aan een goede en veilige leefomgeving. Vanuit de rol van handhaver wordt hieraan gewerkt waarbij de nadruk wordt gelegd op het creëren en onderhouden van een veilige en schone leefomgeving, dit door middel van preventief wijktoezicht. Speciale aandacht gaat uit naar de groep jeugd en jongvolwassenen. Tevens wordt meer ingezet op preventieve handhaving van de Drank- en Horecawet. We streven er naar om het aantal meldingen openbare ruimte naar beneden te brengen (zoals overlast afval, overhangend groen, langdurige foutparkeerders, etc.) door middel van een intensere samenwerking met zowel interne als externe partners. Hierdoor ontstaat meer werkruimte voor preventief wijktoezicht.
21
Tabel 4 APV en Bijzondere wetten aantal per jaar
Controles gepland Parkeerhandhaving Preventie en toezicht leefomgeving, inclusief jeugd en jongvolwassenen (inclusief Corona) MOR meldingen *
aantal uur per stuk
aantal uur per jaar 2500,00 4400,00
1000
2
2000,00
Marktmeester/standplaatsen/kermissen
550,00
Hondencontroles/belastingen
170,00
GBA controles
200,00
Toezicht drank- en horecawet (jeugd en alcohol)
600,00
Evenementen
30
6
Wet Damocles
180,00 300,00
Houdgeep/incidenten/handhavingsprojecten/
700,00
Coördinatie eenheid Handhaving
700,00
Totaal
11600,00
Beschikbare capaciteit
aantal uur per jaar 8fte ***
Totaal fte x 1450 uur = * inclusief schades openbare ruimte, afvalcontainers etc. ** inclusief 90 uur gemeente Hulst *** - 7 fte BOA’s domein I - 1 fte coördinator eenheid Handhaving - Medewerkers parkeerbeheer zijn niet opgenomen in bovenstaande tabel
11600,00
Tabel 5 Ondersteuning juridisch administratief Juridisch Voornemen last onder dwangsom Besluit last onder dwangsom Voornemen last onder bestuursdwang Besluit last onder bestuursdwang Bezwaar en beroep
Aantal 10 8 20 60* 5
22