2021-09-23 a. Verordening bekostiging leerlingenvervoer - Ontwerpbesluit
Tekst van het document
Gemeenteraad Ontwerpbesluit
Zitting van 7 oktober 2021 Samenleving - Maatschappelijke Ontwikkeling zaaknummer: 346382
2021_Raad_00190 - Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 Portefeuillehouder Sonja Suij Programma en/of paragraaf Programma Onderwijs Besluit Besluitpunt 1 De gemeenteraad besluit de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 vast te stellen. Besluitpunt 2 De gemeenteraad besluit om de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2014 per 1 januari 2022 in trekken. Besluitpunt 3 De gemeenteraad besluit kennis te nemen van de beleidsregels Jeugdhulpvervoer Terneuzen 2021.
Wat is de aanleiding? De drie Zeeuws-Vlaamse gemeenteraden behandelden in september/oktober 2020 de conceptbegroting 2021 van het Samenwerkingsverband Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV). De gemeenteraden konden zich vinden in de overgelegde stukken. Zij dienden geen zienswijze in. De gemeenteraden stelden zich op de hoogte van de toename van de kosten. Zij verzochten om in goede samenwerking mogelijke kostenreducties te onderzoeken. De drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten onderzochten in de afgelopen periode in samenwerking met het Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL), het CVV en de Gemeentelijke Vervoerscentrale (GVC) de mogelijkheden voor gemeenten om de kosten van het leerlingenvervoer in Zeeuws-Vlaanderen te beïnvloeden en de mogelijkheden om de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren. Een externe adviseur begeleidde dit traject. Ongeveer gelijktijdig kwam de nieuwe concept-verordening bekostiging leerlingenvervoer vanuit de VNG beschikbaar.
1/86
In de bijgevoegde "Notitie bekostiging leerlingenvervoer Zeeuws-Vlaanderen" gaan wij uitgebreid in op de opbrengst van het onderzoek en de afwegingen en keuzes die wij maakten bij de totstandkoming van de nieuwe Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022. Op basis van de bevindingen van de werkgroep (zie hoofdstuk 2), verschoof de focus tijdens het onderzoek steeds meer naar de gewenste inhoud van het beleid, niet alleen vanuit kostenreductie, maar vooral vanuit een gedeelde visie en beleidsuitgangspunten. Wij keken dus niet alleen naar de mogelijkheid om kosten te besparen, maar ook naar de inhoud van het beleid en de mogelijkheden om de kwaliteit van de uitvoering nog verder te verbeteren (toetsen van de aanvragen). De opbouw van de notitie is als volgt: 1. Leerlingenvervoer, een nadere introductie 2. Onderzoek en bevindingen 3. De voorgestelde maatregelen: * Verordening leerlingenvervoer * Beleidsregels leerlingenvervoer * Digitalisering werkproces versus vervoersplan * Bevorderen zelfstandigheid en zelfredzaamheid (onderzoek project) 4. Cijfermatige monitoring 5. Planning Wij bieden u nu de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Terneuzen 2022 aan ter besluitvorming. Verordening (bijlage 1a,1b,1c,2) De Zeeuws-Vlaamse gemeenten volgen zoveel als mogelijk de door de VNG opgestelde nieuwe modelverordening. Dat deden wij eerder in 2014 ook.
De doelen van de modelverordening sluiten inhoudelijk aan bij de landelijke ontwikkelingen (zie bijlage 2). Deze gelden ook Zeeuws-Vlaanderen. We nemen mogelijkheden op om (beperkt) te sturen in de kosten. Deze maatregelen zijn gebaseerd op een gedeelde visie en beleidsuitgangspunten. De gemaakte keuzes bij het opstellen van de nieuwe verordening lichten wij toe in een waswordt-lijst. U kunt dit alles terug lezen op pagina 5 tot en met 8 van de 'notitie bekostiging leerlingenvervoer Zeeuws-Vlaanderen'. Overige maatregelen (pagina 8 en 9 notitie bekostiging leerlingenvervoer ZeeuwsVlaanderen) De Zeeuws-Vlaamse gemeenten stellen gezamenlijk beleidsregels op. Het doel van deze beleidsregels is om het Regionaal Bureau Leerlingzaken duidelijker handvatten aan te bieden bij het eenduidig toepassen van de verordening. Wanneer uw gemeenteraad instemt met de verordening, zullen wij binnen de kaders van de verordening de beleidsregels definitief uitwerken. De nieuwe verordening en beleidsregels geven het Regionaal Bureau Leerlingzaken handvatten om zelfredzaamheid en zelfstandigheid te stimuleren.
Verdere digitalisering van het werkproces kan het Regionaal Bureau Leerlingzaken helpen om binnen de huidige formatie ruimte te creëren voor de uitvoering van de verordening en de beleidsregels, daar waar het gaat om het onderzoeken van zelfstandigheid en zelfredzaamheid en het opstellen van een vervoersontwikkelingsplan. Tot slot kan als laatste maatregel mogelijk op projectmatige basis de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerlingen worden bevorderd. Wij oriënteren ons in het schooljaar 2021 – 2022 op basis van een analyse van ons bestand en in samenwerking met het onderwijs op de mogelijke inzet van één of meerdere producten, de meerwaarde en kosten.
2/86
Raadpleging (bijlage 3,4,5) Wij legden de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Terneuzen 2022 en het eerste concept van de beleidsregels voor aan onze adviesraad WMO Terneuzen. Het advies van de adviesraad en onze reactie hierop treft u als bijlage (3 en 4) aan. Ook raadpleegden wij de Zeeuws-Vlaamse samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Het verslag van het overleg treft u eveneens als bijlage (5) aan. Parallel proces: beleidsregels jeugdhulpvervoer (bijlage 6) Aanleiding voor de beleidsregels jeugdhulpvervoer is de taakstelling binnen het sociaal domein. De kosten liepen op van 100.000 euro in 2017 tot 320.000 euro in 2020. We willen daarom regels stellen over de voorwaarden waaronder we jeugdhulpvervoer toekennen. In bijlage 6 treft u de beleidsregels voor het jeugdhulpvervoer ter kennisname aan. We stemden deze waar mogelijk af op de bedoeling en inhoud van de verordening leerlingenvervoer.
Wat willen we bereiken? - Wij geven uitvoering aan onze wettelijke verplichtingen op het gebied van leerlingenvervoer. - We geven uitvoering aan onze wettelijke verlichtingen op het gebied van de Jeugdwet. - We willen meer sturen op de eigen verantwoordelijkheid van ouders en zelfredzaamheid jongeren: 1. ouders zijn primair verantwoordelijk voor het vervoer van hun kind; 2. wie zelfstandig kan reizen, reist zelfstandig (eventueel met (tijdelijke) begeleiding); - We willen ouders in staat stellen het vervoer zelf te regelen (meer faciliterend dan organiserend); - We houden rekening met de situatie van ouders en kinderen (maatwerk en menselijke maat); - We willen besparen op de kosten voor het leerlingen- en jeugdhulpvervoer. - We willen de medewerkers van het Regionaal Bureau Leerlingenzaken en de jeugdconsulenten van aan-z handvatten geven om het leerlingen- en jeugdhulpvervoer te beoordelen.
Argumenten 1.1. We geven uitvoering aan onze wettelijke plicht en onze beleidsuitgangspunten. De Zeeuws-Vlaamse gemeenten volgen zoveel als mogelijk de door de VNG opgestelde nieuwe modelverordening. Dat deden wij eerder in 2014 ook. De landelijke doelen sluiten inhoudelijk aan bij de landelijke ontwikkelingen, zoals die ook voor Zeeuws-Vlaanderen gelden en bieden anderzijds mogelijkheden om (beperkt) nog te sturen in de kosten (met name in de kosten van het leerlingenvervoer naar Vlaanderen). Voor een nadere toelichting verwijzen wij u naar onze notitie en de 'was-wordt'-lijst. 1.2. We raadpleegden de adviesraad WMO en de Zeeuws-Vlaamse samenwerkingsverbanden passend onderwijs op het concept. De samenwerkingsverbanden (basisonderwijs en voortgezet onderwijs) kunnen zich vinden in de inhoud van de verordening. Wij beoordeelden de input van de adviesraad WMO zorgvuldig en pasten op enkele punten het eerdere concept van de verordening aan. Zie verder bijlage 3,4,5.
3/86
Kanttekeningen 1.1. Het beleid kan weerstand oproepen Het gaat met name de versobering van het faciliteren van leerlingenvervoer naar Vlaanderen en de mogelijke beeldvorming die door de aanleiding van het onderzoek (kostenstijging na gunning van het leerlingenvervoer in 2020). De focus lag echter niet alleen op de mogelijkheid om kosten te besparen, maar ook op de inhoud van het beleid en de mogelijkheden om de kwaliteit van de uitvoering nog verder te optimaliseren (toetsen van de aanvragen). We stellen een ruimhartig overgangsbeleid voor, voor het faciliteren van het leerlingenvervoer naar Vlaanderen (artikel 27 verordening).
Wat mag het kosten? Aan dit besluit zijn geen kosten verbonden. Het is niet mogelijk om de gevolgen van het voorgestelde beleid door te rekenen op het huidige leerlingenbestand en jongeren die gebruik maken van jeugdhulpvervoer. Er kunnen immers wekelijks mutaties plaatsvinden in het aantal leerlingen, jongeren en de routes. Door middel van de reguliere P&C-cyclus van het CVV en onze gemeente zal de ontwikkeling van het leerlingenvervoer worden gemonitord. Ook het gebruik van het jeugdhulpvervoer gaan we monitoren.
Wat gaan we ervoor doen? - We passen de Verordening bekostiging Leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 met ingang van 1 januari 2022 toe; - We passen de beleidsregels jeugdhulpvervoer met ingang van 1 september 2021 toe; - Wij voeren de overige maatregelen uit, die opgenomen staan in de notitie bekostiging leerlingenvervoer Zeeuws-Vaanderen. - Wij rapporteren over het leerlingenvervoer via de reguliere P&C cyclus en het jaarverslag van het RBL. - Over de voortgang van het jeugdhulpvervoer rapporteren we aan uw gemeenteraad via rapportages over de taakstelling sociaal domein.
Bijlagen 1. Notitie leerlingenvervoer Terneuzen.pdf 2. Bijlage 1a. Verordening bekostiging leerlingenvervoer Terneuzen.pdf 3. Bijlage 1b. Toelichting op Verordening Bekostiging Leerlingenvervoer .pdf 4. Bijlage 1c. Stroomschema.pdf 5. Bijlage 2. 20201202_ledenbrief_vng-model-verordening-bekostigingleerlingenvervoer-nieuw.pdf 6. Bijlage 3. Adviesraad WMO reactie op verordening leerlingenvervoer 2022 jeugdhulpvervoer 2021 geanonimiseerd.pdf 7. Bijlage 4. Reactie aan WMO adviesraad.pdf 8. Bijlage 5. Raadpleging Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs ZeeuwsVlaanderen geanonimiseerd.pdf 9. Bijlage 6. Beleidsregels jeugdhulpvervoer Terneuzen 2021.pdf
4/86
Notitie bekostiging leerlingenvoer Zeeuws-Vlaanderen Inleiding De drie Zeeuws-Vlaamse gemeenteraden hebben in september/oktober 2020 de conceptbegroting 2021 van het Samenwerkingsverband Collectief Vervoer ZeeuwsVlaanderen besproken. De gemeenteraden konden zich vinden in de overgelegde stukken en dienden geen zienswijze in. De gemeenteraden stelden zich op de hoogte van de toename van de kosten. De raden verzochten om in goede samenwerking mogelijke kostenreducties te onderzoeken. Ongeveer gelijktijdig kwam de nieuwe model-verordening voor de bekostiging van het leerlingenvervoer beschikbaar voor gemeenten. De drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten onderzochten in de afgelopen periode in samenwerking met het Regionaal Bureau Leerlingzaken, Het samenwerkingsverband Collectief Vervoer en de Gemeentelijke Vervoerscentrale de mogelijkheden voor de gemeenten om de kosten van het leerlingenvervoer in Zeeuws-Vlaanderen te beïnvloeden. Extern adviseur Carolien Aalders begeleidde de werkgroep in dit traject. Op basis van de bevindingen van de werkgroep (zie hoofdstuk 2), verschoof de focus tijdens het onderzoek steeds meer naar de gewenste inhoud van het beleid, niet alleen vanuit kostenreductie, maar vooral vanuit een gedeelde visie en beleidsuitgangspunten.
Wat viel binnen de Scope van dit onderzoek? - De inhoud van het vastgestelde beleid in de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Terneuzen/Hulst/Sluis 2014; - De toepassing van de Verordening Leerlingenvervoer (toetsen van de aanvragen op basis van de verordening) Wat viel buiten de Scope van dit onderzoek? - De organisatie van de uitvoering van het doelgroepenvervoer. Hierop vindt een separaat onderzoek plaats door de Provincie en de Gemeentelijke vervoerscentrale (‘slimme mobiliteit’). - De uitvoering van het aangepast vervoer (taxivervoer). Per 1 augustus 2020 werd het leerlingenvervoer opnieuw aanbesteed voor de duur van 2 jaar. Dit met een optie tot een verlenging van nog eens 3 jaar. - Het WMO-vervoer. Deze kosten zijn afhankelijk van de indicatiestelling door Aan-z, Hulst voor Elkaar en het WMO-loket Sluis. De drie gemeenten maken hierop ieder afzonderlijk hun beleid. Waarom deze Scope? - De grootste voorziene kostenstijging in de begroting van het CVV zat na de aanbesteding bij het leerlingenvervoer. - Indien er mogelijkheden zijn om de kosten te beïnvloeden zitten deze aan de beleidskant en de toepassing van de verordening en niet bij het CVV als uitvoerder. - De Zeeuws-Vlaamse gemeenten werken samen bij het vaststellen van het beleid op het gebied van leerlingenvervoer. - Er kwam eind 2020 een nieuwe modelverordening beschikbaar vanuit de VNG.
- Het Regionaal Bureau Leerlingzaken toetst alle Zeeuws-Vlaamse aanvragen leerlingenvervoer. In deze notitie gaan wij achtereenvolgens in op: 1. Leerlingenvervoer, een nadere introductie 2. Onderzoek en bevindingen 1 5/86
3. Beleidsuitgangspunten De nieuwe Verordening Leerlingenvervoer Beleidsregels Digitalisering werkproces versus bevorderen zelfstandigheid en zelredzaamheid Bevorderen zelfstandigheid en zelfredzaamheid (project) 4. Cijfermatige monitoring 5. Planning 1. Leerlingenvervoer, een nadere introductie In principe gaan leerlingen op eigen gelegenheid naar school. Maar als de school te ver van huis ligt of als de leerling (door ziekte, handicap of gedragsproblemen) niet zelf naar school kan gaan, kan de leerling in aanmerking komen voor leerlingenvervoer. Of krijgen de ouders mogelijk een vergoeding van de reiskosten van en naar school. a. De Verordening leerlingenvervoer Het leerlingenvervoer is gedecentraliseerd in 1987. Gemeenten zijn sindsdien verplicht een regeling vast te stellen. Op basis hiervan kunnen ouders van leerlingen - onder bepaalde voorwaarden - aanspraak maken op bekostiging van de vervoerkosten van en naar school. De financiële middelen zijn onderdeel van de Algemene uitkering in het gemeentefonds. De VNG heeft voor de genoemde regeling een model opgesteld: de Modelverordening leerlingenvervoer. De wettelijke basis van het leerlingenvervoer ligt in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs.
De huidige Verordening Leerlingenvervoer van de Zeeuws-Vlaamse gemeenten (vastgesteld in 2014) is voor elke gemeente hetzelfde. De inhoud van de verordening komt nagenoeg één op één overeen met de landelijke modelverordening. Op de volgende punten wijkt de huidige Zeeuws-Vlaamse verordening af van de voormalige landelijke modelverordening. - Aan de definitie van 'school' hebben wij 'een vergelijkbare school in België’ toegevoegd; - Het is mogelijk om op verzoek van ouders de vergoeding over te maken aan de school. Hiermee kan de school een collectieve voorziening organiseren. Dit kan aan de orde zijn bij collectief vervoer van leerlingen die op grond van hun geloofsovertuiging een streekschool bezoeken; - Er bestaat aanspraak op bekostiging, waneer de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug meer dan twee uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder kan worden teruggebracht. De modelverordening spreekt over anderhalf uur; - We stimuleren ouders en leerlingen om zelfredzamer te worden. Daarom schrapten we de bekostiging van openbaar vervoer voor leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) niet. We behielden de mogelijkheid om ouders een impuls te geven om mee te werken aan een overstap vanuit het (kostbare) taxivervoer naar het openbaar vervoer. b.
De behandeling van aanvragen leerlingenvervoer Het Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL) behandelt de aanvragen leerlingenvervoer voor de gemeenten Terneuzen, Hulst en Sluis. Het RBL toetst de aanvragen aan de hand van de Verordening Leerlingenvervoer Hulst/Terneuzen/Sluis 2014. Hierin staan de voorwaarden op grond waarvan leerlingen (en evt. hun begeleiders) in aanmerking kunnen komen voor leerlingenvervoer. c. De uitvoering Een van de voorzieningen in het leerlingenvervoer betreft taxivervoer. Het Samenwerkingsverband Collectief Vervoer Zeeuws-Vlaanderen regelt het taxivervoer. Dit samenwerkingsverband is opgericht door de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten. Door middel van een Europese aanbesteding is het leerlingenvervoer met ingang van het 2 6/86
schooljaar 2020/2021 aanbesteed aan Citax Tiel B.V. De leerlingen worden vanuit hun woonadres vervoerd naar school op collectieve basis. Het RBL levert aan het begin van het schooljaar een overzicht van leerlingen aan die met een taxi vervoerd moeten worden. Het samenwerkingsverband stuurt deze lijst door naar de vervoerscentrale. De vervoerscentrale (GVC) maakt de routes en regelt dit vervoer. d. Ontwikkelingen In 2020 werd het leerlingenvervoer in Zeeuws-Vlaanderen opnieuw aanbesteed. In december 2020 kwam een nieuwe modelverordening voor het leerlingenvervoer beschikbaar. Er zou een nieuwe landelijke benchmark beschikbaar komen in het najaar van 2020. Deze is echter niet verschenen. e. De context van Zeeuws-Vlaanderen in relatie tot leerlingenvervoer Gemeenten stellen een minimale afstand tussen woning en de ‘dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke’ school vast. Als de afstand van huis tot school kleiner is dan 6 kilometer (landelijke richtlijn), dan kan er waarschijnlijk geen gebruik gemaakt worden van leerlingenvervoer. Door de geografische omstandigheden/plattelandssituatie van onze regio wonen relatief veel leerlingen buiten de 6 kilometergrens. Deze grens geldt niet voor leerlingen die door een handicap niet (zelfstandig) kunnen reizen met het openbaar vervoer.
Door de demografische omstandigheden (‘weinig’ leerlingen in absolute zin) van onze regio zijn een aantal voorzieningen voor Speciaal Onderwijs gecentreerd. Enkele voorzieningen zijn gecentreerd in Terneuzen, een aantal elders in Zeeland. Hierdoor wonen veel leerlingen buiten de 6 kilometergrens. Ook moeten zij gemiddeld langere afstanden afleggen. Door de (geïsoleerde) ligging van Zeeuws-Vlaanderen kiezen relatief veel leerlingen voor het onderwijs in Vlaanderen. Om in de rest van Zeeland te komen moet gebruik worden gemaakt van de tunnel. De tunnel brengt overigens jaarlijks een extra kostenpost van indicatief 100.000 euro met zich mee voor de gemeenten, enkel al voor de uitvoering het leerlingenvervoer. Verder wijst de GVC op de volgende bijzonderheden t.o.v. andere regio’s in Zeeland. - Er zijn enkele indicaties “individueel” en “klein vervoer” die het combineren van deze vervoersbewegingen niet mogelijk maken. Dit betekent inzet van extra voertuigen. - Er zijn leerlingen die op afwijkende tijden worden vervoerd. Dit betekent extra voertuiginzet. - In onze regio werken we niet met opstapplaatsen (overigens is dit ook niet persé het geval in de andere regio’s). Het instellen van opstapplaatsen kan een zeer beperkt effect m.b.t. kostenreductie hebben. Er heeft eerder onderzoek plaatsgevonden naar de inzet van grotere bussen. Dit leverde geen kostenreductie op.
Bovendien wordt de reistijd als gevolg van de geografische omstandigheden voor leerlingen die aan het begin van een route zitten erg lang. De GVC geeft aan, dat de grootste winst te behalen valt door het terugbrengen van het aantal voertuigen in het aangepast vervoer (het totale aantal in te zetten taxi’s en taxibussen). Dit kan onder andere door het terugbrengen van het ‘individueel’ en ‘klein vervoer’. 2. Onderzoek en bevindingen (samenvatting) Wij lieten een intern onderzoek uitvoeren m.n. op basis van deskresearch (dossieronderzoek en benchmark met andere gemeenten) en interviews met de medewerker leerlingenvervoer. Carolien Aalders voerde dit uit. Wat valt op in Zeeuws-Vlaanderen? -
Het Regionaal Bureau Leerlingzaken voert de toekenning van het leerlingenvervoer gedegen uit. Er is sprake van een goede nauwkeurige registratie van gegevens en er vindt een zorgvuldige beoordeling plaats van aanvragen. 3 7/86
-
Er is geen trend van een stijgend aantal leerlingen dat gebruik maakt van het leerlingenvervoer.
PO (incl SBO) VO (V)SO Totaal
-
-
-
-
-
-
-
Openbaar Vervoer Eigen vervoer Aangepast vervoer (taxi) 2017/18 2018/19 2019/20 2017/18 2018/19 2019/20 2017/18 2018/19 2019/20 53 58 72 14 13 8 114 101 91 0 0 0 0 0 3 15 12 22 46 19 27 9 8 11 267 285 266 99 77 99 23 21 22 396 398 379
Er is geen duidelijke trend te zien in het aantal leerlingen dat vervoerd wordt binnen Zeeuws-Vlaanderen, buiten Zeeuws-Vlaanderen (maar in Nederland) en naar Vlaanderen, al lijkt het vervoer ‘door de tunnel’ licht af te nemen. De gemiddelde kosten per leerling in het leerlingenvervoer zijn hoger dan het landelijk gemiddelde (met name in Hulst en Sluis), evenals het deelnamepercentage. Ook het aantal leerlingen dat in aanmerking komt voor leerlingenvervoer is relatief hoog in onze gemeenten. Dit heeft met name te maken met de geografische omstandigheden van de regio en het feit dat de reisafstand naar het speciaal (basis) onderwijs relatief groot is. Door het relatief kleine aantal leerlingen in de regio en provincie zijn deze voorzieningen ‘schaars’. Dit is beperkt beïnvloedbaar. De geografische omstandigheden kunnen we niet beïnvloeden. Het gesprek over de doorontwikkeling van thuisnabij passend onderwijs in afstemming met het samenwerkingsverband behoort wel tot de mogelijkheden. De kosten van het vervoer naar Vlaanderen zijn relatief hoog en beïnvloedbaar. Gemeenten hebben immers geen wettelijke verplichting om vervoer naar Vlaanderen te faciliteren. Bovendien is het vervoer naar Vlaanderen kostbaar. Het gaat om veel verschillende scholen met verschillende schooltijden en dus veel individueel ritten met weinig leerlingen.
Leerlingen die op het Voortgezet Speciaal Onderwijs zitten en zelfstandig met het openbaar vervoer naar school gaan, hebben op grond van de wetgeving per 1 augustus 2014 geen wettelijk recht meer op leerlingenvervoer (tenzij gehandicapt in de zin van de verordening). De Zeeuws-Vlaamse gemeenten kozen er in 2014 voor om dit recht alsnog vast te leggen in de verordening. Het doel is om uitstroom vanuit de taxi naar het openbaar vervoer te stimuleren. Een aantal scholen voor speciaal (basis) onderwijs zijn goed bereikbaar met het openbaar vervoer (OV). 93 van de Hulsterse en Terneuzense leerlingen in het aangepast vervoer kunnen de school bereiken zonder over te moeten stappen in het OV. 57 van deze leerlingen zijn 10 jaar of ouder. Dit is nader onderzoek waard. In Sluis ligt dit lastiger. Daar moeten de meeste leerlingen ten minste 1x overstappen en is de reistijd vaak langer dan een uur. Wat opvalt is dat een aantal leerlingen in het praktijkonderwijs en regulier voortgezet onderwijs aanspraak maakt op leerlingenvervoer op basis van een handicap. Dit gebeurt veelal op advies van een onafhankelijke keuringsarts. Het aantal is relatief hoog evenals de inzet/noodaak van ‘aangepast vervoer’. Om in de rest van Zeeland te komen moet gebruik worden gemaakt van de tunnel.
3. Wat willen we gaan doen?
4 8/86
a. We adviseren de gemeenteraad om de verordening aan te passen (bijlage 1a + 1b + 1c) Inleiding In 2014 stelden de Zeeuws-Vlaamse gemeenteraden de Verordening leerlingenvervoer gemeente Terneuzen/Sluis/Hulst 2014 vast. Vanuit de wetgeving was er geen aanleiding om de Model Verordening leerlingenvervoer aan te passen. Er zijn echter sinds 2015 wel ontwikkelingen in het sociaal domein en specifiek in het passend onderwijs geweest. Hierdoor bleek er behoefte aan een herziening van de Model Verordening leerlingenvervoer. Daarom heeft de VNG in december 2020 een nieuwe Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer uitgebracht. De wijzigingen in het model ten opzichte van de oude verordening, hebben met name betrekking op ontwikkelingen binnen passend onderwijs en jeugdhulp. De doelen van de nieuwe verordening zijn: 1. Bevorderen leesbaarheid 2. Stimuleren zelfstandigheid van leerlingen beter verankeren. 3. Mogelijke sturing van financiën door verplichte afstemming met samenwerkingsverband passend onderwijs. 4.
Ontwikkelingen/aanbevelingen op terrein jeugdhulp en passend onderwijs verankeren in beleid leerlingenvervoer (het gaat dan met name om het formaliseren van het overleg tussen gemeenten en samenwerkingsverbanden over vervoer, in relatie tot jeugdhulp en passend onderwijs) De nieuwe verordening kent een nieuwe indeling (beoordelingsfase en onderzoeksfase) en er staan een aantal nieuwe bepalingen in, voortkomend uit jurisprudentie. Het gaat om: opschorten en intrekking voorziening (artikel 7); opstapplaats (artikel 8); (afwijkende) schooltijden en wachttijden (artikel 13); stimuleren zelfstandigheid en zelfredzaamheid (artikel 4); tijdelijk verblijf buiten de gemeente (artikel 14); kilometervergoeding t.v.v. Reisregeling Binnenland (vervallen); andere passende vervoersvoorziening (artikel 21); stagevervoer (artikel 15). Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij u naar de brief van de VNG: ‘VNG model Verordening bekostiging leerlingenvervoer (nieuw) d.d. 2 december 2020 (bijlage 2). Gemaakte keuzes bij het opstellen van de nieuwe Verordening De Zeeuws-Vlaamse gemeenten volgen zoveel als mogelijk de modelverordening. Dat deden wij eerder in 2014 ook. De doelen sluiten inhoudelijk aan bij onze beleidsuitgangspunten en bij de landelijke ontwikkelingen, zoals die ook voor ZeeuwsVlaanderen gelden.
We hanteren de volgende beleidsuitgangspunten: ieder kind gaat naar school; de verantwoordelijkheid voor de schoolgang van leerlingen en het (al dan niet onder begeleiding) vervoeren van hun leerlingen van en naar school is primair de verantwoordelijkheid van de ouder(s); het is een taak van de gemeente om voor iedere leerling die in aanmerking komt voor leerlingenvervoer een vergoeding voor passend vervoer aan te bieden; de vorm van bekostiging van leerlingenvervoer sluit zoveel mogelijk aan op de individuele mogelijkheden van ouder(s) en leerlingen en eventuele beperking en mogelijkheden van de leerling. 5 9/86
zelfredzaamheid en eigen kracht zijn belangrijke grondbeginselen; ◦ Wie zelfstandig kan reizen, reist zelfstandig of krijgt (tijdelijke) begeleiding of training gericht op zelfstandig reizen (per openbaar vervoer of fiets). ◦ Waar mogelijk stelt de gemeente ouder(s) in staat het vervoer zelf te regelen (meer faciliterend dan organiserend). ◦ Aangepast vervoer blijft bestaan voor wie dat echt nodig heeft
Deze beleidsuitgangpunten passen we toe in de verordening en in de nog vast te stellen beleidsregels. De verordening biedt kansen om daar waar mogelijk nog te sturen in de beheersing van kosten, vanuit inhoudelijke overwegingen. We namen bij het opstellen van de verordening de bevindingen uit het onderzoek van Carolien Aalders (zie hoofdstuk 2 van deze notitie) en de bevindingen van de GVC (hoofdstuk 1) mee. We legden de concept-verordening voor aan de WMO-raden van de drie gemeenten en de Zeeuws-Vlaamse samenwerkingsverbanden passend primair en voortgezet onderwijs. Wij lichten nu de passages uit de door ons voorgestelde verordening toe, die: - een aanpassing inhouden van het specifieke regionale beleid in 2014; - opgenomen zijn in de nieuwe modelverordening en direct verband houden met de door ons voorgestelde maatregelen; - een aanpassing inhouden ten opzichte van de door de VNG opgestelde modelverordening 2020. 1. Art 8
Was We stelden alle scholen in Vlaanderen gelijk aan scholen in Nederland bij de toepassing van de Verordening Leerlingenvervoer.
2.
We hebben de mogelijkheid om de bekostiging uit te keren aan een schoolbestuur, die vervolgens daarmee collectief vervoer organiseert.
3. Art 17
Leerlingen die op het VSO zitten en zelfstandig met het openbaar vervoer naar school kunnen gaan hebben op grond van de wetgeving per 1 augustus
Maatregel Artikel 8 Er wordt een vergoeding voor het eigen vervoer tot aan de Belgische grens verstrekt voor ouders/leerlingen die kiezen voor het onderwijs in België, indien er in Nederland geen toegankelijke school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs dichterbij gelegen is, dan een vergelijkbare school in Vlaanderen*. Door middel van een overgangsbepaling regelen we, dat deze ‘versmalling van de doelgroep’ enkel opgaat voor nieuwe leerlingen. Geen apart artikel noodzakelijk. We behouden de mogelijkheid om de bekostiging uit te keren aan een schoolbestuur, die vervolgens daarmee collectief vervoer organiseert. Dit is met name aan de orde bij collectief vervoer van leerlingen die op grond van hun geloofsovertuiging een streekschool bezoeken. Artikel 17 Als voor een leerling van het voortgezet speciaal onderwijs aanspraak bestaat op bekostiging,verstrekken burgemeester en 6
10/86
4. Art 15
2014 geen wettelijk afdwingbaar recht meer op leerlingenvervoer. Wij namen in 2014 deze wetswijziging niet over, met het volgende argument: wanneer we de bekostiging van openbaar vervoer voor leerlingen uit het VSO schrappen, verdwijnt de impuls om mee te werken aan een overstap vanuit het (kostbare) taxivervoer naar het openbaar vervoer. -
5.
Bekostiging tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school.
6. Art 5
-
7. Art 4
-
8. Art 17 18,19
-
wethouders de ouders maximaal het eerste jaar een bekostiging van 100%, in het tweede jaar een bekostiging van 50%, in het derde jaar een bekostiging van 25%. Daarna wordt geen bekostiging meer verstrekt.
Artikel 15 De nieuwe modelverordening kent een bepaling, dat burgemeester en wethouders een ‘maximale straal’ kunnen aanwijzen voor het vergoeden van vervoer naar het stageadres. Vanwege de geografische omstandigheden van Zeeuws-Vlaanderen hebben we deze bepaling niet overgenomen, maar opgenomen dat we kunnen afwijken van de reguliere verordening, wanneer aantoonbaar niet kan worden voldaan aan de overige bepalingen in dit artikel (die erop gericht zijn om de kosten van vervoer naar en van stage zo beperkt mogelijk te houden). In afwijking van de modelverordening handhaven de Zeeuws-Vlaamse gemeenten deze bepaling. De modelverordening biedt de optie om in bepaalde situaties te bekostigen tot ‘de best passende school’. Dit hoeft niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school te zijn. Wij nemen deze verruiming niet over in de nieuwe verordening. Artikel 5 Op Overeenstemming Gericht Overleg met het samenwerkingsverband over de mogelijkheden om de kosten te beheersen. Artikel 4 Vervoersontwikkelingsplan. Stimuleren zelfstandigheid en zelfredzaamheid. We nemen het gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid op in beleid. Artikel 17, 18, 20. De Reisregeling Binnenland is vervallen. Gemeenten stellen de hoogte van de kilometervergoeding voor de fiets nu zelf vast. Wij moedigen het gebruik van de fiets aan.
De kilometervergoeding voor de fiets bedraagt 75% van het belastingvrije kilometervergoeding voor de auto. 7
11/86
* Vervoer Vlaanderen Leerlingen die op grond van de oude verordening al aanspraak maken op vervoer behouden dit recht. Hierbij zijn voor deze leerlingen de overige reguliere bepalingen in de verordening uiteraard gewoon van toepassing. Uitgangspunt voor het bekostigen van het vervoer naar school wordt, dat er een school in Nederland wordt bezocht. Ouders en leerlingen zijn vrij om te kiezen voor een school in Vlaanderen, maar gemeenten faciliteren dit in principe niet door middel van vervoer. Hierop maken we één uitzondering: Indien blijkt, dat er in Nederland geen toegankelijke school als bedoeld in de Wet op de Expertisecentra dichterbij gelegen is, dan een vergelijkbare school in Vlaanderen, dan wordt uit coulance aan ouders ten behoeve van de inzet van de eigen auto een kilometervergoeding verstrekt tot aan de grens. In Nederland zijn er, ook in de grensstreek, nagenoeg verder geen gemeenten die het vervoer naar scholen buiten Nederland betalen. Doorslaggevend voor deze keuze zijn de volgende argumenten: - Er bestaat geen wettelijke plicht voor gemeenten om het vervoer naar België te bekostigen en; - Het kostenaspect (het aantal taxi’s kan worden teruggebracht); - In de meeste gevallen bestaat binnen een redelijke afstand een toegankelijk aanbod in Nederland.
- We komen leerlingen/ouders tegemoet, die kiezen voor een aanbod van (voortgezet) speciaal onderwijs in Vlaanderen, dat dichterbij gelegen is dan het aanbod in Nederland. b. We stellen beleidsregels op De Zeeuws-Vlaamse gemeenten stellen en gezamenlijk beleidsregels op. Het doel van deze beleidsregels is om het RBL duidelijker handvatten aan te bieden bij het eenduidig toepassen van de verordening. We nemen bij het opstellen van de beleidsregels de aanbevelingen uit het onderzoek van Carolien Aalders (zie hoofdstuk 2 van deze notitie) en de bevindingen van de GVC (hoofdstuk 1 e) mee en hanteren de beleidsuitgangspunten. Zodra de gemeenteraad de verordening vaststelt, zullen wij binnen de kaders van de verordening de beleidsregels definitief uitwerken. c. Digitalisering werkproces versus bevorderen zelfstandigheid en zelfredzaamheid De nieuwe verordening geeft het Regionaal Bureau Leerlingzaken handvatten om zelfredzaamheid en zelfstandigheid te stimuleren. Verdere digitalisering van het werkproces helpt het Regionaal Bureau Leerlingzaken om binnen de huidige formatie ruimte te creëren voor de uitvoering van de verordening en de beleidsregels, daar waar het gaat om het onderzoeken van zelfstandigheid en zelfredzaamheid en het opstellen van een vervoersontwikkelingsplan.
Wij nemen de digitalisering van het werkproces (ICT) mee in de reguliere P&C cyclus van het Regionaal Bureau Leerlingzaken. We maken een format voor de vervoersadviezen die adviseurs/deskundigen (vanuit het onderwijs of anders) opstellen. Hierin besteden we nadrukkelijk aandacht aan het onderzoeken van zelfstandigheid en zelfredzaamheid, als onderdeel van het ontwikkelperspectief van de leerling. 8 12/86
d. Op projectmatige basis bevorderen van zelfstandigheid en zelfredzaamheid Er zijn landelijke projecten die de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van het reizen kunnen bevorderen. Een dergelijk project is ‘De reiskoffer’. ‘De reiskoffer’ biedt verschillende reisondersteunende producten aan: 1. Samen reizen met... Binnen dit project reizen vrijwilligers een aantal keer met leerlingen mee en leren hen gaandeweg om zelfstandig te reizen. 2. De GoOV-app De GoOV-app is een app op je smartphone voor iedereen die moeite heeft met zelfstandig reizen. De app helpt de gebruiker om zelfstandig te reizen in het openbaar vervoer. 3. De Buzz Buddy De Buzz Buddy is een klein apparaat met zowel een telefoon- als een gps-verbinding. Met dit apparaat kan de deelnemer zelfstandig reizen met een ‘noodknop’op zak. Als er hulp nodig is, kan de noodknop worden gebruikt en wordt er gebeld naar bijv. ouders, woonvoorziening of een hulplijn. Ook kan de deelnemer gevolgd worden tijdens zijn/haar reis. We constateerden, dat een aantal scholen voor speciaal (basis) onderwijs goed bereikbaar zijn met het OV. Een verdere analyse van het leerlingenbestand is noodzakelijk. Wij oriënteren ons in het schooljaar 2021 – 2022 op basis van een analyse van ons bestand en in samenwerking met het onderwijs op de mogelijke inzet van één of meerdere producten, de meerwaarde en kosten. 4.
Cijfermatige monitoring + evaluatie
Wij concludeerden, dat het niet mogelijk is om de gevolgen van het voorgestelde beleid door te rekenen op basis van het huidige bestand. De kosten kunnen wekelijks wijzigen (bijv. het toevoegen van één extra leerling in een route kan de noodzaak voor het inzetten van een extra taxi betekenen of juist niet en één noodzakelijke indicatie voor aangepast vervoer naar een zeer ver weg gelegen school kan in één keer alle overige ‘opbrengsten’ onzichtbaar laten lijken. De gemeenten hebben de uitvoering van het vervoer bovendien ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling. We verwerken de begroting van het CVV in de eigen begroting. Wij brengen de raad door middel van de P&C cyclus van het CVV en de gemeente jaarlijks op de hoogte van de ontwikkeling van de kosten. In het jaarverslag van het Regionaal Bureau Leerlingzaken geven wij jaarlijks inzicht in het aantal leerlingen dat gebruik maakt van het leerlingenvervoer. 5.
Planning
Verordening Beleidsregels (nader uit te werken) Vraagstelling richting keuringsarts scherp formuleren Oriëntatie project zelfredzaamheid en zelfstandigheid Voortgang/evaluatie beleid (+bijstelling indien aan de orde)
Per 1 januari 2022 (overgangsbepalingen Vlaanderen) Per 1 januari 2022 Reeds opgepakt. Schooljaar 2021 – 2022 (separate besluitvorming) Regulier – via reguliere P&C cyclus gemeenten + jaarverslag RBL.
9 13/86
2x per jaar werkgroepoverleg voortgang + evaluatie. Bijlagen 1a. 1b. 1c. 2.
Verordening Bekostiging leerlingenvervoer 2022 Toelichting op de Verordening Bekostiging leerlingenvervoer 2022 Stroomschema Brief van de VNG: ‘VNG model Verordening bekostiging leerlingenvervoer d.d. 2 december 2020
10 14/86
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 Besluit van de raad van de gemeente Terneuzen tot vaststelling van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 31 augustus 2021, gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs; gezien het advies van de commissie Samenleving; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening bekostiging leerlingenvervoer Terneuzen 2022
Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a.
aangepast vervoer: vervoer per besloten busvervoer, schoolbusvervoer, taxi, taxibus of touringcar;
b.
afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;
c.
begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden;
d.
deskundige: onafhankelijk medisch of pedagogisch deskundige, de school of de in het OOGO bepaalde onafhankelijk deskundige;
e.
eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets;
f.
gehandicapte leerling: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken;
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 15/86
g.
inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs;
h.
leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school als bedoeld in dit artikel;
i.
ontwikkelingsperspectief: een voor de leerling van het primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel voortgezet onderwijs vastgesteld plan als bedoeld in artikel 40a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 41a van de Wet op de expertisecentra of artikel 26 van de Wet op het voortgezet onderwijs, dat door het bevoegd gezag en na op overeenstemming gericht overleg met de ouders is opgesteld. Ingeval van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs adviseert hierin de commissie voor de begeleiding dan wel de commissie van onderzoek;
j.
OOGO: het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen het samenwerkingsverband Passend Onderwijs en de gemeenten binnen het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 17a, negende lid, van de Wet op het voorgezet onderwijs;
k.
openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer;
l.
opstapplaats: plaats aangewezen door burgemeester en wethouders, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer. De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider;
m.
ouders: ouder ( s ), voogden of verzorgers van de leerling;
n.
reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer;
o.
samenwerkingsverband:
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 16/86
1 °.
voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband passend onderwijs als
bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs; 2 °.
voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: samenwerkingsverband passend onderwijs als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of
3 °.
voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband passend onderwijs als bedoeld in artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs;
p.
school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt. Dit is: 1 °.
het primair onderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
2 °.
het speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of het speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
3 °.
het voortgezet speciaal onderwijs: school voor voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of
4 °.
het voortgezet onderwijs: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
q.
toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school;
r.
vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt;
s.
vervoersvoorziening: 1 °.
bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider;
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 17/86
2 °.
aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of
3 °.
gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door burgemeester en wethouders noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider;
t.
woning: plaats waar de leerling feitelijk en structureel verblijft.
Artikel 2. Doelstelling Deze verordening heeft tot doel op basis van een beoordeling op grond van in de verordening bepaalde criteria en op basis van een onderzoek naar de individuele situatie van de leerling een gehele of gedeeltelijke bekostiging toe te kennen aan de ouders voor het goedkoopst passend vervoer van de leerling van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de leerling en terug met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.
Paragraaf 2. Aanvraag van de vervoersvoorziening Artikel 3. Aanvraagprocedure 1.
Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan in de gemeente waar de leerling zijn woning heeft, door indiening bij burgemeester en wethouders van een volledig ingevuld en door de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling ondertekend papieren of digitaal formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens.
2.
Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken.
3.
De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de vervoersvoorziening voor de leerling.
4.
Burgemeester en wethouders besluiten binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening.
5.
Burgemeester en wethouders kunnen het in het vorige lid bedoelde besluitvormingstermijn met ten hoogste vier weken verdagen. Burgemeester en wethouders stellen de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.
6.
Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze:
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 18/86
a.
wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag;
b.
wanneer het een aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum.
Artikel 4. Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag 1.
Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin.
2.
Burgemeester en wethouders kunnen bij een eerste aanvraag in een gesprek, met de ouders, desgewenst de leerling en een deskundige, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken als bedoeld in de onderzoeksfase
3.
Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden.
4.
Burgemeester en wethouders betrekken in het gesprek tenminste de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en de dichtstbijzijnde toegankelijke school als bedoeld in artikel 8.
5.
Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, kunnen burgemeester en wethouders in overleg met de ouders, desgewenst de leerling en in samenhang met het ontwikkelingsperspectief een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen, waarin de weg naar zelfstandig reizen naar school wordt beschreven alsmede de mogelijkheden van de leerling. Dit plan maakt onderdeel uit van het besluit.
6.
In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kunnen burgemeester en wethouders ondersteuning bieden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen.
Artikel 5. OOGO met het samenwerkingsverband Passend Onderwijs 1.
Burgemeester en wethouders spannen zich in om in het OOGO met het samenwerkingsverband afspraken te maken over: a.
de spreiding van het onderwijsaanbod binnen het samenwerkingsverband en de vervoersmogelijkheden die hieruit voortvloeien;
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 19/86
b.
de deskundige die burgemeester en wethouders adviseert over de vervoersmogelijkheden van een leerling en het proces dat hierbij gevolgd wordt. De deskundige betrekt in zijn advies de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling als bedoeld in artikel 4;
c.
de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verwijzing van de leerling naar de voor hem best passende school met dien verstande, dat slechts een vervoersvoorziening door burgemeester en wethouders worden verstrekt naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school;
d.
de wijze waarop scholen ondersteund kunnen worden in hun informatievoorziening over het leerlingenvervoer aan ouders;
e.
de wijze waarop vorm wordt gegeven aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de vervoerskosten te beheersen;
f. 2.
de invulling en frequentie van een overleg als bedoeld in het tweede lid;
Burgemeester en wethouders organiseren periodiek een uitvoerend overleg met het samenwerkingsverband. In dit overleg worden de volgende onderwerpen besproken: a.
de ontwikkelingen in het onderwijs, het gemeentelijk beleid leerlingenvervoer en het samenwerkingsverband;
b.
de wijze waarop te voorkomen, dan wel op te heffen is, dat een leerling naar een best passende, maar verder weg gelegen school gaat en dit onderwijs bij de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, aangeboden kan worden;
c.
het maken van afspraken over de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan het vervoersontwikkelingsplan genoemd in artikel 4, vijfde lid;
Artikel 6. Algemene voorwaarden voor toekenning van de vervoersvoorziening 1.
Ten behoeve van het schoolbezoek kennen burgemeester en wethouders aan de ouders van de in de gemeente verblijvende leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.
2.
Als burgemeester en wethouders toepassing geven aan het eerste lid, verlangen burgemeester en wethouders van de ouders aan wie slechts een
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 20/86
gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen. 3.
De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen.
4.
Als de leerling een meerderjarige en handelingsbekwame leerling is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag toegekend aan de leerling.
5.
Burgemeester en wethouders bepalen bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening.
6.
Burgemeester en wethouders kunnen aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden.
7.
Burgemeester en wethouders verstrekken een vervoersvoorziening voor het vervoer van de leerling van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en terug.
8.
Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen.
Artikel 7. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening 1.
De ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan burgemeester en wethouders.
2.
Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kennen burgemeester en wethouders al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe.
3.
Als de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en burgemeester en wethouders een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststellen, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kennen burgemeester en wethouders al dan
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 21/86
niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Burgemeester en wethouders delen het besluit schriftelijk mee aan de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling. 4.
Burgemeester en wethouders kunnen een besluit als bedoeld in deze verordening herzien, opschorten dan wel intrekken, als burgemeester en wethouders vaststellen dat: a.
niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening;
b.
beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen;
c.
de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is;
d.
sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of
e.
het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer.
5.
De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepaste vervoer berust bij de ouders.
6.
Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.
Paragraaf 3. Beoordelingsfase: beoordeling van de aanspraak op vervoersvoorziening Artikel 8. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1.
Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 22/86
2.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, ontstaat niet eerder een aanspraak op een vervoersvoorziening dan dat de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk hebben gemeld.
3.
Met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden wordt eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en: a.
de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of
b.
een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a.
4. In afwijking van het bepaalde in dit artikel wordt een vergoeding voor het eigen vervoer tot aan de Belgische grens verstrekt, indien er in Nederland geen toegankelijke school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs dichterbij gelegen is, dan een vergelijkbare school in Vlaanderen, en de leerling/ouders zelf de keuze maken om gebruik te maken van het Belgische onderwijs. Artikel 9. Afstandsgrens 1.
Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor: a.
basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer;
b.
speciaal basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; of
2.
c.
speciaal onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer;
d.
voortgezet speciaal onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer.
In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan burgemeester en wethouders genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kunnen burgemeester en wethouders
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 23/86
hierover advies vragen aan een onafhankelijk medisch deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen. Artikel 10. Aanwijzing opstapplaats 1.
Burgemeester en wethouders kunnen bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van de vervoersvoorziening.
2.
De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is.
3.
Burgemeester en wethouders wijzen geen opstapplaats aan als door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is.
4.
Burgemeester en wethouders wijzen [tijdelijk] geen opstapplaats aan als het gebruik van een opstapplaats leidt tot hogere kosten dan aangepast vervoer vanaf de woning van de leerling.
Artikel 11. Peildatum leeftijd leerling Voor het verstrekken van een vervoersvoorziening op basis van artikel 18 is de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft bepalend. Artikel 12. Andere vergoedingen De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht. Artikel 13. Schooltijden en wachttijden 1.
Bekostiging van het aangepast vervoer vindt plaats op standaard schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.
2.
Ingeval er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kunnen burgemeester en wethouders besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van één of
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 24/86
meerdere lesuren, om zodoende aan te sluiten op het reguliere leerlingenvervoer. 3.
Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet bekostigd, tenzij de ouders bewijs overleggen waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerplichtige leerling de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt.
Artikel 14. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1.
Burgemeester en wethouders kunnen een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a.
de leerling blijft zijn eigen school bezoeken;
b.
in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en
c.
de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente.
2.
Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken.
Artikel 15. Vervoersvoorziening naar stageadres 1.
Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend.
2.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer bovendien door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs gedaan worden.
3.
De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022 25/86
a.
de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract;
b.
de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden;
c.
de stage vindt plaats op één stageadres; en
d.
het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school.
e. wanneer aantoonbaar niet voldaan kan worden aan sub a tot en met d, kan hiervan worden afgeweken. 4.
Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres.
5.
Burgemeester en wethouders kunnen het stagecontract opvragen.
Paragraaf 4. Onderzoeksfase: verstrekking aard en omvang van de vervoersvoorziening Artikel 16. Verstrekking van de vervoersvoorziening 1.
Burgemeester en wethouders betrekken bij de verstrekking van de vervoersvoorziening het eventuele persoonlijk vervoersontwikkelingsplan of vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoekfase van belang zijn.
2.
Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoeden burgemeester en wethouders geen andere kosten dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer.
Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1.
Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, verstrekken burgemeester en wethouders aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer.