2021-09-22 Bijlage 3 - Nota van antwoord zienswijzen v.v.g.b
Tekst van het document
GEMEENTE TERNEUZEN
Verklaring van geen bedenkingen afwijkend gebruik en aanleg pad naar de Tragel te Koewacht.
Antwoordnota zienswijzen
1
INHOUD
BLZ
1. Inleiding 1.1. Procedure 1.2. Leeswijzer
3 3
2.
Zienswijzen 2.1. Overzicht ingebrachte zienswijzen 2.2. Ontvankelijkheid 2.3. Gegrond of ongegrond
4 4 4
3.
Samenvatting en beoordeling zienswijzen
5-8
4.
Bijlagen
9-16
2
1.
INLEIDING
1.1.
Procedure
De verklaring van geen bedenkingen die de gemeenteraad op 22 april in ontwerp afgaf voor het van het bestemmingsplan afwijkend gebruik voor de aanleg van een pad naar de Tragel maakt de aanleg van een pad mogelijk voor de achter ontsluiting van de woning aan de Nieuwstraat 30 te Koewacht. Het aan te leggen pad dient ter vervanging van een bestaand pad. De omgevingsvergunning afwijkend gebruik Het ontwerp van de verklaring van geen bedenkingen heeft ter inzage gelegen van donderdag 13 mei 2021 tot en met woensdag 23 juni 2021. Tegelijkertijd lag het ontwerpbesluit voor de omgevingsvergunning voor het afwijkende gebruik en de aanleg van het pad ter inzage. Tegen beide ontwerpen konden gedurende de periode van 13 mei tot en met 23 juni 2021 zienswijzen worden ingediend. De hier genoemde zienswijzen hebben alleen betrekking op de verklaring van geen bedenkingen en niet op de omgevingsvergunning. Voor deze laatste zal een afzonderlijke Nota van Antwoord worden opgesteld, al moeten wij onderkennen dat zienswijzen gelijkluidend zijn. Binnen de termijn van terinzagelegging zijn twee zienswijzen kenbaar gemaakt: 1.2.
Leeswijzer
De opbouw van deze antwoordnota is als volgt. In hoofdstuk 2 wordt een overzicht gegeven van de kenbaar gemaakte zienswijzen en is ingegaan op de ontvankelijkheid ervan. In hoofdstuk 3 zijn de zienswijzen samengevat, beantwoord en – indien van toepassing – is daarbij aangegeven op welke wijze dit zou moeten leiden tot aanpassing of weigering van der verklaring van geen bedenkingen.
3
2. Zienswijzen
2.1
Overzicht ingebracht zienswijzen
Tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van de verklaring van geen bedenkingen zijn binnen de termijn (13 mei 2021 tot en met 23 juni 2021) de volgende zienswijze kenbaar gemaakt - Schriftelijke zienswijze 1 d.d. 22 juni 2021 - Schriftelijke zienswijze 2 d.d. 21 juni 2021 2.2
Ontvankelijkheid
Alle zienswijzen zijn tijdig (binnen de termijn) kenbaar gemaakt. Deze zienswijzen zijn ontvankelijk. 2.3 Gegrond of ongegrond In hoofdstuk 3 van deze antwoordnota wordt ingegaan op de vraag of de ingediende zienswijzen aanleiding geven tot het alsnog weigeren dan wel aanpassen van de verklaring van geen bedenkingen en de daaronder liggende stukken.
4
3. Samenvatting ingediende zienswijzen en beoordeling
1. Zienswijze 1 Deze zienswijze is op 22 juni 2021 ingediend tegen het ontwerp van de verklaring van geen bedenkingen voor het aan te leggen pad naar de Tragel. De zienswijze voert, samengevat, de volgende argumenten aan: a. Het nieuwe pad ligt binnen de invloedsfeer van en agrarisch bedrijf en zal de bedrijfsvoering belemmeren. Daartoe verwijst de zienswijze naar het RIVM-rapport “GGD-richtlijn medische milieukunde: Veehouderij en Gezondheid”. Het nieuwe pad ligt binnen de aanbevolen afstand van 250 m van een veehouderij tot kwetsbare functies, en is in strijd met deze richtlijn. Nu dit aspect niet bij de besluitvorming betrokken is, is deze besluitvorming onzorgvuldig en niet gemotiveerd. b. De noodzaak tot aanleg van het nieuwe pad is onvoldoende onderbouwd. Het erf van Nieuwstraat 30 is ook aan de Nieuwstraat te ontsluiten via de garage. c. Gelet op de historie bestaat de vrees voor een veel intensiever gebruik van het pad. De voorliggende bestemming van het pand Nieuwstraat 30 wordt niet gewijzigd, waardoor de vrees bestaat dat naast privégebruik van het pad, ook bedrijfsmatig gebruik ervan zal plaatsvinden d. Veel andere woningen aan de Nieuwstraat hebben ook geen ontsluiting van het achtererf, zoals met het pad beoogd wordt. e. Met een lengte van 200 m en een breedte van 3 m is het pad niet te vergelijken met een landschappelijk ingepast tuin- en voetpad. f.
Het is onjuist om het illegale bestaande pad te gebruiken als argument dat de verharding per saldo geen effect zal hebben op het behoud, de versterking en de ontwikkeling van aanwezige landschapswaarden. g. De aanleg van het pad strookt niet met de groene initiatieven die de gemeente Terneuzen en de provincie voorstaan. h. Onduidelijk is of er nu wel of niet een bedrijf gevestigd is aan de Nieuwstraat 30. Die duidelijkheid is wel nodig om te komen tot een correcte beoordeling van de aanvraag. i. Toepassing van afdeling 3.4. van de Awb is niet hetzelfde als invulling geven aan burgerparticipatie. Overwegingen a. De aangehaalde GGD-richtlijn beoogt een ondersteunend instrument te zijn voor gezondheidskundige adviezen bij uitbreiding of vestiging van veehouderijbedrijven. Hierbij spelen 2 uitgangspunten een centrale rol, waarbij 1 hier een rol speelt, althans in de zienswijze. Dit betreft het uitgangspunt: “Wees terughoudend bij het plaatsen van gevoelige bestemmingen en veehouderijen binnen een staal van 250 m van elkaar”. Onderstreept moet worden dat het nieuw aan te leggen pad op zich geen gevoelige functie betreft, maar slechts ondersteunend is aan de gevoelige woonfunctie van het pand Nieuwstraat 30. De huidige bestemming van het gebied laat ook geen gevoelige bestemming toe. In die zin is het pad niet in strijd met de GGD-richtlijn.
Redenerend in de geest van de zienswijze zou ook de aanwezigheid van de Tragel zelf een probleem richting de GGD-richtlijn opleveren. Duidelijk is dat dit soort van gevolgen niet beoogd wordt met de toepassing van de richtlijn. Dat de aanleg van het pad geen milieugevoelige functie aan het gebied toevoegt is ook in paragraaf 3.3.1. van de ruimtelijke onderbouwing onderstreept. b. In de ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag is beargumenteerd waarom het pad nodig zou zijn. Er is geen aanleiding om die onderbouwing op dit punt in twijfel te trekken. c. De vrees voor een intensiever bedrijfsmatig gebruik van het pad is niet aan de orde. In de ruimtelijke onderbouwing, onder 1.1. is duidelijk aangegeven dat het pad dient ter ontsluiting van het erf bij de woning Nieuwstraat 30. Een bedrijfsmatig gebruik kan ook voorkomen worden door een voorwaarde aan de omgevingsvergunning toe te voegen.
5
d. Veel woningen aan de Nieuwstraat hebben ook niet de beschikking over gronden die een dergelijke achterontsluiting mogelijk maakt. e. Het pad heeft een lengte van 170 m en een breedte van 3 m. wat zeker een afwijking genoemd mag worden van een regulier ontsluitingspad van een erf. Dat hangt echter ook samen met de situatie aan de Nieuwstraat, met een nagenoeg gesloten gevelwand. Nergens in de stukken is ook gesteld dat het pad te vergelijken zou zijn met een pad zoals aangegeven in de zienswijze. Het pad komt niet/nauwelijks boven het maaiveld uit, waardoor de noodzaak van een landschappelijke inpassing ontbreekt. f. Het bestaande pad is in de jaren 90 van de vorige eeuw aangelegd, toen er voor deze werkzaamheden geen aanlegvergunningstelsel bestond. Vervolgens is het pad ruim 25 jaren min of meer intensief gebruikt. Dat gebruik was in die periode zeker niet alleen voor privédoeleinden maar ook bedrijfsmatig. Nadat het hoveniersbedrijf echter een andere locatie vond, en het installatiebedrijf niet langer aan de Nieuwstraat gevestigd is, is er sprake van alleen privégebruik, zoals dat, naast bedrijfsmatig gebruik, ook langjarig het geval was. Gelet op deze historie bestaan er bij het gemeentebestuur geen bedenkingen tegen het behouden van een achterontsluiting van de voorliggende woning, en het mogelijk maken van een alternatief voor het bestaande pad. g.
Die groene initiatieven hebben geen betrekking op het plangebied van het pad. Overigens betekent het aanleggen van het nieuwe pad een extra verharding van 510 m² (170 x 3m), waartegenover 435 m² (145 x 3 m) verharding zal verdwijnen. Het toevoegen van 75 m² verharding op een oppervlakte van het perceel van ruim 10.000 m² betekent minder dan 1% extra verharding. Die toevoeging is zo minimaal dat het gemeentebestuur niet inziet op welke manier dat afbreuk zou kunnen doen aan de aangehaalde “groene initiatieven”. h. Aan de Nieuwstraat 30 is geen bedrijf meer functionerend. De bestemming laat nog wel een bedrijfsvestiging toe. Door het toevoegen van een voorwaarde aan de vergunning dat het gebruik van het pad alleen voor de woonfunctie van Nieuwstraat 30 mag zijn, wordt het bedrijfsmatig gebruik van het pad voorkomen. i. De indiener van de zienswijze heeft gelijk dat de zienswijzeprocedure niet identiek is aan burgerparticipatie. Aan de andere kant is niet duidelijk welk belang geschaad is door de procedure te voeren, zoals die gevoerd is. Ook de indiener van de zienswijze maakt niet duidelijk welke belangen hierdoor geschaad zouden zijn, anders dan de belangen genoemd in de zienswijze. Juist die belangen kunnen volledig meegewogen worden bij het besluit over de definitieve verklaring van geen bedenkingen en naderhand bij de besluitvorming over de omgevingsvergunning.
Conclusie: De zienswijze leidt niet tot de noodzaak tot het alsnog weigeren van de verklaring van geen bedenkingen. Wel leidt de zienswijze ertoe dat aan de omgevingsvergunning een voorwaarde wordt toegevoegd die ziet op het privégebruik van het pad. De opgestelde ruimtelijke onderbouwing moet worden aangepast op het onderdeel over de toename van het verhard oppervlak.
6
3. Zienswijze 2 Deze zienswijze is op 21 juni 2021 ingediend tegen het ontwerp van de verklaring van geen bedenkingen voor het aan te leggen pad naar de Tragel. De zienswijze voert, samengevat, de volgende argumenten aan: a. De gemeente heeft geen goede belangenafweging gemaakt nu het belang om af te wijken van het bestemmingsplan voor de aanleg van het nieuwe pad, zwaarder weegt dan andere belangen zoals bestaand beleid, zowel gemeentelijk, provinciaal als Europees. b. De gemeente wil meewerken aan een tweede ontsluiting van het erf Nieuwstraat 30. Deze tweede ontsluiting is niet noodzakelijk en overbodig. c. De aanleg van het pad is in strijd met de Klimaatadaptatiestrategie, die de nadruk let op vergroening van tuinen en vermindering van verharding. d. De aanleg van het pad doet het belang van het natuurwandelpad op het naastgelegen weiland teniet. e. De verharding zorgt voor wateroverlast op de naastgelegen grond. Afstromend water kan niet opgevangen worden in het “geultje” tussen de weilanden van de initiatiefnemer en van de indieners van de zienswijze. Dit zorgt voor schade aan gewassen en waardevermindering. f. De vrees bestaat dat het pad ook voor bedrijfsdoeleinden gebruikt wordt. Bedrijfsmatig gebruik van het pad zorgt voor het ontstaan van planschade door waardevermindering van de gronden. g.
De voorwaarde dat het pad alleen privé gebruikt zal worden is – zo gaf de wethouder aan in de commissie-, en raadsvergadering - niet te controleren en daarmee te handhaven. Dat ondermijnt de rechtszekerheid en het vertrouwen in de overheid. h. De bestaande asfaltweg mag niet gebruikt worden. Waarom dan wel een nieuwe weg? i. In de verklaring van geen bedenkingen en in de ruimtelijke onderbouwing staat tegenstrijdige informatie op het punt van het toevoegen van verharding door het nieuwe pad. In de verklaring staat dat nauwelijks verharding wordt toegevoegd, in de ruimtelijke onderbouwing staat dat 1.100 m² verharding wordt toegevoegd. j. Medewerking aan de aanleg van een nieuw pad schept een precedent voor alle burgers in de gemeente. Overwegingen a. In de ruimtelijke onderbouwing die bij de aanvraag hoort is onder hoofdstuk 3 de afweging gemaakt. De conclusie is dat de aanleg van het pad niet in strijd komt met belangen op rijks-, provinciaal-, en gemeentelijk niveau. Het gemeentebestuur kan niet inzien welk Europees belang het pad zou schaden. b. In de ruimtelijke onderbouwing is aangegeven, dat de bestaande ontsluiting via de garage onbruikbaar is voor een aantal handelingen. Daardoor is én de fysieke mogelijkheid én de noodzaak tot de aanleg van het nieuwe pad voldoende onderbouwd. c. Zoals onder g.
bij zienswijze 1 is aangegeven, betekent de aanleg van het nieuwe pad dat de verharding in het gebied met minder dan 1% toeneemt. Op welke manier dat de uitgangspunten van de Klimaatadaptatiestrategie zou benadelen wordt niet duidelijk. Doorgeredeneerd, in extreme zin, stelt de indiener van de zienswijze dat binnen de gemeente geen enkele toename van verharding zou mogen plaatsvinden. Een dergelijke uitleg van de strategie onderschrijft het gemeentebestuur niet. d. Welke belangen van het natuurwandelpad geschaad worden, maakt de indiener van de zienswijze niet duidelijk. In ieder geval maakt het nieuwe pad het gebruik van het natuurwandelpad niet onmogelijk. Aan het begin van dat wandelpad ligt overigens ook de verharde weg, de Tragel. e. De initiatiefnemer houdt links en rechts van het nieuwe pad een strook grond aan met een breedte van ong. 1,5 m waar afstromend (regen)water kan infiltreren. Voor wateroverlast op het naastgelegen weiland hoeft op grond daarvan niet gevreesd te
7
worden. Ook in het wateradvies – bijlage 4 van de ruimtelijke onderbouwing – wordt geen melding gemaakt van te vrezen wateroverlast. f. Het gebruik van het pad voor bedrijfsdoeleinden komt niet voort uit de aanvraag, noch wordt hiervan melding gemaakt in de ruimtelijke onderbouwing. In het verleden heeft een dergelijk bedrijfsmatig gebruik van het bestaande pad echter wel plaatsgevonden. Om bedrijfsmatig gebruik tegen te gaan zal er een voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden worden. Vrees voor het zich voordoen van planschade als bedoeld in artikel 6.1. van de Wro, behoeft op zichzelf geen reden te zijn om aan een ruimtelijke ontwikkeling geen medewerking te verlenen. Voor het oordeel of planschade daadwerkelijk voortkomt uit het verlenen van de omgevingsvergunning, geldt een afzonderlijke procedure. g. Op basis van meldingen van derden in de toekomst over mogelijk bedrijfsmatig gebruik van het pad, zal de gemeente dan moeten handhaven (beginselplicht). Dat is niet eenvoudig, maar ook niet onmogelijk. Sowieso is het handhaven van regels een maatregel waar veel tijd mee gemoeid is, met een lange doorlooptijd, alleen al door de verplicht te volgen procedure. h. De bestaande weg diende rechtens niet ter ontsluiting van het pand Nieuwstraat 30, maar was bestemd voor de ontsluiting van het naastgelegen agrarische terrein.
Voor het bestaande pad is ook geen afwijkingsprocedure als bedoeld in artikel 2.1 lid 1c van de Wabo gevolgd. Dit wordt voor het nieuwe pad wel gedaan. Het nieuwe pad zal na het volgen van de afwijkingsprocedure van de omgevingsvergunning uitsluitend bedoeld zijn voor de privé-ontsluiting van de woning Nieuwstraat 30. i. De ruimtelijke onderbouwing, onderdeel 4.1, wordt op dat onderdeel nog aangepast. Er is geen sprake van een extra verharding van 1.100 m², maar van een toename van 75 m² ten opzichte van de bestaande situatie. j. Indien een vergelijkbare situatie elders zich zou voordoen, dan zal het gemeentebestuur ook in die situatie alle belangen moeten afwegen alvorens zij medewerking kan verlenen aan een dergelijke ontwikkeling. Het komt overigens niet zo vaak voor dat twee situaties volstrekt vergelijkbaar zijn, zowel ruimtelijk, als op het punt van milieu- en omgevingsaspecten. Zonder nadere concretisering van de precedenten die de indieners van de zienswijzen vrezen, is het ook niet mogelijk hierop nader in te gaan. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot de noodzaak tot het alsnog weigeren van de verklaring van geen bedenkingen voor de aanleg van het pad. Wel moet de ruimtelijke onderbouwing onder paragraaf 4.1 aangepast worden.
8
4. Bijlagen Zienswijze nummer 1 AANTEKENEN Gemeente Terneuzen T.a.v. College van burgermeester en wethouders en de gemeenteraad Postbus 35 4530 AA TERNEUZEN Dossiernummer: Telefoon: Datum: 22 juni 2021 2CG.8.19.091862 Behandeld door: E-mail: dossiergroep@das.nl vermeld ons dossiernummer in de onderwerpregel Betreft: zienswijze tegen ontwerpbeschikking van het college van B en W (productie 1) en zienswijze tegen ontwerp verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad (productie 2) Nieuwstraat 30 te Koewacht voor het aanleggen van een pad ter ontsluiting van het huisperceel Nieuwstraat 30 te Koewacht op de Tragel en het verwijderen van het bestaande pad. Zaaknummer: W-AOV2000 55/00237779 W-AOV-180641/00209126 Geacht college, Namens cliënten, wordt hierbij een zienswijze ingediend gericht tegen uw voorgenomen besluit en de ontwerp VVGB. Als productie 1 treft u een kopie aan van het voorgenomen besluit en als productie 2 treft u de ontwerp VVGB. Zienswijze De zienswijze luidt als volgt. I. De aanleiding om in casu vergunning te verlenen zou zijn gelegen in de aanleg van een nieuw pad ter ontsluiting van het huisperceel Nieuwstraat 30 te Koewacht. In afwijking van de vigerende bestemming Agrarisch zou ontsluiting tbv een woonbestemming worden toegestaan alsmede de activiteit aanleg.
Er wordt verwezen naar een langlopende onenigheid tussen buren over het illegale bestaande pad en een minnelijk vergelijk dat is getroffen en waarbij het oude pad wordt verwijderd en een nieuw pad wordt aangelegd. II. Cliënten kunnen zich niet vinden in voorliggende ontwikkeling en waarbij een nieuw pad ten behoeve van een woonbestemming mogelijk wordt gemaakt binnen de invloedsfeer van hun agrarisch bedrijf. Potentiële belemmering voor de bedrijfsvoering heeft niet kenbaar voorgelegen bij voorliggende ontwerpbesluiten en daarmee is de besluitvorming reeds onzorgvuldig en niet afdoende gemotiveerd. Cliënten geven ter zake aan. Deze ontsluitingsweg ten behoeve van woondoeleinden wordt aangelegd binnen een afstand van 200 meter van een intensief veeteeltbedrijf gevestigd op Tragel 25A, Koewacht. De GGD /RIVM richtlijn opgesteld in 2020 stelt dat de afstand tussen veehouderijen en woonfuncties minstens 250 meter moet bedragen. In 2020 publiceerde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) de “GGD-richtlijn medische milieukunde: Veehouderij en gezondheid” (RIVM-rapport 2020-0092 R. Nijdam et al.),waarin aanbevolen wordt om minimaal 250 meter aan te houden tussen veehouderijen en woonfuncties, omwille van “veelvoorkomende emissies uit veehouderijen (ammoniak, fijn stof, micro-organismen zoals bacteriën, schimmels, gisten en virussen)”.
9
Het aanleggen van de nieuwe uitweg, waar gemiddeld 6 keer per dag (zie “Ruimtelijke Onderbouwing”) gewandeld, gefietst of langs gereden wordt, op hemelsbreed minder dan 200 meter van de grootste stal van ons veeteeltbedrijf, gaat duidelijk in tegen deze richtlijn. Daarom vinden wij dat de aanleg van deze nieuwe uitweg op deze locatie in strijd is met een “goede ruimtelijke onderbouwing” III. Voorts is de noodzaak voor de aanleg van een tweede ontsluitingsweg tbv het huisperceel Nieuwstraat 30 diffuus. In de ruimtelijke onderbouwing wordt het navolgende aangegeven ter zake. Aan de voorzijde van het perceel aan de Nieuwstraat 30 is de mogelijkheid aanwezig om het perceel te ontsluiten via de aanwezige garage. In deze garage is zowel aan de voorzijde (aan de Nieuwstraat) als aan de achterzijde (aan de tuinzijde) een garagedeur aanwezig. Hierdoor is het mogelijk om via de Nieuwstraat 30, door de garage, de tuin te ontsluiten. Deze ontsluiting is niet ideaal aangezien er een hoogte- en breedtebeperking rust op de doorgang. Het gebruik als ontsluiting is niet mogelijk omdat de garage wordt gebruikt voor opslag en omdat het afvoeren van bijvoorbeeld tuinafval niet mogelijk is met deze beperkte doorgang Het is volstrekt ongeloofwaardig dat er een dure ontsluitingsweg wordt aangelegd om alleen tuinafval te kunnen afvoeren via deze weg.
Cliënten zijn ervan overtuigd dat voorliggende ontwikkeling een opmaat is naar een veel intensiever gebruik van de beoogde ontsluitingsweg en zoals thans gepresenteerd. Uw vergewisplicht ter zake dient u rechtens adequaat ter hand te nemen in plaats van het gestelde in de ruimtelijke onderbouwing lichtzinnig over te nemen. Zo wordt er in de ruimtelijke onderbouwing ook het navolgende opgemerkt. In het verleden zijn door omwonenden verschillende procedures gevoerd tegen de plaatsing en het oneigenlijke gebruik van loodsen in de tuin en het oneigenlijke gebruik van het pad. Inmiddels is het gebruik van de loodsen in overeenstemming gebracht met de geldende bestemming. Twee loodsen in gebruik voor hobbydoeleinden. Onverlet of het gestelde rechtens correct is maakt het voornoemde duidelijk dat de beoogde ontsluitingsweg met name althans tevens is bedoeld voor de ontsluiting van de loodsen. De facto wordt hier een bedrijfsmatig gebruik van de ontsluitingsweg al dan niet via een constructie van hobbymatig gebruik beoogd. In ieder geval zou met voorliggende ontwerpbesluitvorming ontsluiting van de loodsen tbv het gestelde hobbymatig gebruik tevens beoogd kunnen zijn terwijl zulks niet is uitgesloten. Dit is een ontwikkeling die niet betrokken is door u. De besluitvorming is onzorgvuldig ook dienaangaande.
Een ontwikkeling zoals voornoemd wordt door mijn cliënten als onacceptabel gezien. Het kan daarenboven niet zo zijn dat een probleem dat tussen aanvrager, gemeente en andere omwonenden speelt wordt “opgelost” door het probleem door te schuiven op het bordje van mijn cliënten. Cliënten geven dienaangaande aanvullend nog het volgende aan. Als de bedrijfsbestemming behouden blijft, ligt het dan ook voor de hand dat de nieuwe uitweg gebruikt zal worden voor bedrijfsdoeleinden. De gemeente Terneuzen mag dan wel aangeven hiertegen te “willen” handhaven, maar dat wordt dan weer een traject van vele jaren, zoals met het op dit adres vroeger gelegen illegaal tuincentrum “Tuin & toebehoor”, wat liep van eind 2012 tot april 2017. Als men nu al de vraag stelt “Hoe gaat de gemeente in de toekomst handhaven?”, dan kan er nu toch al geen sprake zijn van een “goede ruimtelijke ordening”. In dat kader is de overweging in de ontwerp VVGB rechtens ook niet te volgen. Daar wordt onder meer het navolgende aangegeven. N.B. Of er thans wel of geen installatiebedrijf aanwezig is kan rechtens niet maatgevend zijn terwijl wordt gesuggereerd dat zulks wel maatgevend zou zijn.
Argumenten 1.1 Privégebruik van het pad heeft nauwelijks ruimtelijke gevolgen Het huidige bestemmingsplan laat zien dat een installatiebedrijf mogelijk is op het adres Nieuwstraat 30; ‘ter plaatse van de functieaanduiding (sb-ins): specifieke vorm van bedrijf
10
installatiebedrijf, betreffende ‘Gas- en watertechnisch installatiebedrijf’. Op dit moment is geen installatiebedrijf aanwezig op voornoemde locatie. De omgevingsvergunning afwijkend gebruik ziet enkel op het privégebruik ten behoeve van de woonfunctie aan de Nieuwstraat 30. Het aantal verkeersbewegingen over het pad zal hierdoor zeer beperkt zijn. In juni 2019 is het gebruik van het bestaande pad op enkele momenten beoordeeld. Hieruit kwam naar voren dat enkele fietsers van het pad gebruik maakten. Wij schatten dat per dag maximaal 6 verkeersbewegingen over het nieuwe pad zullen plaatsvinden. Dat aantal is op de Tragel eenvoudig af te wikkelen, zonder dat dit tot problemen leidt. Daarenboven kan de omstandigheid dat een garage vol staat voor opslag bezwaarlijk als juridisch planologisch noodzaak dienen voor een tweede ontsluitingsweg. Cliënten geven ter zake het volgende aan. De aanleg van een 2de geasfalteerde, niet-noodzakelijke uitweg dwars doorheen een weiland heeft volgens ons op grond van een “niet breed en niet hoog genoeg garage volgestouwd met spullen” onvoldoende basis om te kunnen spreken van een “goede ruimtelijke ordening” voor deze uitweg.
Als men de woningen in de Nieuwstraat in Koewacht vanuit dit oogpunt bekijkt, dan mag de bewoner zich al heel gelukkig prijzen; veel andere woningen beschikken niet eens over een dergelijke ontsluiting van hun achtererf, sommigen net over een zijpoortje. Dit is echter de essentie van de ruimtelijke onderbouwing voor deze geasfalteerde tweede uitweg: de garage is niet hoog en niet breed genoeg en staat vol met spullen. Dat is het. En dan te weten dat dit garagegebouw vroeger als feestzaal genaamd “De Anjer” heeft gediend, daarvoor een handel in vlasmachines herbergde en een indiener van deze zienswijze als kind nog zelf met paard en kar doorheen dit garagegebouw is gereden! Naast bewoning door de eigenaar zelf worden studio’s verhuurd op het adres Nieuwstraat 30. Wegens de beperkte ruimte daar hebben huurders behoefte aan extra opslagruimte voor fietsen, rollator, scooter, auto etc. in en nabij de loodsen. Huurders moeten echter een ommetje van 650 meter maken om via deze uitweg de loodsen te bereiken. En we vinden dit met zijn allen “ruimtelijk goed geordend”? Laten we eerlijk zijn: het wordt in de vergunningsaanvraag maar “een verhard pad” genoemd en de wethouder heeft het in de gemeenteraad van 22 april 2021 zelfs over een “ontsluitingspaadje van anderhalve meter”, maar dat is “framing”.
Het betreft hier een 200 meter lange, 3 meter brede ASFALTWEG, waarvan de aanleg begin 2018 door H4A is begroot op bijna 35.000€ exclusief BTW – en dat was nog voor er sprake was van asbestsanering. Dus geen landschappelijk ingepast tuin- of voetpadje, waarvan de impact op alle vlakken wordt geminimaliseerd. Eind 2020 - meer dan 5 jaar na een handhavingsverzoek tegen de huidige uitweg – heeft de Rechtbank de gemeente Terneuzen opgedragen een last op te leggen aan de eigenaar van Nieuwstraat 30, die ertoe strekt dat de huidige uitweg niet meer gebruikt mag worden. In de zitting van 5 januari 2021 heeft het college van B&W besloten een last onder bestuursdwang in die zin uit te vaardigen. Er van uitgaande dat de last ook wordt opgevolgd, hebben de bewoners van Nieuwstraat 30 nu al meer dan 4 maand geen tweede uitweg meer…en alles gaat gewoon zijn gang. Om deze redenen is er volgens ons bij deze tweede, niet-noodzakelijke uitweg, dwars doorheen een weiland geasfalteerd, geen sprake van een “goede ruimtelijke ordening”. IV. Gesteld wordt dat de verharding per saldo geen effect zou hebben op het behoud, versterking en ontwikkeling van aanwezige landschaps-, en cultuurhistorische waarden omdat het aanwezig pad wordt verwijderd. Deze overweging kan rechtens reeds geen stand houden nu het aanwezige pad geen legale status kent en in strijd met het bestemmingsplan aanwezig is.
Een illegaal weg verwijderen en deze verwijdering gebruiken om te betogen dat er met de aanleg van het nieuwe weg pad geen aantasting plaatsheeft, kan rechtens uiteraard geen stand houden. Vergroening versus verharding. Het aanleggen van een geasfalteerde uitweg doorheen een
11
weiland strookt niet met de groene initiatieven die gemeente Terneuzen en provincie Zeeland beleidsmatig voorstaan. Ook de overweging in de ontwerp VVGB is derhalve rechtens niet goed te volgen. 1.2 De aanleg van het nieuwe pad maakt geen inbreuk op de openheid van het landschap De ruimtelijke impact van het nieuwe pad is te verwaarlozen. Dit geldt temeer nu de aanvrager van de vergunning het bestaande pad verwijdert. Er komt dus nauwelijks meer verharding dan nu aanwezig. Het oprichten van bouwwerken bij het pad is ook niet toegestaan, zodat de openheid, die het gebied nu kenmerkt, niet aangetast wordt. V. Er heerst onduidelijkheid of er op dit moment wel of geen bedrijven gevestigd zijn op het adres Nieuwstraat 30, Koewacht. Correcte informatie is een minimum vereiste om een vergunningsaanvraag te beoordelen. VI. In de ontwerp VVGB wordt onder meer het navolgende aangegeven. 1.2. Rechten van derden kunnen nog volledig worden meegewogen In de vergadering van de commissie Omgeving van 7 april 2021 is het vraagstuk van burgerparticipatie aan de orde gekomen. De portefeuillehouder heeft daarop zijn reactie gegeven, waarbij het college zich aansluit. Wel wijst het college erop dat een raadsbesluit tot het in ontwerp afgeven van een verklaring van geen bedenkingen, de uniforme openbare voorbereidingsprocedure doorloopt, genoemd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
Dat betekent dat iedereen tegen het ontwerp van de verklaring van geen bedenkingen een zienswijze kan indienen bij de gemeenteraad. Bij zijn definitieve besluit over de afgifte van de verklaring van geen bedenkingen kan de gemeenteraad alle belangen - ook die van de indieners van een zienswijze - meewegen. Mijn cliënten hebben bezwaren van overwegende aard tegen de in ontwerp voorliggende ontwikkeling terwijl er ter zake ook niet gesproken kan worden van adequate burgerparticipatie vanuit de gemeente. De ontwerpen ter inzage leggen voor een zienswijze kan bezwaarlijk als een adequate invulling rechtens worden gezien ter zake. Ogv het voornoemde kan rechtens niet gesteld worden dat gewenste ontwikkeling zorgvuldig is voorbereid en afdoende is gemotiveerd. De ontwerpbesluitvorming getuigt niet te strekken tbv een goede ruimtelijke ordening en miskent de belangen van omwonenden waaronder mijn cliënten. Ook de conclusie in de ontwerp VVGB kan derhalve rechtens geen stand houden. Verzoek Het is om vorenstaande redenen dat cliënten u verzoekt de vergunning niet te verlenen. In afwachting van uw nadere berichten. N.B. Ik stuur deze zienswijze zowel per e-mail als per aangetekende post.
Met vriendelijke groet, DAS Bijlagen: * productie 1 ontwerpbesluit Buitengebied Tragel ongenummerd Koewacht W-AOV200055 5 1 pdf * productie 2 021-04-22 b vvgb aanleg verhard pad Tragel Koewacht - raadsbesluit pdf
12
Zienswijze nummer 2
Indieners zienswijzen Zuiddorpe / Sint-Jansteen, 21 juni 2021
College van B&W Gemeente Terneuzen Postbus 35 4530 AA TERNEUZEN
Zienswijzen afwijkend gebruik bestemmingsplan – ontsluiting Nieuwstraat 30 Koewacht Geacht College, Hierbij willen wij onze zienswijzen inbrengen n.a.v. het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en ontwerpverklaring van geen bedenkingen– afwijken van bestemmingsplan buitengebied, gepubliceerd d.d. 12/5/2021 (nr. 141950 gemeenteblad) en het ontwerpbesluit omgevingsvergunning – Tragel ongenummerd in Koewacht, gepubliceerd d.d. 14/5/2021 (nr. 150734 gemeenteblad). De zaak zou bekend staan onder zaaknummer W-AOV200055 Wij zijn de grondeigenaren van het perceel weiland naast het betreffende weiland waarvan u voornemens bent toestemming te verlenen voor het aanleggen van een geasfalteerde weg van 200 meter lang en 3 meter breed. Dit in strijd met het geldende bestemmingsplan. Wij zijn verbaasd te vernemen dat de Gemeenteraad heeft ingestemd met een ontwerpverklaring van geen bedenkingen – afwijken van bestemmingsplan buitengebied en dat het College van B&W aldus een ontwerpbesluit wil nemen dat het mogelijk maakt om in een weiland (agrarisch gebied) een uitrit in de vorm van een geasfalteerde weg van 200 meter lang en 3 meter breed aan te leggen, pal naast ons weiland dat wij verpachten aan xxxxxx die ook een zienswijze zal indienen welke wij ondersteunen. Bij het afwijken van het bestemmingsplan dient de Gemeente altijd een goede belangenafweging te maken.
Wij zijn in dit geval van mening dat de Gemeente heeft nagelaten een gedegen belangenafweging te maken. Hoe kan anders kan verklaard worden dat het belang om af te wijken van het bestemmingsplan voor het realiseren van een tweede ontsluiting van een tuinperceel en een niet noodzakelijke ontsluiting primeert op alle andere belangen, op vastgesteld beleid en op voorgenomen beleid zowel gemeentelijk, provinciaal als Europees. Graag nemen wij u mee in onze zienswijzen waarin we trachten wel deze belangen en de tegenstrijdigheid met vastgesteld beleid onder uw aandacht te brengen. Wellicht zien we er zelf ook nog een aantal over het hoofd; we houden ons het recht voor om deze, indien nodig, in een later stadium alsnog in te brengen. Zoals het besluit er nu ligt, wilt u als Gemeente afwijken van het bestemminsplan buitengebied om een tweede ontsluiting van een tuin mogelijk te maken. En dit voor het tuinperceel dat gelegen is aan de Nieuwstraat 30 en daar ook een ontsluiting heeft. In feite een ontsluiting die niet noodzakelijk en overbodig is. Afwijken van het bestemmingsplan houdt concreet in dat er een asfaltweg van 200 m. lang en 3 m. breed wordt aangelegd door
13
agrarisch gebied, door een weiland. Hoe verhoudt zich dit tot onderstaande belangen welke geschaad worden? 1) Opdracht inzake vergroenen. - Klimaatadaptatiestrategie Samen met de Provincie, het Rijk, Waterschap Scheldestromen en andere Zeeuwse gemeenten, heeft de Gemeente Terneuzen in 2019 mee het convenant Klimaatadaptatie strategie Zeeland ondertekend. Welke waarde heeft dit convenant als u als gemeente besluit toe te staan dat middenin agrarisch gebied in een weiland een asfaltweg van 200m. lang en 3m. breed wordt aangelegd als 2e ontsluiting van een tuin? Samen met andere overheden roept u de burger op om mee te gaan in de strijd tegen de klimaatverandering en aandacht te hebben voor vergroening. U stimuleert burgers om hun versteende tuinen om te vormen naar groene tuinen (tegels eruit), samen met andere overheden stimuleert u middels subsidies ook scholen om het goede voorbeeld te geven en de schoolpleinen te vergroenen. De uitwerking die dit besluit heeft, staat haaks op het beleid dat u als overheid heeft ingezet inzake vergroening en verduurzaming en de intenties die u heeft vastgelegd. - Wandelpad i.s.m. Stichting Zeeuws Landschap. Voor een gedeelte van het weiland is een overeenkomst gesloten met Stichting Zeeuws Landschap om een natuurwandelpad in te richten. Dit ter promotie van het typische Zeeuwse landschap.
Deze samenwerking biedt ook naar de toekomst toe mogelijkheden inzake natuurbeheer. Dit alles wordt tenietgedaan door de aanleg van een asfaltweg ernaast. Zie ook foto van het wandelpad en naastgelegen weiland in bijlage. Links van het wandelpad waar nu alles groen is, zou dan een asfaltweg komen. De aanleg van de geasfalteerde tweede uitweg is daarom volgens ons in tegenspraak met de vergroening in de goede ruimtelijke ordening die o.a. de gemeente Terneuzen, maar de Provincie en het Rijk nastreven. 2) Wateroverlast Door de aanleg van de asfaltweg kan het regenwater op die plaats niet meer rechtstreeks in de grond. Het water zal van de weg spoelen en bij hevige regenval, zoals we de laatste jaren steeds meer meemaken, kan dit niet opgevangen worden door de naastgelegen grond. Het kleine afwateringsgeultje dat tussen beide weilanden ligt, is niet voorzien op die extra toename van water. Er zal een zodanig substantieel grotere hoeveelheid water ons weiland opstromen, dat dit ervoor zal zorgen dat de grond ‘verzuipt’. M.a.w. de grondstructuur zal in negatieve zin worden aangetast. Naast de directe schade doordat grassen/gewassen niet goed groeien, brengt dit ook een waardevermindering van de grond met zich mee. 3) Planschade door toekomstige bedrijfsmatige activiteiten.
Het lijkt ons onwaarschijnlijk dat een tweede ontsluitingsweg van een tuinperceel die bestaat uit een asfaltweg van 200m. lang en 3m. breed enkel en alleen gebruikt zal worden voor “woondoeleinden/afvoeren tuinafval”. Dit vergt een dusdanige investering in asfalt dat het voor de hand ligt dat deze in de toekomst zal moeten worden terugverdiend. Er rusten op Nieuwstraat 30 nog steeds bedrijfsbestemmingen ook zijn er bedrijven gevestigd. Wij zien in deze aanvraag een salamitactiek van de aanvrager waarbij het nu gaat over de weg. Als die er is, volgt de rest ook wel. Er staan nu 2 loodsen op het tuinperceel, waarvan 1 vergund. Wat met de andere? In de verklaring van geen bedenkingen is aangegeven dat er geen bedrijven meer gevestigd zijn op adres Nieuwstraat 30. Echter hebben wij hierover andere informatie. Sowieso heeft de aanleg van een asfaltweg naast ons weiland een waardevermindering van onze grond als gevolg.
14
4) Onmogelijkheid om te handhaven. In de ‘Verklaring van geen bedenkingen’ en in de ‘Ruimtelijke onderbouwing’ is aangegeven dat deze nieuwe uitweg enkel en alleen privé mag worden gebruikt. Zoals hierboven aangegeven hebben wij andere informatie en lijkt ons dat de “Verklaring van geen bedenkingen” en de “Ruimtelijke onderbouwing” niet correct zijn. Daarnaast heeft de wethouder tijdens de behandeling in de commissie en de raadsvergadering aangegeven dat hij niet kan controleren of de uitweg ook zo gebruikt zal worden. Het is niet mogelijk daarop te handhaven, gaf de wethouder aan. Dus de gemeente wil een besluit nemen waaraan voorwaarden verbonden zijn, maar geeft aan dat het niet mogelijk is om te handhaven op die voorwaarden. Dat is toch vreemd en dat ontneemt ons als burger rechtszekerheid en vertrouwen in de overheid m.n. de gemeente. 5) Op het perceel is al eerder een asfaltweg aangelegd. Aan de andere kant van het perceel. Deze mag echter niet gebruikt worden, daarvan is een rechterlijke uitspraak. Waarom zou een asfaltweg op een andere plek in het weiland dan wel gebruikt mogen worden? De asfaltweg die er ligt en die niet gebruikt mag worden, bevat blijkbaar asbest in de ondergrond. Het saneren van deze asfaltweg wordt nu als argument gegeven om de asfaltweg op een andere plaats in het weiland aan te leggen. Dit heeft niks met elkaar te maken.
Ten eerste moet die asfaltweg sowieso gesaneerd worden. We gaan ervan uit dat de gemeente hier op toeziet en we hopen dat er geen vervuiling onze kant op komt. Ten tweede mag die asfaltweg er niet liggen en niet gebruikt worden. 6) De ‘Verklaring van geen bedenkingen’ en de ‘Ruimtelijke onderbouwing’ geven tegenstrijdige informatie. In de ‘Verklaring van geen bedenkingen op p. 3 staat: “Er komt dus nauwelijks meer verharding dan nu aanwezig’. In de ‘Ruimtelijke onderbouwing’ staat: ‘Ten behoeve van het pad wordt circa 1.100 m² extra verharding aangebracht’. Wij verzoeken u onze bovenstaande zienswijzen mee te nemen in uw beoordeling en hopen dat u net als ons tot de logische vervolgstap komt en geen afwijkend gebruik van het bestemmingsplan toestaat om een asfaltweg aan te leggen die enkel zou dienen als tweede ontsluiting van een tuinperceel dat al een ontsluiting heeft en dus overbodig is. Met vriendelijke groeten,
Bijlage: foto wandelpad. Rechts van het wandelpad ons perceel en links van het wandelpad het weiland waar de beoogde asfaltweg zou komen.
15
16