2021-07-06 e. Raadsvoorstel ontwerpverklaring van geen bedenkingen Tevix II
Tekst van het document
Aan zaaknummer: 347533 Aan De gemeenteraad van Terneuzen
Terneuzen, 29 juni 2021
Ontwerp Verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een windturbine op de Axelse Vlakte, kadastraal bekend Sas van Gent, sectie M, nummer 1204 (ged.), Tevix II. I.
Aanleiding
Op 18 maart jl. besloot uw raad in te stemmen met het 'Beleidskader Windenergie 2021 gemeente Terneuzen'. Op 1 juni 2021 besloot ons college, naar aanleiding van een in januari 2020 ingediend principeverzoek, om in principe planologische medewerking te verlenen aan de realisatie van twee windturbines op de Axelse Vlakte. Deze ontwikkeling is in afwijking van de geldende beheersverordening Axelse Vlakte maar past binnen het door uw raad vastgestelde Beleidskader Windenergie 2021 en de hierop ingediende amendementen. Het bedrijf Tevix II BV diende op 4 juni 2021 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het afwijken van de beheersverordening Axelse Vlakte. Bij deze aanvraag voegde het bedrijf ook de ruimtelijke onderbouwing ‘Windturbines Axelse Vlakte, gemeente Terneuzen | Tevix II en Zeeuwind’, d.d. 2 juni 2021. II. Procedure Waarom deze ontwerpverklaring De aanvraag is strijdig met de beheersverordening Axelse Vlakte. Op grond van artikel 3.10, lid 1, onder a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dient de uniforme openbare voorbereidingsprocedure gevolgd te worden. De aanvraag is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing. Op 11 november 2010 is besloten een categorie van gevallen aan te wijzen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 2.27 Wabo jo.
6.5 Bor vereist is: - alle projecten waarvoor het college bevoegd gezag is waarbij, voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1., eerste lid onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, toepassing wordt gegeven aan artikel 2.12, eerste lid onder a, sub 3o van die wet (“omgevingsprojectbesluit”), met uitzondering van: - die projecten, die na behandeling van het overzicht van aanvragen die in strijd zijn met het bestemmingsplan in de commissie Omgeving, op voorstel van de
Commissie als politiek gevoelig worden aangemerkt en vervolgens worden geagendeerd voor behandeling in de gemeenteraad. In de commissievergadering van 23 juni jl. heeft u dit onderwerp als politiek gevoelig aangemerkt. Dat betekent dat ons college niet zonder meer een ontwerp van een omgevingsvergunning kan publiceren. Voor dat kan, zal uw gemeenteraad in ontwerp een verklaring van geen bedenkingen moeten afgeven. Die verklaring is te zien als een hefboom voor het vervolgen van het vergunningtraject. Uw raad wordt nu gevraagd een besluit te nemen tot afgifte van een ontwerp Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb). Zonder de ontwerp verklaring van geen bedenkingen kan ons college het vergunningtraject niet vervolgen. Wie is daarvoor verantwoordelijk? Op grond van de Wabo is de raad bevoegd te besluiten omtrent een verklaring van geen bedenkingen. De bevoegdheid te besluiten omtrent een aanvraag omgevingsvergunning ligt bij het college. Wanneer en hoe zal de raad over de voortgang worden geïnformeerd? De raad ontvangt de zienswijzen die tegen de ontwerp verklaring van geen bedenkingen worden ingediend. Daarna besluit de raad over de verklaring van geen bedenkingen. Deze maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning. III.
Voorgesteld raadsbesluit De raad besluit: • Een ontwerp Verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de aanvraag omgevingsvergunning afwijkend gebruik voor het realiseren van een windturbine op de Axelse Vlakte, kadastraal bekend Sas van Gent, sectie M, nummer 1204 (ged.), Tevix II. IV. Uitwerking Aanvraag De aanvraag voor het plaatsen van een windturbine heeft betrekking op het perceel kadastraal bekend Sas van Gent, sectie M, nummer 1204 (ged).
Afbeelding 1: uitsnede Axelse Vlakte met de aangevraagde locatie voor de windturbine Geldende beheersverordening De locatie voor plaatsing van de beoogde windturbine (projectgebied) is planologisch geregeld binnen de beheersverordening ‘Axelse Vlakte’, vastgesteld op 25 juni 2013. Voor de gronden van het projectgebied geldt het besluitvlak ‘Bedrijventerrein – Haven – B’ met besluitsubvlakken 'Bedrijventerrein - Haven - B van 3.1 - 5.2', ‘slibdepot’ en/of ‘stortplaats’ (de windturbine is gepland op de grens van beide besluitsubvlakken). Het besluitsubvlak 'Bedrijventerrein - Haven - B van 3.1 - 5.2' laat daarbij bedrijven toe uit categorie 3.1 tot en met categorie 5.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Binnen de besluitsubvlakken 'stortplaats' en 'slibdepot' is aanvullend de op- en overslag van grond of 2
slib toegestaan. Binnen het besluitsubvlak 'stortplaats' is tenslotte de bouw van een windturbine met een hoogte van 45 meter toegestaan. Strijd met de beheersverordening Bestaand gebruik mag worden voortgezet. Maar aanvullend op dit gebruik is het in werking hebben van een windturbine met de nu gewenste ashoogte van omstreeks 124 meter en een tiphoogte van tenminste 180 meter niet toegestaan. Ruimtelijke onderbouwing Om medewerking te kunnen verlenen aan een omgevingsvergunning afwijkend gebruik moet er sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Door middel van een ruimtelijke onderbouwing dient dit aangetoond te worden. De belangrijkste onderdelen uit de ruimtelijke onderbouwing voor deze aanvraag zijn ‘afstand tot woonkernen’, ‘geluid’, ‘slagschaduw’, ‘veiligheid’, ‘natuur’, ‘participatie en profijt’ en ‘windturbulentie’. Voor de overige onderdelen wordt verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing die als bijlage is toegevoegd. Overwegingen - Afstand tot woonkernen Op 18 maart 2021 stelde uw raad het ‘Beleidskader Windenergie 2021 gemeente Terneuzen’ vast. In het beleidskader is de Axelse Vlakte benoemd als potentieel zoekgebied voor windenergie. De hier beoogde windturbine ligt in het zoekgebied. In het beleidskader komen ook beleidsprincipes voor windenergie aan bod. Een voornaam beleidsprincipe is de afstand van windturbines tot woonkernen om hinder te voorkomen.
Voor woonkernen is deze afstand bepaald op tenminste 1000 meter. De afstand van de aangevraagde locatie tot de dichtstbijzijnde woonkern bedraagt tenminste 1200 meter (Sluiskil en Zandstraat) en 3000 meter (Westdorpe).
Afbeelding 2: afstand tot Sluiskil
Afbeelding 3: afstand tot Zandstraat
- Geluid In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt voor de normstelling van geluid van windturbines getoetst aan de waarden Lden= 47 dB en Lnight= 41 dB. Deze normen gelden voor geluidgevoelige objecten, waaronder woningen van derden en gevoelige locaties zoals scholen en ziekenhuizen. De Lden (Engels: Level day-evening-night) is een maat om de geluidbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Hierbij wordt de geluidbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag. In Nederland wordt tevens getoetst aan Lnight om de verstoring van nachtrust te voorkomen. Ter bepaling van de akoestische effecten van de plaatsing van de windturbine is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In het onderzoek is uitgegaan van een gemiddeld luide 3
turbine en een luide turbine (worst-case). Uit onderstaande afbeelding blijkt dat ook in geval van de luide turbine voldaan wordt aan de in het Activiteitenbesluit opgenomen normen. De waarden Lden= 47 dB en Lnight= 41 dB worden niet overschreden.
Afbeelding 4: geluidbelasting in worst-case scenario In het akoestisch onderzoek is ook aandacht besteed aan de cumulatieve geluidbelasting: de geluidbelasting van beide windturbines samen, de geluidbelasting van beide turbines in combinatie met de turbines in de Koegorspolder en de geluidbelasting in combinatie met andere geluidbronnen. Conclusies uit het onderzoek ten aanzien van de cumulatieve geluidbelasting zijn: 1. Beide windturbines samen voldoen aan de normen gesteld in het Activiteitenbesluit 2. Beide windturbines samen in combinatie met het windpark Koegorspolder leidt tot een overschrijding op één gevoelig object, namelijk de agrarische dienstwoning Industrieweg Zuid 23. De overschrijding wordt echter veroorzaakt door het windpark Koegorspolder. De aangevraagde windturbines Axelse Vlakte dragen hier niet of nauwelijks aan bij. 3. De cumulatieve geluidbelasting met andere bronnen geeft een gelijkblijvende of maximaal met 1 dB(A) toenemende geluidbelasting. Een toename van 1 dB(A) is voor het menselijk oor praktisch onhoorbaar. Voor het aspect geluid is sprake van een goede ruimtelijke ordening. - Slagschaduw De draaiende rotoren van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen. Deze 'slagschaduw' kan als hinderlijk worden ervaren.
De maximale flikkerfrequentie, het contrast en de tijdsduur van blootstelling zijn van invloed op de mate van hinder die ondervonden kan worden. De Activiteitenregeling milieubeheer stelt dat windturbines voorzien moeten worden van een automatische stilstandvoorziening indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten, waaronder woningen van derden en kwetsbare locaties zoals scholen en ziekenhuizen worden verstaan, voor zover: - de afstand tot woningen of andere gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt; - en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden. In het slagschaduwonderzoek is de norm uit de Activiteitenregeling milieubeheer vertaald naar een (beproefde) benadering van de norm door het beoordelen van een waarde van 4
maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. Dit is een strengere beoordeling dan volgens de Activiteitenregeling milieubeheer omdat volgens de norm op 17 dagen per jaar de hinderduur van zonsopgang tot zonsondergang meer dan 20 minuten mag bedragen en op alle overige dagen in het jaar de hinderduur door slagschaduw minder dan 20 minuten mag bedragen. Opgeteld kan de norm uit de Activiteitenregeling milieubeheer dus een langere slagschaduwduur opleveren dan 6 uur per jaar. Ten behoeve van de windturbines is een slagschaduwonderzoek uitgevoerd om enerzijds te toetsen aan de normen uit het Activiteitenbesluit en anderzijds de effecten op de omgeving in beeld te brengen. Ter bepaling van de maximale slagschaduweffecten is in het slagschaduwonderzoek voor het plan uitgegaan van turbines met een maximale rotordiameter (150 meter) en maximale tiphoogte (199,5 meter), en daarom met een ashoogte van 124,5 meter.
Afbeelding 5: slagschaduwcontour zonder stilstandregeling Overschrijding van de norm voor de jaarlijkse hinderduur kan optreden bij de woningen binnen de rode 6-uurscontour. Bij woningen buiten de rode 6-uurscontour wordt met zekerheid aan de norm voor de maximale hinderduur voldaan. De rekenresultaten van de berekeningen op de referentietoetspunten zijn weergegeven in onderstaande afbeelding. Hierin is voor elk toetspunt de maximale hinderduur (potentieel), het aantal dagen waarop slagschaduw zou kunnen optreden, de maximale passageduur en de te verwachten slagschaduw per jaar (tijden in uren en minuten).
Afbeelding 7: slagschaduwduur op woningen in uren en minuten
5
Bij de woningen van derden waarvan de verwachte hinderduur vetgedrukt is, treedt jaarlijks meer dan 6 uur slagschaduwhinder op. Normoverschrijding is daar mogelijk. Eventuele overschrijding van de norm wordt weggenomen door een stilstandregeling tot het niveau waarop wordt voldaan aan de ruimtelijk aanvaardbare slagschaduwnorm van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. Voor woningen binnen de woonkernen (in dit geval Sluiskil en Zandstraat) is het beleid van Zeeuwind en Tevix II de slagschaduwhinder nog eens extra te mitigeren, dus meer dan de wettelijk vereiste grens (maximaal 1 uur per jaar, het minimum dat in de praktijk kan worden bereikt vanwege de tijd die het kost een turbine stil te zetten wanneer zich slagschaduw voordoet). Slagschaduw op niet-gevoelige objecten Met de eigenaren van de kassencomplexen gelegen aan en in omgeving van de Smitschorreweg zijn met beide initiatiefnemers specifieke afspraken gemaakt over de maximale slagschaduwduur die zij door het windmolenpark zullen ondervinden. Afgesproken is dat de turbines worden stilgezet in geval van slagschaduw op de kassen op momenten dat er wordt gewerkt. De stilstaande turbine zal nog wel een normale stilstaande schaduw veroorzaken ter plaatse van de kassen. Deze is berekend en bedraagt tussen 1 en 4 uur per jaar afhankelijk van de locatie op de kas zelf.
Er zijn geen wettelijke normen voor de slagschaduwduur voor niet-gevoelige objecten, zoals bedrijven. Voor gevoelige objecten is een norm van maximaal 6 uur per jaar als acceptabel in de wet vastgelegd. In gevoelige objecten zoals woningen kunnen mensen 24 uur per dag en zeven dagen in de week verblijven. De verblijftijd van mensen in een bedrijfspand is een stuk geringer. Vanuit die gedachte kan geredeneerd worden dat het aantal uur dat een pand door slagschaduw mag worden geraakt om een vergelijkbare hinder zoals is toegestaan bij een gevoelig object, een factor twee of drie hoger mag liggen. Om die reden wordt een maximale slagschaduwduur op een bedrijfsgebouw van circa 20 uur aanvaardbaar geacht. Net als met de eigenaren van de kassencomplexen zijn met bedrijven die te maken krijgen met een meer dan 20 uur slagschaduw per jaar afspraken gemaakt. Deze afspraken houden in dat indien er na ingebruikname van de turbines sprake is van hinder door slagschaduw, er in overleg maatregelen zullen worden getroffen zoals het aanbrengen van zonneschermen tot het onder bepaalde omstandigheden stil zetten van de windturbines. Rekening houdend met de maatregelen (stilstandvoorziening) en de afspraken die als voorschriften in de omgevingsvergunning worden opgenomen, is sprake van een goede ruimtelijke ordening voor het aspect slagschaduw.
- Veiligheid Voor de ruimtelijke inpassing van een windturbine speelt veiligheid een belangrijke rol. Hoewel het risico laag is, kunnen windturbines omvallen of kunnen er onderdelen afbreken. Het effect van de windturbines op de omgeving is beoordeeld aan de hand van een aantal criteria, die zijn afgeleid uit wet- en regelgeving en adviezen voor toetsing van beheerders van infrastructurele werken. In het Activiteitenbesluit milieubeheer is onder andere geregeld hoe vaak een windturbine moet worden gecontroleerd en wanneer een windturbine wel of niet in werking mag zijn. Zo mag bijvoorbeeld een windturbine niet in werking worden gesteld indien een zodanige ijslaag is afgezet op de rotorbladen dat dit een risico vormt voor de veiligheid van de directe omgeving. Bij moderne windturbines kan door middel van ijsdetectiesystemen de windturbine automatisch stilgezet worden.
6
Voor externe veiligheid is per 1 januari 2011 het Besluit wijziging milieuregels windturbines in werking getreden. Daarin wordt onder meer geregeld dat met betrekking tot veiligheidsafstanden in grote lijnen wordt aangesloten op het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en dat zich geen kwetsbare objecten mogen bevinden binnen de PR 10-6contour en geen beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-5-contour. PR staat voor het Plaatsgebonden Risico. Dit is de kans per jaar dat iemand overlijdt als gevolg van een ongeval van een falende windturbine, als deze persoon permanent en onbeschermd op een bepaalde afstand tot de turbine aanwezig zou zijn. Het Handboek risicozonering (HRW) adviseert een identificatieafstand waarbinnen het veiligheidsrisico voor objecten en infrastructuren onderzocht dient te worden. Deze afstand is gebaseerd op de maximale generieke werpafstand die plaatsvindt als windturbines tweemaal het nominale toerental draaien (ook wel 'overtoeren'). Voor de beoogde windturbine bedraagt de identificatieafstand 424 meter. Binnen deze afstand zijn diverse bedrijven (gebouwen) en infrastructurele werken gelegen.
De plaatsgebonden risicocontouren liggen volgens de vuistregels uit het HRW nooit verder dan de volgende afstanden: - de PR10-5 contour ligt maximaal op een afstand van een halve rotordiameter (hier: 75 meter) en; - de PR10-6 contour ligt maximaal op de grootste afstand van of de tiphoogte of de werpafstand bij nominaal toerental (hier: 199,5 meter).
Afbeelding 8 en 9 : PR10-6 contour (links) en PR10-5 contour (rechts) turbine Tevix II In het onderzoek externe veiligheid is onderzocht in hoeverre de aanwezigheid van bedrijven een infrastructuur een belemmering vormt voor de plaatsing van de windturbine(s). De conclusies uit dit onderzoek zijn als volgt. Nabij de beoogde locatie voor de twee windturbines zijn er buiten de eigen inrichting geen kwetsbare objecten gelegen binnen de maximale ligging van de PR10-06 contour. Tevens zijn er geen beperkt kwetsbare objecten gelegen binnen de PR10-05 contour. De windturbine kan voldoen aan de gestelde eisen tot beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten zoals gesteld in het activiteitenbesluit. Doordat er binnen een afstand van 199,5 meter vanaf de beoogde windturbinelocatie volgens de huidige geldende ruimtelijke regels (verordening) ter plaatse reeds geen nieuwe kwetsbare objecten zijn toegestaan zorgt de plaatsing van de windturbine niet voor extra ruimtelijke belemmeringen op de bestemmingsmogelijkheden van de omgeving. Nabij de locatie zijn geen rijkswegen of waterwegen aanwezig. De effecten op lokale wegen en spoorwegen zijn verwaarloosbaar klein. De maximale effectafstand bij overtoeren van de windturbine ligt gedeeltelijk over de risicovolle inrichting van Vlaeynatie.
De trefkansen zijn waar relevant uitgerekend en de trefkansen voor een fictieve installatie op Vlaeynatie zijn echter zodanig klein dat het additionele risico van de windturbine verwaarloosbaar klein is in 7
vergelijking met reeds aanwezige risico’s van risicovolle installaties. Er ontstaan geen additionele risico’s voor aanwezige risicovolle installaties in de omgeving. Toekomstige risicovolle installaties binnen de werpafstand bij overtoeren dienen bij hun kwantitatieve risico analyse benodigd voor de vergunningaanvraag rekening te houden met de windturbines als risicoverhogende objecten. De plaatsing van de windturbine op de beoogde locatie veroorzaakt geen significante veiligheidsrisico’s voor de omgeving. Het aspect veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde plaatsing van de windturbine. - Natuur Voor het beschermen van ecologische waarden kan onderscheid worden gemaakt tussen gebieds- en soortenbescherming. Ruimtelijke ingrepen kunnen (negatieve) effecten hebben op beschermde flora en fauna en natuurgebieden. De Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) bundelt de gebiedsbescherming van nationaal begrensde natuurgebieden en de bescherming van flora en faunasoorten. Gebiedsbescherming Het meest dichtbijgelegen Natura 2000 gebied ligt op meer dan 4 kilometer ten zuiden van het plangebied. Het betreft het gebied Canisvliet. Op 7,5 kilometer naar het noorden bevindt zich het gebied Waterschelde & Saeftinghe.
Vanwege de afstand van 4,5 kilometer naar het dichtstbijgelegen Natura 2000-gebied, is niet te verwachten dat de bouw van de windturbines negatieve effecten heeft op de omvang van de populaties van de soorten en of habitattypen (instandhoudingsdoelen) van dit Natura 2000-gebied. Soortenbescherming Op basis van de huidige ter beschikking staande kennis en inschattingen van deskundigen kan niet worden uitgesloten dat door de bouw en exploitatie van de windturbines geen verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 3) wordt overtreden. Echter op basis van de tellingen van vogels en vleermuizen welke reeds hebben plaatsgevonden is de verwachting dat op grond van een voortoets kan worden aangegeven dat een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming zal kunnen worden verleend, al dan niet met enkele mitigerende maatregelen. Voor het plaatsen en gebruiken van de windturbine is in het kader van de Wet natuurbescherming ontheffing aangevraagd bij de provincie Zeeland (bevoegd gezag). Aanvullend op bovenstaande is ook onderzocht tot op welke afstand vogels en vleermuizen (die onbedoeld slachtoffer kunnen worden van een windturbine) kunnen worden aangetroffen. Uit eerdere onderzoeken (2005, 2008, 2009) blijkt dat hiervoor een afstand van 1,1-1,5 maal de ashoogte, ofwel 0,9-1,0 maal de tiphoogte kan worden aangehouden.
Afbeelding 10: gebied waarbinnen aanvaringsslachtoffers kunnen worden aangetroffen 8
De tiphoogte van de voorgenomen windturbines bij Axelse Vlakte bedragen maximaal 199,5 m, waardoor een zoekstraal van 199,5 m voor slachtoffermonitoring kan worden aangehouden. Op bovenstaande afbeelding geeft de gele contour aan het gebied waarbinnen de meeste aanvaringsslachtoffers vallen. De rode contour is gebaseerd op een zoekgebied voor slachtoffermonitoring van vogels waarbij de ruimere marge van de tiphoogte is aangehouden. De afstand van een turbine tot bestemd gebied voor glastuinbouw bedraagt ca. 400 meter dubbele afstand ten opzichte van de theoretische zoekstraal van 199,5 m voor vogelslachtoffers. Op basis van de beschikbare literatuur en veldervaring is het onaannemelijk dat als gevolg van vogel- en of vleermuis aanvaringsslachtoffers schade ontstaat aan zowel bestaande als toekomstige glastuinbouw binnen het huidige bestemmingsplangebied Glastuinbouw Kanaalzone, herziening 2017. - Participatie en Profijt Door initiatiefnemer(s) is een Participatie- en profijtplan ingediend. Zeeuwind heeft in samenwerking met de overheid in de jaren voorafgaand aan de Corona crisis informatie sessies gehouden in alle omringende dorpen en woongemeenschappen voor de verkenning van kansen in de gehele Kanaalzone door de onafhankelijke procesbegeleider Fon ten Thij.
Na presentatie van dit rapport heeft Zeeuwind dit proces voortgezet via informatie avonden en of gesprekken in Sluiskil, Zandstraat, Westdorpe en de 3 gehuchten Spui, Schapenbout en Magrette met duiding over ruimtelijke effecten en varianten van participatie voor dit specifieke project. Dit Zeeuwind Participatieplan geeft de verschillende varianten weer. Voor dit concrete project overweegt Zeeuwind een stichting op te zetten die een Windfonds beheert. Het totale jaarlijkse bedrag is afhankelijk van de jaarlijkse windopbrengst. Hierbij wordt de NWEA-norm van € 0,50 per MWh per jaar gehanteerd. Bij een productie van 13.000 MWh per windturbine per jaar bedraagt deze € 6.500,-, dus in totaal € 13.000,-. Hoe worden de bedragen van het Windfonds jaarlijks verdeeld? Uitgangspunt is dat de stichting bepaalt hoe het fonds wordt beheerd en ingezet wordt en waarbij de omgeving bepaalt voor welke projecten en initiatieven het windfonds ingezet wordt. - Turbulentieonderzoek Door windturbulentie kunnen er mogelijk effecten optreden op kassenconstructies. Om dit te onderzoeken wordt een windturbulentie onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek maakt nog geen deel uit van de ingediende aanvraag.
Met de glastuinders spraken wij af dat dit onderzoek wordt uitgevoerd lopende de planologische procedure en wordt meegewogen bij de finale besluitvorming rond de afgifte van de definitieve Verklaring van geen bedenkingen. V.
Ondertekening
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Terneuzen, gemeentesecretaris,
burgemeester,
J.G. (Jan) Princen
H.J.A. (Erik) van Merrienboer
Bijlage: Ruimtelijke onderbouwing incl. bijlagen 9