2021-06-23 f. bp Terneuzen Centrum, Vlooswijkstraat-Schoolweg - bijlage 3
Tekst van het document
Sporen van agrarische activiteiten, losse fragmenten aardewerk, greppelsystemen Resten gerelateerd aan de vestingwerken uit 1833-1839 Tabel 1: Archeologische verwachting per periode.
Diepteligging sporen
Geologische Formatie
In fluviatiele afzettingen onder het pleistoceen zand
Formatie van Koewacht
Onder het veen in het pleistocene zand, tot een diepte van minimaal 4,2 meter –mv, mogelijk geërodeerd, In de onderkant van het veenpakket, op een diepte van minimaal 3,0 -4,2 meter –mv
Formatie van Boxtel (Laagpakket van Wierden)
In de onderkant van het veenpakket, op een diepte van minimaal 3,0 -4,2 meter –mv
Formatie van Nieuwkoop (onderkant Hollandveenpakket)
In de top van het veenpakket, vanaf circa 2,8 meter -mv Vanaf het maaiveld, in de afzettingen van Walcheren tot in de top van het veenpakket, tot circa 2,8 meter -mv Vanaf het maaiveld
Formatie van Boxtel (Laagpakket van Wierden)
Formatie van Nieuwkoop (In of onderkant Hollandveenpakket) Formatie van Nieuwkoop (bovenkant Hollandveenpakket) Formatie van Naaldwijk (onderkant laagpakket van Walcheren) Formatie van Naaldwijk ((onderkant) laagpakket van Walcheren)
Huidige bebouwing en bodemverstoring Ter plaatse van de huidige en van de recent gesloopte bebouwing zal de bodem tot zekere diepte verstoord zijn geraakt (zie figuren 10 en 11). Aan de Vlooswijkstraat in het noordelijke deelgebied was tot 2015-2017 een kerk aanwezig. Deze uit 1888 stammende kerk brandde voor een groot deel af in 2011. Ter plaatse van de Schoolweg 8 (deelgebied 2) was van 1949 tot 1966 een autowerkplaats met autogarage en showroom aanwezig en in of vanaf 1967 een tankstation. In 1991 werd een vergunning verleend voor een verbouwing tot winkelpand. Uit milieukundig 33 bodemonderzoek blijkt slechts een plaatselijk lichte verhoging waardoor geen sanering hoeft plaats te vinden.
33 Reuver, 2018.
Pagina 26 van 33
Archeologisch onderzoek Schoolweg te Terneuzen/ AM18027
5. VELDWERKZAAMHEDEN 5.1
Algemeen
Het doel van het booronderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting in het plangebied. Hiertoe zijn in het plangebied 8 verkennende boringen gezet tot een diepte van maximaal 320 cm –mv (zie bijlage 9). De boringen zijn uitgevoerd met een edelmanboor met een diameter van 10 centimeter. Bij boring 6 is een zuigerboor gebruikt. Voor een deel van de boringen is vanaf de top van het veen een guts gebruikt (3 cm). Het plangebied bestaat uit twee deellocaties. Het eerste is braakliggend en het tweede bestaat voor het grootste dele uit een bedrijfspand. De hoogte van het plangebied is vastgesteld aan de hand van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). De boorkernen zijn volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB) beschreven (zie bijlage 8).
Figuur 13. Zicht op deellocatie 1 richting het noordoosten. (Foto genomen op 31 mei 2018).
Figuur 14. Zicht op deellocatie 2 richting het zuidoosten. (Foto genomen op 31 mei 2018).
Pagina 27 van 33
5.2
Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw
De ondergrond van het plangebied in deellocatie 1 kan beschreven worden als een pakket donkerbruin tot zwart veen, in de meeste gevallen zwak plant houdend. In het geval van boring 2 bevat het veen onderin grovere plantenresten en heeft het veen een bruinrode kleur. Uitzondering hierop is boring 4. Daar komt onderin de boring een pakket zwak siltige klei voor met hierin brokken veen. De top van het veen zit hier op een diepte tussen 150 en 180 cm -mv. Vervolgens wordt het veen naar boven toe opgevolgd door pakketten klei. Het kleipakket dat direct op het veen ligt is zwak siltig en heeft een blauwgrijze kleur. Middels een HCl test is vastgesteld dat het om matig kalkhoudende klei gaat. De top van dit kleipakket ligt tussen 60 en 80 cm -mv. Hierboven ligt een pakket matig zandige klei met en heeft een vulling die uiteen loopt van sporen van baksteen en matig grind houdend tot sterk puinhoudend. Tenslotte ligt hier een puinlaag op die een dikte heeft van ongeveer 40 cm. Boring 4 blijkt een uitzondering te zijn. Niet alleen is het veen onderin de boring niet aanwezig maar ook heeft het kleipakket dan volgt op de laag die al eerder beschreven werd een neutraalgrijze kleur en is zwak siltig. Dit pakket begint op 150 cm-mv. Daarboven ligt een pakket donkerzwartbruine klei met een dikte van 90 cm. Op 120 cm -mv stroomt het grondwater toe.
Figuur 15: boring 2 met bovenin de klei in onderin het roodbruine sterk plantenhoudend veen. De leesrichting is van linksboven naar rechtsonder.
De boorkolommen in deellocatie 2 hebben een ander uiterlijk. Hier werd in de boringen geen veen aangetroffen. Er werden verschillende pakketten klein en zand aangetroffen waarbij de bovenste pakketten zwak houtskoolhoudend, zwak baksteenhoudend en zwak tot matig schelphoudend zijn. Met uitzondering van boring zes komt overal dezelfde grijsblauwe klei voor die in deelgebied 1 werd aangetroffen, dit pakket bevindt zich op een diepte tussen 100 en 160 cm -mv. Ook in dit deelgebied blijkt dat het om matig tot sterk kalkhoudende klei gaat. Door de hoge grondwaterstand (vanaf 1 m-mv) liep het zand meteen uit de boor waardoor maximale boordieptes van 320 cm -mv werden bereikt.
Pagina 28 van 33
Archeologisch onderzoek Schoolweg te Terneuzen/ AM18027
5.3
Interpretatie
Het plangebied is ingedeeld in twee deelgebieden, deze ruimtelijke verdeling kan worden overgebracht op de verdeling in de boringen. Er kunnen grofweg twee landschapstypen worden gereconstrueerd op basis van de aangetroffen boorkernen. In deelgebied 2, het zuidelijke, grotere deel van het plangebied is op grotere diepte in verschillende samenstellingen Westerscheldeafzetting aangetroffen. Deze afzetting kenmerkt zich door afwisselende klei en zandpakketten. Deze ontstaan onder invloed van getijdenafzettingen. Afhankelijk van de invloed van het getij op het plangebied kunnen dergelijke lagen iets dikker of dunner uitvallen. Op de Westerscheldeafzetting bevind zich een pakket dat zeer waarschijnlijk samenhangt met de vestingwerken van de historische stad. Deze pakketten klei met diverse antropogene indicatoren kan het best worden beschreven als een AaOp-horizont. Met andere woorden een opgebracht, van elders aangevoerd pakket met antropogene inclusies. Dit lijkt te relateren aan de historische kaart afbeelding 10 die middels schuine lijnen hoogte verschillen weergeeft. Deze abrupte verschillen zullen in de loop der jaren zijn uitgevlakt om in het huidige gebruik te kunnen voorzien. Deze AaOp-horizont is aangetroffen op verschillende diepten vanaf 40 centimeter mv. Deelgebied 1 lijkt meer een weergave van een grondslag zoals deze in de regio vaak voorkomt.
De ondergrond bestaat uit een veenpakket dat met uitzondering van boring 4 in de top is geoxideerd. Dergelijke oxidatie is indicatief voor blootstelling aan zuurstof. Het veen vergaat en homogeniseerd. Dit is een aanwijzing dat de locatie mogelijk toegankelijk was voor mensen (Romeinse tijd en later). In boring 4 is er sprake van een geërodeerd landschap. Het veen is pas op een dieper niveau aangetroffen in de vorm van veenbrokken. Mogelijk is dit een indicatie voor de aanzet van een oudere getijdekreek of crevasse. Hierboven is een blauwgrijs tot neutraalgrijs kleipakket aangetroffen. Dit kleipakket is in eerste instantie geïnterpreteerd als een Duinkerke II afzetting. Hoewel de terminologie met betrekking tot het beschrijven van dergelijke bodems vernieuwd is, is de samenstelling binnen de oude nomenclatuur (Duinkerke transgressies) in deze regio duidelijker. Echter lijkt het hier meer om een meer kleiige Duinkerke III afzetting te gaan. De blauwe verkleuring lijkt te wijzen op een reductie van de bodem onder invloed van de voormalige bebouwing op de locatie. De bodem vertoond in dit pakket geen indicatie voor antropogene ingrepen. De hierboven gelegen afzetting is duidelijk omgezet en in enige mate aan het oxideren. De top van de Duinkerke III afzettingen varieert tussen de 50 en 100 centimeter -mv.
5.4
Archeologische indicatoren
Hoewel het niet tot de strekking van een verkennend booronderzoek behoort wordt de aan of afwezigheid van archeologische indicatoren wel geregistreerd. In boring 5 is op een diepte van circa 100 cm –mv een fragment natuursteen aangetroffen die het resultaat van menselijk handelen lijkt te zijn.
Pagina 29 van 33
6. CONCLUSIE 6.1
Algemeen
De resultaten onderschrijven de kaart van Van Rummelen ten dele en dan alleen in deelgebied 1. De verwachte afzettingen van de Duinkerke II transgressie zijn niet aangetroffen en op de aanwezige veenpakketten is alleen een gereduceerde afzetting van Duinkerke III aanwezig. Hierbij dient wel vermeld te worden dat de afzetting kleiiger is dan verwacht. De veenpakketten zijn in drie van de vier gevallen geoxideerd wat duidt op een mogelijke toegankelijkheid van het terrein voormenselijke activiteiten vanaf de Romeinse periode. Het opgestelde verwachtingsmodel kan voor deelgebied 1 worden genuanceerd. De aanwezigheid van het geoxideerde veen zorgt voor het handhaven van de middelhoge verwachting vanaf de Romeinse tijd tot circa 900 na Chr. de consensus is dat vanaf deze periode de afzettingen van Duinkerke III ontstaan. De overige perioden kunnen worden bijgesteld naar laag. In deelgebied 2 is op de Westerscheldeafzettingen een opgebracht pakket aangetroffen dat vermoedelijk samenhangt met de historische verdedigingswerken. De nabijheid van de op historische kaarten aangeduide hoogteverschillen kunnen mogelijk een aanleiding hiervoor zijn. Het terrein hoeft in het verleden geen onderdeel geweest te zijn van deze verdedigingswerken, maar door afvlakking kan er ter plaatse wel een ophoging worden aangetroffen.
Het verwachtingsmodel voor deelgebied 2 kan worden bijgesteld als gevolg van het aantreffen van de Westerscheldeafzettingen, deze afzettingen hebben zich grofweg in de laatste 1000 jaar gevormd en zullen erosief hebben afgezet op de onderliggende pakketten. De middelhoge verwachting voor de periode late middeleeuwen – nieuwe tijd blijft hierdoor middelhoog, maar oudere perioden worden bijgesteld naar laag. De middelhoge verwachting wordt verder onderbouwd door de aanwezigheid van de aangetroffen antropogene laag die mogelijk verband houdt met de ouder vestingwerken. Aangezien hier niet geduid kan worden of het gaat om een afschuiving van nabij opgebrachte grond of bewust opgebrachte grond ten behoeve van de vestingwerken dient deze nader te worden bekeken.
6.2
Beantwoording van de onderzoeksvragen
Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? In de top van het (veraard) veen kunnen archeologische resten vanaf de Romeinse tijd worden aangetroffen in plangebied 1. Vanaf de top van Westerscheldeafzettingen kunnen resten uit de late middeleeuwen of nieuwe tijd worden aangetroffen. In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? De aanwezigheid van het geoxideerde veen in deelgebied 1 duidt op een in grote mate intacte bodem (in het veen) hier kunnen goed bewaarde resten vanaf de Romeinse tijd of later (tot circa 900) worden aangetroffen. In deelgebied 2 zijn resten van een opgebrachte bodem aangetroffen, het is niet te duiden hoe deze bestaande resten heeft beïnvloed of hoe de kwaliteit van eventuele sporen in deze laag zijn. Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen? Resten kunnen binnen deelgebied 1 van het plangebied verwacht worden vanaf circa 130 cm -mv (dit pakket is aangetroffen vanaf 150 cm- mv maar er wordt een bufferzone van 20 cm aangehouden). Dit is de top van het veen. In deelgebied 2 moet er rekening mee worden gehouden dat resten op een hoger niveau kunnen worden aangetroffen met name vanaf de Westerscheldeafzettingen en hoger.
De mogelijkheid voor het aantreffen van archeologische resten is aanwezig vanaf 35 centimeter -mv. Met een buffer in acht nemend kan hier gesproken worden over een potentieel risico bij verstoringen dieper dan 15 cm -mv.
Pagina 30 van 33
Archeologisch onderzoek Schoolweg te Terneuzen/ AM18027
7. AANBEVELINGEN Zowel deelgebied 1 als 2 hebben een kenmerkend potentieel. Deelgebied 1 heeft de potentie om archeologische resten te herbergen uit de periode Romeinse tijd tot en met circa 900, wanneer de locatie te maken krijgt met de Duinkerke III transgressie. De intacte top van het veen resulteert in het behouden van de opgestelde verwachting voor deze periode (middelhoog). De aanbeveling voor deze zone is dat bij verstoringen dieper dan 130 cm –mv (vanaf 150 cm is het veen aangetroffen met een bufferzone van 20 cm) er een potentie is voor het verstoren van mogelijk aanwezige resten. Derhalve dient bij diepere verstoringen een archeologisch vervolgonderzoek te worden uitgevoerd (zie bijlage 9 voor advieskaart). Voor deelgebied 2 geldt dat vanaf de aangetroffen Westerscheldeafzettingen er mogelijk een inrichting van het terrein is geweest die betrekking had op de historische verdedigingswerken. De aangetroffen ophooglaag lijkt hier ook op te wijzen. Resten kunnen direct onder of in deze laag worden aangetroffen. Derhalve geldt voor deelgebied 2 dat bij verstoringen dieper dan 15 cm -mv archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk wordt geacht. Het vervolgonderzoek heeft bij voorkeur plaats als een karterend onderzoek in de vorm van proefsleuven (IVOp).
Tijdens deze in eerste instantie karterende fase ( want er is immers nog geen vindplaats aangetroffen) wordt het terrein systematisch onderzocht op de aanwezigheid van vondsten en/of sporen vanaf de Romeinse tijd tot en met de nieuwe tijd. Indien deze worden aangetroffen dient in het rapport een waardering ten aanzien van de behoudenswaardigheid van de vindplaats te worden opgesteld. De vorm waarin dit onderzoek plaats gaat vinden en de eisen die aan het onderzoek worden gesteld, dienen te worden vastgelegd in een Programma van Eisen (PvE) dat voorafgaande aan de graafwerkzaamheden ter beoordeling aan de bevoegde overheid, de gemeente Terneuzen en haar archeologisch adviseur dient te worden voorgelegd. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn.
Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming) en het beleid van de gemeente Terneuzen een meldingsplicht van 34 toepassing.
De resultaten van dit onderzoek zijn getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Terneuzen), die tot het volgende besluit is gekomen: “Afgaande op de gepresenteerde informatie en interpretatie daarvan is het op basis van het bureauonderzoek en verkennend inventariserend veldonderzoek gegeven advies goed navolgbaar. Ondergetekende gaat daarom 35 akkoord met het gegeven advies tot nader onderzoek.”
34 In delen die vrijgesteld zijn van nader archeologisch onderzoek werkt de gemeente Terneuzen met een Plan van Aanpak Realisatievondsten.. 35 Beoordelingsformulier rapport archeologie. Behorende tot W-VOV180307. Beoordeeld door Mevr. Burger – Erfgoed Advies Burger, d.d 12 maart 2020. Pagina 31 van 33
LITERATUURLIJST Auwerda, F./ P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag. Bakker, de, H., 1966: De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland, in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen. Bakker, H. de en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus, Staring Centrum, Wageningen. Blankenstein, van, E., 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 – 1945), Zeist. Berendsen, H.J.A., 1997 (herdruk 2008): Landschappelijk Nederland. Fysische geografie van Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A., 1996 (herdruk 2008): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland, Assen. Berkel, G. van, en K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Besuijen, G.P.A.., S. Depuydt en J.E.M. Wattenberghe, 2016: Terneuzen - Herinrichting Pastersbos. Gemeente Terneuzen, Zaamslag (Artefact rapport 234). Cate, ten, J. A. M./ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ J. Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A.
Gemeente Terneuzen, 2011: De onderste steen boven? Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen, Terneuzen. Louws, C.A., 2015: Terneuzen Buitengebied, Bestemmingsplan bijlagenboek, Middelburg (Rho adviseurs 0715.008809.100). Mulder, de, E.J.F./ M.C. Geluk/ I. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Utrecht. Noens, G., J.H. Mikkelsen, P. Laloo, R. de Brant, A. Steurbaut en F. Wuyts, 2012: ‘Kartering & waardering van een steentijdvindplaats met resten uit het mesolithicum te Koewacht-Emmabaan (gemeente Terneuzen, provincie Zeeland, NL)’, in: Notae Praehistoricae 32/2012, 191-203. Provincie Zeeland en Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ), 2009: De Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 2009-2012, Zierikzee. Provincie Zeeland, 2017: Aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland, Provinciaal Blad van Zeeland (nummer 3112 van 2017). Provincie Zeeland afdeling mobiliteit en samenleving, 2017: Wie wat bewaart, die heeft wat. De Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 2017-2020. Reuver, G., 2018: Verkennend bodemonderzoek Vlooswijkstraat 46-50 en Schoolweg 8 in Terneuzen. Aeres Milieu rapport AM18027. SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda.
Stichting voor Bodemkartering, 1980: Bodemkaart van Nederland, toelichting bij de kaartbladen 54 Oost Terneuzen, 55 Hulst en 48 Oost Middelburg en 49 West Bergen op Zoom, Wageningen. Stulp, B., 2011: Verdwenen dorpen in Nederland, deel 5: Zeeland, Alkmaar.
Pagina 32 van 33
Archeologisch onderzoek Schoolweg te Terneuzen/ AM18027
Vos, P./ H. Weerts/ J. Bazelmans/ B. Hoogendoorn/ M. van der Meulen, 2011: Atlas van Nederland in het Holoceen. Uitgeverij Bert Bakker. Visser, de, N.J.G. en H. de Weerd, 2017: Handleiding Vrijstellingenkaart Archeologie 2017 Gemeente Terneuzen, Edufact-rapport 9. Weerd, H. de, en K-J.R. Kerckhaert, 2014: Gemeente Terneuzen. Handleiding Vrijstellingenkaart archeologie gemeente Terneuzen, Verruiming Vrijstellingsdiepte, Middelburg (Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland). Zonneveld, J.I.S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht.
Digitale bronnen: www.ahn.nl www.arcgis.com www.archis.cultureelerfgoed.nl www.dinoloket.nl www.orgelsinzeeland.nl www.provincie.zeeland.nl www.scez.nl www.terneuzen.com www.topotijdreis.nl www.zeeland.nl/chs www.zeeuwsarchief.nl
Archeologische kaarten en databestanden: Alterra 2009: Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000, blad 54 Oost, Wageningen. Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. Archeologisch Informatie Systeem II (Archis2), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. Gemeente Terneuzen, Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ) en De Weerd Erfgoed, 2017, Vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen, Middelburg. Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, 2e generatie, IKAW, Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), Amersfoort, 2000. Rijks Geologische Dienst, 1977: Geologische kaart van Nederland 1:50.000 bladen Zeeuwsch-Vlaanderen, Haarlem.
Pagina 33 van 33
Archeologisch onderzoek Schoolweg te Terneuzen / AM18027
BIJLAGE 1 Topografische overzichtskaart
Archeologisch onderzoek Schoolweg te Terneuzen / AM18027
BIJLAGE 2 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten
Archeologisch onderzoek Schoolweg te Terneuzen / AM18027
BIJLAGE 3 Overzicht Archis
Archeologisch onderzoek Schoolweg te Terneuzen / AM18027
BIJLAGE 4 Vrijstellingenkaart Archeologie
Volgens de Vrijstellingenkaart van de gemeente Terneuzen (versie november 2017) ligt het plangebied in een rode zone (bijlage 4). Het ligt binnen het BP Terneuzen Centrum met Waarde-Archeologie 2. Voor deze zones geldt een 2 1 vrijstellingsdiepte van 50 cm beneden maaiveld en een vrijstellingsoppervlakte van 500 m . In het kader van een bestemmingsplanprocedure dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Deelgebied 1
Deelgebied 2
1 De Visser en de Weerd, 2017.
Archeologisch onderzoek Schoolweg te Terneuzen / AM18027
BIJLAGE 5 Overzicht geomorfologische kaart
Archeologisch onderzoek Schoolweg te Terneuzen / AM18027
BIJLAGE 6 Overzicht bodemkaart
Archeologisch onderzoek Schoolweg te Terneuzen / AM18027
BIJLAGE 7 Overzicht AHN
Archeologisch onderzoek Schoolweg te Terneuzen / AM18027
BIJLAGE 8 Boorkernbeschrijvingen
getekend volgens NEN 5104
Boring:
1
Boring: 0,95
2
NAP
0,99
0
puin, Edelmanboor, puinlaag tgv sloop bebouwing
volledig puin, Edelmanboor, puinlaag tgv sloop bebouwing
40 60
NAP
0
40
Klei, matig zandig, sporen baksteen, matig grindhoudend, brokken zand, donkergrijs, gw vanaf 100 cm-mv
Klei, matig zandig, sterk puinhoudend, grijsbruin 80
Klei, zwak siltig, matig kalkhoudend, blauwgrijs, v.a. 130 cm-mv Ca2 na HCl test
Klei, zwak siltig, matig kalkhoudend, blauwgrijs, gw v.a. 100 cm-mv, Ca2
150
Veen, zwak plantenhoudend, donkerbruin, fijne plantenresten 180
Veen, donker zwartbruin, fijne plantenresten
270
Veen, bruinrood, meer herkenbare plantenresten 300
320
Boring:
3
Boring: 0,68
4
NAP
0
0,95
40
70
NAP
0
volledig puin, Edelmanboor
puin, brokken zand, Edelmanboor
40
Klei, sterk zandig, sterk puinhoudend, sterk baksteenhoudend, bruingrijs
Klei, donker zwartbruin, GW op 120 cm-mv
Klei, zwak siltig, blauwgrijs
150
Klei, zwak siltig, neutraalgrijs
190
Veen, zwak zandig, bruinzwart, onderin roodbruin van kleur 220
290
Klei, zwak siltig, brokken veen, neutraalgrijs 320
Projectnaam: Terneuzen Schoolweg Projectcode: AM18027-ARCH
Opdrachtgever: Esni Holding B.V.
getekend volgens NEN 5104
Boring:
5
Boring: 0,97
0,94
0 20
55
100
120
6
NAP
NAP
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, beige, Edelmanboor, straatzand
25
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig schelphoudend, zwak roesthoudend, donker grijsbeige
35
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig schelphoudend, matig baksteenhoudend, grijs, Edelmanboor, ophogingslaag Klei, zwak siltig, matig roesthoudend, matig schelphoudend, matig baksteenhoudend, grijs, Ca2
Klei, zwak siltig, matig baksteenhoudend, zwak houtskoolhoudend, matig schelphoudend, matig roesthoudend, donker blauwgrijs, bovenin Ca3, fragment natuursteen
100
Klei, sterk zandig, sporen houtskool, donker blauwgrijs, zandiger
Klei, zwak siltig, matig roesthoudend, matig schelphoudend, matig baksteenhoudend, grijs, Ca2 Klei, sporen schelpen, donkergrijs, Zuigerboor
Klei, zwak siltig, zwak grindhoudend, donkergrijs 180
200
Boring:
Zand, matig fijn, zwak kleiïg, matig schelphoudend, donkergrijs, zeer nat; loopt uit boor en guts
7
Boring: 0,89
8
NAP
0
40
210
0,81
NAP
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig schelphoudend, zwak baksteenhoudend, grijs, Edelmanboor, Ca2 Zand, zeer fijn, matig kleiïg, zwak baksteenhoudend, zwak schelphoudend, donkergrijs, Ca2
100
30 50
Zand, matig fijn, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor, ophoogzand Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, matig schelphoudend, donker beigegrijs Klei, zwak zandig, matig schelphoudend, sporen baksteen, donker bruingrijs
100
Klei, zwak zandig, grijsblauw, Ca1
Klei, zwak zandig, matig schelphoudend, donkergrijs
150 160
Klei, zwak zandig, zwak schelphoudend, blauwgrijs 200
Boring:
9 NAP 0
Betonboor, vloer voormalige winkel 20
40 50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig schelphoudend, bruingrijs, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak roesthoudend, sporen houtskool, zwak baksteenhoudend, zwak schelphoudend, donkergrijs
100
Klei, zwak zandig, zwak baksteenhoudend, zwak houtskoolhoudend, zwak schelphoudend, donkergrijs Klei, zwak zandig, zwak schelphoudend, donker blauwgrijs
200
Projectnaam: Terneuzen Schoolweg Projectcode: AM18027-ARCH
Opdrachtgever: Esni Holding B.V.
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
zand
Klei, sterk zandig
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Archeologisch onderzoek Schoolweg te Terneuzen / AM18027
BIJLAGE 9 Advieskaart