CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-06-23 c. bp Terneuzen Centrum, Vlooswijkstraat-Schoolweg - toelichting

gemeenteraad 6 juli 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Terneuzen Centrum, Vlooswijkstraat-Schoolweg11.689 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het aanbrengen van een stiller wegdek om de geluidbelasting ten gevolge van de Schependijk/Kennedylaan terug te dringen is uit het oogpunt van praktische uitvoerbaarheid, beheer en onderhoud om deze reden niet wenselijk. Het plaatsen van een overdrachtsmaatregel zoals een scherm om de geluidbelasting ten gevolge van het Schependijk/Kennedylaan op de gevel te verlagen stuit op bewaren van stedenbouwkundige en financiële aard. Een dergelijk scherm zou geplaatst dienen te worden tussen de nieuwbouw en de weg. Op dit terrein zijn een tankstation en parkomgeving gesitueerd. Een scherm zou achter het tankstation en door het park dienen te lopen om voldoende wering te bieden tegen het geluid van de weg. De hoogte van het scherm is afhankelijk van de plaatsing. Gezien de belasting op 10,5 meter hoogte bij de waarneempunten grenzend aan de weg overschreden worden kan worden gesteld dat, door de mogelijke plaatsing, een dergelijk scherm een hoogte krijgt die niet past in de stedenbouwkundige omgeving. Gezien de bebouwingen een open plek opvullen in een verder bebouwde omgeving is het niet mogelijk om de nieuwbouw op een grotere afstand van de weg te situeren. Bij de gemeente Terneuzen kan een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde. De geluidsbelasting als gevolg van de Binnenvaartweg bedraagt maximaal 41 dB, die van de Schuttershofweg maximaal 43 dB.

De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden. Het besluit hoger waarde zal hiervoor worden verleend. Het onderzoek heeft ook de geluidssituatie berekend als gevolg van niet gezoneerde wegen (Grenulaan, Schoolweg, Vlooswijkstraat en Nieuwediepstraat). Hiervoor geldt dat de voorkeursgrenswaarde als gevolg van deze wegen niet wordt overschreden. Er is sprake van een goed woon-, en leefklimaat. Spoorweglawaai Dit aspect is niet aan de orde. Vliegtuiglawaai Dit aspect is niet aan de orde. Industrielawaai Voor het industrieterrein Terneuzen-West/Logistiek Park is op grond van de Wet geluidhinder een geluidzone vastgesteld. Het bouwplan ligt op de rand van de zone van het industrieterrein Terneuzen32

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

West. Voor woningen binnen de zone geldt dat de geluidsbelasting niet hoger mag zijn dan 50 dB(A). Deze waarde wordt niet overschreden. Dat komt omdat de woningen worden afgeschermd door de omliggende bestaande bebouwing. Het aspect “Geluid” is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.9

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet Luchtkwaliteit in werking getreden. De luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5 titel 2 van de Wet milieubeheer (Wm). In artikel 5.16 Wm staat een limitatieve opsomming van de bevoegdheden waarbij luchtkwaliteitseisen een directe rol spelen. Het gaat om ruimtelijke besluiten en milieuvergunningen die direct gevolgen voor de luchtkwaliteit hebben en daardoor kunnen bijdragen aan overschrijding van een grenswaarde. Een vaststelling van een bestemmingsplan betreft de uitvoering van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 5.16 van de Wm. Vaststelling van een bestemminsplan is mogelijk als: • • •

De concentratie stoffen in de lucht door de voorgenomen ontwikkeling verbetert of gelijk blijft; Bij beperkte toename van de concentratie, door een met de activiteit samenhangende maatregel of optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbeterd; De toename, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt. Dit is het geval als een project of activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties PM10 of NO2 (max1,2 μg/m3).

Toetsing initiatief aan “niet in betekenende mate” begrip Projecten die “niet in betekenende mate” bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit hoeven volgens de Wet luchtkwaliteit niet afzonderlijk te worden getoetst op de grenswaarde, tenzij een dreigende overschrijding van één of meerdere grenswaarden te verwachten is. De grens van “niet in betekenende mate” ligt volgens de gelijknamige AMvB bij 3% van de grenswaarde van een stof. Hiervan is volgens de ministeriële regeling van “niet in betekenende mate” sprake bij de realisatie van minder dan 1500 woningen op één ontsluitingsweg of minder dan 3000 woningen op twee ontsluitingswegen. Dit bestemmingsplan betreft het toestaan van 46 nieuwe woningen en het saneren van een detailhandelsonderneming. Deze herziening is daarom een ontwikkeling die kleiner is dan 1500 woningen met één ontsluitingsweg. De ontwikkeling zal dan ook 'niet in betekenende mate' bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Toetsing initiatief aan “goede ruimtelijke ordening” Naast de toetsing of het bouwplan een bijdrage levert aan de luchtkwaliteit dient beoordeeld te worden of sprake is van een goed woon-, en leefklimaat en daarmee of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De GGD geeft op lokaal niveau advies over luchtkwaliteit in relatie tot gezondheid en ruimtelijke ordening.

Juist bij gevoelige bestemmingen nabij drukke wegen is het wenselijk dat de gemeente om advies vraagt aan de GGD. Daarom is inzicht gezocht in de luchtkwaliteit. Dit is onderzocht door middel van de actuele kaartgegevens met betrekking tot de aspecten stikstofdioxide, fijnstof, zeer fijnstof en roet. (atlasleefomgeving.nl). Hieruit blijkt dat ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden (stikstofdioxode: 40 μg/m3 en fijn stof: 40 μg/m3). Voor stikstofdioxide en PM10 is de achtergrondwaarde gelegen tussen 0 en 35 μg/m3 en voor zeer fijn stof (PM2,5) is de waarde gelegen lager 20 μg/m3. Omdat de projectlocatie op basis van de actuele kaartbeelden niet is gelegen in een gebied met een slechte luchtkwaliteit (in de buurt van de grenswaarden) kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

33

Uitsnede kaart Fijnstof 2016 (pm2,5) met in rood de ligging van het plangebied; bron: atlasleefomgeving.nl Het aspect “Luchtkwaliteit” is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling

5.10 Bodemkwaliteit Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening dient inzicht te bestaan in de bodemkwaliteit teneinde de geschiktheid van de bodemkwaliteit voor een beoogde (nieuwe) bestemming te kunnen aantonen. Bij een bestemmingswijziging is het van belang dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Voor inzicht in de actuele bodemkwaliteit op het perceel is onderzoek gedaan. Het onderzoek is in zijn geheel (bijlage 6) aan deze toelichting toegevoegd. De conclusie luidt als volgt; Deellocatie 1 (Vlooswijkstraat 46-50) Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met lood. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het freatisch grondwater zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de streefwaarde. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Het aangetroffen licht verhoogde gehalte aan lood in de grond kan wel bij grondafvoer beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.

Deellocatie 2 (Schoolweg 8) Uit de analyseresultaten blijkt dat de bodem ter plaatse van het buitenterrein licht verhoogd is met diverse zware metalen, Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10-VROM) en minerale olie. De bodem ter plaatse van de voormalige revisie werkplaats en autostalling is licht verhoogd met PAK en minerale olie. In de bodem ter plaatse van de voormalige smeerkuilen zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. De bodem ter plaatse van de voormalige wasplaats is licht verhoogd met koper en nikkel en matig verhoogd met kobalt. De bodem ter plaatse van de voormalige werkplaats machines/kolenbergplaats is licht verhoogd met lood, zink en minerale olie. 34

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Het matig verhoogde gehalte aan kobalt is mogelijk veroorzaakt door inspoelen van koelwater dat is gebruikt tijdens de uitvoering van de betonboring. Kobalt wordt namelijk verwerkt in kernboren ten behoeve van een hogere warmtevastheid. Het grondwater is plaatselijk licht verhoogd met benzeen, xylenen, naftaleen en minerale olie. De resultaten van dit bodemonderzoek geven, rekening houdend met de mogelijke verklaring van het matig verhoogde kobalt gehalte geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond kunnen wel bij grondafvoer beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. De huidige puinlaag op het terrein aan de Vlooswijkstraat 50 dient in zijn geheel te worden verwijderd. Het betreft namelijk niet-gekeurd slooppuin van het voormalige kerkgebouw. Dit is volgens het Besluit bodemkwaliteit verboden.

Ter verzekering van deze sanering is een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen. Het aspect “Bodemkwaliteit” is na verwijdering van de puinlaag geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.11 Niet-gesprongen explosieven (NGE) Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft ter plaatse van het plangebied een militair kruitmagazijn gestaan. Tevens zijn er gegevens rondom afwerpmunitie/brisantbommen en een bombardement op een nabijgelegen trambrug (even in zuidoostelijke richting). Het deel van het plangebied dat is gelegen op de locatie aan de Schoolweg 8 is aangemerkt als risicogebied. Voor de locatie aan de Vlooswijkstraat 50 is dat niet het geval. Het detectieonderzoek conventionele explosieven (WSCS-OCE) zal als uit een vooronderzoek NGE blijkt dat dat nodig is in de fase van de aanvraag voor de omgevingsvergunning ‘activiteit bouwen’ worden uitgevoerd. In de regels behorend bij voorliggend bestemmingsplan is in dit kader een voorwaarde opgenomen (een zogenaamde voorwaardelijke verplichting) dat er voorafgaand aan verstoring van de grond nagegaan wordt of er niet gesprongen explosieven in de grond aanwezig zijn.

5.12 Externe Veiligheid De externe veiligheidsregelgeving is gericht op het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. De wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), de Structuurvisie buisleidingen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Basisnet. Om voldoende ruimte aan te houden tussen risicobronnen en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid rondom een risicobron kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon, die (onafgebroken en onbeschermd) op BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

35

een bepaalde plaats aanwezig is, overlijdt als gevolg van een calamiteit op het terrein van een inrichting of bij een transportmodaliteit. Het groepsrisico (GR) bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit op het terrein van een inrichting of bij een transportmodaliteit. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. Voor de ontwikkeling is onderzoek gedaan naar de veiligheidsaspecten van in de nabijheid gelegen risicobronnen. Dit onderzoek (Quick scan Externe veiligheid, K+ adviesgroep dd 3 mei 2021) is in zijn geheel aan als bijlage (bijlage 7) de toelichting toegevoegd. De conclusie luidt als volgt: “Het plangebied ligt op grote afstand tot de risicobronnen als opgenomen in de nationale risicokaart. Daarmee zal ter plaatse van het plangebied voldaan worden aan de grenswaarde van 10-6 voor het plaatsgebonden risico. Voor wat betreft het groepsrisico blijkt dat er in de dagperiode de personendichtheid afneemt en in de nachtperiode er een kleine toename is te verwachten.

Gezien de afstand tot de betreffende risicobronnen mag worden aangenomen dat het bouwplan een te verwaarlozen bijdrage zal leveren op het groepsrisico. Omdat voor het groepsrisico geen harde norm geldt maar een oriëntatiewaarde en een verantwoordingsplicht, zal het groepsrisico geen belemmering vormen. Vanuit externe veiligheid vormt de voorgenomen ontwikkeling van in totaal 46 appartementen geen belemmering”.

5.13 Technische infrastructuur Planologische relevante leidingen zijn leidingen die bescherming in het wijzigingsplan behoeven. In de gemeente Terneuzen zijn Bevb leidingen en hoogspanningsleidingen van 50 Kv of meer aangeduid in bestemmingsplannen. Op deze leidingen zijn geen veiligheidsafstanden van toepassing, maar wordt wel rekening gehouden met een zakelijk rechtstrook van de leidingen. Door binnen deze strook een bouwverbod op te nemen, wordt beschadiging van de leiding voorkomen. In of nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen aanwezig.

36

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving 6.1

Verantwoording planvorm

Het bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor de burgers en voor de overheid. Wat betreft systematiek van de integrale herziening is aangesloten bij de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP). Er is sprake van een specifiek bestemmingsplan voor meerdere aaneengesloten kadastrale percelen, een postzegelplan. Het perceel ligt in het recente bestemmingsplan Terneuzen Centrum, vastgesteld op 25 juni 2013. Dit postzegelplan sluit qua systematiek en bestemming zo veel mogelijk aan op dit bestemmingsplan.

6.2

Systematiek bestemmingen

De systematiek van de regels kan worden samengevat aan de hand van de hoofdstukindeling. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. 1. Hoofdstuk 1 'Inleidende Regels' gaat in op de begripsomschrijvingen en de wijze van meten. 2. In hoofdstuk 2 van de regels - 'Bestemmingsregels’- wordt een regeling gegeven voor de bestaande functies in het plangebied die positief zijn bestemd. Bepaald is welke vormen van gebruik en bouwwerken rechtstreeks (dus zonder voorafgaande wijziging of afwijking) zijn toegestaan. Indien een bepaalde vorm van bebouwing past binnen de doeleinden van de bestemming en voldaan is aan de bouwregels, dan kan hiervoor in de regel zonder meer een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden verleend. 3. In hoofdstuk 3 zijn de algemene regels weergegeven (anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels etc.). 4. In hoofdstuk 4 zijn de overgangs- en slotbepalingen opgenomen.

6.3

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen In dit artikel is omschreven wat in onderhavig plan onder een aantal van de in de regels gebruikte begrippen wordt verstaan. Wijze van meten In dit artikel is vastgelegd hoe bij de toepassing van de bouwregels van onderhavig plan moet worden gemeten. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Het bestemmingsplan kent de bestemming ‘Wonen’. Hierna volgt een korte toelichting op deze bestemmingen. Wonen De bestemming Wonen (W) heeft betrekking op de te realiseren woningen in het plangebied op twee verschillende locaties. Het gaat in totaal om 46 appartementen. Naast deze hoofdfunctie zijn aanduidingen opgenomen waarmee het maximaal aantal woningen per locatie wordt aangeduid. Gebouwen kunnen worden opgericht binnen het daarvoor aangeduid bouwvlak. In dit artikel staan voor woningen en bijbehorende bouwwerken ook bouwbepalingen over de maximale goot- en bouwhoogte. Maximale goothoogte is aangeduid op de verbeelding. Dubbelbestemming Waarde-Archeologie 2 Ter bescherming van eventueel in de bodem aanwezige archeologische waarden is de dubbelbestemming uit het vigerend bestemmingsplan opgenomen. Het doen van onderzoek is een voorwaarde voor ene omgevingsvergunning.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

37

Dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering Ter bescherming van de waterkerende werking van gronden is de dubbelbestemming waterstaatwaterkering uit het vigerend bestemmingsplan overgenomen. Hoofdstuk 3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is een bepaling opgenomen ten aanzien van ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn bepaalde specifieke gebruiksregels opgenomen voor het gebruik van de gronden en bouwwerken binnen het gehele plangebied. Algemene aanduidingsregels De algemene aanduiding ter verzekering van de geluidszone van het industrieterrein Terneuzen West/ logistiek park is de gebiedsaanduiding ‘geluidzone industrie 1’ in het plan overgenomen. Algemene afwijkingsregels In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om afwijking te verlenen van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In deze bepaling wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht.

Deze regeling is op grond van de Wro verplicht. Slotregel Als laatste wordt de slotbepaling opgenomen. Deze bepaling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsbepaling.

38

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid De beoogde ontwikkeling betreft een particulier initiatief. De grond is in eigendom van een particulier waardoor er geen kosten zijn voor de gemeente als gevolg van de wijziging van de bestemming. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer draagt ook de procedurele kosten. Eventuele kosten voor de gemeente zijn hiermee afgedekt en de ontwikkeling wordt daardoor financieel uitvoerbaar geacht. Als met een bestemmingsplan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In deze procedure is de exploitatie gewaarborgd door een privaatrechtelijke -met de initiatiefnemer te sluiten- overeenkomst over de verdeling van de kosten bij de grondexploitatie. Voorgaand aan het besluit omtrent vaststelling van het bestemmingsplan zal daarom worden besloten dat het niet noodzakelijk is om een exploitatieplan vast te stellen.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

39

Hoofdstuk 8 Procedure 8.1

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het conceptbestemmingsplan voorgelegd aan en besproken met de Provincie Zeeland, Waterschap Scheldestromen en Rijkswaterstaat. De reacties en opmerkingen van genoemde instanies zijn in het ontwerpbestemmingsplan onverkort verwerkt. Informatiebijeenkomst omwonenden Op zaterdag 20 juni 2020 is door de initiatiefnemer en zijn architect een uitvoerige presentatie van het plan gegeven voor (direct) omwonenden. Tevens konden de omwonenden de schetsontwerpen van het plan bekijken en hier vragen over stellen. Door een vertegenwoordiging vanuit de gemeente Terneuzen werd de te volgen procedure toegelicht.

8.2

Vervolg van de procedure

Op de voorbereiding van een bestemmingsplan Terneuzen Centrum, Vlooswijkstraat-Schoolweg is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening dient de kennisgeving als bedoeld in artikel 3:12 van de Awb in de Staatscourant en een huis-aan-huis blad te worden geplaatst en via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan de wettelijke overlegpartners. Naast het in voorbereiding nemen van dit bestemmingsplan is ook een omgevingsvergunning (WAOV200210) in voorbereiding genomen voor het bouwen van in totaal 46 appartementen aan de Vlooswijkstraat en Schoolweg. Op grond van de zogenaamde coördinatieregeling (artikel 3.31 Wet ruimtelijke ordening) worden de procedures van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning gezamenlijk (gelijktijdig) doorlopen. Ontwerpbestemmingsplan en ontwerp omgevingsvergunning ter inzage Het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning zijn met ingang van 11 maart 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegd. In deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan en/of ontwerp omgevingsvergunning in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ontvangen. Wel zijn er twee adviezen ontvangen, te weten: 1. de reactie van het Waterschap Scheldestromen d.d.

13 april 2021 dat zij geen opmerkingen hebben op het plan en de vergunning (positief wateradvies) 2. het advies van de Veiligheidsregio Zeeland d.d. 31 maart 2021. De reactie van het waterschap is in de paragraaf 5.3 Water van de toelichting van dit bestemmingsplan nader benoemd. Tegemoetkomend aan het advies van de Veiligheidsregio Zeeland zijn er in de paragraaf 5.12 Externe veiligheid en de daarbij behorende bijlage 7 enkele risicobronnen nader benoemd bij het verantwoorden van het groepsrisico. De in dit advies voorgestelde maatregelen ter verbetering van de zelfredzaamheid en beheersbaarheid zullen door de gemeente nader besproken worden met de initiatiefnemer van de te bouwen appartementen. Ook is er ambtshalve nog een tekstuele aanpassing in de toelichting verwerkt in paragraaf 4.1 Rijksbeleid (Ladder duurzame verstedelijking) en is ook de zogenaamde Aeriusberekening (paragraaf 5.4 Natuur) geactualiseerd. Vaststelling bestemmingsplan Het verwerken/opnemen van voornoemde adviezen als ook de ambtshalve aanpassingen leiden niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Direct na de beroepstermijn treedt het plan in werking, tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt ingediend. In dat laatste geval wordt de 40

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

werking van het vaststellingsbesluit opgeschort totdat op het verzoek is beslist.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

41

Bijlagen 1. Ecologische QuickScan, uitgevoerd door Adviesbureau Wieland, d.d. 27 januari 2019; 2. Nader Onderzoek beschermde natuurwaarden sloop pand Schoolweg 8 Terneuzen, uitgevoerd door Adviesbureau Wieland, d.d. 24 november 2019 3. Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, uitgevoerd door Aeres Milieu, d.d. 15 april 2020; 4. Akoestisch onderzoek tankstation en wasstraat, uitgevoerd door K+Adviesgroep, dd 12-012021; 5. Akoestisch onderzoek, uitgevoerd door K+Adviesgroep, dd. 19 februari 2020; 6. Verkennend bodemonderzoek, uitgevoerd door Aeres Milieu, d.d. 5 juli 2018; 7. Onderzoek EV, uitgevoerd door K+Adviesgroep, dd. 3 mei 2021; 8. AERIUS berekening, uitgevoerd door BuroGKracht, d.d. 29 april 2021; 9. Aanmeldformulier watertoets

42

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10256836/1