2021-06-22 a. Voorgenomen fusie Probaz, Perspecto, Scoba en SKO Hulst - Ontwerpbesluit
Tekst van het document
Gemeenteraad Ontwerpbesluit
Zitting van 6 juli 2021 Samenleving - Maatschappelijke Ontwikkeling zaaknummer: 346234
2021_Raad_00141 - Voorgenomen fusie tussen Probaz, Onderwijsgroep Perspecto, Scoba en SKO Hulst: instemming fusie, statuten en toezichtkader. Portefeuillehouder Sonja Suij Programma en/of paragraaf Programma Onderwijs Besluit Besluitpunt 1 De gemeenteraad besluit goedkeuring te verlenen aan de per 1 augustus 2021 te realiseren voorgestelde bestuurlijke fusie tussen de volgende schoolbesturen: Scholengroep ProBaz, Onderwijsgroep Perspecto, Scoba en SKO Hulst. Besluitpunt 2 De gemeenteraad besluit goedkeuring te verlenen aan de voorgestelde wijziging van de statuten van de gefuseerde stichting die het bevoegd gezag vormt van onder meer de openbare scholen en de samenwerkingsscholen gelegen op het grondgebied van de gemeente Terneuzen. Besluitpunt 3 De gemeenteraad besluit het Toezichtkader Gemeentelijk Toezicht Openbaar Onderwijs vast te stellen.
Wat is de aanleiding? De volgende schoolbesturen in het primair onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen zijn voornemens om een bestuurlijke fusie aan te gaan per 1 augustus 2021: Scholengroep ProBaz, Onderwijsgroep Perspecto, Scoba en SKO Hulst. Aanleiding om met elkaar in gesprek te treden en een onderzoek te starten naar een bestuurlijke fusie is de sterk veranderende omgeving van het onderwijs op de scholen zoals de daling van het aantal leerlingen in de regio, de veranderende behoeftes van ouders en leerlingen en de veranderende wet- en regelgeving. Met de fusie beogen de schoolbesturen een samenwerking zonder barrières gericht op het bieden van hoge onderwijskwaliteit en benaderbaar, bereikbaar en herkenbaar onderwijs. Een fusie maakt het volgens de participerende schoolbesturen mogelijk om expertise meer gericht in te zetten, snelle en laagdrempelige kennisdeling te realiseren, goede ontwikkelmogelijkheden aan te bieden en een breed onderwijsaanbod in stand te houden. Dat is beter mogelijk met een fusie dan met een informele samenwerking aldus de 1/22
schoolbesturen. Na de fusie ontstaat een schoolbestuur met in totaal 39 scholen voor basisonderwijs en speciaal basisonderwijs met zo’n 5600 leerlingen. De stichting bestuurt zowel openbare scholen, katholieke scholen, protestants-christelijke scholen, interconfessionele scholen als samenwerkingsscholen (hetgeen algemeen toegankelijke scholen zijn waarin zowel openbaar onderwijs als bijzonder onderwijs wordt verzorgd). De naam voor de nieuwe stichting is nog niet bekend. Wettelijk kader: bevoegdheid gemeenteraad De openbare scholen in de gemeente Terneuzen worden op dit moment bestuurd door de Onderwijsgroep Perspecto. Perspecto is een samenwerkingsbestuur in de zin van artikel 17 van de Wet op het primair onderwijs. Dit betekent dat Perspecto het bevoegd gezag is van zowel openbare scholen als bijzondere scholen. Ten aanzien van het openbaar onderwijs heeft de gemeenteraad de volgende taak: het uitoefenen van toezicht op het in standhouden van de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs; het waarborgen van continuïteit van het openbaar onderwijs binnen de gemeente.
Conform artikel 22 lid 5 van de huidige statuten van de Onderwijsgroep Perspecto dienen de raden van de gemeenten waarin scholen voor openbaar onderwijs zijn gelegen goedkeuring te verlenen aan de voorgestelde bestuurlijke fusie (de huidige statuten van de Onderwijsgroep Perspecto, destijds nog handelend onder de naam Stichting Scholengroep Leertij, zijn opgenomen in bijlage 5). Dat zijn de gemeenteraden van Terneuzen en Hulst. Het openbaar onderwijs in de gemeente Sluis (Stichting Escalda Scholen) participeert namelijk niet in de fusie. Conform het bepaalde in de statuten kan de gemeenteraad zijn instemming aan een fusie slechts onthouden indien een overheersende invloed in het bestuur voor zover het openbaar onderwijs betreft niet is verzekerd. Op basis van eventueel andere bezwaren ten aanzien van de fusie kan de gemeenteraad haar goedkeuring dus niet onthouden. Conform artikel 17 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 21 lid 5 van de huidige statuten van de Stichting Perspecto dienen de raden van de gemeenten waarin scholen voor openbaar onderwijs zijn gelegen ook goedkeuring te verlenen aan de voorgestelde wijziging van de statuten. Ook hier geldt dat een gemeenteraad zijn goedkeuring met een wijziging van de statuten slechts kan onthouden indien een overheersende invloed in het bestuur voor zover het openbaar onderwijs betreft niet is verzekerd.
De betrokken schoolbesturen hebben nu uw raad verzocht om goedkeuring te verlenen aan de fusie en de wijziging van de statuten van de Onderwijsgroep Perspecto. Ook verzoeken zij om het in dit kader opgestelde toezichtkader vast te stellen (zie bijlagen 1,2,3). Fusie-effectrapportage Met het oog op het voorgenomen besluit tot fusie is door de fusiepartners een Fusieeffectrapportage opgesteld waarin de doelen en de effecten van de beoogde fusie zijn opgenomen en is weergeven hoe de inrichting van de gefuseerde organisatie wordt vormgegeven. U wordt in dit kader naar de in bijlage 4 opgenomen rapportage verwezen. Met in achtneming van het bepaalde in artikel 63b lid 2 sub j van de Wet op het primair onderwijs hebben de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen positief geadviseerd ten aanzien van de wenselijkheid van de voorgestelde fusie. 2/22
Op basis van deze fusie-effectrapportage zijn de gemeenschappelijke medezeggenschapsraden gevraagd om instemming te verlenen aan de voorgenomen fusie. Deze raden hebben inmiddels ingestemd met de fusie. Dit geldt ook voor de betrokken raden van toezicht van de participerende schoolbesturen. Ten slotte heeft ook de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op grond van artikel 64c van de Wet op het primair onderwijs de voorgenomen fusie goedgekeurd. Openbaar onderwijs Zoals hierboven is aangegeven kan de gemeenteraad de goedkeuring aan de fusie en aan de voorgestelde wijziging van de statuten alleen onthouden indien de overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. Aan de hand van dit criterium zal de vraag van de schoolbesturen om goedkeuring te verlenen aan het besluit tot fusie en tot wijziging van de statuten dus getoetst moeten worden. Deze overheersende invloed wordt bepaald door het geheel aan waarborgen dat is ingebouwd bij de fusie en in de statuten ten aanzien van wezenskenmerken en de continuïteit van het openbaar onderwijs. Overigens geldt het onderstaande ook ten aanzien van de door de gefuseerde stichting te besturen samenwerkingsscholen voor zover daarin wordt voorzien in openbaar onderwijs.
Continuïteit De voorgenomen fusie heeft als zodanig geen gevolgen op het aantal scholen, de spreiding van de scholen en de denominatie van de scholen. Met de fusie wordt blijkens de overlegde Fusie-effectrapportage het versterken van de kwaliteit van het onderwijs en de bereikbaarheid nagestreefd met als doel het behoud van een divers palet aan scholen. Dit sluit aan bij de inhoud van het vastgestelde Voorzieningenplan in Terneuzen waarin met de schoolbesturen afspraken zijn gemaakt over het waarborgen van de denominatieve verscheidenheid van het aanbod aan scholen. Gelet op dit gegeven draagt de fusie dus bij aan de instandhouding van de scholen en dus aan de continuïteit van het openbaar onderwijs.
Wezenskenmerken Als het gaat om de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs dan kunnen mede gelet op het daaromtrent bepaalde in de wet en de gehanteerde formuleringen door de landelijke onderwijsorganisaties in het openbaar onderwijs, in elk geval de volgende kenmerken worden genoemd: het onderwijs is toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing; het personeel is benoembaar zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing, ras, etc.; het onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden; het onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing; er bestaat ruimte voor het volgen van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.
3/22
In de door de te fuseren schoolbesturen voorgelegde statuten (bijlage 2) van de fusieorganisatie worden voor zover de gefuseerde stichting het bevoegd gezag is van het openbaar onderwijs deze wezenskenmerken expliciet benoemd: Artikel 4 lid 9: De openbare scholen en samenwerkingsscholen van de stichting zijn toegankelijk voor alle leerlingen zonder onderscheid naar godsdienst of levensovertuiging; Artikel 16 lid 4: Medewerkers aan openbare scholen zijn op gelijke voet benoembaar; Artikel 4 lid 6: Het onderwijs aan de openbare scholen draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden; Artikel 4 lid 6: Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. Waarborgen Daar waar het gaat om het gaat om het waarborgen van de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs is in de statuten nog het volgende opgenomen: Artikel 2 lid 1: Ten aanzien van het doel van de stichting: De stichting heeft zonder winstoogmerk ten doel het geven van openbaar onderwijs en……….. Artikel 4 lid 1: Het College van Bestuur borgt op stichtingsniveau de (invulling van de) grondslag en de identiteit van de afzonderlijke scholen.
Door het College van Bestuur wordt in het strategisch koers- of beleidsplan aangegeven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan de identiteit van de katholieke, protestants-christelijke en interconfessionele scholen en het karakter van de openbare scholen en hoe deze worden geborgd. Moet de raad daar iets over zeggen? Artikel 4 lid 2: Aan de grondslag en identiteit onderscheidenlijk het openbaar karakter van de school wordt op schoolniveau vormgegeven. In het schoolplan van de scholen wordt ruimte ingebouwd voor levensbeschouwelijke vorming en identiteitsaspecten. Door het College van Bestuur wordt een commissie identiteit ingesteld ter uitwerking en behartiging van de identiteitsaspecten binnen de scholen en het onderwijs. Artikel 5 lid 2 sub a (samenwerkingsschool): De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het bevoegd gezag over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool. Artikel 5 lid 2 sub b (samenwerkingsschool): Bij de samenstelling van de identiteitscommissie is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs. Artikel 7: De leden van het College van Bestuur dienen de grondslag en het doel van de stichting te onderschrijven.
Artikel 10 lid 4: Bij de samenstelling van de Raad van Toezicht wordt zorggedragen voor een evenwichtige spreiding naar grondslag en identiteit onderscheidenlijk het openbaar karakter van de door de stichting bestuurde scholen. Artikel 10 lid 16: Voorwaarde voor benoeming in de Raad van Toezicht is het onderschrijven van grondslag en doelstelling van de stichting. Artikel 11 lid 2 sub a: de Raad van Toezicht houdt toezicht op: a. de verwezenlijking van grondslag en doelstelling van de stichting.
4/22
Toezicht gemeenteraad De overheersende invloed van de overheid in het bestuur voor wat betreft het openbaar onderwijs wordt vormgegeven door het toezicht door de gemeenteraad. De gemeenteraad houdt in dit kader toezicht op de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs en de bijbehorende waarborgen en de continuïteit van het openbaar onderwijs binnen de gemeente. Conform de nu voorgestelde statuten wordt dit op de volgende wijze vormgegeven: Artikel 17 lid 4: De vaststelling van de financiële jaarstukken kan pas plaatsvinden na overleg met de gemeenteraad; Artikel 18 lid 2: Het College van Bestuur van de stichting dient jaarlijks aan de gemeenteraad verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in elk geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs; Artikel 18 lid 3: De wijze waarop de gemeenteraad het toezicht uitoefent wordt in overleg tussen het College van Bestuur en de gemeenteraad nader vormgegeven in een door de gemeenteraad vast te stellen toezichtkader; Artikel 19 lid 4: De statuten kunnen niet zonder de goedkeuring van de gemeenteraad worden gewijzigd; Artikel 20 lid 5: Een besluit tot fusie of splitsing van de stichting kan niet worden genomen zonder de goedkeuring van de gemeenteraad.
Naast bovenstaande instrumenten heeft de gemeenteraad op grond van artikel 17 lid 8 van de Wet op het primair onderwijs nog de mogelijkheid om in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, de maatregelen te nemen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. Gelet op het bovenstaande kan het gefuseerde schoolbestuur de in de statuten opgenomen wezenskenmerken van het openbaar onderwijs en de in dat kader opgenomen waarborgen dus niet zonder goedkeuring van de gemeenteraad aanpassen. Ook moet het schoolbestuur via het jaarverslag verantwoording afleggen over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Conclusie De positie van het openbaar onderwijs binnen het toekomstige gefuseerde bestuur en het toezicht daarop door de gemeenteraad ondergaan als gevolg van de fusie in de voorgestelde statuten geen wezenlijke wijziging. De introductie van een toezichtskader is overigens wel nieuw en geeft juist meer inhoud en structuur aan de uitvoering van het toezicht.
Aangezien de gemeenteraad de goedkeuring aan de fusie en aan de wijziging van de statuten alleen kan weigeren als de overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft en deze invloed verzekerd blijft in de gedane voorstellen en daarnaast ook de spreiding, instandhouding, wezenskenmerken en de waarborgen van het openbaar onderwijs geen wijzigingen ondergaan als gevolg van deze fusie, zijn er geen argumenten om de goedkeuring aan de voorgestelde fusie en de voorgestelde wijziging van de statuten te onthouden. Toezichtkader
5/22
Zoals opgenomen in artikel 18 lid 3 van de voorgestelde statuten wordt de wijze waarop de gemeenteraad het toezicht op het bestuur uitoefent in overleg met het College van Bestuur nader vormgegeven in een door de gemeenteraad vast te stellen toezichtkader. In bijlage 3 is het voorstel opgenomen voor dit toezichtkader. In het bijgevoegde toezichtkader wordt allereerst aangegeven waar het toezicht van de gemeenteraad zich op richt: dat zijn de borging en uitvoering van de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs en de continuïteit van het onderwijs. In het toezichtkader wordt vervolgens een jaargesprek geïntroduceerd tussen het College van Bestuur van de stichting en het college van burgemeester en wethouders over de borging en uitvoering van wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Van dit jaargesprek brengt het college verslag uit aan de gemeenteraad. Ook is in het toezichtkader voorzien in een meer actieve informatieverstrekking van het schoolbestuur aan de gemeenteraad. Naast het reeds verplichte jaarverslag wordt ook het strategisch beleidsplan gedeeld, worden klachten gedeeld die betrekking hebben op de algemene toegankelijkheid van het openbaar onderwijs en is een aantal specifieke aangelegenheden benoemd waarin het schoolbestuur de gemeenteraad actief dient te informeren en dan vooral als het gaat om zaken die de continuïteit van het onderwijs raken.
Anderzijds krijgt de gemeenteraad ook zelf de mogelijkheid om het schoolbestuur te verzoeken om nader inzicht te verschaffen in de naleving van het beleid. Conclusie Het nu voorliggende toezichtkader geeft ten opzichte van de huidige situatie meer inhoud en structuur aan de wijze waarop de gemeenteraad het toezicht op het openbaar onderwijs invult.
Wat willen we bereiken? We willen goede onderwijsvoorzieningen in onze gemeente. We stimuleren de samenwerking met, in en rond het onderwijs waarbij we oog hebben voor kwaliteit, betaalbaarheid, bereikbaarheid, duurzaamheid en keuzevrijheid. (Coalitieakkoord 'Sterk, Betrokken en vitaal' 2018-2022)
Argumenten 1.1. + 2.1. De positie van het openbaar onderwijs binnen het toekomstige gefuseerde bestuur en het toezicht daarop door de gemeenteraad ondergaan als gevolg van de fusie in de voorgestelde statuten geen wezenlijke wijziging. 1.2. + 2.2. Er zijn geen argumenten om de goedkeuring aan de voorgestelde fusie en de voorgestelde wijziging van de statuten te onthouden. Aangezien de gemeenteraad de goedkeuring aan de fusie en aan de wijziging van de statuten alleen kan weigeren als de overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft en deze invloed verzekerd blijft in de gedane voorstellen en daarnaast ook de spreiding, instandhouding, wezenskenmerken en de waarborgen van het openbaar onderwijs geen wijzigingen ondergaan als gevolg van deze fusie, zijn er geen argumenten om de goedkeuring aan de voorgestelde fusie en de voorgestelde wijziging van de statuten te onthouden.
6/22
3.1. We geven structuur en inhoud aan de wijze waarop de gemeenteraad het toezicht op het openbaar onderwijs invult.
Kanttekeningen Er zijn geen kanttekeningen. Wij hebben ons in dit proces en bij het formuleren van dit voorstel laten begeleiden door een gespecialiseerd jurist.
Wat mag het kosten? Aan dit besluit zijn geen kosten verbonden.
Wat gaan we ervoor doen? We geven onze goedkeuring aan de bestuurlijke fusie tussen de Scholengroep ProBaz, Onderwijsgroep Perspecto, Scoba en SKO Hulst per 1 augustus 2021, geven onze goedkeuring aan de voorgestelde wijziging van de statuten en stellen het toezichtkader vast.
Bijlagen 1. Bijlage 1. Fusie_gemeenten_brief instemming statuten zonder handtekeningen.pdf 2. Bijlage 2. Statuten PO Zeeuws-Vlaanderen fusiestichting 20-5-21 NKSR-Gemeentennotaris ongemarkeerd.pdf 3. Bijlage 3. Fusie_gemeenten_toezichtkader openbaar onderwijs.pdf
7/22
Aan de gemeenteraden van de gemeenten Terneuzen en Hulst 12 april 2021 Betreft: verzoek instemming statuten en fusie Geachte leden van de raad, ProBaz, Onderwijsgroep Perspecto, Scoba en SKO Hulst zijn voornemens om te fuseren per 1 augustus 2021. Op 7 juli 2020 is de intentieverklaring ondertekend en is het onderzoek naar een bestuurlijke fusie gestart. Deze intentieverklaring is door de raden van toezicht/besturen goedgekeurd en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraden hebben ermee ingestemd. Daaraan voorafgaand hebben ProBaz, Onderwijsgroep Perspecto, Scoba en SKO Hulst samen met Escaldascholen in 2019 een onderzoek uitgevoerd naar de meerwaarde van samenwerking en passende samenwerkingsvormen. Aanleiding van het onderzoek was de sterk veranderende omgeving van het onderwijs op de scholen zoals de daling van het aantal leerlingen, veranderende behoeftes van ouders en leerlingen en veranderende wet- en regelgeving. Het continu kunnen bieden van hoge onderwijskwaliteit en benaderbaar, bereikbaar en herkenbaar onderwijs vraagt om nauwe samenwerking zonder barrières. Het feit dat in de regio meerdere stichtingen primair onderwijs bieden belemmert het gericht inzetten van expertise, snelle en laagdrempelige kennisdeling, goede ontwikkelmogelijkheden, de instandhouding van een breed onderwijsaanbod, enz.
Aan de hand van de resultaten van het onderzoek hebben de besturen van ProBaz, Onderwijsgroep Perspecto, Scoba en SKO Hulst na verschillende gesprekken met betrokkenen besloten om een fusie verder te onderzoeken. Er zijn een stuurgroep breed, een stuurgroep smal, en werkgroepen ingericht om dit onderzoek uit te voeren en te coördineren. De eerste stap in het onderzoek was het, door het maken dwarsdoorsnedes, in beeld brengen van de sterke punten en risico’s. Deze documenten zijn voor de zomervakantie 2020 met de raden van toezicht/besturen, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraden en de directeuren besproken. Op basis daarvan heeft de stuurgroep breed vastgesteld dat er geen onoplosbare risico’s zijn geconstateerd en dat de volgende fase van het onderzoek kon starten. Het uitwerken van de effecten van de fusie. In de fusie-effectrapportage (FER) zijn de uitgangspunten voor de nieuwe organisatie beschreven en zijn de effecten en de onderbouwing daarvan weergegeven. Dit is tot stand gekomen in overleg met alle betrokken in de organisaties (medezeggenschap, directeuren, stafmedewerkers en raden van toezicht/besturen).
8/22
De colleges B&W van de gemeenten Sluis, Terneuzen en Hulst hebben op basis van de FER in maart 2021 conform artikel 64b lid 2 sub j van de wet op het primair onderwijs (WPO) positief geadviseerd met de fusie. Vervolgens is de fusie met onderliggende FER ter instemming aan alle gemeenschappelijke medezeggenschapsraden, voor goedkeuring aan de directeuren en ter goedkeuring aan de raden van toezicht voorgelegd. Alle betrokkenen hebben met de fusie ingestemd. De fusie moest conform artikel 64c WPO voor goedkeuring aan de minister Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) worden voorgelegd. Op 12 mei 2021 hebben we van het bericht gekregen dat de minister de fusie heeft goedgekeurd. In overleg met de gemeenten Terneuzen en Hulst is parallel aan dat proces gewerkt aan een toezichtkader met betrekking tot het gemeentelijk toezicht ten aanzien van de openbare scholen in die gemeenten, als nadere uitwerking van de bepalingen in de WPO. Conform artikel 21 van de statuten van Onderwijsgroep Perspecto moeten de gemeenteraden van de gemeenten waar de openbare scholen van de nieuwe organisatie staan gevraagd worden om de statuten en de fusie goed te keuren. Conform de bepaling in de artikelen 21 en 22 van de statuten van Onderwijsgroep Perspecto vragen we om de statuten en de fusie goed te keuren en bijgaand toezichtkader vast te stellen. Graag zien wij uw goedkeuring tegemoet.
Mocht u om tot een goedkeuring te komen nadere informatie wensen dan zijn wij graag bereid deze te verstrekken of hierover met u in gesprek te gaan. Met vriendelijke groet,
J. van Moolenbroek Algemeen directeur ProBaz a.i. G. Langeraert Bestuurder Onderwijsgroep Perspecto a.i. H. Verweg Algemeen directeur Scoba E. de Neef Directeur-Bestuurder SKO Hulst
2
9/22
Statuten fusiestichting PO Zeeuws-Vlaanderen NAAM EN VESTIGING Artikel 1 1. De stichting draagt de naam: Stichting Primair Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen. 2. Zij is gevestigd in de gemeente Terneuzen. 3. Zij is opgericht voor onbepaalde tijd. DOEL Artikel 2 1. De stichting heeft zonder winstoogmerk ten doel het geven van openbaar onderwijs en katholiek, protestants-christelijk onderwijs in afzonderlijke door de stichting in stand te houden scholen voor openbaar, katholiek of protestants-christelijk onderwijs dan wel in interconfessionele scholen of samenwerkingsscholen. 2. Daarbij wordt aandacht geschonken aan de ontwikkeling van de leerlingen in het algemeen en in het bijzonder aan o.a.: - het verwerven van noodzakelijke kennis; - het verwerven van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden; - het bewust maken van de waarden en normen van de Nederlandse samenleving. MIDDELEN Artikel 3 De stichting tracht haar doel te bereiken langs wettige weg en wel door in elk geval: a. het oprichten en in stand houden van onderwijsvoorzieningen voor primair onderwijs als bedoeld in artikel 2 lid 1 van deze statuten; b. het aandacht besteden aan de kwaliteit in brede zin van het op de scholen te geven onderwijs; c. het zoeken van verbinding en samenwerken met organisaties die eenzelfde of verwant doel nastreven en/of activiteiten op het gebied van onderwijs uitvoeren; d.
het zoeken van verbinding en samenwerken met ketenpartners en andere organisaties die (ook) verantwoordelijk zijn voor c.q. zich richten op de ontwikkeling en zorg voor kinderen; e. Het op de scholen voor bijzonder onderwijs aandacht besteden aan de godsdienstige vorming van de leerlingen en voor wat de leerlingen van het katholiek onderwijs betreft overeenkomstig hetgeen daaromtrent in het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs is bepaald; f. het aangeven in het schoolplan van de wijze waarop vorm en inhoud wordt gegeven aan het onderwijs en aan de identiteit van de scholen van de stichting; g. het aandacht schenken aan levensbeschouwelijke vorming en identiteitsaspecten; h. het benutten van alle wettige middelen, die ter bereiking van het doel nuttig kunnen zijn. GRONDSLAG EN OPENBAAR KARAKTER, IDENTITEIT Artikel 4 1. Het College van Bestuur borgt op stichtingsniveau de (invulling van de) grondslag en de identiteit van de afzonderlijke scholen. Door het College van Bestuur wordt in het strategisch koers- of beleidsplan aangegeven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan de identiteit van de katholieke, protestants-christelijke en interconfessionele scholen en het karakter van de openbare scholen en hoe deze worden geborgd. 2. Aan de grondslag en identiteit onderscheidenlijk het openbaar karakter van de school wordt op schoolniveau vorm gegeven.
In het schoolplan van de scholen wordt ruimte ingebouwd voor levensbeschouwelijke vorming en identiteitsaspecten. Door het College van Bestuur wordt een commissie identiteit ingesteld ter uitwerking en behartiging van de identiteitsaspecten binnen de scholen en het onderwijs. 1
Statuten fusiestichting PO Zeeuws-Vlaanderen, versie 1-4-2021 Na informele goedkeuring NKSR 1-4-21, reactie gemeenten en notaris 20-5-21
10/22
3.
4. 5.
6.
7. 8. 9.
Samenstelling en bevoegdheden van deze commissie worden geregeld in een huishoudelijk reglement. Het onderwijs aan de katholieke scholen wordt gegeven op katholieke grondslag. De stichting wil daarbij handelen volgens de regelingen betreffende het katholiek onderwijs, die op grond van het gezamenlijk overleg in de Nederlandse Katholieke Schoolraad te Den Haag zijn vastgesteld alsmede volgens het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs. Daarbij wordt aandacht geschonken aan de pastorale en catechetische aspecten van het onderwijs. Het onderwijs aan de scholen voor protestants-christelijk wordt gegeven op protestantschristelijke grondslag met als richtsnoer de bijbel. Het onderwijs aan de interconfessionele scholen wordt gegeven op interconfessionele grondslag en bij het geven van onderwijs wordt gehandeld in overeenstemming met de christelijke beginselen met als richtsnoer het evangelie van Jezus Christus, zoals dat evangelie overkomt vanuit de bijbel en door de kerken wordt uitgedragen. Het onderwijs aan de openbare scholen draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen en wordt gegeven met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden.
Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. Een samenwerkingsschool is een school waarin zowel openbaar onderwijs als bijzonder onderwijs wordt aangeboden. De katholieke, protestants-christelijke en interconfessionele scholen van de stichting zijn toegankelijk voor alle leerlingen, mits de onderwijskundige en pedagogische grondslag van de school wordt onderschreven. De openbare scholen en samenwerkingsscholen van de stichting zijn toegankelijk voor alle leerlingen, zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing.
IDENTITEITSCOMMISSIE SAMENWERKINGSSCHOOL Artikel 5 1. Aan een samenwerkingsschool is een identiteitscommissie verbonden. 2. Voor een identiteitscommissie als bedoeld in lid 1 geldt het volgende: a. De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het bevoegd gezag over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool. De identiteitscommissie kan tevens voorstellen doen over de aangelegenheden, bedoeld in de eerste volzin. b. Bij de samenstelling van de identiteitscommissie is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs. De identiteitscommissie bestaat uit minimaal twee leden. De leden worden (her)benoemd en ontslagen door het College van Bestuur. Benoeming vindt plaats op voordracht van de directeur van de school 1. c. Een lid van de identiteitscommissie wordt benoemd voor de duur van maximaal vier jaren. Aftredende leden kunnen ten hoogste éénmaal worden herbenoemd voor een termijn van maximaal vier jaren. d. De identiteitscommissie overlegt minimaal twee keer per schooljaar met de directeur van de school. e. In geval van een geschil tussen het College van Bestuur en de identiteitscommissie zal in eerste aanleg een oplossing worden gezocht door middel van mediation of bemiddeling.
Indien dit niet tot een oplossing leidt, zal het geschil worden beslecht via arbitrage of bindend advies. f. Elke identiteitscommissie kan een eigen intern reglement vaststellen. 3. In het schoolplan van de samenwerkingsschool wordt aangegeven op welke wijze door de identiteitscommissie samenwerkingsschool invulling wordt gegeven aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit van de samenwerkingsschool. De medezeggenschapsraad krijgt een adviesrecht bij de voorgenomen voordracht. De directeur moet dit voorleggen aan de medezeggenschapsraad van de school. Vervolgens moet de directeur de voordracht en het advies van de medezeggenschapsraad voorleggen aan het College van Bestuur. 1
2
Statuten fusiestichting PO Zeeuws-Vlaanderen, versie 1-4-2021 Na informele goedkeuring NKSR 1-4-21, reactie gemeenten en notaris 20-5-21
11/22
4. Aan leerlingen van de samenwerkingsschool wordt gelegenheid gegeven binnen de schooltijden godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen. 5. Bij benoeming en het ontslag van personeel van de samenwerkingsschool wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met een evenwichtige spreiding naar grondslag en openbaar karakter. ORGANEN VAN DE STICHTING Artikel 6 1. De stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het wettelijk bevoegd gezag uit. 2. De stichting heeft de functies van bestuur en toezicht in organieke zin gescheiden en kent daartoe als organen een College van Bestuur en een Raad van Toezicht. 3. De benoeming in de functies van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen. 4. Tot leden van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht kunnen niet worden benoemd: a. echtgenoten/levenspartners, ouders en kinderen van zittende leden; b. broers en zussen of echtgenoten/levenspartners van broers en zussen van zittende leden; c. personeelsleden van de Stichting dan wel diens echtgenoten/levenspartners, ouders/verzorgers en kinderen; d. leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de Stichting; e. leden van de medezeggenschapsraad van een school van de Stichting; f.
personen die lid zijn van het College van Burgemeester en Wethouders en/of de gemeenteraad van een gemeente waar een school van de Stichting is gevestigd dan wel dat zijn geweest in de periode van vier jaar voorafgaand aan de datum van benoeming tot lid van het College van Bestuur of Raad van Toezicht; g. personen die een zodanig andere functie bekleden dat het lidmaatschap kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen; h. personen die op basis van in de geldende Code Goed Bestuur omschreven eigenschappen c.q. onverenigbaarheden zijn uitgesloten van lidmaatschap. 5. Leden van het College van Bestuur mogen bij voorkeur geen kinderen hebben op een school van de Stichting. Om de onafhankelijkheid van het intern toezicht te bevorderen, bestaat de Raad van Toezicht uit minimaal één lid dat geen kind(eren) heeft op een school/scholen van de stichting. COLLEGE VAN BESTUUR Artikel 7: Samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag 1. De leden van het College van Bestuur worden benoemd door de Raad van Toezicht voor onbepaalde tijd dan wel voor bepaalde tijd, voor een door de Raad van Toezicht te bepalen termijn. De leden van het College van Bestuur wordt door de Raad van Toezicht in functie benoemd. 2. Het College van Bestuur bestaat uit ten hoogste twee leden.
De Raad van Toezicht stelt het aantal leden vast. 3. De leden van het College van Bestuur dienen de grondslag en het doel van de stichting te onderschrijven, de belangen van de stichting te behartigen en loyaal mee te werken aan het bewerkstelligen van de doelstellingen van de stichting. Zij verklaren dit schriftelijk bij hun benoeming. 4. De Raad van Toezicht stelt de arbeidsvoorwaarden en/of beloning van de leden van het College van Bestuur vast en fungeert als werkgever van de leden van het College van Bestuur. 5. Een lid van het College van Bestuur kan niet tevens lid zijn van de Raad van Toezicht. 6. Een lid van het College van Bestuur kan te allen tijde door de Raad van Toezicht worden geschorst en ontslagen. 3
Statuten fusiestichting PO Zeeuws-Vlaanderen, versie 1-4-2021 Na informele goedkeuring NKSR 1-4-21, reactie gemeenten en notaris 20-5-21
12/22
Ter zake van schorsing, handhaving of opheffing van de schorsing of ontslag, besluit de Raad van Toezicht met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen. Het betrokken lid van het College van Bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 7. Bij het ontstaan van een vacature in het College van Bestuur, zal de Raad van Toezicht daarin zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig College van Bestuur behoudt zijn bevoegdheden. 8. Bij ontstentenis of belet van een of meer leden van het College van Bestuur, niet zijnde alle leden of het enig (overgebleven) lid, nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid het gehele College van Bestuur waar. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het College van Bestuur of van het enig (overgebleven) lid, regelt de Raad van Toezicht de waarneming van de taken van het College van Bestuur. 9. Leden van het College van Bestuur mogen niet middellijk of onmiddellijk deelnemen aan leveringen of aannemingen ten behoeve van de stichting. Artikel 8: Taak en bevoegdheid 1. Het College van Bestuur is belast met het besturen van de stichting en de door de stichting in stand gehouden onderwijsvoorzieningen.
Bij de vervulling van hun taak richten de leden van het College van Bestuur zich naar het belang van de stichting, de scholen van de stichting en de organisatie. 2. Aan het College van Bestuur komen alle bevoegdheden ten aanzien van de stichting en de scholen toe, met uitzondering van de bevoegdheden die op grond van wetgeving en/of deze statuten expliciet aan de Raad van Toezicht zijn toegekend. 3. Het College van Bestuur is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt, zulks met in achtneming van lid 4 aanhef en sub h van dit artikel. 4. Het College van Bestuur heeft voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. het vaststellen van het strategisch meerjarenbeleid/-plan voor de stichting en scholen; b. het vaststellen van de begroting en het jaarverslag conform de geldende wet- en regelgeving; c. het wijzigen van de statuten; d. het vaststellen van een code voor goed bestuur en het bestuursreglement; e.
het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere onderwijsgerelateerde instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake; f. de beëindiging van de dienstbetrekking van meer dan 5% van de werknemers in reguliere dienst, tegelijkertijd of binnen een tijdbestek van een half jaar; g. een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling; h. het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt; i. de wijziging van de grondslag, opheffing, stichting, overname, samenvoeging, overdracht of afsplitsing van een of meer van de scholen; j. (juridische) fusie, (af-)splitsing of ontbinding van de stichting; k. alle andere bij wet- of regelgeving en/of voor de stichting geldende code voor goed bestuur voorgeschreven besluiten die de goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeven.
4
Statuten fusiestichting PO Zeeuws-Vlaanderen, versie 1-4-2021 Na informele goedkeuring NKSR 1-4-21, reactie gemeenten en notaris 20-5-21
13/22
5. Het College van Bestuur is verantwoording verschuldigd aan de Raad van Toezicht over de uitvoering van haar taken, de uitoefening van haar bevoegdheden en de resultaten van de organisatie. 6. Het College van Bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke informatie, een en ander conform het bepaalde in artikel 13 van deze statuten. 7. Het College van Bestuur neemt besluiten op basis van meerderheid van stemmen. Indien het College van Bestuur uit meerdere personen bestaat, wordt in het bestuursreglement een regeling omtrent de te houden vergaderingen opgenomen alsmede een regeling die voorziet in de situatie dat de stemmen in het College van Bestuur staken. Indien het College van Bestuur uit één persoon bestaat, kunnen besluiten ook rechtsgeldig buiten vergadering worden genomen. Alle belangrijke besluiten worden schriftelijk vastgelegd en per kwartaal toegezonden aan de Raad van Toezicht. Een lid van het College van Bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in de tweede volzin van lid 1 van dit artikel. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht. 8.
Het College van Bestuur stelt een bestuursreglement vast dat met inachtneming van het in deze statuten bepaalde in elk geval omvat: a. een nadere omschrijving van de taken en bevoegdheden en de werkwijze van het College van Bestuur; b. indien het College van Bestuur uit meerdere personen bestaat, een regeling omtrent de te houden vergaderingen; c. een nadere omschrijving van de rapportages aan de Raad van Toezicht als bedoeld in artikel 13, lid 2, sub c van deze statuten. 9. De vergaderingen van het College van Bestuur zijn openbaar tenzij het College van Bestuur anders beslist op haar moverende gronden. Artikel 9. College van Bestuur: defungeren Een bestuurder defungeert: a. door zijn overlijden; b. door onder curatele stellen of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld; c. door zijn aftreden op eigen verzoek; d. door ontslag hem verleend door de Raad van Toezicht; e. door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek; f. door zijn toetreding tot de Raad van Toezicht; g. door het einde van zijn dienstverband met de stichting; h. door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf; i. wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surséance van betaling verkrijgt.
RAAD VAN TOEZICHT Artikel 10: Samenstelling 1. De stichting kent een Raad van Toezicht die bestaat uit minimaal vijf en maximaal zeven personen. Het aantal leden van de Raad van Toezicht wordt - met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde - door de Raad van Toezicht vastgesteld met algemene stemmen, in een vergadering waarin alle leden aanwezig of, door middel van een ondertekende schriftelijke volmacht, vertegenwoordigd zijn. 2. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de Raad van Toezicht.
5
Statuten fusiestichting PO Zeeuws-Vlaanderen, versie 1-4-2021 Na informele goedkeuring NKSR 1-4-21, reactie gemeenten en notaris 20-5-21
14/22
3. Bij de benoeming van de leden van de Raad van Toezicht wordt de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor een lid. 4. Bij de samenstelling van de Raad van Toezicht wordt zorggedragen voor een evenwichtige spreiding naar grondslag en identiteit onderscheidenlijk het openbaar karakter van de door de stichting bestuurde scholen. De Raad van Toezicht zal zijn samengesteld uit minimaal twee leden van de katholieke denominatie. De katholieke leden van de Raad van Toezicht worden benoemd nadat de bisschop van Breda goedkeuring heeft gegeven aan een voordracht vanuit de Raad van Toezicht. 5. Het reglement van de Raad van Toezicht regelt de benoemingsprocedure. 6. Voorwaarde voor benoeming in de Raad van Toezicht is het onderschrijven van grondslag en doelstelling van de stichting, zoals omschreven in de artikelen 2 tot en met 4 van deze statuten. 7. Naast het bepaalde in artikel 6 lid 4 van deze statuten, zijn tot lid van de Raad van Toezicht niet benoembaar: a. een lid van het College van Bestuur van de stichting; b. personen die (on)middellijk betrokken zijn bij de levering van goederen of diensten aan de stichting, tenzij de overige leden van de Raad van Toezicht hier unaniem hun toestemming aan geven en het betreffende lid geen deel neemt aan de desbetreffende besluitvorming. 8.
Leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar en treden periodiek af volgens een door de Raad van Toezicht op te stellen rooster van aftreden. Aftredende leden kunnen terstond worden herbenoemd, ten hoogste éénmaal en voor een termijn van maximaal vier jaren. De maximale totale zittingsduur van een lid van de Raad van Toezicht is acht jaar. 9. Ingeval van een of meer vacatures in de Raad van Toezicht vormen de overblijvende leden een wettig samengestelde Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht voorziet zo spoedig mogelijk in de vacatures met inachtneming van het in artikel 10 lid 1 gestelde. 10. De Raad van Toezicht kan, onder opgave van redenen en met een twee/derde meerderheid van de stemmen besluiten een lid van de Raad van Toezicht te schorsen of te ontslaan, evenwel niet dan nadat aan het betrokken lid de gelegenheid is geboden om zich in de vergadering te verantwoorden en te doen verdedigen. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Het betrokken lid van de Raad van Toezicht heeft in de desbetreffende vergadering geen stemrecht. 11. De Raad van Toezicht kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 12. Aan de leden van de Raad van Toezicht kan een vergoeding worden toegekend. Artikel 11: Taak en bevoegdheden 1. De Raad van Toezicht functioneert onafhankelijk van het College van Bestuur.
Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de Raad van Toezicht zich naar het belang van de stichting, de scholen van de stichting en de organisatie. 2. De Raad van Toezicht houdt deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht op het beleid van het College van Bestuur, de algemene gang van zaken in de stichting, de scholen en de organisatie, alsmede de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het College van Bestuur, in het bijzonder op: a. de verwezenlijking van grondslag en doelstelling van de stichting; b. het naleven van de wet- en regelgeving; c. het naleven van de voor de stichting vastgestelde code voor goed bestuur; d. de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen; e. het functioneren van het College van Bestuur; f. het belang van het onderwijs; g. en andere aangelegenheden voor zover bij wet- of regelgeving voorgeschreven. 3. De Raad van Toezicht oefent tevens die taken en bevoegdheden uit die in deze statuten aan de Raad van Toezicht zijn opgedragen of toegekend. 6
Statuten fusiestichting PO Zeeuws-Vlaanderen, versie 1-4-2021 Na informele goedkeuring NKSR 1-4-21, reactie gemeenten en notaris 20-5-21
15/22
4. De Raad van Toezicht fungeert als werkgever van de leden van het College van Bestuur die op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst zijn en komt in die hoedanigheid alle arbeidsrechtelijke bevoegdheden en verplichtingen toe waaronder de vaststelling van de beloning. De Raad van Toezicht kan leden van het College van Bestuur met inachtneming van de geldende CAO voor bestuurders in elk geval schorsen of ontslaan, indien: a. er sprake is van wanbeheer of een andere vorm van onbehoorlijk bestuur; b. er ernstige aanwijzingen zijn dat een lid van het College van Bestuur niet geschikt is voor zijn/haar taak; c. er sprake is van aantoonbaar verwijtbaar handelen of nalaten in strijd met de wet of deze statuten; d. niet of niet behoorlijk wordt voldaan aan de verplichtingen inzake rapportage en het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in artikel 13; e. er sprake is van maatschappelijk onbetamelijk gedrag van dien aard dat bij het aanblijven van de betrokken persoon het imago van de stichting ernstig wordt geschaad. 5. De Raad van Toezicht benoemt conform wettelijke voorschriften een accountant die de jaarstukken controleert en hiervan aan de Raad van Toezicht verslag doet. 6. De Raad van Toezicht stelt met inachtneming van het bepaalde in deze statuten een reglement voor de Raad van Toezicht vast. 7. De Raad van Toezicht staat het College van Bestuur met raad terzijde. 8.
Bij ontstentenis of belet van een of meer leden van de Raad van Toezicht, niet zijnde alle leden of het enig (overgebleven) lid, neemt het overblijvende deel van de Raad van Toezicht waar. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht wordt aan de stakeholders van de stichting verzocht op de kortst mogelijke termijn een of meer waarnemers voor te dragen. In het reglement als bedoeld in lid 6 van dit artikel wordt de desbetreffende procedure nader omschreven. 9. De Raad van Toezicht pleegt ten minste tweemaal per jaar overleg met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. 10. De Raad van Toezicht legt jaarlijks verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden in het jaarverslag. Artikel 12: Vergaderingen en besluiten 1. De Raad van Toezicht vergadert ten minste drie maal per jaar en voorts zo dikwijls als een lid van de Raad van Toezicht of een lid van het College van Bestuur het nodig acht. Een en ander wordt nader vastgelegd en uitgewerkt in het reglement van de Raad van Toezicht. 2. Behoudens in die gevallen, waar de statuten uitdrukkelijk anders bepalen, neemt de Raad van Toezicht haar besluiten met meerderheid van stemmen in een vergadering, waar tenminste de helft plus één van haar leden aanwezig is. 3.
Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting, de scholen van de stichting en de organisatie. Wanneer de Raad van Toezicht hierdoor geen besluit kan nemen, wordt dit met medeneming van de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen, schriftelijk vastgelegd. Artikel 13: Informatieverschaffing Raad van Toezicht 1. Het College van Bestuur is verantwoording verschuldigd aan de Raad van Toezicht over het door het College gevoerde rechtmatig bestuur en beheer, de uitvoering van haar taken en de resultaten van de organisatie. 2. Het College van Bestuur verschaft de Raad van Toezicht (gevraagd en ongevraagd) tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens. De informatieverstrekking omvat in ieder geval: a. de begroting en het financieel jaarverslag als bedoeld in artikel 17 leden 3 en 4 van deze statuten alsmede de accountantsverklaring (jaarlijks); b. tussentijdse rapportages op hoofdlijnen van beleid, zulks minimaal twee keer per kalenderjaar; 7
Statuten fusiestichting PO Zeeuws-Vlaanderen, versie 1-4-2021 Na informele goedkeuring NKSR 1-4-21, reactie gemeenten en notaris 20-5-21
16/22
c. ten minste een keer per jaar schriftelijk, de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de kwaliteit van het onderwijs, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen; d. ontwikkelingen van strategisch niveau en belang voor de organisatie; e. juridische procedures. 3. Het College van Bestuur verstrekt voorts alle overige door de Raad van Toezicht opgevraagde informatie. Artikel 14: Defungeren Een lid van de Raad van Toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. door onder curatele stellen of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld; c. door zijn aftreden op eigen verzoek; d. door zijn toetreding tot het College van Bestuur; e. door het aangaan van een dienstverband met de stichting; f. door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf; g. door ontslag hem verleend door de overige leden van de Raad van Toezicht; h. wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surseance van betaling verkrijgt; i. door zijn aftreden op grond van het rooster van aftreden. VERTEGENWOORDIGING Artikel 15 1. De leden van het College van Bestuur vertegenwoordigen gezamenlijk dan wel ieder afzonderlijk de stichting in en buiten rechte. 2.
Indien de stichting een tegenstrijdig belang heeft met het College van Bestuur, zulks ter beoordeling van de Raad van Toezicht, wordt de stichting vertegenwoordigd door de Raad van Toezicht, onverminderd de bevoegdheid van de Raad van Toezicht om één of meer personen, al dan niet uit zijn midden, aan te wijzen om de stichting te vertegenwoordigen. 3. Het College van Bestuur kan volmacht verlenen om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. PERSONEELSBELEID Artikel 16 1. Bij de benoeming van het aan haar scholen te verbinden personeel verzekert de stichting zich ervan, dat het personeel het doel van de stichting onderschrijft en loyaal zal meewerken aan de grondslag en de doelstelling van de school, zoals die mede ten aanzien van respectievelijk de identiteit in het schoolplan zijn omschreven. 2. Identiteitsbegeleiders werkzaam voor de onder beheer van de stichting staande (mede) katholieke scholen dienen te beschikken over het akkoord van de bisschoppelijk gedelegeerde. 3. Bij de benoeming van personeel aan een interconfessionele school houdt het bestuur rekening met een evenwichtige spreiding naar richting. 4. Medewerkers aan de openbare scholen zijn op gelijke voet benoembaar. 5.
Inzake het personeelsbeleid bij benoeming, overplaatsing en noodzakelijke vermindering van personeel wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de identiteit onderscheidenlijk het openbaar karakter van de school en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid. FINANCIEEL BELEID EN GELDMIDDELEN Artikel 17 1. De geldmiddelen der stichting bestaan uit: a. het stichtingskapitaal. b. subsidies uit de openbare kassen. 8
Statuten fusiestichting PO Zeeuws-Vlaanderen, versie 1-4-2021 Na informele goedkeuring NKSR 1-4-21, reactie gemeenten en notaris 20-5-21
17/22
2. 3.
4.
5. 6.
c. school- of cursusgelden. d. rechtmatig verkregen bijdragen en schenkingen. e. erfstellingen, die alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving mogen worden aanvaard, en legaten. f. ouderbijdragen. g. andere op wettige wijze verkregen baten. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. De goedgekeurde begroting, tijdig tot stand gekomen op basis van de geldende planning en controlcyclus en na overleg met de raden van de gemeente waar openbaar onderwijs wordt gegeven, is maatstaf voor het doen van uitgaven. Het College van Bestuur heeft in geval van belangrijke overschrijdingen, een meldingsplicht aan de Raad van Toezicht. Binnen zes maanden na afloop van het boekjaar stelt het College van Bestuur het jaarverslag vast, conform artikel 8 lid 4 sub b van deze statuten. De financiële jaarstukken over het afgelopen jaar moeten zijn opgemaakt aan de hand van de voor dat jaar goedgekeurde begroting. De vaststelling kan slechts plaatsvinden na overleg met de raden van de gemeente waar openbaar onderwijs wordt gegeven en indien bij de jaarstukken een rapport van een accountant is gevoegd. De accountant is benoemd conform artikel 11 lid 5 van deze statuten. De Raad van Toezicht zal in een apart besluit de leden van het College van Bestuur decharge verlenen voor het door hen gevoerde beleid, nadat de jaarrekening is goedgekeurd door de Raad van Toezicht.
Het College van Bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers te bewaren conform wettelijke voorschriften.
VERANTWOORDING Artikel 18 1. Het College van Bestuur draagt zorg voor een jaarlijkse verantwoording aan de belanghebbenden bij de betrokken scholen. 2. Het College van Bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraden van de gemeenten waarin de openbare scholen zijn gelegen, verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. 3. De wijze waarop de gemeenteraad van de gemeente waarin een openbare school is gevestigd, toezicht op het bestuur van die school uitoefent, wordt in overleg tussen het College van Bestuur en de desbetreffende gemeenteraden nader vorm gegeven in een door die gemeenteraden vast te stellen toezichtskader, in het verlengde van hetgeen deze statuten daaromtrent reeds bepalen. STATUTENWIJZIGING Artikel 19 1. Het College van Bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen na voorafgaande schriftelijke goedkeuring door de Raad van Toezicht. 2. Een besluit tot statutenwijziging van de stichting dient door de Raad van Toezicht te worden goedgekeurd met een meerderheid van tenminste twee/derde deel der uitgebrachte geldige stemmen in een speciaal tot dit doel bijeengeroepen vergadering waarin tenminste twee/derde der leden van de Raad van Toezicht aanwezig is.
Wordt in de bijeengeroepen vergadering het vereiste quorum niet behaald dan kan in een binnen een maand doch tenminste een week later tot hetzelfde doel te houden vergadering een besluit tot wijziging der statuten met de normale meerderheid van de dan aanwezige leden van de Raad van Toezicht worden genomen. 3. Een voorstel tot statutenwijziging van de stichting moet tenminste drie weken voor de beslissende vergadering schriftelijk ter kennis worden gebracht van alle leden van de Raad van Toezicht. 4. Een besluit tot wijziging van de statuten kan slechts worden genomen, indien aan het in artikel 10 lid 1 genoemde vereiste omtrent het aantal leden van de Raad van Toezicht dat tenminste zitting dient te hebben, wordt voldaan.
9
Statuten fusiestichting PO Zeeuws-Vlaanderen, versie 1-4-2021 Na informele goedkeuring NKSR 1-4-21, reactie gemeenten en notaris 20-5-21
18/22
5. De statuten kunnen slechts worden gewijzigd na goedkeuring van de gemeenteraden van de gemeenten waarin de openbare scholen zijn gelegen. Goedkeuring kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het College van Bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. 6. Het College van Bestuur draagt zorg voor de uitvoering van het besluit. De statutenwijziging komt tot stand door middel van een daartoe op te maken notariële akte. Een authentiek afschrift van de akte van wijziging en een doorlopende tekst van de gewijzigde statuten moeten worden neergelegd bij het Handelsregister. ONTBINDING VAN DE STICHTING, FUSIE, SPLITSING Artikel 20 1. Het College van Bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Een besluit tot ontbinding van de stichting dient door de Raad van Toezicht te worden goedgekeurd met een meerderheid van tenminste twee/derde deel der uitgebrachte geldige stemmen in een speciaal tot dit doel bijeengeroepen vergadering waarin tenminste twee/derde der leden van de Raad van Toezicht aanwezig is. Wordt in de bijeengeroepen vergadering het vereiste quorum niet behaald dan kan in een binnen een maand doch tenminste een week later tot hetzelfde doel te houden vergadering een besluit tot ontbinding met de normale meerderheid van de dan aanwezige leden van de Raad van Toezicht worden genomen.
Een besluit tot ontbinding van de stichting kan slechts worden genomen na goedkeuring van de gemeenteraden van de gemeenten, waarin de openbare scholen zijn gelegen. 2. Een na ontbinding overblijvend batig saldo wordt bestemd voor een doel, zoveel mogelijk overeenkomende met dat van de stichting, aan te wijzen door de Raad van Toezicht. Als de stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij op te bestaan. In dat geval doet het College van Bestuur daarvan opgave aan het Handelsregister. 3. De boeken en bescheiden van de ontbonden stichting blijven gedurende de wettelijke termijn nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder bewaring van de door het College van Bestuur bij het besluit tot ontbinding aangewezen persoon. 4. De stichting wordt bovendien ontbonden: a. door insolventie nadat de stichting in staat van faillissement is verklaard of door opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel. b. door een daartoe strekkende rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen. 5. Voor een besluit tot fusie of splitsing van de stichting gelden dezelfde regels van besluitvorming en goedkeuring als voorgeschreven voor een statutenwijziging, onverminderd de eisen van de wet. VEREFFENING Artikel 21 1.
De vereffening van het vermogen van de ontbonden stichting en de afwikkeling van haar zaken geschiedt door het College van Bestuur. 2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan indien en voor zover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de regels, taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht. In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden ‘in liquidatie’. 3. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. 4. De stichting houdt in geval van vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het Handelsregister.
10
Statuten fusiestichting PO Zeeuws-Vlaanderen, versie 1-4-2021 Na informele goedkeuring NKSR 1-4-21, reactie gemeenten en notaris 20-5-21
19/22
SLOTBEPALINGEN Artikel 22 1. Indien binnen de stichting verschil van mening bestaat over de uitleg van enige bepaling van deze statuten beslist het College van Bestuur. 2. In de gevallen waarin noch door de statuten noch door het bestuursreglement wordt voorzien, beslist het College van Bestuur. 3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2, beslist in aangelegenheden die tot de taken, bevoegdheden en interne aangelegenheden van de Raad van Toezicht behoren, de Raad van Toezicht in plaats van het College van Bestuur. 4. Voor besluiten tot statutenwijziging voor wat betreft de artikelen ter zake van de naam, doelstelling, middelen ter bereiking van die doelstelling en de bestuurssamenstelling, fusie, (af)splitsing of ontbinding van de stichting alsmede oprichting, opheffing, overdracht of samenvoeging van (samenwerking)scholen met katholieke of interconfessionele grondslag is goedkeuring van de NKSR vereist. OVERGANGSBEPALING Artikel 23 1. In afwijking van artikel 10 leden 1,2 en 8 van deze statuten bestaat de Raad van Toezicht per 1 augustus 2021 uit de volgende bij deze notariële akte benoemde leden: 2.