CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-05-19 a. cultuurhistorische waarden op gemeentelijke begraafplaatsen - Ontwerpbesluit

commissie Omgeving 19 mei 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Cultuurhistorische waarden op de gemeentelijke begraafplaatsen36.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarbij kwam naar voren dat er mogelijk een servituut van uit- en overweg op zou komen te rusten, wat niet wenselijk werd geacht. Aan de regering werd ter overweging gegeven het achterliggende perceel te verkopen aan de gemeente. Waarschijnlijk zijn toen de plannen niet doorgegaan. In ieder geval werd in 1896 door Gedeputeerde Staten geadviseerd dat dat de katholieke begraafplaats in de kom van Sas van Gent gesloten diende te worden omdat ze te klein was voor het aantal begrafenissen dat er jaarlijks plaatsvond. Met dit advies werd vooralsnog niets gedaan omdat niets was gebleken van nadelige effecten op de omwonenden. In 1900 werd een deel van de westelijke wallen gebruikt voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats. Het grootste deel was bestemd als katholieke begraafplaats en ten noordwesten ervan werd een kleine algemene begraafplaats aangelegd. Daarbij werd een lijkenhuisje gebouwd, net zoals in Philippine het geval was. In 1961 werd een uitbreiding van de begraafplaats goedgekeurd. Uitbreidingen van Sas van Gent stonden verdere groei ter plekke niet toe en in 1976 werd ten noorden van het dorp een nieuwe begraafplaats in gebruik genomen. De oude gemeentelijke begraafplaats werd in 2012 geruimd en is inmiddels geheel bebouwd. De katholieke begraafplaats bleef evenwel bestaan, maar wordt niet meer gebruikt voor begravingen.

Afb. 11. Luchtfoto van het westen van Sas van Gent met daarop de in 1900 aangelegde katholieke begraafplaats met achteraan de gemeentelijke begraafplaats.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE27/116 GRAFBEDEKKINGEN

17 van 100

Gemeentelijke begraafplaats Schapersweg In 1972 kocht de gemeente Sas van Gent grond aan ten noorden van de Schapersweg met het oog op de aanleg van een nieuwe begraafplaats. Voor de aanleg werd de Nederlandse Heidemij aangetrokken. Bij de begraafplaats werd onder meer een aula gepland, een ruime parkeerplaats, een strooiweide en wandelpaden. In eerste instantie werden 1.420 graven gepland met de mogelijkheid deze met 1.600 graven uit te breiden. In 1974 werd besloten op de nieuwe begraafplaats de klassenindeling niet langer te hanteren en geen onderscheid te maken tussen religies. In maart 1976 werd besloten de nieuwe begraafplaats eind april van dat jaar in gebruik te nemen. De naam van de begraafplaats werd Sint-Jan Schorre. Bedoeling was na ingebruikname van de nieuwe begraafplaats de katholieke en algemene begraafplaats te sluiten. De inrichting van de begraafplaats vormt een groot verschil met wat Sas van Gent tot dan toe kende. Op een groot perceel werd een ruime begraafplaats aangelegd waar de graven niet meer strak aaneen werden uitgegeven, maar langs rondlopende paden in een landschappelijke omgeving. Opvallend daarbij is wel het hoogteverschil. De graven zijn aangelegd op een hoger gelegen gedeelte dat via een breed pad ontsloten wordt en aansluit op beklinkerde rondlopende paden.

Het voorste gedeelte van het terrein ligt laag en bevat onder andere een aula, parkeerplaatsen en een fors gazon. De begraafplaats ligt op ruime afstand van Sas van Gent, tegen de Belgische grens aan. Vanaf het begin was de regel dat de grafmonumenten zo uniform mogelijk moesten zijn en alle geplaatst op een betonnen rand. De hoogte was maximaal 80 centimeter en de breedte 70 Afb. 12. Het graf van de eerstbegravene Gilbert A. Rotthier, gestorven op 15 mei 1976. centimeter bij een dikte van 10 centimeter. Alleen hardsteen was toegestaan en dekstenen werden niet toegestaan. De gemeente Sas van Gent streefde naar die uniformiteit omdat ze van mening was dat uiterlijk vertoon niet meer van de tijd was. Een dergelijke opvatting is op veel meer begraafplaatsen uit die tijd zichtbaar. De restricties zijn later losgelaten wat leidde tot een grotere variatie aan grafmonumenten. Overigens was de grafsteen van de eerstbegravene van graniet maar de steen is helaas verwijderd (zie afbeelding 12). In de loop van de tijd zijn de resten uit een tiental graven van de oude begraafplaats overgebracht naar de nieuwe begraafplaats. Dat vond zowel in individuele gevallen plaats als grootschalig na ruiming van de oude begraafplaats in 2012. De resten van de laatste ruiming zijn verzameld in een graf rechts van het hoofdpad op de begraafplaats.

De in 1981 gebouwde urnenmuur werd in 1991 uitgebreid omdat met de komst van een crematorium in de gemeente een toename verwacht werd. Inmiddels is een gedeelte nabij de aula ingericht als strooiveld. De grafmonumenten vertonen onderling nog steeds weinig verschil en zijn vanuit cultuurhistorisch oogpunt nog weinig interessant.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE28/116 GRAFBEDEKKINGEN

18 van 100

1.6 Sluiskil Het dorp Sluiskil is ontstaan nadat het kanaal van Gent naar Terneuzen in 1825-1826 werd gerealiseerd. Daar waar het Axelse Gat werd afgesloten, kwam enige bebouwing ter weerszijden van het kanaal tot stand. In 1905 werd bij het kanaal een hervormde kerk gebouwd, maar al in 1897 was wat meer westelijk in de polder een klooster gesticht met kerkgebouw. Na een brand werd de kerk in 1901 opnieuw gebouwd. In of bij die kerken vonden geen begrafenissen meer plaats. Bij de verbreding van het kanaal is een groot deel van de oude bebouwing verdwenen, inclusief de kerk uit 1905.

Afb. 13. Situatie in 1913 met linksonder de begraafplaats nog ver van het dorp.

Sluiskil kreeg haar eerste begraafplaats in 1905, gelegen aan de westzijde van de spoorlijn van Gent naar Terneuzen, op behoorlijke afstand van de toenmalige bebouwing. Of er toen al een roomskatholieke begraafplaats was voor zusters of broeders, is niet duidelijk. Wel werd in 1919 bij het ziekenhuis een begraafplaats aangelegd voor de zusters van het Heilig Hart. Voor de katholieke inwoners van Sluiskil werd in 1929 een verzoek tot de aanleg van zo’n begraafplaats gedaan. Die kwam iets ten noorden van de algemene begraafplaats tot stand en werd nog dat jaar in gebruik genomen, getuige de oudste stenen ter plekke. Gemeentelijke begraafplaats Nieuwe Kerkstraat In 1903 werd in de gemeenteraad van Terneuzen melding gemaakt van een ingesteld onderzoek naar de noodzaak van een begraafplaats in Sluiskil. Uitkomst was dat er een geschikt stuk grond gekocht kon worden, waarvoor de gemeente - inclusief beplanting, lijkenhuisje en het graven van een sloot - 3.500 gulden wilde lenen. De aangekochte 66 are bleek in zijn geheel te groot om in te richten als begraafplaats, waardoor een deel van de grond verpacht kon worden. Uiteindelijk bleken de kosten voor de begraafplaats 2.833 gulden te bedragen. Ten aanzien van het gebruik van de nieuwe begraafplaats was de verwachting in 1905 laag.

Men dacht dat de overwegend katholieke bevolking van Sluiskil zich waarschijnlijk niet zou laten begraven op de algemene begraafplaats. Dat zou niet het enige probleem zijn waarmee de begraafplaats in de beginjaren te maken kreeg.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE29/116 GRAFBEDEKKINGEN

19 van 100

Het feit dat de begraafplaats was aangelegd aan een onverharde weg, leverde bij de weinige begrafenissen veel klachten op. Het Rijk was de onderhoudsplichtige, maar deze deed weinig aan het onderhoud van de weg en verbetering bleef lange tijd uit. Kennelijk was de begraafplaats ook niet beplant met bomen of struiken, want in 1908 kwam ter sprake dat enige beplanting aangebracht zou moeten worden ter verfraaiing. De meeste raadsleden waren tegen de beplanting die volgens hen een luxe en weelde was die de gemeente zich niet kon veroorloven. De begraafplaats bestond destijds feitelijk uit wat nu vak D is met Afb. 14. Het huisje dateert waarschijnlijk uit de jaren zestig toen het daarnaast enkele kleinere vakken, nu westelijk deel bij de begraafplaats getrokken werd. G, H en K. Een langwerpig terrein dus met op het eind een eenvoudig baarhuisje. Slechts een klein gedeelte werd dus daadwerkelijk gebruikt. Naast dat de weg naar de begraafplaats jarenlang een probleem bleef, viel het gebruik van de begraafplaats inderdaad tegen. Delen die bestemd waren als begraafplaats werden jarenlang verpacht, zodat de gemeente toch nog enige inkomsten genoot. In 1919 werd de rijksweg die naar de begraafplaats leidde door het Rijk overgedaan aan de gemeente en kon de weg eindelijk verhard worden. Niet lang daarna zijn er bij de begraafplaats bomen geplant.

In 1929 was slechts 500 m2 van de begraafplaats in gebruik. Ondanks het geringe gebruik, raakte het deel toch vol en na de oorlog werd de begraafplaats uitgebreid naar het zuiden en begin jaren zestig nog eens naar het westen. In die jaren werd Sluiskil aan de westzijde uitgebreid, waarbij een deel van het oude Sluiskil verdween door de verbreding van het kanaal. Overigens waren er ook plannen om ten oosten van het kanaal een geheel nieuw dorp op te bouwen, inclusief nieuwe begraafplaats. Deze plannen zijn nooit uitgevoerd. In 1966 werd het noordelijke deel van de begraafplaats voor katholieke begravingen gereserveerd met het oog op het volraken van de katholieke begraafplaats. Dit deel is echter nooit gebruikt terwijl op de katholieke begraafplaats tot op de dag van vandaag nog steeds begraven wordt. Na de uitbreiding van Sluiskil lag de begraafplaats niet meer verlaten in de polder, maar sloot de bebouwing aan op de begraafplaats. In 2014 is op de begraafplaats een aantal graven geruimd waarvan de rechten verlopen waren. Een aantal oudere vakken oogt inmiddels zeer leeg of, zoals met vak H, zijn de grafmonumenten overwoekerd door klimop en andere beplanting. Door de wijze waarop de begraafplaats gebruikt is, dateren de meeste grafmonumenten uit de tweede helft van de twintigste eeuw.

1.7 Terneuzen De stad Terneuzen kent een lange geschiedenis die vergelijkbaar is met de steden Biervliet en Axel. In 1325 werd ‘Neuzen’ of ‘Nose’ voor het eerst genoemd. Een kerk werd gebouwd in 1339. Aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog werd de plaats versterkt tegen aanvallen van de Watergeuzen. In 1583 veroverden Staatse troepen de stad en een jaar later verleende Prins Willem I Terneuzen onder voorbehoud van goedkeuring door de Staten-Generaal stadsrechten, uiteindelijk zou koning Willem I deze rechten in 1816 pas officieel maken. Het door de Spanjaarden gebouwde fort werd uitgebouwd tot vesting om de Westerschelde te kunnen afsluiten. Centraal in de vesting werd een kleine hervormde kerk gebouwd met daarvoor een kerkhof. Rond 1650 was Terneuzen een enigszins langwerpige vesting waar een vaart vanaf zee toegang bood tot het achterland en de stad Axel. Veel van die vesting is later weer prijsgegeven aan de zee. In 1659 werd de kerk vernieuwd. In de kerk en op het kerkhof vond men oude grafzerken die teruggingen INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE30/116 GRAFBEDEKKINGEN

20 van 100

tot eind zestiende eeuw. Bij een verbouwing en vergroting van de kerk verdwenen alle grafzerken onder een laag aarde. In 1966 kwamen de zerken weer aan het licht bij opgravingen die nodig waren omdat de vloer verzakte. Nadien zijn enkele zerken in de kerk geplaatst. Op een van de stenen was nog een begrafenis van 1827 vermeld.

Afb. 15. Kadastrale kaart uit ± 1830 met kerk en daarvoor het kerkhof.

Overigens lag buiten de vesting een aantal gehuchten zoals Driewegen, Othene en Triniteit. De laatste had een eigen kerkhof. Dit kerkhof was in 1339 gesticht. In Othene heeft in ieder geval ook een kerk gestaan, maar die is bij de inundaties rond 1586 verloren gegaan. Nadat het begraven binnen de bebouwde kom verboden werd, legde de gemeente ten zuiden van de stad in de Lievenspolder, een nieuwe begraafplaats aan. In 1845 werd op deze begraafplaats een gedeelte voor de katholieken afgescheiden. Van deze begraafplaats is weinig meer bekend dan dat ze

Afb. 16. De begraafplaats op een luchtfoto van vóór de Tweede Wereldoorlog, toen oostelijk van de stad alweer een nieuwe begraafplaats was aangelegd.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE31/116 GRAFBEDEKKINGEN

21 van 100

een rechthoekige vorm had en via de Kerkhoflaan ontsloten werd. Elders is aangegeven dat de begraafplaats dateerde uit 1850, maar dit lijkt onwaarschijnlijk omdat een graf bekend is dat dateert van 1846. Begin twintigste eeuw bood de begraafplaats onvoldoende ruimte voor de groeiende stad en lag deze in de weg voor uitbreidingen van de fabrieken in de omgeving. Ten oosten van de stad werd begin jaren twintig een nieuwe begraafplaats aangelegd. In de Noordpolder, langs het uitwateringskanaal, was een rechthoekige begraafplaats aangelegd, bestaande uit twee aparte delen, waarvan het oostelijke deel bestemd was voor katholieke inwoners van de stad. De oude begraafplaats, waar weinig grafmonumenten meer stonden, werd nog enige tijd verpacht als weide terwijl sommige delen al benut werden door belendende fabrieken. Later is een deel van de oude begraafplaats gebruikt als kwekerij voor de plantsoenendienst. In 1957 werd een stuk begraafplaats in erfpacht gegeven aan de naastgelegen betonfabriek. De graven ter plekke moesten toen nog geruimd worden.

Afb. 17. Luchtfoto uit dezelfde tijd als de vorige, nu met de nieuwe begraafplaats in de Noordpolder, later ook wel Java genaamd naar de wijk die vlakbij lag.

De tweede begraafplaats bleek eveneens snel vol te zijn en lag boven bovendien in de weg voor de broodnodige uitbreiding van de stad. In 1945 werden plannen gemaakt voor een nieuwe begraafplaats, dit keer op behoorlijke afstand van de stad. Snel ging het niet met die plannen, want in 1954 was de gemeente nog steeds op zoek naar een geschikte locatie. Een jaar later was een plan gereed. De noodzaak voor een nieuwe begraafplaats was toen groot omdat er op de bestaande begraafplaats nauwelijks nog nieuwe graven uitgegeven konden worden. In 1961 werd de oude begraafplaats officieel gesloten en in 1974 werd een groot deel van de begraafplaats geruimd. Wat restte was toen al sterk in verval. In 1973 had de katholieke parochie al aangekondigd dat het katholieke deel geruimd zou worden. Het oostelijke deel dat was blijven liggen, werd in 1990 geruimd. Ter plekke is een deel van de rondweg aangelegd met daarbij nieuwe kantoorgebouwen en woningen. Afb. 18. Beeld van het katholieke deel van de oude begraafplaats van Terneuzen in 1971.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE32/116 GRAFBEDEKKINGEN

22 van 100

Gemeentelijke begraafplaats Bellamystraat In 1958 werd bekend gemaakt dat in de Zuidlandpolder gronden zouden worden onteigend ten behoeve van de aanleg van de nieuwe begraafplaats. In 1961 was de begraafplaats gereed en kon deze in gebruik worden genomen. De afstand tot de stadskern leverde in eerste instantie problemen op omdat de begraafplaats niet meer op loopafstand lag. Op de oude begraafplaats kon alleen nog bijgezet worden in de eigen graven. De begraafplaats kreeg de naam Zuiderbegraafplaats. Twee grote velden aan de voorzijde bij de toegang werden ingericht voor de katholieke graven. In tegenstelling tot de rijke katholieke grafcultuur op de oude begraafplaats, waren hier alleen eenvoudige uniforme stèles toegestaan. Wel was er plaats voor een kruis waar de priesters werden begraven. Nieuw bij deze begraafplaats, maar zeker noodzakelijk, was de aula met daarvoor een ruime parkeerplaats. Al snel werden bij begravingen eerder overleden partners van de oude begraafplaats overgebracht. In 1974 werden zo’n 120 graven overgebracht van de oude begraafplaats, waarvan de meeste inclusief de grafstenen. Veel van die graven kregen een plek op grafvak A (herbegraving Java), maar ook elders zijn nog grafstenen te vinden met achter op de tekst “Herbegraven 1974”. Een dergelijke vermelding is op zich een bijzonderheid.

Afb. 19. In vak G, rij 13, staat een aantal grafmonumenten met achter op de aanduiding dat ze in 1974 van elders zijn overgebracht.

In 1983 werd op de begraafplaats een columbarium gebouwd, terwijl in 1989 plannen bekend werden gemaakt voor een crematorium op de begraafplaats. Tegen de komst van het crematorium ontstond nogal wat verzet, maar in 1990 werd deze toch geopend bij de begraafplaats. In 2015 werd duidelijk dat in de toekomst uitbreidingen van de begraafplaatsen niet meer nodig zouden zijn. Het aantal crematies was inmiddels dusdanig hoog dat de ruimte op de begraafplaats voor jaren voldoende was. In 2017 vond een omvorming van de begraafplaats plaats. Daarbij is veel van het voorheen groene karakter verdwenen waardoor een meer open begraafplaats is ontstaan. Ondanks een aantal oudere grafmonumenten dat overgebracht is van de oude begraafplaats is de grafcultuur relatief sober en eentonig. De regels uit de beginjaren hebben lange tijd een rol gespeeld waardoor de meeste grafvakken een relatief uniform aanzicht kennen. Pas de afgelopen jaren is het aantal opvallende grafmonumenten toegenomen door verschillen in materiaalgebruik en vorm en een meer persoonlijke invulling.

1.8 Zaamslag Het dorp Zaamslag kent een middeleeuwse oorsprong, ware het niet dat het eerste dorp in 1584 in de golven verdween om Terneuzen te kunnen verdedigen tegen de Spanjaarden. Nadat de zee weer ingepolderd was, ontstond centraal in de polder het huidige Zaamslag. Tussen 1648 en 1652 werd een nederzetting gebouwd op de kruising van twee wegen waar een plein met kerkgebouw werd aangelegd. De in 1658 gebouwde kerk werd in 1898 fors verbouwd. Bij die verbouwing zijn mogelijk de sporen van het begraven in de kerk verdwenen. Het kerkhof lag voor het grootste deel ten zuiden van de kerk. Aan de noordzijde lag een gemeentelijke waterput. Hoewel het inwonertal van Zaamslag rond 1829 niet de INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE33/116 GRAFBEDEKKINGEN

23 van 100

duizend zielen te boven ging, legde men toch een nieuwe begraafplaats aan. Dat gebeurde op grond van het verbod om nog langer binnen de bebouwde kom te begraven. Een deel van het oude kerkhof is daarna gebruikt voor de bouw van een gemeentehuis. De waterput werd gedempt en ter plekke werd plaats gemaakt voor een pleintje met muziektent. Een gedeelte van de ruimte rond de kerk is Afb. 20. Kerk en plein in het midden van Zaamslag, ± 1832 (Beeldbank Rijksdienst afgezet met een voor het Cultureel Erfgoed). bakstenen muur met daarop een hek. Gemeentelijke begraafplaats Zaamslag De nieuwe begraafplaats werd op 1 juni 1829 in gebruik genomen. Het perceel dat toen ten oosten van het dorp in gebruik werd genomen was 4.450 m2 groot en langwerpig van vorm met de ingang langs de Veerstraat. Waarschijnlijk is zo’n 40 jaar later een uitbreiding achter de begraafplaats gemaakt, terwijl ook aan de zijkanten een strook bij de begraafplaats getrokken is (situatie zoals op afbeelding 21 zichtbaar). Het lijkenhuisje dat nu midden op de begraafplaats staat, is in de jaren zeventig van de negentiende eeuw tegen de perceelsgrens gebouwd. Het huisje is nadien aangepast. In 1888 besloot de gemeente een nieuw ijzeren toegangshek te plaatsen bij de toegang tot de begraafplaats. Dat hek is tegenwoordig midden op de begraafplaats terug te vinden nadat latere uitbreidingen de oude ingang overbodig maakte.

Uit de jaren dertig weten we dat het maaien van het gras op de begraafplaats verpacht jaarlijks verpacht werd. In 1932 leidde dat echter tot grote ontevredenheid omdat er volgens sommigen meer onkruid op de begraafplaats stond dan gras.

Afb. 21. Topografische kaart van ± 1910 met de begraafplaats centraal in beeld.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE34/116 GRAFBEDEKKINGEN

24 van 100

In oktober 1940 kreeg de begraafplaats een toevalstreffer te verwerken. Een bom beschadigde onder meer het grafmonument van dominee Van Dis dat na diens overlijden in 1936 was geplaatst. Waarschijnlijk is het grafmonument na 1947 geheel vernieuwd na de bijzetting van de echtgenote van Dis want van enige schade is vandaag de dag niets te zien. Een wat oudere plattegrond van de begraafplaats die in het register is opgenomen, toont een naoorlogse begraafplaats met maar liefst 12 vakken, genummerd vanaf de toegang waar vak I lag. Daar werd uiteindelijk niet begraven, maar omgevormd tot een plantsoen (nu vak N). Ter weerszijden lag een

Afb. 22. Plattegrond van de begraafplaats van waarschijnlijk na de Tweede Wereldoorlog, opgenomen in het register.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE35/116 GRAFBEDEKKINGEN

25 van 100

ingang, dus het hekwerk uit 1888 was waarschijnlijk al vervangen. Er werden graven uitgegeven in drie klassen en alle graven lagen aaneengesloten in drie of vier rijen met daartussen een smal pad. Hoofdpaden ontsloten de vakken en de tussenpaden gaven toegang tot de graven die in drie rijen lagen. De eerste klassen betrof in eerste instantie twee kleine vakken links en rechts van de ingang (nu vakken A en B, terwijl vak A later een kleine uitbreiding kreeg). Veruit de meeste graven werden uitgegeven in de derde klasse. In 1961 besloot de gemeenteraad tot de bouw van een aula op de begraafplaats. Voor de bouw werd in 1963 op de begroting 20.000 gulden gereserveerd. Naar alle waarschijnlijkheid zijn de plannen niet doorgegaan, want een aula is nooit gerealiseerd. Wel werden in 1970 de grindpaden vervangen door asfaltpaden. Een grote verandering was de uitbreiding in de jaren tachtig aan de oostzijde. Dit betekende niet alleen een verdubbeling van het oppervlak, maar ook een nieuwe ingang met parkeerplaatsen aan de Veerstraat. Het klassensysteem werd losgelaten en alle vakken zijn hernummerd. Op sommige vakken resteren nog maar weinig grafmonumenten, terwijl op andere nog nagenoeg alle grafmonumenten aangetroffen kunnen worden. Vak L, het oude XI is inmiddels opnieuw ingericht met graven langs de paden.

Door de vakken te laten begroeien met een kruidlaag is de structuur enigszins weggevallen. Op vak B, ooit gelegen naast de ingang, liggen nog de oudste grafmonumenten van de begraafplaats, teruggaand tot 1843.

Afb. 23. Grafvak B kent de oudste grafmonumenten op de begraafplaats, hier in beeld in 2009.

1.9 Samenvatting historie Inrichting en grafcultuur op de begraafplaatsen verschilt sterk. Dat heeft vooral te maken met de ouderdom van begraafplaatsen. Op sommige begraafplaatsen is de karakteristiek nog niet voldoende tot stand gekomen of is deze alweer verdwenen door ruimingen (Axel-Westsingel, Hoek-Molendreef en Sas van Gent) of is de locatie te klein om een goed beeld weer te geven (Philippine). Op de oudste begraafplaatsen, Axel-Burchtlaan, Biervliet en Zaamslag kan wel een beeld verkregen worden van de twintigste-eeuwse grafcultuur in de gemeente, ondanks dat daar veel geruimd is. Hoge hardstenen stèles, veelal met gestileerde lauwerkrans en ster, bepaalden het beeld en ook rijker uitgevoerde grafmonumenten komen voor, zoals in Zaamslag waar duidelijk ornamentiek is INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE36/116 GRAFBEDEKKINGEN

26 van 100

toegepast in de stijl van Jugendstil. Op deze drie oudere begraafplaatsen en in minder mate in HoekBegoniastraat, is deze grafcultuur aanwezig, met als toevoeging hardstenen zerken. Deze zijn aangetroffen als gewone zerken, maar eveneens op een roef van baksteen. Ze komen met name voor op de vakken voor de hogere klassen. Op de meeste begraafplaatsen is een goede ontwikkeling te zien naar een meer moderne grafcultuur. Deze is wel beïnvloed door de grafcultuur uit België. Dat komt deels doordat de leveranciers van de grafstenen van over de grens kwamen. Het type grafmonument uit de jaren vijftig en zestig dat hier voorkomt, is daardoor uniek voor Nederland. De jongere begraafplaatsen, te beginnen met Terneuzen, bevatten grafstenen die gevormd zijn naar ideeën die golden in de jaren zestig, zeventig en tachtig. Eenvormigheid is daarbij troef en symboliek komt nauwelijks meer voor. Wat de oudere begraafplaatsen delen, is de opvatting over inrichting van een begraafplaats in de negentiende eeuw. Dat betekent dat grafmonumenten dicht op elkaar liggen met nauwelijks ruimte. Latere grafvakken, maar zeker ook de jongere begraafplaatsen, bevatten graven die alle aan paden liggen en daardoor meer ruimte vragen en tegelijkertijd meer ruimte bieden voor aankleding met het nodige groen.

De geschiedenis van de beschreven begraafplaatsen is afhankelijk van de plaats en het tijdstip waarop ze ontstonden. Het is jammer dat de oude begraafplaatsen in Terneuzen zelf verdwenen zijn, want vanuit wat aangetroffen kan worden op de andere begraafplaatsen, is hier veel aan funeraire cultuur verloren gegaan. In de ontwikkeling van de begraafplaatsen is zichtbaar dat de laatste jaren met dezelfde regels en beleid naar de begraafplaatsen wordt gekeken. Dat houdt in dat de begraafplaatsen efficiënter te beheren zijn, maar dat gaat wel ten koste van de eigenheid van de plek en de grafcultuur. De inventarisatie die nu gedaan is, laat enkele tientallen grafmonumenten zien die de moeite waard zijn om te behouden. Dit is enerzijds vanwege de personen die er begraven zijn en behoren tot de geschiedenis van de betreffende steden en dorpen en anderzijds vanwege de typische vormgeving en materiaalgebruik die binnen de gemeente is aangetroffen op de begraafplaatsen.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE37/116 GRAFBEDEKKINGEN

27 van 100

2 GEHANTEERDE CRITERIA Op de tien geïnventariseerde begraafplaatsen in de gemeente Terneuzen vinden we duizenden graven. Niet op elk graf is een grafmonument geplaatst en in sommige gevallen zijn de grafmonumenten al geruime tijd verdwenen. In de voorgaande beschrijvingen is te lezen hoe de verschillende begraafplaatsen zijn aangelegd en hoe ze zich ontwikkeld hebben. Er is tevens enige aandacht besteed aan het type grafmonument dat aangetroffen wordt, maar dat geeft nog geen goed beeld van het palet aan grafmonumenten dat op de begraafplaatsen voorkomt. Aan de hand van de hieronder beschreven criteria is getracht op de begraafplaatsen die grafmonumenten te selecteren die het verhaal van de ontwikkeling van de begraafplaatsen en de bijbehorende dorpen en steden kunnen beschrijven. Er is uiteraard een groot verschil in de intensiviteit waarmee de begraafplaatsen gebruikt zijn en nog gebruikt worden, want op die van Hoek-Begoniastraat na, wordt op alle begraafplaatsen nog begraven. De mate waarin verschilt echter sterk. Op de begraafplaats van Philippine wordt in sommige jaren helemaal niemand begraven, terwijl in Biervliet dat nog vaak gebeurt, zij het wel op alleen een bepaald deel van de begraafplaats. Dat geldt ook voor Zaamslag, waar op de oudere grafvakken al jaren niemand begraven is.

Na een ruiming kan een ouder grafvak evenwel weer opnieuw in gebruik komen waarmee de intensiteit van de ontwikkelingen weer verschuift. De meeste begraafplaatsen kennen een of meerdere uitbreidingen of er is grootschalig geruimd. Daarmee verandert het beeld van die begraafplaatsen continue. Deze inventarisatie gaat ervan uit dat de karakteristiek van de oudere grafvakken min of meer intact blijft, wat niet wil zeggen dat daar dan niet meer begraven kan worden. Dat is heel goed mogelijk, mits de regels voor het plaatsen van grafmonumenten enigszins aangepast wordt met het oog op inpassing ten opzichte van de bestaande grafmonumenten. In hoofdstuk 5 en 6 zal daar nader op ingegaan worden. Niet alle grafmonumenten die nu nog op de begraafplaatsen staan, zijn even waardevol om te behouden of te beschermen. De waarde van een grafmonument kan op verschillende manieren worden vastgesteld. De beste wijze is die waarbij achteraf aangetoond kan worden dat er geen sprake is geweest van willekeur bij het selecteren van de grafmonumenten. De gemeente Terneuzen heeft daartoe de geformuleerde criteria van Bureau Funeraire Adviezen geaccepteerd en enigszins aangepast. Deze criteria luiden als volgt: 1. Biografische betekenis van de begravene; 2. Ouderdom grafmonument; 3. Materiaalgebruik en hantering; 4. Vormgeving van het grafmonument; 5. Bijzondere symboliek; 6.

Passend in karakter van het grafveld; 7. Technische staat.

2.1 Criteria voor inventarisatie Om de hierboven genoemde criteria verder te objectiveren is per criterium een nadere uitwerking gemaakt aan de hand van de inventarisatie. De criteria worden nader verklaard in de volgende paragrafen, mede ook als verduidelijking voor de gegevens in de Excellijsten die in de bijlage zijn toegevoegd. Biografische betekenis van de begravene Om op grond van dit criterium op de lijst te kunnen worden geplaatst, dienen onder meer de volgende richtlijnen: ✓ De overledene moet minimaal dertig jaar geleden overleden zijn (voor 1991), of; ✓ De overledene moet publicaties van enig belang op zijn naam hebben of er is over hem/haar gepubliceerd, of; ✓ Het moet gaan om een overledene die bij leven openbare functies bekleedde die van betekenis waren voor de gemeenschap in de gemeente of de regio. Maatgevend is bijvoorbeeld de duur van de functie, INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE38/116 GRAFBEDEKKINGEN

28 van 100

eventuele vernoeming van de persoon in straatnaam of naam van een openbaar gebouw. Ook kan de persoon betrokken zijn geweest bij een bijzondere gebeurtenis die nu nog herinnerd wordt, of; ✓ De persoon moet over een zekere (lokale) status beschikken, bijvoorbeeld door het uitgeoefende beroep of de bekendheid die de persoon bij leven genoot en die nu nog als zodanig wordt herinnerd. De termijn van dertig jaar dient om een besluit louter op subjectieve gronden uit te sluiten. Voor het maken van keuzes op basis van de bovengenoemde criteria, zijn de personen in categorieën ingedeeld. De aanduiding van de categorie is, indien van toepassing, eveneens opgenomen in de lijst. Uiteraard bestaan er omstandigheden om af te wijken van dit criterium, zeker als al duidelijk is dat de persoon nu al van belang is. Doordat met name door latere bijzettingen de grens van 1990 niet altijd even nauw gehanteerd in de gaten gehouden kan worden, is het uitgangspunt wel de eerste begraving in het graf. In de inventarisatie is een klein aantal graven opgenomen met personen die na 1990 zijn overleden. Of deze graven ook daadwerkelijk geselecteerd worden in de puntentelling is vanzelfsprekend nog niet duidelijk.

De categorieën voor de gemeente Terneuzen zijn als volgt: - v1 Bijzondere gevallen, inzake betrokkenen bij bijzondere gebeurtenissen; - v2 Notabelen en bestuurders: ambtenaren en ambten zoals burgemeesters, wethouders, raadsleden, provinciale en landelijke politici, maar ook artsen, predikanten, rechters en dergelijke; - v3 Onderwijs, sport en wetenschap: onderwijzers, leraren schrijvers, hoofden van school, dichters; - v4 Slachtoffers Tweede Wereldoorlog en andere oorlogen en strijdtonelen; - v5 Industrie, arbeid en landbouw: landbouwers, ondernemers, fabrikanten, transport (weg en water), ambachten. Bij de categorieën v1 en v4 wordt vooral gelet op de verhalende omstandigheden, terwijl bij de andere categorieën meer gekeken wordt naar het belang van de overledene zelf. De mate van belang die aan de verdiensten van een persoon gehecht kan worden, wordt met behulp van een cijfer tot uitdrukking gebracht. De cijfers lopen van 1 tot en met 5, waarbij het hoogste cijfer staat voor het meeste belang.

Daarbij gaat het vooral om het belang voor de historie van de gemeente Terneuzen: • 1: minst wel enige bekendheid, maar (uiteindelijk) geen invloed op de historie; • 2: matig wel bekend, maar weinig invloed op de historie; • 3: gemiddeld bekend en heeft enige invloed gehad op de historie; • 4: belangrijk heeft de nodige invloed gehad op de historie; • 5: zeer belangrijk heeft veel invloed gehad op de historie. In een aantal gevallen wordt bij de puntentoekenning tevens gekeken naar betrokkenheid van de personen bij een grote, belangrijke of opvallende gebeurtenis. Dergelijke gebeurtenissen kunnen bijvoorbeeld ongevallen zijn zoals verdrinkingen van kinderen, maar tevens ziekten zoals de Spaanse griep die destijds een grote impact hadden. Van de Spaanse griep zijn geen specifieke gevallen in de gemeente bekend, maar gezien de data is bij een enkel grafmonument wel dat als vermoedelijke doodsoorzaak vermeld. In een aantal gevallen is een graf geselecteerd op grond van het feit dat een graf het oudste is op de begraafplaats of als het gaat om de eerstbegravene. Aan personen die stierven in de Tweede Wereldoorlog vanwege hun verzet of anderszins betrokken waren bij een belangrijke gebeurtenis in die periode, wordt in het algemeen minimaal twee punten toegekend. Dit in verband met het historische belang van de periode 1940-1945.

Wanneer het gaat om burgerslachtoffers, dan wordt in de meeste gevallen één punt toegekend. Ouderdom grafmonument Niet alle grafmonumenten komen zondermeer in aanmerking om op de lijst te worden geplaatst. Een nieuw of vernieuwd monument zal niet zo snel opgenomen worden, tenzij deze op een graf staat van een persoon die historische betekenis heeft. Verder wordt een ouderdomsgrens aangehouden. Dit om enige afstand te laten bestaan tussen de hedendaagse grafcultuur en datgene wat van historische waarde is. Voor deze inventarisatie is gekozen voor dertig jaar, aansluitend op die voor personen. Een INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE39/116 GRAFBEDEKKINGEN

29 van 100

dergelijke termijn geeft meer dan voldoende distantie om de kwaliteit van de grafcultuur op waarde te kunnen schatten. Voor grafmonumenten van bijzondere personen die korter geleden begraven zijn, kan een uitzondering gemaakt worden. Aan de specifieke ouderdom van het grafmonument worden geen punten toegekend. Materiaalgebruik en hantering Bij dit onderdeel wordt zowel gelet op bijzondere materialen als op materialen die typerend zijn voor de begraafplaatsen. Bijzondere materialen zijn vooral materialen die in het algemeen minder vaak gebruikt zijn voor grafmonumenten op de begraafplaatsen of die inmiddels zeldzaam zijn geworden, zoals gietijzer, hout, zandsteen of marmer. Bij de inventarisatie van de gemeentelijke begraafplaatsen in Terneuzen zijn geen metalen of smeedijzeren grafmonumenten of onderdelen aangetroffen, behalve een aantal aluminium kettingen. Hekwerken zijn in het geheel niet aangetroffen, wat normaliter wel een onderdeel is dat bij negentiende-eeuwse begraafplaatsen voorkomt. Materialen die typerend zijn voor de begraafplaatsen in de gemeente Terneuzen betreffen vooral Belgisch hardsteen en in enige mate kunststeen. Kalksteen komt voor op de oorlogsgraven, maar een grote afwezige is graniet. Meestal komt graniet vanaf de jaren twintig voor als materiaal, maar dat is bij deze inventarisatie slechts drie keer aangetroffen en ook nog bij jongere grafmonumenten.

Marbriet is een materiaal dat wel in enige mate is aangetroffen, met name als tekstplaat. Dit is zogenaamd zwart glas dat in heel Nederland aangetroffen kan worden, vooral op grafmonumenten uit de periode 1920-1970. Hantering gaat over de wijze waarop bijvoorbeeld een grafmonument technisch bewerkt is. Dus het gebruik van een bijzonder materiaal met een slechte afwerking zal minder snel in aanmerking komen dan een goed verwerkt materiaal. In dit geval geldt dat bij de inventarisatie enerzijds goed gelet is op afwijkende materialen met de vraag of ze daadwerkelijk bijzonder zijn. Anderzijds is gelet op de wijze waarop omgegaan is met het materiaal, zoals de wijze van bewerking. De materiaalsoort zelf is in een aparte kolom vermeld als een vaststaand gegeven. Wanneer meerdere materiaal samen zijn toegepast, is vaak het hoofdmateriaal als eerste genoemd. Is het materiaal bijzonder of juist goed bewerkt dan kan een grafmonument op dit onderdeel één punt scoren. Vormgeving van het monument De vormgeving van een individueel grafmonument of een ensemble kan van doorslaggevende betekenis zijn om deze te selecteren. Dat kan bijvoorbeeld vanwege het feit dat het zeldzaam is of omdat het binnen de stijl een goed Afb. 24. Grafmonument J-6-245 in Zaamslag laat bij het lage zonlicht mooi zien hoe het basement bewerkt is met de beitel. voorbeeld vormt.

Om die reden is bijvoorbeeld gekeken naar grafmonumenten die te maken hebben met de zogenaamde ‘armere’ grafcultuur waarbij geen natuursteen wordt toegepast. Dergelijke grafmonumenten zijn slechts in geringe mate aangetroffen. Zo is er geen enkel grafmonument van hout aangetroffen. Wel is een aantal

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE40/116 GRAFBEDEKKINGEN

30 van 100

eenvoudig vormgegeven grafmonumenten van kunststeen, vaak beton, aangetroffen. Het is mogelijk dat veel van dergelijke grafmonumenten zijn vervangen of opgeruimd. Bij dit onderdeel is overigens ook gelet op de wijze van belettering van het grafmonument, bijzondere teksten en de betekenis van het grafmonument binnen het algehele karakter van de begraafplaats. Er zijn behalve verwijzingen naar een Bijbelse psalm of gezang, geen teksten aangetroffen die lijken op grafpoëzie. Dat zijn gedichten die verwijzen naar de overledene en diens lot of dat van de nabestaanden, los van de Bijbelse verwijzing. Het grafmonument dat een passende vormgeving kent met een fraaie belettering of typografie kan daarmee 1 punt scoren. Bijzondere symboliek Symbolen op grafmonumenten zijn er in veel varianten en die zijn op de begraafplaatsen in de gemeente Terneuzen ook te vinden. Op Nederlandse begraafplaatsen zijn vooral symbolen te vinden die verwijzen naar het christelijke geloof. Dat geldt zeker voor de gemeente Terneuzen. De specifieke negentiendeeeuwse doodssymboliek zoals schedels, knekels, slangen, zandlopers, zeisen, vlinders of papavers zijn nagenoeg niet aangetroffen op de begraafplaatsen. Wanneer sprake is van een typerend symbool in een bijzondere vormgeving, zal een grafmonument met zo’n algemeen symbool wel opgenomen worden in de lijst.

Symboliek die verwijst naar een persoon of gebeurtenis zelf, vaak een samenvoeging van verschillende betekenissen, kan een dusdanig symbool opleveren dat er sprake is van een bijzonderheid, zoals tijdens de inventarisatie slechts een enkele keer werd aangetroffen op grafmonumenten. Een voorbeeld is het grafmonument van Maarten de Regt († 1927) en diens vrouw Pieternella Dieleman († 1922) op graf I-A-1-20H in Terneuzen. Op hun hardstenen stèle is een plantje opgenomen met centraal duidelijk een klavertje vier. Dergelijke symboliek is zeldzaam binnen de gemeente. Slechts een aantal keren komt een afgeknakte boom of treurboom voor. Normaal geen reden om in een inventarisatie op te nemen, maar door de relatieve zeldzaamheid hier wel. Door grafmonumenten met deze symbolen ter plekke te behouden, kunnen deze altijd in de juiste context worden geplaatst. Voor dit criterium is veelal gekeken naar de algemene deler, maar ook naar de uitzonderlijke symbolen. Wanneer sprake is van een bijzonder symbool, dan is aan het grafmonument een punt toegekend. Passend in karakter van het grafveld Hierbij wordt feitelijk niet gekeken naar de intrinsieke waarde van het grafmonument, maar naar de collectieve waarde. Dat betekent dat het grafmonument bijvoorbeeld goed aansluit bij het karakter van een begraafplaats of grafveld. Dat betekent dat groepen van grafmonumenten eerder in aanmerking

Afb. 25. Grafvak D op Axel Burchtlaan is een klein veld met een eigen karakteristiek.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE41/116 GRAFBEDEKKINGEN

31 van 100

kunnen komen dan losse exemplaren. Dit kan gaan om een verzameling zerken met een gave vormgeving of monumenten die sterk opvallen in het beeld en ankerpunten vormen in de beleving. Op verschillende grafvakken op de gemeentelijke begraafplaatsen in Terneuzen zijn grafvakken aangetroffen met een gave karakteristiek. In andere gevallen, waar daar geen sprake van was, is hier verder geen belang aan gehecht. Een voorbeeld daarvan is Philippine of in Sluiskil waar de grafmonumenten te verspreid staan of te verschillend zijn. Grote en hoge, vaak opvallende grafmonumenten worden om die reden in de inventarisatie meegenomen. Het verdwijnen van zulke grafmonumenten van de begraafplaatsen zou immers een zeer grote impact hebben. Het kan zijn dat er door de verscheidenheid aan grafmonumenten op een vak geen sprake is van een echte karakteristiek. Soms kan de verscheidenheid het grafveld juist betekenis geven. Waar dit het geval is dat meegenomen in de beschrijving. Op dit onderdeel krijgt een grafmonument een punt wanneer het past binnen de karakteristiek en daar een versterkende factor in speelt. Technische staat Niet van doorslaggevende betekenis bij het toekennen van punten, maar wel belangrijk, is de technische staat van de geïnventariseerde grafmonumenten.

Wanneer bijvoorbeeld grafmonumenten onherstelbaar beschadigd zijn, dan is bij de inventarisatie dat monument niet opgenomen, tenzij het gaat om een uitzonderlijk geval waarbij het gaat om een persoon die van belang is. Vaak zijn er van hetzelfde type grafmonumenten gavere voorbeelden te vinden. Als selectiecriterium kan de technische staat een rol spelen in het geval geïnventariseerde grafmonumenten in een staat verkeren die matig tot slecht is. De technische staat wordt uitgedrukt in één van de vier categorieën: • Goed het grafmonument is constructief in orde en vertoont uiterlijk nauwelijks gebreken. Een verweerd uiterlijk speelt geen rol; • Redelijk het grafmonument is constructief in orde maar vertoont gebreken als scheurvorming, uitzetting door roestende doken, sterke vervuiling of slijtage; • Matig het grafmonument vertoont constructieve gebreken zoals afgebroken, verschoven of missende onderdelen; • Slecht het grafmonument is constructief afgeschreven. Alleen compleet herstel of vernieuwing kan het oude voorkomen herstellen. In een aparte kolom met “aantekening” is eventueel omschreven wat precies de conditie is, bijvoorbeeld of er sprake is van breuk, scheurvorming, steken, missende onderdelen of dat het grafmonument sterk vervuild of verweerd is.

Ook kan hier aangegeven zijn dat een bepaald onderdeel, meestal een later toegevoegde omranding, verwijderd kan worden of dat herstel nodig is. In de bijlage zijn de groslijsten per begraafplaats weergegeven en worden ze nader toegelicht. In het hiernavolgende hoofdstuk is de selectie van de grafmonumenten nader uitgewerkt.

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE42/116 GRAFBEDEKKINGEN

32 van 100

3 SELECTIE OP GROND VAN CRITERIA Met de groslijsten compleet (zie bijlage) is vervolgens door het toekennen van punten aangegeven welke grafmonumenten, per begraafplaats, uiteindelijk voor behoud in aanmerking komen. In hoofdstuk 2 is al een voorzet gegeven om welke criteria het gaat. De gemeente Terneuzen heeft deze criteria gekozen als uitgangspunt voor de inventarisatie. Voor de samenstelling van de criteria is onder meer gebruik gemaakt van het boekje Begraafplaats als Cultuurbezit, dat in 2003 is uitgegeven door onder meer de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen en de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg (nu de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Verder is gebruik gemaakt van jarenlange ervaring van de eigenaar van Bureau Funeraire Adviezen en is bij het toekennen van de punten rekening gehouden met de grafcultuur in omliggende plaatsen.

3.1 Toepassing van de criteria De criteria waarop punten gescoord kunnen worden, zijn in het kort als volgt te benoemen: A) Biografische betekenis van de begravene; B) Materiaalgebruik en hantering; C) Vormgeving van het grafmonument; D) Bijzondere symboliek; E) Karakteristiek. Niet elk criterium legt evenveel gewicht in de schaal. Zoals in paragraaf 2.1.1 al naar voren komt, kan aan de genealogische of biografische betekenis van een persoon een relatief hogere waarde toegekend worden dan aan de losse onderdelen betreffende de monumentale waarden. Deze vormen feitelijk de twee hoofdcategorieën voor de beoordeling. In deze paragraaf wordt ingegaan op de wijze van toepassing van de criteria en hun gewicht in de afweging om het monument op te nemen in de lijst. In eerste instantie kunnen de personen van wie meer bekend is inzake hun rol tijdens hun leven een waardering krijgen van 1 tot en met 5, waarbij 5 voor het meest uitzonderlijke en belangrijke staat. Bij de inventarisatie zelf is uiteraard al gekeken naar het grafmonument zelf. Elk van de genoemde items (vormgeving, karakteristiek, symboliek en materiaal) kan maximaal 1 punt krijgen indien het grafmonument op dat item scoort. Een nuancering is uitgewerkt in hoofdstuk 2. In totaal kan een grafmonument met een bekende persoon maximaal 9 punten scoren.

Overigens wordt de technische staat van het monument wel vermeld, maar het is geen factor die de uiteindelijke weging beïnvloed. In één kolom staat het aantal punten dat een grafmonument op deze wijze behaald heeft. Indien men later een andere weging wil toepassen, dan kan de score aangepast worden.

3.2 Uiteindelijke lijst en gegevens Voor het samenstellen van de definitieve lijst op grond van de door de gemeente Terneuzen goedgekeurde criteria, is uitgegaan van een selectie van 419 graven met daarop 358 grafmonumenten of ensembles. Uiteindelijk is, met inachtneming van de criteria, aan alle grafmonumenten of ensembles één of meerdere punten toegekend. Geen van de grafmonumenten eindigde zonder score, waardoor op dat punt geen monumenten af zijn gevallen. Vervolgens is gekeken naar grafmonumenten die 1 punt scoren vanwege de persoon, maar die mogelijk verder niet doorslaggevend zijn voor de selectie. Daar vielen geen grafmonumenten door af. Door te kijken naar gelijkwaardige grafmonumenten die ook maar 1 punt scoorden of verder niet iets toevoegen aan de selectie, vielen uiteindelijk 6 grafmonumenten af. Het gaat dan om de volgende grafmonumenten: Plaats

Hoofd- Vak afd.

Regel Nr.

Biervliet

I

37

G

1

Begraven personen Schaft, Alida van der

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE43/116 GRAFBEDEKKINGEN

Jaar overlijd.

Beroep/rol (oorzaak)

1906

33 van 100

Plaats

Hoofd- Vak afd.

Regel Nr.

Sas van Gent

-

A

1

2

Sluiskil

-

A

2

3 en 4

Sluiskil

-

A

2

5 en 6

Sluiskil

-

B

5

Zaamslag

-

G

4

Begraven personen

Jaar overlijd. 1976 1985

2

Block, Albert F.M. de Vlaenderen, Albertha Z. van Kielman, Constantinus P. Dieleman, Maria J. Kolijn, Wilhelmina Drongelen, Jan van Kielman, Francina, Levina

111

Dieleman, Pieter

1971

1967 1968 1971 1986 1955

Beroep/rol (oorzaak)

Landbouwer

In totaal zijn 6 grafmonumenten op 8 graven niet geselecteerd. Enkele waren te jong of scoorden niet op de biografische waardering. De meeste grafmonumenten vielen af in Sluiskil. De definitieve selectie is opgenomen als losse bijlage in een Excel-overzicht. Per criterium wordt hieronder een uiteenzetting gegeven, voor zover van toepassing op de selectie. Daarbij wordt naar de gehele selectie gekeken, met waar nodig een verklaring of uitleg over uitzonderingen per begraafplaats. A. Biografische betekenis van de begravene De personen die om hun verdiensten, beroep of betekenis opgenomen zijn op de lijst, tonen een beeld dat vooral verwijst naar de agrarische achtergrond en de economische betekenis van de dorpen en de steden binnen de gemeente. Slechts in een klein aantal gevallen is een belangrijk persoon aangedragen door vrijwilligers. De meeste rollen of beroepen zijn overgenomen van de grafmonumenten zelf of gevonden via internetbronnen voor genealogisch onderzoek zoals vermeld in de literatuur- en bronnenlijst. Daarbij was de website over oorlogsslachtoffers in Zeeland zeer nuttig, want zeker in Axel, Biervliet en Terneuzen zijn veel graven te vinden van personen die in de Tweede Wereldoorlog om het leven kwamen, burger of militair. De geselecteerde personen laten een grote verscheidenheid aan beroepen en rollen zien, passend bij de verschillende dorpen en steden.

Het vaakst is het beroep van landbouwer gevonden (63), gevolgd door arbeider (25). Dit laatste beroep wordt met name aangetroffen op de oudere begraafplaatsen, of in Terneuzen bij de overgebrachte graven. Wat landbouwer betreft, vinden we vooral een uitschieter in Zaamslag. In deze categorie vinden we verder nog 10 winkeliers of winkelbedienden, 7 timmermannen, 7 handelaars en 4 dienstboden. In Biervliet vinden we nog verwijzingen naar beroepen die te maken hebben met het verbouwen van vlas, zoals een vlasbewerker en -handelaar. In Zaamslag zijn de meeste beroepen of rollen gevonden, en dan met name uit de categorie Industrie, landbouw en arbeid. Daarnaast zijn op de oude begraafplaats van Axel veel beroepen of rollen gevonden. In Axel is de grootste categorie echter die van Slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Voor Terneuzen zijn relatief veel rollen gevonden. Vanwege het aantal oudere begraafplaatsen is een aantal beroepen en rollen gevonden die in de negentiende eeuw nog veel voorkwam, zoals bijvoorbeeld voermansknecht of dienstbode. In sommige gevallen kenden de geselecteerde personen meerdere rollen of beroepen. In dat geval is voor de meest in het oog lopende of belangrijke gekozen. In een enkel geval is onder aantekening nog een verduidelijking gegeven, zoals voor ‘oorlogsdode’ of ‘oorlogsslachtoffer’.

Het verschil tussen deze twee aanduidingen is gelegen in het feit dat de laatste erkende slachtoffers volgens de Oorlogsgravenstichting betreft en de eerste niet. Oorlogsdoden zijn bijvoorbeeld burgers die om zijn gekomen als gevolg van beschietingen of bombardementen. Her en der vinden we functies op de stenen zelf. Die geven een beeld van beroepen die je vandaag de dag niet meer tegenkomt, zoals de trouwe dienstbode op het grafmonument voor Catherina S. Velde († 1921) op de oude begraafplaats in Hoek (zie afbeelding 26). Zij was in dienst van de familie Wolfert, van wie de naam ook genoemd staat onderaan de tekst. Het is dus goed mogelijk dat de stèle door de familie opgericht is. Verschillende andere voorbeelden van beroepen zijn op grafzerken op de

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE44/116 GRAFBEDEKKINGEN

34 van 100

oude begraafplaats van Axel te vinden, waar verschillende burgemeesters en statenleden worden genoemd op vak F. Kijkend naar de 5 verschillende categorieën waarin de rollen en beroepen verdeeld zijn, dan is het niet vreemd dat bijna 52% in de categorie Industrie, arbeid en landbouw te vinden is. De categorie met de minste aantallen is die van de bijzondere gevallen. In 11 gevallen vinden we slechts een mogelijk slachtoffer van de Spaanse griep. Dat kan betekenen dat graven van andere slachtoffers reeds geruimd zijn. Verder is er een aantal gevallen waarbij een ongeluk of verdrinking een rol speelt. Meest aansprekend vanwege het verdriet dat ermee gepaard ging, is het verhaal van het gezin Naeije waarvan moeder met haar drie kinderen om het leven kwam in 1957. Tijdens een autorit viel een van de kinderen op de voorbank tegen vader aan die daarbij de macht over het stuur verloor. De auto reed vervolgens het Axelse kanaal in en zonk snel. De vader overleefde het drama. Een ander verhaal is te vinden in Zaamslag waar Theo Dobbelaar († 1977) begraven is. Hij werd op een vroege ochtend per ongeluk doodgeschoten door zijn vriend die hem een pistool wilde tonen. Niet wetende dat het pistool geladen was, troffen twee kogels Theo. Onfortuinlijk werd daarbij een slagader geraakt en bloedde hij dood. Afb. 26.

Hoewel nu slecht leesbaar, wordt op deze stèle Aan de andere bijzondere gevallen zitten in Hoek (Begoniastraat) iemand als dienstbode bedankt interessante verhalen die lokaal zeker van voor diens trouwe dienst (graf D-3-482). betekenis zijn. De categorie die in verband wordt gebracht met de Tweede Wereldoorlog kent 70 grafmonumenten (23%). Daaronder bevinden zich 3 graven van Engelse soldaten en 22 van Poolse soldaten, allen omgekomen in 1944 bij de bevrijding van de regio. Verder is er onder andere in Terneuzen nog een grafmonument voor 5 erkende Nederlandse oorlogsslachtoffers. De 5 waren betrokken bij een poging explosieven te verwijderen bij de Westsluis. Van de totale groep van 15 wisten er 10 te ontkomen, maar deze 5 werden doodgeschoten door de Duitsers. Verder zijn er nog 37 grafmonumenten waarop in totaal 50 oorlogsdoden worden herdacht. De meesten van hen kwamen om bij de bevrijding van de streek in 1944. In Axel bevindt zich ook een graf met slachtoffers van de gevechten in 1940 en van een bombardement in 1941. Niet alle slachtoffers kwamen uit de dorpen of steden binnen de gemeente, maar vielen elders of kwamen van elders. Zo is in Axel het graf te vinden van evacuees uit Sluis die in Axel slachtoffer werden van een bombardement of beschieting. In Axel Burchtlaan (vak D) en Biervliet (vak A) liggen veel slachtoffers bij elkaar.

In de categorie notabelen en bestuurders vinden we in totaal 53 grafmonumenten (17%) met verwijzingen naar een beroep of rol als burgemeester (13 keer), pastoor (8), dijkgraaf (8), raadslid (8), arts (6), predikant (5) en wethouder (3). Daarnaast treffen we uit deze categorie nog een aantal statenleden (3), notarissen (3), gemeentesecretarissen (3) en enkele bestuurders van waterschappen of landbouworganisaties. Op de oude begraafplaatsen in Axel en Zaamslag konden de meeste burgemeesters worden gevonden, maar de statenleden zijn opvallend genoeg alleen aangetroffen in Axel. De 8 priesters zijn aangetroffen in Terneuzen op het katholieke gedeelte, waar een verzamelgraf is gemaakt voor de priesters die eerder op de andere begraafplaatsen hun graf hadden gekregen. De oudste verwijzing dateert van 1846 voor Marinus Verkaar, de eerste pastoor van de rooms-katholieke parochie in Terneuzen. INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE45/116 GRAFBEDEKKINGEN

35 van 100

Wat onderwijs, sport en wetenschap betreft zijn 12 grafmonumenten gevonden met rollen of beroepen uit die categorie. Daaronder een aantal schoolhoofden (5) en onderwijzers (4). Verder nog 2 architecten waarvan één wat meer bekendheid genoot, te weten Levinus de Bruijne († 1947) uit Terneuzen. In deze categorie ook nog een leerling van de christelijke kweekschool in Middelburg. Dit staat expliciet vermeld op de grafsteen voor de net 18-jarige Jozias Jan Deurwaarder († 1928) uit Zaamslag. Verder zijn er in de lijst 22 grafmonumenten opgenomen waar een kind of meerdere kinderen op staan vermeld. Verschillende grafmonumenten Afb. 27. Grafmonument van Jozias waarop vermeldt staat waar hij leerling zijn noemenswaardig vanwege was (graf H-3-3). het materiaal en de vormgeving, maar ook de achtergrond van het overlijden van sommige kinderen doet stilstaan bij hun graf. Zoals Eda Heijnsdijk († 1944) en Jan Deurwaarder († 1944) die beide omkwamen bij de gevechten rondom de bevrijding. Veel kinderen kregen een grafmonument zoals dat voor de volwassenen werd geplaatst, zoals Gerrie Groenewoud die in 1973 bij een verkeersongeval om het leven kwam. In Zaamslag is onderkend dat op oudere kindergraven zelden een naam is vermeld, zoals in het voorbeeld van graf J-5-234.

Daar is alleen vermeld dat de familie een dochtertje heeft verloren, wat algemeen was in die tijd als het kind levenloos ter wereld was gekomen. Op vak K in Zaamslag werden al vanaf 1897 kinderen begraven, maar soms dus ook op andere vakken. De indeling naar categorieën zoals hiervoor beschreven, is als volgt gescoord: Categorie Uitleg V1 Bijzondere gevallen, inzake betrokkenen bij bijzondere gebeurtenissen) V2 Notabelen en bestuurders: ambtenaren en ambten zoals burgemeesters, wethouders, raadsleden, provinciale en landelijke politici, artsen, predikanten, rechters en dergelijke V3 Onderwijs, sport en wetenschap: onderwijzers, leraren, schrijvers, hoofden van school, dichters V4 Slachtoffers Tweede Wereldoorlog en andere oorlogen en strijdtonelen V5 Industrie, arbeid en landbouw: landbouwers, ondernemers, fabrikanten, transport (weg en water), ambachten.

Aantal 11 53

12 70 161 307

In een groot aantal gevallen is aan één grafmonument meerdere categorieën toegekend. Dat vond plaats bij 53 grafmonumenten. In totaal is aan 254 grafmonumenten of ensembles vanwege de rol of betekenis INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE46/116 GRAFBEDEKKINGEN

36 van 100

van een of meerdere personen uiteindelijk een of meerdere codes uit een van de categorieën toegevoegd. Veel grafmonumenten scoren geen punten vanwege de categorie, omdat naast het beroep of de rol verder niets over de begraven personen bekend is. Daardoor zijn uiteindelijk aan 144 grafmonumenten voor dit onderdeel een of meerdere punten toegekend. Het belang dat aan de personen gehecht kan worden, is met een cijfer tot uitdrukking gebracht. De score is als volgt: Belang Minst

Pun ten 1

Matig Gemiddeld Belangrijk Zeer belangrijk

2 3 4 5

Uitleg

Aantal

Wel enige bekendheid, maar (uiteindelijk) geen invloed op de historie Wel bekend, maar weinig invloed op de historie Bekend en heeft enige invloed gehad op de historie Heeft de nodige invloed gehad op de historie Heeft veel invloed gehad op de historie

83 54 7 0 0 144

Het belang van de geïnventariseerde personen is volgens de gehanteerde indeling relatief beperkt. De gevonden personen komen slechts in heel beperkte mate voor in boeken of websites die over bekende en beroemde graven in Nederland zijn geschreven. Er zijn 2 personen gevonden die lokaal bekendheid genoten en nu in een straat zijn vernoemd. Vaak zijn 1 of 2 punten gegeven aan slachtoffers van de oorlog zijn toegekend. Meestal 1 punt voor oorlogsdoden en 2 voor oorlogsslachtoffers. De graven van deze personen zijn vooral van belang vanwege het verhaal dat aan de hand van hun leven en dood verteld kan worden over de Tweede Wereldoorlog in de gemeente Terneuzen. Er is geen enkel grafmonument dat het hoogste aantal punten gescoord heeft op dit onderdeel. Dat komt omdat er in de gemeente geen personen te vinden zijn van wie het landelijk belang zo groot is dat hij of zij aangemerkt kan worden als een belangrijke persoon in de geschiedenis van Nederland met de nodige invloed. Ook belangrijke personen zijn niet aangetroffen. De 7 personen die gemiddeld van belang waren, waren dat vooral voor eigen dorp, gemeente of streek. B. Materiaalgebruik en hantering Zoals uit de beschrijvingen bij de groslijsten al naar voren komt, is Belgisch hardsteen het meest gebruikte materiaal voor de grafmonumenten op de 10 begraafplaatsen.

Om die reden is in de inventarisatie niet altijd aandacht besteed aan dit materiaal. Waar echter de toepassing van Belgisch hardsteen bijzonder of opvallend is, heeft dit grafmonument toch op dit aspect een punt gekregen. Op nagenoeg alle van de 10 geïnventariseerde begraafplaatsen in de gemeente is hardsteen het bepalende materiaal voor de (oudere delen) van de begraafplaats. Gekeken naar de hoofdmaterialen van alle grafmonumenten en het algemeen voorkomen van het materiaal, dan komen we tot het volgende overzicht: Materiaal

Graniet Hardsteen Kalksteen Kunststeen Marbriet Marmer Tufsteen Zandsteen

Aantal als Percentage hoofdmateriaal 2 279 24 33 0 5 1 8 Totaal 352

0,6% 79,3% 6,8% 9,4% 0,0% 1,4% 0,3% 2,3%

INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE47/116 GRAFBEDEKKINGEN

Aantal algemeen toegepast 3 283 24 34 24 19 1 8 396

Percentage

0,8% 71,5% 6,1% 8,6% 6,1% 4,8% 0,3% 2,0%

37 van 100

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat een aantal materialen vooral als steunmateriaal voorkomt, of als tweede materiaal bijvoorbeeld in een tekstplaat. Marmer en vooral marbriet zijn bij uitstek typische ondersteuningsmaterialen die vaak als toevoeging of tekstplaat worden gebruikt. Verder komen andere materialen nauwelijks voor als tweede materiaal. Gietijzer en smeedijzer zijn geheel niet aangetroffen. Vaak is het de combinatie van materialen die maakt dat het grafmonument punten krijgt, zoals toepassingen waarbij meerdere materialen zijn gebruikt. Veel hardsteen is juist opgenomen door de combinatie met een ander materialen. Aan een materiaal als zandsteen is telkens een punt toegekend, als afwijkend materiaal. Een aantal grafmonumenten heeft hier punten gekregen voor de wijze waarop de steen technisch bewerkt is. Vooral bij goed onderhouden grafmonumenten is zichtbaar hoe de steen bewerkt is en welke technieken daarbij gebruikt zijn. Bij geen enkel grafmonumenten zijn steenhouwersmerken aangetroffen op de steen. Ze zijn wel bij jongere grafmonumenten waargenomen, in de vorm van een plaatje van de leverancier. In totaal is aan 101 grafmonumenten of ensembles een punt toegekend omdat er sprake was van bijzondere materialen of bewerkingen (29% van het totaal aantal geselecteerde grafmonumenten).

Bij die 101 grafmonumenten is bij een derde van de gevallen sprake van een meervoudige materiaaltoepassing. Grafmonumenten met meer dan 2 materialen zijn niet aangetroffen. C. Vormgeving van het monument In 184 gevallen is er sprake van een grafmonument met een typerende vormgeving, zo’n 52% van het totaal aantal geselecteerde monumenten. Het gaat meestal om grafmonumenten die zodanig vormgegeven zijn dat ze passen in een voor de streek eigen typologische vormgeving. Dat betreft veelal stèles of opstanden die meerdere malen voorkomen in verschillende vormen op de begraafplaatsen. Een van de opvallende typen binnen de gemeente is de eenvoudige stèle met gestileerde lauwerkrans en ster. De stèles zijn niet al te dik en verder weinig uitgewerkt. Een ander voorbeeld is een samengesteld type grafmonument dat bestaat uit een opstand tegen een of twee andere blokken. In Axel is daarvan een aantal aangetroffen in kunststeen, terwijl ze elders weer van hardsteen zijn. Ze bevatten geen symboliek en zijn verder eenvoudig beletterd. In Axel en Biervliet zijn enkele varianten uitgevoerd met een levensgrote granaat op de bovenrand. Op de meeste begraafplaatsen zijn wel voorbeelden van dergelijke opstanden aangetroffen, behalve op de jongere begraafplaatsen. Ze zijn door hun vormgeving sterk beeldbepalend. De meeste grafmonumenten uit de selectie bestaan uit een samenstelling Afb. 28.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10098210/1