CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-04-22 a. vvgb aanleg verhard pad Tragel Koewacht - Ontwerpbesluit

gemeenteraad 22 april 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Voorstel tot het in ontwerp verlenen van een verklaring van geen bedenkingen voor de aanleg van een verhard pad aan de Tragel te Koewacht1.652 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Ontwerpbesluit

Zitting van 22 april 2021 Omgeving & Economie - Planvorming zaaknummer: 278759

2021_Raad_00067 - Voorstel tot het in ontwerp verlenen van een verklaring van geen bedenkingen voor de aanleg van een verhard pad aan de Tragel te Koewacht Portefeuillehouder Frank Hulle,van Programma en/of paragraaf Programma Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Besluit Besluitpunt 1 De gemeenteraad besluit in ontwerp een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het uitreiken van een ontwerp van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan Buitengebied voor de aanleg van een verhard pad aan de Tragel te Koewacht, ter ontsluiting van de woning Nieuwstaat 30 te Koewacht.

Wat is de aanleiding? In 2018 werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend ter legalisering van het gebruik van het bestaande verharde pad dat dient als ontsluiting van een woning aan de Nieuwstraat naar de Tragel te Koewacht. Het bestaande pad had de aanvrager ongeveer 20 jaar daarvoor aangelegd, onder de werking van het bestemmingsplan "Buitengebied Axel". Dat bestemmingsplan bevatte geen aanlegvergunningstelsel, waardoor de aanleg van het pad toegestaan was. Medio 2016 verleenden wij op grond van de APV Terneuzen vergunning voor de in- en uitrit van het bestaande pad aan de Tragel. In 2013 stelde de gemeenteraad het bestemmingsplan Buitengebied Terneuzen vast. In dat plan kregen de gronden van het pad een bestemming "Agrarisch met waarden Dekzandgebied". Het gebruik van het pad ter ontsluiting van de naastgelegen agrarische percelen is mogelijk. Het gebruik van het pad ter ontsluiting van de woonbestemming van de aanvrager aan de Nieuwstraat is echter in strijd met het bestemmingsplan. Hiervoor is het noodzakelijk een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan te verlenen. Daar was de aanvraag uit 2018 ook op gericht. Tussen de aanvrager van de omgevingsvergunning en de naast het pad aan de Tragel wonende buren, speelde al geruime tijd een burenruzie. Een groot aantal conflicten speelden 1/4

zich tussen deze "buren" af. Vaak was de gemeente bij deze burenstrijd betrokken en niet zelden als lijdend voorwerp. De publicatie van de aanvraag voor omgevingsvergunning, voor de legalisering van het gebruik van het bestaande pad, maakte ook onderdeel uit van het conflict tussen de buren. Dit leidde er tenslotte toe dat de commissie Omgeving de aanvraag voor de omgevingsvergunning ter legalisering van het gebruik van het bestaande pad, in mei 2019 als politiek gevoelig aanmerkte. Het besluitvormingsproces rond deze aanvraag is vervolgens stilgelegd omdat medio 2019 de strijdende partijen alsnog overeenstemming bereikten. Zij legden hun - soms al jarenlang slepende - geschillen bij en sloten hiertoe een vaststellingsovereenkomst. Onderdeel in deze overeenkomst is dat de aanvrager van de vergunning een nieuw tracé maakt voor de ontsluiting van zijn huisperceel aan de Nieuwstraat. Onderdeel van de overeenkomst is ook het verwijderen van het bestaande pad. Het college is ook betrokken bij deze overeenkomst. In november 2019 besloten wij om planologisch medewerking te verlenen aan de aanleg van een nieuw ontsluitingspad voor de aanvrager.

Ter uitvoering van deze overeenkomst vroeg betrokkene voor de aanleg en het gebruik van het nieuwe tracé van het pad ter ontsluiting van zijn woning, op 4 februari 2020 een nieuwe omgevingsvergunning (bijlage 1) aan voor het afwijken van het bestemmingsplan ( art. 2.1, lid 1onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht - Wabo) Artikel 2.12, lid 1 onder a sub 3 van de Wabo bepaalt dat het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan mogelijk is, indien uit een opgestelde ruimtelijke onderbouwing naar voren komt, dat door een dergelijke ontwikkeling sprake is en blijft van een goede ruimtelijke ordening. Uiteindelijk is de ruimtelijke onderbouwing, gericht op de aanleg en het gebruik van een nieuw verhard pad, gecompleteerd op 24 februari 2021 (bijlage 2). Onderdeel van de voorbereidingsprocedure om te komen tot vergunningverlening is de verklaring van geen bedenkingen die de gemeenteraad in een dergelijk geval moet afgeven. De artikelen 2.27 van de Wabo en 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn hiervoor het kader.

Op 11 november 2010 besloot de gemeenteraad als categorie van gevallen aan te wijzen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is: Alle projecten waarvoor het college bevoegd gezag is en waarbij, voor een activiteit die afwijkt van het bestemmingsplan, toepassing wordt gegeven aan artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 3 van de Wabo, met uitzondering van:  die projecten, die in strijd zijn met het bestemmingsplan, en die na behandeling van het overzicht van aanvragen in de commissie Omgeving, op voorstel van de Commissie als politiek gevoelig worden aangemerkt en vervolgens worden geagendeerd voor behandeling in de gemeenteraad. Wij legden de aanvraag met de ruimtelijke onderbouwing op de gebruikelijke manier voor aan de commissie Omgeving. Op 7 april 2021 besprak de commissie de aanvraag. Aan het einde van de beraadslaging verklaarden 4 fracties de aanvraag politiek gevoelig.

2/4

Dat betekent dat vergunningverlening voor het aanleg van een nieuw pad ter ontsluiting van het woonperceel Nieuwstraat 30 te Koewacht, alleen mogelijk is nadat de gemeenteraad hiervoor een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. Dit voorstel strekt hiertoe.

Wat willen we bereiken? Een besluit van de gemeenteraad tot het in ontwerp afgeven van een verklaring van geen bedenkingen als onderlegger voor een voor de aanleg van het pad aan de Tragel af te geven omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan Buitengebied Terneuzen.

Argumenten 1.1 Privégebruik van het pad heeft nauwelijks ruimtelijke gevolgen Het huidige bestemmingsplan laat zien dat een installatiebedrijf mogelijk is op het adres Nieuwstraat 30; ‘ter plaatse van de functieaanduiding (sb-ins): specifieke vorm van bedrijf installatiebedrijf, betreffende ‘Glas- en watertechnisch installatiebedrijf’. Op dit moment is geen installatiebedrijf aanwezig op voornoemde locatie. De omgevingsvergunning afwijkend gebruik ziet enkel op het privégebruik ten behoeve van de woonfunctie aan de Nieuwstraat 30. Het aantal verkeersbewegingen over het pad zal hierdoor zeer beperkt zijn. In juni 2019 is het gebruik van het bestaande pad op enkele momenten beoordeeld. Hieruit kwam naar voren dat enkele fietsers van het pad gebruik maakten. Wij schatten dat per dag maximaal 6 verkeersbewegingen over het nieuwe pad zullen plaatsvinden. Dat aantal is op de Tragel eenvoudig af te wikkelen, zonder dat dit tot problemen leidt. 1.2 De aanleg van het nieuwe pad maakt geen inbreuk op de openheid van het landschap De ruimtelijke impact van het nieuwe pad is te verwaarlozen. Dit geldt temeer nu de aanvrager van de vergunning het bestaande pad verwijdert. Er komt dus nauwelijks meer verharding dan nu aanwezig. Het oprichten van bouwwerken bij het pad is ook niet toegestaan, zodat de openheid, die het gebied nu kenmerkt, niet aangetast wordt. 1.3.

De aanleg van het pad heeft geen nadelige milieu-effecten Uit de opgestelde ruimtelijke onderbouwing ( zie bijlage 2) blijkt dat eventueel in het gebied aanwezige natuurwaarden niet negatief beïnvloed worden door de aanleg van het nieuwe verharde pad. Het kappen van 2 bomen zal buiten het broedseizoen plaatsvinden en van de verharding afstromend (regen)water kan infiltreren op de stroken braakliggende grond, direct naast het pad. Over de aanvraag voor de omgevingsvergunning voerde het college overleg met het Waterschap. Dit leidde tot het Wateradvies, dat als bijlage 4 aan de ruimtelijke onderbouwing is toegevoegd. Op basis van dat advies zal het college aan een uit te reiken omgevingsvergunning specifieke voorwaarden verbinden, zoals opgenomen in het Wateradvies. Uit een ingesteld bodemonderzoek kwam naar voren dat onder een deel van het tracé van het bestaande pad asbest aanwezig is. Aanvrager is verplicht dit asbest gescheiden te laten afvoeren door een vergunninghouder op dit terrein. Het resterende deel van de fundering van het bestaande pad kan de aanvrager van de vergunning gebruiken voor het funderen van het nieuwe pad. Na het verwijderen van het bestaande pad, inclusief de als fundering dienende onderlaag is er sprake van een kleine milieuwinst. Immers een bestaande asbestverontreiniging is dan gesaneerd. Aan de omgevingsvergunning zal het college

3/4

specifieke voorwaarden verbinden die borg moeten staan voor de naleving van de regelgeving op het gebied van asbest door aanvrager. 1.4. Conclusie Onze conclusie is dat de aanleg van een nieuw pad ter ontsluiting van het woonperceel Nieuwstraat 30 te Koewacht geen negatieve ruimtelijke gevolgen heeft. Er is en blijft sprake van een goede ruimtelijke ordening. Artikel 6.5, lid 2 van het Besluit omgevingsrecht maakt duidelijk dat een inbreuk op een "goede ruimtelijke ordening", het enige wettelijke criterium is dat als basis kan dienen voor een eventuele weigering van een verklaring van geen bedenkingen.

Kanttekeningen 1.1. Eigendomsverhoudingen spelen een beperkte rol in de besluitvorming Aanvrager is nu volledig eigenaar van de gronden waarop het nieuwe pad wordt aangelegd. Dat blijft ook in de toekomst zo, nadat aanvrager een deel van de aan hem in eigendom toebehorende gronden heeft verkocht aan de naastgelegen buurman. De aanvraag voor de omgevingsvergunning onderstreept deze eigendomssituatie. 1.2. Rechten van derden kunnen nog volledig worden meegewogen In de vergadering van de commissie Omgeving van 7 april 2021 is het vraagstuk van burgerparticipatie aan de orde gekomen. De portefeuillehouder heeft daarop zijn reactie gegeven, waarbij het college zich aansluit. Wel wijst het college erop dat een raadsbesluit tot het in ontwerp afgeven van een verklaring van geen bedenkingen, de uniforme openbare voorbereidingsprocedure doorloopt, genoemd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat iedereen tegen het ontwerp van de verklaring van geen bedenkingen een zienswijze kan indienen bij de gemeenteraad. Bij zijn definitieve besluit over de afgifte van de verklaring van geen bedenkingen kan de gemeenteraad alle belangen - ook die van de indieners van een zienswijze - meewegen.

Wat mag het kosten? De kosten die samenhangen met het opstellen van dit voorstel zijn al gedekt binnen het product Bestemmingsplannen

Wat gaan we ervoor doen? Na het besluit van de gemeenteraad informeren we de aanvrager van de omgevingsvergunning over het genomen besluit. Vervolgens publiceren we het ontwerp van het besluit over de verklaring van geen bedenkingen samen met het ontwerp van de omgevingsvergunning. Een ieder kan tegen deze ontwerpen een zienswijze indienen.

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10017998/2