2021-04-07 d. Verklaring van geen bedenkingen energievoorziening Langeweg 1 - ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING LANGEWEG 1, AXEL
ORDITO.NL
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING LANGEWEG 1 AXEL GEMEENTE TERNEUZEN Planstatus
Vastgesteld
Datum
19 - 02 - 2021
Plan identificatie
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Auteur(s)
Rinaldo Konings, Cristian van Kuijk
Ordito b.v.
E
info@ordito.nl
Postbus 94
T
0161 801 022
5126 ZH
I
www.ordito.nl
Gilze
KVK
54811554
1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende beheersverordening Leeswijzer
3 3 4 4 5
2.1 2.2
Bestaande situatie Ruimtelijke structuur omgeving Bestaande situatie
6 6 6
3
Toekomstige situatie
8
4
Beleidskader
11
5.
Randvoorwaarden Archeologie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Cultuurhistorie Externe veiligheid Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Water
12 12 18 19 20 24 25 26 29
Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
33 33 33
1.
2
5.1 5.2 5.3 5.4 5.4 5.5 5.6 5.7 6.
Bijlagen 1. Principedetail betonvloer met ontgravingsdiepte 2. Archeologische quickscan 3. Akoestisch onderzoek nieuwe verbrandingsgebouw 4. Verkennend flora- en faunaonderzoek 5. Toelichting Aerius berekening 6. Situatietekening watercompensatie
2
Afbeelding 1: Huidige situatie plangebied Langeweg 1, bestaand bedrijfsperceel Den Doelder is rood omlijnd
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
3
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
De aanleiding voor het opstellen van deze ruimtelijke onderbouwing is de beoogde realisatie van een energievoorziening bij het bestaande bedrijf in pallets aan de Langeweg 1 in Axel (gemeente Terneuzen). Het betreft een energievoorziening met een vermogen van 1,5 MW thermische energie. Het gaat om een relatief kleine installatie. Het doel van deze voorziening is om onbehandeld hout uit het productieproces van Den Doelder pallets BV te verbranden. De daarbij vrijkomende warmte benut Den Doelder voor het eigen productieproces. Het bouwplan valt binnen het bestaande bedrijfsperceel (Den Doelder pallets BV) waar volgens de beheersverordening bedrijfsgebouwen met een goothoogte van maximaal 4 meter zijn toegestaan. Echter vanwege een van de beheersverordening afwijkende bouwhoogte en milieucategorie is het bouwplan op onderdelen in strijd met de geldende beheersverordening “Axel-Zuid”. Op grond van de huidige bestemming mogen gronden en bestaande bouwwerken momenteel worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik. In aanvulling op dit bestaande gebruik is het uitsluitend toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor bedrijven tot en met milieucategorie 2. Een dergelijke energievoorziening heeft milieucategorie 3.2. (richtafstand 100 meter) en voldoet niet aan dit voorschrift.
Verder is de bouwhoogte van de beoogde energievoorziening hoger dan de regels van de beheersverordening toestaat. Bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie. In aanvulling daarop is het toegestaan om gebouwen te bouwen met een goothoogte van maximaal 4 meter. Het gebouw waarin de installatie komt te staan is nieuwbouw en heeft een bouwhoogte van 9 meter (bovenzijde boeiboord) en voldoet niet aan dit voorschrift. Ten aanzien van de afwijking van de bouwhoogte heeft de gemeente Terneuzen overwogen dat ook een deel van de bestaande bebouwing een grotere hoogte heeft dan 4 meter. Om het bouwplan mogelijk te maken dient er een uitgebreide procedure doorlopen te worden voor verlening van een omgevingsvergunning. De gemeente Terneuzen is in principe bereid om medewerking te verlenen aan de procedure voor het afwijken van een bestemmingsplan. Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt de aanvaardbaarheid en uitvoerbaarheid aangetoond van de afwijkingen van de bouwhoogte en de milieucategorie. Met het besluit om af te wijken van de beheersverordening wordt de bouw van de aangevraagde energievoorziening planologisch mogelijk gemaakt.
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
4
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Axel ligt in Zeeuws-Vlaanderen en behoort tot de gemeente Terneuzen. Het plangebied ligt ten zuiden van de woonkern Axel aan de Langeweg 1 en betreft het bedrijfsterrein van het bestaande palletbedrijf. Het bedrijf aan wordt omringd door groen. De N258 is te vinden ten zuiden van het plangebied. Ten oosten van het plangebied ligt de Put van Emmery. De locatie van de beoogde energievoorziening is aan de zuidoostzijde van het perceel. Momenteel is deze grond binnen het bedrijfsperceel nog niet bebouwd.
Afbeelding 2: Huidige situatie plangebied Langeweg 1, bestaand bedrijfsperceel Den Doelder is rood omlijnd en de beoogde energievoorziening oranje omlijnd.
1.3
Vigerende beheersverordening
Ter plaatse van het plangebied geldt de beheersverordening ‘Axel-Zuid’, vastgesteld op 30 mei 2013. De percelen behorend bij Den Doelder pallets BV (kadastraal bekend als Axel, sectie N, nummers 8 en 1155) hebben de bestemming ‘Bedrijf’. Een deel van de gronden behorende bij het bedrijf heeft volgens de beheersverordening Axel-Zuid de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie-1’. De archeologische dubbelbestemming valt ook op de gronden waar de beoogde energievoorziening komt te liggen.
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
5
Afbeelding 3: Vigerende beheersverordening ‘Axel-Zuid’ ter plaatse van het plangebied
1.4
Leeswijzer
De ruimtelijke onderbouwing zal allereerst de bestaande situatie belichten waarbij onder meer de geschiedenis en ruimtelijke structuur van het plangebied zal worden belicht. In hoofdstuk 3 wordt de toekomstige situatie belicht. Hoofdstuk 4 analyseert het landelijke, provinciale en gemeentelijke beleid. Hierop aansluitend worden de voor de afwijkingsprocedure relevante randvoorwaarden in hoofdstuk 5 besproken. Onder meer de aspecten archeologie en geluidhinder worden in dit hoofdstuk besproken. Hoofdstuk 6 laat de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid zien.
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
6
2 BESTAANDE SITUATIE 2.1
Ruimtelijke structuur omgeving
Axel ligt in Zeeuws-Vlaanderen in een zeekleipoldergebied en bestaat uit een langgerekte oost-west gerichte opzet, die is voortgebouwd op de structuurbepalende linten Emmastraat (voormalig spoorlijn) en Zuidsingel – Kanaalkade (voormalig kanaal). Door de brede profielen en een stevige groenstructuur wordt deze structurele betekenis benadrukt. In noord-zuidelijke richting is er sprake van een centrale as, die zich splits als een lus rondom de oude kern. Deze linten bepalen samen de structuur van de kern. Aan de zuidzijde takt de hoofdstructuur aan op de provinciale weg. In de omgeving van Axel liggen vele kreken, waarvan de Axelse Kreek de belangrijkste is. Deze is via het Zijkanaal C verbonden met het kanaal Gent-Terneuzen. In oostelijke richting verloopt deze watergang verder als Zijkanaal naar Hulst. Ten zuiden van Axel ligt het natuur- en recreatiegebied De Smitsschorre. Hier zijn onder andere een golfterrein en een zweefvliegveld gelegen. Verder zijn in de omgeving van Axel tal van overblijfselen van de Staats-Spaans Linies, waaronder de voormalige forten en liniedijken. Het plangebied is aan de zuidzijde van Axel gelegen ten noorden van de Langeweg. De nabije omgeving wordt voornamelijk gekenmerkt door de aanwezigheid van de Put van Emmery en een groene structuur.
2.2
Bestaande situatie
De locatie van de te realiseren bebouwing betreft het zuidoostelijke deel van het bedrijfsterrein dat momenteel nog onbebouwd is. Het bedrijf (kadastraal bekend als Axel, Sectie N, nummers 8 en 1155) heeft een totaal oppervlakte van circa 36.000 m2 en produceert en levert houten pallets. Op het terrein zijn meerdere bedrijfsgebouwen en één bedrijfswoning aanwezig. Alle bebouwing ligt ten (noord)westen van de beoogde ontwikkeling. De reeds aanwezige gebouwen binnen het plangebied hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 8.500 m2 en kennen bouwhoogtes variërend van 4 meter tot 13 meter boven maaiveld. De gronden waarop de beoogde energievoorziening wordt gerealiseerd vallen binnen het bedrijfsperceel, maar zijn nog onbebouwd.
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
7
Afbeelding 4: Huidige situatie Den Doelder pallets BV, locatie beoogde bebouwing rood omlijnd
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
8
3 TOEKOMSTIGE SITUATIE Met deze onderbouwing wordt het afwijkend gebruik (milieucategorie) en de afwijkende bouwhoogte van de beoogde bebouwing gemotiveerd. Het voornemen is om een gebouw voor een energievoorziening te realiseren bij het bestaande bedrijf in pallets aan de Langeweg 1 in Axel (gemeente Terneuzen). Het betreft een energievoorziening met een vermogen van 1,5 MW thermische energie. Het gaat om een relatief kleine installatie. Het doel van deze voorziening is om onbehandeld hout uit het productieproces van Den Doelder pallets BV te verbranden. De daarbij vrijkomende warmte benut Den Doelder voor het eigen productieproces.
Afbeelding 5: beoogde situatie energievoorziening
Het nieuwe gebouw komt aan de zuidoostzijde van het plangebied te staan. De locatie is momenteel een nog onbebouwd gedeelte van het bedrijfsperceel. Het bouwplan past grotendeels binnen de vigerende beheersverordening. Het realiseren van nieuwe bedrijfsgebouwen op deze plaats is namelijk toegestaan volgens de beheersverordening, mits de goothoogte maximaal 4 meter bedraagt. Op enkele onderdelen is het bouwplan echter strijdig met de beheersverordening. De strijdigheden worden hieronder toegelicht. Overschrijding goothoogte Het bouwplan voorziet voor de energievoorziening in een goot- en bouwhoogte van 9 meter. Volgens de vigerende beheersverordening mogen bestaande bouwwerken worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie. In aanvulling daarop is het toegestaan om nieuwe gebouwen te bouwen met een goothoogte van 4 meter. Het gebouw waarin de installatie komt te staan is nieuwbouw en heeft zowel een goot- als bouwhoogte van 9 meter (bovenzijde boeiboord). Hiermee voldoet het beoogde gebouw niet aan het voorschrift met betrekking tot de goothoogte.
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
9
Ten aanzien van de afwijking van de goothoogte heeft de gemeente Terneuzen overwogen dat ook het grootste deel van de bestaande bebouwing een grotere hoogte heeft dan 4 meter. In de bestaande situatie is circa 8.500 m2 aan bedrijfsbebouwing aanwezig, waarvan het grootste deel een goothoogte van meer dan 4 meter heeft. De bouwhoogte van deze bebouwing varieert van circa 8 tot 12 meter. De beoogde energievoorziening heeft een oppervlakte van circa 350 m2 en een maximale bouwhoogte van 9 meter (bovenzijde boeiboord). Ten opzichte van de bestaande bebouwing is een dergelijke bouwhoogte niet onevenredig. Verder vindt er ook buitenopslag plaats van pallets tot een hoogte van circa 5 meter. Daarnaast is in de beheersverordening een afwijkingsbevoegdheid (artikel 4.5.1.) opgenomen voor een hogere hoogte van een bouwwerk. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de aangegeven maximale goothoogte van 4 meter, mits daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. Enkel voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, is in de afwijkingsbevoegdheid een maximale bouwhoogte van 6 meter opgenomen. Het planvoornemen voorziet echter in een gebouw, waardoor er geen maximale afwijkende bouwhoogte geldt voor de beoogde bebouwing.
Daarbij leidt de bouwhoogte van het nieuwe gebouw niet tot een onevenredige afbreuk aan de gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. Zodoende is het mogelijk af te wijken van de hoogte middels de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Overschrijding milieucategorie De geldende beheersverordening staat het gebruik van maximaal milieucategorie 2 toe. Het gebruik van de energievoorziening valt onder milieucategorie 3.2, waardoor het de maximaal toegestane milieucategorie overschrijdt. De gewenste energievoorziening (milieucategorie 3.2) heeft een richtafstand van 100 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten. De afstand tot de dichtstbijzijnde bestaande of geprojecteerde woning bedraagt circa 450 meter. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de gewenste energievoorziening ruimschoots voldoet aan de gestelde richtafstand. Het toestaan van het gebruik van een energievoorziening met milieucategorie 3.2 leidt zodoende niet tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuzonering is nader uitgewerkt in paragraaf 5.2 van deze ruimtelijke onderbouwing. Hierbij is middels een geluidsonderzoek de geluidbelasting van het nieuwe verbrandingsgebouw bij de woningen onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat er sprake blijft van een acceptabel woon- en leefklimaat.
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
10
Afbeelding 6: impressiebeelden beoogde energievoorziening
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
11
4 BELEIDSKADER Deze ruimtelijke onderbouwing bevat een kleinschalige afwijking van de toegestane milieucategorie van een bouwplan dat grotendeels direct mogelijk is op basis van de vigerende beheersverordening ‘Axel-Zuid’. Op grond van de bestemming mogen gronden en bestaande bouwwerken momenteel worden gebruikt overeenkomstig het bestaande bedrijfsmatige gebruik. In aanvulling op dit bestaande gebruik is het uitsluitend toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor bedrijven tot en met milieucategorie 2. De beoogde energievoorziening heeft een milieucategorie 3.2 en voldoet niet aan dit voorschrift. Daarnaast is de bouwhoogte van het beoogde gebouw hoger dan de momenteel toegestane hoogte. Aangezien het kleinschalige, ondergeschikte afwijkingen voor de bouwhoogte en milieucategorie betreft en de oppervlakte van het bedrijfsperceel en de oppervlakte van de toegelaten bebouwing niet wordt aangepast is een nadere toetsing aan het landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid niet noodzakelijk. Op grond van de omgevingsverordening van de Provincie Zeeland moet in de ruimtelijke onderbouwing van het besluit om af te wijken wel aannemelijk gemaakt worden dat vermindering en aantasting van natuurwaarden zich niet voordoen. Ook hebben de gronden ter plaatse van de beoogde ontwikkeling de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie-1’.
In de ruimtelijke onderbouwing van het besluit om af te wijken moet daarom toegelicht worden of en hoe de ontwikkeling past binnen het archeologiebeleid van de gemeente. De benodigde milieukundige randvoorwaarden zijn nader uitgewerkt in hoofdstuk 5 van deze ruimtelijke onderbouwing.
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
12
5.
RANDVOORWAARDEN
Het bouwplan voldoet grotendeels aan het vigerend bestemmingsplan. Er zijn alleen beperkte overschrijdingen van de milieucategorie en bouwhoogte. Als gevolg hiervan is het noodzakelijk alle milieukundige randvoorwaarden toe te lichten.
5.1
Archeologie
Wettelijk kader en beleid Met de ondertekening van het Verdrag van Malta in 1992 door bijna alle Europese landen (waaronder Nederland), werd archeologie steeds meer een onderdeel van de ruimtelijke planvorming. Sinds het in werking treden van de Wet op de archeologische monumentenzorg (WAMZ) op 1 september 2007 dienen alle bestemmingsplannen en beheersverordeningen voorzien te zijn van een archeologische paragraaf, waarin is opgenomen hoe wordt omgegaan met bekende en te verwachten archeologische waarden. De Erfgoedwet uit 2016 borduurt hier op voort. Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen Op 27 januari 2011 is door de gemeenteraad van Terneuzen het Interim-beleid archeologie vastgesteld. De insteek van dit beleid is het regelen van archeologie in ruimtelijke plannen. In een cyclus van 10 jaar zullen alle ruimtelijke plannen aangepast worden, waarbij archeologie in de plannen zal worden ingebracht of geactualiseerd aan de hand van het dan geldende beleid. Als vangnet fungeert de Erfgoedverordening Terneuzen 2011. Deze verordening is geactualiseerd en is in samenhang met het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. In lijn met de intentie van de wetgever wordt een algemene vrijstelling voor archeologie verleend tot 100 m2 voor de zogenaamde kruimelgevallen.
De achterliggende gedachte van het archeologiebeleid is het in beeld brengen van de gebieden in de gemeente Terneuzen met een archeologische verwachtingswaarde. Deze verwachtingswaarde kan per gebied en per geologische laag verschillen. De insteek is daarbij soepel waar het kan en streng waar nodig. Voor een aantal gebieden is de huidige kennis ontoereikend. Deze leemten worden in de toekomst ingevuld. Aan de hand van de archeologische verwachtingswaarde wordt per deelgebied een grens gesteld waarboven archeologisch onderzoek verplicht is en waaronder vrijstelling wordt verleend. Een en ander is uitgewerkt in een stroomschema in bijlage 1 van de beleidsnota ‘De onderste steen boven? Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen’. Wanneer archeologisch onderzoek verplicht is, dient de archeologische monumentenzorg cyclus (AMZ-cyclus) te worden doorlopen. Deze cyclus is er op gericht om te beoordelen of verdergaand onderzoek of behoud noodzakelijk is. Voor de uitvoering en de beoordeling van de onderzoeken wordt aangesloten bij de landelijke en provinciale regelgeving. Door deze cyclus op een goede manier te doorlopen kan een gedegen afweging gemaakt worden waar behoud ter plaatse (in situ) of een opgraving (ex situ) noodzakelijk is of achterwege kan blijven.
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
13
Om inzicht te krijgen in de archeologische verwachtingswaarde van een gebied of locatie dient aan vijf criteria te worden getoetst. Daarnaast dient de actuele vrijstellingenkaart archeologie van de gemeente geraadpleegd te worden. 1. De Archeologische Monumentenkaart (AMK). Deze kaart geeft de wettelijk beschermde archeologische monumenten weer, waarvoor het Rijk bevoegd gezag is. In de gemeente Terneuzen zijn dat restanten van kastelen in Axel en Zaamslag (Torenberg). Daarnaast bevat de kaart de door de RCE gewaardeerde gebieden met een zeer hoge archeologische verwachtingswaarde. 2. De Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Deze kaart geeft de verwachtingswaarde weer voor de bovenste 1,2 m van de bodem. Deze kaart is gebaseerd op de geomorfologische en geologische kaart van Nederland. Bij een hoge trefkans wordt aangesloten bij de wettelijke vrijstelling van 100 m2. Voor een middelhoge trefkans kan een ruimere norm gelden. Deze wordt arbitrair vastgelegd op 500 m2. 3. Archis (Archeologische Informatiesysteem). Dit is de landelijke database waarin alle recent uitgevoerde archeologische onderzoeken en vondsten worden opgeslagen. Deze database geeft een indicatie van de vondsten die gedaan zijn. Veel of belangrijke vondsten geven een hogere archeologische verwachtingswaarde. 4. Zeeuws Archeologisch Archief (ZAA).
In dit archief berusten de verslagen van alle in het verleden in Zeeland uitgevoerde archeologische onderzoeken, gegevens over losse vondsten en dergelijke. Dit archief geeft een indicatie van de vondsten die in het verleden gedaan zijn. Veel of belangrijke vondsten geven een hogere archeologische verwachtingswaarde. In de praktijk wordt de toets op Archis en ZAA gecombineerd, of in het kader van het bureauonderzoek uitgevoerd. 5. De bodemopbouw. Aan de hand van de geologische kaart kan nagegaan worden welke geologische, voor de archeologie relevante, bodemlagen aanwezig zijn. - Pleistoceen: vanaf de steentijd - Hollandveen: vanaf de ijzertijd en Romeinse tijd - Duinkerke II, inclusief ‘oudere afzettingen van Duinkerke’: vanaf de middeleeuwen - Duinkerke III: vanaf de nieuwe tijd In de loop van 2014 werd door de gemeente de vrijstellingenkaart archeologie opgesteld en deze werd in 2017 geactualiseerd. Op deze kaart is aangegeven waar en met welke diepte de vrijstellingsdiepte verruimd kan worden. Toetsing 1. De Archeologische Monumentenkaart (AMK) Binnen de grenzen van het plangebied bevinden zich volgens de Archeologische Monumentenkaart (AMK) geen terreinen met een vastgestelde archeologische waarden.
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
14
Afbeelding 7: Uitsnede Archeologische Monumentenkaart (AMK), plangebied is rood omlijnd
2. De indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) Op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) is de locatie van de ontwikkeling gelegen in een zone die wordt gekenmerkt door een lage trefkans op het aantreffen van archeologische waarden.
Afbeelding 8: Uitsnede Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW), plangebied globaal rood omlijnd. NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
15
3. Archeologische Informatie Systeem (Archis) Door een archeoloog van Aeres Milieu is Archis3 geraadpleegd1. In de omgeving van het plangebied zijn geen archeologisch monument, onderzoeksmeldingen of vindplaatsen bekend. Binnen de wijdere omgeving (>800 meter ten opzichte van het plangebied) zijn drie archeologische monumenten en zijn meerdere onderzoeksmeldingen en vindplaatsen bekend. De bevindingen binnen een straal van 1 kilometer zijn opgenomen in de onderstaande tekst. De volledige resultaten uit Archis3 zijn opgenomen in bijlage 2. Monumentnummer 13.505 Op 830 meter ten zuidoosten van het plangebied ligt een terrein met resten van het voormalig fort St. Jacob. Stockman en Everaers (1997:75): "Met de aanleg van de zeedijk tussen Hulst en Sas van Gent in 1634 werd op de plaats waar de dijk een knik in zuidelijke richting maakt Fort St.-Jacob aangelegd. Vanuit dit fort kon het voorliggende schorrengebied gecontroleerd worden. Fort St.-Jacob is gebouwd in de vorm van een vierkante aarden redoute. het middenplein is omgeven met een binnengracht en door middel van een brug met de landzijde verbonden. De zware hoekige omwalling aan de noordzijde, de vroegere zeezijde, is nog vrijwel geheel intact en heel duidelijk herkenbaar. In 1645 is het fort aan Staatse zijde gekomen. Het fort is gerestaureerd. In 1995 werd hier weerstandsonderzoek uitgevoerd.
Monumentnummer 13.480 Vanaf 975 meter ten noordwesten van het plangebied ligt een terrein van hoge archeologische waarde. Het betreft de oude stadskern van Axel, daterend uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. In de 9e eeuw zouden de Noormannen (onbewezen) in Axel hebben vertoefd. Een in de 9e of 10e eeuw gestichte nederzetting wordt in 991 genoemd als Axla. De eerste ambachtsheer wordt in 1177 vermeld. De kerk wordt genoemd in 1108 maar is zeker ouder (waarschijnlijk 1100). Na verwoestingen door de Geuzen in 1574 werden de restanten ervan in 1582/83 afgebroken. In 1213 (volgens sommigen al in 1183) kreeg Axel stadsrechten en zou het met muren en grachten zijn versterkt. Ondanks aangebrachte versterkingen is de stad herhaalde malen verwoest: onder meer in 1248, 1295, 1330, 1381, 1542 en 1574 (ondanks dat Axel in de eerste helft van 1574 werd versterkt met een bolwerk). In 1471 werd de stad getroffen door een grote brand. Omstreeks 1600 begon men de stad door vestingwerken te omgeven. Resten ervan liggen nog aan de zuidzijde. In Axel zijn ook vondsten gedaan uit het laat-paleolithumen mesolithicum. In de zestiger jaren van de 20e eeuw werden de fundamenten onderzocht van het Hof van de Heren van Axel (mon.nr 86) en van een schepenhuis uit de 14e eeuw.
Zaakidentificatie 2915444100 Betreft de resten van Schans Beoostenblijde uit de periode Nieuwe Tijd vroeg – Nieuwe Tijd midden Deze behoorde tot de oude linie van Axel, aangelegd tijdens de 80-jarige oorlog, 1596. Deze resten liggen aan de Eerste Verkorting wat op circa 800 meter ten zuidwesten van het plangebied is.
1 Aeres Milieu B.V., Archeologische quickscan, projectnummer AM20629, 23 november 2020
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
16
Zaakidentificatie 2909750100 Op 930 meter ten noordoosten van het plangebied liggen de resten van Schans Zeeland uit de periode nieuwe tijd vroeg – nieuwe tijd midden. Deze resten liggen in een knik van de Liniedijk. Zaakidentificatie 3291932100 Op 700 meter ten noordwesten van het plangebied ligt een onderzoeksmelding. Het betreft een bureauonderzoek dat in 2015 werd uitgevoerd door Edufact ter plaatse van meerdere vindplaatsen in de gemeente Terneuzen. Er zijn geen gegevens bekend over de betreffende deellocatie bij Axel. 4. Zeeuw Archeologisch Depot (ZAD) De archeoloog van Aeres milieu heeft navraag gedaan bij Erfgoed Zeeland of er informatie bekend is van het plangebied of de omgeving in het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD). Erfgoed Zeeland heeft per mail (d.d. 23 november 2020) laten weten dat in het archief van het ZAD geen aanvullende informatie bekend is, los van hetgeen in Archis3 staat vermeld. 5. Bodemopbouw Uit de geologische kaart van Van Rummelen blijkt dat het plangebied zich ter plaatse van de beoogde ontwikkeling bevindt in een zone met afzettingen van Duinkerke IIIb op niet geërodeerd Pleistoceen (DP o.3b). Voor de gebieden met een bodemopbouw in de zone Duinkerke III geldt vanuit het Interim-Beleid archeologie in principe geen onderzoeksplicht. De bodem in het plangebied bestaat echter ook uit Pleistoceen.
Voor gronden met Pleistoceen zand is de onderzoeksplicht afhankelijk van de diepte waarin de genoemde bodem voorkomt. Ter plaatse van de ontwikkeling geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 500 m2.
Afbeelding 9: Uitsnede geologische kaart van Rummelen, plangebied globaal rood omlijnd NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
17
6. Vrijstellingenkaart Uit de ‘vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen 2017’ blijkt dat ter plaatse van de locatie voor de beoogde ontwikkeling een vrijstellingsdiepte van minstens 1.0 m-mv geldt. Deze vrijstellingenkaart komt aan bod als er vanuit de voorgaande stappen onderzoek (met een oppervlakte grens) nodig is.
Afbeelding 10: Uitsnede vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen 2017, plangebied globaal blauw omlijnd
Uitkomst archeologische toets Binnen dit gebied is onderzoek nodig indien sprake is van een verstoringsgebied groter dan 500 m2 en waarbij bovendien grond- of graafwerkzaamheden dieper dan 1,0 meter beneden het maaiveld plaatsvinden. Het te verstoren oppervlak binnen het voornemen heeft betrekking op de energievoorziening (ca. 350 m2), waterberging (ca. 110 m2) en leidingsleuf (ca. 385 m2). De gezamenlijke oppervlakte van het verstoringsgebied betreft circa 845 m2, waardoor de oppervlakte van het verstoringsgebied groter is dan 500 m2. De ontgravingsdiepte behorende bij de energievoorziening is 850 mm-mv. Een principedetail van de betonvloer met ontgravingsdiepte staat weergegeven in bijlage 1. De verstoringen met betrekking tot de energievoorziening overschrijden zodoende niet de vrijstellingsdiepte. Het overgebleven verstoringsgebied (waterberging en leidingsleuf) heeft een oppervlakte kleiner dan 500 m2. Daarbij vinden geen verstoringen plaats dieper dan 1,0 m-mv. De vrijstellingsdiepte wordt niet overschreden. Een archeologisch onderzoek hoeft niet plaats te vinden. Op basis van de archeologische toets is nader onderzoek ten behoeve van de archeologie niet noodzakelijk. Hierbij is het stappenplan van het Interim-beleid archeologie van de gemeente Terneuzen van 11 januari 2011 (‘De onderste steen boven’) gebruikt.
Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
18
5.2
Bedrijven en milieuzonering
De Wet milieubeheer zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een indicatieve richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten ten opzichte van milieugevoelige functies opgenomen. De milieubelastende activiteiten worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand. Op grond van de huidige bestemming mogen gronden en bestaande bouwwerken momenteel worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik. In aanvulling op dit bestaande gebruik is het uitsluitend toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor bedrijven tot en met milieucategorie 2.In deze paragraaf dient getoetst te worden of de voorgenomen milieubelastende activiteit past binnen het plangebied met inachtneming van eventuele (beperkt) kwetsbare gebouwen in de directe omgeving. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstand tot ‘rustig buitengebied’ 10 30 50 100 200 300 500 700 1.000 1.500
De gewenste energievoorziening heeft milieucategorie 3.2. (richtafstand 100 meter) en voldoet niet aan het voorschrift van de maximaal toegestane milieucategorie ter plaatse van het plangebied. Het gaat om een bestaande bedrijfsbestemming waarbij de afstand tot de bestaande en geprojecteerde woningen ongeveer 450 meter bedraagt. Hiermee voldoet de beoogde ontwikkeling ruimschoots aan de gestelde richtafstand. Daarnaast dient de geluidbelasting van het nieuwe verbrandingsgebouw te worden getoetst ten aanzien van de omliggende kwetsbare bestemmingen. Onderzoek Door Tauw is een akoestisch onderzoek2 uitgevoerd voor Den Doelder pallets BV aan de Langeweg 1 in Axel. Den Doelder Pallets produceert pallets en kisten. In het nieuwe verbrandingsgebouw is Den Doelder voornemens om een houtgestookte installatie te plaatsen om pallets te drogen. In dit onderzoek is alleen de geluidbelasting van het nieuwe
2 Tauw, Akoestisch onderzoek nieuwe verbrandingsgebouw Den Doelder Pallets, projectnummer 1268307, 14 januari 2020
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
19
verbrandingsgebouw bij de woningen onderzocht. Voor de huidige activiteiten wordt er van uitgegaan dat deze voldoen aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Als uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting van het nieuwe verbrandingsgebouw bij de woningen 10 of 15 dB(A) beneden deze grenswaarden uit het Activiteitenbesluit ligt, dan zal in de voorgenomen situatie met het nieuwe verbrandingsgebouw nog steeds voldaan worden aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting van het nieuwe verbrandingsgebouw bij de omliggende woningen in de dag- en nachtperiode verwaarloosbaar is ten opzichte van de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. In de avondperiode is de geluidbelasting van het nieuwe verbrandingsgebouw zeer beperkt ten opzichte van de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit. Het bedrijf zal derhalve, mits de bestaande situatie voldoet aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit en de akoestisch uitgangspunten worden gehanteerd zoals aangehouden in het akoestisch onderzoek, na realisatie van het nieuwe verbrandingsgebouw blijven voldoen aan deze grenswaarden. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
5.3
Bodemkwaliteit
Er dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik (‘functie’) van die bodem, of dat beiden alsnog op elkaar kunnen worden afgestemd. Bodemgebruiksfuncties nemen namelijk af naarmate bodemverontreinigingen en gerelateerde risico’s toenemen. Sanerende maatregelen kunnen nodig zijn. Het gemeentelijk bodemkwaliteitsbeleid volgt de kaderwet Wet bodembescherming en daaruit voortvloeiende regelgeving. Uitgangspunten zijn dat de bodem duurzaam geschikt moet zijn voor de beoogde functie en dat de bodemkwaliteit niet mag verslechteren. Verontreinigingen in stabiele eindsituaties worden daarbij niet vanzelfsprekend geaccepteerd; Voor mobiele verontreinigingen moeten maatregelen gericht zijn op verwijderen en soms is het inpassen van immobiele verontreinigingen onder voorwaarden toelaatbaar. De oppervlakte van het plangebied en de conclusie van een vooronderzoek (historisch onderzoek) zijn bepalend voor het uitvoeren van eventueel veld- en laboratoriumonderzoek, op basis waarvan (on)mogelijkheden inzichtelijk worden. Bij de wijziging van functiemogelijkheden dient ten allen tijde een historisch bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Ter plaatse van de beoogde ontwikkeling hebben in het verleden geen (verkennende) bodemonderzoeken plaatsgevonden. Voorheen heeft de bouwlocatie gediend als schorsopslag van bomen.
Gelet op het historisch gebruik hebben, ter plaatse van de bouwlocatie, in het verleden geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Op basis van de voormalige activiteiten is het de inschatting dat de locatie onverdacht is op het aantreffen van bodemverontreinigingen. Daarbij NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
20
voldoet het plangebied op de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Terneuzen tot ten minste een diepte van 2,0 m-mv aan de achtergrondwaarde. Daarnaast betreft het planvoornemen het toevoegen van een bedrijfsgebouw binnen een bestaand bedrijfsperceel. De realisatie van een bedrijfsgebouw van deze omvang is direct toegestaan volgens de beheersverordening ‘Axel-Zuid’. Deze ruimtelijke onderbouwing dient opgesteld te worden wegens een afwijkend gebruik en afwijkende bouwhoogte, waardoor een nader bodemonderzoek in het kader van de planologische procedure niet noodzakelijk is. De functie van de grond wordt niet gewijzigd. De bodemkwaliteit vormt zodoende geen risico voor de beoogde ontwikkeling. In het kader van de reguliere aanvraag omgevingsvergunning kan indien nodig een bodemonderzoek worden verstrekt Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
5.4
Cultuurhistorie
Beleidskader Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Hiermee is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Naast archeologie moet ook het aspect historische bouw worden opgenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Handreiking landschap De gemeente Terneuzen heeft samen met de gemeenten Sluis en Hulst de Handreiking Landschap Provincie Zeeland opgesteld. Hierin is van relevante cultuurhistorische elementen en objecten beschreven hoe bepalend en leesbaar ze zijn, op welk bestuurlijk niveau en met welk planologisch instrument regulering plaats zal vinden en welke strategie eraan gekoppeld kan worden. De Handreiking Landschap noemt vier strategieën die gekoppeld kunnen worden aan cultuurhistorische elementen en objecten: 1. Behoud: hierbij gaat het voornamelijk om monumentale objecten met landschapshistorische waarde (molens, vliedberg e.d.), alsmede de landschapsreservaten en delen van het landschap met zeer hoge mate van bepaaldheid en gaafheid; 2. Behoud ruimtelijke karakteristiek: conservering van de bestaande ruimtelijke kenmerken van het landschap staat voorop.
Er worden geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan die deze ruimtelijkheid veranderen. Het gebied hoeft
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
21
echter niet bij voorbaat zijn huidige functie te behouden. Deze strategie komt in Terneuzen in de praktijk niet voor; 3. Behoud door ontwikkeling: de bestaande landschapsstructuur en mate van verdichting is richtinggevend voor mogelijk veranderingen. De veranderingen moeten passen in de structuur. Verandering van functie is nadrukkelijk een optie. De mate waarin veranderingen optreden kan per gebied verschillend zijn. Nadere afweging is hierbij noodzakelijk; 4. Vernieuwing: de bestaande landschapsstructuur verandert ingrijpend. Functies veranderen. De veranderingen zijn echter passend binnen het DNA van het betreffende gebied. Cultuurhistorische waardenkaart De cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Terneuzen bestaat uit drie kaartbladen: 'behoud', 'behoud door ontwikkeling' en 'vernieuwing mogelijk'. In afbeelding 11, 12 en 13 is een uitsnede van de drie kaartbladen voor het beoogde plangebied weergegeven. Per kaartblad wordt uitgelegd welke strategie voor de locatie geld. Behoud: In de nabije omgeving van het plangebied zijn enkele rijksmonumenten gesitueerd. Met het planvoornemen vinden er geen ingrepen plaats in of nabij de betreffende rijksmonumenten. Gezien de ligging van de monumenten buiten het plangebied heeft dit geen invloed op het planvoornemen. Daarnaast is het plangebied aangemerkt als ‘Behouden’.
Hierbij gaat het voornamelijk om het behoud van monumentale objecten met landschapshistorische waarde (molens, vliedberg e.d.), alsmede de landschapsreservaten en delen van het landschap met een zeer hoge mate van bepalendheid en gaafheid. Binnen dit landschap zijn kleinschalige aanpassingen mogelijk. Met het planvoornemen wordt een kleinschalige ontwikkeling mogelijk gemaakt middels een omgevingsvergunning (voorzien van ruimtelijke onderbouwing). De beoogde ontwikkeling voorziet in een voorziening ten behoeve van de bestaande bedrijvigheid binnen het plangebied. Het voornemen past daarmee binnen de functionele omgeving van het plangebied. Daarbij is de aanleg van een gebouw met een oppervlakte van 350 m2 reeds mogelijk binnen de vigerende bestemmingsregels. Verder zal de kleinschaligheid van het planvoornemen de bestaande ruimtelijke structuur niet of nauwelijks aantasten.
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
22
Afbeelding 11: Cultuurhistorische waardenkaart (gem. Terneuzen), kaartblad ‘Behoud’ met plangebied in geel
Behoud door ontwikkeling: In de nabije omgeving van het plangebied ligt een monument aangemerkt als SHBO class. A. Met het planvoornemen vinden er geen ingrepen plaats in of nabij de betreffende rijksmonumenten. Gezien de ligging van de monumenten buiten het plangebied heeft dit geen invloed op het planvoornemen. Verder is de strategie voor het plangebied is niet gericht op versterken, verbreden of verbinden.
Afbeelding 12: Cultuurhistorische waardenkaart (gem. Terneuzen), kaartblad ‘Behoud door ontwikkeling’ met plangebied in geel
Vernieuwing mogelijk: De strategie voor het projectgebied is niet specifiek gericht op herstructureren, transformeren of behouden. Hierdoor gelden, op basis van het kaartblad ‘Vernieuwing mogelijk’ geen nadere strategieën met betrekking tot het planvoornemen.
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
23
Afbeelding 13: Cultuurhistorische waardenkaart (gem. Terneuzen), kaartblad ‘Vernieuwing mogelijk’ met plangebied in geel
Cultuurhistorische Hoofdstructuur De Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) zet karakteristieke landschappelijke kenmerken letterlijk op de kaart. Het bevordert de beleving van het landschap door aan te geven waar cultuurhistorische waardevolle aspecten van het landschap binnen en buiten de bebouwde kom gevonden kunnen worden. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur geeft aan dat het plangebied aan de Langeweg 1 te Axel niet is aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol aspect. Daarbij liggen binnen een afstand van enkele honderden meters van het plangebied eveneens geen cultuurhistorisch waardevolle aspecten. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur heeft zodoende geen invloed op het planvoornemen om de energievoorziening te realiseren.
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
24
Afbeelding 14: Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS), plangebied geel omlijnd
Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
5.4
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren voor de directe omgeving in het geval dat er iets mis gaat tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De verbonden risico’s moeten binnen de perken blijven. Hiervoor worden normstellingen gehanteerd: Het plaatsgebonden risico is vooral gericht op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; Het groepsrisico stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met het aspect externe veiligheid. Het doel van het externe veiligheidsbeleid is het beperken van risico’s door het hanteren van afstanden tussen risicovolle activiteiten en de mogelijke aanwezigheid van (groepen) mensen in kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Het plangebied betreft een bedrijfsperceel en wordt aangeduid als risicobron ten behoeve van houtindustrie en vervaardiging van artikelen van hout, kurk, riet en vlechtwerk (excl. Meubels). Verder ligt binnen een straal van 2 km één andere risicobron, namelijk een
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
25
bovengrondse propaantank met een risicocontour PR 10-6 /jr van 12 meter. Deze risicobron ligt op circa 700 meter van de beoogde ontwikkeling. De beschouwde risicobron kan in de voorziene situatie leiden tot incidenten met effect of slachtoffers binnen het plangebied. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing bevat een kleinschalige afwijking van de bouwhoogte en een overschrijding van de toegestane milieucategorie van een bouwplan dat grotendeels direct mogelijk is op basis van de vigerende beheersverordening. De onderbouwing maakt geen nieuwe risicobronnen of (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk en leidt niet tot een significante toename in het aantal personen. In het kader van externe veiligheid zijn er voor de ontwikkeling geen beperkingen. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
5.5
Luchtkwaliteit
Door de uitstoot van uitlaatgassen door onder andere de industrie en het verkeer komen schadelijke stoffen in de lucht. Vooral langs drukke wegen kunnen de concentraties van verschillende stoffen zo hoog zijn dat deze de volksgezondheid kunnen aantasten. Om te voorkomen dat de gezondheid wordt aantast door luchtverontreiniging dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de luchtkwaliteit ter plaatse. Overschrijdingen van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur ‘niet in betekenede mate’ vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmering voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het voornemen is om een energievoorziening (biomassaketel) te plaatsen met een katalysator. Door het gebruik van de energievoorziening wordt het resthout op eigen terrein verbrand. Hierdoor zijn transportbewegingen om het afvalhout per vrachtwagen af te voeren overbodig. Doordat de katalysator geplaatst wordt is de NOX emissie gelijk aan de aardgasketel, die vervangen wordt. Per saldo is het planvoornemen positief voor de luchtkwaliteit. Zodoende wordt een nader onderzoek luchtkwaliteit niet noodzakelijk geacht. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
26
5.6
Natuurwetgeving
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn opgegaan in deze wet. Deze wet bestaat uit minder regels en is overzichtelijker dan de drie voorgaande wetten. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhouding)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000 gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Met de Wet natuurbescherming vervalt de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten uit de Natuurbeschermingswet. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland en worden dus indirect beschermd.
De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzonder provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 ha natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten Pan-Europese Ecologische Netwerk (PEEN) vormen. Beschermde planten en dieren Met de Wet natuurbescherming is de lijst van beschermde soorten gewijzigd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en met de komst van de Wnb niet meer en andersom. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes: 1. Soorten Vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); 2.
Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
27
van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd; 3. Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen, provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor soorten die ook niet in de bijlage van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepalingen moeten schadelijke behandelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken. Onderzoek Verkennend flora- en faunaonderzoek Den Doelder pallets aan de Langeweg 1, te Axel is voornemens om op het terrein een biomassaketel te plaatsen. Als onderdeel van deze ingreep en de daarvoor benodigde bestemmingsplanwijziging is door Kragten onderzoek uitgevoerd3 naar het eventuele voorkomen van beschermde flora en fauna en is een eerste inschatting gemaakt van de effecten op de beschermde gebieden.
Het doel van het onderzoek is om inzichtelijk te krijgen welke beschermde flora en fauna onder de Wet natuurbescherming potentieel voorkomen in het plangebied en om de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) volgens de wet- en regelgeving vast te stellen. Op basis van de resultaten uit dit verkennend flora- en faunaonderzoek blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan veroorzaken op beschermde diersoorten. Voor de verschillende soort(groep)en wordt beschreven welke verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming mogelijk worden overtreden. Eventueel te treffen vervolgstappen worden daarbij aangegeven. Verder wordt beschreven welke vervolgstappen getroffen moeten worden in het kader van beschermde gebieden. Beschermde soorten Broedvogels De ontwikkeling in het plangebied leidt mogelijk tot negatieve effecten op algemene broedvogels. Doordat de staat van instandhouding van de te verwachten vogelsoorten binnen het plangebied gunstig is, als gevolg van een grote hoeveelheid geschikt leefgebied in de omgeving, leidt het verstoren van vogels niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Er dient voorkomen te worden dat nesten van vogels vernield worden bij de werkzaamheden. De werkzaamheden dienen daarom uitgevoerd of op zijn minst 3 Kragten, Verkennend flora- en faunaonderzoek, Projectnummer TNZ001, 14 juli 2020
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
28
aangevangen te worden buiten het broedseizoen van in de omgeving voorkomende broedvogels. Het broedseizoen duurt globaal van half maart tot half juli. Algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën De te verwachten algemeen voorkomende soorten zijn in de provinciale verordening van de provincie Zeeland vrijgesteld van ontheffing voor het vernielen van vaste rust- en verblijfplaatsen. Het doden van individuen van deze soorten blijft verboden, maar het verjagen of vangen, met het oog op het verplaatsen van de soort, is daarentegen wel vrijgesteld van ontheffing. De dieren dienen vrijgelaten te worden in het aanliggend gebied, buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Door middel van zorgvuldig handelen wanneer er algemeen voorkomende diersoorten worden aangetroffen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden kan een overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen worden. Vleermuizen Bij de plaatsing van verlichting dient voorkomen te worden dat er lichtverstoring in de omgeving optreedt. Dit geldt met name voor de plas ten oosten van het plangebied. De nieuwe armaturen dienen richting het bedrijfsterrein te worden gericht en de plaatsing van hoge masten die over de bebouwing of beplanting heen kan schijnen dient voorkomen te worden. Hierdoor kan verstoring van in de omgeving voorkomende foerageergebieden voorkomen worden.
Overige soortgroepen Voor de volgende soortgroepen geldt dat bij de herinrichting van het plangebied geen negatieve effecten verwacht worden: flora, vleermuizen, overige grondgebonden zoogdieren, reptielen, vissen en ongewervelden. Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat door stikstofdepositie negatieve effecten optreden op omliggende Natura 2000-gebieden. Hiertoe dient een aanvullend stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd te worden. Dit onderzoek is verder in deze paragraaf nader uitgewerkt. Voor de overige verstoringsfactoren geldt dat hiervan geen negatieve effecten te verwachten zijn op omliggende Natura 2000-gebieden. Provinciale gebiedsbescherming De voorgenomen ontwikkeling heeft geen significante effecten op de kernwaarden van aangrenzende delen van het Natuurnetwerk Zeeland. Wel dient bij de plaatsing van verlichting voorkomen te worden dat er verstoring optreedt in het aangrenzende natuurgebied door de toename aan strooilicht. Houtopstanden Bij de ingreep worden geen bomen gekapt die deel uitmaken van een beschermde houtopstand. Artikel 4.2 Houtopstanden van de Wet natuurbescherming is hiermee niet van toepassing. Ook een kapvergunning is niet noodzakelijk. NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
29
Stikstof Voor de ontwikkelingen omtrent het planvoornemen is door EMMTEC4 een berekening gemaakt met behulp van de Aerius calculator 2020. Doel van de berekening is het in kaart brengen van de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000 gebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn ‘Canisvliet’ en ‘Westerschelde & Saeftinghe’. Deze liggen op 7,7 km respectievelijk 9,5 km van het plangebied. Afhankelijk van de ontwikkelingen, oppervlak en verkeersgeneratie zal een bepaalde hoeveelheid stikstof uit worden gestoten gedurende de bouw en operatie van het voornemen. Uit berekeningen met de AERIUS calculator blijkt dat er zowel tijdens de bouw, als tijdens de operatie van de biomassaketel geen extra depositie op Natura 2000-gebieden zal zijn. Conclusie Het aspect natuurwetgeving vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
5.7
Water
Voor ruimtelijke plannen is de watertoets verplicht. De initiatiefnemer dient in dat kader in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van waterschap Scheldestromen, verantwoordelijk voor het waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheer. Deze instantie is daarmee formeel de waterbeheerder. De waterparagraaf dient voorgelegd te worden aan de waterbeheerder. Het plangebied grenst aan twee waterlopen, een secundaire waterloop aan de zuidzijde en een primaire waterloop aan de oostzijde. Nagegaan is aan de hand van de criteria uit de Handreiking watertoets van het waterschap Scheldestromen of de beoogde ontwikkeling strijdig is met waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen. In de watertoets is de ontwikkeling van het nieuwe verbrandingsgebouw getoetst met betrekking tot duurzaam waterbeheer. Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Veiligheid waterkeringen
Het plangebied ligt niet binnen de beschermingszone van een primaire of regionale waterkering. De ontwikkeling heeft dan ook geen gevolgen voor de waterveiligheid.
Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.
Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in
De totale verharde oppervlakken van de vroegere en toekomstige oppervlakken (in m2) zijn:
4 EMMTEC, Toelichting Aerius berekening, Referentienummer 20200715 Natuurbeschermingswet, 19 november 2020
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
30
maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.
huidige situatie
na realisatie
dakoppervlak
0
Ca. 350
dichte bodemverharding
0
Ca. 900
doorlatende bodemverharding
Ca. 1250
0
wateroppervlak
0
0
totaal
Ca. 1.250
Ca. 1.250
De totale oppervlakte van het dakvlak en de dichte bodemverharding (stelconplaten) neemt toe met circa 1.250 m2. Conform de eisen van het waterschap dient er bij nieuwbouw 75 mm berging over het nieuwe verhard oppervlak te worden gerealiseerd. Als de neerslag wordt geïnfiltreerd in de bodem via een voorziening of oppervlakkig hoeft er geen compensatieberging te worden aangelegd. Wel dient voorkomen te worden dat er in het plangebied wateroverlast ontstaat. Zodoende is het noodzakelijk de infiltratievoorziening voldoende te dimensioneren. Als de infiltratiecapaciteit van de bodem gelijk is aan 10 mm/dag dan kan men 75 mm/m2 afgekoppeld verhard oppervlak aanhouden. Is de infiltratiecapaciteit groter dan kan er een mindere bergingsnorm worden aangehouden, is deze kleiner dan een grotere. Omdat de infiltratiecapaciteit van de bodem een onbekende factor is wordt geadviseerd om de volledige T=100 tiendaagse neerslaggebeurtenis van 147 mm aan te houden. Hierbij uitgaan van de hoogste (gemiddelde) grondwaterstanden in het gebied. Volgens de bodemkaart is de GHG >80 cm onder maaiveld. De bodem bestaat volgens deze kaart uit lichte zavel. Een deel (650 m2) van het verhard oppervlak (het gebouw + gedeelte stelconplaten) wordt afgevoerd naar de opvangbuffer.
Hierbij wordt rekening gehouden dat 147 mm kan worden geborgen, door een waterberging van minimaal 95,5 m3 aan te brengen om overtollig water te bergen. De opvangbuffer in het planvoornemen heeft een inhoud van 98 m3, waarbij de halve bergingshoogte 110 m2 is. De rest van het
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
31
verhard oppervlak wordt zonder afvoerpunten afgewaterd in de omliggende bermen en groenstroken. De vormgeving van de waterberging is nader in kaart gebracht in bijlage 6.
Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.
De bestaande situatie voor de verwerking van het afvalwater wordt niet gewijzigd. Het hemelwaterafvoer wordt afgekoppeld van de riolering en zal worden opgevangen en/of geïnfiltreerd op eigen terrein. Op eigen terrein wordt een waterberging met voldoende capaciteit gerealiseerd (zie bijlage 6).
Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en -mogelijkheden.
Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.
Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden en zuiveren.
De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van grondwater. De ontwikkeling veroorzaakt evenmin mogelijke grondwateroverlast.
Zowel tijdens de bouwfase als tijdens de gebruiksfase worden geen uitloogbare materialen gebruikt. Negatieve effecten op het grondwater worden daarom niet verwacht. Er wordt niet gebouwd in een infiltratiegebied, natuurgebied of gebied voor drinkwatervoorziening.
Zowel tijdens de bouwfase als tijdens de gebruiksfase worden geen uitloogbare materialen gebruikt. Daarom heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de oppervlaktekwaliteit.
Volksgezondheid Minimaliseren risico water gerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.
Er is geen belemmering voor de volksgezondheid. Er is geen oppervlaktewater in het plan aanwezig.
Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaivelddalingen in zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken.
Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
De polderpeilen worden niet aangepast. Bodemdaling zal niet optreden; Er worden geen zettingen verwacht.
Ter plaatse van de ontwikkeling is geen natte natuur aanwezig. Daarom vormt de ontwikkeling hier geen belemmering voor.
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
32
Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.
Aangrenzend aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich een secundaire waterloop en aan de oostzijde een primaire waterloop. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de beschermingszones van deze waterlopen. Dit betekent dat een beschermingszone geldt van minimaal 7 m langs de waterlopen. Voor het maken van werken binnen de zone is een watervergunning benodigd. Bij de inrichting van het plangebied is hiermee rekening gehouden (zie bijlage 6).
Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.
De ontwikkeling wordt niet gerealiseerd bij waterschapsobjecten. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering.
Scheepvaart en/of wegbeheer Goede bereikbaarheid en in stand houden van veilige vaarwegen en wegen in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap.
Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van vaarwegen. Dit aspect vormt daarom geen belemmering.
Wateradvies De waterparagraaf is voorgelegd aan de waterbeheerder. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
NL.IMRO.0715.OMGAXLZ04-VG01
Ruimtelijke onderbouwing Axel-Zuid, Langeweg 1
33
6.
UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid