CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-04-07 d. Reactiebrief aan Moree Gelderblom over dwangsom

gemeenteraad 22 april 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen verschuldigdheid en hoogte dwangsom wegens niet tijdig beslissen op aanvraag van Roobeek Ontwikkeling BV856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postadres: Postbus 35, 4530 AA Terneuzen Bezoekadres: Stadhuisplein 1, 4531 GZ Terneuzen Telefoon: 14 0115 Vanuit buitenland: +31 115 455 000 E-mail : gemeente@terneuzen.nl Internet: www.terneuzen.nl Bij beantwoording a.u.b. onderwerp, datum en zaaknummer van deze brief vermelden.

PER AANGETEKENDE POST Moree en Gelderblom advocaten Postbus 25006 3001 HA ROTTERDAM

uw brief van : 18 december 2020 uw kenmerk : zaaknummer : 229583 contactpersoon : telefoon : 14 0115 e-mail : bijlage :2 verzonden :

Terneuzen, 9 februari 2021 Onderwerp: Ingebrekestelling niet tijdig beslissen op aanvraag vaststelling bestemmingsplan Woonzorgcomplex Sluiskil Geachte heer , In uw brief van bovengenoemde datum stelde u de gemeenteraad van Terneuzen in gebreke, omdat hij niet tijdig zou hebben besloten op de “aanvraag” van uw cliënt – Roobeek Ontwikkeling BV – van 26 juni 2020. U stelde de gemeenteraad in uw ingebrekestelling een termijn van twee weken na ontvangst ervan om alsnog een besluit te nemen. Wij ontvingen uw ingebrekestelling op dinsdag 22 december 2020. De besluittermijn voor de gemeenteraad eindigde hierdoor op dinsdag 5 januari 2021. Duidelijk is dat het tijdstip van het jaar het onmogelijk maakte tijdig aan de ingebrekestelling te voldoen. Besluit De gemeenteraad besloot alsnog op het verzoek van uw cliënt, op donderdag 4 februari 2021, zijnde de eerste raadsvergadering na het inkomen van uw ingebrekestelling. Wij informeerden inmiddels Roobeek Ontwikkeling BV over het besluit dat de gemeenteraad op 4 februari 2021 nam. Een kopie van het raadsbesluit voegen wij als bijlage toe aan deze brief Dwangsom in relatie tot ingebrekestelling De termijn die u de gemeenteraad stelde om alsnog een besluit op aanvraag te nemen werd met 30 dagen overschreden (periode 6 januari tot 4 februari 2021).

In uw brief van bovengenoemde datum maakt u namens uw cliënt aanspraak op de wettelijke dwangsom wegens niet tijdig beslissen. Wij nemen aan dat u hiermee het oog heeft op de dwangsomregeling zoals die is opgenomen in artikel 4:17 van de Awb. Wij deden op dit onderdeel nog geen voorstel aan de gemeenteraad omdat wij voorlopig van oordeel zijn dat uw cliënt geen aanspraak kan doen gelden op enige dwangsom wegens niet tijdig beslissen. Ons voorlopig oordeel over dit onderwerp baseren wij op de volgende argumenten. 1. De wettelijke termijn voor het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 3.9 Wro bedraagt 8 weken. Deze wettelijke termijn gaat voorbij aan het feit dat het verzoek ingediend werd net voor het zomerreces van de gemeenteraad. De termijnstelling

betekent dat de gemeenteraad uiterlijk op 21 augustus 2020 een besluit had moeten nemen op de aanvraag. De termijn begon en eindigde in het zomerreces, en was dus op voorhand onhaalbaar. Artikel 4:16 lid 6 Awb bepaalt dat geen dwangsom verschuldigd is, indien het bestuursorgaan “onredelijk laat ingebreke is gesteld”. In de term “onredelijk” zit weliswaar ruimte voor interpretatie, maar algemeen wordt aangenomen dat een aanvrager – dus ook Roobeek - belang heeft bij een ingebrekestelling, zo snel mogelijk nadat de wettelijke beslistermijn is verstreken. Ook in jurisprudentie wordt uitgegaan van een ingebrekestelling enkele weken na het verstrijken van de wettelijke besluittermijn. De ingebrekestelling die u namens uw cliënt indiende kwam echter ruim 4 maanden na afloop van de wettelijke beslistermijn als genoemd in artikel 3.9 Wro bij ons binnen. Wij bestempelen dit voorlopig als een onredelijk late ingebrekestelling. Wij komen temeer tot deze voorlopige visie, omdat uw cliënt tussen 21 augustus 2020 en 22 december 2020, het op geen enkel moment noodzakelijk vond over deze kwestie contact met ons op te nemen of te overleggen. Van enige gegronde reden voor deze late indiening van de ingebrekestelling is ons niet gebleken. 2. Artikel 4:17 Awb stelt dat een dwangsom wegens niet tijdig beslissen aan de orde kan zijn in het geval van een beschikking.

Onomstreden is echter dat een besluit tot het vaststellen van een bestemmingsplan gezien moet worden als een besluit van algemene strekking. Daarmee zou artikel 4:17 Awb niet van toepassing zijn op een besluit omtrent de vaststelling van een bestemmingsplan. Hieronder valt ook een besluit als bedoeld in artikel 3.9 Wro. Wij gaan er van uit dat ook u op de hoogte bent van de aspecten, genoemd onder de punten 1 en 2. Alvorens wij de gemeenteraad een voorstel doen over het element “dwangsom” als onderdeel van de ingebrekestelling van 18 december 2020, vernemen wij graag van u, waarom u de ingebrekestelling indiende, ruim 4 maanden nadat de termijn voor het nemen van een besluit op de aanvraag van Roobeek Ontwikkeling BV verstreken was. Artikel 4:18 Awb bepaalt dat de gemeenteraad de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom moet vaststellen binnen 2 weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd was. Dit betekent een besluit van de gemeenteraad op uiterlijk 18 februari 2021. Het mag duidelijk zijn dat de vergaderfrequentie van de gemeenteraad betekent, dat deze termijn onhaalbaar is. Wij zullen een voorstel over de aard en omvang van de dwangsom aan de gemeenteraad voorleggen, zo spoedig mogelijk nadat wij uw reactie op onze vraagstelling in de vorige alinea hebben ontvangen. Wij verzoeken u uw reactie uiterlijk op 23 februari 2021 aan ons kenbaar te maken

Met vriendelijke groet,

Burgemeester en Wethouders van Terneuzen, gemeentesecretaris,

burgemeester,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9921258/1