CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-04-07 Bijlage 3 - Voorstel onderbouwing ontwerpverklaring van geen bedenkingen bestaand GSNED

gemeenteraad 22 april 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Voorstel over verlenen van verklaring van geen bedenkingen voor de legalisering van het bestaande bedrijf en de uitbreiding van GSNED, Rooseveltlaan 8, Terneuzen4.042 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan Aan De gemeenteraad van Terneuzen

zaaknummer: 303746

Terneuzen, 23 maart 2021

Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het legaliseren van het gebruik van het bedrijfsterrein Rooseveltlaan 8 Terneuzen voor kantoren, werkplaats en opslag

I.

Aanleiding

Het bedrijf GSNED diende op 8 juli 2019 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Bij deze aanvraag voegde het bedrijf ook de ruimtelijke onderbouwing, d.d. 5 juli 2019. Tijdens de behandeling van deze aanvraag bleek dat het bestaande bedrijf in strijd is met de regels van de Beheersverordening Oostelijke Kanaaloever. De gemeenteraad stelde deze beheersverordening vast op 25 juni 2013. De bestemming van het terrein is Bedrijventerrein B. Artikel 5 van de regels bepaalt dat op grond met deze bestemming, bedrijven zijn toegelaten tot maximaal milieucategorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Het bedrijf is door zijn oppervlakte, aard en omvang niet in te delen als een bedrijf in deze milieucategorie. Het bedrijf valt onder categorie 3.1. GSNED diende op 12 maart 2021 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik. Met deze aanvraag wil het bedrijf het huidige gebruik alsnog legaliseren. Juridisch kader De aanvraag is strijdig met de beheersverordening Oostelijke Kanaaloever. Artikel 3.10, lid 1, onder a, van de Wabo bepaalt dat in zo’n geval voor vergunningverlening, de openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. II.

Voorgesteld raadsbesluit De raad besluit: • Een ontwerpverklaring van geen bedenkingen te verlenen voor de legalisatie van het bestaande gebruik van het perceel kadastraal bekend TNZ E 3279 voor opslag ten behoeve van het bedrijf gevestigd aan de Rooseveltlaan 8 te Terneuzen. • Aan het besluit voorwaarden te verbinden met het oog op het beperken van de overlast van het bedrijf voor zijn omgeving

III. Uitwerking Aanvraag De aanvraag heeft betrekking op het perceel kadastraal bekend TNZ E 3279. Bedoeling van de aanvraag is om vergunning te verkrijgen voor het gebruik van het gebouw als kantoorruimte en werkplaats, en het gebruik van het omringende terrein voor opslag en het parkeren van materieel. In het algemeen kan het verlenen van een omgevingsvergunning voor het gebruik van gronden langs meerdere invalshoeken plaatsvinden, n.l.: I. Rechtstreeks, door gebruik te maken van flexibiliteitsbepalingen binnen de regels van het bestemmingsplan/de beheersverordening; II. Rechtstreeks, omdat overgangsrecht van toepassing is; III. Door een buitenplanse vergunning voor afwijkend gebruik. Ad I: Gebruik maken van flexibiliteitsbepalingen van de beheersverordening Oostelijke Kanaaloever Artikel 5.4 van de regels van de Beheersverordening maken het mogelijk om af te wijken van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Afwijken kan voor het toelaten van bedrijven tot twee categorieën hoger dan de toelaatbare bedrijven. Dit betekent dat op grond met een bestemming voor bedrijven in milieucategorie 2, bedrijven toelaatbaar kunnen zijn tot maximaal categorie 3.2. Aan het gebruiken van deze flexibiliteitsbepaling zijn een aantal voorwaarden verbonden n.l.: a) Het betrokken bedrijf moet naar aard en invloed op de omgeving b.v.

door werkwijze en/of verschijningsvorm, geacht worden, te behoren tot de toelaatbare milieucategorie 2; b) De gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken moeten niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. Voor het bedrijf geldt dat het aspect “Geluid” maatgevend is voor de categorie-indeling. Het gebied is aan te merken als een gemengd gebied, waardoor de richtafstand tot omringende kwetsbare bebouwing 30 meter bedraagt. Het betekent dat de geluidproductie van het bedrijf op een afstand van 30 m van de grens van de bestemming “bedrijf B”, de normen niet mag overschrijden. Het akoestisch onderzoek dat bij de onderbouwing zit (bijlagen 1 en 2), maakt duidelijk, dat het bedrijf niet aan deze norm kan voldoen. Onderstaande tabel biedt daarin het inzicht. Langtijdgemiddeld geluidniveau Maximaal geluidniveau (Lmax) (Lar,lt) Periode Norm Gemeten waarde Norm Gemeten waarde Dagperiode (7.0045 dB(A) 52 dB(A) 65 dB(A) 65 dB(A) 19.00 uur) Avondperiode 40 dB(A) 41 dB(A) 60 dB(A) 60 dB(A) (19.00 – 23.00 uur Nachtperiode ( 35 dB(A) 38 dB(A) 55 dB(A) 60 dB(A) 23.00 – 7.00 uur) De omringende woningen aan de westzijde van het bedrijf – Hogendijk 6 en 8 - liggen ook binnen de richtafstand van 30 m. De werkelijke afstand van de woningen tot de grens van de bestemming bedraagt namelijk 21 m resp. 29 m.

Nu het bedrijf niet voldoet aan de geluidnormen die passen bij een bedrijf in de milieucategorie 2, kunnen we het bedrijf daarmee ook niet gelijkstellen. Conclusie: We kunnen voor de vergunningverlening geen gebruik maken van de flexibiliteitsbepalingen van de Beheersverordening Oostelijke Kanaaloever.

2

II. Gebruik maken van de regeling voor overgangsrecht. Elk bestemmingsplan kent “overgangsregels”. Kort gezegd houden die regels in dat gebruik dat afwijkt van het bestemmingsplan en dat bestaat op het moment dat het bestemmingsplan van kracht wordt, voortgezet mag worden. Er zijn wel enkele beperkingen aan dat voortgezet gebruik. De afwijking in gebruik mag naar aard en omvang niet vergroot worden. Ook mag het gebruik niet strijdig zijn geweest met het daarvoor geldende bestemmingsplan. De planologische historie van het perceel Rooseveltlaan 8 is complex. In 1977 stelde de gemeenteraad het bestemmingsplan “Driewegen” vast. De gronden hadden in dat plan een agrarische bestemming. Locatie GSNED

Bestemmingsplan Driewegen 1977

Bestemmingsplan Terneuzen Zuidoost 2009

In 1993 kregen Projectbouw Zeeland, Imotec en architectenbureau Kreatuur een vrijstelling, als bedoeld in artikel 19 WRO, om het gebouw en het omringende terrein te gebruiken voor kantoordoeleinden, een werkplaats en beperkte opslag buiten. Kantoren vallen onder milieucategorie 1 van de Bedrijvenlijst (sbi-code 63, 73, 74). De werkplaats van het aannemersbedrijf was zo klein in oppervlakte dat die onder milieucategorie 2 viel ( < 1.000 m² met sbi-code 41,42,43) In juni 2008 kocht BMNED het perceel van Projectbouw. De artikel 19 WRO-vrijstelling zou mee over kunnen gaan. Hiervoor zou er sprake moeten zijn van een bedrijf dat naar aard en omvang van de bedrijfsvoering te vergelijken is met de voorganger. In het begin is dat wellicht het geval geweest. Al snel echter was de situatie anders, simpelweg omdat de buitenopslag van beide bedrijven niet vergelijkbaar was In 2009 stelde de gemeenteraad het bestemmingsplan Terneuzen Zuidoost vast. Dat bestemmingsplan werd van kracht op 6 augustus 2009. De bestemming van de gronden aan de Rooseveltlaan wijzigde door dit bestemmingsplan van “Agrarisch” naar “Bedrijf”, met de aanduiding, dat alleen bedrijven in milieucategorie 2 zich zouden mogen vestigen. GSNED voldeed toen al niet meer aan deze omschrijving.

Omdat zij ook in strijd was met de agrarische bestemming van het voorgaande plan, was het overgangsrecht van het bestemmingsplan Terneuzen Zuidoost niet van toepassing. In dit bestemmingsplan stond ook de bepaling dat het overgangsrecht niet van toepassing is op gebruik dat met het oude bestemmingsplan in strijd was. De Afdeling Rechtspraak van de Raad van State accordeerde deze uitzonderingsbepaling meerdere malen ( ABRS 15 april 1996 en ABRS 16 december 1997). Op 25 juni 2013 stelde de gemeenteraad de Beheersverordening Oostelijke Kanaaloever vast. Deze verordening zette de bestemmingsregeling voor de betrokken gronden, zoals die eerder gold in het bestemmingsplan Terneuzen Zuidoost, voort. Dus: Bestemming bedrijventerrein –B, met de aanduiding, dat alleen bedrijven in milieucategorie 2 toelaatbaar zijn. Waar het bestaande bedrijf van GSNED in 2009 niet in overeenstemming met het bestemmingsplan aanwezig was, gold dat ook voor de Beheersverordening. Uit luchtfoto’s 3

nadien is volstrekt helder dat het bedrijf in 2016 in westelijke richting uitbreidde, zonder enige gemeentelijke toestemming. De bestaande afwijking van het bestemmingsplan werd hierdoor vergroot.

2013

2017

Conclusie Vergunningverlening via het overgangsrecht is niet mogelijk, omdat het overgangsrecht al vanaf 2009 niet op het toen aanwezige bedrijf betrekking had. Zij waren en zijn nog altijd in strijd met de planologische regels aanwezig. III. Vergunningverlening via buitenplanse procedure Duidelijk is dat GSNED aan de Rooseveltlaan in strijd met de Beheersverordening aanwezig is. Formeel is de gemeente hierdoor verplicht een handhavingstraject te starten om deze buitenwettelijke situatie te beëindigen. Op grond van jurisprudentie moet de gemeente voor het starten van een handhavingstraject nagaan of legalisatie tot de mogelijkheden behoort. Eén van de middelen tot legalisatie is de omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan.Een dergelijke procedure voeren wij regelmatig voor een scala aan verzoeken. De commissie Omgeving krijgt daarvan maandelijks een overzicht. Ook voor GSNED bestaat deze wettelijke mogelijkheid, zoals opgenomen in artikel 2,lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Een dergelijke afwijkingsprocedure kan alleen toepassing vinden, als het bedrijf in zijn huidige situatie voldoet aan de wettelijke normen en richtlijnen. Dit in relatie tot de aard van de omgeving en de daar aanwezige functies.

Het criterium voor het voeren van een vergunningprocedure voor afwijkend gebruik is dat sprake is en blijft van een “goede ruimtelijke ordening”. Voor GSNED speelt in dit opzicht een belangrijke rol in hoeverre de milieubelasting van het bedrijf, richting omliggende woonbebouwing voldoet aan de wettelijke normen. Daarvoor is een nadere onderbouwing opgesteld. Ruimtelijke onderbouwing/argumenten In de Staat van Bedrijfsactiviteiten is het bedrijf zelf niet genoemd. Het meest nabij komt een aannemingsbedrijf met werkplaats (sbi-code 45) of een verhuurbedrijf voor machines en werktuigen (sbi-code 713). Omdat het bedrijf een grotere oppervlakte heeft dan 1000 m² geldt voor beide bedrijfstypes, dat zij vallen onder milieucategorie 3.1. Dit betekent dat voor de milieuaspecten van het bedrijf, de normen gelden, zoals die onderdeel zijn van de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” uit 2009, en in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Uitgangspunt in de VNG-publicatie is dat er een ruimtelijke scheiding plaatsvindt tussen bedrijvigheid en milieu-gevoelige functies als Wonen. Om die ruimtelijke scheiding te bereiken houdt de publicatie rekening met maatgevende afstanden tussen de bedrijvigheid en die gevoelige functies. Dat ziet er als volgt uit:

4

Sbicode

41, 42, 43

Omschrijving

Aannemersbedrijf met werkplaats. b.o.: > 1.000 m² 773 Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen Afstand na verlaging met 1 afstandsstap door gebiedsindeling

Afstanden in meters Geur

Stof

Geluid

Gevaar

Grootste Categorie afstand

10

30

50

10

50

3.1

10

0

50

10

50

3.1

0

0

30

0

30

3.1

Die maatgevende afstanden hangen ook samen met de gebiedstypering van de wijk. De publicatie maakt onderscheid tussen “rustige woonwijk”, en “gemengd gebied”. Dit zijn de richtafstanden die gelden voor het omgevingstype: rustige woonwijk. Driewegen is aan te merken als “gemengd gebied”. Hiervoor verwijzen wij naar onderdeel 2.3 van de Ruimtelijke onderbouwing. Deze treft u als bijlage aan bij dit voorstel. De indeling als gemengd gebied betekent dat we de richtafstanden tot kwetsbare functies met één afstandsstap kunnen verlagen. Het gevolg hiervan is dat we de richtafstand op het onderdeel “Geluid”, als meest bepalende factor, kunnen verlagen tot 30 m. De brochure Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geeft aan dat deze richtafstand geldt tussen de grens van de bedrijfsbestemming en de uiterste situering van de gevel van een woning of ander gevoelig object. De woningen Hogendijk 6 en 8 liggen binnen de richtafstand van 30 m. Afwijken van de richtafstand is mogelijk. Hiervoor is een ruimtelijke motivering noodzakelijk. Voor deze ruimtelijke motivering is een onderbouwing opgesteld. In deze onderbouwing is een aantal milieufactoren gewogen. Toets omgevingsfactoren Uit de onderbouwing komt naar voren dat de omgevingsfactoren stof, geur en gevaar geen problemen oproepen.

Immers alle omringende gevoelige bebouwing ligt buiten de voor die onderdelen geldende richtafstand. Peutz onderzocht het onderdeel “trillingen”. Uit dit onderzoek bleek dat overlast door trillingen in de ondergrond niet mogelijk is. De trillingen die bewoners ervaren bestaan uit resonanties. Die komen voort uit luchttrillingen tegen de constructie en in de woning. Dat hangt ook samen met de constructieve situatie van de woning. Door afscherming van de woning ten opzichte van de bron van de luchttrillingen zou in deze situatie verbetering moeten komen. De ruimtelijke onderbouwing die onder de aanvraag ligt voor de zuidelijke uitbreiding van het bedrijf maakt duidelijk dat het bestaande bedrijf GSNED ook geen problemen oproept voor de omgevingsfactoren bodemkwaliteit, archeologie, ecologie, luchtkwaliteit, externe veiligheid, parkeren, kabels en leidingen en water. Alleen voor het onderdeel Geluid is een nadere afweging en motivering noodzakelijk. Omdat een tweetal woningen binnen de richtafstand liggen, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek neemt de Representatieve BedrijfsSituatie (RBS) als uitgangspunt. Paragraaf 3.2. van het onderzoek beschrijft deze RBS. Maatgevend is het aantal vrachtwagenbewegingen, de rijsnelheid, de tijd voor warm draaien van motoren, het gebruik van los- en laadmaterieel en de duur van het gebruik van de wasplaats.

Het gebruik van de werkplaats is gesteld op 8 uur/dag. 5

Wij toetsen de uitkomsten van dit akoestisch onderzoek aan de normen die gelden voor de geluidbelasting, zoals opgenomen in afdeling 2.8 van het Activiteitenbesluit. Wij toetsen daarbij zowel het langtijdgemiddeld geluidniveau als het maximaal toelaatbare geluidniveau aan deze normen. De uitkomst van deze toetsing ziet er als volgt uit: Langtijdgemiddeld geluidniveau Onderstaande tabel geeft de rekenresultaten aan in het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (Lar,lt) in de huidige situatie (zonder de gevraagde uitbreiding) Adres Hogendijk 4 Hogendijk 6 Hogendijk 8 Hogendijk 12 Hogendijk 49 Hogendijk 51 Hogendijk 53

Dagperiode 07.00 – 19.00 uur

Avondperiode 19.00 – 23.00 uur

Nachtperiode 23.00 – 0.700 uur

Uitslag huidig

Norm dB(A)

Uitslag huidig

Uitslag huidig

Norm dB(A)

50

30 30 37 32 34 35 35

26 27 33 35 30 31 32

40

40 43 43 48 43 43 43

Norm dB(A)

45

Wij tekenen hierbij aan dat de geluidbelasting op de gevels van de woningen in de dagperiode de belasting weergeeft op vloerniveau, en niet op het niveau van de verdieping van de woningen. Het gemeten geluidniveau overschrijdt nergens de normering. Maximaal geluidniveau In de volgende tabel staan de rekenresultaten van het akoestisch onderzoek voor het maximale geluidniveau (La,max). Het betreft de gevelbelasting voor de huidige situatie (zonder de gevraagde uitbreiding) Adres Hogendijk 4 Hogendijk 6 Hogendijk 8 Hogendijk 12 Hogendijk 49 Hogendijk 51 Hogendijk 53

Dagperiode 07.00 – 19.00 uur

Avondperiode 19.00 – 23.00 uur

Nachtperiode 23.00 – 0.700 uur

Uitslag huidig

Norm dB(A)

Uitslag huidig

Uitslag huidig

Norm dB(A)

70

53 55 58 59 56 57 58

53 55 58 59 54 56 57

60

56 60 61 64 58 58 60

Norm dB(A)

65

Het uitgevoerde akoestisch onderzoek maakt duidelijk dat de geluidbelasting op de gevels van omringende woningen, nergens de voorkeurswaarde van het Activiteitenbesluit overschrijdt. Effect van het treffen van afschermende maatregelen Aanvrager liet onderzoeken in hoeverre door het treffen van afschermende maatregelen een geluidbelasting kan ontstaan die verder binnen de normering van het Activiteitenbesluit blijft. Hiervoor is in het rekenmodel een geluidscherm ingevoerd met een hoogte van 2 m tegen de zuidelijke begrenzing van het terrein.

6

Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (Lar,lt) met een geluidscherm op de zuidgrens van het bedrijf ziet er als volgt uit Dagperiode 07.00 – 19.00 uur

Avondperiode 19.00 – 23.00 uur

Adres

Uitslag huidig zonder scherm

Uitslag huidig met scherm

Uitslag huidig zonder scherm

Uitslag huidig met scherm

Hogendijk 4 Hogendijk 6 Hogendijk 8 Hogendijk 12 Hogendijk 49 Hogendijk 51 Hogendijk 53

40 43 43 48 43 43 43

40 43 43 45 44 43 43

30 30 37 32 34 35 35

29 29 37 32 34 35 35

Norm dB(A)

50

Nachtperiode 23.00 – 0.700 uur Norm dB(A)

45

Uitslag huidig zonder scherm

Uitslag huidig met scherm

26 27 33 35 30 31 32

26 27 33 34 30 31 32

Norm dB(A)

40

In de volgende tabel staat de uitslag van het akoestisch onderzoek naar het maximale geluidniveau (Lamax) indien we rekening houden met de aanwezigheid van een geluidscherm. Dagperiode 07.00 – 19.00 uur

Avondperiode 19.00 – 23.00 uur

Adres

Uitslag huidig, zonder scherm

Uitslag huidig met scherm

Uitslag huidig zonder scherm

Uitslag huidig met scherm

Hogendijk 4 Hogendijk 6 Hogendijk 8 Hogendijk 12 Hogendijk 49 Hogendijk 51 Hogendijk 53

56 60 61 64 58 58 60

56 59 60 56 57 57 59

53 55 58 59 56 57 58

53 55 58 59 56 57 57

Norm dB(A)

70

Nachtperiode 23.00 – 0.700 uur Norm dB(A)

65

Uitslag huidig zonder scherm

Uitslag huidig met scherm

53 55 58 59 54 56 57

53 55 57 59 54 56 56

Norm dB(A)

60

De conclusie is, dat het aanbrengen van een geluidscherm langs de zuidelijke perceelgrens alleen bij Hogendijk 12 enig soelaas biedt. Overdag is er sprake van een 3 dB(A) lagere gevelbelasting voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. Het maximale geluidniveau bij deze woning vermindert in de dagperiode met 8 dB(A). De overall conclusie op de milieucomponent Geluid is dat het bedrijf nergens de geluidnormen van het Activiteitenbesluit overschrijdt. Tevens is de conclusie dat het aanbrengen van een geluidscherm beperkte positieve effecten heeft. Milieuhinder en bedrijvigheid Het bedrijf vestigde zich in juni 2008 op de huidige locatie. Tot eind 2015 ontmoette de bedrijfsvoering niet/nauwelijks kritiek bij omwonenden. Na 2015 kwam er wijziging in deze situatie, omdat het bedrijf aan de westzijde een fors stuk van de groenvoorziening verwijderde. In plaats daarvan kwam er verharding. Die dient ervoor om bedrijfsvoertuigen te parkeren en andere materialen op te slaan. Luchtfoto’s maken het verschil in de bedrijfssituatie ten opzichte van de omgeving helder.

7

Situatie bedrijf in 2013

Situatie bedrijf in 2017

De bedrijfsvoering schoof tussen 2013 en 2017 steeds verder westwaarts op, richting de omringende woningen. Dat gebeurde overigens wel op gronden met de bestemming Bedrijf. De omringende woningen zijn in het algemeen van oudere datum. Zij kennen ook een lager geluidwerend vermogen dan hedendaagse woningen. Bewoners klagen niet alleen over geluidoverlast, maar ook over visuele hinder, lichthinder en trillinghinder, en werken buiten “normale werktijden”. De klachten van omwonenden over het bedrijf, duiden op een situatie dat het woonklimaat onder druk staat. Dit ondanks het feit dat het bedrijf geen geluidnormen overschrijdt. Deze situatie rechtvaardigt dat we aan een omgevingsvergunning nadere voorwaarden verbinden om het woonklimaat in de wijk maximaal te beschermen. Weging van de belangen. Bewoners in de wijk Driewegen wonen daar veelal al jarenlang en zijn gewend aan inbreuken op hun woonomgeving door de geluidbelasting en het verkeer bij Oostelijke Kanaaloevers. In het algemeen zijn de woningen van oudere datum. Deze hebben een lager isolerend vermogen dan moderne woningen. Daardoor is een verzwaring van de milieubelasting eerder merkbaar in deze woningen. De bewoners hebben er ook recht op dat de (gemeentelijke) overheid hun woongenot zoveel als mogelijk beschermt. Op het punt van de ervaren geluidoverlast blijkt uit onderzoek dat deze binnen de wettelijke normen blijft.

Nergens overschrijdt het langtijdgemiddeld geluidniveau de norm van 50 dB(A). Wij wijzen er op dat de woningen van Driewegen binnen de geluidzone van het industrieterrein Oostelijke Kanaaloever liggen, dus ook binnen het gebied waar vanwege dat bedrijventerrein al een geluidbelasting van 50 dB(A) bestaat. Bureau Peutz onderzocht de klacht op het gebied van trillingen (bijlage 3 ruimtelijke onderbouwing). Dat blijken resonanties door luchttrillingen te zijn. Door afscherming kunnen we aan deze klacht tegemoet komen. Datzelfde geldt voor de klacht over horizonvervuiling. Op dit punt tekenen wij aan dat ook in de vrijstelling ex artikel 19 WRO voor de rechtsvoorganger van GSNED, opslag op het buitenterrein mogelijk was. Die opslag mocht maximaal 4 m hoog zijn. Lichtoverlast wil het bedrijf nu al vermijden door een kapconstructie op de 2 lichtmasten toe te passen ( zie par. 4.8 ruimtelijke onderbouwing). De overlast door het werken “buitenom normale werktijden” valt te vermijden door een gericht voorschrift in de omgevingsvergunning. Tegenover het belang van de bewoners van de wijk Driewegen staat het belang van het bedrijf GSNED. Het bedrijf zou redelijkerwijs over voldoende opslagruimte moeten kunnen beschikken, en waar dat tekort schiet tot een –beperkte – uitbreiding ervan moeten kunnen komen.

Het uitplaatsen van het bedrijf is aan de orde geweest in gesprekken met het bedrijf. De financiële haalbaarheid van een uitplaatsing is nagenoeg nihil.

8

Uit de uitgevoerde onderzoeken en uit de toelichting in de ruimtelijke onderbouwing komt naar voren dat een vergunningverlening voor de hoofdvestiging van het bedrijf geen strijd met een goede ruimtelijke ordening oplevert. Uit een oogpunt van het bieden van een zo goed mogelijk woonklimaat voor de bewoners in de omgeving van het bedrijf is het noodzakelijk aan een te verlenen omgevingsvergunning nadere voorwaarden te verbinden. Voorwaarden Het stellen van deze aanvullende voorwaarden is temeer nodig omdat het Activiteitenbesluit milieubeheer geen onderscheid maakt tussen week/weekend. Ook werkzaamheden buiten de reguliere tijden (07.00-19.00 uur) zijn toegestaan, onder voorwaarde dat men de grenswaarden niet overschrijdt. Laad- en losactiviteiten zijn van geluidsnormen vrijgesteld tussen 07.00 en 19.00. Deze factoren kunnen voor de omringende woningen tot een beperking van een goed woonklimaat leiden. Om dit te voorkomen zijn nadere voorwaarden nodig, tot verdere beperking van geluidoverlast, resonanties en visuele hinder. De volgende voorwaarden willen wij verbinden aan de omgevingsvergunning voor de afwijking van het bestemmingsplan: 1. Het bedrijf mag niet operationeel zijn tussen 19.00 uur en 07.00 uur. Dit geldt niet alleen voor laden en lossen van materieel, maar ook voor startende en wegrijdende vrachtwagens; 2.

Het bedrijf moet niet alleen aan de zuidzijde van het bedrijf, maar ook aan de westzijde een (geluidwerende) voorziening met een hoogte van 2 m aanbrengen. Deze voorziening moet het bedrijf uiterlijk binnen 1 maand na het van kracht worden van de vergunning aan de gemeente ter goedkeuring voorleggen. Het onderhoud van deze voorziening moet het bedrijf waarborgen; 3. Tussen de geluidwerende voorziening en de erfgrens dient het bedrijf een strook met een breedte van 2 m in te planten met streekeigen groen. Het bedrijf moet het groenplan uiterlijk binnen 1 maand na het van kracht worden van de vergunning ter goedkeuring aan de gemeente voorleggen. Het onderhoud van deze groenstrook dient het bedrijf ook te waarborgen; 4. De achteruitrij-automaat van de vrachtwagens moet uitgeschakeld zijn tijdens het manoeuvreren op het terrein van de inrichting; 5. Het bedrijf mag alleen met een vorkheftruck werken, als deze elektrisch aangedreven is. III.

Procedure

Onderdeel van de voorbereidingsprocedure om te komen tot een besluit over vergunningverlening, is de verklaring van geen bedenkingen die de gemeenteraad in een dergelijk geval moet afgeven. De artikelen 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn hiervoor het kader. Op 11 november 2010 besloot de gemeenteraad als categorie van gevallen aan te wijzen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 2.27 Wabo jo. 6.5 Bor vereist is: 1. alle projecten waarvoor het college bevoegd gezag is waarbij, voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1., eerste lid onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, toepassing wordt gegeven aan artikel 2.12, eerste lid onder a, sub 3o van die wet (“omgevingsprojectbesluit”), met uitzondering van: o die projecten, die na behandeling van het overzicht van aanvragen die in strijd zijn met het bestemmingsplan in de commissie Omgeving, op voorstel van de Commissie als politiek gevoelig worden aangemerkt en vervolgens worden geagendeerd voor behandeling in de gemeenteraad. De commissie Omgeving bepaalde op 17 juni 2020 en op 7 april 2021 dat de aanvraag van het bedrijf voor de uitbreiding in zuidelijke richting, politiek gevoelig is. Logischerwijs is dat 9

hetzelfde voor de aanvraag van het bedrijf voor het legaliseren van de situatie die nu bestaat, exclusief de zuidelijke uitbreiding. Wij kunnen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in dit geval geen omgevingsvergunning verlenen zonder dat de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen afgeeft. Een verklaring van geen bedenkingen is een instemming van een ander bestuursorgaan dan het bevoegde gezag voor de vergunningverlening. Wij vragen nu aan de gemeenteraad een besluit te nemen tot afgifte van een ontwerpverklaring van geen bedenkingen. Als uw raad besluit tot afgifte van het ontwerp van een verklaring van bedenkingen voor het aanwezig zijn van het bestaande bedrijf aan de Rooseveltlaan 8, dan zullen wij dit ontwerp, samen met de ontwerp omgevingsvergunning, ter inzage leggen. Tegen het ontwerp van de verklaring en het ontwerp van de vergunning kan iedereen gedurende 6 weken een zienswijze indienen. Als dat gebeurt, zal uw raad deze zienswijzen moeten afwegen bij uw besluit over de definitieve verklaring van geen bedenkingen. Dit definitieve besluit zal vervolgens deel uitmaken van de te verlenen omgevingsvergunning.

IV.

Ondertekening

Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Terneuzen, gemeentesecretaris,

burgemeester,

J.G. (Jan) Princen

J.A.H. (Jan) Lonink

Bijlage: Ruimtelijke onderbouwing

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9942685/1