2021-04-07 Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing Uitbreiding GSNED
Tekst van het document
Terneuzen Rooseveltlaan 8, Terneuzen
Ruimtelijke onderbouwing
Uitbreiding GSNED, Rooseveltlaan 8 Terneuzen
omgevingsvergunning
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
05‐07‐2019 11‐03‐2021
ontwerp vastgesteld
NL.IMRO.0715.Nb‐0001 projectnummer:
44000785.20171412 opdrachtleider:
C.A. Louws Segeerssingel 6
aangesloten bij:
RBOI - Rotterdam postbusbv430 Delftseplein 27b 4330 AK Middelburg Postbus 150 T: 0118- 68 90 10 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85middelburg@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl
2
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
3
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding en doel
7
1.2
Projectgebied
7
1.3
Geldend planologisch kader
8
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
9
2.1
Huidige situatie
9
2.2
Gewenste situatie
10
Hoofdstuk 3
Beleidskader
11
3.1
Rijksbeleid
11
3.2
Provinciaal beleid
11
3.3
Regionaal en gemeentelijk beleid
13
Hoofdstuk 4
Sectorale aspecten
15
4.1
Archeologie
15
4.2
Cultuurhistorie
16
4.3
Bodemkwaliteit
16
4.4
Water
17
4.5
Ecologie
17
4.6
Luchtkwaliteit
19
4.7
Milieuhinder en bedrijvigheid
20
4.8
Lichthinder
21
4.9
Verkeer en parkeren
22
4.10
Externe veiligheid
23
4.11
Kabels en leidingen
23
4.12
Conclusie
24
Hoofdstuk 5
Juridische vormgeving
25
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
27
6.1
Financiële uitvoerbaarheid
27
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
27
Bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing
29
Bijlage 1
Bodemonderzoek
31
Bijlage 2
Watertoets
33
Bijlage 3
Quick scan ecologie
35
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
4
Bijlage 4
Onderzoek industrielawaai
37
Bijlage 5
Trillingsonderzoek
39
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
ruimtelijke onderbouwing
6
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Het bedrijf GSNED dat gevestigd is op Rooseveltlaan 8 te Terneuzen, is een bedrijf voor grondmechanica, grond‐, weg‐ en waterbouwwerken. GSNED heeft een perceel ten zuiden van het oorspronkelijke bedrijfsperceel aangekocht en in gebruik genomen voor opslag van materiaal en materieel (hierna: het projectgebied). In de geldende beheersverordening Oostelijke Kanaaloever en de hierbij behorende wijzigingen, is het gebruik van deze gronden als bedrijventerrein niet toegestaan. De uitbreiding het terrein kan planologisch mogelijk gemaakt worden met omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan. Voor deze procedure is een ruimtelijke onderbouwing (hierna RO) noodzakelijk ter verantwoording van de omgevingsvergunning. De voorliggende RO voorziet in deze onderbouwing.
1.2
Projectgebied
Het projectgebied bestaat uit het uitbreidingsperceel, dat is gelegen tussen het oorspronkelijke bedrijfsperceel van GSNED en de woningen ten zuiden daarvan. De oppervlakte van het perceel bedraagt 1.625 m2. Het projectgebied ligt in de oostelijke uitlopers van het bedrijventerrein Oostelijke Kanaaloevers, in een gebied met zowel bedrijven als woningen. Het gebied ligt aan de oostgrens van de Zeeuws‐Vlaamse Kanzaalzone. Het bedrijf ligt aan de verbindingsweg Rooseveltlaan waaraan verschillende bedrijven zijn gevestigd. Aan de zuid‐ en westzijde van het bedrijf liggen een dertigtal woningen. De bedrijfslocatie (zie figuur 1.1. en 2.1.) wordt aan de noordzijde begrensd door de Rooseveltlaan, aan de zuidzijde door het perceel van de woning op Hogendijk 12. Aan de westzijde is een groenstrook gelegen, bestaande uit de wal langs de Hogendijk die het projectgebied begrenst. Ten westen van de wal is een cluster met een aantal woningen gelegen en is nog een bedrijf gevestigd. Aan de oostzijde van het projectgebied liggen twee bedrijfspanden, met daartussen volkstuinen.
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
8
Figuur 1.1. Locatie projectgebied (bron: luchtfoto kadaster Nederland)
1.3
Geldend planologisch kader
Op het projectgebied geldt de beheersverordening 'Oostelijke Kanaaloever', vastgesteld op 25 juni 2013 en de eerste en tweede wijziging van deze beheersverordening. Aan het projectgebied is de functie Wonen toegekend, het gebruik als opslag locatie van een bedrijf is niet toegestaan binnen deze functie. De uitbreiding van het bedrijfsperceel kan mogelijk gemaakt worden door het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan. Hiervoor dient de procedure voor een buitenplanse afwijking te worden doorlopen conform Wabo artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3. Deze ruimtelijke onderbouwing biedt de verantwoording van die afwijking.
1.4
Leeswijzer
Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit vijf hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving van het project gegeven. Hoofdstuk 3 beschrijft de toetsing aan het geldende beleidskader. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de resultaten van de sectorale toetsen beschreven. In hoofdstuk 5 wordt kort ingegaan op de juridische vormgeving en tot slot komt in hoofdstuk 6 de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan bod.
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
9
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
GSNED is een bedrijf voor grondmechanica, grond‐ weg‐ en waterbouwwerken. Het bedrijf voert werkzaamheden uit op locatie elders. Op het bedrijfsperceel aan de Rooseveltlaan worden voertuigen en materieel onderhouden en vind opslag van materiaal plaats. Op het perceel is een bedrijfspand aanwezig, met kantoor en werkplaats. Daarnaast is er rondom het pand parkeerruimte en ruimte voor opslag van materiaal en materieel, dat wordt ingezet bij de werkzaamheden van het bedrijf op locatie. Het terrein van de uitbreiding van GSNED is reeds grotendeels ingericht als opslaglocatie voor het bedrijf. Het perceel is omringd door een muur van zo'n twee meter hoog, waarbinnen bouwmateriaal en machines worden opgeslagen. Het perceel is aan de noordzijde via het perceel van het bestaande bedrijf toegankelijk. In het gebied rondom de uitbreidingslocatie zijn verschillende bedrijfs‐ en kantoorpanden aanwezig. Daarnaast zijn er woningen aan de west‐ en zuidzijde van de bedrijfslocatie gelegen. De westzijde van het projectgebied is begrensd door een wal met gras. De grens tussen het projectgebied en de volkstuintjes aan de oostzijde wordt gevormd door een bomenrij. De uitbreidingslocatie grenst aan de zuidzijde aan de tuin van een de woning op Hogendijk 12.
Figuur 2.1. Huidige situatie projectgebied (bron: luchtfoto provincie Zeeland)
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
10
2.2
Gewenste situatie
In aansluiting op het huidige terrein van het bedrijf wil men het projectgebied inrichten als opslag locatie. Op dit terrein worden bouwmaterialen opgeslagen en machines tijdelijk gestald. De materialen en machines worden elders gebruikt, het bedrijf werkt op locatie in binnen‐ en buitenland. Het terrein zal verhard worden en er zal een visuele afscheiding komen tussen het projectgebied en de woningen aan de zuidzijde. Daarnaast zal er een geluidscherm van 2 meter hoog gerealiseerd worden aan de zuidzijde en de westzijde van het projectgebied. Dit scherm zal worden begroeid met klimop, zodat het scherm een groene uitstraling heeft.
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
11
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro) Op grond van zowel het rijksbeleid (het Bro), als het provinciaal beleid (het Omgevingsplan en de Verordening ruimte) dient bij een stedelijke ontwikkeling uitgegaan te worden van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het doel hiervan is een zorgvuldig ruimtegebruik, de herstructurering van bebouwde terreinen/gebieden en de bundeling van functies. Hierbij moet de behoefte naar de ontwikkeling worden aangetoond en in geval van een ontwikkeling buiten het stedelijk gebied moet worden aangetoond dat deze niet binnen het stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Toetsing Omdat er sprake is van een ontwikkeling van meer dan 500 m² is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is de ladder van toepassing. GSNED is een goed lopend bedrijf dat ook internationaal zich aan het ontwikkelen is. Omdat het bedrijf momenteel in een snel tempo ontwikkelt, heeft het op korte termijn meer ruimte nodig. De uitbreiding is een beperkte vergroting van het bestaande terrein. Deze uitbreiding heeft dan ook geen gevolgen voor het bestaande aanbod aan bedrijventerreinen in de regio.
Bovendien blijkt uit het document Regionaal Bedrijventerreinenprogramma Zeeuws‐Vlaanderen 2016‐2025 dat in de regio Kanaalzone de ontwikkelingen van de nieuwe sluis en de verdubbeling van de Tractaatweg voor een impuls op de ontwikkeling van de bedrijventerreinen zullen zorgen. Door de ruimtebehoefte van GSNED op dit terrein op te lossen legt de ontwikkeling geen druk op de regionale bedrijventerreinprogrammering.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsplan Zeeland 2018 Het Omgevingsplan is het provinciaal beleidsplan voor economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Voor een krachtig Zeeland zijn economische groei, ontwikkeling en innovatie nodig. De Provincie zet in op een sterke economie, een goed woon‐ en werkklimaat en kwaliteit van water en landelijk gebied.
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
12
Een van de doelstellingen voor de steden en regio's in Zeeland is het kunnen aanbieden van voldoende kwalitatief hoogwaardige bedrijventerreinen. Voor een gezonde ontwikkeling van de Zeeuwse economie is voldoende ruimte voor economische functies een belangrijke voorwaarde. Er moet voldoende aanbod zijn aan goed ontsloten bedrijventerrein om de economische dynamiek optimaal te dienen. Er is geen structureel overaanbod en door herstructurering van bestaande terreinen, sluit de kwaliteit van bedrijventerreinen goed aan bij de wensen en kansen uit de markt. De Zeeuws‐Vlaamse gemeenten en de provincie Zeeland hechten in dat kader belang aan een gezonde, toekomstbestendige bedrijventerreinenmarkt. Dit komt enerzijds neer op het vraaggericht ontwikkelen van voldoende ruimte (kwantitatief) voor nieuwvestiging, verplaatsing of uitbreiding van bedrijven. Anderzijds dient het aanbod aan terreinen niet te ruim te zijn. Bestaande kleinschalige terreinen hebben eenmalig de mogelijkheid voor een beperkte afronding, indien de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse verbetert. Verder dient deze ruimte voor bedrijvigheid in kwalitatief opzicht in orde te zijn, dat wil zeggen dat het profiel en de locatie van deze terreinen moeten beantwoorden aan de eisen die het bedrijfsleven daar aan stelt.
Lokaal zijn er aanzienlijke verschillen in het leefmilieu, maar over het algemeen scoort de provincie positief op dit punt. De provincie wil de kwaliteit van de woonomgeving daarom ook bewaken. Het bewaken van een optimale scheiding van woningen en bedrijven die geluid produceren, veiligheidsrisico's geven of verontreinigingen uitstoten, is van belang om de milieukwaliteit te behouden. De Provincie Zeeland voorkomt waar doelmatig geluidshinder afkomstig van provinciale wegen en de bedrijven waarvoor de Provincie bevoegd gezag is op basis van de Wet milieubeheer. Daarnaast zorgt de Provincie voor vastleggen en monitoren van geluidsruimte voor regionale industrieterreinen en het behouden van stilte in milieubeschermingsgebieden zonder bedrijvigheid onnodig te belemmeren. Toetsing De ontwikkeling is een vraaggerichte ontwikkeling voor de uitbreiding van een bestaand bedrijf, en sluit daarmee aan bij het provinciaal beleid. Daarnaast is het van belang dat een leefmilieu van de naastgelegen woningen gewaarborgd blijft. Hieraan wordt getoetst in hoofdstuk 4, hieruit blijkt dat een goed woon‐ en leefmilieu ‐ rekening houdend met de aard van de omgeving ‐ gewaarborgd blijft. Overige provinciale belangen zoals die zijn gedefinieerd in het Omgevingsplan Zeeland 2018, worden door deze ontwikkeling waarbij sprake is van een kleine uitbreiding van bestaand bedrijventerrein, niet geraakt.
Provinciale Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018 In de Provinciale Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018, staat dat uitbreiding van bestaande kleinschalige bedrijventerreinen niet toegelaten wordt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat sprake is van een beperkte afronding waarbij de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbetert. Onder een verbetering van ruimtelijke kwaliteit wordt onder andere verstaan een meer dan gebruikelijke groenstructuur rond het bedrijventerrein of een aanzienlijke verbetering van de openbare ruimte / de inrichting of de ontsluiting van het terrein of de directe omgeving ervan. Toetsing De ontwikkeling betreft een beperkte afronding van een bestaand bedrijf. Omdat het een beperkte uitbreiding binnen de structuur van gemengd gebied is, omsloten door bestaande percelen van woningen en volkstuinen is er weinig ruimte voor het toepassen van groenstructuren of openbare ruimte. In de huidige situatie is reeds sprake van een visuele afscheiding tussen het perceel en de omliggende omgeving. Verder is van belang dat een akoestische erfscheiding zal worden aangebracht aan de zuid‐ en westzijde van het terrein, om de overlast bij de omliggende woningen te beperken. Dit geluidsscherm zal worden voorzien van klimopbeplanting, zodat sprake is van een groene afscherming.
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
13
3.3
Regionaal en gemeentelijk beleid
Structuurvisie Terneuzen 2025 In de Structuurvisie Terneuzen 2025 is voor het gehele grondgebied van de gemeente Terneuzen op hoofdlijnen het ruimtelijke beleid vastgelegd. In de structuurvisie is het projectgebied onderverdeeld in de strategie 'behoud' Deze strategie is gekozen voor de delen van de gemeente waar binnen de looptijd van de structuurvisie geen of zeer beperkte veranderingen zijn te verwachten. Het huidige ruimtelijke beeld en het functioneren is goed. Kleinschalige aanpassingen aan de ruimtelijke structuur of ontwikkelingen die passen binnen de functionele omgeving zijn mogelijk, waarbij de nadruk ligt op de kwaliteit van het leefklimaat. Toetsing Het betreft een kleinschalige uitbreiding van een bestaand bedrijf in gemengd gebied. De toetsing in hoofdstuk 4 van deze RO geeft aan dat een goed leefklimaat zal worden gewaarborgd, rekening houdend met de aard van de omgeving. Regionaal Bedrijventerreinenprogramma Zeeuws ‐ Vlaanderen 2016‐2025 In het document Regionaal Bedrijventerreinenprogramma Zeeuws‐Vlaanderen 2016‐2025 heeft de regio Zeeuws‐Vlaanderen de bestaande bedrijventerreinen geanalyseerd en de behoefte aan bedrijventerreinen tot 2025 beschreven. Over de hele regio Zeeuws‐Vlaanderen genomen is het direct uitgeefbaar aanbod hoger dan de behoefte. Het merendeel van het aanbod op kleinschalige terreinen ligt in de gemeente Sluis.
Hoewel er een overaanbod aan bedrijventerreinen is in de regio, bestaat dit overaanbod op plaatsen waar geen behoefte is. Op andere locaties is juist behoefte is aan meer oppervlakte aan bedrijventerrein. In het document wordt dan ook gesteld dat uitbreiding voor aantoonbare behoefte daarom altijd mogelijk moet blijven. Indien uitbreiding van bedrijventerreinen nieuwvestiging mogelijk maakt, dan mag de onaantrekkelijke voorraad dit niet hinderen. Door de ontwikkelingen in de Kanaalzone wordt bovendien een impuls aan de bedrijventerreinen in deze regio verwacht. Toetsing en conclusie Het huidige bedrijf aan de Rooseveltlaan 8 is in dit programma opgenomen als onderdeel van het bedrijventerrein Terneuzen Haarmanweg. De uitbreiding van GSNED op de uitbreidingslocatie betreft een uitbreiding van bedrijventerrein met ca 0.14 ha. Deze uitbreiding van bedrijventerrein wordt direct weer ingevuld door het bedrijf. De uitbreiding hindert de bestaande voorraad daarom niet. De nieuwe bebouwing is noodzakelijk om het materieel van het bestaande bedrijf op te kunnen slaan. Het regionale en gemeentelijk beleid staat de ontwikkeling niet in de weg.
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
14
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
15
Hoofdstuk 4
4.1
Sectorale aspecten
Archeologie
Toetsingskader Toetsingskaders voor het aspect archeologie zijn de beheersverordening Oostelijke Kanaaloever, de gemeentelijke Erfgoedverordening, het gemeentelijke interim beleid archeologie De onderste steen boven'' (2011) en de Vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen (16 november 2017). In de beheersverordening Oostelijke Kanaaloever is het beleid van de gemeente vertaald in dubbelbestemmingen. Ter plaatse van het projectgebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde ‐ Archeologie 2'. Hier geldt dat, indien de gronden worden geroerd met een oppervlakte van 500 m² of meer en dieper dan 50 cm, een archeologisch onderzoek plaats moet vinden. De vrijstellingskaarten voor archeologie van de gemeente Terneuzen zijn recent geactualiseerd. De vrijstellingsdiepte van 50 centimeter van het projectgebied is hierin onveranderd gebleven.
Figuur 4.1 Vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen 2017, locatie blauw omrand. Toetsing en conclusie De ontwikkeling gaat alleen voor de fundering van het geluidsscherm gepaard met bodemingrepen dieper dan 50 centimeter. De oppervlakte van deze funcering is kleiner dan 500 m2. Dat betekent dat geen archeologisch onderzoek hoeft te worden uitgevoerd. Overigens geldt een wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet) voor het melden van eventuele vondsten bij graafwerkzaamheden. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
16
4.2
Cultuurhistorie
Toetsingskader Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het nemen van ruimtelijke besluiten rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden.
Figuur 4.2 Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Terneuzen 2013, locatie blauw omrand. Toetsing en conclusie Voor de beoordeling van het aspect cultuurhistorie is de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Terneuzen beschikbaar, zie figuur 4.2. Hieruit blijkt dat in het projectgebied en de directe omgeving daarvan geen cultuurhistorische waarden van betekenis aanwezig zijn waarmee rekening moet worden gehouden. In figuur 4.2 is in het lichtgroen de Graaf Jansdijk weergegeven en in het donkergroen dijkbeplanting weergegeven. De donkerblauwe cirkel geeft de Rooseveltlaan 8 weer.
4.3
Bodemkwaliteit
Toetsingskader Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit ter plaatse te worden onderzocht. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Toetsing Om de milieu hygiënische kwaliteit te bepalen en de daarbij horende hergebruiksmogelijkheden van de grond vast te stellen is door Agel adviseurs bodemonderzoek gedaan (bijlage 1). De conclusies uit dit onderzoek zijn hierna kort weergegeven.
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
17
Het bemonsterde materiaal betreft klei. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in de partij grond sporen puin (<1%) waargenomen. Er zijn zintuiglijk in en op de bemonsterde grond geen asbestverdachte materialen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden is visueel een homogene partij aangetroffen. De onderzochte partij grond voldoet milieu hygiënisch aan de kwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarden’ en is derhalve toepasbaar in grootschalige toepassingen op of in de bodem. Conclusie Het aspect bodem staat de ontwikkeling niet in de weg.
4.4
Water
Ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling dient een watertoets met het waterschap overlegd te worden. Bij de watertoets gaat het om allerlei waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Onderzoek en conclusie Bij het waterschap Scheldestromen wordt hiervoor een watertoetstabel gebruikt. In deze tabel zijn de hiervoor genoemde aspecten verwerkt. De watertoetstabel in bijlage 2 is ingevuld voor de ontwikkeling aan de Rooseveltlaan. Voor waterbergingscompensatie zijn verschillende mogelijkheden onderzocht. Waterberging op eigen terrein is wegens de beperkte ruimte niet mogelijk. Ook in de directe omgeving is geen mogelijkheid gevonden voor de benodigde waterberging: de sloot direct naast het plangebied is wegens het peilniveau niet geschikt en ook de waterbergingsvijvers aan de overzijde van de Rooseveltlaan zijn geen mogelijkheid gebleken. In overleg met het waterschap zal de waterbergingsopgave worden afgekocht en zal een bijdrage in het waterbergingsfonds worden gestort. Het aspect water staat de ontwikkeling niet in de weg.
4.5
Ecologie
Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier‐ en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura‐2000‐gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura‐2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000‐gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen;
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
18
het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000‐netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Het NNN is in Zeeland uitgewerkt in het Natuur Netwerk Zeeland (NNZ). Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; en de bescherming van overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. In de provincie Zeeland geldt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud een vrijstelling voor een groot deel van de “overig” beschermde soorten.
Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Dit betreft de meest algemene soorten amfibieën en zoogdieren. Voor de Europees beschermde soorten (Vogel‐ en Habitatrichtlijn) is er geen beleidsruimte en is de bescherming onveranderd. Onderzoek Om te onderzoeken of er geen negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden in en rond het projectgebied zijn te verwachten door de ontwikkeling is een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd door adviesbureau Wieland (bijlage 3). De resultaten van de quickscan worden hieronder kort samengevat. Gebiedsbescherming Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Het projectgebied is geen Beschermd Natuurmonument of Natura 2000 gebied. De afstand tot een Natura 2000 gebied bedraagt meer dan vijf kilometer. Dit betreft het Natura 2000 gebied Westerschelde
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
19
& Saeftinghe. Met de AERIUS Calculator is bepaald of door het gebruik van de projectlocatie stikstofdepositie ontstaat op stikstofgevoelige en overbelaste Natura2000‐habitattypen. Uit de berekeningen blijkt dat geen stikstofdepositie optreedt (depositie 0,00 mol/ha/jr). De geplande werkzaamheden hebben geen negatieve effecten op dit gebied. Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Het projectgebied ligt niet in een gebied dat begrensd is in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De dichtstbijzijnde gebieden zijn gelegen op circa 1 kilometer afstand. Dit betreft de Otheense kreek, deze heeft het natuurdoeltype brak water. Gezien de afstand tot dit gebied en de kleinschalige werkzaamheden zijn er geen negatieve effecten te verwachten op de kwaliteit van dit gebied. Soortenbescherming Uit de Quickscan is gebleken dat er voor zoogdieren, watervogels, reptielen en amfibieën, vissen en ongewervelden geen negatieve, schadelijke of nadelige effecten zijn te verwachten. Er zijn verschillende broedvogels in en rondom het projectgebied aanwezig waaronder de beschermde soorten ransuil en huismus. Voor broedvogels geldt dat er geen nadelige gevolgen te verwachten zijn indien de beplanting verwijderd wordt buiten de broedperiode. De broedperiode is van 15 maart tot 15 juli. Voor het overige zijn er geen beschermde soorten aanwezig in het projectgebied.
Conclusie Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er is ook geen negatief effect te verwachten op de natuurkwaliteiten van gebieden die opgenomen zijn in het Natuurnetwerk Zeeland. Om eventuele broedende vogels niet te storen, zal het rooien van beplanting buiten de broedperiode plaatsvinden. Dit dient te gebeuren voor 15 maart of na 15 juli. Bij overige werkzaamheden hoeft geen rekening gehouden te worden met beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming.
4.6
Luchtkwaliteit
Toetsingskader De gevolgen voor de luchtkwaliteit worden beoordeeld op basis van de Wet ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk), de AMvB 'Niet in betekenende mate' (het besluit nibm) en de ministeriële regeling nibm. Er dient, ook na realisatie van het planvoornemen, sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet voldaan worden aan de geldende grenswaarden en luchtkwaliteitseisen. Toetsing De beoogde ontwikkeling houdt een uitbreiding van het bestaande bedrijf in. Het project is wat aard en omvang en ruimtelijke effecten betreft, vergelijkbaar met een project dat "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Uitgaande van de achtergrondconcentraties binnen de gemeente Terneuzen voldoet de luchtkwaliteit ook na realisatie van het planvoornemen aan de normen van de Wlk. Conclusie De Wlk staat de realisering van het project niet in de weg.
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
20
4.7
Milieuhinder en bedrijvigheid
Toetsingskader Voor de toetsing aan het aspect milieuhinder dient rekening te worden gehouden met de bepalingen uit de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 2.25). Daarnaast geldt op basis van jurisprudentie dat te allen tijde sprake moet zijn van een "goede ruimtelijke ordening". Voldaan moet worden aan wettelijke milieu eisen indien sprake is van een milieuhinderlijk en/of milieugevoelige functie. Toetsing De woningen in het gebied rond het bedrijf liggen in een gebied met een sterke functiemenging. In de planologische toets van de afstemming tussen wonen als gevoelige functie en bedrijven als mogelijk hinnderveroorzakende functies wordt in het algemeen gebruik gemaakt van de brochure Bedrijven en milieuzonering van de VNG (editie 2009). In deze brochure wordt onderscheid gemaakt tussen de omgevingstypen van een rustige woonwijk en een gemengd gebied. In een gemengd gebied zijn de aan te houden richtafstanden tussen woningen en bedrijven met als doel het beperken van hinder door aspecten als stof, geluid en trillingen minder groot dan in een rustige woonwijk. De omgeving van de projectlocatie moet worden aangemerkt als een gebied met een sterke functiemenging.
Daarbij zijn de volgende factoren van belang: de projectlocatie en omgeving is gelegen in de directe nabijheid van het grootschalige bedrijventerrein Oostelijke Kanaaloever; de woningen aan de Hogendijk zijn gelegen binnen de geluidzone rondom het bedrijventerrein Oostelijke Kanaaloever; in de omgeving is sprake van een duidelijke functiemenging, waarbij sprake is van clusters woningen, omgeven door bedrijven, met een categorie‐aanduiding van categorie 2 tot en met 3.2.; In de omgeving van de woningen is sprake van wegen met een doorgaande functie en een aanzienlijke verkeersintensiteit (Rooseveltlaan, Meester. R.J. Haarmanweg en Guido Gezellestraat). Dat betekent dat bij de milieutoets van nieuwe functies en uitbreiding van bestaande functies bij de woningen in de omgeving van het projectgebied dient te worden uitgegaan van het gebiedstype gemengd gebied. Een aannemersbedrijf in grondmechanica, grond‐, weg‐ en waterbouwwerken komt niet voor in de VNG‐bedrijvenlijst. Vergelijkbare categorieën zijn: bouwbedrijven algemeen met een bedrijfsoppervlak van meer dan 2.000 m2; aannemersbedrijven met werkplaats met een bedrijfsoppervlak van meer dan 1.000 m2; verhuurbedrijven voor machines en werktuigen.
Ten aanzien van een gemengd gebied geldt op basis van de brochure Bedrijven en milieuzonering van de VNG een richtafstand van 30 of 50 meter voor geluid voor de genoemde bedrijfscategorieën. De dichtstbijzijnde woningen zijn gesitueerd op ongeveer 15 meter van de ontwikkeling. Om te onderzoeken of ter plaatse van de woningen sprake is van een acceptabel woon‐ en leefklimaat is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Voor de aspecten geur (richtafstand 0 meter), stof (richtafstand 15 meter) en gevaar (richtafstand 0 meter) in gemengd gebied wordt op voorhand aan de richtafstand voldaan. Hierna wordt ingegaan op de aspecten trillingen en geluid (inrichtingslawaai). Onderzoek Inrichtingslawaai Voor het aspect geluid is een onderzoek naar de geluidemissie van de gewijzigde inrichting van het bedrijf gedaan, inclusief de uitbreiding met het projectgebied (zie bijlage 4). De conclusies van het onderzoek worden hierna weergegeven. Uit het rapport blijkt dat de uitbreiding mogelijk is binnen de richtwaarden voor een aanvaardbaar akoestisch klimaat voor woningen in een gemengd gebied. Tevens kan het bedrijf na de uitbreiding voldoen aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit.
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
21
Uit geluidsonderzoek blijkt dat de uitbreiding mogelijk is binnen de richtwaarden voor een aanvaardbaar akoestisch klimaat voor woningen in een gemengd gebied. Tevens kan het bedrijf na de uitbreiding voldoen aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit. De uitbreiding levert een kleine verbetering van langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op bij de woningen ten westen van het bedrijf. Dit komt doordat er minder intern transport nodig is op het terrein en omdat het gebruik van de heftruck wordt verdeeld over een groter terrein. Het maximaal geluidniveau stijgt door de uitbreiding met 4 dB ter plaatse van Hogendijk 12, omdat de heftruck op kortere afstand van deze woning kan werken. Deze toename kan teniet worden gedaan door een geluidscherm met een hoogte van 2 meter langs de zuidelijke grens van de uitbreiding op te richten. Het scherm zorgt er zelfs voor dat het maximaal geluidniveau lager wordt dan in de oorspronkelijke situatie zonder uitbreiding. uit het maatregelonderzoek blijkt dat een scherm langs de westzijde van het bedrijf geen relevante geluidreductie oplevert richting de woningen ten westen van het bedrijf. De inrichting zorgt ook na de uitbreiding niet tot indirecte hinder ten gevolge van het komen en gaan van verkeer. Trillingen Voor het aspect trillingen is door Peutz een kwalitatieve analyse uitgevoerd (zie bijlage 5).
Daarin is ook aandacht besteed aan het eventueel optreden van trillinghinder door het gebruik van de uitbreidingslocatie. Peutz concludeert dat voelbare trillingen vanwege rijdend en manoeuvrerend materieel niet kunnen optreden. Conclusie Het aspect milieuhinder staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Vanuit het oogpunt van het inrichtingslawaai verdient het aanbeveling om een geluidscherm met een hoogte van 2 meter op te richten langs de zuidelijke grens van de uitbreiding. Als gevolg daarvan zal de geluidbelasting bij Hogendijk 12 afnemen en zal het geluidniveau ook ten opzichte van de situatie zonder uitbreiding lager worden. Dit scherm zal ook een goede visuele afscherming vormen tussen het bedrijf en de naastgelegen woning. En bovendien zal dit scherm eventuele trillinghinder door luchtgeluid verminderen. Als gevolg daarvan is bij de omliggende woningen in de nieuwe situatie sprake van een acceptabel woon‐ en leefklimaat, uitgaande van een gemengd gebied.
4.8
Lichthinder
Toetsingskader Voor het aspect lichthinder is voor situaties als de onderhavige geen wettelijk of beleidskader beschikbaar. Wel is het uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening gewenst om lichthinder waar mogelijk te vermijden. Onderzoek Op het terrein van GSNED zijn twee lichtmasten aanwezig aan de westzijde van het oorspronkelijke bedrijfsterrein (zie figuur 4.3.).
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
22
Figuur 4.3. locatie lichtmasten aan westzijde oorspronkelijke bedrijfsperceel. Aan deze lichtmasten zijn metalen platen bevestigd, om lichtuitstraling richting de woningen aan de zuidzijde van het bedrijventerrein te voorkomen. De lichtmasten staan niet op de projectlocatie van de uitbreiding van het bedrijf. Als op het uitbreidingsterrein lichtmasten worden geplaatst, zullen deze aan de zuidzijde worden geplaatst en zo afgesteld worden dat geen lichtval op de aangrenzende gronden ten zuiden van de uitbreiding plaatsvindt. Conclusie Het aspect lichthinder vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.9
Verkeer en parkeren
4.9.1 Verkeer Het projectgebied is vanaf de gebiedsontsluitende N61 te bereiken via de MR. F.J. Haarmanweg en de Rooseveltlaan (2‐ baans en 50 km/u). Het projectgebied is via deze wegen goed te bereiken. Om de verkeersgeneratie te berekenen wordt gerekend met de kengetallen uit CROW publicatie 317. De ontwikkeling zal een verkeersgeneratie van circa 70 mvt/etmaal veroorzaken. Daarbij is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: de uitbreiding is aangemerkt als categorie bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf); omgeving rest bebouwde kom, weinig stedelijk. De CROW‐richtlijnen geven voor deze situatie een bandbreedte van 3,9 tot 5,7 motorvoertuigen per etmaal per 100 m2 bedrijventerrein. De uitbreiding beslaat ruim 1.600 m2. Omdat het hier gaat om een uitbreiding en niet om een zelfstandig nieuw terrein is uitgegaan van de onderkant van de bandbreedte (4,3 motorvoertuigen per etmaal per 100 m2). Gemiddeld per uur bedraagt de extra verkeersgeneratie in het drukste uur van de dag 7 mvt zijn (10% van de etmaalwaarde). Deze beperkte toename zal opgaan in het heersende verkeersbeeld.
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
23
Conclusie Het aspect verkeer staat de ontwikkeling niet in de weg. 4.9.2 Parkeren Toetsingskader Op basis van de Parkeernota 2015 ‐ 2020 van de gemeente Terneuzen is de parkeernorm voor een arbeidsextensief/bezoekersextensief bedrijf (zoals het bedrijf GSNED) 0,85 per 100 m² bvo. Dit betekend dat er voor het volledige bedrijf een parkeerbehoefte van 22 parkeerplaatsen is. De ontwikkeling leidt niet tot een uitbreiding van het personeelsbestand en daarmee de parkeerbehoefte. In de bestaande terrein inrichting van het bedrijf is tevens reeds plaats voor meer auto's dan deze 22 plaatsen. Ook is er ruimte gereserveerd voor het parkeren van de aanwezige bedrijfsvoertuigen. Conclusie Er zijn voldoende parkeerplaatsen aanwezig om in de parkeerbehoefte van de ontwikkeling te voorzien. Het aspect parkeren staat de ontwikkeling derhalve niet in de weg.
4.10
Externe veiligheid
Toetsingskader Voor risicovolle functies en/of activiteiten gelden veiligheidsnormen. Indien in de nabijheid van het projectgebied sprake is van het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of via leidingen moet beoordeeld worden of dit van invloed is op het planvoornemen. Ook bedrijven in de directe omgeving waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid (waaronder Bevi ‐ inrichtingen) kunnen van invloed zijn op het planvoornemen. De veiligheid van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten dient altijd gewaarborgd te worden. Daarbij moet voldaan worden aan de veiligheidsnormen indien sprake is van risicovolle functies/activiteiten. Toetsing Allereerst dient beoordeeld te worden of de ontwikkeling voorziet in de realisatie (of uitbreiding) van een kwetsbaar object. Het planvoornemen voorziet in de uitbreiding van een terrein voor opslag van een bestaand bedrijf. De ontwikkeling heeft niet tot gevolg dat het personeelsbestand en daarmee het groepsrisico zal toenemen. Aangezien er uitsluitend sprake is van de uitbreiding van verhard terrein, wordt het planvoornemen niet beïnvloed door eventuele risicobronnen in de omgeving. De bedrijfsactiviteiten bestaan uit opslag van materieel voor sonderingen op land en water, meetwerken, sloopwerken, grondverzet, verhuur en transport.
Ter plaatse van het bedrijf vindt geen opslag van brandstoffen of gassen plaats. Het bedrijf wordt dan ook niet aangemerkt als een risicovol bedrijf. De uitbreiding van het terrein voor deze opslag heeft dan ook geen gevolgen voor de in de omgeving gesitueerde kwetsbare objecten. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.11
Kabels en leidingen
Toetsingskader Ten aanzien van kabels en leidingen moeten de belangen van (planologisch relevante) leidingen, hoogspanningslijnen, of telecomverbindingen gewaarborgd blijven. Toetsing Op basis van de provinciale website en risicokaart zijn er in en rondom het projectgebied geen planologisch relevante leidingen, hoogspanningslijnen, of telecomverbindingen aanwezig waarmee bij de planontwikkeling rekening moet worden gehouden.
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
24
Conclusie Dit aspect levert geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling.
4.12
Conclusie
Op basis van de in dit hoofdstuk beschreven toetsing van de verschillende sectorale ruimtelijke en milieu‐aspecten, wordt geconcludeerd dat de uitbreiding voldoet aan de verschillende daaraan te stellen voorwaarden en dat er geen belemmering is om daaraan planologische medewerking te verlenen. Door de realisatie van een begroeid geluidsscherm aan de zuidgrens van de projectlocatie zal de akoestische situatie bovendien verbeteren ten opzichte van de situatie zonder uitbreiding en akoestische afscherming.
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
25
Hoofdstuk 5
Juridische vormgeving
De omgevingsvergunning voorziet in het gebruik van gronden als opslag locatie voor het bedrijf aan de Rooselveltlaan 8 te Terneuzen. Op het projectgebied blijft verder de juridische regeling zoals beschreven in de Beheersverordening Oostelijke Kanaaloever en de beheersverordeningen Oostelijke Kanaaloever, 2de wijziging en Oostelijke Kanaaloever, 1ste wijziging van toepassing.
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
26
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
27
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Conform de wettelijke eisen zal het ontwerp van de omgevingsvergunning met de daarbij behorende ruimtelijke onderbouwing voor een ieder ter inzage worden gelegd.
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
28
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
Bijlagen
30
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
31
Bijlage 1 Bodemonderzoek
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
32
Rho adviseurs voor leefruimte
44000785.20171412
Partijkeuring grond conform Besluit bodemkwaliteit Rooseveltlaan 8 te Terneuzen - Partij 01 -
Partijkeuring grond conform Besluit bodemkwaliteit Rooseveltlaan 8 te Terneuzen - Partij 01 -
Opdrachtgever
: BMNED BV Rooseveltlaan 8 4530 GZ TERNEUZEN
Projectnummer
: 20140469-01
Status rapport / versie nr.
: Definitief 01
Datum
: 20 april 2016
Opgesteld door
: ing. J. Reurich
Gecontroleerd door
: ing. E. Kivits
Voor akkoord
: ing. E. Kivits
Paraaf :
Versie nr.
Datum
Omschrijving
Opgesteld door
Gecontroleerd door
D.01
20/04/16
Partijkeuring grond conform Besluit bodemkwaliteit Rooseveltlaan 8 te Terneuzen - Partij 01 -
JR
EK
BRL SIKB 1000
Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout
t.(0162) 456481 f.(0162) 435588 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl
AGEL adviseurs D01 Partijkeuring grond conform Besluit bodemkwaliteit Rooseveltlaan 8 te Terneuzen Partij 01
INHOUD
20140469-01 april 2016 blad 1
blz.
1
INLEIDING
2
2
VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET
3
2.1
Terreinbeschrijving
3
2.2
Bodemonderzoeken
3
2.3
Bodemkwaliteitskaart en toepassingslocatie
3
2.4
Onderzoeksopzet
3
3
VELDONDERZOEK
5
3.1
Veldwerk
5
3.2
Bemonsteringsmethodiek
5
3.3
Zintuiglijke waarnemingen
5
4
LABORATORIUMONDERZOEK
6
5
RESULTATEN
7
5.1
Algemeen
7
5.2
Homogeniteit en zekerheidsfactor
7
5.3
Milieuhygiënische analyse- en toetsingsresultaten grond
7
5.4
Bespreking van onderzoekresultaten
8
6
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
9
7
BETROUWBAARHEID
10
BIJLAGEN
1 2 3 4 5 6 7 8 9
Locatiekaart Situatietekening Monsternemingsplan & Monsternemingsformulier Analysecertificaten grond Toetsingsresultaten grond Toetsingscriteria Besluit bodemkwaliteit Toelichting Besluit bodemkwaliteit Fotoreportage Onafhankelijkheidsverklaring
© AGEL adviseurs 2016 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
AGEL adviseurs D01 Partijkeuring grond conform Besluit bodemkwaliteit Rooseveltlaan 8 te Terneuzen Partij 01
1
20140469-01 april 2016 blad 2
INLEIDING
In opdracht van BMNED BV heeft AGEL adviseurs een partijkeuring grond verricht op een locatie aan de Rooseveltlaan 8 te Terneuzen. De partijkeuring is uitgevoerd conform het Besluit bodemkwaliteit. De gekeurde hoeveelheid grond bedraagt circa 1.062 m 3. Het onderzoek heeft als doel de milieuhygiënische kwaliteit en de daarbij horende hergebruiksmogelijkheden van de grond vast te stellen. Met het onderzoek wordt een erkende kwaliteitsverklaring, zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit, verkregen. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL SIKB 1000 en het bijbehorende protocol 1001 ‘Monsterneming voor partijkeuringen grond en baggerspecie’, versie 2.1 d.d. 12 december 2013. In hoofdstuk 2 wordt het vooronderzoek en de onderzoeksopzet besproken. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en de onderzoeksresultaten worden in de hoofdstukken 3, 4 en 5 besproken. In hoofdstuk 6 is de conclusie van het onderzoek opgenomen en in hoofdstuk 7 wordt een toelichting gegeven op factoren die van invloed kunnen zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek. AGEL adviseurs is geen eigenaar van de onderzochte partij grond en heeft geen zakelijke belangen bij de onderzoekspercelen en of de perceelseigenaren. Daarmee is de onafhankelijkheid van AGEL adviseurs in dit onderzoek gewaarborgd.
Het procescertificaat van AGEL adviseurs en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten betreffende de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever, die (ingeval van monsters van grond of bouwstoffen voor nuttige toepassing) dan zelf erkend is volgens deze beoordelingsrichtlijn.
AGEL adviseurs D01 Partijkeuring grond conform Besluit bodemkwaliteit Rooseveltlaan 8 te Terneuzen Partij 01
2
VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET
2.1
Terreinbeschrijving
20140469-01 april 2016 blad 3
De te onderzoeken partij grond heeft op basis van veldwaarnemingen een omvang van circa 1.062 m3 (1.805 ton)1 en is gelegen aan de Rooseveltlaan 8 te Terneuzen. De partij grond ligt in-situ en zal vrijkomen bij toekomstige graafwerkzaamheden. De opdrachtgever heeft met betrekking tot de gekeurde partij geen specifiek kenmerk verschaft. De topografische plaats van de locatie is aangegeven op de kaart in bijlage 1. De situatietekening van de partij grond en enkele foto’s zijn opgenomen in respectievelijk bijlage 2 en bijlage 8. 2.2
Bodemonderzoeken
Ter plaatse van de onderzoekslocatie is in het verleden een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (auteur SGS Ecocare, kenmerk ET 59669, d.d. 2 december 1993). In de boringen die op de onderzoekslocatie staan geen bijzonderheden waargenomen. In dit onderzoek zijn in de boven- en ondergrond maximaal lichte verontreiniging aangetroffen. Op basis van het historisch gebruik van de locatie waar de grond is gelegen en het voorgaande bodemonderzoek, mag verwacht worden dat de grond zal voldoen aan de kwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarden’. 2.3
Bodemkwaliteitskaart en toepassingslocatie
Voor de gemeente Terneuzen is door de provincie Zeeland een digitale bodemkwaleitietskaart beschikbaar gesteld. Op basis van deze kwaliteitskaart geldt voor de zone waarin de gekeurde partij grond is gelegen de kwaliteitszones achtergrondwaarden voor zowel de boven- als de ondergrond. De toepassingslocatie is onbekend, derhalve is geen toetsing uitgevoerd omtrent de kwaliteit van de ontvangende bodem. 2.4
Onderzoeksopzet
De monsterneming wordt uitgevoerd conform de onderzoeksopzet voor Keuring partijen grond of baggerspecie in depot/in-situ. Per partij bedraagt de maximale partijgrootte 10.000 ton. Per partij worden minimaal 2 x 50 grepen genomen middels een systematisch raster. De grepen worden evenredig verdeeld over ten minste twee te analyseren mengmonsters.
_____________________________________________________________________________ 1
Opgemerkt wordt dat betreffende hoeveelheid de theoretische hoeveelheid bedraagt zoals vastgesteld middels inmeting in het veld en voor de eenduidigheid niet is afgerond. Bij inmeting op basis van een ruimtelijke schatting conform protocol 1001 wordt, ten gevolg van grilligheid van de gekeurde partij, een foutmarge van maximaal 25 % aangehouden. De hoeveelheidbepaling die in het veld is uitgevoerd dient derhalve gezien te worden als een signalerende c.q. controlerende functie. Voor de onderverdeling van de gekeurde (deel)partij(en) is de schatting van het gewicht in het veld door de gekwalificeerde monsternemer maatgevend.
AGEL adviseurs D01 Partijkeuring grond conform Besluit bodemkwaliteit Rooseveltlaan 8 te Terneuzen Partij 01
20140469-01 april 2016 blad 4
Een partij is een identificeerbare hoeveelheid bouwstof, grond of baggerspecie van vergelijkbare milieuhygiënische kwaliteit, die is bedoeld om als geheel te worden verhandeld of toegepast. Voor de gehanteerde onderzoeksopzet is geverifieerd dat er met betrekking tot de gekeurde partij grond: Sprake is van een eenduidige en gelijke textuur, bepaald overeenkomstig NEN 5706 en; Sprake is van aaneengesloten percelen of depots en; De aangetroffen bijmengingen van de individuele partijen, qua samenstelling en percentage, bepaald conform protocol 2001, vergelijkbaar zijn en; Sprake is van een gelijke milieuhygiënische kwaliteitsklasse (vastgesteld aan de hand van een indicatieve partijkeuring zoals bedoeld in BRL 9335 en BRL 7500, verkennend bodemonderzoek, bodemverwachtingenkaart (waterbodem), historisch bodemonderzoek en/of vastgestelde bodemkwaliteitskaart van gemeente of waterkwaliteitsbeheerder). Op basis van de beschikbare (historische) gegevens en de zintuiglijke beoordeling, bestaat er geen aanleiding om het standaard parameterpakket uit te breiden met aanvullende parameters. Er is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de partij te bemonsteren middels alternatieve werkwijzen zoals benoemd in de BRL SIKB 1000, protocol 1001.
AGEL adviseurs D01 Partijkeuring grond conform Besluit bodemkwaliteit Rooseveltlaan 8 te Terneuzen Partij 01
3
VELDONDERZOEK
3.1
Veldwerk
20140469-01 april 2016 blad 5
Vooraf aan de bemonstering is de partij gecontroleerd op veiligheid en toegankelijkheid. Na deze controle is geconstateerd dat deze partij in een veilige werkomgeving is gelegen. Het veldwerk is uitgevoerd door AGEL adviseurs, conform de BRL SIKB 1000; protocol 1001 ‘Monsterneming voor partijkeuringen grond en baggerspecie’. AGEL adviseurs is voor deze werkzaamheden als bedrijf gecertificeerd door Eerland onder nummer EC-SIK-10012. De bemonstering is op 12 april 2016 uitgevoerd onder leiding van de heer C.A.P. Snoeren. Desbetreffende persoon is geregistreerd als gecertificeerd monsternemer. De bemonstering heeft plaatsgevonden tussen 8:00 uur en 12:30 uur. Voorafgaande aan het veldwerk is een monsternemingsplan opgesteld. De verkregen handgeschreven en onbewerkte veldgegevens zijn opgenomen in het monsternemingsformulier in bijlage 3. 3.2
Bemonsteringsmethodiek
Per (deel)partij zijn twee mengmonsters samengesteld, bestaande uit minimaal 50 grepen per mengmonster. De monsters zijn middels een systematisch raster genomen, waarbij de grond is onderzocht tot een diepte van 0,65 meter beneden het maaiveld. Bij verificatie van de aspecten die in het monsternemingsplan zijn opgenomen, zijn geen afwijkingen geconstateerd. 3.3
Zintuiglijke waarnemingen
Tijdens de partijkeuring beoordeelt de monsternemer de partij op kenmerken die kunnen wijzen op bodemverontreiniging. Kenmerken kunnen bijvoorbeeld zijn: de aanwezigheid van bodemvreemde materialen als bijvoorbeeld puin, verkleuringen van de grond en geurwaarnemingen. Hierbij let de monsternemer ook op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen op en in de partij grond. Het bemonsterde materiaal betreft klei. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in de partij grond sporen puin (<1%) waargenomen. Er zijn zintuiglijk in en op de bemonsterde grond geen asbestverdachte materialen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden is visueel een homogene partij aangetroffen. De afmetingen van de partij betreffen in de lengte en breedte respectievelijk circa 25 meter en circa 66 meter. De gemiddelde partijdiepte betreft circa 0,65 meter. De specifieke partijgegevens zijn opgenomen in bijlage 3 in het monsternemingsformulier.
AGEL adviseurs D01 Partijkeuring grond conform Besluit bodemkwaliteit Rooseveltlaan 8 te Terneuzen Partij 01
4
20140469-01 april 2016 blad 6
LABORATORIUMONDERZOEK
De monsters zijn geanalyseerd door Eurofins Omegam Laboratoria te Amsterdam. De voorbewerking van de monsters en de chemische analyses zijn volgens het accreditatieprogramma AP04 uitgevoerd. De chemische analyses zijn gestart op 13 april 2016 en afgerond op 19 april 2016. In onderstaande tabel 4.1 staan de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 4.1: Uitgevoerde analyses Partij- en monstercode(s) (traject / barcode) Partij 01 1.062 m3 MM1 (0233493DD) MM2 (0233492DD)
Analyses 1x Standaard parameterpakket (AP04) 1x Standaard parameterpakket (AP04)
In tabel 4.2 zijn de diverse parameters van het standaard pakket (AP04) aangaande grond opgenomen. Tabel 4.2: Standaard parameterpakket Analysegroep Parameter(s) Algemeen Organische stof, lutum Metalen Barium, Cadmium, Kobalt, Koper, Kwik, Lood, Molybdeen, Nikkel, Zink Organische stoffen Som-PCB’s 1, Som-PAK’s 2, Minerale olie 1 : Som-PCB’s: som van PCB 28, PCB 52, PCB 101, PCB 118, PCB 138, PCB 153 en PCB 180; 2 : Som-PAK’s: som van naftaleen, fenantreen, antraceen, fluorantheen, chryseen, benzo(a)antraceen, benzo(a)pyreen, benzo(k)fluorantheen, indeno(1,2,3 cd)pyreen en benzo(ghi)peryleen.
AGEL adviseurs D01 Partijkeuring grond conform Besluit bodemkwaliteit Rooseveltlaan 8 te Terneuzen Partij 01
5
RESULTATEN
5.1
Algemeen
20140469-01 april 2016 blad 7
De resultaten zijn vergeleken met het referentiekader uit het Besluit bodemkwaliteit en aan de vigerende toetsingswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. Er is gebruik gemaakt van het generiek toetsingskader voor de algemene bodemtoepassing. De monsters zijn getoetst middels BoToVa, waarbij gebruik is gemaakt van het toetsingskader T1 (Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem). Een toelichting op het Besluit bodemkwaliteit, toetsingscriteria en de toepassings mogelijkheden is opgenomen in bijlage 7. 5.2
Homogeniteit en zekerheidsfactor
Gecontroleerd is of de onderzochte partij voldoet aan het homogeniteitscriterium. De verhouding voor de onderzochte stoffen is kleiner dan of gelijk aan 2,5. Derhalve mag de partij als homogeen worden beschouwd en voldoet de spreiding aan de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. Er wordt bij de toetsing geen zekerheidsfactor gehanteerd. Indien de gekeurde partij grond gesplitst dient te worden bij hergebruik, dient artikel 4.3.1. uit de Regeling bodemkwaliteit (staatscourant 20 december 2007, nummer 247) in acht te worden genomen. In bijlage 6 is omtrent een eventuele opsplitsing nadere uitleg opgenomen. 5.3
Milieuhygiënische analyse- en toetsingsresultaten grond
De analysecertificaten van het laboratorium zijn in bijlage 4 opgenomen. De volledige toetsingsresultaten en toepassingsnormen van de grond zijn in bijlage 5 opgenomen. Een samenvatting van de toetsingsresultaten is in tabel 5.1 opgenomen. Opgemerkt moet worden dat de kwaliteit van grond en baggerspecie niet de achtergrondwaarden overschrijdt als bij meting van ten minste ‘X’ stoffen in de grond of baggerspecie de rekenkundig gemiddelde gehalten van maximaal ‘Y’ stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarden (zie tabel 5.2 voor de relevante X- en Y-waarden). De verhoging mag per stof maximaal 2x de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarden voor de klasse wonen van de betreffende stof. Tabel 5.1: Toetsing grond partij 01 Partij 01
Overschrijdingen
Klasse
> AW
> 2x AW
> Wonen
Toegestaan AW
-
-
-
2
AW
Tabel 5.2: X- en Y- waarden bij de toetsingsregels voor de achtergrondwaarden X- en Y-waarden X Y
Aantal onderzochte stoffen / aantal toegestane verhogingen 2 7 16 27 37 1 2 3 4 5
AGEL adviseurs D01 Partijkeuring grond conform Besluit bodemkwaliteit Rooseveltlaan 8 te Terneuzen Partij 01
5.4
20140469-01 april 2016 blad 8
Bespreking van onderzoekresultaten
Geen van de geanalyseerde parameters overschrijden de achtergrondwaarden van het Besluit bodemkwaliteit. De onderzochte grond van partij 01 betreft grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarden’. De onderzochte partij grond voldoet aan de emissietoetswaarden en is derhalve toepasbaar in grootschalige toepassingen op of in de bodem.
AGEL adviseurs D01 Partijkeuring grond conform Besluit bodemkwaliteit Rooseveltlaan 8 te Terneuzen Partij 01
6
20140469-01 april 2016 blad 9
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
In opdracht van BMNED BV heeft AGEL adviseurs een partijkeuring verricht op een locatie aan de Rooseveltlaan 8 te Terneuzen. De partij grond ligt in-situ en zal vrijkomen bij toekomstige graafwerkzaamheden. De opdrachtgever heeft met betrekking tot de gekeurde partij geen specifiek kenmerk verschaft. De totale omvang van de partij grond is op basis van veldwaarnemingen vastgesteld op circa 1.062 m3 (1.805 ton). De keuring is uitgevoerd conform het Besluit bodemkwaliteit. Het bemonsterde materiaal betreft klei. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in de partij grond sporen puin (<1%) waargenomen. Er zijn zintuiglijk in en op de bemonsterde grond geen asbestverdachte materialen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden is visueel een homogene partij aangetroffen. De onderzochte partij grond voldoet milieuhygiënisch aan de kwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarden’ en is daarmee ‘multifunctioneel’ toepasbaar. De onderzochte partij grond is toepasbaar in grootschalige toepassingen op of in de bodem. Opgemerkt dient te worden dat degene die een partij grond wil toepassen dient te beoordelen of de beoogde toepassing de instemming van de eigenaar van de locatie heeft, en of sprake is van civieltechnische geschiktheid, een nuttige toepassing en geschikte toepassingslocatie.
De toepassing van de grond dient minimaal vijf dagen voorafgaand aan de toepassing gemeld te worden via https://meldpuntbodemkwaliteit.agentschapnl.nl.
AGEL adviseurs D01 Partijkeuring grond conform Besluit bodemkwaliteit Rooseveltlaan 8 te Terneuzen Partij 01
7
20140469-01 april 2016 blad 10
BETROUWBAARHEID
De onderhavige partijkeuring is op zorgvuldige wijze verricht volgens de geldende normen en inzichten. Een partijkeuring conform de BRL SIKB 1000, protocol 1001 ‘Monsterneming voor partijkeuringen grond en baggerspecie’ is echter gebaseerd op het nemen van een voorgeschreven aantal grepen, die gemengd worden tot enkele mengmonsters. Vanwege het beperkte aantal mengmonsters blijft er altijd een kans aanwezig dat een op de locatie aanwezige verontreiniging niet wordt vastgesteld ten gevolge van de aanwezige trefkans en de uitmiddeling. Wij streven naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat er locale afwijkingen in het bodemmateriaal voorkomen. AGEL adviseurs acht zich niet aansprakelijk voor de schade die hieruit voortvloeit. Er dient tevens op te worden gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Na uitvoering van het onderzoek kan de grondkwaliteit worden beïnvloed door bijvoorbeeld het bouwrijp maken van het terrein, de aanvoer van grond van elders, zonder kwaliteitsgegevens, chemicaliënopslag en calamiteiten of de verspreiding van een verontreiniging van een verder gelegen terrein via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden bij het gebruik van dit rapport.
BIJLAGE 1 LOCATIEKAART
situering onderzoekslocatie Project:
Rooseveltlaan 8 te Terneuzen Opdrachtgever:
Werknr.
BMNED BV
20140469-01
Onderdeel:
Locatiekaart Get.
Akk.
JR EK
deze kaart is noord gericht
Blad:
Bijlage 1 Datum:
19-04-2016
Formaat A4
Schaal n.v.t.
Hoevestein 20b 4903 sc oosterhout Postbus 4156 4900 cd oosterhout Telefoon 0162 – 45 64 81 Telefax 0162 – 43 55 88