CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-03-04 c. Wijzigingsnotitie Financiele verordening gemeente Terneuzen

gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen Financiële verordening gemeente Terneuzen 20216.530 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Financiële verordening gemeente Terneuzen 2021 Toelichting op de geactualiseerde Financiële Verordening

9 februari 2021

Inhoud Samenvatting ........................................................................................................................ 3 Inleiding ................................................................................................................................. 4 Financiële verordening ....................................................................................................... 4 Aanleiding .......................................................................................................................... 5 Uitgangspunten bij aanpassing artikelen Financiële verordening ....................................... 5 Toelichting op de gewijzigde artikelen ................................................................................... 6 Artikel 1 Begripsbepalingen ............................................................................................... 6 Artikel 2 Programma-indeling ............................................................................................. 6 Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken ....................................................................... 7 Artikel 5 Kaders (ontwerp)begroting ................................................................................... 8 Artikel 6. Autorisatie begroting en investeringskredieten en begrotingswijzigingen ............

9 Artikel 7 Tussentijdse rapportage ......................................................................................12 Artikel 8 EMU-saldo ..........................................................................................................14 Artikel 9 Activering, waardering en afschrijving vaste activa..............................................14 Artikel 10 Reserves en voorzieningen ...............................................................................15 Artikel 11 Kostprijsberekening ...........................................................................................16 Artikel 12 Vaststelling hoogte belasting, rechten, heffingen en prijzen ..............................17 Bijlage 1 Regels voor activering, waardering en afschrijving (artikel 9 lid 1).

.....................18 Inleiding .........................................................................................................................18 1.1 Immateriële vaste activa, regels voor het activeren, waarderen en afschrijven ........19 2.1 Materiële vaste activa, regels voor activeren ...........................................................20 2.2 Materiële vaste activa, regels voor waarderen .........................................................20 2.3 Materiële vaste activa, regels voor afschrijven .........................................................21 3.1 Financiële vaste activa, regels, waardering .............................................................23

Pagina 2 van 23

Samenvatting Onze gemeente moet als elke andere gemeente in Nederland op grond van artikel 212 Gw een Financiële verordening vaststellen. De geldende Financiële verordening is van 2017. Deze verordening behoeft vooral aanpassing omdat: 1. Deze verordening niet meer aan de geldende landelijke wetgeving voldoet. 2. Deze verordening niet meer aan onze doorontwikkelde planning en controlcyclus en benamingen voldoet. Ad. 1. De belangrijkste op de Financiële verordening van toepassing zijnde wetgeving is het Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten (BBV). Voor de nadere uitwerking van de artikelen in dit besluit is er de Commissie BBV. Deze commissie publiceert regelmatig notities. In deze notities staan aanbevelingen en stellige uitspraken. Met name de stellige uitspraken zijn de gemeenten aan gebonden. Daarnaast is er ook nog het landelijk Gemeenschappelijk Toezichtkader (GTK) van de toezichthouder (Provincie Zeeland). Ook dit kader schrijft ons zaken voor. De belangrijkste wijzigingen betreffen de Materiële vaste activa en de presentatiewijze van het begrotings- en jaarrekeningsaldo (structurele lasten dekken door structurele baten) en alles wat daarmee samenhangt. Diverse verplichte zaken hiervan pasten wij wel al toe vanaf onze jaarrekening 2019. De wijziging van de Financiële verordening betekent in dit geval dus ook vastleggen van hetgeen we al doen. Ad.2.

In 2019/2020 is het artikel 213a Gw onderzoek Doorontwikkeling planning en control uitgevoerd. De aanbevelingen van dit onderzoek leidden ertoe dat de planning en controlcyclus, maar ook de benamingen van de documenten is aangepast. De wijzigingen van de planning en control zijn in 2020 met de raad besproken en goed gekeurd. Beide zaken hebben wij verwerkt in de Financiële verordening 2021. Naast het aanpassen van de Financiële verordening op het bovenstaande hebben wij alle artikelen nogmaals bekeken. Dit op basis van de geformuleerde uitgangspunten voor de aanpassing van de Financiële verordeningen en een wat actievere schrijfwijze.

Pagina 3 van 23

Inleiding Wij actualiseerden de Financiële verordening van de gemeente Terneuzen. In deze notitie lichten wij de belangrijkste wijzigingen per artikel toe. Ook gaan wij in op de afwegingen die tot de aanpassing hebben geleid. Wij willen hiermee bereiken dat de wijzigingen in de Financiële verordening voor u helder zijn. Voordat wij de wijzigingen per artikel toelichten, gaan wij kort in op de reden van het hebben van een Financiële verordening. Vervolgens lichten wij de aanleiding van de voorgestelde wijzigingen toe.

Financiële verordening Een Financiële verordening regelt hoe de gemeenteraad en het college van Burgemeester en Wethouders met elkaar omgaan op het gebied van het financieel beleid, het financieel beheer en de financiële organisatie. Ook bepaalt een Financiele verordening hoe de planning & control-cyclus van de gemeente er uit ziet. Gemeentewet Elke gemeente heeft een Financiële verordening. Dit is namelijk verplicht gesteld in artikel 212 van de Gemeentewet. Een Financiële verordening wordt daarom ook wel de “verordening 212” genoemd. Artikel 212 van de Gemeentewet luidt als volgt: 1. De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. 2. De verordening bevat in ieder geval: a) regels voor waardering en afschrijving van activa; b) grondslagen voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b, alsmede, voor zover deze wordt geheven, voor de heffing bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; c) regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie.

BBV Naast de Gemeentewet, is het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) belangrijk voor het vaststellen van de Financiële verordening. In het BBV staan begrotings- en verantwoordingsvoorschriften, die elke gemeente verplicht moet volgen. Voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV is een commissie ingesteld. Dit is de Commissie BBV. Deze commissie draagt ook zorg voor een visie over de rechtmatigheid in de controleverklaring van gemeenten.1 De Commissie BBV licht de voorschriften uit het BBV toe in diverse notities. Indien de commissie in een notitie een “stellige uitspraak” doet, dan moeten wij dit opvolgen. Geeft de commissie een “advies”, dan heeft elke gemeente een keuze om dit op te volgen.

1 Het BBV en de publicaties van de Commissie BBV zijn van toepassing op provincies, gemeenten,

gemeenschappelijke regelingen en waterschappen. Pagina 4 van 23

Aanleiding Sinds 2017 is de Financiële verordening gemeente Terneuzen 2017 van toepassing. Omdat de Commissie BBV op meerdere onderdelen notities met stellige uitspraken heeft gepubliceerd, is onze verordening aan actualisatie toe. Wij lichten dit toe bij de artikelsgewijze toelichting. Daarnaast verwerkten wij in de Financiële verordening gemeente Terneuzen 2021 de wijzigingen zoals afgesproken met de gemeenteraad in het kader van de doorontwikkeling van de planning en control documenten. Zo zijn de namen ‘perspectievennota’ en ‘begrotingswijzigingen’ vervangen door ‘kaderbrief’ en ‘perioderapportages’.

Uitgangspunten bij aanpassing artikelen Financiële verordening Bij de aanpassing van de Financiële verordening hielden wij rekening met de volgende uitgangspunten, in volgorde van belangrijkheid: 1. Besluit Begroten en Verantwoorden Provincies en gemeenten; 2. Stellige uitspraken Commissie BBV; 3. Overnemen aanbevelingen Commissie BBV, tenzij 4; 4. Eenvoud voor de lezer (vnl. gemeenteraad); 5. Bestendige gedragslijn (mede vergelijkbaarheid in de tijd); 6. Voorzichtigheid; 7. Efficiency voor de organisatie (minder werk).

Pagina 5 van 23

Toelichting op de gewijzigde artikelen In deze notitie lichten wij de belangrijkste wijzigingen per artikel toe. Dit doen wij in tabelvorm. U treft hierin de tekst aan van een artikel of artikellid uit de Financiële verordening 2017 en de voorgestelde tekst voor de Financiële verordening 2021. Daaronder lichten wij deze wijziging toe.

Artikel 1 Begripsbepalingen In artikel 1 van de Financiële verordening staan diverse begripsbepalingen. Ten opzichte van de Financiële verordening 2017 hebben wij de begripsbepalingen uitgebreid. Het gaat om de bepalingen omschreven in sub a tot en met g en i tot en met k. Wij willen hiermee bereiken dat de begrippen die in de verordening worden gebruikt, voor iedereen duidelijk zijn.

Artikel 2 Programma-indeling Dit artikel bepaalt hoe de begroting en de jaarrekening zijn ingedeeld. Lid 2 is gewijzigd. Artikel 2, lid 2 Verordening 2017 De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de taakvelden per programma vast.

Nieuwe verordening De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode de thema’s per programma vast

Toelichting: In 2017 zocht de gemeente aansluiting bij de indeling van de programma’s met de voorschriften. Dat had voordelen. In de loop van de tijd bleek dat dit ook nadelen had. Voornamelijk voor het overzichtelijk groeperen van teksten in de begroting. De taakvelden bleken tot onlogische splitsingen in teksten te leiden. Om deze reden stellen wij voor om de indeling binnen de programma’s op een tekstueel logische wijze in thema’s te doen. Deze werkwijze was er ook voor de wijziging in 2017. Daarnaast stellen wij voor om de indeling van programma’s en thema’s in principe daarna niet meer te wijzigen, wetswijzigingen daargelaten. Indien de raad de indeling toch wenst aan te passen stellen wij voor dit aan het begin van een raadsperiode te doen en deze aanpassingen expliciet toe te lichten in de begroting. Voor dit laatste is lid 5 toegevoegd.

Pagina 6 van 23

Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken Dit artikel bepaalt hoe de begroting en de jaarrekening worden ingericht. Ook geeft dit artikel aan wat er moet worden toegelicht door het college. Lid 1 en 2 zijn gewijzigd en wij voegen twee nieuwe artikelleden toe. Artikel 3, lid 1 (en 3 oud) Verordening 2017 Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead de baten en lasten per taakveld weergegeven.

Nieuwe verordening De begroting en de jaarstukken worden ingericht volgens de geldende voorschriften uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en de aanwijzingen van de toezichthouder.

Toelichting: Wij willen hierbij het principe hanteren dat wat wettelijk geregeld is, wij niet nog eens apart benoemen, maar er naar verwijzen. Een eventuele wijzigingen van het besluit hoeft dan niet direct een aanpassing van onze Financiële verordening te betekenen. De belangrijkste kaders voor onze Financiële verordening zijn het BBV en de jaarlijkse begrotingsbrief van de toezichthouder Provincie Zeeland. Door toepassing van het niet apart noemen van hetgeen wettelijk geregeld is, vervalt lid 3 oud. De tekst over het later apart onderbouwen van investeringen bij lid 2 is hier geschrapt en komt bij artikel 6 autorisatie terug. Artikel 3, lid 3 nieuw Verordening 2017 n.v.t.

Nieuw verordening In de begroting en jaarrekening neemt het college een overzicht op met toelichting van incidentele baten en lasten vanaf € 25.000.

Toelichting: In de BBV-notitie “incidentele baten en lasten” is een stellige uitspraak opgenomen, dat de gemeenten incidentele baten en lasten moeten toelichten in de begroting en jaarrekening. Daarnaast geeft de Commissie BBV twee aanbevelingen over het vastleggen van een grensbedrag voor de toelichting en de presentatiewijze in de begroting en jaarrekening. Vanwege praktisch en informatieve redenen handhaven wij het grensbedrag dat wij hiervoor al jaren hanteren en in de begrotingen en jaarrekeningen genoemd is, namelijk € 25.000. Over de prestatiewijze geeft de commissie het advies de tabel te gebruiken uit de notitie “incidentele baten en lasten”. Deze aanbeveling passen wij al toe in onze begroting en jaarrekening. De toezichthouder schrijft deze wijze namelijk voor in verband met het kunnen beoordelen van het ‘structureel evenwicht’ van de begroting en jaarrekening. Artikel 3, lid 5 nieuw Verordening 2017 n.v.t.

Nieuw verordening Voor de analyse van de jaarrekening geldt het volgende: Pagina 7 van 23

a. Het college maakt een algemene analyse van het rekeningresultaat, een analyse per programma en een analyse van het resultaat ten opzichte van het voorgaande jaar. b. Bij de algemene analyse van het jaarrekeningsaldo presenteert het college afwijkingen vanaf € 100.000 en licht deze toe, bij de overige analyses treedt het college zover in detail als nodig is voor een informatiewaardige analyse. Toelichting: In dit nieuwe lid werken wij het artikel 4 over de verantwoording concreter uit. We geven hierbij aan welke analyses er gemaakt moeten worden en welke grensbedragen we daarbij hanteren. We stellen voor dit vast te leggen, zodat de raad weet wat zij van het college mag verwachten aan verantwoording voor de uitvoering van hun controlerende taak.

Artikel 5 Kaders (ontwerp)begroting Dit artikel bepaalt hoe de kaders voor de begroting door de raad worden gesteld. Lid 1 is gewijzigd als gevolg van de doorontwikkeling planning en control. Artikel 5, lid 1 Verordening 2017 Het college biedt jaarlijks aan de raad een perspectievennota aan waarin zijn opgenomen voorstellen voor het beleid en de financiële kaders van de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota vóór 15 juli vast;

Nieuw verordening De raad stelt jaarlijks een kaderbrief vast. Hierin zijn opgenomen de financiële uitgangspositie, ontwikkelingen (waaronder het gemeentefonds), speerpunten en de (financiële) uitgangspunten voor de ontwerpbegroting van het volgende begrotingsjaar. Daarnaast zijn hierin opgenomen een meerjarige doorkijk en het investeringsplan voor de komende vier jaren.

Toelichting: In dit lid hebben we de afspraken met de raad over de doorontwikkeling van de planning en control vastgelegd en concreet gemaakt. De datum hebben we niet meer opgenomen, omdat alleen de data voor begroting en jaarrekening van belang zijn voor de toezichthouder.

Pagina 8 van 23

Artikel 6. Autorisatie begroting en investeringskredieten en begrotingswijzigingen Dit artikel bepaalt hoe de raad de planning en control stukken, of onderdelen daarvan, en tussentijdse nieuwe (onvoorziene) zaken autoriseert ten behoeve van haar kaderstellende functie. Meerdere artikelenleden zijn gewijzigd. Artikel 6, lid 1 Verordening 2017 De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en lasten per taakveld.

Nieuw verordening De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en lasten per programma.

Toelichting: Deze wijziging volgt uit de gemaakte afspraken met de gemeenteraad over de doorontwikkeling van de planning en control documenten. Artikel 6, lid 4 en 5 oud Verordening 2017 4. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voor het aangaan van verplichtingen een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Het college informeert hierbij de raad over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. Het investeringsvoorstel moet daarbij inzicht bieden in de voorgenomen financiële dekking van de investering, welke moet passen binnen de integraliteit van de begroting van het lopende jaar en de daarbij behorende meerjarenraming.

Nieuw verordening Geschrapt

5. Een voorstel tot autorisatie van een investeringskrediet als bedoeld onder lid 4 kan achterwege blijven als de investering minder bedraagt dan € 300.000,00, de investering past binnen het bij de begroting vastgestelde beleid en als de uit de investering voorvloeiende kapitaallasten en overige exploitatielasten kunnen worden gedekt binnen het budget van het desbetreffende begrotingsprogramma.

Pagina 9 van 23

Toelichting: Lid 4 is geschrapt, omdat lid 3 al regelt dat een afwijking van de geautoriseerde bedragen voorgelegd moet worden aan de raad. Lid 5 is geschrapt omdat het een uitzondering was op lid 4, die de afgelopen jaren nooit is voorgekomen en naar verwachting ook niet voorkomt. De kapitaallasten hebben in eerste aanleg geen ruimte om extra investeringen te doen. De leden zijn door het schrappen van deze twee leden vernummerd. Artikel 6, lid 5 (was lid 6 oud) Verordening 2017 1. Het college kan zonder voorafgaande toestemming van de raad beschikken over de post onvoorzien zoals die is opgenomen in de programmabegroting van het lopende jaar onder de volgende voorwaarden:

a. per individueel collegebesluit mag maximaal € 25.000,00 ten laste van de post onvoorzien worden besteed; b. de beschikkingen in de loop van het jaar samen mogen als totaal het bij de oorspronkelijke begroting vastgestelde bedrag van de post onvoorzien zonder voorafgaande toestemming van de raad niet te boven gaan; c. beschikking over de post onvoorzien vindt uitsluitend plaats nadat en voor zover zorgvuldig is vastgesteld dat binnen de vastgestelde raming van het taakveld waarop de desbetreffende lasten betrekking hebben hiervoor geen middelen beschikbaar zijn;

Nieuw verordening Het college kan zonder voorafgaande toestemming van de raad onder voorwaarden beschikken over de post onvoorzien in de begroting van het lopende jaar. Indien de begroting van het nieuwe jaar al is vastgesteld mag dit ook over de post onvoorzien van het nieuwe jaar. Daarna moet het college de structurele post als eerste ten laste brengen van het voorlopig begrotingsresultaat bij de eerstvolgende op te stellen begroting. De voorwaarden voor beschikking over de post onvoorzien zijn hieronder opgenomen onder sub a. tot en met sub f.

a. per collegebesluit mag maximaal € 25.000 ten laste van de post onvoorzien in één jaar worden besteed; b. de beschikkingen in de loop van een jaar samen mogen het totaal vastgestelde bedrag van € 250.000 niet te boven gaan. Voordat dit bedrag wordt bereikt vraagt het college extra middelen aan de raad; c. beschikking over de post onvoorzien vindt uitsluitend plaats nadat is vastgesteld dat binnen de raming van het programma waarop de desbetreffende lasten betrekking hebben hiervoor geen middelen beschikbaar zijn. Indien een onderwerp dringende spoed vraagt stemt het college met de raad af hoe snel en op welke wijze een uitspraak van de raad te verkrijgen is.

Pagina 10 van 23

d. de beschikking over onvoorzien mag uitsluitend betrekking hebben op uitgaven die onvoorzienbaar, onuitstelbaar of onvermijdbaar (de zogenaamde 3 O’s) zijn, dan wel moet aantoonbaar vaststaan dat het in het kader van een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de begroting wenselijk is de uitgave te verrichten;

d. de beschikking over onvoorzien mag uitsluitend betrekking hebben op uitgaven die onvoorzienbaar, onuitstelbaar en onvermijdbaar (de zogenaamde 3 O’s, waarbij aan alle drie moet worden voldaan) zijn. Hierbij gelden de volgende definities: Onvoorzienbaar: een onverwachte gebeurtenis of een niet vooruit te berekenen /bepalen voorstel bij het samenstellen van de kaderbrief en de begroting. Onvermijdbaar: hieronder valt één van de volgende situaties: - een wettelijke verplichting, contract of overeenkomst; - een uitgave waarbij uitstel leidt tot aansprakelijkheid; - de ontwikkeling/gebeurtenis kan niet vermeden worden / er is geen alternatief; - er is sprake van een zwaarwegende politieke toezegging / politiek belang. Onuitstelbaar: niet verschuifbaar in de tijd tot het volgende moment van integrale afweging (het volgende begrotingsjaar). Zaken die niet onder de bovenstaande gestelde voorwaarden voor onvoorzien vallen, neemt het college mee bij de integrale afweging bij de kaderbrief of de nieuw op te stellen begroting.

e. het college doet zonder voorafgaande toestemming van de raad ten laste van de post onvoorzien geen uitgaven waarvan bekend is of verondersteld mag worden dat daaromtrent belangrijke politieke gevoeligheid bestaat;

e. over de beschikking van de post onvoorzien legt het college verantwoording aan de raad af via een begrotingswijziging bij de perioderapportages. Bij iedere perioderapportage wordt aan de raad een overzicht verstrekt waaruit blijkt welke lasten in het lopende begrotingsjaar ten laste van de post onvoorzien zijn gebracht en wat het resterende saldo van de post onvoorzien is.

Pagina 11 van 23

f.

door verwerking hiervan in de begrotingswijzigingen legt het college verantwoording af aan de raad over de bestedingen ten laste van de post onvoorzien. Bij iedere wijziging van de begroting wordt aan de raad een overzicht verstrekt waaruit blijkt welke lasten in het lopende begrotingsjaar ten laste van de post onvoorzien zijn gebracht en wat het resterende saldo van de post onvoorzien is. g. Voordelen welke niet zijn geraamd worden toegevoegd aan onvoorzien.

f. het college heeft de mogelijkheid om binnen het kader van € 25.000 in bijzondere omstandigheden af te wijken van de drie O’s en licht dit toe in de perioderapportage.

g. voordelen welke niet zijn geraamd worden toegevoegd aan het begrotingsresultaat.

Toelichting: In dit lid hebben wij de criteria voor onvoorziene zaken concreter uitgewerkt. Het betreft voornamelijk de drie O’s onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar, waarbij aan alle drie O’s voldaan moet worden. Het gevolg is dat hier minder zaken voor in aanmerking komen. We willen hiermee bereiken dat onvoorzien zuiver wordt gebruikt, zoals ook de wetgever dat heeft bedoeld. Hierdoor stellen we ook voor om voordelen niet meer aan onvoorzien toe te voegen maar aan het voorlopig begrotingsresultaat. In bijzondere omstandigheden kan het college besluiten af te wijken van de drie O’s toets. In dat geval licht het college dit toe bij de perioderapportage. Artikel 6, lid 8 (oud) Verordening 2017 Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de taakvelden zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting met niet meer dan 3% worden overschreden. Dit onder het voorbehoud dat elders binnen de begroting voor de overschrijding dekking kan worden gevonden.

Nieuw verordening Geschrapt.

Toelichting: Dit lid is geschrapt omdat we in de nieuwe verordening overgaan naar autorisatie op programmaniveau en overschrijdingen daarop vanuit het BBV moeten worden toegelicht.

Artikel 7 Tussentijdse rapportage Dit artikel bepaalt in welke frequentie en vorm, rekening houdend met de genoemde grensbedragen, het college de raad tussentijds informeert ten behoeve van de controlerende Pagina 12 van 23

taak van de raad. Meerdere artikelenleden zijn gewijzigd vooral als gevolg van doorontwikkeling planning en control. Artikel 7, lid 1 Verordening 2017 Het college informeert de raad door middel van minimaal twee tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting.

Nieuw verordening Het college verstrekt de raad in elke reguliere raadsvergadering een perioderapportage over de financiële stand van zaken. Eventuele begrotingswijzigingen zijn hiervan onderdeel.

Toelichting: Deze wijziging heeft betrekking op de met de raad afgesproken doorontwikkeling van de planning en control. De bestuurrapportages zijn hierbij veranderd in perioderapportages. Artikel 7, lid 2 (nieuw) Verordening 2017

Nieuw verordening In de vergadering voor het zomerreces verstrekt het college een beleidsmatige voortgangsrapportage aan de raad

Toelichting: Als gevolg van de doorontwikkeling van de planning en control, is in aanvulling op lid 1 een beleidsrapportage aan de planning & control-cyclus toegevoegd. Artikel 7, lid 3 (lid 2 oud) Verordening 2017 De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programmaindeling van de begroting.

Nieuw verordening 1. De inrichting van de beide voornoemde tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting: a. Mutaties over de programma’s en mutaties waarbij zowel de lasten als de baten worden aangepast vanaf € 50.000 moeten geautoriseerd worden door de raad. De raad is ook bevoegd voor de bij onvoorzien (vanaf € 25.000) en de bestemmingsreserves (vanaf € 50.000) genoemde bedragen. Budgetneutrale mutaties vanaf € 50.000 binnen een programma legt het college ter kennisname aan de raad voor. Mutaties die politiek gevoelig zijn, nieuw en wijziging van beleid betreffen legt het college ter besluitvorming voor aan de raad.

Pagina 13 van 23

b. Budgetneutrale mutaties en mutaties over de producten en thema’s autoriseert het college. c. Bij te melden budgetafwijkingen in de perioderapportages aan de raad moet het college bedragen vanaf € 10.000 voorzien van een toelichting. Toelichting: Dit lid is verder uitgewerkt als gevolg van de doorontwikkeling planning en control. In dit lid hebben wij de rapportering aangepast aan het autorisatie-niveau. Hierbij is aangesloten bij de geautoriseerde bedragen zoals wij deze al jaren hanteren voor onvoorzien en bestemmingsreserves. Daarnaast stellen wij voor om bij budgetafwijkingen bedragen vanaf € 10.000 toe te lichten, zodat er meer focus op de grotere bedragen komt te liggen.

Artikel 8 EMU-saldo Dit artikel bepaalt wat van het college verwacht wordt bij overschrijving van het EMU-saldo. Artikel 8 Verordening 2017

Nieuw verordening

Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden en er hierop een sanctie wordt toegepast, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Toelichting: Dit lid hebben wij aangevuld dat het college de raad alleen moet informeren als er een sanctie op de overschrijding norm van het Rijk zit. Sinds de wet Hof (Houdbare overheidsfinanciën) in werking is getreden (artikelen 6 en 7) is er landelijk nog nooit een sanctie hiervoor aangekondigd.

Artikel 9 Activering, waardering en afschrijving vaste activa Dit artikel bepaalt de regels voor de vaste activa. Beide oude leden zijn vervangen door één nieuw lid en een tweede lid is toegevoegd.

Pagina 14 van 23

Artikel 9, lid 1 (lid 1 en 2 oud) Verordening 2017 1.

2.

Nieuw verordening

Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

Regels met betrekking tot activering, waardering en afschrijving zijn vastgelegd in Bijlage 1 Regels voor activering, waardering en afschrijving.

Toelichting: We hebben deze leden aangepast, omdat in bijlage 1 de activering, waardering en afschrijving van vaste activa verder apart zijn uitgewerkt. Artikel 9, lid 2 (nieuw) Verordening 2017

Nieuw verordening

-

Restantkredieten vervallen na drie jaren vanaf het moment van opname/wijziging in de begroting. College legt afwijkingen ter besluitvorming voor aan de raad.

Toelichting: We hebben dit lid opgenomen om te voorkomen dat restantkredieten jaar op jaar (oneindig) worden doorgeschoven. Door dit lid vervallen de restantkredieten na drie jaar automatisch. Dit betekent dat er budgetruimte ontstaat.

Artikel 10 Reserves en voorzieningen Dit artikel bepaalt de regels voor het instellen en opheffen van voornamelijk reserves. Voorzieningen worden veelal vanuit voorschriften gevormd (of vallen daardoor vrij). Artikel 10, lid 2 Verordening 2017 De raad besluit over het instellen en opheffen van reserves.

Nieuw verordening De raad besluit over het instellen van reserves. In het advies hiervoor moet in ieder geval aandacht zijn voor het volgende: -

(bestedings-)doelstelling/plan van de bestemmingsreserve; voeding van de bestemmingsreserve; gewenste hoogte van de bestemmingsreserve; zo mogelijk jaartal van inzet van de bestemmingsreserve.

Pagina 15 van 23

Daarnaast is de raad bevoegd tot het opheffen van reserves.

Toelichting: We hebben dit artikel verder uitgewerkt om zowel voor de raad als het college meer inzicht in de (bestemmings-)reserves te krijgen. Artikel 10, lid 3 (nieuw) Verordening 2017 Nieuw verordening Zolang de reserve Sociaal domein bestaat mag het college zowel bij de begroting als de jaarstukken zonder afzonderlijke besluitvorming van de raad saldi in de exploitatie voor de wetten inzake participatie, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp hiermee te verrekenen. Dit geldt ook voor de exploitatiesaldo onderhoud gebouwen in relatie tot de reserve onderhoud gebouwen en de verrekening van daarvoor in aanmerking komende kapitaallasten met de reserves kapitaallasten economische en maatschappelijk nut. Toelichting: We hebben dit lid opgenomen om in het verleden bij perspectievennota’s afzonderlijk genomen ‘systeem’ besluiten vast te leggen in de financiële verordening. De uitvoering van dit artikel betekent dat voordat het saldo van de jaarrekening wordt bepaald de mutaties op de reserves Sociaal domein en onderhoud gebouwen uitgevoerd zijn. Dit als gevolg van budgetneutraliteit van beide posten.

Artikel 11 Kostprijsberekening Dit artikel bepaalt de regels voor de kostprijsberekening. Lid 2 komt te vervallen en daarmee schuiven alle leden een lidnummer naar voren op. Daarnaast is dit artikel actiever geformuleerd en is het woordje ‘integrale’ toegevoegd aan kostprijs, in verband met de Wet Markt en Overheid. Artikel 11, lid 2 Verordening 2017

Nieuw verordening

Bij het bepalen van de geraamde kostprijs van de afvalstoffenheffing van het jaar 2017

Geschrapt.

Pagina 16 van 23

wordt in afwijking van lid 1 een correctie toegepast bij de extracomptabele toerekening van overheadskosten, indien blijkt dat na toerekening van deze overheadkosten de kostendekking lager is dan 100%. Hierdoor wordt een (verdere) verhoging van het tarief voorkomen. Toelichting: Dit lid had alleen betrekking op het jaar 2017 vanwege de nieuwe BBV voorschriften vanaf 2017. Door de andere toerekening van overhead in die nieuwe voorschriften koos de gemeente ervoor om de 100% kostendekkendheid voor afvalstoffenheffing tijdelijk los te laten. Het alternatief was dat de tarieven op dat moment met meer dan 10% moesten stijgen ten opzichte van 2016, terwijl er op dat moment nog aanbestedingsvoordelen werden verwacht bij de diverse fracties van afval. Bij lid 3 hebben wij nog een verduidelijking van het overhead percentage gegeven.

Artikel 12 Vaststelling hoogte belasting, rechten, heffingen en prijzen Dit artikel bepaalt de uiterste termijnen en de kaders voor de vaststelling van de genoemde tarieven. Artikel 12, lid 3 (nieuw) Verordening 2017

Nieuw verordening Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, brengt de gemeente tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het college het algemeen belang van de activiteit motiveert.

Toelichting: Dit lid hebben wij opgenomen als veruit de belangrijkste verplichting volgens de Wet Markt en Overheid.

Pagina 17 van 23

Bijlage 1 Regels voor activering, waardering en afschrijving (artikel 9 lid 1). In de Financiële verordening 2017 werd in de bijlage, na een korte inleiding, de afschrijvingstermijnen vermeld. In de bijlage van de nieuwe verordening zijn een aantal nieuwe artikelen toegevoegd. Deze artikelen gaan in op de wijze hoe wij omgaan met de materiele vaste activa in onze administratie. Hieronder lichten wij de wijzigingen in de Bijlage bij de Financiële verordening toe. Inleiding Inleiding Verordening 2017

Nieuw verordening

Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000,00 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.

Deze bijlage behandelt de wijze waarop de gemeente beleidsmatig en administratief omgaat met de bezittingen (activa). De landelijke regels hiervoor zijn opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De wetgever heeft de mogelijkheid gegeven om via de financiële verordening de regels voor het waarderen, activeren en afschrijven aan te vullen. Hiermee kan de financiële huishouding voor het waarderen, activeren en afschrijven op lokaal niveau eenduidig worden geregeld. Met behulp van de regels kan de financiële positie van onze gemeente betrouwbaar worden gepresenteerd. Daarnaast maken de regels een transparante en efficiënte werkwijze mogelijk die eenvoudig kan worden getoetst.

Toelichting: De genoemde onderdelen in de inleiding van de Verordening 2017 komen onderstaand aan bod bij alle andere keuzes en toelichtingen.

Pagina 18 van 23

1.1 Immateriële vaste activa, regels voor het activeren, waarderen en afschrijven Dit deel van de bijlage bepaalt de werkwijze en grensbedragen van activeren, de wijze van waarderen en de afschrijvingsmethode voor immateriële vaste activa 1.1.1. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden niet automatisch geactiveerd als ze aan de voorwaarden uit het BBV voldoen. (nieuw) Toelichting: Het BBV heeft bijdragen aan activa in eigendom van derden aangemerkt als immateriële activa. Het BBV biedt de mogelijkheid om deze activa te activeren. Bij elke investering doet het college een voorstel aan de raad of zij van deze mogelijkheid gebruik willen maken. Afhankelijk van het onderwerp en situatie legt het college een voorstel voor aan de raad over de wijze van opnemen in de financiële administratie. De keuzes in dit voorstel, ervan uitgaande dat de raad een bijdrage in activa van derden wil doen, zijn: dekken uit de reserve(s), exploitatiebudgetten of activeren en in de daarvoor gelden periode afschrijven. Het uitgangspunt hierbij is niet activeren, omdat de gemeente geen beschikkingsmacht over deze activa heeft en omdat deze investeringen geen onderdeel zijn van bezit. 1.1.2. Kosten van onderzoek en ontwikkeling die niet rechtstreeks samenhangen met een actief worden niet geactiveerd.

(nieuw) Toelichting: Voor dit soort kosten is een nuttige gebruiksduur van twee jaar of langer (en causaal verband) niet objectief vast te stellen. Om deze reden worden deze kosten niet geactiveerd. Deze kosten behoren bij het reguliere werk, wat ten laste van de exploitatie komt. 1.1.3. Immateriële vaste activa met een historische kostprijs tot € 25.000 worden niet geactiveerd. (nieuw) Toelichting: De commissie BBV adviseert om een drempel te stellen bij het activeren van bezittingen. Redenen hiervoor zijn dat het activeren van kleine bezittingen niet bijdraagt aan een betere getrouwe presentatie van de bezittingen. Ook speelt beperking van de administratieve lasten volgens de commissie een rol. 1.1.4.

Het uitgangspunt is lineair (jaarlijks met gelijke bedragen) afschrijven vanaf het jaar volgend op ingebruikname/ontstaan van activa. Door raadsbesluit is afwijking mogelijk. (nieuw) Toelichting: Lineair afschrijven doet recht aan de actuele waardeontwikkeling van een actief en is eenvoudig. Indien daarvoor aanleiding is kan met een apart besluitpunt door de raad een andere afschrijvingsmethode worden toegepast, mist dit niet voor een gelijksoortige activa is. Voor gelijksoortige activa mag maar één eensluidende afschrijvingsmethode worden toegepast.

Pagina 19 van 23

2.1 Materiële vaste activa, regels voor activeren Dit deel van de bijlage bepaalt de werkwijze en de grensbedragen van activeren. 2.1.1.

Materiële vaste activa met een historische aanschafprijs tot € 25.000 worden niet geactiveerd. (nieuw)

Toelichting: De commissie BBV adviseert om een drempel te stellen bij het activeren van bezittingen. Redenen hiervoor zijn dat het activeren van kleine bezittingen niet bijdraagt aan een significant getrouwere presentatie van onze bezittingen. Ook speelt beperking van de administratieve lasten volgens de commissie een rol. 2.1.2.

Software als afzonderlijk actief wordt (inclusief implementatiekosten) aangemerkt als een materieel vast actief en overeenkomstig verwerkt. (nieuw)

Toelichting: Dit betreft software in eigendom, niet in de vorm van SAAS (Software as a service). Deze laatste mag niet geactiveerd worden. De notitie materiële vaste activa van de commissie BBV schrijft de plicht voor om de eigen software te activeren en in de gebruiksperiode (het zogenaamde matchingprincipe) af te schrijven. 2.1.3.

Gebruiksrechten van software worden alleen geactiveerd als ze ineens voor meerdere jaren zijn verkregen/betaald. (nieuw)

Toelichting: Dit betreft alle licenties voor software in eigendom, en licenties voor software in de vorm van SAAS (Software as a service) voor onbepaalde duur. SAAS licenties voor een bepaalde duur wordt verantwoord als vooruitbetaalde kosten. De notitie materiële vaste activa van de commissie BBV schrijft de plicht voor om de genoemde licenties te activeren en in de gebruiksperiode (het zogenaamde matchingprincipe) af te schrijven. 2.1.4.

Op grond wordt niet afgeschreven. (nieuw)

Toelichting: De notitie materiële vaste activa van de commissie BBV staat afschrijving op grond niet toe, omdat de waarde van grond niet vermindert door normaal gebruik en daarom een eeuwigdurende gebruiksduur heeft. 2.2 Materiële vaste activa, regels voor waarderen Dit deel van de bijlage bepaalt de wijze van waarderen voor materiële vaste activa. 2.2.1.

Er wordt geen rekening gehouden met een restwaarde. (nieuw)

Pagina 20 van 23

Toelichting: Vooraf is de restwaarde vaak moeilijk in te schatten. Als de voorspelde restwaarde bij verkoop niet wordt gerealiseerd ontstaat een onvoorziene last in de exploitatie. Door geen restwaarde te hanteren ontstaan geen onvoorziene lasten. Verkoopopbrengsten van materiële vaste activa worden als incidentele bate toegevoegd aan het voorlopig begrotingsresultaat, ter versterking van de financiële positie. 2.2.2.

Kosten die bij de waardering van de materiële activa horen worden meegenomen. (nieuw)

Toelichting: Tot materiele vaste activa worden gerekend: de verwervings-/vervaardigingskosten en kosten die daar rechtstreeks mee samenhangen vanaf het moment dat de verwerving/vervaardiging start inclusief kosten van toezicht tijdens de vervaardiging. Al de genoemde kosten dragen bij aan het meerjarig gebruiksnut van het materieel actief. Deze kosten worden daarom aanvullend geactiveerd.

2.3 Materiële vaste activa, regels voor afschrijven Dit deel van de bijlage bepaalt de wijze afschrijvingsmethode voor materiële vaste activa. 2.3.1. Het uitgangspunt is lineair (jaarlijks gelijke bedragen) afschrijven vanaf het jaar volgend op ingebruikname. Door raadsbesluit is afwijking mogelijk. (nieuw) Toelichting: Lineair afschrijven doet recht aan de actuele waardeontwikkeling van een actief en is eenvoudig. Indien daarvoor aanleiding is kan met een apart besluitpunt door de raad een andere afschrijvingsmethode worden toegepast, mist dit niet voor een gelijksoortige activa is. Voor gelijksoortige activa mag maar één eensluidende afschrijvingsmethode worden toegepast. Op het einde van een jaar beoordelen wij of een actief gereed is of in gebruik genomen is. Indien dit het geval is start de afschrijving op 1 januari van het volgende jaar. Dit past het meest bij de waardevermindering van het actief, en zorgt daardoor voor de meest zuivere actuele waarde van het actief. 2.3.2. Bij vastgoed passen we de componentenmethode niet toe. (nieuw) Toelichting: Wij passen de componentenmethode vanwege de (administratieve) eenvoud niet toe. Afschrijvingen op gronden zijn niet toegestaan, zie in tabel 2.3.3. Bij de componentenmethode vindt een uitsplitsing plaats naar vastgoed en installaties. Elk component wordt op basis van de verwachte nuttige gebruiksduur afgeschreven.

Bij vervanging mag opnieuw worden geactiveerd. Ingeval van niet toepassen van de componentenmethode mag gedurende de levensduur van het gehele activum niet

Pagina 21 van 23

(opnieuw) worden geactiveerd, maar moet de vervanging gelijk ten laste van het onderhoud worden gebracht, eventueel door gebruik van een onderhoudsvoorziening. 2.3.3. De volgende afschrijftermijnen worden gehanteerd voor materiële vaste activa: Afschrijvingstermijnen immateriële vaste activa De volgende immateriële vaste activa worden lineair afgeschreven in maximaal: a. X jaar: bijdragen aan activa in eigendom van derden. X = Afhankelijk van het activa te koppelen aan onderstaande termijnen voor materiele activa b. 5 jaar: kosten voor onderzoek en ontwikkeling alleen als er sprake is van een causaal verband met het actief waarvoor de kosten gemaakt zijn. Afschrijvingstermijnen materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. Materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in maximaal: a. 65 jaar: rioleringen; b. 40 jaar: nieuwbouw woonruimten, schoolgebouwen, kantoren en bedrijfsgebouwen; c. 25 jaar: nieuwbouw tijdelijke woonruimten en tijdelijke bedrijfsgebouwen; d. 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, schoolgebouwen, kantoren en bedrijfsgebouwen; e.

25 jaar: technische installaties en veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; f. 10 jaar: telefooninstallaties; g. 5 jaar: automatiseringsapparatuur; h. 10 jaar: kantoormeubilair en schoolmeubilair; i. 20 jaar: motorvaartuigen; j. 20 jaar: zware transportmiddelen en schuiten; k. 15 jaar: aanhangwagens, personenauto’s en lichte motorvoertuigen. l. XX jaar: software: XX =gebruiksduur software of termijn waarvoor licenties voor meerder jaren zijn betaald. Afschrijvingstermijnen materiële vaste activa met maatschappelijk nut De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden lineair afgeschreven in maximaal: a. 30 jaar: parken, sportvelden en groenvoorzieningen; b. 30 jaar: wegen, pleinen en rotondes; c. 30 jaar: tunnels, viaducten en bruggen; d. 30 jaar: geluidswallen; e. 30 jaar: straatmeubilair; Pagina 22 van 23

f. g. h. i. j.

30 jaar: havens, kades, sluizen en waterkeringen; 30 jaar: waterwegen, waterbergingen en walbeschoeiing; 15 jaar: pompen en gemalen 40 jaar: lichtmasten openbare verlichting; 20 jaar: armaturen openbare verlichting.

Voor niet genoemde materiële vaste activa geldt de verwachte economische levensduur als uitgangspunt voor de afschrijftermijn. Toelichting: De in de oude verordening 2017 gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn in de nieuwe verordening overgenomen, behalve voor de groep technische installaties en veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen. Voor dit onderdeel is er een onderzoek uitgevoerd. Dit geeft aan dat de economische/technische levensduur/afschrijvingstermijn van 15 naar 25 jaar gaat. De overige maximale termijnen schatten wij nog reëel in ten opzichte van de economische en technische levensduur. We hebben deze mede in tact gelaten om te voorkomen dat we de afschrijvingen van bestaande activa voor de komende tijd moeten herrekenen. De herrekening geldt wel voor het onderdeel technische installaties en veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen. Omdat de termijn langer wordt leidt de herrekening bij deze groep tot lagere kapitaallasten. Dit verwerken wij na vaststelling van de nieuwe verordening in de begroting. Bij de immateriële vaste activa zijn enkele verplichte zaken aangepast voor software en onderzoek-/ontwikkelingskosten.

3.1 Financiële vaste activa, regels, waardering Dit deel van de bijlage bepaalt de regels en de waardering van de financiële vaste activa. 3.1.1. Kosten van het sluiten van geldleningen en kosten van (dis)agio worden niet geactiveerd. (nieuw) Toelichting: Het BBV heeft deze kosten aangemerkt als immateriële activa. Het BBV biedt de mogelijkheid om deze activa te activeren. De commissie BBV adviseert om deze kosten niet te activeren. Dit advies volgen wij.

Pagina 23 van 23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9773265/1