CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-03-03 a. Beleidskader Windenergie 2021 gemeente Terneuzen - Ontwerpbesluit

gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen Beleidskader Windenergie 2021 gemeente Terneuzen8.203 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Ontwerpbesluit

Zitting van 18 maart 2021 Omgeving & Economie - Planvorming zaaknummer: 299557

2021_Raad_00041 - Beleidskader Windenergie 2021 gemeente Terneuzen Portefeuillehouder Ben Assche,van Programma en/of paragraaf Programma Volksgezondheid en milieu Besluit Besluitpunt 1 De raad besluit het 'Beleidskader Windenergie 2021 gemeente Terneuzen' vast te stellen.

Wat is de aanleiding? De gemeenteraad nam in maart 2019 een motie aan (20 stemmen voor en 8 tegen), waarin het college verzocht werd om een Beleidskader Windenergie op te stellen. In mei 2020 heeft de raad het windkader met 16 stemmen tegen en 14 stemmen voor afgewezen. De vraag was vervolgens op welke manier uitvoering gegeven moest worden aan de motie uit 2019. De raad heeft vervolgens in november 2020 besloten om een gewijzigd beleidskader voor windenergie door het college op te laten stellen. Met dit gewijzigd beleidskader windenergie wordt het eerdere beleidskader zoals dit in mei 2020 is voorgesteld nader toegelicht en aangescherpt. De essentie is daarbij: een beleidsmatige keuze en afweging voor een aantal gebieden binnen de gemeente Terneuzen waar mogelijkheden worden gezien voor windenergie. De keuze of de genoemde gebieden geschikt zijn wordt gemaakt op basis van vijf beleidsprincipes en is een onderbouwde politieke keuze. Deze keuze is aan de raad. In dit nieuwe beleidskader windenergie hebben wij een aantal gebieden uitgesloten omdat hiertoe in de aanloop naar het windkader geen mogelijkheden werden gezien. De wijzigingen ten opzichte van het vorige beleidskader zitten vooral in het niet langer onderverdelen in een zogenaamde Eerste Fase en Tweede Fase. De afgelopen maanden werd duidelijk dat deze indeling veel vragen opriep.

Veelal werd gedacht dat hierdoor directe plaatsing van windturbines mogelijk werd gemaakt. En dat gebieden die in het eerdere windkader genoemd werden in fase twee enkel in de (verre) toekomst mogelijk waren. De status in deze onderverdeling ontbrak. Wij kiezen er daarom voor om deze fasering achterwege te laten en te focussen op twee categorieën: gebieden waar beleidsmatig wel mogelijkheden zijn en gebieden zonder mogelijkheden voor windturbines.

1/30

Voor de gebieden waar wel mogelijkheden worden gezien zijn nadere vervolgonderzoeken noodzakelijk om de haalbaarheid van deze gebieden beter in beeld te krijgen. Deze vervolgonderzoeken worden dan uitgevoerd in een bestemmingsplanprocedure en/of een vergunningtraject. Het is nu onduidelijk op welke termijn dit zal gaan spelen en hoeveel tijd hiervoor nodig zal zijn. Eén en ander is daarbij afhankelijk in hoeverre deze gebieden in de praktijk ook daadwerkelijk mogelijkheden bieden voor windturbines. Naast wettelijke aspecten en beleidsuitgangspunten vereisen we voor iedere locatie en plan ook een omgevingsproces met een participatieplan. Naast het weglaten van de fasering is onder andere aangegeven wat de wettelijke vuistregels zijn ten aanzien van richtafstanden tot woonkernen, is een definitie van woonkernen gegeven en is verduidelijkt in hoeverre de hoogte van een windturbine in relatie staat tot het opwekvermogen. Dit alles geeft meer duidelijkheid over de gekozen uitgangspunten in dit kader.

Wat willen we bereiken? We hebben forse stappen gezet op het vlak van duurzame energie. Zonneparken leveren straks in Terneuzen een aanzienlijke energieopbrengst en daarmee kunnen wij op korte termijn al een groot deel van onze duurzaamheidsdoelstellingen halen. Toch is daarmee het belang van windenergie niet achterhaald want ook windenergie maakt deel uit van de Regionale Energie Strategie (RES) die uw raad positief beoordeelde. Daarmee heeft ook de gemeente Terneuzen aangegeven waar mogelijk bij te dragen aan deze doelstellingen. Dit geldt ook ten aanzien van windenergie.

Argumenten 1.1 Windenergie is noodzakelijk in behalen doelstellingen Regionale EnergieStrategie (RES) Het doel voor 2030 is 700MW windenergie te behalen in Zeeland. Eind 2020 zat Zeeland hierbij rond de 570 MW opgesteld vermogen. Dit betekent dat de resterende 130 MW aan windenergie in aanloop naar 2030 nog ingevuld moet worden. Om deze doelstelling richting 2030 te halen wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij locaties die in het provinciaal Omgevingsplan aangewezen zijn. Dit zijn locaties die daar al vele jaren voor beschikbaar zijn. De Kanaalzone is zo'n aangewezen locatie voor windenergie. Om de resterende 130 MW aan windenergie te kunnen realiseren wordt in het Provinciaal Omgevingsplan ruimte geboden om extra locaties toe te voegen. Het is daarbij het provinciale streven dat de Zeeuwse gemeenten naar evenredigheid en mogelijkheid hun steentje bijdragen in het behalen van deze provinciale doelstellingen. De gemeente Terneuzen wil waar mogelijk daaraan bijdragen. In het gemeentelijk coalitie-akkoord wordt het volgende hierover gesteld: “Bij windparken gaat onze voorkeur uit naar locaties in of aan de Noordzee. Nieuwe initiatieven met betrekking tot het opwekken van windenergie op ons grondgebied, beoordelen wij op passende wijze”.

Met deze beleidsregel Windenergie kunnen initiatieven op land in eerste instantie beter beoordeeld worden en wordt duidelijkheid gegeven over de mogelijke zoeklocaties voor windinitiatieven. 1.2 Met een windkader houdt de raad zelf de regie en blijft per initiatief bevoegd te beslissen Met het doorvoeren van een windkader wordt vervolgens naar eigen inzicht en regie door de gemeente Terneuzen uitvoering gegeven aan het verzoek vanuit de provincie voor het bijdragen aan de Zeeuwse doelstellingen. Op deze manier houdt de raad zelf de regie over

2/30

het aanwijzen van locaties en gebieden waar nader gericht onderzoek naar windturbines wordt ingezet. Vervolgens worden deze initiatieven (die passen binnen het windkader) opnieuw voorgelegd aan uw raad wanneer deze volledig zijn uitgewerkt en onderzocht. Dit gebeurt dan in de vorm van een concrete aanvraag omgevingsvergunning. Uw raad heeft daarbij de mogelijkheid per aanvraag omgevingsvergunning inhoudelijk te reageren op het voorstel. Deze procedure is vergelijkbaar met de beleidsregel rond zonne-energie en omgevingsvergunningen die (mogelijk) daaruit naar voren komen. 1.3 Duidelijk onderscheid in mogelijke zoeklocaties en uitgesloten gebieden Eerder werd aan uw raad voorgesteld een onderscheid in zoekgebieden voor windenergie aan te brengen. Dit onderscheid zag op een zogenaamde eerste- en tweede fase. In de eerste fase ging het om gebieden die direct uitvoerbaar zijn voor windinitiatieven. Fase twee waren gebieden waar in de toekomst mogelijkheden liggen voor windenergie maar deze gebieden waren nog niet geheel nader onderzocht. De discussie rondom de Axelse Vlakte heeft eraan bijgedragen dat er voor geen enkel gebied een directe mogelijkheid bestaat tot ontwikkeling van windenergie. Hiervoor is gericht nader onderzoek noodzakelijk.

Het windkader heeft en had nooit de intentie een directe plaatsing van windturbines mogelijk te maken zonder nader uitgebreid onderzoekstraject. Hiervoor dient het traject van een omgevingsvergunning. Het windkader is gebaseerd op de resultaatstudie van Fon ten Thij (Rapport verkenning Wind en Zon Terneuzen) die gedurende 2 jaar een intensief traject met bedrijven en omwonenden in de Kanaalzone heeft doorlopen om mogelijke windlocaties te onderzoeken. Het windkader is daarbij een opsomming van de in dit onderzoeksrapport aangehaalde locaties waarbij vervolgens een afweging op basis van geformuleerde beleidsuitgangspunten per locatie wordt voorgesteld. Concreet komt het er in het windkader vervolgens op neer of een locatie (beleidsmatig) wel of niet verder onderzocht mag worden voor windinitiatieven. Op deze manier is het duidelijk waar de zoekgebieden voor windenergie binnen de gemeente Terneuzen liggen en waar dit wordt uitgesloten. 1.4 Proactieve aanwijzing provincie Het aannemen van een algemene negatieve houding tegenover windenergie op alle plekken in de gemeente sluit niet aan bij Zeeuwse opgave ten aanzien van windenergie richting 2030. Daardoor is er de kans dat de provincie de regie op dit onderwerp overneemt. De provincie kan vanuit haar bevoegdheden besluiten een proactieve aanwijzing te geven aan een gemeente voor een bepaalde locatie binnen het grondgebied.

Een dergelijke proactieve aanwijzing is niet wenselijk (zowel niet voor provincie als gemeente) en dient wat dat betreft voorkomen te worden door zelf richting en sturing te geven middels eigen gemeentelijk beleid.

Kanttekeningen 1.1 Initiatieven beoordelen zonder windkader Een windkader is niet verplicht, dus we kunnen zonder een dergelijk kader verder gaan. Hiermee wordt allereerst niet voldaan aan het verzoek en de motie uit uw raad om een kader op te stellen. Daarnaast ontbreekt een leidraad om nieuwe verzoeken voor windturbines te beoordelen. Als gevolg hiervan kunnen initiatiefnemers voor het gehele gemeentelijke grondgebied verzoeken indienen die wij dan vervolgens op passende en inhoudelijke wijze moeten beoordelen en aan de raad voorleggen. Er is dan geen houvast om buiten wet- en regelgeving sturing te geven aan deze verzoeken en de beoordeling. Dit leidt tot trajecten met veel discussies en vaak onnodige voorbereiding van initiatiefnemers en de ambtelijke organisatie.

3/30

1.2 Windenergie in Kanaalzone is een gevoelig onderwerp Tegen het aanwijzen van de Axelse Vlakte als gebied voor windenergie in het eerder gepresenteerde windkader is namens de glastuinbouwers meermaals een schriftelijke reactie ingediend. Ook in de aanloop naar het gewijzigde windkader hebben we reeds een aantal negatieve reactie ontvangen, onder andere door omwonenden in het zoekgebied ten westen van Dow Mosselbanken (Paulinapolder). Dit geeft aan dat windenergie een gevoelig onderwerp is en ook blijft. Elke locatie die wordt genoemd als mogelijk zoekgebied zal een zelfde soort reactie oproepen. Het feit dat omwonenden en bedrijven voor alle genoemde locaties in het windkader nadrukkelijk zijn meegenomen in de onderzoekstudie door Fon ten Thij voorkomt dat niet. Daarbij blijft het uitermate belangrijk om eventueel tijdens vervolgstappen de omwonenden en bedrijven van begin af aan actief mee te nemen in het verdere verkenningsproces of vergunningtraject.

Wat mag het kosten? Behalve de inzet van ambtelijke uren zijn er geen kosten verbonden aan dit voorstel.

Wat gaan we ervoor doen? Na vaststelling door de gemeenteraad wordt de vaststelling van het 'Beleidskader Windenergie 2021 gemeente Terneuzen' bekend gemaakt in ZVA, gemeenteblad, Staatscourant en gemeentelijke website.

Bijlagen 1. Beleidskader Windenergie aanpassing 2021

4/30

Beleidskader Windenergie 2021 gemeente Terneuzen

Maart 2021

definitief

5/30

Inhoudsopgave

1. Beleidskader 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9

Aanleiding Totstandkoming beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Windenergie richting 2030 Gemeentelijke energieambities Windenergie Zonne-energie Wind vs. Zon

2. Beleidsprincipes voor windenergie 3. Afbakening onderzoeklocaties 3.1 Provinciaal standpunt 3.2 Waarom de Kanaalzone als zoekgebied? 3.3 Woon- en leefklimaat binnen Kanaalzone 4. Gebieden 4.1 4.2

Potentiële zoekgebieden voor windturbines Uitgesloten gebieden

5. Voorwaarden en procedure 5.1 Voorwaarden 5.2 Procedure 5.3 Participatieplan

Beleidskader windenergie

1 6/30

1. Beleidskader 1.1 Aanleiding In het landelijke Klimaatakkoord van 28 juni 2019 is als doelstelling voor 2030 het produceren van 35 TWh elektriciteit met wind en zon energie vastgelegd. De regio Zeeland wil daar een evenredige bijdrage van 1/12 deel aan leveren. Dit is niet vertaald in een concrete taakstelling voor de gemeenten maar een vraag aan allen om deze opgave met haalbare mogelijkheden met wind- en zon projecten in te vullen. Dit beleidskader geeft voor windenergie hier invulling aan.

In dit beleidskader Windenergie staan de beleidsprincipes centraal die de gemeente Terneuzen hanteert bij het beoordelen van plannen met betrekking tot windenergie. Daarbij zijn een aantal gebieden beoordeeld op basis van de beleidsprincipes en is aansluiting gezocht bij de reeds uitgevoerde verkenning naar windenergie in de Kanaalzone door Fon ten Thij.1

Het kader is als volgt opgebouwd; eerst is aangegeven welke stappen de gemeente heeft gezet om tot dit kader te komen. Daarna volgt het Rijksbeleid, Provinciaal beleid en Gemeentelijk beleid. Vervolgens worden de algemene beleidsprincipes beschreven om te beslissen of in eerste plaats medewerking verleend kan worden aan een initiatief tot windenergie. Het gebied waar de provincie en de gemeente plaatsing van windturbines (in principe) mogelijk acht, wordt op kaart weergegeven en vervolgens beschreven. Tenslotte worden voorwaarden genoemd en volgt een beschrijving van het proces.

1.2 Totstandkoming beleidskader Het onderwerp windenergie is binnen de gemeente Terneuzen eerder aan de orde geweest met windturbines in de Koegorspolder en Eendragtpolder. Lange tijd was een uitbreiding van windturbines binnen de gemeente Terneuzen politiek niet bespreekbaar. Maar met het tempo waarin verduurzaming en energietransitie doorzet komt het onderwerp naar windenergie terug op tafel. Met het in februari 2019 vastgestelde Toetsingskader zonne-energie is vervolgens door de raad een motie ingediend om een Beleidskader Windenergie op te stellen. In de motie verzoekt de raad aan het college om een beleidskader voor windenergie op te stellen. De motie werd in maart 2019 aangenomen met 20 stemmen voor en 8 stemmen tegen.

1 ‘Verkenning windenergie en zonne-energie Kanaalzone Terneuzen’, d.d. 21 februari 2019.

Beleidskader windenergie

2 7/30

1.3 Rijksbeleid De Nederlandse overheid wil de opwarming van de aarde beperkt houden. Het landelijk Klimaatakkoord van 28 juni 2019 stelt daarom het doel om in 2030 49% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% zijn afgenomen. Dit is nodig om de opwarming van de aarde niet verder te laten oplopen dan anderhalve graad. Bij deze temperatuurstijging lijken de gevolgen van klimaatverandering nog beheersbaar. Om de doelstelling van 2030 te halen, is de overheid samen met bedrijven en maatschappelijke organisaties op tot het Klimaatakkoord gekomen. Het Klimaatakkoord is een pakket aan maatregelen waarmee het politieke reductiedoel gerealiseerd dient te worden. In dit akkoord staan onder andere afspraken met de sectoren (elektriciteit, landbouw en landgebruik, gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit) over de maatregelen die we de komende 10 jaar gaan nemen om de klimaatdoelen te halen. Voor het produceren van elektriciteit met wind en zon is een opgave van 35 TWh (126 Petajoule hierna: PJ) afgesproken.

1.4 Provinciaal beleid De regionale energiestrategie (hierna: RES) Zeeland beschrijft de duurzame energieopgave binnen de regio Zeeland. Deze ligt in het realiseren van een minimale opwek van 10,5 PJ elektriciteit met wind en zonne-energie in 2030. Dit is 1/12 deel van de landelijke opgave. Daarvoor zal het huidige vermogen van 570,5 MW windenergie minimaal verhoogd worden naar 700 MW (7 PJ) en zal de resterende 3,5 PJ aan zonne-energie vermogen gerealiseerd worden. De inzet daarbij is zoveel mogelijk vermogen op dak en aanvullend op land en water. Het provinciaal en gemeentelijk (ruimtelijk) beleid geeft hiervoor voldoende beleidsruimte. Dit gebeurt op provinciaal niveau op hoofdlijnen en op gemeentelijk niveau gedetailleerd. De RES Zeeland is in oktober 2020 bekrachtigd door de vaststelling door alle Zeeuwse gemeenten, het Waterschap Scheldestromen en de Provincie Zeeland.

1.5 Windenergie richting 2030 Verwacht wordt dat eind 2020 in Zeeland met betrekking tot windenergie 570,5 MW aan opgesteld vermogen beschikbaar zal zijn. De turbines staan op locaties die in het provinciaal Omgevingsplan aangewezen zijn. Dit zijn locaties die daar al vele jaren voor beschikbaar zijn. Zeeland kent al een lange geschiedenis in het ontwikkelen van windenergie en het bestaande beleid is in de RES voortgezet. Kern van de strategie is dat deze locaties in geval van opschaling, vernieuwing of uitbreiding aan de orde zijn, zo optimaal mogelijk ingevuld worden. Besluitvorming en afweging vindt plaats in de procedures per project en volgt niet automatisch

Beleidskader windenergie

3 8/30

uit de RES. Om de resterende 130 MW aan windenergie te kunnen realiseren wordt in het Provinciaal Omgevingsplan ruimte geboden om extra locaties toe te voegen. Daarbij wordt aan iedere gemeente (die binnen het provinciaal Omgevingsplan is aangewezen) gevraagd haar bijdrage te leveren voor de provinciale doelstellingen richting 2030. Op deze manier worden de doelstellingen gehaald ten aanzien van windenergie en blijft een mogelijk proactieve aanwijzing door de provincie achterwege.

1.6 Gemeentelijke

energieambities:

Activiteitenprogramma

Klimaat

en

Duurzaamheid De gemeentelijke energiedoelstelling is om in 2045 alle bestaande particuliere woningen energieneutraal te maken. Dat kan alleen door energie te besparen en duurzame energie op te wekken. Bijvoorbeeld door zonne-energie of aardwarmte. Ook windenergie is hierbij een belangrijke optie. De gemeenteraad van Terneuzen stelt dat: “Bij windparken gaat onze voorkeur uit naar locaties in of aan de Noordzee. Nieuwe initiatieven met betrekking tot het opwekken van windenergie op ons grondgebied, beoordelen wij op passende wijze”.2 Middels deze beleidsregel Windenergie kunnen initiatieven op land in eerste instantie beter beoordeeld worden. Met de eventuele plaatsing van windturbines wordt een bijdrage geleverd aan de duurzaamheidsambities van de gemeente Terneuzen.

1.7 Windenergie Voor de gemeente Terneuzen was windpark De Koegors de eerste (grote) kennismaking met windenergie. Binnen het windpark werden 22 turbines geïnstalleerd met een nominaal vermogen van 2,0 Megawatt per windturbine (in totaal 44 MW). Daarnaast hebben de twee turbines in de Eendragtpolder een vermogen van elk 0,8 MW (in totaal 1,6 MW).

1.8 Zonne-energie Op februari 2019 stelde de gemeenteraad het planologisch toetsingskader zonne-energie vast. Op 28 mei 2020 heeft de gemeenteraad de structuurvisie zon- energie en ruimtelijke compensatie vastgesteld. Deze structuurvisie dient als wijziging op het planologisch toetsingskader zonne-energie uit 2019. Voor zonne-energie werden in 2019 vijf omgevingsvergunningen voor grootschalige zonneparken binnen de gemeente Terneuzen verleend. In totaal gaat het hierbij om 140 hectare aan zonnepanelen. Deze zonneparken zijn goed voor circa 180 Megawatt opgesteld vermogen. In 2020 is nog een omgevingsvergunning verleend voor een zonnepark ter grootte van 12 hectare. Dat zorgt ervoor dat momenteel

2 Coalitieakkoord Terneuzen 2018 – 2022, ‘Sterk, betrokken & vitaal.

Beleidskader windenergie

4 9/30

binnen de gemeente Terneuzen voor circa 162 hectare aan zonnepanelen vergund is met een totaal vermogen van circa 196 Megawatt opgesteld vermogen.

1.9 Wind vs. Zon In Nederland is er gemiddeld meer wind dan zon. Zonnepanelen werken in ons land ongeveer 1000 uur per jaar op vol vermogen. Windturbines draaien 3000 – 3500 uur op vol vermogen, dus drie keer zoveel. Wanneer een windturbine tegen zonnepanelen wordt afgezet ziet men dat één windturbine van 3 Megawatt gelijk staat aan ongeveer 5 hectare zonnepanelen. Zowel zonne- als windenergie hebben impact op het landschap. Een aantal bewoners uit de directe omgeving van de projectlocatie zullen zonnepanelen eerder accepteren dan windenergie. Dit heeft alles te maken dat windturbines tot op grote afstand van de projectlocatie waarneembaar zijn en zonne-energie vaak landschappelijk beter inpasbaar is. Andere mensen storen zich hier minder aan.

Ondanks dat het aanwijzen van gebieden voor windenergie op land een lastige afweging kan zijn, is het nog steeds noodzakelijk ook windenergie op land mee te nemen in de duurzaamheidsambities. Tenslotte, wanneer het ruimtelijk beslag en opbrengst tegen zonnepanelen wordt afgezet hebben windturbines een zeer belangrijke functie in het behalen van deze duurzaamheidsambities. Daarom wordt de combinatie van deze twee duurzame bronnen aangehaald als meest wenselijk. Windturbines en zonnepanelen bijten elkaar namelijk niet, sterker nog: ze vullen elkaar mooi aan. Op deze manier kan een constante opwekking van duurzame energie plaatsvinden. Wanneer zonne- en windenergie binnen hetzelfde gebied opgewekt wordt kan de elektrische infrastructuur zo efficiënt mogelijk gebruikt worden. Zowel het zonnepark als het windpark kan dan gebruik maken van dezelfde elektrakabel (cable sharing).

Beleidskader windenergie

5 10/30

2. Beleidsprincipes voor windenergie Op basis van de Provinciale Omgevingsplan, Provinciale Omgevingsverordening, de RES, Structuurvisie Terneuzen 2025, Coalitieakkoord ‘Sterk, betrokken en Vitaal’ en de resultaten van de verkenning naar windenergie in de Kanaalzone, worden de volgende vijf beleidsprincipes voor windenergie geformuleerd.

1.

Windturbines worden op grote afstand van woonkernen geplaatst om hinder te minimaliseren

De Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone is geen aaneengesloten industriegebied, maar vaak een mix van wonen en werken. Woongebieden kunnen hierdoor bovenmatig belast zijn. Door een afstand van 1000 meter tot de dichtstbijzijnde woonkern3 in acht te nemen is de invloed van windturbines op gezondheid, leefbaarheid en dagelijks leven van omwonenden zo klein mogelijk. Landelijk wordt hierbij een minimale afstand gehanteerd van 500 meter tot woonkernen (vuistregel). Vanaf 500 meter kan voldaan worden aan de wettelijke eisen rondom geluid- en slagschaduwnormen.4 Voor verspreid liggende woonbebouwingen wordt daarbij een minimale afstand van 300 meter als vuistregel aangehouden. 2. Windturbines worden op- of bij industrieterreinen geplaatst Dit uitgangspunt is conform de beleidslijn uit het provinciale Omgevingsplan. De gemeente Terneuzen hanteert al sinds het ROM-project uit de jaren 90 het principe om wonen en werken ruimtelijk zoveel mogelijk te scheiden. Industrieterreinen als vestigingslocaties voor windturbines zorgen voor minimale hinder richting woonkernen. Voor de energietransitie is het noodzakelijk om grootschalige groene elektrificering en grootschalige opwek van groene waterstof door te voeren. Vooral voor bedrijven is plaatsing van windturbines op- of bij industrieterreinen technisch het meest efficiënt.

Op deze manier is de afstand binnen de elektrische infrastructuur zo klein mogelijk en daardoor erg kostenefficiënt. Een belangrijk bijkomend voordeel aangezien de elektrische infrastructuur een maatschappelijke kostenpost is. Windturbines moeten minimale hinder en minimale belemmeringen voor bedrijven geven. Via een planproces van duurzame gebiedsontwikkeling kunnen zonne- en windenergie passend gemaakt worden bij de gewenste ontwikkeling van industrieterreinen. Qua landschappelijke 3 Definitie woonkern: bebouwde kom of een aaneengesloten woonbebouwing waarbij sprake is van

een op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. 4 De norm voor geluid is: jaargemiddelde geluidsbelasting ter plaatse van woningen: 47 dB Lden. De norm voor slagschaduw is: maximaal 17 x 20 minuten slagschaduw per jaar. Door deze normen te vertalen naar minimale afstanden tussen woningen en windturbines is een vuistregel opgesteld die landelijk wordt gehanteerd.

Beleidskader windenergie

6 11/30

inpassing sluiten windturbines goed aan op het bestaande industriële landschap als achtergrond. 3. Windturbines worden aan- of bij grote infrastructuur geplaatst Windturbines kunnen binnen grote infrastructuur (zoals haven, hoofdwegen, dijken) landschappelijk goed ingepast worden door aan te sluiten op bestaande zichtlijnen. Dit is conform de beleidslijn uit het provinciale Omgevingsplan. 4. Windturbines moeten ‘profijt’ voor de omgeving opleveren ‘Profijt’ voor de omgeving kan tegelijk verschillende vormen hebben. Dit kan financieel zijn in de vorm van een omgevingsfonds of de (financiële) participatie van omwonenden en lokale bedrijven in een windpark. Het leveren van de lokaal opgewekte stroom. Ook kan met een deel van de opbrengst van een windproject bijvoorbeeld natuur en landschap verbeterd worden. Het is daarvoor noodzakelijk per initiatief de afweging te maken welke vorm van ‘profijt’ het meest gewenst is. Dit vindt plaats in overleg met de initiatiefnemer en met de directe omgeving behorende tot een windproject. Voor alle duidelijkheid: deze profijtregeling komt bovenop de wettelijke regelingen voor slagschaduw, geluid, planschade e.d. 5. Windprojecten moeten recht doen aan het coalitieakkoord “Sterk, betrokken en vitaal” Het coalitieakkoord geeft aan meer gebruik te willen maken van groene stroom voor de transitie naar duurzame energie.

Nieuwe initiatieven voor het opwekken van windenergie op ons grondgebied worden op passende wijze beoordeeld. Met dit beleidskader, de geformuleerde principes, en op basis van de benodigde onderzoeken voor bestemmingsplannen en vergunningen wordt hieraan invulling gegeven.

Beleidskader windenergie

7 12/30

3. Afbakening onderzoeklocaties 3.1 Provinciaal beleid In het omgevingsplan van de Provincie Zeeland zijn concentratielocaties opgenomen voor windturbines. Voor de gemeente Terneuzen wordt de Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone aangewezen als concentratiegebied. De redenering hierachter is in het provinciaal omgevingsplan met de volgende passage weergegeven: “Voor windenergie voeren we een beleid dat zich kenmerkt door concentratie van de windturbines binnen een aantal locaties. Deze bevinden zich op of bij grootschalige industrie terreinen en op en bij grootschalige infrastructurele werken. De concentratielocaties voor windturbines zijn op kaart 75: Duurzame en hernieuwbare vormen van energie aangegeven, maar het is ook mogelijk om enkele extra projecten toe te voegen. Hiermee wordt ruimte geboden om de realisatie van de duurzame energie ambitie mogelijk te maken. De lijst met aangewezen locaties is vanuit initiatieven in het verleden tot stand gekomen maar er zijn meer mogelijkheden zonder de concentratiegedachte geweld aan te doen. Daarom wordt ruimte geboden voor enkele extra projecten wanneer deze aansluiting zoeken bij grote infrastructuurlijnen als bijvoorbeeld waterkeringen langs de grote wateren.” 6

3.2 Waarom de Kanaalzone als zoekgebied? In de gemeente Terneuzen worden nieuwe (bouw-)initiatieven die zien op een industrieel karakter zoveel mogelijk geconcentreerd binnen de Kanaalzone. Tot deze categorie van uitbreidingen wordt daarbij ook gerekend de ontwikkeling van initiatieven behorende tot windenenergie. Dit sluit vervolgens aan bij het feit dat de Kanaalzone als zoekgebied voor windenergie door de provincie is aangewezen. Binnen de Kanaalzone is het Kanaal Gent Terneuzen met de daarbij behorende infrastructuur (weg, spoor, leidingen, havenbekkens) en de daaraan gekoppelde grootschalige bedrijvigheid kenmerkend voor het gebied. Het is ook daarom dat concrete nieuwe verzoeken tot bedrijvigheid ook hoofdzakelijk worden gehuisvest binnen dit gebied. Dit sluit aan bij de indeling van het bestaand industrieel-logistiek complex waar de Kanaalzone tezamen met het Sloegebied bij Vlissingen het Economisch Kerngebied voor Zeeland vormt.

Met het windkader is eveneens gekeken naar de mogelijkheden binnen dit gebied voor windenergie. Windenergie heeft daarbij eigenschappen die te plaatsen zijn binnen een gebied

5 Zie bijlage 1. 6 Omgevingsplan Zeeland 2018.

Beleidskader windenergie

8 13/30

dat reeds stedelijk industrieel ontwikkeld is. Bovendien kan worden opgemerkt dat door het plaatsen van windturbines binnen stedelijk industrieel gebied elektrificatie en afname direct aan elkaar grenst. Op deze manier is een direct verband aanwezig tussen opwekking en afname, hetgeen ook gewenst in het kader van duurzaam energiegebruik en het voorkomen van opstopping/overbelasting van het elektriciteitsnetwerk. Een ontwikkeling op het gebied van windturbines buiten deze zone wordt in beginsel vanuit ruimtelijke ordening niet wenselijk geacht. Bovendien bestaat ook geen politiek draagvlak deze gebieden mee te nemen in een mogelijke locatie voor windenergie. Het is met die reden dat ook de verkenning naar windenergie, waar dit document op is gebaseerd, met name heeft plaatsgevonden binnen de Kanaalzone.

3.3 Woon- en leefklimaat binnen Kanaalzone Voorgaande neemt niet weg dat met het concentreren van nieuwe ontwikkelingen binnen de Kanaalzone daarbij tot gevolg heeft dat regelmatig dezelfde kernen verder worden belast. De combinatie tussen wonen en werken komt in de kernen hierdoor op gespannen voet te staan. Uit de verkenning naar windenergie in de Kanaalzone blijkt dat sommige bewoners het punt bestrijden dat de provincie de Kanaalzone aanmerkt als een grootschalig industrieterrein. “Binnen dit gebied vindt een mix van wonen en werken plaats binnen een dichtbevolkt gebied waarbij de milieubelasting al zeer hoog is. Het extra belasten van dit gebied met windturbines wordt daarbij niet passend geacht. Bewoners geven daarbij aan dat zoeklocaties, bij voorkeur, ver buiten woonomgevingen/Kanaalzone dienen te liggen.”7

Het is daarom wenselijk de omliggende kernen vroegtijdig te betrekken bij een initiatief tot windenergie. Burgerparticipatie en inspraak is een belangrijk onderdeel binnen de verdere procedure. Het is met die reden uiterst belangrijk dat voldoende rekening wordt gehouden met het woon- en leefklimaat van omwonenden binnen deze kernen. Een initiatief dient te voldoen aan de wettelijke eisen en normen. Daarnaast dient ook steeds gezocht te worden naar de Best Beschikbare Technieken (hierna: BBT) om windturbines binnen een plangebied toe te kunnen staan.

7 Onderzoeksresultaat Fon ten Thij; ‘Verkenning windenergie en zonne-energie Kanaalzone

Terneuzen’, d.d. 21 februari 2019.

Beleidskader windenergie

9 14/30

4. Gebieden Sinds het Klimaatverdrag van Parijs en het landelijke Klimaatakkoord heeft ook Terneuzen te maken met een verduurzamingsslag om in 2050 de CO2-uitstoot met 95% te reduceren. Het verduurzamen van de energiebehoefte is een onmogelijke en ook oneerlijke taak om dit enkel neer te leggen bij de gemeente waar de bedrijven zijn gehuisvest. Dit zou voor de gemeente Terneuzen met haar haven en chemische industrie een enorme opgave zijn. Om die reden is er ook sprake van een regionale en landelijke opgave waarbij de energiebehoefte wordt verdeeld over diverse regio’s. De gemeente Terneuzen wil waar mogelijk daaraan bijdragen.

Binnen de havengemeente zijn een aantal grote procesmatige bedrijven gevestigd die een grote energiebehoefte hebben. PORTIZ, North Sea Port, de provincie Zeeland en de Zeeuwse Milieufederatie hebben hun ambities vastgelegd in het ambitiedocument “Duurzaamheid werkt…Verder!” voor de Zeeuwse havens. De gezamenlijke ambitie hierbij is in 2030 40% CO2-reductie te realiseren ten opzichte van 2005. Mede daarom is het noodzakelijk te kijken naar mogelijkheden hoe wij kunnen blijven verduurzamen en ook tegemoet kunnen komen aan deze wens vanuit het bedrijfsleven. Het realiseren van windturbines binnen het beheergebied van North Sea Port zal ook aan haar beleidsuitgangspunten moeten voldoen. Op deze manier zullen duurzaamheidsambities ontwikkeling niet in de weg zitten.

Door Fon ten Thij is onderzoek uitgevoerd naar een aantal gebieden binnen de gemeente Terneuzen die potentieel geschikt zijn voor windenergie. Voor de haalbaarheid van deze gebieden is onder andere gekeken naar wettelijke eisen en afstandscriteria en de input vanuit de omwonenden en omliggende kernen. Vervolgens worden deze potentiële gebieden nu getoetst op basis van de geformuleerde beleidsprincipes in hoofdstuk 2. Naar aanleiding van deze toetsing is er momenteel nog geen directe mogelijkheid voor een locatie om windturbines toe te staan. Hiervoor is een bestemmingsplanwijziging of uitgebreide omgevingsvergunning noodzakelijk. Binnen deze procedures is het noodzakelijk uitgebreid onderzoek uit te voeren naar de haalbaarheid van een windturbine binnen het aangeduide gebied dan wel in directe omgeving van het gebied waar met dit windkader beleidsmatige mogelijkheden worden gezien. Ook het voeren van een participatietraject met de direct omwonenden binnen de aangewezen gebieden is noodzakelijk om tot een concreet principeverzoek te kunnen komen. Voor alle duidelijkheid met dit windkader worden in deze fase beleidsuitgangspunten vastgesteld voor locaties waar verder onderzoek naar de haalbaarheid van windturbines kan worden ingesteld. Dit kan vergeleken worden met het eerder vastgestelde toetsingskader voor zonne-energie.

Beleidskader windenergie

10 15/30

De volgende gebieden worden genoemd waar nader onderzoek naar de haalbaarheid voor windturbines mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast worden er ook gebieden beleidsmatig uitgesloten voor verder onderzoek

4.1 Potentiële zoekgebieden voor windturbines

Gebied A: Axelse Vlakte. 1. Windturbines worden op grote afstand van woonkernen geplaatst om hinder te minimaliseren De afstand van 1000 meter tot de dichtstbijzijnde kern kan (afhankelijk van locatiebepaling) aan voldaan worden. Sluiskil en Westdorpe liggen als kern het dichtste bij gebied A op een afstand van circa 1200 meter tot het gebied. Naar verwachting kan vanwege deze grote afstand voldaan worden aan de wettelijke eisen die gelden voor geluid- en slagschaduw. 2. Windturbines worden op- of bij industrieterreinen geplaatst Gebied A ligt binnen industrieterrein Axelse Vlakte. Binnen dit gebied hebben zich met name havengebonden bedrijven gevestigd. Windturbines binnen dit gebied mag verdere ontwikkeling van de Axelse Vlakte niet onaanvaardbaar aantasten. Het dient daarom ook te voldoen aan de beleidsuitgangspunten van North Sea Port. Daarnaast ligt westelijk van de Axelse Vlakte een groot glastuinbouwgebied. De aanwezigheid van glastuinbouwbedrijven is een bijzonder aandachtspunt. Noodzakelijk is hierbij om met de tuinders gesprekken te voeren over de haalbaarheid en het afdekken van mogelijke risico’s. 3. Windturbines worden aan- of bij grote infrastructuur geplaatst Ten noorden van de Axelse Vlakte ligt het windpark Koegorspolder. Wanneer windturbines gerealiseerd worden binnen de Axelse Vlakte wordt visuele aansluiting gevonden met het

Beleidskader windenergie

11 16/30

windpark Koegorspolder. Daarnaast is een insteekhaven gerealiseerd binnen de Axelse Vlakte. 4. Windturbines moeten ‘profijt’ voor de omgeving opleveren Dit wordt concreet gemaakt met een participatieplan. Denkbaar binnen de Axelse Vlakte is dat de stroom lokaal wordt verstrekt aan de glastuinbouw en overige bedrijven binnen het gebied. Op deze manier worden nut en noodzaak onderbouwd voor het opwekken van duurzame windenergie op de Axelse Vlakte en het lokale verbruik daarvan. Voor bewoners van omliggende kernen is het denkbaar dat zij financieel kunnen participeren in een windproject of dat een deel van de opbrengst in een omgevingsfonds wordt gestort. 5. Windprojecten moeten recht doen aan het coalitieakkoord “Sterk, betrokken en vitaal” Op basis van het coalitieakkoord worden nieuwe initiatieven voor het opwekken van windenergie binnen het grondgebied van Terneuzen op passende wijze beoordeeld. De Axelse Vlakte kan voldoen aan dit beleidspunt. De ligging binnen een industriegebied wordt daarbij als meest wenselijk gezien. Hierbij mogen geen onevenredige nadelen voor omliggende bedrijven en omwonenden ontstaan. Een en ander is afhankelijk van een concreet verzoek binnen dit gebied.

Gebied B: naast Dow Mosselbanken). 1. Windturbines worden op grote afstand van woonkernen geplaatst om hinder te minimaliseren

Beleidskader windenergie

12 17/30

Dit gebied ligt op een afstand meer dan 1000 meter van de dichtstbijzijnde kernen (Biervliet en Hoek). In de directe omgeving van de locatie zijn een aantal woningen gevestigd waarmee rekening moet worden gehouden. Deze woningen zijn wellicht geen (harde) belemmering voor het realiseren van een windturbine. Maar hierbij dient wel rekening te worden gehouden met de wettelijke normen en de minimale afstand tot de woningen in verband met geluid- en slagschaduw. Wanneer niet aan deze eisen voldaan kan worden zullen beperkende maatregelen doorgevoerd moeten worden, dan wel dat de woningen onderdeel gaan uitmaken van de inrichting behorende tot de windturbine. Hierbij dient rekening te worden gehouden met vrijwilligheid van de bewoners en eigenaren van de woningen. Om de haalbaarheid van dit gebied in kaart te brengen is het noodzakelijk een traject met de direct omwonenden te doorlopen. 2. Windturbines worden op- of bij industrieterreinen geplaatst Het gebied grenst aan industriegebied Dow Mosselbanken. Vanwege de nabijheid van industriegebied Dow Mosselbanken dient rekening te worden gehouden met de inrichtingen en belangen binnen dit gebied. Een en ander is daarbij afhankelijk van de locatiebepaling van de windturbine. 3.

Windturbines worden aan- of bij grote infrastructuur geplaatst Het gebied wordt in het noorden en oosten begrensd door een (waterkerende) dijk dat als landschappelijke afbakening dient. Het situeren van windturbines die grenzen aan- of in de directe nabijheid van deze dijk biedt op basis van dit beleidsprincipe een mogelijkheid. 4. Windturbines moeten ‘profijt’ voor de omgeving opleveren Dit wordt pas concreet met een participatieplan. Voor de omwonenden in de directe omgeving tot dit gebied is het belangrijke om een bepaalde mate van overeenstemming of acceptatie te bereiken. Daarbij is het streven zo veel mogelijk omwonenden mee te krijgen in windontwikkeling. Echter, dit blijft een streven. In de praktijk zal er geen uniformiteit mogelijk zijn voor de realisering van windturbines binnen een bepaald gebied. Ongeacht welke locatie daarbij wordt aangedragen. Middels een participatieplan zal aangetoond moeten worden op welke wijze geprobeerd is de directe omgeving te betrekken, informeren en participeren in een bepaalde planontwikkeling. 5. Windprojecten moeten recht doen aan het coalitieakkoord “Sterk, betrokken en vitaal” Op basis van het coalitieakkoord worden nieuwe initiatieven voor het opwekken van windenergie binnen het grondgebied van Terneuzen op passende wijze beoordeeld. Gebied B kan voldoen aan dit beleidspunt.

Een en ander is afhankelijk van een concreet verzoek binnen dit gebied en de uitwerking hoe met omwonenden in het gebied bepaalde mate van overeenstemming/instemming wordt verkregen. Verder dient het aspect externe veiligheid extra aandacht. Vanwege de nabijheid van industriegebied Dow Mosselbanken dient rekening te worden gehouden met de inrichtingen binnen dit gebied.

Beleidskader windenergie

13 18/30

Gebied C: Herontwikkeling windpark Koegorspolder 1. Windturbines worden op grote afstand van woonkernen geplaatst om hinder te minimaliseren. Met een gewenste afstand van 1000 meter tot woonkernen kunnen een aantal van de huidige windturbines niet op dezelfde locatie worden teruggeplaatst. Een herontwikkeling en herinrichting voor nieuwe turbines is in de toekomst denkbaar binnen dit gebied. Hiermee zouden ook een aantal bestaande windturbines die leiden tot slagschaduw en geluidsoverlast richting Sluiskil en Schapenbout verdwijnen. 2. Windturbines worden op- of bij industrieterreinen geplaatst De Koegorspolder is gedeeltelijk bestemd als een bedrijventerrein. Het gebied ligt in de directe nabijheid van industrieterrein Sluiskil-Oost. 3. Windturbines worden aan- of bij grote infrastructuur geplaatst Het plangebied grenst aan de N62 Tractaatweg en de Sluiskiltunnel/Westerscheldetunnel. 4. Windturbines moeten ‘profijt’ voor de omgeving opleveren Dit wordt pas concreet in een participatieplan. Hiervoor zijn voldoende mogelijkheden te bedenken. 5. Windprojecten moeten recht doen aan het coalitieakkoord “Sterk, betrokken en vitaal” Binnen windpark Koegorspolder zijn momenteel 22 windturbines gerealiseerd. Wanneer de (economische) levensduur van dit windpark is bereikt, is het denkbaar een herstructurering van dit windpark door te voeren.

Het strategisch herstructureren van het windpark is daarbij wenselijk maar geen uitgangspunt. Wel kunnen op deze manier een aantal bestaande

Beleidskader windenergie

14 19/30

windturbines die leiden tot slagschaduw en geluidsoverlast richting Sluiskil en Schapenbout verdwijnen. Toekomstige invulling van dit gebied dient nader te worden onderzocht.

Gebied D: Westelijke Kanaaloever 1. Windturbines worden op grote afstand van woonkernen geplaatst om hinder te minimaliseren Afhankelijk van de exacte locatie tot het plangebied kan voldoende afstand tot de woonkernen Hoek en Terneuzen worden gehouden. Voor omwonenden binnen het gebied is maatwerk nodig. 2. Windturbines worden op- of bij industrieterreinen geplaatst Wanneer ontwikkeling van de Westelijke Kanaaloever wordt ingezet zal dit gebied als industrieterrein worden ingericht. 3. Windturbines worden aan- of bij grote infrastructuur geplaatst Het gebied is direct gelegen aan het Kanaal Gent-Terneuzen. 4. Windturbines moeten ‘profijt’ voor de omgeving opleveren Denkbaar binnen dit gebied is dat de ter plaatse duurzaam opgewekte stroom lokaal wordt verstrekt aan nieuw te vestigen bedrijven binnen het gebied. Op deze manier worden nut en noodzaak onderbouwd voor het opwekken van duurzame windenergie binnen het gebied. 5. Windprojecten moeten recht doen aan het coalitieakkoord “Sterk, betrokken en vitaal”

Beleidskader windenergie

15 20/30

Het gebied tussen het Maintenance Value Park en de brug van Sluiskil is reeds een aantal jaar ‘gereserveerd’ voor mogelijke uitbreiding en versterking van de binnenvaart in de ZeeuwsVlaamse Kanaalzone. Tot op heden zijn daarvoor nog geen concrete plannen voorhanden. Wanneer ontwikkeling van de Westelijke Kanaaloever zich aandient, dient daarbij rekening te worden gehouden met de mogelijkheid windturbines te integreren in het plangebied. Dan wel dat de uitvoerbaarheid van windturbines binnen dit gebied wordt meegenomen in de onderzoekstudies naar de ontwikkeling van de Westelijke Kanaaloever. Dit alles in aansluiting met de beleidsuitgangspunten van North Sea Port. Een concrete afbakening van windturbines binnen de Westelijke Kanaaloever is op dit moment niet mogelijk en kan daarbij toekomstige ontwikkeling in de weg zitten.

Gebied E: ten zuiden van Dow Mosselbanken 1. Windturbines worden op grote afstand van woonkernen geplaatst om hinder te minimaliseren Voor dit gebied geldt een grote afstand (meer dan 1000 meter) tot de dichtstbijzijnde woonkernen. 2. Windturbines worden op- of bij industrieterreinen geplaatst Het gebied grenst aan industrieterrein Dow Mosselbanken. 3. Windturbines worden aan- of bij grote infrastructuur geplaatst Het noordoosten van het gebied grenst aan de Braakmanhaven. 4. Windturbines moeten ‘profijt’ voor de omgeving opleveren

Beleidskader windenergie

16 21/30

Denkbaar binnen dit gebied is dat de ter plaatse duurzaam opgewekte stroom lokaal wordt verstrekt aan bedrijven in de omgeving van het gebied. Op deze manier worden nut en noodzaak onderbouwd voor het opwekken van duurzame windenergie binnen het gebied. 5. Windprojecten moeten recht doen aan het coalitieakkoord “Sterk, betrokken en vitaal” De mogelijkheden tot een windproject binnen dit gebied is niet concreet in kaart gebracht en dient verder te worden onderzocht naar de haalbaarheid hiervan. Op voorhand zijn daarbij wel een aantal aandachtspunten te plaatsen. Binnen dit gebied is een compensatiebos (Braakman Noord) aangelegd. Het realiseren van windturbines aansluitend aan de rand van het bos is een mogelijkheid. Het realiseren van windturbines in dit bos wordt in beginsel niet passend geacht. In de naastgelegen Braakmanpolder wordt wellicht een mogelijkheid gezien tot het ontwikkelen van windturbines. Verder dient het aspect externe veiligheid extra aandacht. Vanwege de nabijheid van industriegebied Dow Mosselbanken dient rekening te worden gehouden met de inrichtingen binnen dit gebied.

4.2 Uitgesloten gebieden: Naast de hiervoor genoemde gebieden zijn in het onderzoek van Fon ten Thij ook andere gebieden genoemd die als mogelijkheid naar voren komen voor de ontwikkeling van windturbines. Concreet gaat het over de gebieden Eendragtpolder (De Griete), Waterbekkens (Philippine) en Oude Papeschorpolder/Ghellinckpolder-Noord (Sas van Gent).

Waterbekkens naast de N61 ten noorden van de kern Philippine

Beleidskader windenergie

17 22/30

Eendragtpolder ten oosten van buurtschap De Griete 1. Windturbines worden op grote afstand van woonkernen en geplaatst om hinder te minimaliseren Voor beide locaties geldt een (zeer) grote afstand tot de dichtstbijzijnde woonkernen. 2. Windturbines worden op- of bij industrieterreinen geplaatst Het gebied is landelijk gelegen en kan geen aansluiting vinden op- of bij industrieterreinen. 3. Windturbines worden aan- of bij grote infrastructuur geplaatst Het gebied Spaarbekkens is direct gelegen aan een groot waterreservoir. Het gebied Eendragtpolder is direct gelegen aan een waterkerende dijk dat als landschappelijke afbakening dient. 4. Windturbines moeten ‘profijt’ voor de omgeving opleveren Dit wordt pas concreet met een participatieplan. Voor de omwonenden in de direct omgeving tot dit gebied is het noodzakelijk overeenstemming te bereiken. 5. Windprojecten moeten recht doen aan het coalitieakkoord “Sterk, betrokken en vitaal” Zowel op provinciaal niveau als op gemeentelijk niveau bestaat de voorkeur nieuwe locaties voor windturbines binnen de Kanaalzone te concentreren. Het gebied Eendragtpolder en Waterbekkens valt niet binnen het zoekgebied. Het toestaan buiten de Kanaalzone en industriegebieden nieuwe locaties te verkennen voor windenergie leidt tot een verdere versnippering van windturbines binnen de gemeente Terneuzen.

Met die reden worden deze ‘alternatieve’ zoeklocaties uitgesloten van verder onderzoek.

Beleidskader windenergie

18 23/30

Oude Papeschorpolder/Ghellinckpolder-Noord (Sas van Gent) 1. Windturbines worden op grote afstand van woonkernen geplaatst om hinder te minimaliseren De afstand tot de dichtstbijzijnde woonkern Sas van Gent ligt (mogelijk) binnen een kortere afstand dan 1000 meter. 2. Windturbines worden op- of bij industrieterreinen geplaatst Het gebied grenst aan industriegebied Ghellinckpolder-Noord. 3. Windturbines worden aan- of bij grote infrastructuur geplaatst Het gebied wordt begrenst aan de oostzijde door (de N252 en) het Kanaal Gent-Terneuzen. 4.

Windturbines moeten ‘profijt’ voor de omgeving opleveren

Dit wordt pas concreet in een participatieplan. Hiervoor zijn voldoende mogelijkheden te bedenken. 5. Windprojecten moeten recht doen aan het coalitieakkoord “Sterk, betrokken en vitaal” Voor het gebied Oude Papeschorpolder/Ghellinckpolder-Noord (Sas van Gent) is geen maatschappelijk draagvlak aanwezig om dit gebied aan te merken als zoekgebied voor windenergie.

Het

gebied

is

aangemerkt

(Structuurvisie

Terneuzen

2025)

als

transformatiegebied voor uitbreiding van de huidige gevestigde bedrijven in de agro-industriële sector. Het doel hierbij is om een synergie te creëren met de bestaande bedrijven die op een andere locatie niet bereikt kan worden. De focus binnen dit gebied komt daarom volledig te liggen op het transformatiegebied waarbij geen ruimte aanwezig is voor windenergie.

Beleidskader windenergie

19 24/30

5. Voorwaarden en procedure 5.1 Voorwaarden In dit windkader worden een aantal gebieden genoemd die beleidsmatig mogelijk geschikt zijn voor de realisatie van windturbines. Het aanduiden van deze gebieden met cirkels brengt daarmee geen rechten of afdwingbaarheid tot stand. Het kader geeft enkel indicatiegebieden aan waar mogelijk (in de toekomst) een nieuwe locatie tot het ontwikkelen van windturbines denkbaar is. Tegelijkertijd worden in het windkader ook een aantal gebieden uitgesloten. De afweging van de genoemde gebieden heeft op basis van de vijf beleidsprincipes plaatsgevonden. Aansluiting is gezocht bij relevante beleidsstukken en de ‘Verkenning windenergie en zonne-energie Kanaalzone Terneuzen’ door Fon ten Thij. Concrete uitvoerbaarheid is daarbij niet onderzocht en zal door initiatiefnemer aangetoond moeten worden. Het is denkbaar dat de globale gebiedsindeling, zoals in dit windkader genoemd, in de praktijk niet haalbaar is. Het aanduiden van gebieden leidt dus niet automatisch tot de mogelijkheid tot het realiseren van windturbines. Elk initiatief dat op basis van dit windkader wordt ingediend zal op passende wijze individueel worden beoordeeld. Voor initiatieven tot windenergie stelt de gemeente Terneuzen zich op de volgende punten: 

De gemeente neemt niet zelf de uitwerking van een windproject op zich. Dit zal plaatsvinden door externe partijen. Deze partijen zijn daarbij in de gelegenheid om een concreet voorstel bij de gemeente in te dienen, binnen de aangegeven mogelijke zoekgebieden.

Voor windprojecten tot 5 MW is de gemeente automatisch het bevoegd gezag voor het vaststellen van het bestemmingsplan en het verlenen van de nodige vergunningen. Voor windprojecten tussen de 5 en 100 MW is de provincie het bevoegd gezag. Via de aangepaste Elektriciteitswet is het mogelijk dat Gedeputeerde Staten de gemeente aanwijst als bevoegd gezag voor projecten tussen 5 en 100 MW. Voor de ontwikkeling van windprojecten met meer dan 5 MW, dient Gedeputeerde Staten de gemeente Terneuzen aan te wijzen als bevoegd gezag. Als gevolg daarvan dient men voor de ontwikkeling van windprojecten vanaf het begin ook de provincie te betrekken in het verzoek.

De huidige inzichten maken windenergie een van de kansrijkste opties tot verduurzaming op dit moment. Hoe een en ander zich ontwikkelt, is op lange termijn onzeker. De kans is daarbij aanwezig dat binnen een aantal jaren nieuwe kansen aandienen die tot een gewijzigd inzicht leiden. Gezien de gangbare terugverdientijd van windturbines wordt het reëel geacht om windturbines voor 15 tot 25 jaar in een anterieure overeenkomst op te nemen.

Beleidskader windenergie

20 25/30

Bij de ruimtelijke onderbouwing van de exacte positie van de windturbines moet aangetoond worden dat maximaal is gestreefd naar het minimaliseren van hinder voor de omgeving. De hoogte van de turbines moet ook vanuit dat perspectief, naast de landschappelijke impact, gemotiveerd worden. Ten aanzien van de hoogte wordt hierbij een maximaal toelaatbare tiphoogte verondersteld van 199 meter. Deze hoogte is een gebruikelijke hoogte wanneer over nieuwe initiatieven voor windenergie op land wordt gesproken. Hogere windturbines wekken meer constante stroom op. Als de wieken van een windturbine twee keer zo groot zijn, is de opbrengst (in kWh) vier keer zo hoog. Onderbouwd moet worden waarom voor een bepaalde hoogte gekozen wordt in combinatie met de rotordiameter (2 maal de wieklengte). Het verder beperken van de maximum toelaatbare hoogte zal daarbij resulteren in een hoger aantal windturbines om dezelfde energieproductie te genereren. Hiervoor is een grafiek als bijlage 2 toegevoegd. Als voorbeeld kan daarbij het windpark in de Koegorspolder genoemd worden. De turbines daar hebben per stuk een opbrengst van maximaal 2 Megawatt met een tiphoogte van 120 meter. Windturbines vandaag de dag hebben een tiphoogte tussen 180 en 200 meter genereren gemiddeld een opbrengst tussen de 4-6 Megawatt per stuk.

Hierdoor zijn er per saldo veel minder windturbines nodig om meer duurzame energie op te wekken. Wanneer binnen de gemeente Terneuzen een maximum tiphoogte van bijvoorbeeld 120 meter hoogte wordt ingevoerd (zoals in de Koegorspolder) dan is ten minste een dubbel aantal windturbines nodig ten opzichte van de hogere windturbines. Hetgeen vervolgens problemen geeft om grote aantallen windturbines op basis van een goede ruimtelijke ordening toe te staan.

Binnen het windkader wordt geen maximum aantal windturbines genoemd. Dit heeft te maken dat in opdracht van de gemeente Terneuzen geen eigen onderzoek heeft plaatsgevonden naar de haalbaarheid van windturbines binnen deze gebieden. Het noemen van aantallen spreekt daarbij een concrete verwachting tot het realiseren van windturbines uit. Het kader laat zich enkel uit over een afweging waar windenergie denkbaar en wellicht haalbaar is op basis van de beleidsprincipes. Het concrete onderzoek naar specifieke plaatsing van windturbines zal aan moeten tonen of dit in de concrete uitvoering ook haalbaar is.

Om minimale hinder tot de dichtstbijzijnde woningen en kernen tot een absoluut minimum te beperken stelt de gemeente daarom dat de meest moderne windturbines geplaatst moeten worden. Op deze manier wordt gebruik gemaakt van de Best Beschikbare Techniek (BBT). De gemeente legt dergelijke voorwaarden vast in de op te stellen anterieure overeenkomst met initiatiefnemers.

Beleidskader windenergie

21 26/30

De bovengenoemde eisen worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst met de partij(-en) die de realisatie van een windproject ter hand nemen.

5.2 Procedure Als ingangsvoorwaarde geldt dat initiatiefnemer het initiatief vooraf bespreekt met de gemeente en provincie. De (officiële) procedure vangt aan met een principeverzoek waarin initiatiefnemer een (goed onderbouwde) locatie voorlegt dat past binnen de uitgangspunten van dit beleidskader. Het is noodzakelijk de omgeving, voordat een principeverzoek wordt ingediend, te informeren en te betrekken bij het initiatief. Deze resultaten worden vervolgens, in een later vast te stellen, participatieplan opgenomen. Het verzoek wordt vervolgens beoordeeld en voorgelegd aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Terneuzen. Wanneer in principe medewerking verleend wordt aan het verzoek kan de ruimtelijke procedure worden opgestart. Deze procedure begint met het sluiten van een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente. Een anterieure overeenkomst is een privaatrechtelijke overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente. Hierin kunnen allerlei verplichtingen worden opgenomen, zoals het betalen van de kosten die de gemeente moet maken in de verdere procedure. Na ondertekening van de anterieure overeenkomst wordt, afhankelijk van het concrete verzoek, vervolgens een procedure tot aanpassing van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning afwijkend gebruik doorlopen.

Initiatiefnemer is verantwoordelijk om te beschikken over alle nodige vergunningen voor een windturbine.

5.3 Participatieplan Het is van groot belang dat bij de ontwikkeling van elke windlocatie omwonenden, grondeigenaren, ondernemers en bevoegd gezag in een zo vroeg mogelijk stadium bij het windproject betrokken worden. Naleving van de gedragscode van de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) is daarom een minimale eis. Het maken van afspraken met burgers wordt vervolgens vastgelegd in een participatieplan. Op deze manier is het inzichtelijk welke afspraken met de omgeving zijn gemaakt en is het afdwingen van gemaakte afspraken voor de omgeving gemakkelijker. Ook wordt op deze manier aangegeven hoe de omgeving wordt betrokken tot het initiatief. Dit kan onder andere door de levering van stroom, financiële deelname in het windpark of middels het creëren van een omgevingsfonds. Ook andere opties zijn denkbaar. De wijze waarop dit gebeurd is maatwerk en afhankelijk van de lokale wensen en de financiële ruimte van het windpark. Voor het opstellen van een participatieplan dient aansluiting te worden gevonden bij de handleiding van de NWEA.

Beleidskader windenergie

22 27/30

Een windproject dat coöperatief ontwikkeld wordt, voor en door de eigen inwoners en lokale ondernemers, heeft sterk de voorkeur. Initiatiefnemers worden getest op basis van een plan van aanpak voor procesparticipatie en op basis van een profijtplan. Bij de ontwikkeling en exploitatie van windturbines heeft de omgeving, bij voorkeur, een actieve en betrokken rol. In het participatieplan moet duidelijk worden op welke manier gevolg wordt gegeven om de omgeving maximaal te laten profiteren in het windpark (profijtplan).

Beleidskader windenergie

23 28/30

Bijlage 1: Locaties Duurzame en hernieuwbare vormen van energie

Beleidskader windenergie

24 29/30

Bijlage 2: Verhouding hoogte/grootte en energieopwekking van alle Nederlandse windturbines.

Bron: Windstats

Bovenstaande grafiek laat een overzicht zien tussen alle verschillende windturbines in hoogte en opbrengst in Gigawatt uur per jaar. 1 Gigawatt uur staat tot 1000 Megawatt uur Hierbij valt te zien dat de jaarproductie exponentieel toeneemt wanneer de turbines boven de 150 meter uitkomen. Het daadwerkelijke verschil tussen hoogte en opbrengst per turbines is verder afhankelijk van de verschillende rotors, generators en windgebieden van de windturbines.

Beleidskader windenergie

25 30/30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9773692/1