2021-02-26 Beantwoording vragen Raad over Intervence - Brief BW aan Raad
Tekst van het document
Postadres: Postbus 35, 4530 AA Terneuzen Bezoekadres: Stadhuisplein 1, 4531 GZ Terneuzen Telefoon: 14 0115 Vanuit buitenland: +31 115 455 000 E-mail : gemeente@terneuzen.nl Internet: www.terneuzen.nl Bij beantwoording a.u.b. onderwerp, datum en zaaknummer van deze brief vermelden.
Raad
uw brief van : uw kenmerk : zaaknummer : 338353 contactpersoon : van Gaal telefoon : 14 0115 e-mail : e.vangaal@terneuzen.nl verzonden :
Terneuzen, 26 februari 2021 Onderwerp: Intervence Beste Raad, U heeft vragen gesteld over de situatie rond de Gecertificeerde Instelling (GI) voor jeugdbescherming en jeugdreclassering Intervence. Met deze brief willen wij uw vragen beantwoorden. Hoe kwam het zover? De problemen bij GI Intervence spelen al jaren. Het gaat daarbij om financiële problemen. Intervence was in 2020 eigenlijk failliet. Maar er zijn ook kwaliteitsproblemen als wachtlijsten en veel wisselingen van gezinsmanagers. Dit laatste komt onder andere door een groot verloop en een hoog ziekteverzuim. Verschillende keren was sprake van een instandhoudingsbijdrage om Intervence als GI rechtop te houden. De gemeente heeft namelijk een verantwoordelijkheid in het organiseren van de GI functie. Maar de gemeente is niet verantwoordelijk voor het in stand houden van een organisatie. In 2020 bleken de problemen bij Intervence zodanig, dat er een onderzoek kwam naar de mogelijkheden voor de toekomst. Er waren verschillende scenario’s: Scenario 1: verder met Intervence maar zonder instandhoudingsbijdragen en voor het geldende tarief. Scenario 2: een andere GI neemt Intervence over. Scenario 3: a. faillissement of b. opheffing en een overdracht van zaken naar de andere drie gecontracteerde GI’s in Zeeland. Dit zijn de William Schrikker Stichting, het Leger des Heils en Briedis.
De bestuurscommissie Inkoop Jeugdhulp Zeeland heeft op basis van de resultaten van de onderzoeken naar de drie scenario’s een besluit genomen. Zij besloot op 26 november 2020 het contract van Intervence niet te verlengen. En de lopende zaken over te dragen naar de andere drie gecontracteerde GI’s in Zeeland. Zij koos dus voor scenario 3b.
Ons standpunt was om in te stemmen met dit besluit. Dit door de voortdurende noodzaak van instandhoudingsbijdragen en stijgende kosten. En door de belofte aan u dat dit geen structurele regeling mocht worden. Wij hebben u op verschillende momenten in dit proces informatie gegeven. Op 23 februari 2021 stuurde de bestuurscommissie Inkoop Jeugdhulp Zeeland een brief naar het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Deze brief vindt u in bijlage 1. Wat zijn de gevolgen? Doorgaan van zorg voor de gezinnen is erg belangrijk. Dit was de reden voor het besluit van de bestuurscommissie. Zij wilde zorgen voor een toekomstbestendige situatie voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, financieel betaalbaar en van goede kwaliteit. Tijdens het proces is nauw samengewerkt met het ministerie, de inspecties en de jeugdautoriteit. Het ministerie maakte zich zorgen over de gevolgen van het genomen besluit als het gaat om het doorgaan van zorg. Daarom kwam er de afspraak om de uitvoering van scenario 3b te beschrijven in een plan van aanpak, een transitieplan. De inspecties moeten dit plan van aanpak goedkeuren. De Jeugdautoriteit adviseert erover. Het ministerie drong erop aan dat in het transitieplan een terugvaloptie zou komen. Dit voor het geval scenario 3b niet haalbaar zou zijn of onvoldoende zekerheid zou bieden.
Die terugvaloptie is overname van Intervence door Jeugdbescherming (JB) West. Dat is dus scenario 4. Dit concept transitieplan is begin februari 2021 gedeeld met betrokken partijen volgens de gemaakte afspraken. De inspecties keurden het conceptplan niet goed. Zij maken zich zorgen over de groei die Briedis moet doormaken om een groot deel van de zaken in Zeeland te kunnen overnemen. Er is geen ruimte het concept transitieplan te verbeteren. Het ministerie wil graag dat JB West onderzoek doet naar de mogelijkheid om Intervence helemaal over te nemen. Het ministerie vindt dat dit de grootste kans biedt op het doorgaan van zorg van de gezinnen die nu nog bij Intervence zitten. Het onderzoek van JB West duurt naar verwachting zes tot acht weken. De uitkomst van het onderzoek is nog onzeker. Eerder gaf JB West aan interesse te hebben in een overname van Intervence als het volume van Intervence gelijk bleef. Maar in Zeeland was al besloten dat een GI vanaf 2022 niet langer drangzaken uitvoert. Dit volgens landelijke afspraken en een visie op vrijwillig kader. Ook het aantal dwangzaken nam afgelopen jaren af. Dwang gebeurt waar passend en noodzakelijk. Maar we richten ons erop om dwang te voorkomen door goede inzet in het voorliggend veld. Licht als mogelijk, zwaar waar nodig. De situatie is nu onzeker.
Dit is zo voor de gemeenten, maar ook voor de betrokken gezinnen en medewerkers van Intervence. Uit het onderzoek zal moeten blijken of een overname van Intervence door JB West de beste optie is in deze situatie. De verwachting is dat een overname hoge(re) kosten met zich mee zal brengen voor de gemeenten. Hoger dan de kosten voor de uitvoering van scenario 3b. Partners voor Jeugd zag af van overname van Intervence. Zij kwamen al uit op een bedrag van € 6 miljoen, terwijl hun onderzoek nog niet af was. Daarom dringen de gemeenten aan op financiering vanuit het ministerie.
Het ministerie gebruikt een escalatieladder in lastige kwesties. Volgens het ministerie zitten de Zeeuwse gemeenten op trede 3 van de escalatieladder. Trede 4 betekent een aanwijzing. Bij trede 5 neemt het ministerie de regie en besluiten over. Maar de rekening is voor de Zeeuwse gemeenten. De Zeeuwse gemeenten hebben het ministerie gevraagd om ondersteuning van de landsadvocaat in het proces. JB West stelde eerder in het proces namelijk eisen die niet passen binnen de regels van aanbesteding. De gemeenten willen geen onwettige stappen zetten. U besloot op 4 februari 2021 geld beschikbaar te stellen voor de uitvoering van scenario 3b. De wethouder zegde toe het geld alleen daarvoor in te zetten. Dit is naast het geld dat nu nodig is om Intervence in stand te houden tot alle lopende zaken zijn overgedragen. Als het onderzoek van JB West leidt tot overname van Intervence, dan leggen wij u een voorstel voor. Wat zijn de bevoegdheden van de bestuurscommissie Inkoop Jeugdhulp Zeeland? Op 25 september 2014 (agendapunt 8) stemde u in met ons voorstel over de gewijzigde gemeenschappelijke regeling GGD Zeeland in verband met Inkoop Jeugdhulp Zeeland. De besluitenlijst van deze raadsvergadering vindt u in bijlage 2. De bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de bestuurscommissie staan in de Verordening bestuurscommissie Inkoop Jeugdhulp Zeeland.
Het Algemeen Bestuur (AB) van de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Zeeland stelde de verordening vast op 10 oktober 2014. Zie bijlage 3. In bijlage 4 vindt u het inrichtingsplan van de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland. De bestuurscommissie bestaat uit de portefeuillehouders Jeugd van de dertien Zeeuwse gemeenten. Het AB van de GGD Zeeland heeft de taken en bevoegdheden in het kader van de Jeugdwet overgedragen aan de bestuurscommissie. Dit staat in artikel 3 van de verordening. De commissie geeft aan het AB gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van werkzaamheden van de commissie nodig is. Hoe nu verder? Voor de komende tijd moet de focus blijven liggen op het doorgaan van de zorg. Dat is de belangrijkste rol van de gemeenten. Daarnaast blijven wij u informeren.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en Wethouders van Terneuzen, gemeentesecretaris,
burgemeester,
J.G. (Jan) Princen
J.A.H. (Jan) Lonink