2021-01-20 b. Ingebrekestelling gemeenteraad 6e versie bp WoZoCo Sluiskil - conceptreactie
Tekst van het document
Postadres: Postbus 35, 4530 AA Terneuzen Bezoekadres: Stadhuisplein 1, 4531 GZ Terneuzen Telefoon: 14 0115 Vanuit buitenland: +31 115 455 000 E-mail : gemeente@terneuzen.nl Internet: www.terneuzen.nl Bij beantwoording a.u.b. onderwerp, datum en zaaknummer van deze brief vermelden.
AANGETEKEND
Moree Gelderblom advocaten t.a.v. de heer mr. drs. M.C. van Meppelen Scheppink Postbus 25006 3001 HA Rotterdam
uw brief van uw kenmerk
: 18 december 2020 : 20161582.ME
zaaknummer contactpersoon telefoon e-mail verzonden
: 229583 : K. van Gorp : 14 0115 : k.vangorp@terneuzen.nl :
Terneuzen, 4 februari 2021
Onderwerp: Ingebrekestelling niet tijdig beslissen op aanvraag vaststelling bestemmingsplan Woonzorgcomplex Sluiskil. Geachte heer Van Meppelen Scheppink, Uw brief van 18 december 2020 In uw brief van 18 december 2020, bij ons ingekomen op 22 december 2020, stelt u ons in gebreke ter zake van het niet tijdig nemen van een besluit op wat u noemt de aanvraag van uw cliënte, Roobeek Ontwikkeling BV (Roobeek), tot het vaststellen van het bestemmingsplan Woonzorgcomplex Sluiskil. U sommeert ons binnen twee weken na ontvangst van deze ingebrekestelling alsnog een besluit op de aanvraag te nemen. Bij gebrek hieraan zult u aanspraak maken op de wettelijke dwangsom in verband met niet-tijdig beslissen en zal beroep worden ingesteld tegen het met een besluit gelijk te stellen niet-tijdig nemen van een besluit. U verwijst daarbij naar de “aanvraag” die uw cliënte bij haar aan ons gerichte brief van 26 juni 2020 zou hebben gedaan. Op 11 januari 2021 heeft u ons een rappel gestuurd. Reactie Wij zijn van mening dat de brief van Roobeek van 26 juni 2020 niet aangemerkt kan worden als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.9 van de Wet ruimtelijke ordening.
Het onderwerp van de brief van uw cliënte van 26 juni 2020 is “Woonzorgcomplex Pierssenspolderstraat te Sluiskil” met een aantal bijlagen. Tot die bijlagen behoorde o.a. het 6e concept van het bestemmingsplan Woonzorgcomplex Sluiskil. Roobeek bood datzelfde concept van het bestemmingsplan al eerder aan ons college aan en wel op 3 maart 2020. Roobeek verzocht het 6e concept van het bestemmingsplan te onderschrijven, en daarvoor het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro te starten. Ons college heeft op 21 april 2020 aan Roobeek kenbaar gemaakt het vooroverleg niet op te starten omdat er ten opzichte van het 5e concept nauwelijks een verbeterslag was gemaakt en het concept niet rijp was om in het vooroverleg te brengen.
1
In de brief van uw cliënte van 26 juni 2020 gaat zij uitvoerig in op de argumenten die ons college op 21 april 2020 (wederom) deden overgaan tot het niet opstarten – zoals door uw cliënte verzocht - van het wettelijke vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In die zin wijkt deze brief van Roobeek niet of nauwelijks af van eerdere brieven die wij van Roobeek ontvingen als begeleiding bij b.v. het aangeboden 5e en eerdere 6e concept van het bestemmingsplan ( brieven van 23 oktober 2018 en van 3 maart 2020). Wij wijzen verder in het bijzonder op hetgeen aan het einde van de brief van uw cliënte van 26 juni 2020 wordt verzocht, namelijk om: “akkoord te gaan met bijgaande 6e planwijziging voor het WOZOCO te Sluiskil, zodat het plan na het wettelijk te voeren vooroverleg kan worden vastgesteld ….” In deze brief ligt derhalve niet een aanvraag vervat tot het vaststellen van een bestemmingsplan maar het betreft een inhoudelijke reactie op de brief van ons college van 21 april 2020. Uw cliënte gaat namelijk uitgebreid in op een aantal inhoudelijke zaken uit het concept-bestemmingsplan: contingent, fasering, geluidhinder en financiële uitvoerbaarheid zodat het plan in haar optiek in het vooroverleg kan worden gebracht.
Wij zien de brief van uw cliënte, als een poging om op raadsniveau een uitspraak te ontlokken over de kwaliteit van het concept-bestemmingsplan. Een kwaliteit die nodig is voor het starten van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro. Hierbij poogt uw cliënte ons te overtuigen van haar visie op de kwaliteit van het 6e concept van het bestemmingsplan Woonzorgcomplex Sluiskil. Juist over die vereiste (ook wettelijk voorgeschreven) kwaliteit heeft ons college gedurende de afgelopen jaren met uw cliënte al vele malen overleg gevoerd en uitvoerige correspondentie gewisseld. Ons college heeft uw cliënte telkenmale gewezen op diverse tekortkomingen en op grond daarvan afgezien van het in het vooroverleg brengen van het concept-bestemmingsplan. De voorbereiding en kwaliteitsbewaking van concept-bestemmingsplannen ligt bij burgemeester en wethouders. Dat blijkt ook uit de bepalingen van artikel 3.1.1 en volgende van het Besluit ruimtelijke ordening. In die zin zijn wij van mening dat het college op 24 november 2020 terecht reageerde op het verzoek van uw cliënte van 26 juni 2020. Wij wijzen er nadrukkelijk op dat het college bij de voorbereiding van haar reactie ook de gemeenteraad en de commissie Omgeving betrokken heeft. De commissie Omgeving behandelde de brief van uw cliënte in haar vergadering van 28 oktober 2020. De heer Flipse van Roobeek heeft ingesproken tijdens die behandeling.
Hij haalde daarbij de hierboven en in de in de brief van 26 juni 2020 genoemde 4 inhoudelijke zaken aan. Deze zouden volgens hem zijn opgelost waardoor het vooroverleg zou kunnen worden gestart. Hij heeft het niet gehad over een aanvraag aan de gemeenteraad over het vaststellen van het bestemmingsplan. De behandeling mondde uit in het advies van de commissie Omgeving dat het college het verzoek zou afhandelen van Roobeek en de commissie over de uitkomst van die behandeling zou informeren. De brief van 24 november, gericht uw cliënte stuurde het college in afschrift naar de gemeenteraad. Afwijzing ingebrekestelling Wij zijn van mening dat de brief van uw cliënte niet een aanvraag betreft tot het vaststellen van het bestemmingsplan Woonzorgcomplex Sluiskil. Als er geen aanvraag is als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan er volgens de vaste rechtspraak ook geen sprake zijn van het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit. Wij wijzen uw ingebrekestelling derhalve af. Hierdoor ontbreekt ook de grondslag voor uw aanspraak op de wettelijke dwangsom, zoals opgenomen in uw ingebrekestelling.
Aan het einde van uw brief van 20 december 2020 geeft u aan dat, indien de brief van het college van 24 november 2020 een voor bezwaar vatbaar (onbevoegd genomen) afwijzend besluit zou bevatten, u verzoekt de brief aan te merken als (pro forma) bezwaarschrift gericht tegen dit besluit en deze brief als bezwaar in behandeling te nemen. 2
Uit het voorgaande mag het voor u duidelijk zijn dat wij van mening zijn dat het college op 24 november 2020 terecht reageerde na raadpleging van de Commissie Omgeving en onze raad. In hoeverre u uw reactie wilt aanmerken als een (pro forma) bezwaarschrift laten wij graag aan u over. Ondertekening raad Met vriendelijke groet, De Gemeenteraad van Terneuzen, griffier,
Voorzitter,
Mr. J.H.P. de Jong
J.A.H. Lonink
3