CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag informateur Sudwest-Fryslan 2026

Raadsvergadering 9 april 2026, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Befinings ynformateur2.912 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

By ’t opgean fan ‘e sinne

Eindrapport informateur Bestuursperiode 2026-2030 Súdwest-Fryslân

Een nieuwe start Niet eerder kwamen er zoveel mensen stemmen voor een nieuwe gemeenteraad als bij de gemeenteraadsverkiezingen 2026 van de gemeente Súdwest-Fryslân. Met een recordopkomst van 59,2% was de opkomst fors hoger dan in 2022 (55,6%), hoger dan alle vorige keren en hoger dan de het landelijke gemiddelde van 53,7%. In heel Nederland gingen dit jaar meer mensen stemmen voor een nieuwe gemeenteraad, maar ook hier scoorde Súdwest-Fryslân boven het gemiddelde uit. Dit mag beschouwd worden als een compliment voor alle deelnemende partijen, hun vrijwilligers, het college en de ambtelijke organisatie. Zij hebben deze verkiezingen aantrekkelijker en relevanter weten te maken dan ooit tevoren. Ik dank de gemeenteraad in het in mij gestelde vertrouwen voor het mogen voeren van alle gesprekken. Het waren ontzettend fijne, open en hartelijke gesprekken. Voor mij was en is het al duidelijk, dit komt goed met deze nieuw gekozen gemeenteraad. De kiezer heeft het goed gezien. Ik hoop van harte dat ze dit zelf ook mogen ervaren de komende jaren. Op naar een mooie periode en daarna opnieuw een hogere opkomst van ons zwaarbevochten en te onderhouden democratische recht. Tenslotte dank aan gri5ier Grietsje Stegenga voor het vele werk, voor en na de verkiezingen, en dan ook nog tijdens deze informatieperiode. Het was mij een groot genoegen om dit zo samen te mogen doen.

Tige tank! Sander de Rouwe Informateur

1. Opdracht, werkwijze & leeswijzer Opdracht Op donderdag 19 maart 2026 werd ik door Bauke Dam, in zijn rol als lijsttrekker van de grootste partij bij de voorlopige uitslag, gevraagd als informateur voor de gemeente Súdwest-Fryslân. Na aanvaarding hiervan ontving ik op maandag 23 maart hiervoor de opdracht. In deze opdracht, voorgelegd aan de andere lijsttrekkers, werd mij verzocht om op korte termijn verkennende gesprekken te voeren met de 11 verkozen politieke partijen gericht op de vorming van een nieuw college voor de bestuursperiode 20262030. In de opdracht (zie bijlage 1) werd verzocht een meerderheidscoalitie te verkennen die recht deed aan de verkiezingen. Deze verkenning moet een stabiel, betrouwbaar en herkenbaar college opleveren dat kan rekenen op een constructieve samenwerking met de gemeenteraad. Werkwijze Met de ondersteuning van gri5ier Grietsje Stegenga heb ik van donderdag 26 maart tot en met zaterdag 28 maart gesprekken gevoerd met afzonderlijke delegaties van alle 11 fracties. Om de gesprekken goed, soepel en transparant te laten verlopen heb ik ervoor gekozen alle fracties voorafgaand het gesprek de verkennende vragen te overhandigen zodat ze hierbij ook de eigen fractie en achterban konden betrekken. Alle gesprekken verliepen op een gelijke en gelijkwaardige wijze. Van deze gesprekken zijn verslagen gemaakt die zijn opgenomen als bijlage in dit verslag.

Naast deze 11 gesprekken heb ik voor mijn bredere oriëntatie ook drie gesprekken gevoerd met mensen die aan of op de kantlijn staan van het politieke speelveld in Súdwest-Fryslân en daardoor goed de context kunnen duiden zonder daarin tot oordelen te komen. Deze “kantlijnkenners” of “contextkenners” waren Maria del Grosso (journalist Leeuwarder Courant), burgemeester Jannewietske de Vries en gri5ier Grietsje Stegenga. Leeswijzer In dit verslag ga ik achtereenvolgens in op de eerste uitkomst van de 11 gevoerde gesprekken met de nieuwe fracties in de gemeenteraad. Ik sluit dit hoofdstuk 2 af met de belangrijkste tussenconclusies. In hoofdstuk 3 ga ik nader in op de vervolgvragen en het hierbij gehanteerde proces en de uitkomst. Hoofdstuk 4 sluit af met mijn conclusies en aanbevelingen.

2. Elf fracties, één gemeenteraad In dit hoofdstuk ga ik in op de totale uitkomst van de elf fractiedelegatie gesprekken. Hierbij probeer ik “de som der delen” te beschrijven, wetende dat er met elf fracties ook elf nuanceverschillen kunnen zijn. Maar, verassend genoeg, bleek er op veel en fundamentele vragen overeenstemming te zijn. Zo is het net als met onze elf Friese steden. Ja, ze verschillen onderling enorm, maar het geheel bij elkaar overstijgt royaal hetgeen afzonderlijk als verschil kan worden gezien. Type uitslag Een verkiezingsuitslag kan zich op een bepaalde abstracte manier laten lezen. Is er sprake geweest van een “afrekenuitslag”? Hierbij zie je dat zittende college partijen fors verloren hebben, hun meerderheid kwijt zijn en er sprake was van een duidelijk bovenliggend probleem dat in de campagne voorafgaand aan de verkiezingen een aanzienlijke rol vervulde. Andersom kan het ook. Is er in de campagne een thema of een onderwerp naar boven gekomen waarbij veel kiezers juist iets extra wilden benadrukken zoals een bepaalde voorziening of een bepaald thema? Je kunt dan spreken van een “opbouwuitslag”. Je kunt spreken van een “continuïteitsuitslag” als van de twee andere typeringen niet of in mindere mate sprake is. Kenmerken van een “continuïteitsuitslag” zijn dat de zittende coalitie haar meerderheid behoudt en tenminste één dragende partij gewonnen heeft.

In ruime meerderheid geven de partijen aan dat in Súdwest-Fryslân sprake is geweest van een continuïteitsuitslag. De fracties van de CU, GB, FNP, FvD, GL/PvdA en CDA benoemen dit desgevraagd expliciet. D66 ziet een combinatie van alle drie de varianten. BBB kiest voor een opbouwuitslag waarbij het platteland en de dorpen een grotere nadruk verdienen. Meerdere partijen benadrukken dat er in de uitslag een verschuiving naar “rechts” heeft plaatsgevonden. Voortouw Welke partijen moeten het initiatief nemen en zeker onderdeel zijn van een nieuwe coalitie? Zonder twijfel noemen alle partijen het CDA. De partij heeft zetels gewonnen, is de grootste en krijgt waardering voor de inzet van de zichtbare wethouders en fractie over de afgelopen jaren. Daarna wordt het meest GL/PvdA genoemd. De fusiepartij heeft opgeteld weliswaar verloren, maar minder dan in de rest van Nederland en blijft ondanks dat royaal de tweede partij in de gemeente qua stemmers en zetels. Ook hiervoor geldt dat er waardering is voor de inzet van de wethouders. Het “Sneker” thema autoluwe binnenstad komt wel terug in de gesprekken. Het proces hierbij wordt bekritiseerd. Na deze twee partijen worden zowel FNP (8X) als VVD (5x) meermaals genoemd. Alle andere partijen worden niet of minder dan twee keer genoemd. Bij de FNP wordt gewezen op het verlies van zetels, soms ook het optreden van de wethouder.

Bij dit laatste stel ik vast dat er veel waardering is voor de persoon en er ook geleerd is

afgelopen jaren. Mogelijk dat de portefeuille niet als een maatpak zat. Met vier zetels is de FNP de derde partij in de gemeente. Over het algemeen wordt de huidige coalitie CDA, PvdA en FNP als een goed samenwerkend team gezien en ervaren. De VVD wordt vijf keer genoemd. Hierbij speelt met name het punt van de “rechtsere uitslag”. Met de VVD als vierde partij of in plaats van de FNP zou meer recht worden gedaan aan de uitslag. De VVD wordt als ervaren en constructief gezien. Voor D66 (2x genoemd) geldt dit ook, maar hier wordt door enkelen dan weer opgemerkt dat dit niet bij de “rechtsere uitslag” past. Tenslotte wordt ook FvD genoemd door PVV en FvD zelf als mogelijke coalitiepartner. Voor FvD (en ook BBB) geldt dat deze als nieuwe partij wordt beschouwd, waar ervaring en continuïteit eerst nog gewenst is voordat bestuursverantwoordelijkheid toevertrouwd wordt. Brede of smalle coalitie? Veel consensus is er over de vraag of er een brede grote coalitie moet komen of een smalle meerderheidscoalitie voldoende is. Dat laatste is nadrukkelijk het geval. Verreweg de meeste partijen herkennen en erkennen dat de huidige coalitie (20 zetels van de 37 zetels) ook relatief smal is, maar ook via het college nadrukkelijk samenwerking zoekt met de gemeenteraad. Dit kan nog wel beter. De wens wordt dan ook uitgesproken dat, welke coalitie er ook komt, er een akkoord op hoofdlijnen komt.

En minstens zo belangrijk wordt door alle partijen opgeroepen om de nieuwe gemeenteraad nadrukkelijk en vroegtijdig te betrekken bij nieuw beleid en grote ontwikkelingen. Dit alles wordt belangrijker geacht dan een eventuele brede coalitie waarbij de zorg is dat dit tot te weinig speelruimte leidt voor de andere partijen in de gemeenteraad. Ik stel vast dat alle partijen op voorhand ook nadrukkelijk wensen samen te werken met het nieuwe college en daartoe graag en serieus in de gelegenheid gesteld wensen te worden en daar ook een constructieve en participerende houding in aanbieden. Deze open houding van beide kanten is ook een kans en een potentiële benutting om het “rechtsere accent” bij deze uitslag tot uitdrukking te laten komen. Aantal wethouders Aan de orde is gesteld of het aantal wethouders van vijf voldoende is. Geen van de partijen is voorstander van minder wethouders. De omvang van de gemeente, de opgaven die voorliggen en het inwonertal vragen minimaal om vijf wethouders. Opgemerkt wordt eerder dat dit aan de krappe kant is. Partijen als PVV, D66 en VVD zien zelfs mogelijkheden voor een eventuele zesde wethouder. De nieuwe fractie van BBB heeft gepleit voor een raadsbreed akkoord in plaats van een coalitieakkoord. In een raadsbreed akkoord doen alle partijen mee op thema, inhoud en richting.

Dat kan daardoor een intensief proces zijn waarvoor draagvlak en concessiebereidheid van alle, of verreweg de meeste, partijen benodigd is. Ik heb het hiervoor benodigde draagvlak niet gevonden.

Besluiten terugdraaien? Tenslotte heb ik partijen gevraagd of er recente besluiten door de raad en of het college teruggedraaid moeten worden. Ook hierin tonen de fracties opvallend veel overeenkomst. Natuurlijk, elke partij heeft zijn eigen accent, wens of voorkeur, maar geen enkele partij geeft aan dat er iets op voorhand terug gedraaid moet worden. Zoals eerder genoemd kwam het autoluw maken van de binnenstad van Sneek voorbij. Voor de meeste partijen geldt dat hier zeker op het proces iets over op te merken is. De partijen “ter rechter zijde” benadrukken gezamenlijk hun wens om de woonlasten laag te houden en minder geld en energie te steken in bovenwettelijke verduurzaming. Het CDA benadrukt dat de woonlasten de allerlaatste knop is waaraan gedraaid mag worden. Tenslotte wordt door meerdere partijen aandacht gevraagd voor de andere 87 kernen. De steden Sneek en Bolsward hebben terecht de aandacht en zijn investeringen in uitvoering en op de planning gezet. Maar het wijk- en dorpsgericht werken zoals bij het ontstaan van de nieuwe gemeente in 2011 handen en voeten is gegeven lijkt wat naar de achtergrond te raken. Dan kan en mag niet de bedoeling zijn.

Tussenconclusies Op basis van de eerste ronde van gesprekken met alle fractiedelegaties kom ik zaterdagmiddag 28 maart met de gri5ier tot de volgende tussenconclusies: - De meeste partijen de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 beschouwen als een “continuïteitsuitslag”, met daarbij een politiek rechtse accentuering. - Het CDA en GL/PvdA worden gezien in hun omvang in zetels, maar ook gezien hun inzet en draagvlak, het vaakst door de andere partijen genoemd als beoogde coalitiepartij. - FNP en achtereenvolgens de VVD volgen dan op enige afstand. Waarbij voor de FNP pleit dat CDA en GL/PvdA hier constructief en betrouwbaar mee hebben samengewerkt en daarom hun eerste voorkeur voor elkaar uitspreken. - Alle partijen (behalve BBB) wensen een coalitieakkoord op hoofdlijnen waarbij de gehele raad goed en tijdig in positie wordt gebracht bij het maken van keuzes. - De omvang van een coalitie zich kan beperken tot een smalle meerderheid waarbij ruimte zoveel als mogelijk wordt benut door de voltallige raad. - Het aantal wethouders in het nieuwe college op vijf geadviseerd wordt.

3. Vervolgvragen en afronding Op basis van de tussenconclusies uit hoofdstuk 2 en met de verstrekte opdracht in het achterhoofd trek ik de conclusie dat een beoogde coalitie van CDA, GL/PvdA en FNP kan rekenen op het meeste draagvlak en passend is bij de opdracht. Er zijn wat mij betreft wel enkele vragen: 1. Hoe kijkt deze beoogde coalitie aan tegen de sterke wens van veel fracties voor een akkoord op hoofdlijnen? 2. Hoe en op welke manier bespoedigen zij een vruchtbare samenwerking met een nieuwe en andere gemeenteraad? Om hier achter te komen en hen mee te nemen in de relevante bevindingen uit de eerste gespreksronde nodig ik de eerdere fractiedelegaties van CDA, GL/PvdA en FNP uit voor een gezamenlijk overleg op dinsdag 31 maart. De Pollepleats in Westhem is waar ik bijeenkom met de fractiedelegaties op dinsdag 31 maart. Na het delen van mijn tussenconclusies uit hoofdstuk 2 vraag ik de partijen om hun reactie. Zij herkennen de tussenconclusies, staan open voor de gegeven feedback en voelen zich zeer gemotiveerd en geïnspireerd om gezamenlijk, maar zeker ook met de gehele nieuwe gemeenteraad verantwoordelijkheid te nemen. De drie partijen onderschrijven de wens voor een op te stellen coalitieakkoord op hoofdlijnen waardoor er ook ruimte is en blijft voor de gemeenteraad als geheel.

Daar waar dit verder versterkt kan worden staan ze open voor constructieve ideeën en suggesties. De partijen concluderen naar elkaar dat ze graag met elkaar een coalitie willen vormen waarbij het aantal wethouders op vijf blijft met een onderverdeling: CDA 2, GL/PvdA 2 en FNP 1 wethouder. Op woensdag 1 april laat ik, zoals afgesproken met de 11 fracties, weten dat ik tot een afronding kom van mijn informateurschap en dat ik verwacht vrijdag 3 april mijn verslag en conclusies aan te bieden aan de gemeenteraad.

4. Conclusies en aanbevelingen Op basis van de gevoerde gesprekken en opgedane inzichten adviseur ik de gemeenteraad van Súdwest-Fryslân om de formatie aan te vangen met de fracties CDA, GL/PvdA en FNP. Deze partijen voldoen, met 20 van de 37 raadszetels, aan de gestelde opdracht om te komen tot een meerderheidscoalitie. Deze combinatie voldoet ook aan de gestelde eis van een stabiel, betrouwbaar en herkenbaar college dat kan rekenen op een constructieve samenwerking met de gemeenteraad. Meer nog dan in de vorige periode geven alle 11 de fracties aan betrokken te willen worden bij opinie en beleid. Dit zie ik als een zeer positief gegeven waarbij bestaande maar ook (vrij) nieuwe partijen als BBB en FvD zich op voorhand buitengewoon ‘eager’ en enthousiast opstellen. In de 11 gesprekken heb ik 22 mensen gesproken die buitengewoon betrokken en gemotiveerd zijn om met respect en begrip voor elkaars verschillende opvattingen samen te gaan werken voor en met “de grootste gemeente” van Nederland. Om dit te onderstrepen, te bespoedigen en te bemoedigen doe ik de volgende aanvullende aanbevelingen; 1. Betrek bij de formatie ook de niet formerende partijen.

Dit kan door de formateur of een delegatie van de formerende partijen opdracht te geven ook bij de andere partijen langs te gaan en op te halen welke thema’s, richtingen en werkwijze zij terug willen zien in een coalitieakkoord op hoofdlijnen. 2. Koppel als formerende partijen terug wat je hier wel of niet nu mee doet. 3. Werk de komende jaren nog nadrukkelijker met startnotities, opinienota’s en pas dan met concrete voorstellen aan de gemeenteraad, zodat de gehele gemeenteraad sterker en eerder in positie is. 4. Kom in 2028 met een tussenbalans van het coalitieakkoord op hoofdlijnen waarin resultaat en werkwijze tegen het licht gehouden worden, maar waar ook ruimte is voor nieuwe inzichten en veranderende werelden. Heb aandacht voor de kaderstellende- en controlerende rol van de raad bij een coalitieakkoord op specifiek hoofdlijnen. Deze versterkte werkwijze waar afgelopen periode al nadrukkelijk op ingezet is vraagt niet alleen iets van het nieuwe college en de beoogde coalitiepartijen, maar ook zeker iets van de ambtelijke organisatie, gri5ie en last but not least, de gehele gemeenteraad zelf. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen die hierbij betrokken is hiertoe in staat is en verder kan werken aan een gemeente van formaat. Niet alleen in omvang, maar als in een strategische ontwikkelgemeente met haar inwoners op “it bêste lân fan d’ierde”.

In zijn gedicht “By ’t opgean fan ‘e sinne” beschrijft Fryslâns bekendste schrijver, grondlegger van het geschreven Frysk en oud inwoner van Súdwest-Fryslân, Gysbert Japicx een nieuw voelbaar begin. Ik moest aan dit gedicht denken nadat ik iedereen gesproken had bij dit proces. Dat gevoel van hem 400 jaar geleden voelde ik na afloop van dit verslag en wens ik u allen toe.

Bijlage 1

Opdracht informateur Doel van de informatieopdracht Het CDA heeft voorbereidingen getroffen voor de start van het informatieproces en een opdracht geformuleerd voor de informateur zodat op korte termijn de verkennende gesprekken gestart kunnen worden. De informateur voert verkennende gesprekken met de elf partijen die gekozen zijn in de gemeenteraad van Súdwest-Fryslân gericht op de vorming van een nieuw college voor de bestuursperiode 2026-2030. Opdrachtformulering Verken de mogelijkheden voor het vormen van een meerderheidscoalitie: - die recht doet aan de uitslag van de verkiezingen; - die een stabiel, betrouwbaar en herkenbaar college kan vormen voor de komende vier jaren dat kan rekenen op een constructieve samenwerking met de gemeenteraad; - die met een heldere, gezamenlijke visie, daadkrachtig kan werken aan belangrijke maatschappelijke thema’s en uitdagingen waar Súdwest-Fryslân nu en in de toekomst mee te maken krijgt en keuzes wil en zal moeten maken; - die beschikt over een heldere gezamenlijke koers en voldoende daadkracht om de belangrijkste maatschappelijke opgaven van Súdwest-Fryslân in de komende jaren aan te pakken en daarbij noodzakelijke keuzes te maken. Werkwijze en rapportage • De informateur voert, samen met de griffier, gesprekken met alle afzonderlijke fracties.

• Per fractie nemen maximaal twee vertegenwoordigers deel, waaronder in ieder geval de lijsttrekker. • Na afronding van de eerste gespreksronde presenteert de informateur een tussenstand. • Vervolgens bepaalt de informateur welke vervolgstappen passend zijn om tot afronding van de informatieronde te komen. • Op basis hiervan stelt de informateur een eindrapport op, dat wordt gepresenteerd in een openbare raadsbijeenkomst. • De gespreksverslagen met de afzonderlijke fracties worden als bijlage bij het eindrapport gevoegd. • De verwachting is dat de informatiefase binnen circa drie weken kan worden afgerond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16794041/1