TV CIE VVD - antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener: Fractie:
Debbie Kruit VVD SWF
Commissievergadering Datum:
25, 26, 27 oktober 2022
Agendapunt:
4, 5
Onderwerp:
Programmabegroting 2023
Bij de behandeling van de bestuursrapportage in de commissie BF kwam de Ontwikkelmachine c.q. het Ontwikkelfonds ter sprake. Een aantal projecten loopt nu, maar de projecten lopen vaak nog door in 2023 of staan gepland in 2023 of daarna. Gevraagd is aan de wethouder om bij de begroting een overzicht te geven van alle projecten (zowel al in uitvoering als gepland) in de Ontwikkelmachine, welk bedrag er oorspronkelijk per project is begroot en het bedrag, dat men denkt extra nodig te hebben per project aan inflatie / kostenstijging in 2022, 2023 en de jaren erop met een uitleg om welke kosten dit precies gaat. Helaas hebben wij deze toezegging niet teruggezien bij de begroting. Vraag −
Kan het college ons zo spoedig mogelijk dit overzicht doen toekomen?
Antwoord Op de volgende pagina treft u een geactualiseerd overzicht aan van alle projecten in de Ontwikkelmachine (zowel al in uitvoering als gepland). Voor wat betreft de inflatie/kostenstijging geldt dat per project wordt gekeken of er aanpassingen nodig zijn. Niet alle projecten zitten in dezelfde fase, waardoor er nog niet overal kan worden aangegeven of het krediet toereikend is of niet. In een aantal gevallen is inmiddels gebleken dat het beschikbaar gestelde bedrag niet voldoende is, omdat aanbestedingen hoger uitvallen dan vooraf ingeschat. Er is hiervoor (of wordt binnenkort) aanvullend krediet aangevraagd. Dit is bijvoorbeeld het geval geweest bij het project ‘Vervolg stationsgebied Sneek’.
Vraag De gemeente maakt gebruik van HVO (diesel). HVO is duurder dan gewone diesel. Wat zijn de kosten voor de gemeente uitgaande van HVO en wat zouden zij zijn bij het gebruik van reguliere diesel? (pagina 39)
Antwoord Als we van 50/50 blend hvo diesel naar 100% biologische diesel gaan bij een verbruik van gemiddeld 640.000 liter per jaar en we betalen gemiddeld € 0.20 per liter meer dan zouden we nog eens iets van € 128.000,- meer kwijt zijn. Zouden we weer terug gaan naar reguliere diesel dan zouden we tov de 50/50 blend nog weer € 100.000,goedkoper uit zijn.
Vraag In de begroting wordt incidenteel rekening gehouden met de meerkosten voor energie (1,45 mio). Wat is het verbruik van onze gemeente (cq het verbruik dat direct ten laste komt van onze gemeente)? Antwoord In 2021 was het verbruik ca. 770.000 m3 gas en 8.350.000 kwh en waren de totale kosten 1,8 miljoen.
Vraag Waarom wordt er slechts een jaar uitgegaan van kostenstijging ter zake energie? Antwoord Er wordt niet van een jaar uitgegaan maar we schatten de financiële consequenties voor de komende jaren in op structureel € 230.000. De inkoopkosten op de dagmarkt verschillen enorm. Onze inschatting kan dus behoorlijk afwijken van de werkelijkheid. Voor 2023 begroten we een extra bedrag van 1,45 miljoen. Zie hiervoor de uitleg onder punt 5. Inkoop energie.
Vraag Wat zouden de kosten en de meerkosten van onze gemeente de komende jaren zijn als uit wordt gegaan van inkoop nu via de termijnmarkt? Antwoord Dan zouden de kosten ca. 3 tot 4 maal hoger zijn dan in 2021. Wat de termijnmarkten de komende jaren gaan doen is niet in te schatten. Op dit moment daalt de prijs iets en hangt sterk af van een strenge of milde winter (vraag en aanbod).
Vraag In de begroting wordt uitgegaan van gelijkblijvende prijzen de komende jaren. Graag ontvangen wij een overzicht van het inflatiecijfer over 2020, 2021 en 2022 (peil september) heden. Antwoord Het algemene inflatiepercentage dat we steeds in de begroting hanteren is het cijfer van de algemene prijsontwikkeling (prijsmutatie BBP), zoals dat jaarlijks in de meicirculaire wordt opgenomen. Voor de afgelopen jaren was dat: 2020: 1,4% 2021: 1,8% 2022: 1,6% Op onderdelen (bijvoorbeeld Sociaal Domein, loonsomontwikkeling) is een afwijkend percentage gebruikt. Volgens de Macro-Economische Verkenning 2023 (augustus 2022) zijn diezelfde percentages in werkelijkheid: 2020: 1,9%
2021: 2,5% 2022: 4,2% (stand augustus 2022) Vraag Is in het verleden de inflatie altijd volledig gecompenseerd door het Rijk? Hoe waarschijnlijk wordt dit geacht dat dit het geval is bij dergelijke hoge inflatiecijfers als nu? Antwoord Het Rijk compenseert de inflatie niet automatisch volledig. De huidige systematiek is dat het percentage dat in de meicirculaire voor enig jaar is vastgesteld, het definitieve percentage voor dat jaar is. Bijvoorbeeld in de meicirculaire 2022 is de loon- en prijscompensatie voor 2022 definitief vastgesteld. Gezien de sterk gestegen prijzen sindsdien zullen we niet volledig worden gecompenseerd over 2022. Voor 2023 is de compensatie nu in de septembercirculaire wel verhoogd naar 4,12%. In de meicirculaire 2023 wordt het percentage 2023 definitief vastgesteld op basis van de dan bekende inflatiecijfers. Dat zou een nog hoger percentage kunnen zijn, maar ook een lager percentage. Er is nog geen aanleiding om aan te nemen dat het Rijk van deze systematiek af zal wijken. Vraag Welke financiële invloed heeft een procentpunt niet gecompenseerde inflatie? Welk bedrag zou dan zelf bijgelegd moeten worden bij gelijkblijvende inflatie? Antwoord In de septembercirculaire 2022 heeft het Rijk de inflatie berekend op 1% extra ten opzichte van de meicirculaire. Wij ontvangen daarvoor ongeveer € 2 miljoen extra.
De werkelijke inflatie zal sterk per soort kosten verschillen. Bij de huidige energietarieven is misschien wel 50% extra nodig, waar bij de uitgaven aan bepaalde zorg 3% voldoende kan zijn. Ook is het afhankelijk van de mate waarin je contracten hebt afgesloten. Heb je bijvoorbeeld een vast contract voor 3 jaar afgesloten dan is de mate van inflatie niet relevant. Daarom is het niet zomaar aan te geven wat één procent niet gecompenseerde indexatie ons kost. Vraag In welke mate is rekening gehouden met de prijsstijgingen bij onderhande projecten en projecten waar reeds een krediet voor is afgegeven maar die nog niet besteed zijn? Antwoord Per project wordt gekeken of er aanpassingen nodig zijn. Niet alle projecten zitten in dezelfde fase, waardoor er nog niet overal kan worden aangegeven of het krediet toereikend is of niet. In een aantal gevallen is inmiddels gebleken dat het beschikbaar gestelde bedrag niet voldoende is, omdat aanbestedingen hoger uitvallen dan vooraf ingeschat. Er is hiervoor (of wordt binnenkort) aanvullend krediet aangevraagd. Dit is bijvoorbeeld het geval geweest bij het project ‘Vervolg stationsgebied Sneek’.
Vraag Tijdens de presentatie is aangegeven dat sommige prijzen wel met 80% gestegen zijn. Met name materialen in de kapitaalgoederen. Benodigd en beschikbaar budget zou moet deze begroting nagenoeg in evenwicht zijn. Is dit ook nog het geval indien de huidige kostprijs in rekening wordt gehouden? En is dit ook nog het geval indien uitgegaan wordt van het inflatiecijfer september 2022? Antwoord Tegen de prijsstijgingen van het afgelopen jaar valt niet op te boksen. Er zit ook een groot verschil tussen de diverse materialen die we toepassen voor onderhoud in en vervanging van kapitaalgoederen. De prijsstijgingen vlakken momenteel wat af, maar de verwachtingen zijn verder onzeker. Om tot een bedrag voor indexatie te komen, zijn we uitgegaan van het CBS cijfer van 2021 (2,7%). De kans is groot dat het percentage van 2022 hoger ligt. Dit wordt dan ingebracht voor de programmabegroting van 2024. Het belangrijkste is dat we jaarlijks blijven indexeren en daarbij volgen we het CBS cijfer.
Vraag In 2021 zijn in de begroting bij amendement gelden opgenomen voor verduurzaming van - kort gezegd ontmoetingsplekken. Hoe is dit besteed? Welke criteria zijn hierbij gehanteerd? Antwoord Deze middelen zijn nog niet besteed. Er wordt nu onderzocht of deze middelen ingezet kunnen worden om besturen van ontmoetingsplaatsen te ondersteunen in de exploitatie om de hoge energielasten te verlagen.