TV CIE GL - antwoorden I deel II
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: :
Idske Koopmans GrienLinks Sudwest-Fryslan
Datum
:
18 en 19 oktober 2023
Agendapunt
:
4
Onderwerp
:
Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
Commissievergadering/Raad
1.
Blz. 19 Het RMC (DoorstroomPunt) houdt alle jongeren die voortijdig, zonder startkwalificatie, de school verlaten in beeld tot ze 23 zijn. Graag meer informatie over dit DoorstroomPunt in SWF? En is bekend hoeveel schoolverlaters er in SWF zijn de afgelopen jaren (trend)? Antwoord: Bij het Doorstroompunt ondersteunen wij schoolverlaters om toch een diploma te halen, zodat zij met een papiertje op zak aan hun toekomst kunnen beginnen. Wij ondersteunen jongeren om een startkwalificatie te behalen. Met een diploma staat een jongere veel sterker. Ze vinden makkelijker een baan en verdienen vaak meer dan iemand zonder diploma op minimaal MBO 2 of HAVO niveau. Het Doorstroompunt helpt met: • • • • •
het maken van een goede studiekeuze; het vinden van passend werk; het aanvragen van een bijstandsuitkering; het meedenken over de mogelijkheden als een jongere nu niet kan werken of studeren; andere zorg- en hulpvragen en wij verwijzen vaak door naar het Gebiedsteam.
In het laatste Jaarverslag van 2021-2022 staat dat de regio van het Doorstroompunt (zowel SúdwestFryslân als De Fryske Marren) 209 schoolverlaters telde. Procentueel was deze regio met 1,7 % de laagst scorende regio van Nederland. In totaal zijn er 40 regio’s in Nederland. Het gemiddelde percentage in Nederland bedraagt 2,34 %. VSV cijfers over de afgelopen 10 jaar 2011-2012 222 2012-2013 161 2013-2014 177 2014-2015 127 2015-2016 122
2.
2016-2017 2017-2018 2018-2019 2019-2020 2020-2021 2021-2022
139 178 202 145 181 209
Blz. 25 Samen met alle Friese Gemeenten en maatschappelijke organisaties hebben we de Brede Aanpak Dakloosheid ontwikkeld (BAD). We werken aan het uitbreiden van plekken voor mensen met een bijzondere woonbehoefte Op 27 september jl. was er een zgn. Roadtour BAD in Van der Valk te Sneek. Tijdens deze avond
werd zichtbaar dat onze gemeente voor een grote opgave staat vwb de realisatie/het in standhouden van de opvang en financiële gevolgen daarvan. Graag meer informatie wat deze opgave precies betekent voor SWF (incl. inzicht welke financiële gevolgen de BAD heeft voor deze programmabegroting en de komende jaren)? Antwoord: Vanuit de Brede Aanpak Dakloosheid (BAD) zijn verschillende projecten waarmee ingezet wordt op preventie, toeleiding naar hulp, opvang en beschikking van een woonplek. Eén van de programma’s van BAD is het Convenant Weer Thuis waarin samenwerkingsafspraken zijn gemaakt tussen de Friese gemeentes, zorgaanbieders en woningbouwcorporaties. Met het Transferpunt wordt de in- door- en uitstroom van mensen in de Maatschappelijk opvang geregistreerd en via bemiddeling de uitstroom naar een eigen (t)huis gerealiseerd. We hebben in onze gemeente opvangvoorzieningen bij Limor, Wender en het Leger des Heils. We bieden onderdak zo kort als mogelijk en zo lang als nodig is aan mensen in kwetsbare posities. Voor de huisvesting van inwoners die gebruik maken van maatschappelijke opvang zien wij een concentratie in Sneek. We willen lokaal nog meer inspelen om mensen die dakloos dreigen te worden op te vangen. Het realiseren van een tussenvorm voor kwetsbare jongeren zien we als een belangrijke uitdaging. Een pilot is in voorbereiding.
Na een collegebesluit wordt de raad hier verder bij betrokken. De financiële middelen komen vanuit de Rijkssubsidie BAD, Maatschappelijke Opvang, Vrouwenopvang en Beschermd Wonen. 3.
Blz. 26 Uit onderzoek weten we dat tieners alcohol krijgen in o.a. sportkantines en bij evenementen. We willen dat hier beter op gehandhaafd wordt. Dit leggen we vast in het wettelijk verplichte alcoholpreventie en handhavingsplan (alcoholwet). Op welke wijze wil de gemeente beter handhaven (ook in relatie met blz. 66)? Antwoord: Alcohol is alom vertegenwoordigd in onze samenleving. Dit maakt het voor jongeren makkelijk om te starten met drinken. De aanwezigheid van alcohol is een risicofactor. We weten dat jongeren in sportkantines en bij evenementen gemakkelijk aan alcohol kunnen komen. We willen duidelijke afspraken maken met de organisatoren en deze aan de voorkant vastleggen als er een beschikking wordt verleend. Ook gaan we afspraken met sportkantines maken waarbij we insteken op bewustwording en handhaving. Hiervoor sluiten we aan bij het landelijk programma van NIX18.
4.
Blz. 35/36 Punt 2. Nadeel Jeugd Op basis van analyse kunnen we constateren dat er binnen de jeugd casuïstiek een behoorlijke toename is in het aantal jeugdigen in zorg en tevens een toename in complexiteit. Voor 2024 is -763 en 2025 -490 opgenomen. In 2026 is 450 en 2027 is 84 opgenomen. Op welke wijze wil de gemeente deze ‘positieve’ omslag maken? Antwoord: U verwijst naar de aanpassingen op de jeugdzorg naar aanleiding van de taakmutaties uit circulaires. Dit betekent dat de bedragen van -763 (2024) tot aan 84 (2027) verwijzen naar financiële gevolgen van de hoogte van de Algemene Uitkering. Voor 2024 en 2025 heeft het kabinet de besparingsopgave verzacht met een ingroeipad. Vanaf 2026 stelt het Rijk substantieel minder geld beschikbaar voor jeugdzorg, dit is dus de ‘positieve’ omslag waaraan u refereert.
5.
Blz. 38/39 Kopje 12: Gemiddeld komt het voor de loonsomgerelateerde subsidies uit op 7,4% Kopje 15: Centrumregel SDF, er wordt rekening gehouden met loonindexatie van 5% (blz. 38). Kopje 17: Indexatie Sociaal Domein, houden rekening in de begroting met de volgende indexaties: Wmo Huishoudelijke hulp ad 10% Wmo begeleiding ad 6,77 % Wmo hulpmiddelen ad 13,30% Wmo taxivervoer ad 13,10 % Leerlingenvervoer ad 13,10% Jeugd ad 7,03% Blz. 70 Kopje 2. Loonsomontwikkeling in 2023 van 10,5% waarbij een tekort is ontstaan van 5,3 miljoen.
Blz. 138 Onderstaande afgegronde bedragen zijn gelijk aan de verleende bedragen voor 2023 inclusief eventueel index van 3,77% (loonsom) of 3% (bij geen loonsom). Voor 2024 moet er nog een besluit over de index genomen worden. Er zijn in de programmabegroting dan ook veel differentiaties in de hoogte van de loonindexaties. Een van de redenen die wordt aangegeven is het soort contract (blz. 39). Graag meer uitleg over (de oorzaken en gevolgen van) de onderlinge verschillen in loonindexaties, inclusief het afsluiten van het ‘soort contract’? Antwoord: De verschillen in loonindexaties zijn het gevolg van verschillende CAO’s. Verschillende CAO’s kunnen een ander loonstijgingspercentage hanteren en een afwijkende looptijd hebben. De uitkomst is afhankelijk van de afspraken die gemaakt zijn tussen werkgevers en werknemers/vakbonden van een bepaalde sector. In de diverse contracten is vaak afgesproken met welk indexcijfers prijzen geïndexeerd mogen worden, bijvoorbeeld volgens de OVA (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling), BBP (Bruto Binnenlands Product), of anders. Verschillende afgesproken indexcijfers geven ook een verschillend percentage. Ook hebben we te maken met herstel van werkelijke indexaties die over 2023 te laag waren ingeschat. 6.
Blz. 63 Onderzocht wordt hoe de raad meer grip kan krijgen op de programmabegroting. Door wie wordt dit onderzocht, op welke wijze en hoe wordt de raad hierin meegenomen? En wordt in dit onderzoek ook expliciet de mogelijkheid verkend om te werken met meer programma’s (nu ‘slechts’ 3 programma’s: sociaal, ruimte en bestuur)? Waarom wel/niet? Antwoord: Al op 23 februari en op 3 april is in de auditcommissie gesproken over de Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus). In die bijeenkomsten is ook gesproken over hoe de raad meer grip kan krijgen op de programmabegroting. Meer grip en inzicht versterken de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. Dit is in de Programmabegroting 2024 inmiddels gedaan door de doelstellingen concreter (smarter) te formuleren en door bij actiepunten aan te geven wat het ‘Indicatoren/te behalen resultaat’ is. In deze Programmabegroting zijn we hier mee begonnen. Dit willen we in de komende jaren verder aanscherpen. In plaats van het aantal programma’s uit te breiden, is nu in de Programmabegroting 2024 per Hoofdtaakveld beschreven ‘Wat we willen bereiken’ en ‘Wat we daarvoor gaan doen’. Voorheen was dat op het hogere niveau per Programma. Hiermee geven we invulling aan ‘meer grip door de raad op de programmabegroting’.
Hiernaast: • zijn de via de Actualisatie van de begroting 2023 toegekende bedragen vermeld bij de actiepunten in de begroting; • is de lijst met richtinggevende beleidsdocumenten weer opgenomen in de programmabegroting; en • zijn de verplichte indicatoren nadrukkelijker in de Programmabegroting opgenomen, zijn ze gevisualiseerd en vergeleken met de waardes van heel Nederland. Tot slot is de planning van de Programmabegroting aangepast. De informatieavond is een week naar voren gehaald, om het politieke proces meer tijd te geven. Met deze maatregelen beogen we de grip van de raad op de Programmabegroting te verhogen. Graag verwijzen we nog naar de actieve info met het onderwerp “Aanpassingen in de Planning & Control-cyclus”. Daarin zijn enkele van bovenstaande verbeteringen al aangekondigd voor de begroting, maar worden ook wijzigingen elders in de P&C-cyclus aangegeven. Zoals een Midtermreview in 2024, een Voorjaarsbrief in 2025 en Bestuursrapportages per kwartaal in elke commissie. Bovenstaande is afgestemd met de auditcommissie.
7.
Blz 70. Een aantal van de voorstellen zoals opgenomen in deze programmabegroting vergt extra inzet. Zonder deze extra inzet kunnen we de voorstellen niet of onvoldoende realiseren. Graag meer uitleg over welke voorstellen het gaat en waarom (nog meer) extra middelen nodig zijn? Antwoord: Dit betreft de voorstellen: Inclusiebeleid (pagina 35, punt 13); Toename No Cure No Pay bezwaren (pagina 75, punt 7); Wet politiegegevens (pagina 75, punt 8). Dit betreft uitbreidingen van werkzaamheden waarvoor extra personele inzet nodig is.
8.
Blz. 77 De toename No Cure nog Pay bezwaren is al een aantal jaren een feit. Graag uitleg welke maatregelen er door de gemeente (de afgelopen jaren) zijn genomen om de toename van het aantal bezwaren te reduceren. Antwoord: De maatregelen die de gemeente neemt om de toename van de NCNP bezwaren te reduceren zijn: • Positief communiceren over de mogelijkheid om rechtstreeks bezwaar bij de gemeente in te dienen i.p.v. via een NCNP bedrijf. • Bij de WOZ beschikking wordt een bijsluiter meegestuurd, deze wordt ook op de website geplaatst en via de verschillende social media kanalen gedeeld. • Het publiceren van een eenvoudig bezwarenformulier op de website. • Met een QR code kan op eenvoudige wijze rechtstreeks bij de gemeente een bezwaarschrift worden ingediend. • Inzetten op informeel contact. Contact met de belanghebbende voordat er een bezwaar wordt ingediend. De taxateur beoordeelt meteen de vastgestelde waarde. Vanaf 2024 komt er een E-Loket waarmee inwoners en bedrijven op eenvoudige wijze bezwaar kunnen indienen.
9.
Blz. 80 Vorig jaar zijn de tarieven voor de OZB, forensenbelasting, precariobelasting en RZB verhoogd met 3 %. Dit jaar worden de tarieven verhoogd met 7%. De toeristenbelasting wordt, net zoals vorig jaar, niet trendmatig verhoogd. Ondanks dat in de programmabegroting wordt aangegeven dat in aantal gevallen gemotiveerd wordt afgeweken, ontbreekt de motivatie. Graag dan ook de motivatie waarom de toeristenbelasting (weer) niet wordt meegenomen in de zgn. trendmatige verhoging? Antwoord: De toeristenbelasting wordt niet jaarlijks verhoogd aan het inflatiecijfer. In overleg met de ondernemers hanteren wij een handzaam tarief. Daarnaast is bij voornemens om tariefswijzigingen door te voeren de tijdigheid bij de toeristenbelasting een belangrijke factor. Ondernemers worden op deze wijze in staat gesteld om vroeg-boekingen (boekingen die al een jaar vooraf worden vastgelegd) van de juiste informatie te kunnen voorzien van de totale kosten van het verblijf. Voor ondernemers is het wenselijk om een tariefswijziging ruim van te voren aan te kondigen om reden dat de ondernemers hierop kunnen anticiperen. Onderstaand de frequentie van aanpassing van het tarief in SWF: 2011 € 1,00 2017 € 1,25 Voor de raadsvergadering van december a.s. staat de toeristenbelasting per 2025 op de agenda.
10.
Blz. 81 Ondernemersfonds: de tarieven van de ozb voor niet-woningen zijn de afgelopen jaren extra verhoogd (*) ten behoeve van het ondernemersfonds. Met welk tarief zijn de niet-woningen de afgelopen jaren extra verhoogd? En welk bedrag is
-
hieraan gekoppeld? Graag de opbrengst van de OZB voor woningen en niet-woningen onderscheiden in 2023 en 2024.
De raad wordt voorgesteld om ook de komende jaren deze verhoging (*) te handhaven. De extra verhoging dragen we via een subsidie af aan de ondernemers. Op 23 november aanstaande zal onder meer bovenstaande worden besproken in de raadsvergadering. Mogen wij ervan uitgaan dat deze passage in de programmabegroting niet vooruitloopt op de besluitvorming aangaande het Ondernemersfonds? Antwoord: 0,033% voor eigenaren en 0,027% voor gebruikers. Er is in de begroting een totaalbedrag van € 1.304.889,00 opgenomen.
11.
-
De begrote opbrengst op pagina 80 is exclusief het ondernemersfonds. De verdeling is als volgt: 2023 2024 Woningen 12.798.461 13.764.353 Niet-woningen 11.037.327 11.633.953
-
Daar kunt u inderdaad van uitgaan. In de begroting hebben wij rekening gehouden met dezelfde uitgangspunten als voorgaande jaren, omdat de uitkomst van de besluitvorming nog niet bekend is. Een aanpassing aangaande het ondernemersfonds zal aan zowel de inkomsten- als de uitgavenkant gelijk zijn. Dit wordt dan budgetneutraal doorgevoerd in de begroting.
Blz 109 Indicatoren bedrijfsvoering: in het schema wordt alleen inzicht gegeven in de periode van 2024. Om de waarden (beter) te kunnen duiden, graag een overzicht van afgelopen jaren. Antwoord: In de volgende tabel staan de waarden vermeld voor de jaren 2028 t/m 2024:
Blz 138 Overzicht subsidieontvangers: voor 2024 moet er nog een besluit worden genomen over de index. Er zijn diverse organisaties waarbij de subsidie al wel is verhoogd ten opzichte van vorig jaar. Kunt u dit uitleggen? Welke financiële gevolgen heeft de (verdere) indexering? Graag een overzicht van welke subsidieontvangers (t.o.v. 2023) niet meer in het subsidie overzicht zijn opgenomen en de reden daarvan? 12.
Antwoord: Deze verhoging betreft in de meeste gevallen de indexatie over het jaar 2023. Dit is 3,77% voor organisaties met personeel in dienst en 3% voor organisaties zonder personeel in dienst. Wanneer binnen een groep (bv. musea) beide situaties zich voordoen, dan wordt hier één lijn in getrokken. Soms wordt op basis van (meerjarige) overeenkomst/beschikking anders of niet geïndexeerd (bv. zwembaden). Voor wat betreft diverse losse culturele subsidies (fotoclub/LAS/draaiorgel) zijn de bedragen geactualiseerd met het oog op een eenduidige insteek/behandeling. -
Deze zijn opgenomen in de begroting op pagina 38 van de Programmabegroting, punt 12. Het gaat over 2024 in totaal om een bedrag van € 705.000.
-
De volgende organisaties zijn niet meer in het subsidieoverzicht opgenomen: o St. Fultura Sneek (kansrijk) : in overleg met Fultura is afgesproken dat subsidiegelden gerichter worden ingezet voor specifieke
1
o o o o o
Activiteitencommissie Stavoren Het Friese Museumdorp St. Ald Molkwar1 Toankamer ’t Ponthus1 Vluchtelingenwerk NN
o
Humanitas BOR
o
Tûmba LHBTI / COC Friesland
o
Verloskundig Sneek/Koudum
o o o o o o o
Historische Kring Woudsend1 Âld Makkum1 Historisch Koudum1 Arghis1 Hist. Kommisje Easterwierrum1 Archief/Doc. RK Bolsward1 Ver. Hist. Sneek1
resultaten en/of projecten. Hierdoor kunnen we o.a. gezamenlijk gerichter evalueren en bijstellen waar nodig. De algemene subsidie (kansrijk) is daarom komen te vervallen. : deze commissie is gestopt. : deze activiteiten zijn gestopt. : deze activiteiten zijn aangemerkt als inkoop en daarom uit deze lijst verwijderd. : deze activiteiten zijn aangemerkt als inkoop en daarom uit deze lijst verwijderd. : het betreft hier rijksmiddelen die de gemeente ontvangt op basis van een gemeentelijk beleidsplan. Dit plan wordt nog dit jaar aan het college voorgelegd. Op basis van de te ontvangen subsidieaanvrag(en) wordt nog een besluit genomen over de eenmalige subsidie voor 2023-2026. : deze activiteiten zijn in eerste instantie aangemerkt als inkoop en daarom uit deze lijst verwijderd. Voor 2024 wordt een eenmalige subsidie gegeven en het kan zijn dat deze weer worden toegevoegd aan de lijst voor 2025.
Deze organisaties ontvangen per 2024 een vergelijkbaar bedrag als 2023 op basis van de nieuwe subsidieregeling historische werkgroepen. Dit is een andere juridische grondslag. Hiermee is subsidieverstrekking aan historische werkgroepen geactualiseerd. Op deze manier wordt er doelgerichter en op een gelijke manier gesubsidieerd. Daarnaast zorgt het subsidieplafond ervoor dat het financieel beheersbaar is.