CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

TV CIE CDA - antwoorden

Raadsvergadering 10 november 2022, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Programmabegrutting 2023 en mearjierrenrûzing 2024-20263.244 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener:

Samantha Joustra

Fractie:

CDA

Commissievergadering:

DSO, BM, BF

Datum:

25 oktober 2022

Agendapunt:

4&5

Onderwerp:

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026

DSO Vraag: P. 33 Mobiliteitsvisie: wordt er bij het opstellen van de mobiliteitsvisie ook rekening gehouden met de terugtredende bewegingen van met name het busvervoer uit de kernen? Antwoord: De Mobiliteitsvisie moet een algemene visie worden op het gebied van verkeer en vervoer. Het moet ook antwoord geven op de huidige ontwikkelingen in de verkeers-/mobiliteitswereld, waarin op dit moment grote ontwikkelingen gaande zijn. Een algemene uitspraak uit deze visie is dat dat iedereen veilig van A naar B moet kunnen reizen. Deze uitspraak moet vervolgens vertaald worden naar concrete maatregelen. Een voorbeeld zou kunnen zijn om het fietsnetwerk te optimaliseren, zodat er voor bepaalde afstanden een goede alternatieve vervoerswijze kan ontstaan. Een andere maatregel zou kunnen zijn om nieuwe mobiliteitsvormen en -systemen in te gaan passen. Beide maatregelen kunnen bijdragen aan de verschraling in het busvervoer op het platteland. In welke mate deze verschraling doorzet en hoe het openbaar vervoer er uiteindelijk uit komt te zien is nog onduidelijk. De Provincie Fryslân is verantwoordelijk voor het openbaar vervoer. In 2024 staat de aanbesteding voor een nieuwe concessie gepland. Vraag: P. 33 Veilig voelen van inwoners in het verkeer in de kernen: In veel kernen geldt een beperking van max. 30 km p/u terwijl de wegindeling daar niet op is aangepast.

Wordt daar wat mee gedaan? Antwoord: Een landelijke trend is dat het goed inrichten van 30 km/u gebieden enigszins achter is gebleven. Ook in Súdwest-Fryslân zijn er 30 km/u gebieden die een verbeterde inrichting verdienen. Hier is de gemeente al mee aan de slag en wil hier verder mee. Bijvoorbeeld zijn de Touwenlaan in Makkum, de bebouwde kom Kimswerd en Arum in uitvoering dan wel in voorbereiding. Herinrichten van wegen kost veel geld. Door een landelijke subsidie ontstaan er financiële mogelijkheden om hier meer op in te gaan zetten. Wij willen optimaal gebruik maken van deze subsidiestroom. Echter zullen deze middelen niet genoeg zijn om hiermee alles aan te pakken. Vraag: P. 35 Kernenbeleid 3.0: “We zetten het op kernenbeleid 3.0 op. Dat richten we op het dichterbij onze kernen zijn en het sneller

kunnen besteden van de beschikbare middelen”. Hoe denkt het college dit blijvend te kunnen volbrengen in een tijd waarin voorzieningen als ontmoetingsplaatsen en verenigingen (wijk-dorpsbelangen) onder financiële of maatschappelijke veranderingen onder druk staan? Antwoord: De stads-, dorps- en wijkcoördinatoren zijn bezig om het contact in onze steden, dorpen en wijken te verstevigen en uit te breiden. In de praktijk is dit breder dan alleen de dorps- en wijkbelangen. Initiatieven van onderop worden zoveel mogelijk ondersteund en gefaciliteerd, waarbij we een verbinding leggen met alle beleidsvelden. Vraag: P. 33 Op de fiets door Sudwest: Uit de top 50 lijst fietspaden zijn er nog maar enkele in beeld of in voorbereiding. Is het een bewuste keuze om het hier bij te laten? Antwoord: Er is eerst besloten in te zetten op de top vijf uit de lijst met fietspaden. Hiervan is onlangs de eerste opgeleverd (Sibrandabuorren – Gauw). Voorbereiding en uitvoering kosten relatief veel tijd en geld. De financiële middelen om meer fietsverbindingen aan te pakken zijn er op dit moment niet. Vraag: P. 39 Fumo: de uitdijende budgetten worden als onontkoombaar beschouwd, in hoeverre is hier een kritische blik op de oplopende kosten? Antwoord: Het college is scherp op het oplopen van de kosten aan de FUMO.

In deze begroting wordt de toename hoofdzakelijk veroorzaakt door autonome ontwikkelingen en de verwachting (obv ervaringscijfers) dat meer producten (lees vergunningen en meldingen) door de FUMO moeten worden behandeld. Daarnaast is, tevens op basis van ervaringscijfers, een budget voor incidentele opdrachten, opgenomen. Dit geeft een meer transparant beeld van de totaalkosten aan de FUMO. Sinds 2022 werkt de FUMO op basis van nacalculatie. Dus mocht blijken dat in de werkelijkheid minder inzet wordt gevraagd, dan volgt er een verrekening op de betaalde voorschotten. Vraag: P. 39: Nieuwe voorstellen punt 8: Materialen zijn flink duurder geworden, tot wel 80%. Hierdoor kunnen er minder werkzaamheden uitgevoerd worden en kan de inhaalslag m.b.t. de achterstanden niet ingelopen worden. Door structureel indexatie toe te passen, bewegen de onderhoudsbudgetten mee met de marktprijzen (citaat). Moet de indexatie (in percentages of in absolute zin) exact even hoog zijn als de gestegen prijzen om de onderhoudsbudgetten op peil te kunnen houden? Acht het college dit haalbaar/ betaalbaar? Antwoord: We hanteren het CBS-percentage, gebaseerd op het voorgaande jaar. Voor de programmabegroting van 2023 betekent dat 2,7% (CBS 2021) over de reguliere onderhoudsbudgetten binnen kapitaalgoederen. We moeten uitgaan van een gemiddeld en betrouwbaar cijfer.

Het is onmogelijk om met de extreme prijsstijgingen van het afgelopen jaar mee te bewegen. Dat betekent dat we op dit moment minder kunnen uitvoeren dan vooraf is gepland. Hoe de komende jaren gaan verlopen is nog uiterst onzeker. Het is wel belangrijk om jaarlijks middelen te reserveren voor indexatie en dit bij voorkeur te koppelen aan het vastgestelde CBS cijfer. De verwachting is dat het CBS cijfer van 2022 hoger ligt. Het kan daarom zijn dat we het indexatiebedrag bij de volgende programmabegroting moeten aanpassen. Vraag: P. 42 Kapitaalgoederen versneld achterstanden wegwerken. Wanneer kunnen we het toegezegde raadsvoorstel verwachten? Antwoord: We verwachten in het 2e kwartaal van 2023 met een raadsvoorstel te kunnen komen.

Vraag: P. 74 Investeringsmiddelen: In 2022 is vervolgens structureel investeringsgeld beschikbaar gesteld voor de onderdelen wegen en water. Zijn er concrete voorbeelden van projecten waaraan de middelen uitgegeven zijn? Antwoord: In 2022 is de € 3 miljoen vrijgemaakt voor diverse werken in de wegen- en waterbouw. Dit is in maart 2022 gedeeld met de gemeenteraad via actieve info. Het gaat om de volgende werken: Werk Vervangen brug Stationsweg te Stavoren (beton) Vervangen brugdek Holle Poarte te Makkum (beton) Vervangen brug Hichtum (beton) Vervangen brug Skerdyk te Oosthem (beton) Vervangen kade Grote Kampen te Bolsward (hout) Vervangen damwand Gouden Boayem te Heeg (staal) Vervangen damwand Parrega (staal) Vervangen weg De Finne te IJsbrechtum (elementen) Vervangen weg Noorderlaan Wons (elementen) Totaal

Investeringsbedrag € 350.000 € 250.000,€ 450.000,€ 250.000,€ 300.000,€ 300.000,€ 500.000,€ 250.000,€ 350.000,€ 3.000.000,-

Fase In uitvoering Gereed In voorbereiding In voorbereiding In voorbereiding In voorbereiding In voorbereiding In voorbereiding In voorbereiding

Vraag: P. 74: Indexatie: Hoe / op welke wijze is het bedrag van € 600.000,- tot stand gekomen? Antwoord: Toelichting van de € 600.000,- aan indexatie voor kapitaalgoederen is terug te vinden op pagina 39 en 40 (punt 8). Er wordt uitgegaan van een indexatiepercentage van 2,7% (CBS 2021). Dit berekend over € 22 miljoen aan regulier onderhoudsbudget kapitaalgoederen komt neer op € 600.000,- per jaar. Het kan zijn dat we het indexatiebedrag bij de volgende programmabegroting moeten aanpassen. Vraag: P. 77 Openbare verlichting: Al enige jaren liggen de percentages voor het vervangen van de armaturen op een vergelijkbaar niveau (laag-basis-hoog) ondanks de inzet van financiële middelen. Is er een verklaring waarom het percentage m.b.t. het niveau ‘Hoog’ van de armaturen niet significant hoger is geworden? Antwoord: Jaarlijks wordt er een hoeveelheid armaturen vervangen. Hierdoor stijgt het percentage ‘hoog’. Echter zijn er ook armaturen die terugvallen in het niveau ‘basis’ en ‘laag’, omdat ze alweer jaren oud zijn. We verwachten dat het percentage ‘hoog’ de komende jaren gaat stijgen. Belangrijkste doelstelling is het verduurzamen van de verlichting (naar led). Vraag: P. 78 Financieel (bruggen, tunnels en aquaducten). Om uitbreiding areaal en prijsstijgingen te compenseren wordt het onderhoudsbudget verhoogd (citaat).

Met welk bedrag zal dit budget stijgen? In de programmabegroting 2022 steeg dit budget nog met € 10.000,-. Antwoord: Voor kapitaalgoederen wordt in 2023 een bedrag voor areaaluitbreiding (€ 270.000,-) en indexatie (€ 600.000,-) toegekend. Na vaststelling van de programmabegroting 2023 volgt de verdeling hiervan over de verschillende onderdelen binnen kapitaalgoederen (o.a. het budget voor bruggen, tunnels en aquaducten). BM Vraag: P. 17 Integrale Kindaanpak doorontwikkeling: er is mondeling toegezegd dat niet alles dicht getimmerd zal worden met nieuwe beleidsregels. Wordt hier rekening mee gehouden? Antwoord: Doorontwikkeling IKC is een proces en dat wordt niet dichtgetimmerd met beleid/subsidies, omdat het o.a. iets vraagt van betrokken organisaties. We plegen inzet op aanjagen en proberen ons nieuwe beleid zo

in te richten dat randvoorwaarden gunstig worden. Gezamenlijk belang: de kinderen die onderwijs genieten. Vraag: P 18. Wat is de verwachte impact van corona op de evaluatie van leerachterstanden en geeft het dan nog wel een realistisch beeld? Antwoord: Corona heeft de achterstanden op sommige leer- en sociaal emotionele gebieden en bij bepaalde leeftijdsgroepen alleen maar verergerd. In augustus 2022 is het onderwijs achterstandenbeleid geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie zijn o.a. resultaatafspraken gemaakt met de kinderopvang organisaties. Naar aanleiding hiervan worden de komende GOAB-periode acties uitgezet. Vraag: P. 19 Hoe is de controle op de mantelzorgwaardering en hoe komt er meer bekendheid van het Stipepunt en hun beschikbaarheid? Antwoord: 1. De gemeente kan contact opnemen met de mantelzorger en/of zorgontvanger om navraag te doen over de aanvraag. 2. In de communicatie wordt zowel door Sociaal Collectief als door gemeente het Stipepunt onder de aandacht gebracht. Daarnaast heeft het Stipepunt ook een eigen website www.stipepunt.nl. Gebiedsteams verwijzen inwoners naar het Stipepunt. Het Stipepunt in Koudum is verhuisd naar het multifunctioneel centrum De Klink in Koudum. Vraag: P.

19 Er gaat ingezet worden op meervoudig gebruik van de ontmoetingsruimten, hoe wordt dat concreet gedaan? Antwoord: We willen inzetten op meervoudig gebruik van de ruimten van de ontmoetingsruimten, zodat er bijvoorbeeld ook overdag (meer) activiteiten plaatsvinden. Hiervoor kijken we samen met inwoners en (zorg)partners naar de behoefte van de Mienskip en de mogelijkheid om voorzieningen en functies te combineren. Hierbij denken we aan leefbaarheid, zorg, sport, cultuur en onderwijs. Daarnaast bevorderen we lokale initiatieven zoals koffie drinken voor eenzame ouderen of activiteiten voor de jeugd. Vraag: P. 20 Wat is een lange wachtlijst? Mensen wachten nu lang of krijgen soms geen hulp, wegens gebrek aan personeel. Is hier verbetering te verwachten? Antwoord: Vanwege de diversiteit van de ondersteuningsvragen die terecht komen bij de gebiedsteams verschilt de wachtlijst per ondersteuningsvraag. Aard en urgentie hebben hier invloed op. Deze wordt ingeschat door de Centrale Toegang binnen 2 werkdagen van de melding. We hebben als Gebiedsteams diverse acties opgezet om de duur van de wachtlijst terug te dringen. We kijken over de gebiedsteams heen om de wachtlijst in de Gemeente Súdwest-Fryslân zo gelijkmatig te verdelen en sturen bij in capaciteit waar nodig.

Zo wordt er bijvoorbeeld binnen de Centrale Toegang continue gekeken naar de ouderdom van de enkelvoudige kortdurende ondersteuningvragen zoals de aanvraag van een rolstoel en die worden waar mogelijk opgepakt door de Centrale Toegang. De krapte op de arbeidsmarkt speelt een rol in het verkrijgen van personeel. Vraag: P. 20 Er staat dat de gebiedsteam medewerkers gebruik gaan maken van de ontmoetingsruimten. Komt er dan meer formatie voor de indicatiestellers? Zo ja is dat personeel wel te vinden? Wat merkt de inwoner ervan of blijven de keuken tafelgesprekken gewoon doorgaan? Hoe strijkt dit met de eerdere visie om bij mensen thuis te komen en juist niet naar een loket? Antwoord: Met meer vindplaatsgericht werken en het aansluiten bij activiteiten of bij reeds bestaande vindplekken (denk aan scholen, ontmoetingsplaatsen en huisartsen), bedoelen wij dat we kijken/onderzoeken waar we eens kunnen aansluiten bij bijvoorbeeld een activiteit voor jongeren (een jeugdsoos bijvoorbeeld) of

ouderen (jeu-de-boules avond bijvoorbeeld) en dat bijvoorbeeld twee gebiedsteammedewerkers daar dan eens naar toe gaan om contact te maken, te praten over een bepaald thema en/of om te vertellen wat het gebiedsteam kan betekenen. Ander voorbeeld: of dat we in een bepaald dorp - eens in de zoveel tijd - op dezelfde locatie en moment als het consultatiebureau aanwezig zijn om meer jonge ouders te ontmoeten. Dit hoort bij het werk van gebiedsteammedewerkers en betreft geen nieuwe formatie. Huisbezoeken blijven bestaan en staan hier los van. Vraag: P. 21 In 2023 worden wij verantwoordelijk voor lichte ondersteuning Jeugd. Op dit moment wordt onderzocht hoe we dat gaan doen, is dat klaar voordat we er verantwoordelijk voor zijn? Antwoord: We aan het onderzoeken hoe we dit goed in gaan richten voor de lange termijn. Op dit moment is er een voorstel in de maak over hoe dit aan te pakken op korte termijn. Gezien het aantal beschikkingen wat we de afgelopen jaren hebben afgegeven kunnen we dit voor 2023 zo in regelen dat we dat waar we verantwoordelijk voor zijn ook kunnen bieden. Vraag: P. 22 & 25 Eigen bijdrage WMO wordt mogelijk weer anders over een jaar, wat zijn de te nemen stappen om dit te communiceren naar organisaties en inwoners? Wordt hier een andere zorgvraag door verwacht? Antwoord: In 2023 verandert er niets aan de eigen bijdrage (abonnementsbijdrage).

In het regeerakkoord is opgenomen dat er mogelijk weer een eigen bijdrage (inkomensafhankelijk) komt vanaf 1 januari 2024. Wanneer dit zo zal zijn, zal dit uiteraard tijdig vanuit de gemeente (in overleg en samen met CAK) worden gecommuniceerd. Vraag: P. 23 Traplift: Wordt niet altijd vergoed. Klopt het dat mensen wel een eigen verantwoording hebben voor aanschaf? Bijv. door de keuze voor een gelijkvloerse woning. Hoe ziet deze afweging er in 2023 uit? Antwoord: De afweging zal in 2023 niet anders zijn dan in de voorgaande jaren. Er wordt altijd gekeken naar de eigen verantwoording van mensen en/of dat er alternatieven (bijvoorbeeld verhuizing naar gelijkvloerse woning) zijn. Vraag: P. 27 Transformatie dagbesteding naar regulier werk, wanneer is dit contract afgelopen? Antwoord: De overeenkomsten Begeleiding (Wmo) en Sociale activering (PW) lopen tot en met 2026 met de mogelijkheid deze met 2 maal 2 jaar te verlengen dus tot en met 2030. Vraag: P. 27 Indexatie onderwijshuisvesting, t.a.v. bouwkosten: is dit reëel om voorgaand jaar aan te houden? Antwoord: Ruimte OK heeft net een landelijk onderzoek gepubliceerd, daaruit blijkt dat de prijzen voor onderwijshuisvesting in anderhalf jaar tijd zo’n 12% zijn gestegen. Met name de afgelopen tijd zijn de prijzen door alle ontwikkelingen sterk gestegen.

Dus de vooraf opgenomen inschatting van 5% stijging van de bouwkosten voor een jaar lijkt daarmee inderdaad al niet meer voldoende. Dit geldt trouwens voor meerdere posten in de begroting. De inflatiecijfers liggen op dit moment dusdanig hoog dat de situatie maandelijks wijzigt. Mochten de prijzen daadwerkelijk leiden tot budgettaire problemen, dan komen wij z.s.m. bij u daarop terug. Vraag: P. 28 Arcadia, is dit gebiedsgericht? Voor stad en voor platteland?

Antwoord: Het plan is om in overleg met de organisatie van Arcadia tot plannen te komen. Er kan op dit moment nog niks gezegd worden over waar de activiteiten in 2025 plaats gaan vinden. Bij de editie van 2022 waren er zowel activiteiten in de stad als het buitengebied. Vraag: Het koopkrachtfonds wordt nader uitgewerkt. Er wordt aangegeven dat we merken dat er bepaalde groepen moeite hebben met betaalverplichtingen, welke groepen zijn dit en is dit de beoogde doelgroep van dit fonds? Antwoord: De kaders en uitgangspunten van het koopkrachtfonds worden nog in een nader raadsvoorstel verder uitgewerkt. Daarmee is (dus) ook nog niet exact afgebakend voor welke doelgroepen dit fonds is bedoeld. Wel kunnen we (voorzichtig) stellen dat met name huishoudens met een laag inkomen, dus op of net boven het bestaansminimum en huishoudens met een complexe schuldenproblematiek moeite hebben met betaalverplichtingen. BF Vraag: P. 8 Ten aanzien van de ontmoetingsplaatsen en sportvoorzieningen wordt aangegeven dat er de mogelijkheid is een fonds te creëren en dat er wordt geïnvesteerd in de toekomstbestendigheid.

Dienen deze maatregelen enkel om ontmoetingsplaatsen en sportvoorzieningen in stand te houden of ook om de lidmaatschapsgelden niet te hoeven verhogen? En zijn dit maatregelen die direct inzetbaar zijn of op langere termijn? Antwoord: We zijn aan het onderzoeken op welke manier we financieel kunnen bijdragen om de hoge energielasten te verlagen voor de besturen van ontmoetingsplaatsen. In de uitwerking houden we rekening met wat het Rijk gaat doen. Het doel van deze financiële bijdrage is de exploitatiekosten betreffende energielasten te verlagen. Deze financiële bijdrage zou, wanneer deze is vastgesteld, op korte termijn inzetbaar zijn. De investering in toekomstbestendigheid houdt een inhaalslag op het gebied van groot onderhoud en verduurzaming in. Daarnaast ondersteunen we de besturen en zetten we in op duurzaam gebruik van het gebouw. We willen in de komende jaren deze slag maken. Deze acties zijn voor de langere termijn. Vraag: P. 8. Wat is de prognose voor het aantal vluchtelingen voor 2023? En om hoeveel woningen gaat het dan? Antwoord: Voor de eerste helft van 2023 is de gemeentelijke taakstelling vergunninghouders voor Súdwest-Fryslân 109 personen. Dit houdt in dat we conform de taakstelling vanuit de Rijksoverheid in ieder geval 109 statushouders dienen te huisvesten op een landelijk totaal van 21.200.

Uitgaande van een verhouding (schatting) van 40/60 - eenpersoons- /meerpersoonshuishoudens (incl. kinderen) verwachten we hiervoor 44 woningen nodig te hebben. Vraag: P. 8 Ontmoeten en meedoen. Er wordt gesproken over oplossingen t.a.v. bestaanszekerheid behouden. Welke oplossingen worden bedoeld? Antwoord: Antwoord staat in de zin er na: “Daarvoor maken we in deze begroting onder meer al middelen vrij voor het koopkrachtfonds en werken we aan het verhogen van het bereik van de minimaregelingen”. Dit laatste – het verhogen van het bereik van de minimaregelingen – is een van de onderwerpen in het beleidskader armoede en schulden 2023-2027 dat, althans dat is de planning, in het eerste kwartaal van 2023 door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Zie ook pag. 21 van de programmabegroting. Vraag: P. 10 Er staat benoemd dat we onze organisatie beter gaan inrichten om actief in netwerken te kunnen participeren en ook wordt vermeld dat er meer wendbaarheid wordt ingebouwd, wat betekenen deze zaken concreet voor de organisatie?

Antwoord: De actieve rol van de gemeente in netwerken en de concrete acties staan uitgebreid beschreven onder ‘wat willen we bereiken’ en ‘wat gaan we daarvoor doen’ op pagina’s 43 en 44 van de Programmabegroting 2023. Vraag: P. 10 Ontwikkelfonds. Welke SDG's krijgen prioriteit? Komt er een aparte commissie of werkgroep om de ontwikkelfonds in goed banen te leiden? Antwoord: In het eerste kwartaal van 2023 komen we met een voorstel over de werkwijze van het Ontwikkelfonds. (begroting, pagina 10). Vraag: P. 44 Wat houdt het mentorprogramma in? Antwoord: Met het mentorprogramma wordt bedoeld dat we gaan onderzoeken hoe we de kennis en ervaring van onze bijna gepensioneerden kunnen overdragen aan de junior medewerkers. Vraag: P. 51 Algemene dekkingsmiddelen. Wat is de procentuele stijging van de gemeentelijke belastingen per inwoner, uitgaande van 2022 en 2023? Antwoord: Op dit moment zijn de tarieven van de gemeentelijke belastingen nog niet berekend. In de raadsvergadering van december a.s. staan verschillende belastingverordening ter vaststelling op de agenda. Bij de raadsvoorstellen voegen wij een berekening van de (procentuele) stijging van de woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing). Het uitgangspunt met betrekking tot de stijging van de woonlasten is, conform het coalitieakkoord, dat deze niet meer dan het inflatiepercentage is.

Voor 2023 is dit percentage in de programmabegroting 2023 gesteld op 3%. Vraag: P. 87 Rentelast van 2,83% oplopend tot 3% in 2026, waar zijn deze rentes op gebaseerd? Antwoord: Bij de Bank Nederlandse Gemeenten is opgevraagd wat op dit moment de rentekosten zijn voor een langlopende lening voor 25 jaar lineair. Op dit moment is het rentepercentage 2,80% en de BNG heeft doorgerekend dat het over een jaar 2,83% is. Als je dit zo doorrekend kom je in 2026 op ongeveer 3% uit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11978019/1