Raadsvoorstel - Wijziging verordening Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Tekst van het document
Ons nummer: R21.000011
*R21.000011* O.0000001E
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Behandelend ambtenaar
Wijziging verordening Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 31 maart 2021 Boarger en Mienskip 17 maart 2021 G. Wielinga Beleid Sociaal Domein E. Veenstra
Voorstel: De eerste wijziging in de verordening Wmo vast te stellen. Inleiding: Het Sociaal domein is volop in beweging. Dit betekent dat de verordening Wmo (op basis waarvan taken binnen het Sociaal Domein worden uitgevoerd) ook aan veranderingen onderhevig is. Het is een continu proces om wijzigingen in de verordening en nadere regels up to date te houden. Op dit moment zijn er een aantal technische wijzigingen nodig om onze (digitale) dienstverlening optimaal te kunnen blijven uitvoeren. Het gaat om de volgende wijzigingen: 1. Abonnementstarief Wmo 2. Digitale aanvraag taxipas Hieronder worden de wijzigingen nader toegelicht. 1. Abonnementstarief Het abonnementstarief, een vast tarief voor de eigen bijdragen aan Wmo-voorzieningen, is sinds 1 januari 2019 definitief van kracht. Voorheen was er sprake van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Cliënten betalen nu een eigen bijdrage van maximaal € 19,- per maand ongeacht inkomen, vermogen en de hoeveelheid hulp en/of ondersteuning. In de verordening zal dit punt in het volgende artikel als volgt worden gewijzigd: Artikel 7. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s 1.
Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang een cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot --> Deze zinsnede komt te vervallen. 2. De bijdrage, dan wel het totaal van bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit een lagere bijdrage is verschuldigd. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor een aantal uitzonderingen; Deze zijn terug te vinden in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 --> Deze zinsnede wordt toegevoegd.
1
3. De bedragen en percentages die gelden voor een bijdrage in de kosten zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in het Uitvoeringsbesluit. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan het bedrag genoemd in de artikel 2.1.4a, derde lid, van de wet en niet hoger dan de kostprijs, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd --> Deze zinsnede wordt toegevoegd. 4. De kostprijs van een: a) maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b) pgb is gelijk aan het verstrekte bedrag. 5. Bijdragen als bedoeld in artikel 2.1.4b, eerste lid van de Wmo 2015, worden voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. --> De vernummering is aangepast, dit was eerste 2.1.4, zevende lid van de Wmo 2015. 6. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt 2.
Digitaliseren aanvraag taxipas Op dit moment komen aanvragen voor een Wmo taxipas binnen bij het gebiedsteam en worden door een medewerker beoordeeld en al dan niet afgehandeld. Dit (in de meeste gevallen) enkelvoudige product kan nog niet digitaal worden aangevraagd, mede omdat de huidige verordening en nadere regels dat niet toelaten. Om de druk bij de gebiedsteams wat te verlagen is in het MT en College besloten dat dit wel mogelijk zou moeten zijn. Zodra de technische wijzigingen in de verordening en nadere regels zijn doorgevoerd, kan deze digitaliseringsslag veel tijd bij de gebiedsteams opleveren. Het ICT systeem van onze gemeente wordt hier nu op ingericht. Het gaat om een nieuwe (digitale) manier van aanvragen en afhandelen van een aantal voorzieningen, wat nieuw is voor gemeenten. Om eventuele onduidelijkheden te voorkomen is het wenselijk om deze wijzingen in zowel de verordening als nadere regels op te nemen. In de verordening zal dit als volgt worden aangepast: Artikel 2. Procedureregels aanvraag maatschappelijke ondersteuning Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5 van de wet bij nadere regels op welke wijze in samenspraak met de cliënt wordt vastgesteld of de cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking komt.
Toegevoegd wordt na de laatste zin: Een cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger kan een aanvraag om een individuele maatwerkvoorziening schriftelijk of digitaal indienen bij het college. Doel: Het doel is om bovengenoemde technische wijzigingen door te voeren zodat de (digitale) dienstverlening aan onze burgers op een goede en juiste manier doorgang kan vinden. Argumenten: Het betreft hier enkel technische wijzigingen ten gevolge van verandering in landelijke wet- en regelgeving (abonnementstarief) en het optimaliseren van onze eigen dienstverlening (digitaal aanvragen taxipas). Aankondiging: Zoals hierboven genoemd is het een continu proces dat er wijzigingen (kunnen) plaatsvinden binnen de Wmo en dus de verordening. Op dit moment weten wij al dat er ook nog andere onderwerpen aan komen die ook om wijziging vragen. Deze punten zijn op dit moment volop in ontwikkeling; b.v. het nieuwe inkoopproces Wmo. Voorgesteld wordt om deze wijzigingen t.z.t. (de planning is in het vierde kwartaal van 2021) tegelijk voor te leggen aan het college en de gemeenteraad.
2
Alternatieven: Het niet doorvoeren van bovengenoemde technische wijzigingen. Risico’s: Er zijn geen risico’s verbonden aan het doorvoeren van technische wijzigingen. Kaders: Wet maatschappelijke ondersteuning Financiële aspecten/gevolgen: Er zijn geen financiële gevolgen voor het doorvoeren van de voorgestelde technische wijzigingen. Het gaat enkel om technische aanpassingen ten gevolge van wijziging in landelijke wet- en regelgeving. Het abonnementstarief is al ingegaan per 2019. De financiële aspecten/gevolgen zijn destijds al verwerkt in onze begroting. Duurzaamheid: n.v.t. Vervolgproces: n.v.t. Monitoring en evaluatie: n.v.t. Gevolgen voor LTA: n.v.t. Communicatie en afstemming: De noodzakelijke technische wijzigingen zijn in februari 2021 ter kennisgeving voorgelegd aan de Wmo adviesraad. Bijlage(n) Wijzigingsverordening Meegezonden: Ter inzage: -
Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân. mr. drs. J.A. de Vries
P. Zondervan
3
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Wijziging verordening Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 februari 2021; gelet op artikel artikel 2.1.3. van de Wet maatschappelijke ondersteuning; overwegende dat: - de wijzigingen in de landelijke wet- en regelgeving (invoering abonnementstarief) reden geven de bepaling over de eigen bijdrage te wijzingen; - het voor een optimale uitvoering van dienstverlening ook gewenst is in de verordening bepalingen op te nemen die het mogelijk maken een maatwerkvoorziening (zoals een taxipas) digitaal aan te vragen. besluit: vast te stellen de Wijziging verordening Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Verordening tot eerste wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Súdwest-Fryslân 2018. Artikel I De verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Súdwest-Fryslân 2018 wordt op een aantal punten als volgt gewijzigd: A. In artikel 7 worden de volgende wijzigingen aangebracht: Huidige tekst artikel 7, lid:
Nieuwe tekst artikel 7, lid:
1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang een cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot
1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang een cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt versterkt.
2. De bijdrage, dan wel het totaal van bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Besluit een lagere bijdrage is verschuldigd.
2. De bijdrage, dan wel het totaal van bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Besluit een lagere bijdrage is verschuldigd. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor een aantal uitzonderingen; Deze zijn terug te vinden in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
3. De bedragen en percentages die gelden voor een bijdrage in de kosten zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in het Besluit.
3. De bedragen en percentages die gelden voor een bijdrage in de kosten zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in het Besluit. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan het bedrag genoemd in de artikel 2.1.4a, derde lid, van de wet en niet hoger dan de kostprijs, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
5. Bijdragen als bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid van de Wmo 2015, worden voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
5. Bijdragen als bedoeld in artikel 2.1.4b, eerste lid van de Wmo 2015, worden voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
B. In artikel 2 wordt de volgende wijziging aangebracht: Huidige tekst artikel 2:
Nieuwe tekst artikel 2:
Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5 van de wet bij nadere regels op welke wijze in samenspraak met de cliënt wordt vastgesteld of de cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking komt.
Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5 van de wet bij nadere regels op welke wijze in samenspraak met de cliënt wordt vastgesteld of de cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking komt. Een cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger kan een aanvraag om een individuele maatwerkvoorziening schriftelijk of digitaal indienen bij het college.
Artikel II Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 31 maart 2021
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
, voorzitter.
, griffier.