Raadsvoorstel - Wijziging verordening individuele inkomenstoeslag
Tekst van het document
Ons nummer: R23.000002
*R23.000002* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur
Wijziging verordening individuele inkomenstoeslag 9 maart 2023 Boarger en Mienskip 22 februari 2023 Marianne Poelman Administratie en Beheer Sociaal Domein Marloes Huizinga
Voorstel: Vaststellen van de geactualiseerde verordening Individuele Inkomenstoeslag (IIT); Samenvatting: De gemeente Súdwest-Fryslân werkt al enige tijd aan het efficiënter en effectiever uitvoeren van de bijzondere bijstand en de gemeentelijke minimaregelingen. Het hele traject van aanvragen tot beschikken en uitbetalen wordt daarbij nauwkeurig onderzocht en geanalyseerd en daar waar mogelijk worden aanpassingen gedaan en verbeteringen doorgevoerd. Dit alles heeft als doel de toegankelijkheid (simpeler om aan te vragen) en het gebruik van deze inkomensondersteunende maatregelen te verhogen en de uitvoeringskosten te verlagen. Zo is onder andere voor een deel van de bijzondere bijstandskosten (waaronder ook de Individuele Inkomenstoeslag) en de gemeentelijke minimaregelingen het aanvraagproces inmiddels gedigitaliseerd. Wie een aanvraag indient moet bewijsstukken kunnen overleggen om aan te tonen dat er recht bestaat op de gevraagde tegemoetkoming. Voorheen op papier en uitgeprint. In de digitale versie door de bewijsstukken te scannen en te uploaden bij de aanvraag. Er worden voor een groot aantal aanvragen nog steeds veel bewijsstukken gevraagd en het wordt door onze inwoners als lastig en omslachtig ervaren om al deze bewijsstukken te kopiëren, maar ook om ze vervolgens te scannen, op te slaan en te uploaden.
Dit zorgt er in een aantal gevallen voor dat inwoners afhaken of hulp nodig hebben. En dit zorgt dan weer voor vertragingen in het hele toekenningsproces. Voor ons reden om kritisch naar onze aanvraagprocessen te kijken met name wat betreft het eenvoudiger/simpeler maken van de aanvraagprocedure waardoor mensen minder snel afhaken. Tevens is het van belang deze verordening te actualiseren. Daarnaast proberen we zoveel mogelijk in onze regelingen en verordeningen uniformiteit te creëren om het voor onze inwoners begrijpelijk te houden. Dat wil zeggen: dezelfde voorwaarden in dezelfde gevallen en dus overzichtelijker en eenvoudiger. Argumenten: De Individuele inkomenstoeslag (IIT) is een regeling die als doel heeft het compenseren van inwoners die langdurig leven van een laag inkomen. Uitgangspunt van de bijstand is dat met de van toepassing zijnde bijstandsnorm kan worden voorzien in de algemene kosten van het bestaan. Er is zelfs een kleine reserveringsruimte. Toch is de reserveringsruimte te krap voor iemand die langdurig moet rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. De individuele inkomenstoeslag is er om dit reserveringsgebrek te compenseren. De toeslag is niet bestemd voor bepaalde kosten. Het is een inkomensondersteunende toeslag, die voor de ontvanger vrij besteedbaar is.
De gemeenteraad bepaalt hierbij (in de verordening) wat zij verstaat onder langdurig, de hoogte van de toeslag en de voorwaarden waaronder inwoners hier gebruik van kunnen maken. Uit de armoedemonitor van Data Fryslân bleek dat het bereik van de IIT in de gemeente SWF lager lag dan in de gemeenten Leeuwarden en Smallingerland. Met de voorgestelde aanpassingen willen we de inwoners die hier in SWF recht op hebben beter bereiken.
1
Huidige IIT in SWF De huidige verordening regelt dat het inkomen over de referteperiode (3 jaar) maximaal 105% van de van toepassing zijnde norm is. Het bedrag is € 400,- per jaar; ongeacht de gezinssamenstelling. Bij de aanvraag moeten inwoners daarnaast alle sollicitatieactiviteiten die zij in het jaar voorafgaand aan de aanvraag hebben gedaan aantonen. Voor inwoners die voor het eerst de IIT aanvragen moeten zij hun sollicitatie activiteiten van de afgelopen 3 jaar aantonen. Ook moet de aanvraag jaarlijks worden gedaan. Voorstel IIT nieuwe stijl De referteperiode blijft gelijk (3 jaar). We willen daarnaast voorstellen dat we de maximale inkomenseis verhogen van 105% naar 110% zodat we deze norm gelijk trekken met de draagkrachtregels van de bijzondere bijstand. Dit maakt het gemeentelijke beleid overzichtelijker en eenvoudiger voor onze inwoners. Hiermee wordt de doelgroep wel iets vergroot. Ook stellen we voor om tegemoet te komen aan signalen van de cliëntenraad en maatschappelijke partners zoals de sociale raadsvrouw, Sociaal Collectief en de netwerken Armoede om de hoogte van de toeslag te differentiëren naar de gezinssamenstelling. Immers; gehuwden/samenwonenden hebben meer uitgaven en reserveringen te doen dan een alleenstaande of een alleenstaande ouder. Voorgestelde normen: 1. Alleenstaande 2. Alleenstaande ouder 3. Gehuwden/samenwonenden
€ 400,- per jaar € 500,- per jaar € 600,- per jaar
Tevens wordt er een nieuw artikel 3 toegevoegd aan de verordening. Dit is in overeenstemming met de jurisprudentie en huidige uitvoeringspraktijk. Risico’s: N.v.t. Financiën: Uiteraard heeft één en ander ook financiële consequenties voor de gemeente. Op basis van een inschatting komen wij tot een verwachte stijging van € 50.000,- op jaarbasis op de post bijzondere bijstand. Dit bedrag is tot stand gekomen op basis van de bekende verhoudingen tussen alleenstaanden (70%), alleenstaande ouders (20%) en samenwonenden (10%) van de doelgroep die gebruik maakt van gemeentelijke regelingen. We verwachten daarnaast (op basis van de data uit de armoedemonitor) dat de totale doelgroep stijgt, omdat de inkomensnorm van 105% naar 110% verhoogd wordt. De data-analist heeft aangegeven dat het aantal huishoudens in armoede <105% op dit moment 3249 bedragen. Hiervan heeft 24% gebruik gemaakt van de IIT in 2022 (799). Het aantal huishoudens in armoede <110% is op dit moment 4013. Als we uitgaan van een gelijk percentage van het totaal dat blijft aanvragen uit deze doelgroep, dus 24%, dan komen we op 963,12 personen. Het verschil is 164 personen. Dit zal ongeveer een toename van € 65.000 euro betekenen op de post bijzondere bijstand vanwege de uitbreiding van de doelgroep. Disclaimer Aan de genoemde bedragen liggen gefundeerde berekeningen ten grondslag.
We kunnen niet in de toekomst kijken; mocht de huidige conjunctuur zich negatief ontwikkelen dan kan het zijn dat de kosten hoger uitvallen dan bovenstaand is ingeschat. Deze berekeningen gaan daarnaast uit van gelijkblijvend rijksbeleid. Andere opties: N.v.t. Wettelijke basis: Artikel 8 eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid en artikel 36 van de Participatiewet.
2
Global Goals: N.v.t. Wie zijn betrokken: Inwoners, teams Sociaal Domein, KCC, Financiën, Communicatie, JVZ, Cliëntenraad WWB Wijze van participatie: Informeren, raadplegen, co-creatie Digitale links naar informatiebronnen: Geen In welke fase: Realisatie/uitvoering Planning vervolg in de raad/LTA: N.v.t. Bijlage(n): Overzicht van alle wijzigingen in de oude verordening individuele inkomenstoeslag ten opzichte van de nieuwe verordening
Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
drs. E.K. Strijker
3
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Verordening tot eerste wijziging van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2017 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 17 januari 2023; gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid van de Participatiewet; heeft overwogen dat het gewenst is: • de inkomenstoeslag qua hoogte te splitsen naar leefvorm; • het percentage gelijk te trekken met de bijzondere bijstand voor de uniformiteit in uitvoering; • een aantal categorieën inkomsten aan te duiden als minimuminkomen; • de uitsluitingsgronden in de verordening op te nemen; besluit vast te stellen de Verordening tot eerste wijziging van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2017 Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2017 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begrippen 1. Alle begrippen in deze verordening die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2. In deze verordening wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders b. inkomen: inkomen: totaal van het inkomen, overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 3, artikel 32 van de Participatiewet en de algemene bijstand c. peildatum: datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt; d.
referteperiode: periode van drie jaar voorafgaand aan de peildatum; e. wet: Participatiewet. Hoofdstuk 2. De aanvraag en de voorwaarden Artikel 2. Indienen verzoek 1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet, geschiedt met een daarvoor vastgesteld (digitaal) formulier. 2. Degene die een verzoek indient hoeft geen inkomensgegevens in te leveren indien hij/zij: a. een periodieke uitkering van de gemeente ontvangt b. uitsluitend een AOW-uitkering ontvangt (zonder pensioen) c. uitsluitend een Wajong- uitkering ontvangt d. uitsluitend een Anw-uitkering ontvangt e. een toeslag ontvangt op grond van de Toeslagenwet
4
Artikel 3. Uitsluitingsgronden 1. Het college kan een individuele inkomenstoeslag weigeren, indien gedurende het jaar voorafgaande aan de peildatum een afstemming op de uitkering heeft plaatsgevonden of een schriftelijke waarschuwing is verzonden wegens een schending van een arbeids- of reintegratieverplichting als bedoeld in de Participatiewet en/of de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ of is opgelegd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). 2. Een persoon welke uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt of tijdens de referteperiode heeft gevolgd, komt niet in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag. Artikel 4. Langdurig laag inkomen Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm, waarbij geen rekening wordt gehouden met de kostendelersnorm. Hoofdstuk 3. Hoogte van de toeslag Artikel 5. Hoogte individuele inkomenstoeslag 1. Bij een inkomen tot 110% van de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt de individuele inkomenstoeslag per jaar: a. € 400,00 voor een alleenstaande b. € 500,00 voor een alleenstaande ouder c. € 600,00 voor gehuwden 2.
Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Voor toepassing is de situatie op de peildatum bepalend. Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 6. Onvoorziene gevallen Het college kan in bijzondere individuele gevallen ten gunste van belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 7. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2017. Artikel 8. Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 juli 2022. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 maart 2023
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
5
, voorzitter.
, griffier.