Raadsvoorstel - Voorkeursrecht vestigen op gronden bij Workum
Tekst van het document
Ons nummer: R21.000096
*R21.000096* O.0000001E
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Behandelend ambtenaar
Voorkeursrecht vestigen op gronden bij Workum 8 juli 2021 Bestjoer en Finânsjes 24 juni 2021 G. Wielinga Ruimtelijke Ontwikkeling en Economische Zaken H. van der Maas
Voorstel: - de gronden van het perceel, kadastraal bekend als 'WKM00G1268', krachtens artikel 2 en artikel 5 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: de Wvg) aan te wijzen als gronden waarop artikel 10 tot en met 15 en 24 tot en met 26 van de Wvg van toepassing zijn, met andere woorden aan te wijzen als gronden waarop voorkeursrecht rust vanwege een toekomstige bestemming anders dan de huidige; het perceel is 87.000 vierkante meter groot, nu in eigendom van W. de Koe en W.M. de Koe en aangegeven op de bijgevoegde kaart en perceel lijst; er wordt voor deze grond geen structuurvisie opgesteld; - dit besluit te publiceren in de Staatscourant (de dag na publicatie treedt het recht in werking), in de gemeentebladen en het besluit ter inzage te leggen; - kennis te nemen van de ontvangen zienswijzen (zie bijlage) en het standpunt van het college daarover, op 15-06-2021 vastgesteld in een reactienota (zie bijlage); - de zienswijze en het standpunt van het college daarover te betrekken in de besluitvorming; - na het besluit dit mee te delen aan de eigenaar/eigenaren en zakelijk gerechtigden.
Inleiding: Eind 2020 is 8,7 hectare grond ten zuiden van Workum aan de gemeente te koop aangeboden. De locatie van de grond is hier onder weergegeven. Er is toen niet op de aanbieding in gegaan.
Inmiddels zijn er een aantal ontwikkelingen geweest. Daardoor is er geconcludeerd dat met de aankoop van deze grond het college actief uitvoering kan geven aan de woningbouwopgave. Daarnaast bieden de gronden mogelijkheden tot het combineren van opgaven en ambities, zoals bijvoorbeeld energieopwekking en natuur. Grondeigendom biedt hierbij optimale regie voor de gemeente en voorkomt prijsopdrijving of speculatieve versnippering. Alle mogelijkheden liggen dan nog open tot het betrekken van
1
marktpartijen en belangengroepen. De feitelijke realisatie van infrastructuur en (bouw)werken wordt altijd door marktpartijen gedaan. Om de gewenste regie te nemen op met name de woningbouw, is daarom het voorstel om voorkeursrecht op deze grond te vestigen. Zo lang er een voorkeursrecht op grond gevestigd is, kan de grond niet aan een ander dan de gemeente worden verkocht. Het college heeft op 20 april 2021 voorlopig voorkeursrecht gevestigd, met een wettelijke duur van drie maanden. Dit was een collegebevoegdheid. De grondeigenaar is hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld, en het besluit is ter inzage gelegd. Dit is toen niet vooraf aan de raad meegedeeld, om de werking van het voorkeursrecht niet te doorkruisen door vroegtijdige openbaarmaking. Binnen drie maanden na het collegebesluit is bekrachtiging van het voorkeursrecht door de gemeenteraad nodig, anders vervalt het voorkeursrecht. Na het collegebesluit van 20 april 2021 heeft het besluit zes weken ter inzage gelegen. In die termijn konden zienswijzen worden ingediend. Er is één gezamenlijke zienswijze ingediend door alle direct aanwonenden, zie de bijlage. Het college heeft kennis genomen van de zienswijze, en in een reactienota een standpunt over de onderdelen van deze zienswijze ingenomen, zie de bijlage.
De conclusie van de reactienota is dat het college in de zienswijze geen aanleiding ziet om het voorkeursrecht op te heffen. Doel: Het doel is het vestigen van voorkeursrecht op de gronden door de raad, en daarmee bekrachtiging van het tijdelijke voorkeursrecht door het college. Na het raadsbesluit blijft het voorkeursrecht maximaal drie jaar van kracht. Het doel daarvan is het kunnen verkennen van de haalbaarheid van grondverwerving. Het einddoel is actief grondbeleid op deze locatie. Daarbij voorziet de gemeente zelf deels in woningbouwlocaties, met mogelijk daaraan verbonden energieopwekking en natuur. Argumenten: 1. Nieuwe woningbouwafspraken Er zijn nieuwe woningbouwafspraken met de provincie gemaakt. Hierdoor is er woningbouwruimte ontstaan. Er heeft reeds een stedenbouwkundige inventarisatie plaatsgevonden van mogelijke uitbreidingsrichtingen van Workum. Hieruit is naar voren gekomen dat de zuidzijde van Workum praktisch gezien als enige locatie geschikt is voor buitenstedelijke woningbouw. 2. Gewijzigde omstandigheden tussen 2016 en nu Op 23 augustus 2016 heeft de raad het huidige bestemmingsplan op deze locatie vastgesteld. Daarmee zijn toen 70 woningbouwtitels vervallen, en heeft het gebied weer een agrarische bestemming gekregen. De reden voor dit nieuwe bestemmingsplan was toen primair financieel van aard.
De gemeente had anders fors verlies geleden vanwege het (dreigende) faillissement van de projectontwikkelaar die de grond had, Thomashof B.V., en het vervallen van de exploitatiebijdragen in de met hen gesloten overeenkomst. Op dat moment was er in Workum gezien de woningmarkt voldoende capaciteit in de woningbouwplannen. Het wegbestemmen van woningbouw op deze locatie deed toen geen afbreuk aan het woningaanbod, zoals ook weergegeven in de toelichting op de nu geldende agrarische bestemming in het huidige bestemmingsplan. Nieuw woningaanbod is nu wel nodig, vanwege de marktomstandigheden en de nieuwe woningmarktafspraken met de provincie. De kans dient zich nu ook aan, omdat de grond te koop is, en de huidige eigenaar het agrarisch gebruik zelf niet wil voortzetten. 3. Integraal programma van wonen, natuur en energieopwekking Gemeentelijke regie door middel van grondeigendom biedt kansen om naast het wonen ook te onderzoeken of energieopwekking en natuur mogelijk zijn.
2
4. Het bedrag van de grondverwerving kan (deels) worden gedekt uit de toekomstige grondexploitatie Als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, mag de grond als ‘warme grond’ tegen de aankoopwaarde op de gemeentebalans worden gezet. Als financiële dekking geldt dan de kavelverkopen van een toekomstige grondexploitatie. Er hoeft dan niet of beperkt geld uit de algemene middelen vrijgemaakt te worden. De belangrijkste voorwaarden hiervoor zijn dat vóór de verwerving: de raad het voornemen (een vormvrije visie) vaststelt om op deze gronden woningbouw mogelijk te maken; instemming van de provincie met woningbouw op deze locatie. Voorkeursrecht, bevoegdheden en termijnen Zo lang er een voorkeursrecht op grond gevestigd is, kan de grond niet aan een ander dan de gemeente worden verkocht. Het college is bevoegd om tijdelijk voorkeursrecht te vestigen voor drie maanden. Vervolgens is de raad bevoegd om voor maximaal drie jaar voorkeursrecht te vestigen. Binnen drie jaar moet er een bestemmingsplan of een structuurvisie (of een omgevingsplan onder de Omgevingswet) worden vastgesteld door de raad, waarna het voorkeursrecht tien jaar blijft bestaan. Binnen alle genoemde termijnen kunnen de grondverwerving of het beoogde bestemmingsplan niet haalbaar blijken.
In dat geval kan het voorkeursrecht door het college van de gronden worden verwijderd, en zijn de eigenaren weer vrij de grond aan een ieder te verkopen. Juridische grondslag De grondslag voor het voorkeursrecht is artikel 2 samen met artikel 5 Wvg. Hierbij gaat het om gronden die nog niet zijn opgenomen in een nieuw bestemmingsplan, inpassingsplan, of structuurvisie. Er wordt in het besluit tot aanwijzing aan de betrokken gronden een niet-agrarische bestemming toegedacht, en het huidige gebruik is anders dan de toekomstige bestemming. In het besluit tot aanwijzing moet worden aangegeven of nadien nog zal worden overgegaan tot het vaststellen van een structuurvisie. Dat is hier niet het voornemen. Het voornemen is om direct een bestemmingsplan vast te stellen, dat kan concreet of juist nog globaal zijn. Een structuurvisie wordt meestal voor de lange termijn of voor grotere gebieden ingezet. Het voorkeursrecht met deze grondslag, gevestigd door de gemeenteraad, vervalt drie jaar na dagtekening, tenzij voor dat tijdstip een structuurvisie, bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld. Zienswijze omwonenden Na het collegebesluit van 20 april 2021 heeft het besluit zes weken ter inzage gelegen. In die termijn konden zienswijzen worden ingediend. Er is één gezamenlijke zienswijze ingediend door alle direct aanwonenden, zie de bijlage.
Het college heeft in een reactienota een standpunt op de onderdelen van deze zienswijze ingenomen, zie de bijlage. De conclusie van de reactienota is dat het college in de zienswijze geen aanleiding ziet om het voorkeursrecht op te heffen. Vervolg Het voorkeursrecht geeft het college een redelijke tijd om de grondverwerving te verkennen en in gesprek te gaan met de grondeigenaren. Daarbij spelen overwegingen vanuit wonen, stedenbouw en financiën een rol. Het college kan een globaal ruimtelijk programma vaststellen voor dit gebied. Bijvoorbeeld een eenvoudige en onderbouwde oppervlakteverdeling naar functies wonen, energieopwekking, natuur. Als uit de visie en financiële haalbaarheid de verwerving als positief wordt beoordeeld, kan een voorstel tot aankoop worden gedaan. Alternatieven: Alternatieven zijn om het voorkeursrecht niet bekrachtigen, en direct minnelijk in gesprek te gaan. Het risico daarvan is dat de grond intussen aan een andere partij wordt verkocht, dat prijsopdrijving, speculatie of versnippering plaatsvindt. Met het tonen van interesse als gemeente wordt duidelijk dat de grond in de toekomst in waarde kan vermeerderen.
3
Risico’s:
Juridische procedure: tegen het besluit tot vestigen van voorkeursrecht is bezwaar mogelijk. De grondverwerving kan financieel niet haalbaar blijken te zijn. De gemeente heeft dan achteraf voor niets voorkeursrecht gevestigd. Dit mogelijke gevolg wordt gerechtvaardigd door het algemeen belang.
Kaders: Wet voorkeursrecht gemeenten, Nota grondbeleid. Financiële aspecten/gevolgen: Voorkeursrecht dwingt de gemeente niet tot aankoop. Het voorkeursrecht voorkomt prijsopdrijving, speculatie en versnippering, of een private grondexploitatie waar actief grondbeleid gewenst is. Als de gemeente tot aankoop wil overgaan, moet de raad krediet beschikbaar stellen, en moet financiële dekking worden gevonden. Deze kan (onder de genoemde voorwaarden) bestaan uit een toekomstige grondexploitatie, danwel toekomstige verkoop van grond onder de huidige agrarische bestemming, of een nieuwe, nog te bepalen bestemming anders dan woningbouw. Duurzaamheid: Naast de woningbouw zijn ook doelstellingen voor energieopwekking en natuur mogelijk. Vervolgproces: Na het vestigen van het voorkeursrecht door de raad gaat het college in overleg met de grondeigenaren, en wordt een ruimtelijk plan voor de locatie voorbereid. Dit leidt tot een voorstel aan de raad voor de benodigde instemming en krediet voor grondverwerving, en een startnotitie voor een bestemmingsplan. Dit allen als beide zaken haalbaar zijn. Als de grondverwerving of het ruimtelijk plan niet haalbaar blijken, wordt dit meegedeeld of voorgelegd aan de raad. Monitoring en evaluatie: N.v.t.
Gevolgen voor LTA: Nog niet in te plannen. Communicatie en afstemming: Na het raadsbesluit wordt een schriftelijke mededeling aan de grondeigenaren gedaan, en worden gesprekken voor de grondverwerving opgestart. Andere belanghebbenden, die te maken krijgen met de voorgenomen ontwikkelingen, worden op een nog te bepalen moment geïnformeerd en betrokken. Bijlage(n)
Meegezonden: - Perceelskaart - Lijst kadastrale percelen en eigenaren - Zienswijze - Reactienota op de zienswijze Ter inzage: - N.v.t.
4
Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
P. Zondervan
5
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Voorkeursrecht vestigen op gronden bij Workum Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 mei 2021;
besluit de raad: - de gronden van het perceel, kadastraal bekend als 'WKM00G1268', krachtens artikel 2 en artikel 5 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: de Wvg) aan te wijzen als gronden waarop artikel 10 tot en met 15 en 24 tot en met 26 van de Wvg van toepassing zijn, met andere woorden aan te wijzen als gronden waarop voorkeursrecht rust vanwege een toekomstige bestemming anders dan de huidige; het perceel is 87.000 vierkante meter groot, nu in eigendom van W. de Koe en W.M. de Koe en aangegeven op de bijgevoegde kaart en perceel lijst; er wordt voor deze grond geen structuurvisie opgesteld; - dit besluit te publiceren in de Staatscourant (de dag na publicatie treedt het recht in werking), in de gemeentebladen en het besluit ter inzage te leggen; - kennis te nemen van de ontvangen zienswijzen (zie bijlage) en het standpunt van het college daarover, op 15-06-2021 vastgesteld in een reactienota (zie bijlage); - de zienswijze en het standpunt van het college daarover te betrekken in de besluitvorming; - na het besluit dit mee te delen aan de eigenaar/eigenaren en zakelijk gerechtigden. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 juli 2021
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
6
, voorzitter.
, griffier.