CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Voorjaarsnota 2025

Raadsvergadering 8 mei 2025, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Voorjaarsnota’2.297 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R25.000039

*R25.000039*

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Behandelend team Portefeuillehouder Raadscommissie Raadscommissie Raadsvergadering

: : : : :

Strategie & Programma's Henk de Boer Bestjoer en Finânsjes 17 april 2025 8 mei 2025

Onderwerp

:

Voorjaarsnota 2025

Raadsvoorstel: De Voorjaarsnota 2025 vast te stellen en als richtinggevend kader mee te nemen voor de begroting van 2026 en volgende jaren Samenvatting: Het beleid van het huidige kabinet legt steeds meer (financiële) verantwoordelijkheden bij gemeenten, terwijl de middelen vanuit het Rijk beperkt blijven. Als lokale overheid worden we gedwongen om onze uitgaven terug te schroeven. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. Als lokale overheid worden we gedwongen om uitgaven in de begroting op te nemen, ook al ligt de oorzaak bij landelijke besluiten. In Súdwest-Fryslân willen we de extra financiële lasten eerlijk verdelen tussen de eigen gemeentelijke organisatie, onze inwoners, ondernemers en bezoekers. Maatschappelijke basisvoorzieningen zoals zorg, onderwijs, sport, veiligheid en wegen vinden we belangrijk. Aan de kwaliteit hiervan tornen we niet. We leveren niet in op onze dienstverlening. Ook schuiven we de rekening niet vooruit naar de toekomst en willen we nu geen achterstallig onderhoud veroorzaken: we houden de basis op orde! Om te zorgen dat deze essentiële voorzieningen voldoen aan de wensen en behoeften van onze inwoners, is een verhoging van lokale belastingen verantwoord. Als college nemen we daarbij onze verantwoordelijkheid met realistische en toekomstbestendige beslissingen. We blijven investeren in onze voorzieningen.

We maken nu weloverwogen keuzes en wachten niet af. Dus hebben we te zorgen voor een structureel sluitende begroting -ook voor de komende jaren- met een degelijke reservepositie. De inzet van kansrijke sporen is hierin een belangrijk onderdeel en heeft geleid tot een voorkeursinzet van het college, zoals in de informerende bijeenkomst van 12 februari en opiniërende bijeenkomst van 3 maart met de raad besproken. Op basis van de besprekingen in de opiniërende bijeenkomst is de voorkeursinzet van het college op onderdelen aangepast; het resultaat daarvan ligt nu voor in de Voorjaarsnota. Door de Voorjaarsnota ter vaststelling aan de raad voor te leggen is deze richtinggevend en kaderstellend voor het begrotingsproces 2026. Inleiding: Om het financiële tekort op korte en lange termijn op te lossen en om de financiële positie van de gemeente Súdwest-Fryslân te versterken, is daarvoor een strategie uitgewerkt. Deze strategie is eerder in hoofdlijnen aan de hand van een aantal begrotingsscenario’s besproken in de opiniërende raadsbijeenkomst van 10 juli 20241 en vervolgens verder uitgewerkt. Deze strategie bestaat uit een viertal onderdelen waarbij ook binnen de onderdelen keuzes worden gevraagd: Opgaven (wat is nodig om verschraling en tekort in de meerjarenbegroting te 1

https://sudwestfryslan.raadsinformatie.nl/vergadering/1253354

1

voorkomen?), Ombuigingen (hoe maken we slimme keuzes?), Inkomsten (welk belastingniveau is aanvaardbaar en levert de landelijke lobby nog extra inkomsten vanuit het Rijk op?) en Bedrijfsvoering (wat kunnen we slimmer doen als het gaat om werkprocessen, inhuur van personeel en investeren in digitale technologieën?). Aan de hand van focus op brede welvaart in Súdwest-Fryslân, het financieel vertrekpunt en de financiële strategie, wordt in de Voorjaarsnota de financiële inzet voor de begroting 2026 en de jaren daarna geduid. Daarmee komen we tot een noodzakelijke inzet van kansrijke sporen en reserveringen voor behoud brede welvaart, zoals opgenomen in het financiële totaaloverzicht. Global Goals: Met de Voorjaarsnota geeft het college haar inzet om te komen tot een structureel sluitende begroting met een degelijke reservepositie. Daarbij blijft zij voorzieningen op peil houden en investeren in een sterke basis en behoud van brede welvaart. Argumenten: Voor het opstellen van de Programmabegroting is het wenselijk dat de raad via de Voorjaarsnota richting en kaders meegeeft, zoals ook besproken in de auditcommissie. De Voorjaarsnota 2025 geeft inzicht in de actuele financiële ontwikkelingen, zowel beleidsmatig als financieel, op basis waarvan de integrale afweging kan plaatsvinden van middelen en beleidsmaatregelen.

De Voorjaarsnota biedt een basis voor een reële en sluitende Programmabegroting 2026. Stabiliteit, daadkracht en continuïteit, dat is de bestuurlijke richting van het college in de begroting. Door nú keuzes te maken in de Voorjaarsnota en een duidelijke koers uit te zetten voor de lange termijn, kunnen we inspelen op maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Deze lange termijnvisie draagt bij aan effectieve samenwerking met partners, versterking van de regionale positie en een betrouwbare dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers en bezoekers. Daarbij is een verhoging van lokale belastingen verantwoord om te zorgen dat voorzieningen (blijven) voldoen aan de wensen en behoeften van onze inwoners. Dit gaat zowel om kapitaalgoederen in de openbare ruimte zoals wegen, trottoirs, fietspaden, waterwegen als om maatschappelijke voorzieningen voor ontmoeten, sport, onderwijs en welzijn. Een belastingverhoging staat wat het college betreft in verhouding tot de opgaven die voor ons liggen om het voorzieningenniveau op orde te houden en tekorten zoals niet gecompenseerde indexaties bij maatschappelijke en culturele partners, te kunnen betalen.

Om daarbij te komen tot een sluitende begroting en voldoende middelen voor de noodzakelijke en gewenste inzet voor behoud van brede welvaart, kiest het college voor het verhogen van OZB woningen en OZB niet-woningen met 3% indexatie en 4% verhoging (totaal 7%). En daarnaast het verhogen van de toeristenbelasting en forensenbelasting, beiden met 10%. Daarmee ontstaat een evenwichtig totaalpakket dat voldoet aan de uitgangspunten en doelstellingen, zoals verwoord in de Voorjaarsnota. Nadere toelichting tarievendifferentiaties: De rechter kan een belastingverhoging toetsen door te kijken of er genoeg aan belangenafweging gedaan is. Beargumenteerd moet worden wat dit betekent voor de belastingbetalers (als collectief) en wat ze er voor terug krijgt. Een tariefdifferentiatie tussen OZB woningen en OZB niet-woningen is moeilijk uit te leggen. In dat geval moet een kleinere groep meer bijdragen terwijl zij hier niet meer voor terug krijgen. Ons voorstel is dan ook: geen onderscheid tussen verhoging op OZB woningen en niet-woningen vanwege het gelijkheidsbeginsel. Vanuit de stelpost ‘behoud brede welvaart’ is gepland om een extra inzet te doen op gastvrijheidseconomie. Vandaar dat het verdedigbaar is om voor de toeristenbelasting en de forensenbelasting van een hoger percentage uit te gaan dan bij de OZB.

Ook hier geldt het gelijkheidsbeginsel om deze percentages gelijk aan elkaar te houden. Voorstel is dan ook: hier is een extra verhoging uitlegbaar, maar maak geen onderscheid tussen verhoging op toeristenbelasting en forensenbelasting. Rol en bevoegdheid: Het college geeft met de Voorjaarsnota de raad de mogelijkheid om kaders en richting voor de Programmabegroting mee te geven. Het vaststellen van de Voorjaarsnota is een raadsbevoegdheid.

2

Na vaststelling van de Voorjaarsnota werkt het college deze verder uit in de Programmabegroting 2026; besluitvorming over de financiële uitwerking van de Voorjaarsnota vindt plaats bij de begroting. Risico’s: De Voorjaarsnota is kaderstellend en richtinggevend, er worden geen financiële besluiten genomen. In de Voorjaarsnota geeft het college aan de hand van huidige ontwikkelingen inzicht in hoe de begroting van het lopende jaar zich ontwikkelt en welke financiële keuzes nodig zijn voor de komende begroting. Financiële risico’s die zich daarbij voor kunnen doen zijn er ook, zoals schommelingen in uitkeringen van het Rijk, veranderend rijksbeleid, tegenvallende inkomsten en onvoorziene uitgaven. Financiën: De Voorjaarsnota is kaderstellend en richtinggevend een heeft niet meteen financiële gevolgen. Besluitvorming over de financiële uitwerking van de Voorjaarsnota vindt plaats bij de begroting. Op dit moment is nog niet bekend welke financiële gevolgen de Meicirculaire biedt. Pas wanneer dat bekend is kan een integrale afweging worden gemaakt in het verdere begrotingsproces. Als uitgangspunten hanteren we een structurele sluitende begroting in 2026, een algemene reserve om tegenvallers op te vangen en de lasten en voorziening in balans voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers.

Basisvariant college: De college-inzet is opgebouwd qua belastingen met OZB woningen en OZB niet-woningen op 7% en toeristen- en forensenbelasting op 10%. De uitwerking geeft het volgende jaarresultaat. 2025

2026

2027

2028

2029

699.254

-1.694.284

Waarvan structureel

6.806.104

17.566

475.843

2.992.167

2.152.780

Waarvan onderuitputting OHV VO (niet structureel in te zetten) Waarvan incidenteel

0

0

500.000

1.000.000

2.000.000

-6.106.850

-1.711.850

-536.007 2.979.317 3.139.930

-1.511.850 -1.012.850 -1.012.850

Hiermee zijn voor de stelpost behoud brede welvaart in 2026 € 700.000 en vanaf 2027 € 3,0 miljoen structureel beschikbaar. Zie het financieel overzicht. Dit nader te verdelen over de posten ‘inzet behoud brede welvaart’, zoals opgenomen in de Voorjaarsnota. De begroting sluit in 2026 negatief, maar is structureel wel sluitend hetgeen waar de provincie als toezichthouder op toetst. Er is voldoende ruimte in de algemene reserve om tegenvallers op te vangen. Echter, de definitieve uitwerking is wel afhankelijk van de Meicirculaire, ook bij de alternatieven hierna. Juridisch: De juridische basis van een Voorjaarsnota is niet expliciet vastgelegd in de Gemeentewet of andere wetgeving, maar maakt deel uit van de financiële cyclus van gemeenten zoals vastgelegd in de financiële verordening van de gemeente Súdwest-Fryslân. Alternatieven: Alternatief 1: inzet kansrijke sporen ja/nee: Het college heeft in de Voorjaarsnota de noodzakelijke inzet van de kansrijke sporen en reserveringen voor komende ontwikkelingen voor de begroting 2026 en de jaren daarna geduid. Een aantal kansrijke sporen zien we als ongewenst en zijn in het financieel totaaloverzicht daarom op ‘nee’ gezet. De raad heeft de mogelijkheid om hierin voor het alternatief ‘ja’ te kiezen.

Voor de financiële impact van dergelijke kansrijke sporen wordt verwezen naar het financieel totaaloverzicht (met alle keuzes op ‘ja’) dat met de raad is gedeeld in de informerende bijeenkomst van 12 februari 2025. Uiteraard kan de raad ook andersom redeneren (kiezen voor alternatief ‘nee’ in plaats van de collegekeuze ‘ja’).

3

De financiële opgave is echter groot. De voorstellen kansrijke sporen hebben op de onderdelen Ombuigingen en Bedrijfsvoering het maximale qua financiële waarde bereikt. Op de onderdelen Inkomsten en Opgaven zijn alternatieve invullingen mogelijk. Alternatief 2A: lagere belasting, minder behoud brede welvaart Hierbij wordt ten opzichte van de basisvariant de belastingen OZB-woningen en OZB niet-woningen op 5,0% gezet en geeft daarmee het volgende jaarresultaat. 2025 699.254

2026

2027

2028

2029

-2.231.397 -1.073.120 2.442.204 2.602.817

Waarvan structureel

6.806.104

-519.547

-61.270

2.455.054

1.615.667

Waarvan onderuitputting OHV VO (niet structureel in te zetten) Waarvan incidenteel

0

0

500.000

1.000.000

2.000.000

-6.106.850

-1.711.850

-1.511.850 -1.012.850 -1.012.850

De jaren 2026 en 2027 tonen dan structurele tekorten van € 520.000 en € 61.000. Om in deze jaren weer positief uit te komen, moet de stelpost voor het behoud van de brede welvaart verlaagd worden. De bedragen voor deze stelpost wijzigen dan in 2026 naar € 180.000 en in 2027 naar € 2,9 miljoen. De bedragen vanaf 2028 kunnen op € 3,0 miljoen structureel blijven staan. Gevolg hiervan is dat er dan in 2026 en 2027 minder middelen beschikbaar zijn voor behoud brede welvaart en verschraling van onze maatschappelijke basisvoorzieningen ontstaat. Alternatief 2B: alleen belastingverhoging voor indexatie Hierbij wordt ten opzichte van de basisvariant de toeristen belasting, belastingen OZB-woningen en OZB niet-woningen en forensenbelasting op 3,0% gezet. Dit geeft daarmee het volgende jaarresultaat. 2025

2026

2027

2028

2029

699.254

-3.092.957 -1.934.680 1.580.644 1.741.257

Waarvan structureel

6.806.104

-1.381.107

-922.830

1.593.494

754.107

Waarvan onderuitputting OHV VO (niet structureel in te zetten) Waarvan incidenteel

0

0

500.000

1.000.000

2.000.000

-6.106.850

-1.711.850

-1.511.850 -1.012.850 -1.012.850

De jaren 2026 en 2027 tonen dan structurele tekorten van € 1,4 miljoen en € 923.000. Om in deze jaren weer positief uit te komen, moet de stelpost voor het behoud van de brede welvaart in 2026 vervallen en moet deze in 2027 verlaagd worden naar € 2,0 miljoen. De bedragen vanaf 2028 kunnen op € 3,0 miljoen structureel blijven staan. Voor 2026 is het vervallen van de stelpost niet genoeg om weer positief uit te komen. Er is dan nog steeds een tekort van ca. € 700.000. Dat tekort moet opgelost worden door meer te halen uit de kansrijke sporen, oftewel meer bezuinigen. Gevolg hiervan is dus dat er dan in 2026 geen en in 2027 minder middelen beschikbaar zijn voor behoud brede welvaart en verschraling van onze maatschappelijke basisvoorzieningen ontstaat. Daarnaast moet dan ook in 2026 extra bezuinigd worden op nog nader te bepalen onderdelen van de begroting. Participatie en communicatie: In eerdere actieve info en de informerende bijeenkomst van 12 februari en opiniërende bijeenkomst van 3 maart is de raad meegenomen in het proces om te komen tot een Voorjaarsnota. Na vaststelling van de Voorjaarsnota door de raad zal er een persbericht worden gemaakt, waarbij we de communicatie koppelen aan de landelijke lijn van de VNG. Ook kunnen betrokkenen inhoudelijk geïnformeerd worden.

Planning en vervolgproces: 9 april: informerende raadsbijeenkomst 15 april: commissievergaderingen DSO 16 april: commissievergaderingen BM 17 april: commissievergaderingen BF 8 mei: raadsvergadering, vaststellen Voorjaarsnota

4

Vervolgens is doorvertaling van de Voorjaarsnota en Meicirculaire naar de Programmabegroting: 8 oktober: informerende raadsvergadering 13 november: raadsvergadering, vaststellen Programmabegroting 2026 Link(s) naar eerdere besluitvorming of (actieve) informatie: https://sudwestfryslan.nl/wp-content/uploads/2025/01/Actieve-informatie-I-Vervolgprocesuitwerking-kansrijke-sporen-in-Begrotingsproces-2026.pdf Bijlage(n): 1. Voorjaarsnota Súdwest-Fryslân 2025 2. Financieel totaaloverzicht 2025-2029 Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

drs. W.J. Sikkes

5

, burgemeester.

, wnd. gemeentesecretaris.

Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Voorjaarsnota 2025 Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 maart 2025;

besluit: de Voorjaarsnota 2025 vast te stellen en als richtinggevend kader mee te nemen voor de begroting van 2026 en volgende jaren

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 mei 2025

mr. drs. J.A. de Vries

G.W. Stegenga

6

, voorzitter.

, griffier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15366347/1