CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Voorbereidingsbesluit geitenhouderij

Raadsvergadering 3 juni 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Tariedingsbeslút geitenhâlderij1.955 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R21.000097

*R21.000097* O.0000001E

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Behandelend ambtenaar

Voorbereidingsbesluit geitenhouderij 3 juni 2021 Doarp, Stêd en Omkriten drs. F.J.R. Faber Vergunningen R. Boersma

Voorstel: 1. Te verklaren dat ingevolge artikel 3.7 Wet ruimtelijke ordening er ten aanzien van geitenhouderijen een wijziging van het bestemmingsplan wordt voorbereid voor het gehele grondgebied van de gemeente Súdwest-Fryslân, dat als besluitgebied op de bij de besluit behorende verbeelding, vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1900.2021VBSWFgstop-vont met gebruikmaking van een ondergrond aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie (van 3 juni 2021 voorbereidingsbesluit Geitenhouderijen) 2. te bepalen dat in het werkingsgebied waarvoor het voorbereidingsbesluit van kracht is, de aanhoudingsplicht als bedoeld in artikel 3.3. eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht uitsluitend geldt voor het oprichten van een nieuwe geitenhouderij, hetzij als hoofdtak, hetzij als neventak, het omschakelen van een bestaand agrarisch bedrijf naar een geitenhouderij en het uitbreiden van een bestaande geitenhouderij, door het aantal te houden geiten met één of meer uit te breiden; 3.

Ingevolge artikel 3.7, lid 4 Wet ruimtelijke ordening te bepalen dat het verboden is om het gebruik van gronden en bouwwerken gelegen in het werkingsgebied waarvoor het voorbereidingsbesluit van kracht is, in die zin te wijzigen dat een nieuwe geitenhouderij wordt opgericht, een bestaande geitenhouderij wordt uitgebreid met één of meer geiten, dan wel een bestaand agrarisch bedrijf wordt gewijzigd in een geitenhouderij; 4. Te bepalen dat dit voorbereidingsbesluit op de dag van bekendmaking in werking treedt.

Inleiding: Door het RIVM en andere instanties zoals de WUR in Wageningen wordt al jaren onderzoek gedaan naar gezondheidsrisico’s in relatie tot geitenhouderijen. Uit deze onderzoeken is gebleken dat er sprake is van een verhoogde kans op longontsteking voor omwonenden binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij. De eerste resultaten van de onderzoeken is voor (onder meer) de provincie Fryslân aanleiding geweest een zogenaamde tijdelijke geitenstop op te leggen. Hiermee werd het onmogelijk gemaakt om in Fryslân een geitenhouderij te beginnen (of uit te breiden). Deze geitenstop is toen mede opgelegd op basis van een GGD-advies naar aanleiding van mogelijke risico’s voor de volksgezondheid. In augustus 2019 heeft Provinciale Staten van Fryslân echter besloten de tijdelijke geitenstop voor de gehele provincie Fryslân niet te verlengen. Doordat er geen provinciale geitenstop meer is, zijn de gemeentelijke bestemmingsplannen weer leidend voor de vraag of er een geitenhouderij gevestigd mag worden. Tot voor kort werd van de mogelijkheid om een geitenhouderij te beginnen geen of nauwelijks gebruik gemaakt. De laatste tijd komen er echter meer vragen over de mogelijkheden en zijn er ook drie concrete aanvragen ingediend voor het vestigen van een geitenhouderij binnen onze gemeente.

Mede gelet op de aanscherpende regelgeving in de reguliere melkveehouderij, is een geitenhouderij

1

lucratiever en biedt meer toekomstperspectief. Andere Friese gemeenten merken dit ook. Zo heeft de gemeente Weststellingwerf zeer recent een vergelijkbaar voorbereidingsbesluit genomen. Door het nemen van een voorbereidingsbesluit (verklaren dat een bestemmingsplan wordt voorbereid) wordt geen onomkeerbare besluit genomen. Een voorbereidingsbesluit bevriest de situatie tijdelijk (maximaal een jaar) voor wat betreft de geitenhouderij. Dit biedt tijd en ruimte voor nader onderzoek. Indien gewenst kan er binnen de looptijd van het jaar een nieuw voorbereidingsbesluit genomen worden. Gebeurt dit niet en ligt er binnen dit jaar geen ontwerpbestemmingsplan, dan vervalt het voorbereidingsbesluit automatisch. Doel: Geen risico’s voor de volksgezondheid. Argumenten: A.1 Extra risico op longontsteking rond geitenhouderijen Uit meerdere onderzoeken van het RIVM, waaronder het rapport ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO)’, blijkt dat omwonenden van geitenhouderijen een grotere kans hebben op longontsteking. Met de huidige kennis van zaken over de gezondheidseffecten van geitenhouderijen, kunnen negatieve gezondheidseffecten rondom geitenhouderijen niet worden uitgesloten. Vervolgonderzoek naar de mogelijke causaliteit worden eind 2024 afgerond.

Vanuit het ministerie van Landbouw en Visserij, het RIVM en de GGD wordt geadviseerd om terughoudend om te gaan met aanvragen voor nieuwvestiging (omzetting) en uitbreiding van bestaande geitenhouderijen. In de meeste provincies ligt er ook nog een geitenstop. De provincie Fryslân heeft ervoor gekozen dit niet meer te doen. Daardoor zullen alle Friese gemeenten zelfstandig hierin een keuze moeten maken. In 2020 zijn nieuwe onderzoeksresultaten bekend geworden waaruit de 2 kilometer-zone naar voren is gekomen. De afweging om wel of niet een voorbereidingsbesluit te laten nemen is gelegen in het aspect gezondheid. Wordt er een nieuwvestiging of uitbreiding van een geitenhouderij in de gemeente toegestaan zonder dat is bewezen dat er geen gezondheidsschade door kan ontstaan? De onderzoeksresultaten laten zien dat er verhoogde kans op longontstekingen is in de nabijheid van geitenhouderijen. Meer onderzoek is nodig in hoeverre dat onderhevig is aan bijvoorbeeld omgevingsfactoren en/of met welke maatregelen deze gezondheidseffecten ondervangen kunnen worden. Deze onderzoeken zijn, mede door Corona, pas in 2024 bekend. In de tussentijd ontstaat er een periode waarbinnen er een afweging gemaakt moet worden.

Geadviseerd wordt om, mede gelet op hetgeen de deskundigen vanuit het RIVM en GGD aangeven, te kiezen voor de zekerheid voor wat betreft gezondheid en dus om een voorbereidingsbesluit te nemen. Zekerheid voor wat betreft gezondheid voor de inwoners is belangrijk. A.2 Waterbedeffect De planologische maatregelen die in andere provincies en Friese gemeenten zijn (of worden) genomen kunnen leiden tot een verplaatsingsbeweging naar provincies en gemeenten die (nog) geen maatregelen hebben getroffen. In de provincie Fryslân is er sinds augustus 2019 geen sprake meer van een provinciale geitenstop. In de afgelopen tijd is er bij de gemeente via verschillende wegen geïnformeerd naar de mogelijkheid tot het opstarten, uitbreiden of omschakelen van een geitenhouderij in Súdwest-Fryslân. Ook zijn er drie aanvragen ingediend om een bestaand agrarisch rundveehouderijbedrijf om te schakelen naar een geitenhouderijen. De bestaande bestemmingsplannen voor het buitengebied van de gemeente Súdwest-Fryslân staan geitenhouderijen onder voorwaarde van grondgebondenheid toe.

2

Meerdere gemeenten in Friesland hebben hetzelfde dilemma. Wel of niet een geitenstop opleggen (middels voorbereidingsbesluit). Recent heeft de gemeente Weststellingwerf dit wel gedaan. De verwachting is dat er meer gemeenten gaan volgen. Als wij als gemeente dan geen voorbereidingsbesluit hebben, dan is de kans aanwezig dat de ondernemers uit die gemeenten naar onze gemeenten komen voor de vestiging van een geitenhouderij.

3

A.3 Omgevingsvisie gemeente Súdwest-Fryslân In de op 29 april 2021 door uw raad vastgestelde omgevingsvisie is het aspect gezondheid een belangrijk item. Gelet op dit recent vastgestelde beleid is de keuze om in de afweging van belangen zekerheid voor de gezondheid te prefereren boven het belang van geitenhouders logisch en verdedigbaar. Alternatieven: Geen voorbereidingsbesluit nemen Uw raad kan ervoor kiezen geen voorbereidingsbesluit te nemen. Daarmee komt er geen tijdelijke geitenstop in de gemeente. In dat geval zal er bij elke aanvraag getoetst moeten worden aan het bestemmingsplan. Indien een geitenhouderij past binnen het bestemmingsplan, zal er ruimtelijke medewerking verleend moeten worden. Mogelijk dat er binnen de milieuwetgeving dan wel weigeringsgronden zijn. In de meeste gevallen is dat alleen op grond van het voorzorgsbeginsel mogelijk, maar die weigeringsgrond is juridisch gezien niet keihard. Onduidelijk is dus ook of dit geitenhouderijen in alle gevallen kan tegenhouden. Risico’s: Geen voorbereidingsbesluit kan uitbreiding (aantal) geitenhouderijen in gemeente betekenen Door geen voorbereidingsbesluit te nemen, zijn de bestemmingsplannen in de gemeente het ruimtelijk toetsingskader. Binnen deze bestemmingsplannen zijn geitenhouderijen veelal toegestaan (mits grondgebonden).

Dat betekent dat de geitenhouderij niet is tegen te houden op basis van het zogenaamde ruimtelijke spoor (bestemmingsplan/voorbereidingsbesluit). In die gevallen is het milieuspoor relevant. Binnen de milieuwetgeving speelt gezondheid inzake de geiten een beperkte rol. Slechts het zogenaamde voorzorgsbeginsel kan hier een geitenhouderij tegenhouden. Dit voorzorgsbeginsel is minder juridisch sterk dan een hard voorbereidingsbesluit en er is dan ook geen zekerheid of de geitenhouderij hiermee tegengehouden kan worden. Dat zal in uitspraken van de Raad van State duidelijk moeten worden (in de huidige uitspraken wisselen de uitkomsten nog wel aan de hand van de specifieke omstandigheden van het geval). Indien uw raad geitenhouderijen zou willen tegenhouden totdat duidelijk is of het wel mogelijk te maken is vanuit gezondheidsoogpunt, dan is een voorbereidingsbesluit juridisch gezien het meest wenselijk en transparant. Aanwezigheid geitenhouderij heeft ook effect op vestigingsmogelijkheden andere ontwikkelingen Omdat gezondheid een belangrijk punt is bij geitenhouderijen, is het ook goed te beseffen dat de aanwezigheid van een geitenhouderij ook effect kan hebben op ontwikkelingsmogelijkheden van percelen in de nabijheid van een geitenhouderij.

De GGD kan namelijk negatief adviseren als er bijvoorbeeld een kinderopvang zich op een paar honderd meter van een geitenhouder wil vestigen. Kaders: Artikel 3.7 Wet ruimtelijke ordening Financiële aspecten/gevolgen: Het is mogelijk dat er (plan)schadeverzoeken worden ingediend doordat er een geitenstop wordt opgelegd. De juridische haalbaarheid hiervan is niet met zekerheid aan te geven. In algemeenheid is te zeggen dat er niet snel sprake zal zijn van een schadeplichtigheid van een bestuursorgaan bij dergelijke besluiten, maar er kan niet gezegd worden dat hiervan nooit sprake kan zijn. Dat blijft maatwerk en afhankelijk van het specifieke geval en de omstandigheden.

4

Duurzaamheid: Bij het nemen van een voorbereidingsbesluit spelen duurzaamheidsaspecten geen rol. Vervolgproces: De inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit zal plaatsvinden op de dag van bekendmaking van de terinzagelegging van voorliggend besluit. Een voorbereidingsbesluit heeft een werkingsduur van één jaar, binnen deze termijn moet een bestemmingsplan worden op- en vastgesteld. Op grond van artikel 3.7 lid 7 Wro moet het voorbereidingsbesluit gepubliceerd worden in de Staatscourant, de huis aan huisbladen en op www.ruimtelijkeplannen.nl. Op dit moment lopen er nog onderzoeken naar de oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking en valt niet met zekerheid te zeggen of aanvullende maatregelen voor de geitenhouderijsector dit risico verlagen. Afhankelijk van de uitkomsten van de lopende onderzoeken zal een afweging worden gemaakt of het noodzakelijk is om een bestemmingsplan op te stellen. Monitoring en evaluatie: n.v.t.

Gevolgen voor LTA: n.v.t. Communicatie en afstemming: Op grond van artikel 3.7 lid 7 Wro moet het voorbereidingsbesluit gepubliceerd worden in de Staatscourant, het elektronisch gemeenteblad en op www.ruimtelijkeplannen.nl Bijlage(n)

Meegezonden: - 1. Gebied voorbereidingsbesluit (kenmerk i21.707062). Ter inzage: - Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

P. Zondervan

5

, burgemeester.

, gemeentesecretaris.

Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Voorbereidingsbesluit geitenhouderij Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 mei 2021;

besluit de raad: 1. Te verklaren dat ingevolge artikel 3.7 Wet ruimtelijke ordening er ten aanzien van geitenhouderijen een wijziging van het bestemmingsplan wordt voorbereid voor het gehele grondgebied van de gemeente Súdwest-Fryslân, dat als besluitgebied op de bij de besluit behorende verbeelding, vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1900.2021VBSWFgstop-vont met gebruikmaking van een ondergrond aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie (van 3 juni 2021 voorbereidingsbesluit Geitenhouderijen) 2. te bepalen dat in het werkingsgebied waarvoor het voorbereidingsbesluit van kracht is, de aanhoudingsplicht als bedoeld in artikel 3.3. eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht uitsluitend geldt voor het oprichten van een nieuwe geitenhouderij, hetzij als hoofdtak, hetzij als neventak, het omschakelen van een bestaand agrarisch bedrijf naar een geitenhouderij en het uitbreiden van een bestaande geitenhouderij, door het aantal te houden geiten met één of meer uit te breiden; 3.

Ingevolge artikel 3.7, lid 4 Wet ruimtelijke ordening te bepalen dat het verboden is om het gebruik van gronden en bouwwerken gelegen in het werkingsgebied waarvoor het voorbereidingsbesluit van kracht is, in die zin te wijzigen dat een nieuwe geitenhouderij wordt opgericht, een bestaande geitenhouderij wordt uitgebreid met één of meer geiten, dan wel een bestaand agrarisch bedrijf wordt gewijzigd in een geitenhouderij; 4. Te bepalen dat dit voorbereidingsbesluit op de dag van bekendmaking in werking treedt. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 juni 2021

mr. drs. J.A. de Vries

G.W. Stegenga

6

, voorzitter.

, griffier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10174721/1