CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Voorbereidingsbesluit geitenhouderij 2022

Raadsvergadering 9 mei 2022, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Tariedingsbeslút geitenhâlderij 20222.356 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R22.000067

*R22.000067* O.0000001E

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Behandelend ambtenaar

Voorbereidingsbesluit geitenhouderij 2022 9 mei 2022 Doarp, Stêd en Omkriten 9 mei 2022 drs. F.J.R. Faber Ondersteuning en Advies R. Boersma

Voorstel: 1. Te verklaren dat ingevolge artikel 3.7 Wet ruimtelijke ordening er ten aanzien van geitenhouderijen een wijziging van het bestemmingsplan wordt voorbereid voor het gehele grondgebied van de gemeente Súdwest-Fryslân, dat als besluitgebied op de bij de besluit behorende verbeelding, vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1900.2021VBSWFgstop-vast met gebruikmaking van een ondergrond aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie (van 9 mei 2022 voorbereidingsbesluit Geitenhouderijen); 2. Te bepalen dat in het werkingsgebied waarvoor het voorbereidingsbesluit van kracht is, de aanhoudingsplicht als bedoeld in artikel 3.3. eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht uitsluitend geldt voor het oprichten van een nieuwe geitenhouderij, hetzij als hoofdtak, hetzij als neventak, het omschakelen van een bestaand agrarisch bedrijf naar een geitenhouderij en het uitbreiden van een bestaande geitenhouderij, door het aantal te houden geiten met één of meer uit te breiden; 3.

Ingevolge artikel 3.7, lid 4 Wet ruimtelijke ordening te bepalen dat het verboden is om het gebruik van gronden en bouwwerken gelegen in het werkingsgebied waarvoor het voorbereidingsbesluit van kracht is, in die zin te wijzigen dat een nieuwe geitenhouderij wordt opgericht, een bestaande geitenhouderij wordt uitgebreid met één of meer geiten, dan wel een bestaand agrarisch bedrijf wordt gewijzigd in een geitenhouderij; 4. Te bepalen dat er voor het perceel Blankendalwei 3 te Scharnegoutum een uitzondering wordt gemaakt voor wat betreft besluitpunten 2 en 3 voor zover dit ziet op maximaal 625 geiten waarvoor op 2 september 2020 reeds een m.e.r.-beoordelingsbesluit is genomen; 5. Te bepalen dat dit voorbereidingsbesluit op de dag van bekendmaking in werking treedt.

Inleiding: Door het RIVM en andere instanties zoals de WUR in Wageningen wordt al jaren onderzoek gedaan naar gezondheidsrisico’s in relatie tot geitenhouderijen. Uit deze zogenaamde VGO-onderzoeken is gebleken dat er sprake is van een verhoogde kans op longontsteking voor omwonenden binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij. Op dit moment wordt onderzocht welk verband er precies is en welke maatregelen eventueel genomen kunnen worden om het risico voor de gezondheid te verkleinen. Deze onderzoeken worden in 2024 afgerond is de huidige planning. Op 3 juni 2021 heeft uw raad een voorbereidingsbesluit genomen waarmee er een geitenstop is ingesteld. Hiermee is het onmogelijk gemaakt om in de gemeente een geitenhouderij te beginnen (of uit te breiden). Een voorbereidingsbesluit bevriest de situatie tijdelijk (maximaal een jaar) voor wat betreft de geitenhouderij. Dit biedt tijd en ruimte voor nader onderzoek ofwel het opstarten van de procedure voor een nieuw bestemmingsplan. Indien gewenst kan er binnen de looptijd van het jaar een nieuw voorbereidingsbesluit genomen worden. Daarvan is nu sprake.

1

Doel: Geen risico’s voor de volksgezondheid. Argumenten: A.1 Extra risico op longontsteking rond geitenhouderijen Uit meerdere onderzoeken van het RIVM, waaronder het rapport ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO)’, blijkt dat omwonenden van geitenhouderijen een grotere kans hebben op longontsteking. Met de huidige kennis van zaken over de gezondheidseffecten van geitenhouderijen, kunnen negatieve gezondheidseffecten rondom geitenhouderijen niet worden uitgesloten. Vervolgonderzoek naar de mogelijke causaliteit worden eind 2024 afgerond. Vanuit het ministerie van Landbouw en Visserij, het RIVM en de GGD wordt geadviseerd om terughoudend om te gaan met aanvragen voor nieuwvestiging (omzetting) en uitbreiding van bestaande geitenhouderijen. In de meeste provincies ligt er ook nog een geitenstop. De provincie Fryslân heeft ervoor gekozen dit niet (meer) te doen. Daardoor zullen alle Friese gemeenten zelfstandig hierin een keuze moeten maken. In de laatste tussenresultaten vanuit de VGO-onderzoeken komt nog steeds naar voren dat er binnen 2 kilometer een verhoogde kans op longonsteking is waarbij met name in de eerste 500 meter deze kans in het grootst is. De GGD hanteert nog steeds de zogenaamde 2 kilometerzone. Op verzoek van uw raad heeft de GGD op 26 januari 2022 een informatieavond over geiten en gezondheid voor raadsleden gehouden.

Hier is ingegaan op de risico’s en de VGO-onderzoeken. De afweging om wel of niet een nieuw voorbereidingsbesluit te nemen is gelegen in het aspect gezondheid. Wordt er een nieuwvestiging of uitbreiding van een geitenhouderij in de gemeente toegestaan zonder dat is bewezen dat er geen gezondheidsschade door kan ontstaan? De onderzoeksresultaten laten zien dat er verhoogde kans op longontstekingen is in de nabijheid van geitenhouderijen. Meer onderzoek is nodig in hoeverre dat onderhevig is aan bijvoorbeeld omgevingsfactoren en/of met welke maatregelen deze gezondheidseffecten ondervangen kunnen worden. Deze onderzoeken zijn, mede door Corona, pas in 2024 bekend. In de tussentijd ontstaat er een periode waarbinnen er een afweging gemaakt moet worden. Geadviseerd wordt om, mede gelet op hetgeen de deskundigen vanuit het RIVM en GGD aangeven, te kiezen voor de zekerheid voor wat betreft gezondheid en dus om een voorbereidingsbesluit vast te stellen. Hiermee worden de mogelijkheden voor geiten in de gemeente voor maximaal een jaar bevroren. A.2 Waterbedeffect De planologische maatregelen die in andere provincies en Friese gemeenten zijn (of worden) genomen kunnen leiden tot een verplaatsingsbeweging naar provincies en gemeenten die (nog) geen maatregelen hebben getroffen. In de provincie Fryslân is er sinds augustus 2019 geen sprake meer van een provinciale geitenstop.

Voordat het eerste voorbereidingsbesluit in onze gemeente was genomen, werd er bij de gemeente via verschillende wegen geïnformeerd naar de mogelijkheid tot het opstarten, uitbreiden of omschakelen van een geitenhouderij in Súdwest-Fryslân. Na de geitenstop in onze gemeente zijn er niet of nauwelijks nog vragen over de mogelijkheden voor een geitenhouderij binnengekomen. Meerdere gemeenten in Friesland hebben hetzelfde dilemma. Wel of niet een geitenstop opleggen (middels voorbereidingsbesluit). De tendens is dat steeds meer gemeenten hier wel werk van gaan maken omdat er ook signalen uit de markt zijn dat de vraag naar geitenmelk zal toenemen. Als wij als gemeente geen hernieuwd voorbereidingsbesluit hebben, dan is de kans aanwezig dat de ondernemers uit andere gemeenten naar onze gemeente komen voor de vestiging van een geitenhouderij.

2

A.3 Omgevingsvisie gemeente Súdwest-Fryslân In de op 29 april 2021 door uw raad vastgestelde omgevingsvisie is het aspect gezondheid een belangrijk item. Gelet op dit recent vastgestelde beleid is de keuze om in de afweging van belangen zekerheid voor de gezondheid te prefereren boven het belang van geitenhouders logisch en verdedigbaar. A.4 Nieuw voorbereidingsbesluit in plaats van bestemmingsplan Na uw besluit tot het vaststellen van het (eerste) voorbereidingsbesluit zijn er meerdere ontwikkelingen geweest. Zo zijn er deelresultaten uit de VGO-onderzoeken bekend geworden en is uit rechterlijke uitspraken gebleken dat een geitenhouderij niet makkelijk via het milieuspoor kan worden tegengehouden. In deze periode is er niet gestart met het opstellen van een nieuw bestemmingsplan als opvolging van het voorbereidingsbesluit. De ontwikkelingen volgenden elkaar snel op en dan is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan onwenselijk. Gelet daarop wordt u nu weer voorgesteld om een hernieuwd voorbereidingsbesluit te nemen. A5. Uitzondering van Blankendalwei 3 Scharnegoutum Tijdens de raadsbehandeling van het eerste voorbereidingsbesluit op 3 juni 2021 is er aandacht geweest voor de toenmalige lopende aanvragen voor geitenhouderijen in de gemeente. Er waren toen vier lopende aanvragen. Uw bedoeling was dat deze aanvragen niet geraakt mochten worden door het voorbereidingsbesluit.

Dat is ook niet gebeurd. Drie van deze aanvragen zijn inmiddels afgerond (vergunningen zijn verleend). Voor één van de destijds lopende aanvragen geldt dat er nog geen vergunning is verleend. Dat komt doordat het bestemmingsplan voor dat perceel eerst nog aangepast moet worden (er ligt van oudsher een onjuiste bestemming op waardoor de omzetting naar geiten zonder meer niet kan). Deze bestemming is in 2010 op het perceel gelegd en dat had destijds niet zo gemoeten. Dat wordt nu hersteld. Daarvoor zal binnenkort een postzegelbestemmingsplan aan uw raad worden aangeboden. Indien het voorbereidingsbesluit voor de gehele gemeente van toepassing wordt verklaard, heeft dat mogelijk juridische consequenties voor dit bedrijf. Een nieuw postzegelbestemmingsplan is dan juridisch minder goed te onderbouwen en het kan zelfs betekenen dat het postzegelbestemmingsplan voor dit bedrijf geen stand houdt bij een eventuele rechtszaak. Om recht te doen aan uw uitspraak dat de toenmalige lopende aanvragen niet geraakt mogen worden door een voorbereidingsbesluit, wordt voorgesteld voor het perceel Blankendalwei 3 te Scharnegoutum een uitzondering te maken. De uitzondering ziet dan uitsluitend op de omzetting naar een geitenhouderij met maximaal 625 geiten. Dat is namelijk in de aanvraag opgenomen die er al lag voor het eerste voorbereidingsbesluit.

Het (nieuwe) voorbereidingsbesluit maakt een uitbreiding bovenop deze 625 geiten niet mogelijk. Alternatieven: Geen voorbereidingsbesluit nemen Uw raad kan ervoor kiezen geen voorbereidingsbesluit te nemen. Daarmee komt er geen tijdelijke geitenstop in de gemeente. In dat geval zal er bij elke nieuwe aanvraag getoetst moeten worden aan het bestemmingsplan. Indien een geitenhouderij past binnen het bestemmingsplan, zal er ruimtelijke medewerking verleend moeten worden. Mogelijk dat er binnen de milieuwetgeving dan wel weigeringsgronden zijn. In de meeste gevallen is dat alleen op grond van het voorzorgsbeginsel mogelijk, maar die weigeringsgrond is juridisch gezien niet vaak houdbaar gebleken. Geen uitzondering maken voor Blankendalwei 3 Scharnegoutum U kunt er voor kiezen de geitenstop onverkort voor de gehele gemeente van toepassing te verklaren. Daarmee is de kans aanwezig dat de bestemmingsplanwijziging voor het perceel Blankendalwei 3 te Scharnegoutum juridisch niet haalbaar blijkt. Dan kan het bedrijf geen geitenhouderij beginnen (zolang er een geitenstop in de gemeente is). Daarmee wordt er mogelijk wel een oorspronkelijk lopende aanvraag geraakt door het voorbereidingsbesluit.

3

In het voorstel zoals het voorbereidingsbesluit voorligt, wordt recht gedaan aan de “lopende aanvraag”. Die voorziet in 625 geiten op het perceel. Het is mogelijk dat de eigenaar meer geiten zou willen houden, maar het voorstel is om daar niet aan mee te werken omdat daarmee ongelijkheid wordt gecreëerd voor andere bedrijven. De uitzondering wordt uitsluitend gemaakt voor de destijds lopende aanvragen (met de daarin genoemde aantallen). Risico’s: Geen voorbereidingsbesluit kan uitbreiding (aantal) geitenhouderijen in gemeente betekenen Door geen voorbereidingsbesluit te nemen, zijn de bestemmingsplannen in de gemeente het ruimtelijk toetsingskader. Binnen deze bestemmingsplannen zijn geitenhouderijen veelal toegestaan (mits grondgebonden). Dat betekent dat de geitenhouderij niet tegen is te houden op basis van het zogenaamde ruimtelijke spoor (bestemmingsplan/voorbereidingsbesluit). In die gevallen is het milieuspoor relevant. Binnen de milieuwetgeving speelt gezondheid inzake de geiten een beperkte rol. Slechts het zogenaamde voorzorgsbeginsel kan hier een geitenhouderij tegenhouden. Dit voorzorgsbeginsel is juridisch minder sterk dan een hard voorbereidingsbesluit en er is dan ook geen zekerheid of de geitenhouderij hiermee tegengehouden kan worden.

In de laatste uitspraken van de Raad van State wordt inmiddels duidelijk dat dit voorzorgsbeginsel binnen het milieuspoor niet kan worden ingeroepen. Indien uw raad geitenhouderijen (vooralsnog) zou willen tegenhouden totdat duidelijk is of het wel mogelijk te maken is vanuit gezondheidsoogpunt, dan is een voorbereidingsbesluit juridisch gezien het meest wenselijk en transparant. Kaders: Artikel 3.7 Wet ruimtelijke ordening. Financiële aspecten/gevolgen: Het is mogelijk dat er (plan)schadeverzoeken worden ingediend doordat er een geitenstop wordt opgelegd. De juridische haalbaarheid hiervan is niet met zekerheid aan te geven. In algemeenheid is te zeggen dat er niet snel sprake zal zijn van een schadeplichtigheid van een bestuursorgaan bij dergelijke besluiten, maar er kan niet gezegd worden dat hiervan nooit sprake kan zijn. Dat blijft maatwerk en afhankelijk van het specifieke geval en de omstandigheden. Bij het eerste voorbereidingsbesluit is er geen sprake geweest van een dergelijke schadeverzoek. Duurzaamheid: Bij het nemen van een voorbereidingsbesluit spelen duurzaamheidsaspecten geen rol. Global Goals: N.v.t. Vervolgproces: De inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit zal plaatsvinden op de dag van bekendmaking van de terinzagelegging van voorliggend besluit.

Een voorbereidingsbesluit heeft een werkingsduur van één jaar, binnen deze termijn moet een (ontwerp)bestemmingsplan worden vastgesteld. Op grond van artikel 3.7 lid 7 Wro moet het voorbereidingsbesluit gepubliceerd worden en op www.ruimtelijkeplannen.nl worden gezet. Monitoring en evaluatie: N.v.t.

4

Gevolgen voor LTA: N.v.t. Communicatie en afstemming: Op grond van artikel 3.7 lid 7 Wet ruimtelijke ordening moet het voorbereidingsbesluit gepubliceerd worden en op www.ruimtelijkeplannen.nl komen te staan. Bijlage(n)

Meegezonden: - 1. Gebied voorbereidingsbesluit 2022. Ter inzage: - Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

G. Heeg

5

, burgemeester.

, wnd. gemeentesecretaris.

Raadsbesluit gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Voorbereidingsbesluit geitenhouderij 2022 Naar aanleiding van het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 april 2022;

besluit de raad: 1. Te verklaren dat ingevolge artikel 3.7 Wet ruimtelijke ordening er ten aanzien van geitenhouderijen een wijziging van het bestemmingsplan wordt voorbereid voor het gehele grondgebied van de gemeente Súdwest-Fryslân, dat als besluitgebied op de bij de besluit behorende verbeelding, vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1900.2021VBSWFgstop-vast met gebruikmaking van een ondergrond aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie (van 9 mei 2022 voorbereidingsbesluit Geitenhouderijen); 2. Te bepalen dat in het werkingsgebied waarvoor het voorbereidingsbesluit van kracht is, de aanhoudingsplicht als bedoeld in artikel 3.3. eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht uitsluitend geldt voor het oprichten van een nieuwe geitenhouderij, hetzij als hoofdtak, hetzij als neventak, het omschakelen van een bestaand agrarisch bedrijf naar een geitenhouderij en het uitbreiden van een bestaande geitenhouderij, door het aantal te houden geiten met één of meer uit te breiden; 3.

Ingevolge artikel 3.7, lid 4 Wet ruimtelijke ordening te bepalen dat het verboden is om het gebruik van gronden en bouwwerken gelegen in het werkingsgebied waarvoor het voorbereidingsbesluit van kracht is, in die zin te wijzigen dat een nieuwe geitenhouderij wordt opgericht, een bestaande geitenhouderij wordt uitgebreid met één of meer geiten, dan wel een bestaand agrarisch bedrijf wordt gewijzigd in een geitenhouderij; 4. Te bepalen dat er voor het perceel Blankendalwei 3 te Scharnegoutum een uitzondering wordt gemaakt voor wat betreft besluitpunten 2 en 3 voor zover dit ziet op maximaal 625 geiten waarvoor op 2 september 2020 reeds een m.e.r.-beoordelingsbesluit is genomen; 5. Te bepalen dat dit voorbereidingsbesluit op de dag van bekendmaking in werking treedt. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 mei 2022

mr. drs. J.A. de Vries

G.W. Stegenga

6

, voorzitter.

, griffier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11448435/1