Raadsvoorstel - Verordeningen toeristenbelasting en watertoeristenbelasting 2026
Tekst van het document
Ons nummer: R25.000140
*R25.000140* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Team Portefeuillehouder Raadscommissie Raadscommissie Raadsvergadering
: : : : :
Belastingen Henk de Boer Bestjoer en Finânsjes 4 december 2025 18 december 2025
Onderwerp
:
Verordeningen toeristenbelasting en watertoeristenbelasting 2026
Raadsvoorstel: a. de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2026 vast te stellen en; b. de verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2026 vast te stellen. Samenvatting: Tijdens de behandeling van de programmabegroting 2026 op 13 november 2025 zijn er verschillende amendementen ingediend, waarbij er ook een amendement is aangenomen over de verordening toeristenbelasting. Het tarief voor de (water)toeristenbelasting wijzigt door het bij de behandeling van de programmabegroting 2026 aangenomen amendement toeristenbelasting niet in bijgevoegde verordeningen. In de verordeningen (water)toeristenbelasting 2026 zijn wijzigingen aangebracht die het gevolg zijn van technische aanpassingen (e-loket) waardoor de heffing voortaan middels een aanslag plaatsvindt. Voorheen werd de belasting geheven bij wege van voldoening op aangifte. Inleiding: Súdwest-Fryslân heft (water)toeristenbelasting van ondernemers of personen die tegen een vergoeding verblijf of overnachting bieden aan personen vanaf 4 jaar die niet in de gemeente Súdwest-Fryslân zijn ingeschreven. Deze belasting kan worden doorberekend aan de personen waaraan het verblijf geboden wordt (meestal toeristen). De opbrengsten van deze belasting gaan naar de algemene middelen. Global Goals: N.v.t.
Argumenten: Op 13 november 2025 heeft uw raad de programmabegroting 2026 vastgesteld met dien verstande dat het tarief van de (water)toeristenbelasting tot en met 2027 wordt vastgezet op € 2,00. Het tarief wijzigt door het aangenomen amendement dan ook niet in bijgevoegde verordeningen. Voor het heffen van toeristenbelasting is het nodig dat belastingplichtigen aangifte doen. In de uitvoering is gekozen voor een verdere automatisering van dit aangifteproces. Door deze aanpassingen gaat de wijze van belastingheffing in artikel 10 van beide verordeningen van voldoening op aangifte naar heffing per aanslag. Dit is een wijziging in de verordening die nodig is om de verdere automatisering van het aangifteproces door de kunnen voeren. Aan de kant van de belastingplichtigen zal er weinig veranderen. Doordat het aangifteproces voortaan via het e-loket van de belastingapplicatie gaat, zal het aan de kant van de gemeente een stuk efficiënter verlopen. Risico’s:
1
Er zijn geen risico’s bij het vaststellen van de verordeningen conform de vastgestelde programmabegroting en de uitvoeringspraktijk. Financiën: Met het vaststellen van de verordeningen zal de begrote opbrengst gerealiseerd worden. Juridisch: Toeristenbelasting is geregeld in artikel 224 van de Gemeentewet. Alternatieven: Er zijn geen alternatieven voor het vaststellen van deze verordeningen. Er wordt aangesloten bij de vastgestelde programmabegroting 2026 en de uitvoeringspraktijk. Participatie en communicatie: De belastingplichtigen zijn na vaststelling van de programmabegroting allen geïnformeerd over het besluit om de (water)toeristenbelasting tot en met 2027 vast te zetten op € 2,00. Daarnaast zijn zij ook geïnformeerd over de aangenomen motie om de mogelijkheden van differentiatie van de toeristenbelasting voor kinderen en jeugdgroepen van maatschappelijke instellingen (scholen, zorginstellingen, etc.) te onderzoeken. De belangenverenigingen die hier vragen over gesteld hebben (zoals groepen Friesland) zijn ook geïnformeerd over de aangenomen motie. Planning en vervolgproces: Jaarlijks op de agenda.
Link(s) naar eerdere besluitvorming of (actieve) informatie: Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2025 Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2025 Besluitenlijst raadsvergadering gemeente Súdwest-Fryslân 13 november 2025 Bijlage(n): N.v.t. Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
, burgemeester.
drs. C. Smits
, gemeentesecretaris.
2
Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2026 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 november 2025; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2026 Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. aangifte: opgave van de toeristenbelasting; b. arrangement: een reservering op een toeristische plaats voor een aantal samen reizende personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag; c. kampeerterrein: een terrein dat bestemd is om te worden gebruikt voor verblijfsrecreatie; d. maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één maand gedurende de maand juni of september; e. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; f. naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer twee maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het kampeerseizoen; g.
seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst, dat gedurende die periode gebruikt wordt door dezelfde persoon of personen en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd; h. toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens; i. vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; j. vaste jaarplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat gedurende die periode gebruikt wordt door dezelfde persoon of personen en dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd; k.
vaste seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat gedurende die periode gebruikt wordt door dezelfde persoon of personen en dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten. l. verlengd voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend in de eerste helft van de maand juli; m. voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend aan het eind van de maand juni.
3
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3
Belastingplicht
1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt.
Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: a. van degene die als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging verblijft; b. van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd en wordt betaald; c. kinderen die de leeftijd van 4 jaar nog niet hebben bereikt; d. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen.
Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen en gebezigd voor recreatief gebruik, bepaald op 2,6. b. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste seizoenplaatsen en gebezigd voor recreatief gebruik, bepaald op 2,5; c. mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen en gebezigd voor recreatief gebruik, bepaald op 2,5; d. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens op niet-vaste of seizoenplaatsen en gebezigd voor recreatief gebruik, bepaald op: 1e. 2,3, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; 2e. 2,3, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; 3e. 2,3, indien sprake is van een naseizoenarrangement; 4e. 2,3, indien sprake is van een maandarrangement. 2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt: a. in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op: 52; b. in geval van het eerste lid, sub b, bepaald op: 53; c. in geval van het eerste lid, sub c, bepaald op: 47; d. in geval van het eerste lid, sub d, bepaald op: 1e. 30, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; 2e. 39, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; 3e. 18, indien sprake is van een naseizoenarrangement; 4e.
12, indien sprake is van een maandarrangement.
4
Artikel 7 Opteren voor niet forfaitaire maatstaf van heffing In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane opgaaf de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke overnachtingen. Artikel 8 Belastingtarief Het tarief bedraagt € 2,00 per persoon, per overnachting. Artikel 9 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan een kalenderjaar. Artikel 10 Wijze van belastingheffing De belasting wordt per aanslag geheven.
Artikel 11
Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moeten de aanslagen worden betaald binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 12
Aangifte
1. De aangifte moet worden gedaan binnen twee maanden na verzending van de uitnodiging tot het doen van aangifte. 2. Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan, naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. 3. De belastingplichtige, als bedoeld in artikel 3 eerste lid, aan wie niet binnen twee maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na het verstrijken van die twee maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet.
Artikel 13 Kwijtschelding Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 14
Aanmeldingsplicht
1. De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, dient voordat hij voor de eerste maal na het inwerkingtreden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, dit schriftelijk te melden aan de gemeente. 2. De verplichting in lid 1 geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de toeristenbelasting betrokken is.
Artikel 15
Registratieplicht
1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd eigen register dat een de gemeentelijke voorwaarden voldoet of een door de gemeente verstrekt verblijfregister. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven omtrent de inrichting en het gebruik van het verblijfregister.
5
3. De verplichting in lid 1 geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze als bedoeld in artikel 6.
Artikel 16
Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. 2. De Verordening toeristenbelasting 2025 van 19 december 2024 wordt ingetrokken. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan blijft de Verordening toeristenbelasting 2025 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toeristenbelasting 2026.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.
mr. drs. J.A. de Vries
, voorzitter.
G.W. Stegenga
, griffier.
6
Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2026 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 november 2025; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2026 Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. aangifte: opgave van de watertoeristenbelasting; b. etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren; c. historische schepen: schepen die als zodanig door de “Commissie Historische Schepen” worden aangemerkt; d. kapitein: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt; e. lengte: de lengte over alles; f. maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; g. passanten: diegenen die verblijf houden in de gemeente, met of op een vaartuig, zonder het hebben van een vaste ligplaats; h. vaarseizoen: de periode van 1 april tot en met 31 oktober; i. vaartuig: een vaartuig, niet zijnde een woonark, dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie of andere recreatieve doeleinden; j. vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand; k. woonarken: woonarken, die zijn bestemd of worden gebezigd voor vakantie of andere recreatieve doeleinden.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘watertoeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op woonarken of op vaartuigen binnen het watergebied van de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3
Belastingplicht
1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de kapitein, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.
7
Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. door degenen die verblijf houden aan boord van: e. hospitaalschepen of schepen die als zodanig dienst doen met een charitatief karakter; f. kano's, roei- en volgboten; g. motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; h. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijk watergebied bevindt; i. vaartuigen in directe dienst van het rijk, de provincie, het waterschap of de gemeente; j. oorlogsvaartuigen, redding vaartuigen of historische schepen; 2. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting; 3. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolgde de verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting; 4. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 5. van kinderen die de leeftijd van 4 jaar nog niet hebben bereikt. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen, dat verblijf is gehouden. 2.
Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
1. Voor vaartuigen met een vaste ligplaats wordt tijdens het vaarseizoen per ligplaats: a. het aantal personen, dat verblijf heeft gehouden, bepaald op 2,3; b. het aantal etmalen, dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op 17,1. 2. Ter zake van charterschepen zonder vaste ligplaats wordt: a. het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald op: 1e. 8, bij een vaartuig met een lengte van 10 tot 20 meter; 2e. 15, bij een vaartuig met een lengte van 20 tot 30 meter; 3e. 22, bij een vaartuig met een lengte van 30 meter of meer; b. het aantal etmalen gesteld op het daadwerkelijk aantal verbleven etmalen blijkens de verblijfsregistratie van de belastingplichtige. 3. Ter zake van woonarken met een vaste ligplaats wordt: a. het aantal personen, dat verblijf heeft gehouden, bepaald op 2,6; b. het aantal etmalen dat door deze personen verblijf is gehouden bepaald op 52.
Artikel 7 Opteren voor niet forfaitaire maatstaf van heffing In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane opgaaf de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen dat verblijf is gehouden. Artikel 8 Belastingtarief Het tarief bedraagt € 2,00 per persoon, per etmaal.
8
Artikel 9 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan een kalenderjaar. Artikel 10 Wijze van belastingheffing De belasting wordt per aanslag geheven. Artikel 11
Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moeten de aanslagen worden betaald binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 12
Aangifte
1. De aangifte moet worden gedaan binnen twee maanden na verzending van de uitnodiging tot het doen van aangifte. 2. Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan, naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. 3. De belastingplichtige, als bedoeld in artikel 3 eerste lid, aan wie niet binnen twee maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na het verstrijken van die twee maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet.
Artikel 13 Kwijtschelding Bij de invordering van de watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 14
Aanmeldingsplicht
1. De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, dient voordat hij voor de eerste maal na het inwerkingtreden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, dit schriftelijk te melden aan de gemeente. 2. De verplichting in lid 1 geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de toeristenbelasting betrokken is.
Artikel 15 Registratieplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd eigen register dat aan de gemeentelijke voorwaarden voldoet of een door de gemeente verstrekt verblijfregister. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven omtrent de inrichting en het gebruik van het verblijfregister. 3. De verplichting in lid 1 geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze als bedoeld in artikel 6.
9
Artikel 16
Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. 2. De Verordening watertoeristenbelasting 2025 van 19 december 2024 wordt ingetrokken. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan blijft de Verordening watertoeristenbelasting 2025 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening watertoeristenbelasting 2026.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.
mr. drs. J.A. de Vries
, voorzitter.
G.W. Stegenga
, griffier.
10