Raadsvoorstel - Verordening tot tweede wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân
Tekst van het document
Ons nummer: R21.000232
*R21.000232* O.0000001E
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Behandelend ambtenaar
Verordening tot tweede wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân 23 december 2021 Bestjoer en Finânsjes 9 december 2021 mr. drs. J.A. de Vries Juridische en Veiligheidszaken H.J. Jansen
Voorstel: Vaststellen Verordening tot tweede wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân.
Inleiding: Om onze APV actueel te houden, is het noodzakelijk deze regelmatig te wijzigen. Na de wijziging van juli 2021, is het wenselijk dit jaar nog een volgende wijziging door te voeren. Doel: Beschikken over een actuele en goed leesbare APV die voorziet in de wensen van het bestuur, de organisatie en de politie. Argumenten: De argumenten tot wijziging van de APV, zijn: A. Verwijderen van artikel 2:29a (Overgangsrecht). B. Toevoegen van artikel 2:48a (Lachgasverbod). C. Toevoegen van een artikel met een verbod naar voorwerpen te zoeken met detectieapparatuur (Detectieverbod). D. Aanpassing van artikel 2:73a (Carbidschieten). E. Aanpassing van artikel 2:74 (Drugshandel op straat). F. Toevoegen van een artikel een voor publiek openstaand gebouw of erf te kunnen sluiten. G. Overige redactionele verbeteringen en aanpassingen. A. Verwijderen van artikel 2:29a (Overgangsrecht) Dit artikel is per 1 november 2014 in de APV opgenomen in samenhang met het horecabeleid. Het overgangsrecht was 5 jaar geldig en heeft dus geen waarde meer. Het artikel kan daarom vervallen. B. Toevoegen van artikel 2:48a (Lachgasverbod) Het was niet mogelijk dit artikel in de APV op te nemen bij de wijzing van juli 2021 als gevolg van bewijsproblemen en knelpunten in de (strafrechtelijke) handhaving.
Ook was er (nog) geen feitomschrijving met feitcode voorhanden die is gekoppeld aan het specifieke gebruik van lachgas. Dit is nodig om een bestuurlijke strafbeschikking uit te kunnen vaardigen voor overtreding van een artikel dat ziet op verbod van (oneigenlijk) lachgasgebruik.
1
In de Algemene ledenvergadering van de VNG op 16 juni hebben veel gemeenten hun ongenoegen daarover geuit. De gemeente Rotterdam heeft dit gedaan in de vorm van een motie die unaniem werd aangenomen. Ter uitvoering van die motie heeft de VNG actie ondernomen om opname van dit artikel alsnog mogelijk te maken. Naar verluid zullen de knelpunten per 1 november 2021 weggenomen zijn en kan het lachgasverbod alsnog in de APV worden opgenomen. Een ledenbrief met die bevestiging zal naar verwachting binnenkort volgen. Indien 1 november toch niet haalbaar blijkt te zijn, is dat geen reden het artikel niet in de APV op te nemen. In dat geval zal de datum waarop dit artikel in werking zal treden, worden afgestemd op de datum waarop de VNG alsnog het groene licht kan bevestigen (zie letter H in het besluit). C. Toevoegen van een artikel met een verbod naar voorwerpen te zoeken met detectieapparatuur (artikel 2:51 Detectieverbod) Op meerdere locaties in onze gemeente liggen restanten van wapens en munitie, waaronder ook bommen en granaten. Bekend is ook dat in het IJsselmeer meerdere vliegtuigwrakken liggen met niet gesprongen explosieven. Het is verboden deze ‘oorlogsgraven’ te benaderen. Toch komt het voor dat mensen individueel of in groepsverband zoeken naar wapens en munitie met detectieapparatuur.
In het water doet men dit met magneten die ook gebruikt worden voor het zogenaamde magneetvissen. Door de beschikbaarheid van rapportages met locaties waar vermoedelijk nog wapens en explosieven liggen, neemt het risico toe dat men op deze locaties gericht gaat zoeken met detectieapparatuur. Opname van een verbod in de APV is daarom gewenst. In navolging van andere gemeenten (o.a. Delfzijl) wordt voorgesteld het volgende verbod als artikel 2:51 in de APV op te nemen: Artikel 2:51 Detectieverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats en/of openbaar water een metaaldetector, magneet (ten behoeve van magneetvissen) of enig ander voorwerp, bestemd voor het zoeken naar wapens en munitie, munten en andere voorwerpen, te gebruiken. 2. Het verbod is niet van toepassing indien de metaaldetector of de magneet uitsluitend wordt gebruikt voor het hobbymatig zoeken naar munten en andere voorwerpen, niet zijnde wapens en munitie. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op: a. degene aan wie een certificaat als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Erfgoedwet is verstrekt. b. opsporingsbedrijven die werken conform het Werkveldspecifieke certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE). Sommige gemeenten hebben in lid 1 een vergunningplicht (bevoegdheid college) opgenomen. Het is niet wenselijk dat ook in onze gemeente te doen. D.
Aanpassing van artikel 2:73a (Carbidschieten) Bij de jaarwisseling 2020/2021 zijn de tijden om met carbid te schieten beperkt. Dit was noodzakelijk in verband met de coronabeperkingen. Hierdoor zijn ook de inzichten over deze Ouden-Nieuw traditie gewijzigd. De gewijzigde inzichten geven reden de tijden met carbid te mogen schieten bij de jaarwisseling ook onafhankelijk van corona te beperken. In samenhang daarmee is het de wens van de politie de tijden regionaal gelijk te trekken. De tijden carbid te laten knallen liggen nu vast in lid 2 van artikel 2:73a, zie de leden 1 en 2: 1. Carbidschieten is verboden. 2. Het verbod is niet van toepassing wanneer het carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar, als: a. van tevoren een melding is gedaan aan het college; b. wordt voldaan aan de door het college gestelde voorschriften. Aanpassing van het tweede lid maakt het mogelijk ook de tijden voortaan door ons college vast te laten stellen. Die tijden kunnen dan afgestemd worden op de omstandigheden en inzichten van dat moment. Tevens kan ingespeeld worden op eventuele provinciale of regionale ontwikkelingen. Voorstel is daarom het tweede lid als volgt aan te passen: • Carbidschieten is verboden.
2
•
Het verbod is niet van toepassing op 31 december wanneer: a. van tevoren een melding is gedaan aan het college; b. het carbidschieten plaatsvindt op de door het college gestelde en bekend gemaakte tijden; c. wordt voldaan aan de overige door het college gestelde en bekend gemaakte voorschriften.
E. Aanpassing van artikel 2:74 (Drugshandel op straat) De politie heeft bij memo van 16 september 2021 verzocht dit artikel redactioneel aan te passen (zie bijlage 1). Om de mogelijkheden tot handhaving te versterken, wordt voorgesteld artikel 2:74 als volgt te wijzigen: Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan een openbare plaats post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan openbare plaatsen in of op een voertuig- of vaartuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, dan wel slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen of stimulerende middelen al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. F. Toevoegen van een artikel een voor publiek openstaand gebouw of erf te kunnen sluiten. Het Regionale Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) Noord heeft in opdracht van het college onderzoek uitgevoerd naar de weerbaarheid van de gemeentelijke organisatie tegen ondermijning. Het RIEC Noord heeft in augustus 2021 een rapport uitgebracht met de uitkomsten van deze weerbaarheidscan. Daarin staan ook aanbevelingen over de APV. Vrijwel alle artikelen die ingezet kunnen worden tegen ondermijning staan al in onze APV.
Het RIEC mist de volgende artikelen: • Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen Opname van dit artikel heeft meerwaarde. Voorstel is het artikel hierover in de APV van Leeuwarden (met enkele redactionele aanpassingen) over te nemen en als artikel 2:80 op te nemen in onze APV. • Vergunningplicht voor aangewezen risicovolle panden, gebieden of branches. De wenselijkheid van opname van een artikel hierover is nog in onderzoek. G. Overige redactionele aanpassingen. De VNG vestigt in de ledenbrief van 4 mei 2021 de aandacht op de nieuwe Alcoholwet (zie bijlage 2). Deze wet is op 1 juli 2021 in werking getreden. Deze wijziging moet in meerdere artikelen worden verwerkt door de naam van de ‘oude’ Drank- en Horecawet te vervangen door Alcoholwet. Daarnaast heeft de VNG in juni 2021 enkele redactioneel-technische wijzigingen doorgevoerd. Informatie daarover is te vinden op de website van de VNG. Deze wijzigingen zijn voor de APV 2021 Súdwest-Fryslân alleen voor artikel 3:7 relevant. Alternatieven: Bij zowel de nieuwe artikelen als de aanpassingen, is het mogelijk af te zien van opname/aanpassing. Deregulering kan daarvoor een argument zijn. De belangen van opname en aanpassing van deze artikelen, moeten naar ons oordeel echter zwaarder wegen. Risico’s: De wijziging van de APV is niet onderworpen aan een inspraakprocedure.
Dit is in lijn met artikel 2, lid 3, van de Inspraakverordening. De gevolgen van de wijzigingen zijn voor de samenleving van ondergeschikte betekenis. Beleidsinhoudelijk zitten er geen onderwerpen tussen die noodzaken tot inspraak. Het risico van inspraak af te zien, is dan ook nihil. De beperking van de tijden met carbid te schieten wordt verwerkt in het beleid. De carbidschietcomités worden hierover actief geïnformeerd. Kaders: De APV is voor een groot deel gebaseerd op de algemene verordende bevoegdheid van de gemeenteraad (artikel 149 Gemeentewet). Daarnaast staan in de APV bepalingen waarvoor de verordenende bevoegdheid is gebaseerd op andere wettelijke regelingen. Bij deze wijziging gaat het dan specifiek om de Alcoholwet.
3
Financiële aspecten/gevolgen: n.v.t. Duurzaamheid: n.v.t. Global Goals n.v.t. Vervolgproces: De wijziging van de APV wordt algemeen bekend gemaakt door elektronische publicatie op Overheid.nl. Monitoring en evaluatie: De APV wordt regelmatig geactualiseerd, waarbij gewijzigde inzichten aanleiding kunnen geven artikelen te wijzigen, toe te voegen of te schrappen. Gevolgen voor LTA: geen Communicatie en afstemming: De wijziging van de APV wordt algemeen bekend gemaakt door elektronische publicatie op Overheid.nl Bijlage(n) Bijlage 1: Memo aanpassing artikel 2:74 Bijlage 2: Ledenbrief VNG van 4 mei 2021
Meegezonden: Ter inzage: -
Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
P. Zondervan
4
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Verordening tot tweede wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 november 2021; gelet op artikel 149 Gemeentewet; overwegende dat de argumenten die in het raadsvoorstel zijn toegelicht, reden geven de Algemene Plaatselijke Verordening 2021 te wijzigen door meerdere artikelen toe te voegen of aan te passen; besluit: vast te stellen de Verordening tot tweede wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân I.
De Algemene plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân wordt gewijzigd als volgt: A. Artikel 2:29a komt te vervallen.
Bestaande tekst Artikel 2:29a Overgangsrecht Voor openbare inrichtingen, gelegen in gebied 2, waarvoor op 31 oktober 2014 ruimere sluitingstijden golden, blijft de toen geldende situatie van kracht gedurende een periode van vijf jaren, met uitsluiting van de bepalingen voor de sluitingstijden van terrassen.
Nieuwe tekst Vervallen
B. Na artikel 2:48 wordt een nieuw artikel 2:48a ingevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:48a Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woonen leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.
3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. C. Op de plaats van het vervallen artikel 2:51 (neerzetten van fietsen e.d.) wordt een nieuw artikel toegevoegd: Bestaande tekst Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. [vervallen]
Nieuwe tekst Artikel 2:51 Detectieverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats en/of openbaar water een metaaldetector, magneet (ten behoeve van magneetvissen) of enig ander voorwerp, bestemd voor het zoeken naar wapens en munitie, munten en andere voorwerpen, te gebruiken. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. degene aan wie een certificaat als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Erfgoedwet is verstrekt; b. opsporingsbedrijven die werken conform het Werkveldspecifieke certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE).
D. Artikel 2:73a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:73a Verbod carbidschieten 1. Carbidschieten is verboden. 2. Het verbod is niet van toepassing wanneer het carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar, als a. van tevoren een melding is gedaan aan het college;
b. wordt voldaan aan de door het college gestelde voorschriften. 3. Het college kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast, of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het tweede lid niet van toepassing is. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van strafrecht van toepassing zijn.
Nieuwe tekst Artikel 2:73a Verbod carbidschieten 1. Carbidschieten is verboden. 2. Het verbod is niet van toepassing wanneer het carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar, als: a. van tevoren een melding is gedaan aan het college; b. het carbidschieten plaatsvindt op de door het college gestelde en bekend gemaakte tijden; c. wordt voldaan aan de overige door het college gestelde en bekend gemaakte voorschriften. 3. Het college kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast, of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het tweede lid niet van toepassing is. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van strafrecht van toepassing zijn.
E. Artikel 2:74 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:10 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Nieuwe tekst Artikel 5:10 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan een openbare plaats post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan openbare plaatsen in of op een voertuig- of vaartuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, dan wel slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen of stimulerende middelen al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
F. Na artikel 2:79 wordt een nieuw artikel 2:80 ingevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:80 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen 1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten. 2. Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een document, waaruit dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf. 3. De burgemeester kan een sluiting op aanvraag van belanghebbenden opheffen, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zich niet zullen herhalen. 4. Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf verboden, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de wijze als bedoeld in het tweede lid, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven. 5. Het is een ieder verboden, nadat het bevel tot sluiting bekend gemaakt is op de wijze als bedoeld in het tweede lid, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven.
6. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.
G. De redactie van de artikelen genoemd in onderstaande tabel, aan te passen zoals aangegeven in de derde kolom van de tabel. Artikel(-lid)
Huidige redactie
Redactie na aanpassing
2:24, lid 1, onder d
het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester, tenzij voor de openbare inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet is verleend. In afwijking van het eerste lid kan de burgemeester bepalen dat een openbare inrichting waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet is verleend, verplicht is een exploitatievergunning aan te vragen indien deze openbare inrichting ernstige overlast veroorzaakt. Bijzondere bepalingen over paracommerciële horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b.
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake
het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
2:28, lid 1
2:28, lid 4
Hoofdstuk 2, afdeling 5, opschrift 2:34a, slotzin 2:48, lid 3
3:7, lid 1, onder h, onderdeel 1 3:7, lid 2
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester, tenzij voor de openbare inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is verleend. In afwijking van het eerste lid kan de burgemeester bepalen dat een openbare inrichting waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is verleend, verplicht is een exploitatievergunning aan te vragen indien deze openbare inrichting ernstige overlast veroorzaakt. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b.
betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt.
rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt. 3:7, lid 5
Na letter f. wordt toegevoegd: g. als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend.
H. Artikel 6:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 6:6 Inwerkingtreding nieuwe verordening Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
Nieuwe tekst Artikel 6:6 Inwerkingtreding nieuwe verordening 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt. Optioneel 2. Het nieuwe artikel 2:48a treedt in werking op een nader te bepalen en bekend te maken datum waarop de beletselen daarvoor zijn weggenomen.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 december 2021
mr. drs. J.A. de Vries
G.W. Stegenga
, voorzitter.
, griffier.