CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Verordening tot derde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2028 gemeente Súdwest-Fryslân

Raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Oardering 3e wiziging ‘APV’5.995 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R23.000070

*R23.000070* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Adviseur

Verordening tot derde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2018 gemeente Súdwest-Fryslân 22 juni 2023 Bestjoer en Finânsjes 8 juni 2023 Jannewietske de Vries Juridische en Veiligheidszaken Marjolein Heres

Voorstel: a. Vaststellen Verordening tot derde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2018 gemeente Súdwest-Fryslân. Samenvatting: Om onze APV actueel te houden, is het noodzakelijk om deze regelmatig te wijzigen. Sinds de laatste wijziging in december 2021 is het weer noodzakelijk om een aantal, vooral technische, wijzigingen door te voeren. Deze worden hieronder toegelicht. Argumenten: a. Verwerken van noodzakelijke en technische wijzigingen die zijn doorgevoerd in de model-APV door de VNG; b. Aanvullende noodzakelijke en technische wijzigingen; c. Redactionele verbeteringen en aanvullingen. A. Verwerken wijzingen model-APV Deze wijzigingen zijn onder meer toegelicht in ledenbrieven van de VNG en hebben hoofdzakelijk een formele achtergrond. Hieronder wordt per artikel toegelicht waarom de wijziging noodzakelijk is. ➢ Artikel 2:8 Straatverkoop Dit artikel is vervallen in de model-APV van de VNG. Bovendien wordt hier ook niet op gehandhaafd. In het kader van deregulering wordt voorgesteld om dit artikel te laten vervallen uit de APV. ➢ Artikel 2:26 en 2:50a APV Colorverbod Op 24 december 2021 is door de Hoge Raad bepaald dat artikel 2:50a APV in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting. Daarmee is artikel 2:50a APV onverbindend en dient daarom uit onze APV te worden gehaald. Het colorverbod staat ook opgenomen in artikel 2:26 APV.

Dit artikel zal daarom ook aangepast moeten worden. ➢ Artikel 2:32 en 2:48a APV Lachgasverbod Sinds 1 januari 2023 staat lachgas op lijst II van de Opiumwet. Het gebruik van lachgas en het mogelijke overlast daardoor valt daarmee nu onder de reikwijdte van artikel 2:74a APV (Openlijk drugsgebruik). Dat betekent dat artikel 2:48a APV kan vervallen. Ook mag het verkopen van lachgas niet in de APV blijven staan, omdat het nu op lijst II van de Opiumwet staat. Daarom dient artikel 2:32 ook aangepast te worden voor zover het gaat om de verkoop van lachgas.

1

➢ Artikel 2:65 APV Bedelarij Naar aanleiding van een uitspraak van het Europees Hof van Justitie is het noodzakelijk om artikel 2:65 aan te passen. Een algemeen verbod op het bedelen in een aangewezen gebied is in strijd met artikel 8 EVRM (het recht op de eerbiediging van het privéleven). Vanuit de VNG wordt voorgesteld om het motief ‘voorkomen of beëindiging van overlast’ toe te voegen aan artikel 2:65 APV. Daarmee wordt dan voldaan aan de mogelijkheid om dit grondrecht te beperken op grond van artikel 8 lid 2 EVRM. ➢ Artikel 5:10 APV Parkeren of laten stilstaan anders dan op de rijbaan Door zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie als het ministerie van Verkeer en Waterstaat is aangegeven dat deze bepaling in strijd is met artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Daarmee is feitelijke handhaving /strafbaarstelling op grond van artikel 5:10 APV onmogelijk. Het advies van de VNG is daarom om dit artikel te laten vervallen. Met deze wijziging willen wij dit advies overnemen en artikel 5:10 APV laten vervallen. B. Aanvullende technische en noodzakelijke wijzigingen Deze wijzigingen zijn op hoofdlijnen technisch van aard en zijn aangedragen vanuit de vakteams en getoetst. Hieronder worden deze wijzigingen kort per artikel toegelicht en waarom dit noodzakelijk is.

➢ Artikel 2:10 APV Voorwerpen op of aan de weg Bij de eerste wijziging is hier de mogelijkheid om een melding in te dienen ingevoerd en dat hiervoor nadere regels in voorbereiding waren. De opgestelde nadere regels zien op een vereenvoudigde afhandeling van meldingen die zien op het tijdelijk plaatsen van objecten die noodzakelijk zijn voor incidentele werkzaamheden (zoals een bouwcontainer of hoogwerker). De huidige formulering doet vermoeden dat overal een melding kan voor worden ingediend. Dat is niet wenselijk en niet zoals de melding is beoogd. De voorgestelde technische wijziging zorgt dat het artikel geformuleerd is zoals bedoeld. ➢ Artikel 2:12 APV Maken, veranderen uitweg Bij de eerste wijziging is de vergunningplicht omgezet in een meldingsplicht. Echter, bij aanvragen voor omgevingsvergunning voor het bouwen is soms ook de aanvraag gekoppeld voor het realiseren van een uitweg. Met alleen een meldingsplicht komt afdeling Vergunningen in de praktijk in de problemen met onder andere de termijnen. Daarom is een technische wijziging noodzakelijk. In deze wijziging blijft het uitgangspunt de meldingsplicht wanneer aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, maar is het mogelijk om ook een omgevingsvergunning te verlenen daar waar dat noodzakelijk is.

➢ Artikel 2:24 en 2:25 APV Evenementen Vanuit de afdeling Vergunningen, die APV aanvragen behandelt is het verzoek om een nieuwjaarsduik toe te voegen aan de definities van ‘evenement’. Een nieuwjaarsduik wordt zo een A-evenement. Hierdoor kan een dergelijke nieuwjaarsduik beter worden gereguleerd. Dit wordt opgenomen in artikel 2:24 APV. Daarnaast bestaat de wens om de administratieve voorwaarden voor bepaalde herdenkingsplechtigheden, waaronder 4-mei herdenkingen, te vereenvoudigen. Het voorstel is daarom om in artikel 2:25 op te nemen dat de burgemeester in nadere regels bepaalde evenementen (waaronder bepaalde herdenkingsplechtigheden) kan aanwijzen waarvoor een eenvoudigere procedure kan worden gevolgd. ➢ Artikel 2:51 APV Detectieverbod Het voorstel is om dit artikel te laten vervallen uit de APV. De regels voor het met een metaaldetector of magneet zoeken naar voorwerpen wordt voldoende gewaarborgd in hogere

2

regelgeving. Namelijk de Erfgoedwet en de Wet wapens en munitie. Voor nu volstaat dit voor het zoeken met een metaaldetector of magneet binnen de gemeente.

C. Redactionele verbeteringen en aanvullingen Daarnaast zijn er ook een aantal redactionele verbeteringen en aanvullingen. Deze spreken in beginsel zonder toelichting voor zichzelf. Soms betreft het een vereenvoudiging of wordt een foutje in de redactie van een artikel verbeterd. Ook vanuit de VNG zijn er verbeteringen. Bijvoorbeeld om daar waar ‘opheffing’ staat dit te wijzigen in ‘beëindiging’. In het raadsbesluit zijn deze opgenomen onder de letter M. Risico’s: Deze wijziging van de APV is niet onderworpen aan een inspraakprocedure. Dit is in lijn met artikel 2, derde lid van onze Inspraakverordening. De gevolgen van de wijzigingen zijn voor de samenleving van ondergeschikte betekenis en zijn soms ook verplicht naar aanleiding van hogere regelgeving. Financiën: Geen. Andere opties: Het is een optie om de voorgestelde wijzigingen niet door te voeren in de APV. Dit is echter niet wenselijk, omdat er dan artikelen in onze APV staan die in strijd zijn met hogere regelgeving. En daarnaast zorgt dat ervoor dat de medewerkers van de gemeente hun werk niet goed kunnen uitvoeren. Wettelijke basis: De artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a Gemeentewet. De APV is voor een groot deel gebaseerd op de algemene verordende bevoegdheid van de gemeenteraad (artikel 149 Gemeentewet).

Maar de APV bevat ook bepalingen waarvoor de verordenende bevoegdheid is gebaseerd op andere wettelijke bepalingen. Dit zijn: de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Alcoholwet, artikel 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet, artikel 64, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994. Global Goals: SGD 16 – Vrede, justitie en sterke publieke diensten. Het is wenselijk dat er in de gemeente Súdwest-Fryslân een duidelijke Algemene Plaatselijke Verordening is waarin de regels staan die binnen de gemeente gelden. Maar ook dat deze voldoet aan de hogere regelgeving. Daarom is het belangrijk om de APV geüpdatet te houden. Wie zijn betrokken: Team Vergunningen (APV), Team Ondersteuning en Advies, Team JVZ (en cluster OOV). Wijze van participatie: Er heeft geen inspraakprocedure plaatsgevonden. Intern zijn vakteams die te maken hebben met de APV gevraagd om input.

3

Digitale links naar informatiebronnen: n.v.t.

In welke fase: Uitvoerende fase Planning vervolg in de raad/LTA: N.v.t. Bijlage(n): N.v.t.

Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

drs. E.K. Strijker

4

, burgemeester.

, gemeentesecretaris.

Verordening tot derde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2018 gemeente Súdwest-Fryslân De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 april 2023; gelet op artikel 149 Gemeentewet en ook de artikelen 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet; tevens gelet op de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Alcoholwet, artikel 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet, artikel 64, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; overwegende dat de argumenten die in het raadsvoorstel zijn toegelicht reden geven de Algemene Plaatselijke Verordening 2018 te actualiseren; besluit vast te stellen de: Verordening tot derde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2018 gemeente SúdwestFryslân I.

De Algemene Plaatselijke Verordening 2018 gemeente Súdwest-Fryslân wordt gewijzigd als volgt:

A. Artikel 2:8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:8 Straatverkoop 1. Het is verboden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen het publiek te benaderen met het doel lid, klant of abonnee te worden, dan wel anderszins verplichtingen aan te gaan. 2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. B. Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als a. daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het college;

5

Nieuwe tekst Artikel 2:8 Straatverkoop Vervallen

Nieuwe tekst Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel

2.

3. 4.

5.

6.

7.

b. dat gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of c. dat gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Het college kan met het oog op de belangen in het eerste lid en in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:28a; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. Het verbod is voorts niet van toepassing op: a. vormen van reclame die passen binnen de door het college vastgestelde beleidsregels; b.

vormen van reclame indien met de aanbieder een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten die voorziet in de plaatsing daarvan; Het verbod is tevens niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Wegenverordening provincie Fryslân.

C. Artikel 2:12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als: a. daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of b. het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden.

6

2. 3.

4.

5.

6. 7.

een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:28a; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. Het verbod is voorts niet van toepassing op: a. vormen van reclame die passen binnen de door het college vastgestelde beleidsregels; b. vormen van reclame indien met de aanbieder een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten die voorziet in de plaatsing daarvan; c. bouwobjecten, mits daarvan uiterlijk vijf werkdagen van tevoren een melding is gedaan aan het college. Het college stelt nadere regels vast voor bouwobjecten zoals bedoeld in het vijfde lid, onder c. Het verbod is tevens niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Wegenverordening provincie Fryslân.

Nieuwe tekst Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. De vergunning wordt geweigerd indien: a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b. dat ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;

2. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking. 3. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als: a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b. dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 4. Het college kan met het oog op de belangen in het derde lid nadere regels stellen. 5. De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. 6. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Wegenverordening provincie Fryslân.

c.

3. 4.

5.

6.

7. 8.

9.

D. Artikel 2:24 lid 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:24 Definities 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling, wedstrijd of toertocht op of aan de weg of op het ijs; e. een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement); f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.

7

het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. Het college kan voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning. In afwijking van het eerste lid kan voor het maken of veranderen van een uitweg een melding worden gedaan indien: a. de uitweg aansluit op een 30 km weg binnen de bebouwde kom of een 60 km weg buiten de bebouwde kom; b. de uitweg niet door een parkeerplaats of openbaar groen gaat; c. het niet een extra uitweg betreft; d. het verkeer op de weg niet in gevaar wordt gebracht; en e. de uitweg niet over een waterweg gaat. De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning of een melding wordt in elk geval gedaan met een situatieschets van de gewenste uitweg, vanaf de weg tot aan de perceelgrens en een foto van de bestaande situatie. De uitweg wordt, op kosten van de aanvrager of melder, aangelegd door de gemeente. Het college kan voor het maken of veranderen van een uitweg, met het oog op de belangen in het tweede en vierde lid, nadere regels vaststellen.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Wegenverordening provincie Fryslân.

Nieuwe tekst Artikel 2:24 Definities 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling, wedstrijd of toertocht op of aan de weg of op het ijs; e. een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement); f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.

g.

E. Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:25 Vergunning evenementen 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd, voor zover voor het evenement een gebruiksmelding op grond van artikel 2:1, eerste lid van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Indien de aanvraag betrekking heeft op een wedstrijd of toertocht op de schaats, dient bij de aanvraag om vergunning een verklaring over de betrouwbaarheid van het ijs te worden aangeleverd van de IJswegencentrale(s) binnen wiens grondgebied de wedstrijd of toertocht wordt gehouden, 4. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 20 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan een melding heeft gedaan aan de burgemeester. 5. De melding voor een klein evenement wordt ingediend met een daarvoor vastgesteld formulier. 6. De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 7.

Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 8. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 10. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht

8

een nieuwjaarsduik.

Nieuwe tekst Artikel 2:25 Vergunning evenementen 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. De burgemeester kan bij nadere regels categorieën van evenementen aanwijzen waarvoor: a. geen vergunning is vereist; b. slechts een meldingsplicht is vereist; c. een vereenvoudigd vergunningsregime van toepassing is. 3. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd, voor zover voor het evenement een gebruiksmelding op grond van artikel 2:1, eerste lid van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 4. Indien de aanvraag betrekking heeft op een wedstrijd of toertocht op de schaats, dient bij de aanvraag om vergunning een verklaring over de betrouwbaarheid van het ijs te worden aangeleverd van de IJswegencentrale(s) binnen wiens grondgebied de wedstrijd of toertocht wordt gehouden, 5. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 20 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan een melding heeft gedaan aan de burgemeester. 6. De melding voor een klein evenement wordt ingediend met een daarvoor vastgesteld formulier. 7.

De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid te verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 8. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 9. Het vijfde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

10. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 11. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

F. Artikel 2:26 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. G. Artikel 2:32 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen 1. De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt. 2. Het is de exploitant verboden vanuit een openbare inrichting die gelegen is in een door de burgemeester tijdelijk aangewezen gebied, distikstofoxide (lachgas) te verkopen. 3. Het in het eerste lid gestelde geldt niet voor openbare verkopingen en veilingen. H. Artikel 2:48a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:48a Lachgasverbod (zie artikel 6.6, lid 2) 1.

Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen

9

Nieuwe tekst Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Nieuwe tekst Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen 1. De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt. 2. Het verbod geldt niet voor openbare verkopingen en veilingen.

Nieuwe tekst Artikel 2:48a Lachgasverbod (zie artikel 6.6, lid 2) Vervallen

daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woonen leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. I. Artikel 2:50a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. J.

Artikel 2:51 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:51 Detectieverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats en/of openbaar water een metaaldetector, magneet (ten behoeve van magneetvissen) of enig ander voorwerp, bestemd voor het zoeken naar wapens en munitie, munten en andere voorwerpen, te gebruiken. 2. Het verbod is niet van toepassing indien de metaaldetector of de magneet uitsluitend wordt gebruikt voor het hobbymatig zoeken naar munten en andere voorwerpen, niet zijnde wapens en munitie. 3. Het verbod is niet van toepassing op: a. degene aan wie een certificaat als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Erfgoedwet is verstrekt;

10

Nieuwe tekst Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Vervallen

Nieuwe tekst Artikel 2:51 Detectieverbod Vervallen

b. opsporingsbedrijven die werken conform het Werkveldspecifieke certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE). K. Artikel 2:65 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.

L. Artikel 5:10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan anders dan op de rijbaan 1. Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.

Nieuwe tekst Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.

Nieuwe tekst Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan anders dan op de rijbaan Vervallen

M. De redactie van de artikelen genoemd in onderstaande tabel, aan te passen zoals aangegeven in de derde kolom van de tabel:

Artikel(-lid)

Huidige redactie

Redactie na verbetering / aanvulling

1:4, lid 2

Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Een vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. voor de openbare inrichting een vergunning krachtens artikel 3 van de Drank- en Horecawet is vereist en die vergunning is geweigerd, ingetrokken, of de aanvraag om die vergunning buiten behandeling is gelaten.

Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

1:8, lid 1

2:28, lid 5, onder c

11

Een vergunning of ontheffing kan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu.

voor de openbare inrichting een vergunning krachtens artikel 3 van de Alcoholwet is vereist en die vergunning is geweigerd, ingetrokken, of de aanvraag om die vergunning buiten behandeling is gelaten.

2:28a, lid 4 2:28b, lid 2

2:42, lid 5

2:47, lid 2, onder b

2:51, lid 1

2:51, lid 3, aanhef 2:57a, lid 1, sub f 2:60 lid 1, aanhef

2:67, lid 2 2:68, onder a, sub 3 2:71, onder b

2:73, lid 2, onder b 2:78, lid 1

Het bevoegd bestuursorgaan kan nadere regels stellen. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid en van de leeftijdsgrens als bedoeld in het tweede lid met dien verstande dat de leeftijd van betrokkene niet lager mag zijn dan achttien jaar Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op aanplakborden die door het college zijn aangewezen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt. Het is verboden op een openbare plaats en/of openbaar water een metaaldetector, magneet (ten behoeve van magneetvissen) of enig ander voorwerp, bestemd voor het zoeken naar wapens en munitie, munten en andere voorwerpen, te gebruiken Het verbod is niet van toepassing op:

De burgemeester kan nadere regels stellen. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de leeftijdsgrens met dien verstande dat de leeftijd van de leidinggevende niet lager mag zijn dan achttien jaar.

op de overige wegen als de hond niet direct onder appèl staat Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: De burgemeester kan vrijstelling te verlenen van deze verplichtingen. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; consumentenvuurwerk: consumentenvuurwerk waarop het besluit van 22 januari 2002 houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (vuurwerkbesluit) van toepassing is. het carbidschieten plaatsvindt op de door het college gestelde en bekend gemaakte tijden; De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast,

op de overige wegen als de hond niet direct onder appel staat Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:

12

Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. Zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt. Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water een metaaldetector, magneet (ten behoeve van magneetvissen) of enig ander voorwerp, bestemd voor het zoeken naar wapens en munitie, munten en andere voorwerpen, te gebruiken Het verbod is ook niet van toepassing op:

De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; of Consumentenvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.

het carbidschieten plaatsvindt op de door het college gestelde en bekend gemaakte tijden; en 1De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of

2:79, lid 2, onder d 2:80, lid 4

2:80, lid 5

3:14, onder b 4:8

5:3, lid 3

5:4

5:12, lid 1

5:23, lid 2

het voorkomen of beperken van aantastingen van het woonleefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon een verbod opleggen zich op te houden in een in dat verbod aangewezen gebied gedurende het tijdvak en/of tijdstippen daarin genoemd. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf verboden, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de wijze als bedoeld in het tweede lid, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven. Het is een ieder verboden, nadat het bevel tot sluiting bekend gemaakt is op de wijze als bedoeld in het tweede lid, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten de daarvoor bestemde plaatsen. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.

Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen op de weg gelegen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel

13

beperken van aantastingen van het woonleefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon een verbod opleggen zich op te houden in een in dat verbod aangewezen gebied gedurende de daarin genoemde tijdvak(ken).

overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; of Het is de rechthebbende op het gebouw of het erf verboden, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de wijze als bedoeld in het tweede lid, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven. Het is een ieder verboden, nadat het bevel tot sluiting bekend gemaakt is op de wijze als bedoeld in het tweede lid, in een bij dit bevel gesloten gebouw of erf als bezoeker te verblijven. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; en Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats de natuurlijke behoefte te doen buiten de daarvoor bestemde plaatsen. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen op de weg gelegen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg

5:33, lid 4, onder b

II.

nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening ‘Stiltegebieden’ aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.

geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van artikel 1 van de Winkeltijdenwet binnen de bij of krachtens de Provinciale milieuverordening Fryslân aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2023. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 juni 2023.

mr. drs. J.A. de Vries

G.W. Stegenga

14

, voorzitter.

, griffier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12789600/1