Raadsvoorstel - Verordening op de heffing en invordering van sluisgelden 2025
Tekst van het document
Ons nummer: R24.000148
*R24.000148* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Behandelend team: Portefeuillehouder: Raadsommissie: Raadscommissie d.d.: Raadsvergadering:
Belastingen Henk de Boer Bestjoer en Finânsjes 5 december 2024 19 december 2024
Onderwerp:
Verordening op de heffing en invordering van sluisgelden 2025
Raadsvoorstel: Verordening op de heffing en invordering van sluisgelden 2025 vast te stellen. Samenvatting: Onder de naam “sluisgelden” worden rechten geheven voor alle vaartuigen waarvoor van gemeentewege sluizen (in Makkum en Workum) worden geopend of open worden gehouden. De Verordening sluisgelden is voor het laatst vastgesteld in 2019. Om aan te sluiten bij omliggende gemeenten is het wenselijk om de tarieven voor de sluisgelden te wijzigen. Inleiding: Elk jaar, vóór 1 januari, worden de meeste belastingverordeningen opnieuw vastgesteld. Bij de sluisgelden is dit niet het geval omdat dit zou leiden tot onhandzame tarieven. In 2019 is de Verordening sluisgelden voor het laatst vastgesteld. Global Goals: N.v.t. Argumenten: Het verhogen van de tarieven zal meer aansluiten bij omliggende gemeente Langs het IJsselmeer bevinden zich twee Friese gemeenten van waaruit je via de sluis de Friese binnenwateren kunt bereiken: Súdwest-Fryslân (SWF) en De Fryske Marren. In De Fryske Marren wordt naast sluisgelden ook bruggeld (€ 3,00) geheven, dit is in de gemeente SWF niet het geval. Tarieven 2024 Hele jaar doorvaart (sluis) Enkele doorvaart (sluis)
Gemeente SWF € 75,00 € 5,00
Gemeente Fryske Marren € 90,00 € 7,00
Het voorstel is om de tarieven van de sluisgelden te verhogen, zodat deze meer aansluiten bij de sluisgelden die de gemeente De Fryske Marren hanteert. De tarieven voor een enkele doorvaart blijft in de gemeente SWF voordeliger dan in de gemeente De Fryske Marren. Sluisgelden Makkum en Workum Per doorvaart Voor een abonnement, per kalenderjaar, per sluis
Rol en bevoegdheid: Bevoegdhedenverdeling.
1
2024 € 5,00 € 75,00
2025 € 6,00 € 90,00
Risico’s: Geen. Financiën: De tarieven voor de sluisgelden zijn dit jaar 45% kostendekkend. De opbrengst sluisgelden is voor 2025 begroot op € 85.673,-. Deze opbrengst is gebaseerd op ongewijzigde tarieven. Het percentage van de kostendekkendheid biedt mogelijkheid om de tarieven te verhogen. De verhoging van de tarieven leidt niet tot een volledige kostendekkendheid. De opbrengst voor een enkele doorvaart wordt ca. € 16.365,- hoger en voor abonnementen ca. € 1.200,-. Deze opbrengst is te weinig voor een begrotingswijziging. Juridisch: Artikel 229 van de Gemeentewet. Alternatieven: Als de Verordening sluisgelden 2025 niet wordt vastgesteld, blijft de Verordening sluisgelden 2020 gelden. Dit zal leiden tot een lagere opbrengst. Participatie en communicatie: Via wettelijke publicatie, aanslagbiljet en gemeentelijke website. Planning en vervolgproces: Jaarlijks op de agenda. Link(s) naar eerdere besluitvorming of (actieve) informatie: Verordening op de heffing en invordering van sluisgelden 2020 Bijlage(n): Niet van toepassing. Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
, burgemeester.
drs. E.K. Strijker
, gemeentesecretaris.
2
Verordening op de heffing en invordering van sluisgelden 2025 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2024; gelet op artikel 229 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van sluisgelden 2025 Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. abonnement: het recht om gedurende de periode 1 april tot 1 november, tijdens reguliere bedieningstijden, gebruik te maken van de in artikel 2 bedoelde diensten, zonder daarvoor een recht per doorvaart verschuldigd te zijn; b. bedieningstijden: de tijden waarop de bruggen, regulier worden bediend zoals vastgesteld in de “Nadere regels bedieningstijden bruggen en sluizen gemeente Súdwest-Fryslân”; c. vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd is of geschikt is voor het vervoer te water van persoon of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam “sluisgeld” worden rechten geheven voor alle vaartuigen waarvoor van gemeentewege de sluizen in Makkum en Workum worden geopend of open worden gehouden. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is degene op wiens aanvraag de in artikel 2 bedoelde dienst wordt verleend.
Artikel 4 Vrijstelling Het sluisgeld wordt niet geheven voor: a. volg- en bijboten behorende tot vaartuigen, waarvoor sluisgeld verschuldigd is, mits zij daaraan zijn bevestigd; b. vaartuigen in directe dienst van het rijk, de provincie, het waterschap of de gemeente; c. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt. Artikel 5 Tarieven Het recht als bedoeld in artikel 2 voor de sluizen in Makkum en Workum bedraagt per vaartuig: a. per doorvaart € 6,-; b. voor een abonnement, per kalenderjaar, per sluis € 90,-. Artikel 6 Belastingjaar Met betrekking tot het sluisgeld dat per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing Het sluisgeld wordt geheven bij wege van aanslag dan wel mondelinge of schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of ander schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van een schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
3
Artikel 8 Termijn van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de sluisgelden worden betaald: a. bij een mondelinge kennisgeving, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. bij een schriftelijk kennisgeving die wordt uitgereikt, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving; c. bij een schriftelijke kennisgeving die wordt toegezonden, binnen een maand na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van de sluisgelden wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2025. 2. De ‘Verordening sluisgelden 2020’ van 21 november 2019 wordt ingetrokken. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan blijft de verordening sluisgelden 2020 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening sluisgelden 2025.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 december 2024.
mr. drs. J.A. de Vries
, voorzitter.
G.W. Stegenga
, griffier.
4