CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2026

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2026’2.118 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R25.000137

*R25.000137* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Team Portefeuillehouder Raadscommissie Raadscommissie Raadsvergadering

: : : : :

Belastingen Henk de Boer Bestjoer en Finânsjes 4 december 2025 18 december 2025

Onderwerp

:

Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2026

Raadsvoorstel: Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2026 vast te stellen. Samenvatting: Tijdens de behandeling van de Programmabegroting 2026 op 13 november 2025 zijn er verschillende amendementen ingediend, waarbij er ook een amendement is aangenomen over de verordening rioolheffing 2026. Rioolheffing wordt opgelegd aan eigenaren en gebruikers van een perceel dat direct of indirect op de riolering is aangesloten. Met de opbrengst van de rioolheffing worden de kosten die de gemeente heeft voor gemeentelijke watertaken gedekt. De tarieven voor deze heffing moeten jaarlijks opnieuw worden berekend. De tarieven van de rioolheffing stijgen na het amendement woonlasten van 13 november 2025 met 2,7%. Dit heeft gevolgen voor de kostendekkend zoals genoemd in de Programmabegroting 2026. Inleiding: Jaarlijks moeten de tarieven voor de rioolheffing voor 1 januari worden berekend. De berekening wordt gedaan aan de hand van de begrote kosten die voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken worden gemaakt. Global Goals: Niet van toepassing. Argumenten: De opbrengst van de rioolheffing mag maar aan één doel worden uitgegeven, te weten: de gemeentelijke watertaken. Ter dekking van deze taken wordt onder de naam rioolheffing een belasting geheven. De hoofdlijnen van de kosten(ontwikkeling) omtrent de watertaken zijn beschreven in het Watertakenplan.

De kosten voor 2026 zijn geraamd op € 10.563.166,-. De stijging ten opzichte van 2025 komt door de kosten(ontwikkeling) in het Watertakenplan en indexering. Daarnaast zijn in het kader van de kansrijke sporen de toegerekende kosten van de afvalstoffenheffing en rioolheffing tegen het licht gehouden. Daaruit is gebleken dat de uren die besteed worden aan straatreiniging niet toegerekend zijn aan de heffingen. Voor de rioolheffing gaat het om € 300.000. Bij de behandeling van de voorjaarsnota bleek dat de raad de laatst genoemde kosten (€ 300.000 aan uren straatreiniging) niet mee wenste te nemen in de heffing. Het kostendekkingspercentage daalde daardoor naar 97%. In het amendement woonlasten bij de vaststelling van de programmabegroting op 13 november 2025 is besloten dat de tariefstijging van de rioolheffing naar 2,7% wordt aangepast. In het amendement is hiervoor een minderopbrengst van € 167.121 opgenomen.

1

Het verschil tussen begrote kosten en begrote opbrengst bedraagt € 467.121. Het dekkingspercentage van de rioolheffing daalt van 100% in 2025 naar 96% in 2026. Rioolheffing

Totale kosten €

Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Subtotaal Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW Totaal

Totale opbrengst €

Dekking %

-10.096.045

96%

-8.498.331 -8.498.331 - 412.778 -1.652.057 -10.563.166

De tarieven stijgen met 2,7% en worden als volgt gewijzigd: 2026 2025 Eigenaren woningen en niet€ 136,10 € 132,52 woningen Gebruikers woningen € 80,88 € 78,72 Gebruikers niet-woningen € 181,56 € 176,76 Eigenaren garageboxen € 27,23 € 26,51 Gebruikers garageboxen € 16,08 € 15,60 Rol en bevoegdheid: De raad is bevoegd dit besluit te nemen krachtens artikel 216 van de Gemeentewet. Risico’s: Uitgangspunt voor de heffing is het Watertakenplan (WTP, raad 9-3-2023). In het WTP wordt vooruitgekeken tot en met 2075. Deze lange periode is gehanteerd om inzicht te krijgen in grote pieken in investeringen en die op te kunnen vangen c.q. daar op te kunnen anticiperen. In de periode 2040-2050 wordt een investeringspiek voorzien. Om deze op te kunnen vangen zal de rioolheffing moeten stijgen. Na 2050 wordt op basis van de kennis van nu, voorzien in een daling van de rioolheffing. Als nu de rioolheffing minder stijgt dan zal dit in de komende jaren moeten worden ingehaald, met een grotere jaarlijkse stijging tot gevolg. Er kan ook worden gekozen om het tekort met eigen middelen aan te vullen. Dit betreft een afwijking van het vastgestelde WTP. De middelen kunnen dan niet worden ingezet voor andere beleidsterreinen. Tenslotte kunnen de ambities van het WTP worden bijgesteld. Dit kan invloed hebben op bijvoorbeeld het tempo van te treffen maatregelen tegen klimaatontwikkeling.

Het WTP wordt per 2028 opnieuw opgesteld, daar zullen bovenstaande opties aan de orde komen. Voor de heffing geldt dat het een gesloten systeem betreft. Mocht de heffing hoger uitvallen dan benodigd, bijvoorbeeld door lagere kosten of een toename van een aantal eigenaarsaanslagen, dan blijft de meeropbrengst gereserveerd voor de betreffende heffing. Het vervalt niet in de algemene middelen. Financiën: De tarieven van 2025 hebben geleid tot een meeropbrengst door een stijging in het aantal opgelegde aanslagen. Bij de berekening van de minderopbrengst is hiermee in het amendement geen rekening gehouden. Op basis van het aantal aanslagen van 2025 en een tariefstijging van 2,7% wordt de werkelijke opbrengst ingeschat op € 10.210.000. Dit is € 113.995 meer dan begroot. Juridisch: Artikel 228a van de Gemeentewet. Alternatieven: Alternatieven ten opzichte van bovenstaand voorstel levert een meer- of minderopbrengst op ten

2

opzichte van de begrote opbrengst Participatie en communicatie: Informeren d.m.v. wettelijke publicatie, informatiefolder bij het aanslagbiljet en via de gemeentelijke website. Planning en vervolgproces: Jaarlijks volgens planning. Link(s) naar eerdere besluitvorming of (actieve) informatie: Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2025 Besluitenlijst raadsvergadering gemeente SWF 13-11-2025 Bijlage(n): Niet van toepassing. Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

, burgemeester.

drs. C. Smits

, gemeentesecretaris.

3

Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2026 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 november 2025; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2026 Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. garagebox: een zelfstandige opstal met een oppervlakte van maximaal 25 m², bedoeld en als zodanig in gebruik om volledig dienstbaar aan woondoeleinden te dienen, terwijl vanuit de opstal enkel hemelwater wordt afgevoerd; b. niet-woning: een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient dan wel volledig dienstbaar is aan woondoeleinden noch aan te merken is als garagebox zoals onder a.; c. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen, waaronder ook gemeentelijk oppervlaktewater, voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater;

Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Artikel 3

Belastbaar feit en belastingplicht

1. De belasting wordt geheven: a. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en b. van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. 2. Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3. Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b. degene die een gedeelte van een perceel voor gebruik heeft afgestaan; c. degene die een perceel beschikbaar heeft gesteld voor volgtijdig gebruik.

4

Artikel 4

Voorwerp van de belasting

1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken, met dien verstande dat de eigendommen, die deel uitmaken van een in artikel 16, onderdeel e van de wet bedoelde onroerende zaak, als zelfstandige onroerende zaken worden aangemerkt; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.

Artikel 5 Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, dan wel gebruiker is, van een object dat in de WOZ-administratie als objectomschrijving begraafplaats, bouwterrein, gasdistributiestation, drinkwaterzuiveringsinstallatie, geldautomaat / pinautomaat, gemaal, hoogspanningsmast, ongebouwd, overig ongebouwd, parkeerterrein/-plaats, rioolwaterzuiveringsinstallatie, sportterrein, stroomdistributiestation, telefooncentrale, trafo, uitkijkpost, volkstuin, waterleidingstation, windmolen of zendmast heeft. Artikel 6 Maatstaf van heffing rioolheffing De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. Artikel 7

Belastingtarieven

1. Het tarief voor het eigenarendeel bedraagt: a. voor woningen en niet-woningen € 136,10 per jaar; b. voor garageboxen € 27,23 per jaar. 2. Het tarief voor het gebruikersdeel bedraagt: a. voor woningen € 80,88 per jaar; b. voor niet-woningen € 181,56 per jaar; c. voor garageboxen € 16,08 per jaar. 3. Voor de toepassing van dit artikel is sprake van een woning indien de waarde van het perceel in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van het perceel die dienen tot woning of volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. 4. Onder waarde wordt verstaan de op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde, of bij het ontbreken daarvan en voor roerende zaken de waarde die met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld.

Artikel 8 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt per aanslag geheven. Artikel 10

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

5

2. Als de belastingplicht voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over de nog volle kalendermaanden die er na aanvang van de belastingplicht in dat belastingjaar overblijven. 3. Als de belastingplicht voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor het aantal nog volle kalendermaanden die in dat belastingjaar nog overblijven. Dit geldt niet als het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. Indien de rioolheffing met andere heffingen is verenigd op één aanslag, wordt het totaalbedrag aangemerkt als één belastingbedrag. Als dit bedrag minder is dan € 10 vindt geen invordering plaats. Artikel 11

Termijnen van betaling

1. De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen. 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 vervalt de eerste termijn op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De tweede termijn twee maanden later. 3. De verschuldigde bedragen kunnen ook door middel van automatische betalingsincasso worden afgeschreven overeenkomstig de voorwaarden gesteld in het 'Reglement voor de automatische incasso van de gemeentelijke belastingen in de gemeente Súdwest-Fryslân'. De aanslagen moeten dan worden betaald in acht gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen in de voorgaande leden.

Artikel 12

Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. 2. De Verordening rioolheffing 2025 van 19 december 2024 wordt ingetrokken. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan blijft de Verordening rioolheffing 2025 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rioolheffing 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.

mr. drs. J.A. de Vries

, voorzitter.

G.W. Stegenga

, griffier.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16289974/1