CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2025

Raadsvergadering 19 december 2024, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: ‘Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2025’2.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R24.000159

*R24.000159* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Behandelend team: Portefeuillehouder: Raadscommissie: Raadscommissie d.d.: Raadsvergadering:

Belastingen Henk de Boer Bestjoer en Finânsjes 5 december 2024 19 december 2024

Onderwerp:

Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2025

Raadsvoorstel: De verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2025 vast te stellen Samenvatting: Naar aanleiding van een screening van de verordening rioolheffing 2024 worden twee aanpassingen in de verordening rioolheffingen 2025 voorgesteld: - Begripsomschrijving garagebox concreter maken - Bij aansluiten Wet WOZ uitzondering maken voor recreatieterreinen Daarnaast zijn de tarieven gewijzigd zodat de begrote opbrengst gegenereerd zal worden. Inleiding: Elk jaar moeten de tarieven rioolheffing voor 1 januari opnieuw worden berekend. De berekening wordt gedaan aan de hand van de begrote kosten die voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken worden gemaakt Global Goals: Niet van toepassing Argumenten: Rioolheffing hoeft geen individueel (perceelsgebonden) belang te dienen. Het is een bestemmingsheffing, waarbij sprake moet zijn van een aanwijsbare collectieve tegenprestatie. Deze tegenprestatie is voor de rioolheffing het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken. Screening rioolheffing In 2015 heeft de gemeenteraad naar aanleiding van een onderzoek naar alternatieven gekozen voor het huidige tariefsysteem.

Dit bestaat uit vaste bedragen verdeeld over de categorieën: • eigenaren woningen en niet-woningen; • gebruikers woningen; • gebruikers niet-woningen; • eigenaren garageboxen en • gebruikers garageboxen Het tariefsysteem is de afgelopen tien jaar niet gewijzigd. Daarom is dit jaar een screening gedaan van de huidige verordening rioolheffing. De gemeente heeft de vrijheid om een heffingsmaatstaf te bepalen die zij het best bij de plaatselijke praktijk vindt passen. In 2015 is de afweging voor de huidige heffingsmaatstaf gemaakt op basis van de drie volgende uitgangspunten: 1. de profijthebber betaalt; 2. stabiliteit van de inkomsten; 3. lage inningskosten.

Bovenstaande uitgangspunten zijn nog steeds belangrijk bij de heffing van de rioolheffing. Bij de screening zijn de veel voorkomende alternatieve heffingssystemen voor de rioolheffing geanalyseerd en vergeleken met het huidige heffingsmaatstaf in Súdwest-Fryslân. In de bijlage Heffingsmaatstaven zijn de meest voorkomende maatstaven toegelicht. De heffingsmaatstaf die Súdwest-Fryslân hanteert (een vast bedrag gedifferentieerd naar objectsoort) sluit nog steeds het beste aan bij de benoemde uitgangspunten stabiliteit van de inkomsten en lage inningskosten. Ook betaalt de profijthebber de rekening omdat iedereen (eigenaren en gebruikers) profijt heeft van de uitvoering van de gemeentelijke watertaken. Het gaat bij rioolheffing immers om een collectieve tegenprestatie. Aanpassingen in de verordening Naar aanleiding van de screening worden de twee volgende wijzigingen in de verordening rioolheffing 2025 voorgesteld: 1. Artikel 1, onderdeel a: Begripsomschrijving garagebox concreter maken Vanaf 2015 wordt voor losse garageboxen rioolheffing geheven. Daarvoor was voor deze garageboxen een vrijstelling als de gebruiker van de garagebox ook rioolheffing betaalde voor de woning. Het gaat dan om losse garageboxen die vergelijkbaar zijn met garages bij woningen.

Voor garages bij woningen wordt geen extra rioolheffing geheven omdat deze garages onderdeel zijn van hetzelfde perceel als de woning. Op grond hiervan heeft de gemeenteraad voor garageboxen destijds een tarief vastgesteld dat op 20% van het woningtarief ligt. In artikel 1, onderdeel a is in de huidige verordening de begripsbeschrijving van de garagebox als volgt gedefinieerd: een zelfstandige opstal, bedoeld en als zodanig in gebruik, voor het stallen van (motor)voertuigen en/of het opslaan van goederen, zonder dat dit een bedrijfsmatig doel dient, en deze opstal in de uitvoering van de Wet WOZ als garagebox wordt aangemerkt, terwijl vanuit de opstal enkel hemelwater wordt afgevoerd. Deze omschrijving blijkt in de praktijk niet voldoende duidelijk en leidt tot bezwaren. Daarom wordt voorgesteld de begripsomschrijving te wijzigen in: een zelfstandige opstal met een oppervlakte van maximaal 25 m², bedoeld en als zodanig in gebruik om volledig dienstbaar aan woondoeleinden te dienen, terwijl vanuit de opstal enkel hemelwater wordt afgevoerd. Hiermee sluit de omschrijving aan op wat hier bij de invoering van het tarief mee bedoeld werd: losse garageboxen die vergelijkbaar zijn met garages bij woningen. Door deze aanpassing zullen zo’n 100 garages niet meer onder de tarieven voor garages vallen omdat deze groter dan 25 m² zijn.

De eigenaren en gebruikers van deze garages die hierdoor te maken krijgen met een belastingverhoging zullen hiervan persoonlijk op de hoogte worden gesteld. 2.

Artikel 4, lid 2, onderdeel a: Bij aansluiten Wet WOZ uitzondering maken voor recreatieterreinen Voor de afbakening van perceel is in artikel 4, lid 2, onderdeel a aangesloten bij de WOZobjectafbakening. Het gebruik van de WOZ-objectafbakening zorgt voor uniformering en duidelijkheid. Recreatieterreinen die als zodanig worden geëxploiteerd worden in de Wet WOZ als samenstel (één WOZ-object) gezien. En omdat voor de rioolheffing aangesloten is bij de WOZ-objectafbakening wordt het perceel ook voor de rioolheffing afgebakend als een samenstel. Voor een recreatieterrein, dat een samenstel is, met bijvoorbeeld 50 vakantiewoningen word slechts eenmaal een aanslag rioolheffing eigendom en gebruik opgelegd. Dit is onwenselijk omdat voor vakantiewoningen op parken die op grond van de WOZ-objectafbakening niet onder de regeling van recreatieterreinen vallen (omdat de vakantiewoningen in particulier eigendom zijn) wel afzonderlijk

rioolheffing opgelegd wordt. Het profijt van de gemeentelijke watertaken is per vakantiewoning niet verschillend. Daarom wordt voorgesteld om de WOZ-afbakening voor recreatieterreinen uit te zonderen voor afbakening van het perceel voor de rioolheffing. Vakantiehuisjes op het recreatieterrein worden dan als zelfstandige percelen afgebakend. Binnen de gemeente gaat het om 8 recreatieterreinen die voortaan opgesplitst worden in 116 zelfstandige percelen. De rioolheffing is 100% kostendekkend, dus een toename van het aantal percelen kan niet leiden tot een hogere opbrengst. Doordat voor de zelfstandige vakantiewoningen op recreatieterreinen voortaan bijgedragen wordt komt er een eerlijkere lastenverdeling. De eigenaren en gebruikers van de vakantiewoningen die hierdoor te maken krijgen met een belastingverhoging zullen hiervan persoonlijk op de hoogte worden gesteld. Aanpassing tarieven In de programmabegroting 2025 zijn op 14 november jl. de kosten voor 2025 voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken vastgesteld op € 9.820.833,-. De stijging ten opzichte van 2024 komt door de kosten(ontwikkeling) in het Watertakenplan en indexering. De kostendekking van de rioolheffing is 100%. Door de stijging van de kosten stijgen de tarieven rioolheffing met 3,3%.

Deze stijging is gematigd naar 2,8% door de aanpassingen in de verordening in de begripsomschrijving van garageboxen en in de afbakening voor recreatieterreinen. Deze verhoging is in de verordening in artikel 7 verwerkt. Ten opzichte van 2024 zijn de tarieven als volgt gewijzigd: 2025 2024 Eigenaren € 132,52 € 128,86 Gebruikers woningen € 78,72 € 76,56 Gebruikers niet-woningen € 176,76 € 171,84 Eigenaren garageboxen € 26,51 € 25,78 Gebruikers garageboxen € 15,60 € 15,24 De rioolheffing maakt samen met de afvalstoffenheffing en OZB deel uit van de woonlasten. Deze lasten geven de belastingdruk van woningen aan. Uitgaande van de voorgestelde tarieven levert dit in vergelijking met 2024 een stijging van de woonlasten van 4% op. Rol en bevoegdheid: Bevoegdhedenverdeling Risico’s: Er zijn geen risico’s. Met de vaststelling van de voorgestelde tariefsverhoging sluiten we aan bij de vastgestelde programmabegroting. Financiën: Na vaststelling van deze verordening zal de in de begroting opgenomen opbrengst gerealiseerd worden. Juridisch: Artikel 228a van de Gemeentewet. Alternatieven: Binnen kaders van de wet zijn ook andere maatstaven en tariefdifferentiaties mogelijk. Het wijzigen van een maatstaf van heffing (bijvoorbeeld van vast bedrag naar heffing op grond van de WOZ-waarde) en ook het wijzigen van de tariefdifferentiatie heeft echter altijd gevolgen voor de belastingdruk.

Als een bepaalde groep minder belasting gaat betalen, moet een andere groep meer betalen.

Participatie en communicatie: Informeren via wettelijke publicatie, aanslagbiljet en via de gemeentelijke website. Planning en vervolgproces: Jaarlijks volgens planning. Link(s) naar eerdere besluitvorming of (actieve) informatie: Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2024 Bijlage(n): 1. Heffingsmaatstaven Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

, burgemeester.

drs. E.K. Strijker

, gemeentesecretaris.

Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2025 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2024; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2025 Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. garagebox: een zelfstandige opstal met een oppervlakte van maximaal 25 m², bedoeld en als zodanig in gebruik om volledig dienstbaar aan woondoeleinden te dienen, terwijl vanuit de opstal enkel hemelwater wordt afgevoerd; b. niet-woning: een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient dan wel volledig dienstbaar is aan woondoeleinden noch aan te merken is als garagebox zoals onder a.; c. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen, waaronder ook gemeentelijk oppervlaktewater, voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater;

Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Artikel 3

Belastbaar feit en belastingplicht

1. De belasting wordt geheven: a. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en b. van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. 2. Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3. Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;

b. degene die een gedeelte van een perceel voor gebruik heeft afgestaan; c. degene die een perceel beschikbaar heeft gesteld voor volgtijdig gebruik.

Artikel 4

Voorwerp van de belasting

1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken, met dien verstande dat de eigendommen, die deel uitmaken van een in artikel 16, onderdeel e van de wet bedoelde onroerende zaak, als zelfstandige onroerende zaken worden aangemerkt; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.

Artikel 5 Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, dan wel gebruiker is, van een object dat in de WOZ-administratie als objectomschrijving begraafplaats, bouwterrein, gasdistributiestation, drinkwaterzuiveringsinstallatie, geldautomaat / pinautomaat, gemaal, hoogspanningsmast, ongebouwd, overig ongebouwd, parkeerterrein/-plaats, rioolwaterzuiveringsinstallatie, sportterrein, stroomdistributiestation, telefooncentrale, trafo, uitkijkpost, volkstuin, waterleidingstation, windmolen of zendmast heeft. Artikel 6 Maatstaf van heffing rioolheffing De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. Artikel 7

Belastingtarieven

1. Het tarief voor het eigenarendeel bedraagt: a. voor woningen en niet-woningen € 132,52 per jaar; b. voor garageboxen € 26,51 per jaar. 2. Het tarief voor het gebruikersdeel bedraagt: a. voor woningen € 78,72 per jaar; b. voor niet-woningen € 176,76 per jaar; c. voor garageboxen € 15,60 per jaar. 3. Voor de toepassing van dit artikel is sprake van een woning indien de waarde van het perceel in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van het perceel die dienen tot woning of volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. 4. Onder waarde wordt verstaan de op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde, of bij het ontbreken daarvan en voor roerende zaken de waarde die met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld. Artikel 8 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 10

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Als de belastingplicht voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over de nog volle kalendermaanden die er na aanvang van de belastingplicht in dat belastingjaar overblijven. 3. Als de belastingplicht voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor het aantal nog volle kalendermaanden die in dat belastingjaar nog overblijven. Dit geldt niet als het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen rioolheffingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 11

Termijnen van betaling

1. De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen. 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 vervalt de eerste termijn op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De tweede termijn twee maanden later. 3. De verschuldigde bedragen kunnen ook door middel van automatische betalingsincasso worden afgeschreven overeenkomstig de voorwaarden gesteld in het 'Reglement voor de automatische incasso van de gemeentelijke belastingen in de gemeente Súdwest-Fryslân'. De aanslagen moeten dan worden betaald in acht gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen in de voorgaande leden.

Artikel 12

Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2025. 2. De Verordening rioolheffing 2024 van 21 december 2023 wordt ingetrokken. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan blijft de Verordening rioolheffing 2024 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rioolheffing 2025. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 december 2024.

mr. drs. J.A. de Vries

, voorzitter.

G.W. Stegenga

, griffier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14829190/1