Raadsvoorstel - Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2026
Tekst van het document
Ons nummer: R25.000131
*R25.000131* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Team Portefeuillehouder Raadscommissie Raadscommissie Raadsvergadering
: : : : :
Belastingen Henk de Boer Bestjoer en Finânsjes 4 december 2025 18 december 2025
Onderwerp
:
Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2026
Raadsvoorstel: Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2026 vast te stellen. Samenvatting: Tijdens de behandeling van de Programmabegroting 2026 op 13 november 2025 zijn er verschillende amendementen ingediend, waarbij er ook een amendement is aangenomen over de verordening reinigingsheffingen 2026. De verordening reinigingsheffingen bestaat uit twee verschillende heffingen: 1. Afvalstoffenheffing wordt opgelegd aan huishoudens voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. 2. Reinigingsrechten worden opgelegd aan bedrijven die gebruik maken van de diensten van de gemeente op het gebied van het inzamelen en verwerken van klein bedrijfsafval. De tarieven voor deze heffingen moeten jaarlijks opnieuw worden berekend. Dit gebeurt aan de hand van de begrote kosten die voor de afvalverwijdering worden gemaakt. De tarieven van de afvalstoffenheffing stijgen na het amendement woonlasten van 13 november 2025 met 2,7%. Dit heeft gevolgen voor de kostendekkend zoals genoemd in de Programmabegroting 2026. De tarieven voor de reinigingsrechten stijgt met 3,3%. Inleiding: Jaarlijks moeten de tarieven voor de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten opnieuw worden berekend. De berekening wordt gedaan aan de hand van de begrote kosten die door de afvalverwijdering worden gemaakt. Global Goals: Niet van toepassing.
Argumenten: Afvalstoffenheffing De opbrengst van de afvalstoffenheffing mag alleen besteed worden aan de wettelijke taken ten aanzien van inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. De kosten binnen het taakveld zijn gestegen ten opzichte van 2025 in verband met een indexering van 1,5%, hogere verwerkingskosten afval van 1,5% en een vervallen korting die wij in 2025 nog wel van Omrin kregen. Daarnaast zijn in het kader van de kansrijke sporen de toegerekende kosten van de afvalstoffenheffing en rioolheffing tegen het licht gehouden. Daaruit is gebleken dat de uren die besteed worden aan straatreiniging niet toegerekend zijn aan de heffingen. Voor de afvalstoffenheffing gaat het om € 300.000. Bij de behandeling van de voorjaarsnota bleek dat de raad de laatst genoemde kosten (€ 300.000 aan uren straatreiniging) niet mee wenste te nemen in de heffing. Het kostendekkingspercentage daalde daardoor naar 98%.
1
In het amendement woonlasten bij de vaststelling van de programmabegroting op 13 november 2025 is besloten dat de tariefstijging van de afvalstoffenheffing naar 2,7% wordt aangepast. In het amendement is hiervoor een minderopbrengst van € 263.301 opgenomen. Het verschil tussen begrote kosten en begrote opbrengst bedraagt € 563.301. Het dekkingspercentage van de afvalstoffenheffing daalt van 100% in 2025 naar 95% in 2026. Afvalstoffenheffing
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Subtotaal Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW Totaal
Totale opbrengst €
Dekking %
-11.756.966
95%
-10.541.771 632.142 -9.909.629 -990.812 -1.419.826 -12.320.267
De tarieven stijgen met 2,7% en worden als volgt gewijzigd: 2026 Eénpersoonshuishouden € 251,04 Meerpersoonshuishouden € 300,60 Recreatiewoningen € 251,04 Extra container € 219,12
2025 € 244,44 € 292,68 € 244,44 € 213,36
Reinigingsrechten Met betrekking tot de reinigingsrechten is in de programmabegroting 2026 vastgesteld dat de kosten voor materiaal, afvoer en indexering zijn gestegen. Dit levert voor de reinigingsrechten een tariefstijging op van 3,3%. In de tarieventabel bij de verordening is deze vastgestelde verhoging verwerkt in de tarieven van artikel 3 en 4. De jaartarieven worden als volgt gewijzigd (exclusief BTW): 2026 Bedrijfsafval € 414,48 Extra container € 125,40
2025 € 401,20 € 121,36
Rol en bevoegdheid: De raad is bevoegd dit besluit te nemen krachtens artikel 216 van de Gemeentewet. Risico’s: Uitgangspunt voor de heffing is de volledige kosten worden doorberekend in het tarief (Programmabegroting 2024). Als nu de afvalstoffenheffing minder stijgt dan zal dit in de komende jaren moeten worden ingehaald, met een grotere jaarlijkse stijging tot gevolg. Dit is een aanvullende stijging naast de financiële gevolgen van Buitendienst Bolsward, Milieustraat Koudum en jaarlijkse inflatie. Er kan ook worden gekozen om het tekort met eigen middelen aan te vullen. Dit betreft een afwijking van het besluit van de Programmabegroting 2024. De middelen kunnen dan niet worden ingezet voor andere beleidsterreinen. Tenslotte kunnen de ambities rond Afvalinzameling worden bijgesteld. De afvalstoffenheffing betreft een gesloten systeem. Mocht de heffing hoger uitvallen dan benodigd, bijvoorbeeld door lagere kosten, dan blijft de meeropbrengst gereserveerd voor de betreffende heffing. Het vervalt niet in de algemene middelen. Financiën:
2
Na vaststelling van deze verordening zal de in de begroting opgenomen opbrengst worden gerealiseerd. Juridisch: Artikel 229 van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de wet Milieubeheer. Alternatieven: Alternatieven ten opzichte van bovenstaand voorstel levert een meer- of minderopbrengst op ten opzichte van de begrote opbrengst. Participatie en communicatie: Informeren door middel van wettelijke publicatie en gemeentelijke website. Planning en vervolgproces: Jaarlijks op de agenda. Link(s) naar eerdere besluitvorming of (actieve) informatie: Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2025 Besluitenlijst raadsvergadering gemeente SWF 13-11-2025 Bijlage(n): 1. Was/wordt lijst voor tarieventabel reinigingsheffingen 2026 Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.
mr. drs. J.A. de Vries
, burgemeester.
drs. C. Smits
, gemeentesecretaris.
3
Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2026 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 november 2025; gelet op artikel 229 van de Gemeentewet en artikel 15.33 Wet Milieubeheer; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2026
Hoofdstuk I
Algemene bepalingen
Artikel 1 Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden geheven: a. een afvalstoffenheffing; b. reinigingsrechten.
Artikel 2 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; b. grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.
Hoofdstuk II
Afvalstoffenheffing
Artikel 3
Aard van de belasting en belastbaar feit
1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven voor het gebruik maken van een perceel waarvoor op grond van de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 4
Voorwerp van de belasting
1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
4
d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 5 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel waarvoor op grond van de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in artikel 1 en 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt per aanslag geheven. Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor de volle kalendermaanden die na aanvang van de belastingplicht in dat belastingjaar overblijven. 3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor het aantal volle kalendermaanden die in dat belastingjaar overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
Artikel 10
Termijnen van betaling
1. De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen. 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 vervalt de eerste termijn op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De tweede termijn vervalt twee maanden later. 3. De verschuldigde bedragen kunnen ook door middel van automatische betalingsincasso worden afgeschreven overeenkomstig de voorwaarden gesteld in het ‘Reglement voor de automatische incasso van de gemeentelijke belastingen in de gemeente Súdwest-Fryslân’. De aanslagen moeten dan worden betaald in acht gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen in de voorgaande leden.
Hoofdstuk III
Reinigingsrechten
5
Artikel 11 Belastbaar feit Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel 12 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 13
Maatstaf van heffing en belastingtarief
1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in artikel 3 en 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 14 Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 15
Wijze van heffing
1. De rechten bedoeld in artikel 3 van de tarieventabel worden geheven per aanslag. Per belastbaar feit kan een afzonderlijke aanslag worden opgelegd. 2. De rechten in artikel 4 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Dit bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 16 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1. De rechten bedoeld in artikel 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor de volle kalendermaanden die na aanvang van de belastingplicht in dat belastingjaar overblijven. 3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor het aantal volle kalendermaanden die in dat belastingjaar overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.
Artikel 17 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten in artikel 4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 18
Termijnen van betaling
1. De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 vervalt de eerste termijn op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De tweede termijn vervalt twee maanden later.
6
3. De verschuldigde bedragen kunnen ook door middel van automatische betalingsincasso worden afgeschreven overeenkomstig de voorwaarden gesteld in het ‘Reglement voor de automatische incasso van de gemeentelijke belastingen in de gemeente Súdwest-Fryslân’. De aanslagen moeten dan worden betaald in acht gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De reinigingsrechten in artikel 4 van de tarieventabel, moeten worden betaald: a. bij een mondelinge kennisgeving, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. bij een schriftelijk kennisgeving die wordt uitgereikt, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving; c. bij een schriftelijke kennisgeving die wordt toegezonden, binnen een maand na de dagtekening van de kennisgeving. 5. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk IV
Aanvullende bepalingen
Artikel 19
Kwijtschelding
1. De invorderingsambtenaar kan kwijtschelding verlenen als bedoeld in de Verordening Kwijtschelding Gemeentelijke Belastingen 2023. 2. Kwijtschelding wordt overeenkomstig de Verordening Kwijtschelding Gemeentelijke Belastingen 2023 verleend voor de heffing in artikel 1, onderdeel 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 3. Voor de heffing in artikel 1 onderdeel 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt alleen kwijtschelding verleend wanneer sprake is van: • gezinnen die bestaan uit 6 personen of meer; • medische redenen. Dit moet blijken uit een bewijsstuk van de zorgverzekeraar, de apotheek of een recept waaruit blijkt dat als gevolg van ziekte en/of handicap extra afval wordt aangeboden. 4. Er wordt geen kwijtschelding verleend voor de rechten als bedoeld in artikel 2, 3 en 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 20
Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. 2. De Verordening Reinigingsheffingen 2025 van 19 december 2024 wordt ingetrokken. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan blijft de Verordening Reinigingsheffingen 2025 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Reinigingsheffingen 2026.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.
mr. drs. J.A. de Vries
, voorzitter.
G.W. Stegenga
, griffier.
7
Tarieventabel Reinigingsheffingen 2026 behorende bij de “Verordening Reinigingsheffingen 2026”.
Algemeen De bedragen in deze tabel zijn exclusief omzetbelasting (BTW) indien deze verschuldigd is (artikel 3 en 4).
Artikel 1 1.
2.
Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing
De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar: a.
als het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, als de belastingplicht op een latere datum in het belastingjaar aanvangt, wordt gebruikt door één persoon
€ 251,04
b.
als het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, als de belastingplicht op een latere datum in het belastingjaar aanvangt, wordt gebruikt door twee of meer personen
€ 300,60
c.
als het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, als de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, niet het hoofdverblijf van de belastingplichtige is.
€ 251,04
De belasting bedraagt voor het in bruikleen hebben van één extra container van 240 liter bestemd voor huishoudelijk restafval per jaar
€ 219,12
Artikel 2
Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing
Onverminderd het bepaalde in artikel 1, wordt belasting geheven over de volgende diensten: 1.
Inzamelen grofvuil (reguliere grofvuilroute) a.
Het inzamelen van maximaal 2 m³ grofvuil per keer van particuliere huishoudingen tijdens een reguliere grofvuilroute,
€ 24,10
b.
Wanneer tijdens een reguliere grofvuilroute meer dan 2 m³ grofvuil wordt ingezameld, bedraagt de belasting voor elke halve m³ of gedeelte daarvan boven de 2 m³
€ 25,70
c.
Het inzamelen van maximaal 2 m³ snoeiafval (takken en struiken) en/of maximaal 2 m³ elektrische en elektronische apparatuur tijdens de grofvuilroute
Gratis
d.
Wanneer tijdens een reguliere grofvuilroute meer dan 2 m³ snoeiafval en/of meer dan 2 m³ elektrische en elektronische apparatuur wordt ingezameld, bedraagt de belasting voor elke halve m³ of gedeelte daarvan boven de (gratis) 2 m³
€ 25,70
8
2.
3.
4.
Inzamelen huishoudelijke afvalstoffen of grofvuil (op aanvraag) a.
De belasting bedraagt voor het op aanvraag inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen of grofvuil, per keer
€ 84,85
b.
vermeerderd met een bedrag voor elke halve m³ of gedeelte daarvan, van
€ 25,70
Achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of grofvuil op een Milieustraat a.
Het achterlaten van maximaal 2 m³ aan huishoudelijke afvalstoffen of grofvuil, in een op een “Milieustraat” geplaatste container is voor inwoners van de gemeente die de belasting betalen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, maximaal 12 keer per jaar
gratis
b.
Het achterlaten van maximaal 2 m³ aan huishoudelijke afvalstoffen of grofvuil in een op een “Milieustraat” geplaatste container bedraagt voor inwoners van de gemeente die geen belasting betalen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, maximaal 12 keer, per keer
€ 9,00
c.
Wanneer vaker dan 12 keer per jaar huishoudelijke afvalstoffen of grofvuil in een op een “Milieustraat” geplaatste container wordt achtergelaten, bedraagt de belasting voor elke halve m³ of gedeelte daarvan
€ 25,70
d.
Wanneer meer dan 2 m³ huishoudelijke afvalstoffen of grofvuil wordt achtergelaten, bedraagt de belasting voor elke halve m³ of gedeelte daarvan boven de (gratis) 2 m³
€ 25,70
Extra of omruilen containers voor groente-, fruit- en tuinafval.
€ 31,40
De belasting bedraagt voor het op aanvraag in bruikleen verkrijgen van een extra container van 240 liter bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, of voor het op aanvraag omruilen van een 140 liter container naar een 240 liter container bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval per verkregen of omgeruilde container.
Artikel 3
Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrechten
1.
Het recht bedraagt per belastingjaar voor het periodiek verwijderen van een beperkte hoeveelheid bedrijfsafval in minicontainers met een inhoud van niet meer dan 240 liter, per minicontainer
2.
Wanneer voor een bij een bedrijfspand gelegen perceel een afvalstoffenheffing wordt geheven, is het recht onder 1 eerst verschuldigd voor de tweede en volgende minicontainer.
3.
Wanneer naast het periodiek verwijderen van een beperkte hoeveelheid bedrijfsafval in minicontainers met een inhoud van niet meer dan 240 liter, periodiek groente-, fruit- en tuinafval via GFT-containers met een inhoud van niet meer dan 240 liter wordt verwijderd, dan bedraagt, in afwijking van het recht onder 1 per container, het recht voor de eerste minicontainer en de eerste GFTcontainer (zgn. stel) tezamen eveneens per jaar
9
€ 414,48
€ 414,48
4.
Het recht bedraagt per belastingjaar voor het op aanvraag in bruikleen verkrijgen van een (extra) container van 240 liter bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, per container
Artikel 4
€ 125,40
Maatstaven en tarieven overige reinigingsrechten
Het recht bedraagt voor: 1.
het beschikbaar stellen en het gebruik van 1100 liter container, in het kader van de zogenaamde containerroute, per maand
€ 19,67
2.
het ledigen van een 1100 liter container in het kader van de zogenaamde containerroute, per keer
€ 33,18
3.
het incidenteel beschikbaar stellen, gebruiken en ledigen van een 1100 liter container, per keer
€ 89,01
4.
overige diensten voor zover daarvoor in deze verordening geen afzonderlijk tarief is vermeld: a.
de inzet van personeel, per uur
€ 54,30
b.
de inzet van een veegmachine, per uur
€ 53,06
c.
de inzet van een huisvuilwagen (zijlader), per uur
€ 48,64
d.
de inzet van een huisvuilwagen (achterlader), per uur
€ 40,50
e.
de inzet van een vrachtwagen (met en zonder kraan), per uur
€ 40,91
f.
de inzet van een kleine auto, per uur
€ 18,02
5.
Een recht per uur kan gesplitst worden in gedeelten van een uur, waarbij een gedeelte van een kwartier voor een vol kwartier gerekend wordt.
6.
De rechten in onderdeel 4, onder a, worden verhoogd a.
indien de diensten worden verricht op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag tussen 00.00 en 07.00 uur en tussen 18.00 en 24.00 uur, met
75%
b.
indien de diensten worden verricht op zondag, zaterdag, Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen en de dagen waarop de verjaardag van de Koning en de bevrijding 1940-1945 worden gevierd, met
100%
Behoort bij raadsbesluit van 18 december 2025, De griffier van Súdwest-Fryslân
10