CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2022

Raadsvergadering 23 december 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2022’1.808 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R21.000218

*R21.000218* O.0000001E

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team Behandelend ambtenaar

Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2022 23 december 2021 Bestjoer en Finânsjes 9 december 2021 G. Wielinga Belastingen S. Tiesma

Voorstel: De Verordening reinigingsheffingen 2022 vaststellen. Inleiding: Jaarlijks moeten de tarieven voor de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten opnieuw worden berekend. Dit aan de hand van de begrote kosten die voor de afvalverwijdering worden gemaakt. Doel: Het aanpassen van de verordening en tarieventabel om de begrote opbrengst te genereren. Argumenten: In de paragraaf lokale heffingen in de programmabegroting is kostendekking van de afvalstoffenheffing vastgesteld op 96%. Op grond van de programmabegroting 2022 is de begrote opbrengst voor de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten ongewijzigd ten opzichte van 2021. De opbrengst is vastgesteld op € 10.437.659,-. In verband met de areaaluitbreiding en de ongewijzigde begrote opbrengst stellen wij voor om de jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing met 1% te verlagen. Dit levert de volgende tarieven op: éénpersoonshuishouden meerpersoonshuishouden recreatiewoningen extra container

2021 € 227,52 € 272,28 € 227,52 € 198,48

2022 € 225,24 € 269,64 € 225,24 € 196,56

In de memo ‘wijzigingen belastingverordeningen 2022’ staat aangegeven welke effecten deze tarieven hebben op de woonlasten. In verband met de gelijkblijvende begrote opbrengst stellen wij voor de overige tarieven in de tarieventabel reinigingsheffingen 2022 niet te wijzigen. Alternatieven: Alternatieven ten opzichte van bovenstaand voorstel levert een meer- of minderopbrengst op ten opzichte van de begrote opbrengst.

1

Risico’s: Geen. Kaders: Artikel 229 van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer Financiële aspecten/gevolgen: Na vaststelling van deze verordening zal de in de begroting opgenomen opbrengst gerealiseerd worden. Duurzaamheid: n.v.t. Global Goals n.v.t. Vervolgproces: Geen. Monitoring en evaluatie: n.v.t. Gevolgen voor LTA: n.v.t. Communicatie en afstemming: wettelijke publicatie en informatiekrant bij de aanslag gemeentelijke heffingen Bijlage(n) Meegezonden: - tarieventabel Reinigingsheffingen 2022 Ter inzage: - n.v.t.

Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

P. Zondervan

2

, burgemeester.

, gemeentesecretaris.

Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2022 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 november 2021; gelet op artikel 229 van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2022 Hoofdstuk I

Algemene bepalingen

Artikel 1 Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden geheven: a. een afvalstoffenheffing; b. reinigingsrechten. Artikel 2 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; b. grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.

Hoofdstuk II

Afvalstoffenheffing

Artikel 3

Aard van de belasting en belastbaar feit

1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 4 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in artikel 1 en 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. Artikel 9

Termijnen van betaling

1. De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen. 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 vervalt de eerste termijn op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De tweede termijn vervalt twee maanden later. 3. De verschuldigde bedragen kunnen ook door middel van automatische betalingsincasso worden afgeschreven overeenkomstig de voorwaarden gesteld in het ‘Reglement voor de automatische incasso van de gemeentelijke belastingen in de gemeente Súdwest-Fryslân’. De aanslagen moeten dan worden betaald in acht gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen in de voorgaande leden.

Hoofdstuk III

Reinigingsrechten

Artikel 10 Belastbaar feit Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel 11 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 12

Maatstaf van heffing en belastingtarief

1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in artikel 3 en 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 13 Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 14

Wijze van heffing

1. De rechten bedoeld in artikel 3 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. 2. De rechten bedoeld in artikel 4 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 15 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1. De rechten bedoeld in artikel 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.

Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. Artikel 16 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in artikel 4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 17

Termijnen van betaling

1. De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 vervalt de eerste termijn op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De tweede termijn vervalt twee maanden later. 3. De verschuldigde bedragen kunnen ook door middel van automatische betalingsincasso worden afgeschreven overeenkomstig de voorwaarden gesteld in het ‘Reglement voor de automatische incasso van de gemeentelijke belastingen in de gemeente Súdwest-Fryslân’. De aanslagen moeten dan worden betaald in acht gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

4. De reinigingsrechten als bedoeld in artikel 14, tweede lid, moeten worden betaald, ingeval de kennisgeving: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen een maand na de dagtekening van de kennisgeving. 5. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Hoofdstuk IV

Aanvullende bepalingen

Artikel 18

Kwijtschelding

1. Er wordt kwijtschelding (als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990) verleend voor de rechten als bedoeld in artikel 1, onderdeel 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de rechten bedoeld in artikel 1, onderdeel 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt alleen kwijtschelding (als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990) verleend wanneer er sprake is van: • gezinnen die bestaan uit 6 personen of meer, • medische redenen. Dit moet blijken uit een medische verklaring van huisarts of medisch specialist waarin is aangegeven dat als gevolg van een chronische ziekte of handicap extra afval wordt aangeboden. 3. Er wordt geen kwijtschelding (als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990) verleend voor de rechten als bedoeld in artikel 2, 3 en 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 19

Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. 2. De Verordening Reinigingsheffingen 2021 van 17 december 2020 wordt ingetrokken. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan blijft de Verordening Reinigingsheffingen 2021 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Reinigingsheffingen 2022.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 december 2021

mr. drs. J.A. de Vries

G.W. Stegenga

, voorzitter.

, griffier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10841730/1