CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2025

Raadsvergadering 19 december 2024, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: ‘Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2025’1.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R24.000138

*R24.000138* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Behandelend team: Portefeuillehouder: Raadsommissie: Raadscommissie d.d.: Raadsvergadering:

Belastingen Henk de Boer Bestjoer en Finânsjes 5 december 2024 19 december 2024

Onderwerp:

Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2025

Raadsvoorstel: De verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2025 vast te stellen. Samenvatting: Gemeenten heffen precariobelasting als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. Dit geldt bijvoorbeeld voor het plaatsen van voorwerpen op, boven of onder de gemeentegrond. De opbrengsten van deze belasting gaan naar de algemene middelen. De verordening precariobelasting wordt elk jaar vóór 1 januari vastgesteld om in lijn te blijven met de begroting en de eventueel veranderende wet- en regelgeving. Inleiding: Elk jaar wordt de verordening precariobelasting geactualiseerd. Dit is van belang zodat de verordening aansluit bij de begrote opbrengst. Global Goals: N.v.t. Argumenten: Op 14 november 2024 heeft de Raad de programmabegroting 2025 vastgesteld. In deze programmabegroting is de begrote opbrengst voor de precariobelasting voor terrassen in 2025, ten opzichte van 2024, verhoogd met 4,3%. In de verordening precariobelasting 2025 wordt dit besluit tot uitvoering gebracht door middel van een tariefsverhoging. Daarom stellen wij voor de tarieven precariobelasting voor terrassen te verhogen met 4,3% (afgrond op € 0,05). Dit levert de volgende tarieven per vierkante meter op:

Jaartarieven A-locatie B-locatie Dagtarief

2024

2025

€ 29,60 € 19,75 € 1,15

€ 30,85 € 20,60 € 1,20

A-locatie: Bolsward, Heeg, Hindeloopen, IJlst, Koudum, Makkum, Sneek, Stavoren, Workum en Woudsend. B-locatie: overige locaties In de verordening zijn tevens redactionele aanpassingen gedaan om aan te sluiten bij wet- en regelgeving en de uitvoeringspraktijk.

1

Rol en bevoegdheid: Bevoegdhedenverdeling. Risico’s: Geen. Financiën: De verhoging van de tarieven is al verwerkt in de programmabegroting. Juridisch: Artikel 228 van de gemeentewet. Alternatieven: Het niet verhogen van de tarieven leidt tot een minderopbrengst ten opzichte van de begroting. Een andere optie sluit niet aan bij de vastgestelde opbrengst uit de programmabegroting. Participatie en communicatie: Via wettelijke publicatie, aanslagbiljet en gemeentelijke website. Planning en vervolgproces: Jaarlijks op de agenda. Link(s) naar eerdere besluitvorming of (actieve) informatie: Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2024 Bijlage(n): N.v.t. Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

, burgemeester.

drs. E.K. Strijker

, gemeentesecretaris.

2

Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2025 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2024; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2025 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. dag: een periode van 24 uren, vanaf 00.00 uur, of een gedeelte daarvan; b. jaar: een kalenderjaar; c. vergunning: een geregistreerd document waarin het gemeentebestuur toestemming verleend voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond te hebben.

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Artikel 3

Belastingplicht

1. De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend wordt de precariobelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger.

Artikel 4

Maatstaf van heffing en belastingtarief

1. De precariobelasting voor een terras, bedraagt per vierkante meter (m²): a. per jaar: I. op A-locatie € 30,85; II. op B-locatie € 20,60. b. per dag € 1,20 2. De A-locaties in het eerste lid zijn Bolsward, Heeg, Hindeloopen, IJlst, Koudum, Makkum, Sneek, Stavoren, Workum en Woudsend. Artikel 5 Berekening van de precariobelasting 1. Voor de berekening van de belasting in artikel 4 wordt uitgegaan van de grootste buitenwerkse maten en wordt, indien meer dan één voorwerp door eenzelfde belastingplichtige wordt gehouden en deze naar maatschappelijke opvattingen bij elkaar horen, voor de berekening van de belasting de tussenliggende ruimte mede in aanmerking genomen.

3

2. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de maten in de vergunning. 3. De precariobelasting wordt berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. Artikel 6 Belastingtijdvak 1. Het belastingtijdvak betreft de aaneengesloten periode in een kalenderjaar waarin het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan. 2. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend. 3. Bij een vergunning met een geldigheidsduur langer dan het kalenderjaar, is het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de precariobelasting verschuldigd voor de volle kalendermaanden die na de aanvang van de belastingplicht in het kalenderjaar overblijven. 3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de volle kalendermaanden die na het einde van de belastingplicht in het kalenderjaar overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,-. 4. Voor belastingbedragen tot € 10,- vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen precariobelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 9

Termijnen van betaling

1. De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen. 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 vervalt de eerste termijn op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De tweede termijn twee maanden later. 3. De verschuldigde bedragen kunnen ook door middel van automatische betalingsincasso worden afgeschreven overeenkomstig de voorwaarden gesteld in het 'Reglement voor de automatische incasso van de gemeentelijke belastingen in de gemeente Súdwest-Fryslân'. De aanslagen moeten dan worden betaald in acht gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen in de voorgaande leden.

Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

4

Artikel 11

Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2025. 2. De Verordening precariobelasting 2024 van 23 november 2023 wordt ingetrokken. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan blijft de Verordening precariobelasting 2024 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting 2025.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 december 2024,

mr. drs. J.A. de Vries

, voorzitter.

G.W. Stegenga

, griffier.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14829249/1