CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2026

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2026’1.232 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: R25.000130

*R25.000130* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort

Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Team Portefeuillehouder Raadscommissie Raadscommissie Raadsvergadering

: : : : :

Belastingen Henk de Boer Bestjoer en Finânsjes 4 december 2025 18 december 2025

Onderwerp

:

Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2026

Raadsvoorstel: de verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2026 vast te stellen. Samenvatting: De verordening precariobelasting wordt elk jaar vóór 1 januari vastgesteld om in lijn te blijven met de programmabegroting en de eventueel gewijzigde wet- en regelgeving. Voorgesteld wordt om de tarieven zoals die vastgesteld zijn in de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting 2026 formeel vast te leggen in de verordening precariobelasting 2026. In de verordening zijn tevens redactionele aanpassingen gedaan om beter aan te sluiten bij de uitvoeringspraktijk. Inleiding: Gemeenten heffen precariobelasting als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. Dit geldt voor het plaatsen van voorwerpen op, boven of onder de gemeentegrond. De opbrengsten van deze belasting komen ten goede aan de algemene middelen. Elk jaar wordt de verordening precariobelasting geactualiseerd. Dit is van belang zodat de verordening aansluit bij de begrote opbrengst in de programmabegroting. Door vaststelling van de verordening ontstaat een rechtsgeldige grondslag voor de heffingen. Global Goals: N.v.t. Argumenten: In de programmabegroting 2026 is de begrote opbrengst voor de precariobelasting voor terrassen in 2026, ten opzichte van 2025, verhoogd met 2,7%.

In de verordening precariobelasting 2026 wordt dit besluit tot uitvoering gebracht door middel van een tariefsverhoging.

Jaartarieven A-locatie B-locatie Dagtarief

2025

2026

€ 30,85 € 20,60 € 1,20

€ 31,70 € 21,15 € 1,25

A-locatie: Bolsward, Heeg, Hindeloopen, IJlst, Koudum, Makkum, Sneek, Stavoren, Workum en Woudsend. B-locatie: overige locaties.

1

In de verordening zijn tevens redactionele aanpassingen gedaan om beter aan te sluiten bij de uitvoeringspraktijk. Rol en bevoegdheid: De gemeenteraad is bevoegd dit besluit te nemen krachtens artikel 216 van de Gemeentewet. Risico’s: Geen. Financiën: De verhoging van de tarieven is al verwerkt in de programmabegroting 2026. Juridisch: Artikel 228 van de gemeentewet. Alternatieven: Het niet verhogen van de tarieven leidt tot een minderopbrengst ten opzichte van de begroting. Een andere optie sluit niet aan bij de vastgestelde opbrengst uit de programmabegroting. Participatie en communicatie: Via wettelijke publicatie (Bekendmakingswet), aanslagbiljet en gemeentelijke website. Planning en vervolgproces: Jaarlijks op de agenda. Link(s) naar eerdere besluitvorming of (actieve) informatie: Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2025 Bijlage(n): N.v.t. Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

mr. drs. J.A. de Vries

, burgemeester.

drs. C. Smits

, gemeentesecretaris.

2

De verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2026 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2025; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2026

Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. dag: een periode van 24 uren, vanaf 00.00 uur, of een gedeelte daarvan; b. jaar: een kalenderjaar; c. vergunning: een geregistreerd document waarin het gemeentebestuur toestemming verleend voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond te hebben.

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Artikel 3

Belastingplicht

1. De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend wordt de precariobelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger.

Artikel 4

Maatstaf van heffing en belastingtarief

1. De precariobelasting voor een terras, bedraagt per vierkante meter (m²): a. per jaar: I. op A-locatie € 31,70; II. op B-locatie € 21,15. b. per dag € 1,25 2. De A-locaties in het eerste lid zijn Bolsward, Heeg, Hindeloopen, IJlst, Koudum, Makkum, Sneek, Stavoren, Workum en Woudsend. Artikel 5 Berekening van de precariobelasting 1. Voor de berekening van de belasting in artikel 4 wordt uitgegaan van de grootste buitenwerkse maten en wordt, indien meer dan één voorwerp door eenzelfde belastingplichtige wordt gehouden en deze naar maatschappelijke opvattingen bij elkaar horen, voor de berekening van de belasting de tussenliggende ruimte mede in aanmerking genomen. 2. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de maten in de vergunning. 3. De precariobelasting wordt berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

3

Artikel 6 Belastingtijdvak 1. Het belastingtijdvak betreft de aaneengesloten periode in een kalenderjaar waarin het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan. 2. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend. 3. Bij een vergunning met een geldigheidsduur langer dan het kalenderjaar, is het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De precariobelasting wordt per aanslag geheven. Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de precariobelasting verschuldigd voor de volle kalendermaanden die na de aanvang van de belastingplicht in het kalenderjaar overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ont- heffing voor de volle kalendermaanden die na het einde van de belastingplicht in het kalenderjaar overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10. 4. Indien de precariobelasting met andere heffingen is verenigd op één aanslag, wordt het totaalbedrag aangemerkt als één belastingbedrag. Als dit bedrag minder is dan € 10 vindt geen invordering plaats. Artikel 9

Termijnen van betaling

1. De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen. 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 vervalt de eerste termijn op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De tweede termijn twee maanden later. 3. De verschuldigde bedragen kunnen ook door middel van automatische betalingsincasso worden afgeschreven overeenkomstig de voorwaarden gesteld in het 'Reglement voor de automatische incasso van de gemeentelijke belastingen in de gemeente Súdwest-Fryslân'. De aanslagen moeten dan worden betaald in acht gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen in de voorgaande leden.

Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11

Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. 2. De Verordening precariobelasting 2025 van 19 december 2024 wordt ingetrokken. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan blijft de Verordening precariobelasting 2025 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.

4

mr. drs. J.A. de Vries

, voorzitter.

G.W. Stegenga

, griffier.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16257953/1