Raadsvoorstel - Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2025
Tekst van het document
Ons nummer: R24.000143
*R24.000143* BLANCOCaseKlantCodeCaseKlantSoort
Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân Behandelend team: Portefeuillehouder: Raadsommissie: Raadscommissie d.d.: Raadsvergadering:
Belastingen Henk de Boer Bestjoer en Finânsjes 5 december 2024 19 december 2024
Onderwerp:
Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2025
Raadsvoorstel: Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2025 vast te stellen. Samenvatting: In de verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen zijn jaarlijks, voor 1 januari, aanpassingen nodig die zorgen voor aansluiting bij jurisprudentie, uitvoeringspraktijk en de begrote opbrengst. Het wettelijk maximumbedrag voor de naheffingsaanslag is aangepast. Ons voorstel is om hier bij aan te sluiten en daar de verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen op aan te passen. Ook stellen wij de raad voor om de parkeertarieven van artikel 1 uit de tarieventabel met 4,3% te verhogen. Dit percentage bestaat uit 2,3% inflatie en een extra verhoging van 2% in het kader van de kansrijke sporen die bij de meeste belasting wordt doorgevoerd. In de verordening zijn tevens redactionele aanpassingen gedaan om aan te sluiten bij wet- en regelgeving en de uitvoeringspraktijk. Inleiding: Elk jaar wordt de verordening parkeerbelasting geactualiseerd. De aanpassingen zijn jaarlijks, voor 1 januari nodig om aan te sluiten bij de jurisprudentie, uitvoeringspraktijk en de begrote opbrengst. Global Goals: Niet van toepassing. Argumenten: Verhogen kosten naheffingsaanslag In artikel 10 van de verordening worden de kosten van de naheffingsaanslag vastgesteld.
Deze naheffingsaanslag wordt opgelegd aan parkeerders die niet of te weinig parkeerbelasting betaald hebben (in de volksmond ‘de parkeerboete’). De naheffingsaanslag bestaat uit een uurtarief parkeerbelasting en het kostenbedrag uit artikel 10. Het op te leggen kostenbedrag mag niet meer zijn dan de kosten die de gemeente maakt voor het opleggen van de naheffingsaanslag. Er wordt echter elk jaar een wettelijk maximumbedrag vastgesteld. De minister van BZK heeft bekend gemaakt dat het wettelijk maximumbedrag van dit kostenbedrag per 2025 € 78,80 bedraagt. De kosten die de gemeente maakt voor het opleggen van een naheffingsaanslag liggen hoger (zie bijlage kostprijsberekening naheffingsaanslag 2025). Daarom is het voorstel om het wettelijke maximumbedrag over te nemen en het kostenbedrag van de naheffingsaanslag per 1 januari 2025 vast te stellen op € 78,80 per naheffingsaanslag. In 2024 was het kostenbedrag € 76,70. Dit was toen het wettelijke maximum.
1
Aanpassen parkeertarieven In 2024 zijn de tarieven eenmalig verhoogd met 20% en vervolgens jaarlijks te indexeren. In het bijgevoegd raadsvoorstel en -besluit wordt voorgesteld om de tarieven van artikel 1 uit de tarieventabel, met uitzondering van het maximaal dagtarief, met 4,3% te verhogen. Het maximale dagtarief is gebaseerd op het tarief van een maandabonnement zoals te zien in artikel 2 lid 1 onder c. Omdat deze tarieven voor 2025 niet wijzigen, wordt deze nu niet meegenomen in de verhoging. De tarieven uit de tarieventabel met betrekking tot de parkeervergunningen worden meegenomen in de evaluatie 2025. De implementatie van het nieuwe systeem duurt langer dan vooraf gedacht. Zodra het systeem volledig operationeel is zullen er wijzigingen in de tarieven per 2026 worden voorgesteld. Uitzondering hierop zijn de tarieven in het eerste lid, onderdeel d en het tweede lid, onderdeel b. Deze tarieven waren gelijk gesteld aan 8 uur parkeren bij een parkeerautomaat (artikel 1). Nu de tarieven in artikel 1 stijgen, wordt voorgesteld ook de tarieven in artikel 2 eerste lid, onderdeel d en tweede lid, onderdeel b evenredig te laten stijgen. Rol en bevoegdheid: Bevoegdhedenverdeling Risico’s: Geen risico’s. Financiën: Door de tarieven te verhogen met 4,3% zal de werkelijke opbrengst stijgen. Juridisch: Artikel 225 van de Gemeentewet.
Alternatieven: Een alternatief is om de verordening op de heffing en invordering van de parkeerbelastingen 2025 niet aan te passen. In dat geval blijft de verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2024 gelden. Participatie en communicatie: Via wettelijke publicatie, aanslagbiljet en gemeentelijke website. Planning en vervolgproces: Jaarlijks op de agenda. Link(s) naar eerdere besluitvorming of (actieve) informatie: Verordening op heffing en invordering van parkeerbelastingen 2024 Bijlage(n): 1.Was wordt lijst tarieventabel parkeerbelasting 2025 Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân. mr. drs. J.A. de Vries
, burgemeester.
drs. E.K. Strijker
, gemeentesecretaris.
2
Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2025 De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2024; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2025
Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Súdwest-Fryslân een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon; b. gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart als bedoeld in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart; c. houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens; d. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990, met inbegrip van brommobielen zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; e. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; f. parkeerprovider: diensten die via applicaties op smartphones mogelijkheid bieden om in de gemeente parkeerbelasting te voldoen; g.
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande parkeergarages, terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning of ontheffing voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning of ontheffing aangegeven plaats en wijze.
Artikel 3
Belastingplicht
1. De belasting in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
3
2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat 1e. als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; 2e. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4. De belasting in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene aan wie de vergunning of ontheffing is verleend.
Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel 5
Wijze van heffing
1. De belasting in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. 2. De belasting in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte dan wel bij wege van aanslag. 3. Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.
Artikel 6
Ontstaan van de belastingschuld
1. De belasting in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren. 2. De belasting in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning of ontheffing wordt verleend. 3. Als de belastingplicht voor een vergunning bedoeld in artikel 3, lid 4, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor de volle kalendermaanden die er na aanvang van de belastingplicht in dat jaar nog overblijven. 4. Als de belastingplicht voor een vergunning bedoeld in artikel 3, lid 4, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de volle kalendermaanden die er na einde van de belastingplicht in dat jaar nog overblijven. 5. Het vierde lid is alleen van toepassing indien de belastingplichtige voor tenminste één kalendermaand betaalt.
4
Artikel 7
Termijnen van betaling
1. De belasting in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. In afwijking van eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald volgens de voorwaarden van de parkeerprovider, indien de parkeerapparatuur bij de aanvang van het parkeren in werking wordt gesteld met een applicatie van een parkeerprovider op een smartphone. 3. In afwijking van het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald na afloop van het parkeren indien geparkeerd wordt in een parkeergarage. 4. De belasting in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning of ontheffing wordt verleend. Indien de belasting bij wege van aanslag wordt geheven moet de belasting binnen een maand na dagtekening van het aanslagbiljet worden betaald. 5. Een naheffingsaanslag moet binnen een maand na dagtekening worden betaald.
Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. Artikel 9 Vrijstelling gehandicapten Houders van een gehandicaptenparkeerkaart zijn voor de belasting in artikel 2, onderdeel a, vrijgesteld, mits deze gehandicaptenparkeerkaart met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats, direct achter de voorruit van het motorvoertuig is geplaatst. Indien geen voorruit aanwezig is, dient de gehandicaptenparkeerkaart op een van buitenaf zichtbare plaats leesbaar te worden aangebracht. Artikel 10 Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 78,80. Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12
Inwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2025. 2. De Verordening Parkeerbelastingen 2024 van 23 november 2023 wordt ingetrokken. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan blijft de Verordening Parkeerbelastingen 2024 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Parkeerbelastingen 2025.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 december 2024,
mr. drs. J.A. de Vries
, voorzitter.
G.W. Stegenga
, griffier.
5
Tarieventabel behorende bij de ‘Verordening Parkeerbelastingen 2025’
Artikel 1 Parkeertarieven 1.
Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a van de verordening, in Sneek bedraagt voor:
a.
Straten en terreinen (m.u.v. de parkeergarages Zuid Waterpoort en Oost Normandiaplein):
b.
eerste half uur (per dag)
gratis
vanaf een half uur tot twee uur, per half uur
€ 1,00
vanaf twee uur, per half uur
€ 1,50
de parkeergarages Zuid Waterpoort en Oost Normandiaplein: eerste 24 uur
gratis
na 24 uur, per half uur
€ 1,50
maximum per dag
€ 5,00
2.
De tarieven in de parkeergarages Zuid Waterpoort en Oost Normandiaplein, zijn inclusief omzetbelasting.
3.
Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a van de verordening, in Bolsward bedraagt voor: eerste half uur (per dag)
gratis
vanaf een half uur, per half uur
€ 0,94
Artikel 2
Parkeervergunningen/ontheffing
1.
Het tarief voor een parkeervergunning of ontheffing in Sneek als bedoeld in artikel 2, onderdeel b van de verordening, bedraagt voor:
a.
een bewonersvergunning, bij parkeerapparatuurplaatsen binnen de stadsgrachten, per jaar
€ 106,00
b.
een bedrijfsvergunning, bij parkeerapparatuurplaatsen binnen en buiten de stadsgrachten (kort parkeren), per jaar
€ 495,00
c.
een vergunning bij parkeerapparatuurplaatsen buiten de stadsgrachten (lang parkeren), € 30,00
per maand
6
per jaar
€ 300,00
d.
een ontheffing voor parkeren buiten de parkeervakken binnen en buiten de stadsgrachten in het gebied van parkeerapparatuurplaatsen, per dag
€ 21,03
2.
Het tarief voor een parkeervergunning of ontheffing in Bolsward als bedoeld in artikel 2, onderdeel b van de verordening, bedraagt voor:
a.
een bedrijfsvergunning, bij parkeerapparatuurplaatsen in het centrum, per jaar
€ 412,50
b.
een ontheffing voor parkeren buiten de parkeervakken in het gebied van parkeerapparatuurplaatsen, per dag
€ 14,08
Behoort bij raadsbesluit van 19 december 2024, De griffier van Súdwest-Fryslân.
7
Kostenberekening verantwoording naheffingsaanslag 2025 Behorende bij de ‘Verordening Parkeerbelastingen 2025’ Personeelskosten
€ 93.128,67
Overhead (%)
€ 37.251,47
Totale kosten
€ 130.380,14
Geraamd aantal naheffingen op aaneengesloten parkeerperioden
500 € 260,76
Kosten per eenheid Kosten naheffingsaanslag € 78,80 (wettelijk maximum voor 2025)
Behoort bij raadsbesluit van 19 december 2024, De griffier van Súdwest-Fryslân.
8